OHSAS 18001-certificaat

OHSAS 18001 is een Britse certificering voor een Arbomanagementsystemen die internationaal wordt toegepast. De afkorting OHSAS staat voor “Occupational Health and Safety Assessment Series” maar officieel noemt men deze certificering BS OHSAS 18001. De OHSAS 18001 bevat normen met betrekking tot arbeidsomstandigheden die internationaal zijn overeengekomen en ook aansluiten bij de regelgeving in de Europese Unie op het gebied van arbeidsomstandigheden. De OHSAS 18001 certificaten worden afgegeven certificerende instellingen die onafhankelijk zijn. Deze instellingen zijn door Raad voor Accreditatie geaccrediteerd. Hieronder staat meer informatie over OHSAS 18001.

Waarom een OHSAS 18001-certificaat?
OHSAS 18001 is de wereldwijd geaccepteerde norm waarin eisen zijn vastgelegd met betrekking tot een arbomanagementsysteem. Het arbo-managementsysteem maakt inzichtelijk hoe de arbeidsomstandigheden in de organisatie worden geïnventariseerd, geëvalueerd en geoptimaliseerd. Op die manier worden de veiligheid en de gezondheid van de werknemers beter beschermd en wordt bovendien het arbeidsklimaat van de organisatie geoptimaliseerd. De arbeidsomstandigheden verschillen echter per sector en per bedrijf.

Arbomanagementsysteem is maatwerk
Dat zorgt er voor dat een arbomanagementsysteem maatwerk is. Met een arbomanagementsysteem worden de mogelijke gevaren en risico’s die binnen de organisatie aanwezig (kunnen) zijn geïdentificeerd en geëvalueerd zodat deze effectief kunnen worden bestreden en de veiligheid kan worden geoptimaliseerd. Bij het arbomanagementsysteem kijkt men overigens niet alleen naar de fysieke belasting en de fysische omstandigheden. Er wordt ook aandacht besteed aan psychosociale arbeidsbelasting en machineveiligheid.

Eisen vanuit de OHSAS 18001
Voor een arbomanagementsysteem kan men de ‘plan-do-check-act’ cyclus (PDCA) gebruiken. Naast deze uitvoeringscyclus worden door de OHSAS 18001 ook eisen gesteld aan de resultaten van het managementsysteem. Een belangrijke eis is dat het arbomanagementsysteem gericht moet zijn op een voortdurende verbetering van de arbeidsomstandigheden. Daarnaast moet het systeem er voor zorgen dat de arborisicico’s worden beheerst door de toepassing van plannen en acties van het bedrijf. Verder moet het arbomanagementsysteem voldoen aan alle wettelijke eisen die hierop van toepassing zijn.

OHSAS 18001 en de ISO 45001
OHSAS 18001 is internationaal dat houdt in dat verschillende landen over de gehele wereld de OHSAS 18001 hebben overgenomen als nationale norm voor het arbomanagementsysteem. Deze norm sluit met betrekking tot de opzet goed aan bij de ISO 14001-norm. Op het niveau van ISO wordt op dit moment gewerkt aan de ontwikkeling en formulering van een ISO-norm voor arbomanagementsystemen. Dit zal de ISO 45001 worden.
Wanneer de ISO 45001 standaard is aanvaard als een officiële norm zullen organisaties een aparte certificering voor ISO 45001, ILO-OSH of andere erkende certificeringen moeten aanvragen zodra hun bestaande certificering is verstreken. Ook de organisaties die gecertificeerd zijn voor OHSAS 18001 zullen dan moeten overgaan op een ISO 45001 certificering. Deze organisaties zullen dan geen OHSAS certificaat meer hebben maar een ISO 45001 certificaat nadat ze natuurlijk succesvol zijn gecertificeerd door een speciale ISCO 45001 geaccrediteerde keurinstantie.

Wat is een arbozorgsysteem?

Een arbozorgsysteem is een systematische aanpak van een bedrijf met betrekking tot het arbobeleid en alle bedrijfsprocessen die daarmee verbonden zijn. Bedrijven leggen in een arbozorgsysteem hun arbozaken vast zodat arborisico’s kunnen worden voorkomen en effectief kunnen worden opgelost. Arborisico’s zijn in feite alle risico’s met betrekking tot veiligheid, gezondheid en welzijn van de werknemers binnen een bedrijf en de werkomgeving waarin het bedrijf actief is. Dit kan dus ook een bouwproject zijn of een groot civiel project. Schrijver Tjerk van der Meij heeft tijdens zijn HBO opleiding Personeel en Organisatie informatie verzameld met betrekking tot het arbozorgsysteem. Hij heeft samen met Pieter Geertsma onderstaande samenvatting geschreven voor technischwerken.nl zodat de lezers van deze website de basisprincipes van het arbozorgsysteem leren kennen.

Waarom een arbozorgsysteem?
Binnen een organisatie is het raadzaam om een arbozorgsysteem te implementeren. Bedrijven zijn namelijk wettelijk verplicht om alles in het werk te stellen om werknemers zo veilig mogelijk te laten werken. Daarnaast is aandacht voor de arbeidsomstandigheden van belang om goed om te gaan met de medewerkers want zij zijn immers de drijvende kracht binnen een bedrijf. Men moet dus niet alleen voorkomen dat er ongevallen en calamiteiten plaatsvinden, ook de werksfeer en de aandacht voor de werknemers en het werkklimaat zijn van belang. Werknemers zullen namelijk verder gaan solliciteren als ze het bij een bedrijf niet goed naar de zin hebben en zich niet veilig en niet gewaardeerd voelen. Tegenwoordig ligt de aansprakelijkheid voor veiligheid, gezondheid en welzijn voor het grootse gedeelte bij de werkgever.

Om te zorgen dat de veiligheid, gezondheid en welzijn gewaarborgd voor de werknemers is kan een bedrijf kiezen voor de implementatie een arbozorgsysteem. Door in een arbozorgsysteem afspraken en regels schriftelijk vast te leggen wordt de kans op misverstanden en onduidelijkheden over het arbobeleid verkleind. De wet verplicht bedrijven bovendien om de richtlijnen uit de arbowet te verwerken in de bedrijfsvoering bijvoorbeeld door een risico inventarisatie en evaluatie (ri&e). Een arbozorgsysteem is een totaalaanpak voor een bedrijf dat uit verschillende onderdelen kan bestaan. Door een arbobeleid te voorzien van bijvoorbeeld arbohandboek in een arbozorgsysteem worden organisaties flexibeler. Men heeft namelijk documenten waarop men kan terugvallen wanneer de omvang van de organisatie veranderd of de verantwoordelijkheden in de functies wijzigen.

Doel arbozorgsysteem
Het doel van een arbozorgsysteem is het inrichten van bedrijfsprocessen met het oog op het bevorderen van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers en buitenstaanders op de werkplek door arborisico’s weg te nemen, te voorkomen of beheersbaar te maken. Deze zogenoemde Arborisico’s hebben betrekking op veiligheid, gezondheid en het welzijn van de leidinggevenden, werknemers en derden. De laatste groep mensen zijn buitenstaanders die geen dienstverband hebben bij het bedrijf maar wel aanwezig (kunnen) zijn op de werkplek. Daarnaast heeft een arbozorgsysteem ook het doel om duurzame inzetbaarheid van werknemers te bevorderen. Door het voorkomen van bedrijfsongevallen en het terugdringen van verzuim en arbeidsongeschiktheid draagt het arbozorgsysteem bij aan de duurzame inzetbaarheid van werknemers.

Twee principes van het arbozorgsysteem
Een arbozorgsysteem is gebaseerd op twee principes. Het eerste principe wordt procesgerichte benadering genoemd. Dit houdt in dat de bedrijfsprocessen van Smullers het uitgangspunt vormen bij de inrichting van het arbozorgsysteem. Binnen deze processen wordt gekeken waar verbeteringen mogelijk zijn op het gebied van veiligheid, gezondheid en welzijn.
Het andere principe wordt de plan, do, check en act cyclus genoemd. Wat inhoudt dat de cyclus uit verschillende fasen bestaan. Tijdens de planfase wordt er een analyse uitgevoerd van de situatie en worden er plannen gemaakt om het doel te bereiken. Tijdens de Do fase worden de plannen uitgevoerd. Vervolgens worden deze uitgevoerde doelen tijdens de check fase getoetst en geëvalueerd. Tijdens de laatste fase: de act fase waarin de uitgevoerde en getoetste plannen worden gecorrigeerd of worden bijgesteld. Hier wordt dan weer een plan opgesteld en daarmee begint de cyclus opnieuw. Op deze manier wordt het arbobeleid van een organisatie een continue proces van verbetering en optimalisatie.

Arbomanagementsysteem of arbozorgsysteem
Een arbozorgsysteem wordt ook wel een arbomanagementsysteem genoemd. Dat is niet verwonderlijk want men moet het arbobeleid van een organisatie managen om er voor te zorgen dat de arbeidsomstandigheden voortdurend worden geoptimaliseerd. Het arbozorgsysteem dient verbonden te zijn met andere kwaliteitssystemen binnen een organisatie. Een organisatie die bijvoorbeeld VCA gecertificeerd is of VCU gecertificeerd is zal hiermee dus ook rekening dienen te houden in haar arbozorgsysteem. Verder is een arbozorgsysteem maatwerk. Dat houdt in dat dit systeem moet passen bij het bedrijf, de bedrijfsvoering, de arbeidsomstandigheden en de bedrijfscultuur. Daarom worden veel bedrijven vaak bijgestaan door externe specialisten bij het opstellen van een arbozorgsysteem.

Wet op de ondernemingsraden (WOR)

De Wet op de ondernemingsraden (WOR) is een wet die in 1950 in Nederland is vastgesteld met als doelstelling de medezeggenschap van werknemers en ambtenaren te regelen bij organisaties en overheidsinstellingen die meer dan 50 werknemers of ambtenaren in dienst hebben. De Wet op de ondernemingsraden bepaalt dat in ieder geval bedrijven met ten minste 50 werknemers een ondernemingsraad moeten instellen. In de wet zijn verschillende bepalingen opgenomen over hoe men de leden van de ondernemingsraad kiest en hoe de ondernemingsraad behoort te zijn samengesteld. Hoewel de Wet op de ondernemingsraden is ingesteld in 1950 is deze WOR een aantal keren gewijzigd. Dit gebeurde in 1971, 1979, 1982, 1990 en 1998.

Rechten van de ondernemingsraad
In de Wet op de ondernemingsraden is overigens ook vastgesteld hoe de directie of de bestuurders van het bedrijf dienen te overleggen met de ondernemingsraad. In de WOR zijn eveneens de bevoegdheden en taken van de ondernemingsraad omschreven. Dit zijn de volgende rechten en bevoegdheden:

  • Adviesrecht wat inhoudt dat de bestuurder van een bedrijf de ondernemingsraad om advies zal moeten vragen wanneer er bepaalde veranderingen in het beleid gepland staan. Het gaat hierbij onder andere om veranderingen die economische, financiële, beleidsmatige of organisatorische gevolgen.
  • Instemmingsrecht is een belangrijk recht van de ondernemingsraad. Het instemmingsrecht is van toepassing als een bestuurder veranderingen wil doorvoeren die direct invloed hebben op het personeel en de positie van het personeel in het bedrijf. In dat geval zal de bestuurder aan de ondernemingsraad om instemming moeten vragen. Deze instemming is van cruciaal belang om de plannen voort te zetten over deze onderwerpen. Wanneer deze instemming niet wordt verleend mogen de plannen niet worden doorgezet en kan de ondernemingsraad met de kantonrechter dreigen als de bestuurder toch zijn wil doorzet.
  • Initiatiefrecht is het recht van de ondernemingsraad om met voorstellen te komen die gericht zijn aan de bedrijfsleiding. In het kader van het initiatiefrecht mag de ondernemingsraad zelf de adviezen of initiatieven omschrijven. Uiteraard dienen de adviezen en initiatieven gericht zijn op de optimalisering van de organisatie en in het belang te zijn van het personeel. Of in ieder geval niet tegenstrijdig te zijn ten opzichte van het personeel. De ondernemingsraad is namelijk vanuit het personeel gekozen en zal daarom moeten opkomen voor de belangen van het personeel. In dat kader zullen ook de adviezen en initiatieven worden geformuleerd.
  • Recht op informatie is ook een belangrijk recht van de ondernemingsraad. Dit overlegorgaan moet namelijk over de juiste informatie beschikken en moet deze informatie ook desgevraagd in ontvangst kunnen nemen. Het gaat hierbij om informatie die relevant is voor het uitoefenen van de taken van de ondernemingsraad. Hierbij kan men denken aan beleidsplannen maar ook aan verslagen zoals het jaarverslag. Ook beloningsmodellen en andere documenten zoals jaarrekeningen zullen voor de ondernemingsraad belangrijke documenten zijn die ze graag van de bestuurder willen ontvangen ter inzage.

Wat is het doel van de ondernemingsraad?
De ondernemingsraad heeft in feite een dubbele doelstelling. De raad is een vertegenwoordiging van het personeel in de organisatie en bestaat uit een aantal gekozen leden uit het werkzame personeel. Een ondernemingsraad komt op voor de belangen van het personeel. Toch is de ondernemingsraad op dit vlak niet te vergelijken met bijvoorbeeld een Vakbond. De ondernemingsraad is namelijk organisatiegebonden en zal ook mede moeten opkomen voor de belangen van de organisatie. De ondernemingsraad dient dus zowel het personeelsbelang als het bedrijfsbelang. Dat kan in de praktijk soms voor lastige kwesties zorgen en de nodige dilemma’s.

Bevoegdheden van een ondernemingsraad OR

Een ondernemingsraad is een verplicht overlegorgaan en inspraakorgaan waarover elk bedrijf met 50 werknemers of meer moet beschikken. Alleen in zeer bijzondere gevallen kan de Sociaal Economische Raad (SER) hiervoor ontheffing verlenen aan het bestuur van een bedrijf. Een ondernemingsraad wordt vaak afgekort met OR en zorgt er voor dat afgevaardigden van de werknemers van het bedrijf tot op zekere hoogte invloed uit kunnen oefenen in de besluitvorming van het bedrijf. De rechten, plichten, bevoegdheden en alle regels omtrent de ondernemingsraad zijn in Nederland beschreven in de Wet op de ondernemingsraden (WOR).

Bevoegdheden van de ondernemingsraad
Een ondernemingsraad heeft een aantal bevoegdheden. Deze bevoegdheden houden direct en indirect verband met de belangen van het personeel en het personeelsbeleid van de organisatie. De bevoegdheden en rechten van de ondernemingsraad zijn onderverdeeld in vier hoofdgroepen. Deze worden in de volgende alinea’s genoemd.

Adviesrecht
Een ondernemingsraad heeft een adviesrecht. Dit houdt in dat een bestuurder een ondernemingsraad om advies moet vragen in een aantal gevallen. Het gaat daarbij om beleidsvraagstukken die economische gevolgen hebben of financiële en organisatorische effecten hebben. Het spreekt voor zich dat een bestuurder altijd de ondernemingsraad om advies zal moeten vragen wanneer het voorgenomen beleid een effect heeft op het personeelsbestand en personeelsbeleid en de plichten en rechten van personeelsleden.

Instemmingsrecht
Het instemmingsrecht is één van de belangrijkste rechten van de ondernemingsraad. Het instemmingsrecht houdt in dat de bestuurder van het bedrijf om instemming zal moeten vragen aan de ondernemingsraad. Dit instemmingsrecht is echter niet in alle situaties en niet bij alle beleidsvoorstellen relevant. Alleen wanneer de bestuurder veranderingen wil doorvoeren met betrekking tot het personeelsbeleid zal de ondernemingsraad instemming voor deze veranderingen moeten geven. Als de OR geen instemming geeft mag de bestuurder de verandering niet doorvoeren. Als de bestuurder besluit om geen instemming te vragen aan de ondernemingsraad of de beslissing van de ondernemingsraad naast zich neerlegt dan kan de ondernemingsraad naar de kantonrechter gaan om alsnog af te dwingen dat het bedrijf naar de beslissing van de OR luistert.

Initiatiefrecht
De ondernemingsraad heeft ook het zogenaamde initiatiefrecht. Het initiatiefrecht is een bijzonder recht om met voorstellen te komen aan de bedrijfsleiding. Een ondernemingsraad mag aan het bedrijf ongevraagd voorstellen benoemen wanneer de ondernemingsraad van mening is dat deze voorstellen een positief effect hebben op de organisatie en het personeel dat voor de organisatie werkzaam is. De directie of andere leiding van het bedrijf is niet verplicht om de initiatieven van de ondernemingsraad op te volgen. Wel zal de bedrijfsleiding de adviezen van de OR moeten beoordelen.

Recht op informatie
De ondernemingsraad wordt gevormd uit een afvaardiging van personeel uit een organisatie. Deze personeelsleden hebben uiteraard lang niet altijd alle informatie die nodig is om goede beslissingen te vormen en initiatieven te benoemen. Om die reden heeft de ondernemingsraad recht op informatie. Het bedrijf moet desgevraagd alle relevante informatie verstrekken aan de ondernemingsraad zodat dit overlegorgaan haar taken goed kan uitvoeren en haar adviezen goed kan voorbereiden. Men kan hierbij denken aan verschillende bronnen van informatie zoals een sociaal jaarverslag, jaarrekeningen, beloningsmodellen en beleidsplannen.

Wat is een ondernemingsraad of OR?

Een ondernemingsraad wordt afgekort met OR en is een inspraakorgaan dat bestaat uit vertegenwoordigers van werknemers binnen het bedrijf. Een ondernemingsraad bestaat uit werknemers die werkzaam zijn voor een bedrijf en namens het personeel overleggen met het management en/of directie van het bedrijf met betrekking tot de personeelsbelangen. In Nederland is elk bedrijf met 50 of meer werknemers in dienst verplicht om een ondernemingsraad te hebben. Per bedrijf kunnen zowel de samenstelling als de omvang van de OR verschillen.

Wet op de ondernemingsraden (WOR)
In Nederland zijn de rechten en plichten voor de ondernemingsraad en het bedrijf die een ondernemingsraad heeft (of moet hebben) vastgelegd in de Wet op de ondernemingsraden (WOR). Hierin is onder andere bepaald dat elk bedrijf dat met ten minste 50 werknemers een ondernemingsraad moet instellen. Alleen wanneer er sprake is van bijzondere omstandigheden kan de Sociaal Economische Raad (SER) aan een bedrijf ontheffing verlenen en hoeft het bedrijf niet aan de verplichting te voldoen om een ondernemingsraad te hebben. In de Wet op de ondernemingsraden is vastgesteld hoe een ondernemingsraad moet worden samengesteld en hoe haar deelnemers moeten worden gekozen.

Daarnaast is in de WOR vastgelegd hoe de ondernemingsraad dient te overleggen met de bestuurders van het bedrijf waar de ondernemingsraad is ingesteld. De taken en bevoegdheden van een ondernemingsraad zijn in de WOR duidelijk vastgelegd. De belangrijkste taken van de ondernemingsraad zijn het instemmingsrecht en het adviesrecht. Verder hebben ook de leden van de ondernemingsraad bepaalde rechten en rechtsbescherming die eveneens in deze wet zijn vastgelegd.

Rechten van de ondernemingsraad
Een ondernemingsraad heeft een aantal specifieke bevoegdheden en rechten. Deze zijn van toepassing wanneer er beleid wordt gevormd dat invloed heeft op de werknemers en hun rechten. In dat geval heeft ook de ondernemingsraad een rol in de besluitvorming. De rechten van de ondernemingsraad zijn verdeelt in vier groepen:

  • Adviesrecht. Als een bestuurder belangrijke beslissingen wil nemen die financiële, organisatorische en economische gevolgen hebben dan zal de bestuurder hiervoor advies moeten vragen aan de ondernemingsraad. De moet zeker gebeuren wanneer deze beleidsveranderingen invloed hebben op het personeel en de rechten en plichten van het personeel in de organisatie.
  • Instemmingsrecht. De bestuurder van een organisatie moet instemming vragen aan de ondernemingsraad wanneer de bestuurder besluiten wil nemen met betrekking tot regelingen omtrent het personeel. De ondernemingsraad zal deze besluiten of plannen moeten beoordelen. Wanneer de ondernemingsraad hier niet mee instemt mag het bestuur de plannen niet ten uitvoer brengen. Als de bestuurder dit toch doet dan kan de OR het besluit nietig verklaren en naar de kantonrechter gaan om een gerechtelijke procedure tegen het besluit te starten.
  • Initiatiefrecht. De ondernemingsraad heeft het recht om met voorstellen te komen wanneer de OR van mening is dat deze voorstellen goed zijn voor de organisatie en het personeel dat daarvoor werkzaam is.
  • Recht op informatie. De ondernemingsraad heeft recht op alle relevante informatie die het orgaan nodig heeft om haar taak goed uit te kunnen voeren. Hierbij kun je denken aan informatie over beloningsmodellen en beleidsplannen. Ook op informatie met betrekking tot het sociaal jaarverslag en de jaarrekeningen heeft de ondernemingsraad recht.

Besluiten over arbeidsomstandigheden
Een werkgever heeft in Nederland de plicht om er alles aan te doen om de arbeidsomstandigheden van werknemers zo veilig mogelijk te maken. Ook dient de werkgever er alles aan te doen om een gezonde werkplek te creëren. Omdat arbeidsomstandigheden direct invloed hebben op het personeel en het welzijn daarvan zullen besluiten over dit onderwerp moeten worden voorgelegd aan de ondernemingsraad. In dit geval heeft de ondernemingsraad instemmingsrecht. Dat houdt in dat als de voorgenomen besluiten door de ondernemingsraad worden afgekeurd het bedrijf deze besluiten niet mag uitvoeren.

Men kan in dit verband denken aan het opzetten en uitvoeren van de risico-inventarisatie en -evaluatie RI&E. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwerk (Arbowet) verplicht hun risico’s te inventariseren en te evalueren. Beleidsplannen met betrekking tot de risico- inventarisatie en -evaluatie moeten worden voorgelegd aan de ondernemingsraad. Ook voor het opstellen van een Plan van Aanpak waarmee de risico’s en arbeidsomstandigheden worden veranderd zal de OR om instemming moeten worden gevraagd. Dit zijn slechts een paar voorbeelden waarin de OR instemmingsrecht heeft in de arbeidsomstandigheden van een bedrijf. Ook met betrekking tot onderwerpen als het aanstellen van een preventiemedewerker en de keuze voor een arbodienstverlener zal de OR haar recht op instemming hanteren. Het spreekt voor zich dat de ondernemingsraad dit recht puur ten gunstig van de veiligheid en gezondheid van het personeel zal gebruiken. Daarom zal de ondernemingsraad indien ze te weinig kennis heeft van arbeidsomstandigheden ook een adviseur kunnen inschakelen zodat tot een goed besluit wordt gekomen.

Wat zijn VCU gecertificeerde uitzendbureaus?

VCU gecertificeerde uitzendbureaus zijn uitzendondernemingen die gecertificeerd zijn op het gebied van veiligheid en gezondheid voor uitzendorganisaties en kunnen als toeleverancier dienen van tijdelijk personeel voor opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. VCU staat voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. De letters VCA staan voor VGM Checklist voor Aannemers, waarbij VGM staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Een hoop afkortingen die duidelijk maken dat het veiligheidsaspect en gezondheidsaspect centraal staan in zowel de VCA certificering als de VCU certificering.

VCA en VCU
De VCA certificering is echter voor aannemers bestemd en de VCU certificering voor uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel beschikbaar stellen aan andere bedrijven. Deze uitzendondernemingen of intermediairs vallen onder de WAADI oftewel de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Omdat intermediairs wel de feitelijke werkgever zijn van uitzendkrachten en andere uitleenkrachten maar niet belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze flexkrachten heeft de overheid voor deze ondernemingen specifieke richtlijnen opgesteld met betrekking tot de veiligheid en gezondheid voor deze groep werknemers. Deze richtlijnen zijn terug te vinden in de WAADI en in Artikel 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Omdat deze wetsartikelen van groot belang zijn voor zowel het VCA als het VCU worden ze in de volgende alinea’s behandeld.

VCU en Artikel 11 WAADI
De VCU heeft veel te maken met Artikel 11 van de WAADI. De WAADI is een wet die voluit wordt geschreven als Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Dit betekend dat deze wet gericht is op ondernemingen die werknemers beschikbaar stellen aan opdrachtgevers die als inleners functioneren in de arbeidsbemiddelingsproces. De uitzendbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij opdrachtgevers zijn de feitelijke werkgevers van deze personeelsleden. Deze ondernemingen die personeel uitlenen hebben dit personeel op de loonlijst staan.

Dat zorgt voor een aantal verantwoordelijkheden. Omdat deze feitelijke werkgevers in de dagelijkse praktijk de werknemers niet instrueren op de werkplek en geen toezicht hebben op deze werkplek moeten deze uitzendbureaus hun uitzendkrachten en gedetacheerden voor de aanvang van de uitzendwerkzaamheden goed instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en de inhoud en aard van het werk. Dit wordt ook wel de doorgeleidingsplicht genoemd. Deze doorgeleidingsplicht is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI.

In Artikel 11 van de WAADI is door de overheid vastgelegd dat de organisatie die de arbeidskrachten ter beschikking stelt informatie moet verschaffen aan deze arbeidskrachten met betrekking tot de beroepskwalificatie die door de opdrachtgever wordt verlangd. Daarnaast wordt in Artikel 11 van de WAADI ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Daarover wordt in de volgende alinea meer informatie gegeven. Het VCU certificaat maakt duidelijk dat de informatie waarover Artikel 11 van de WAADI gaat meer is dan alleen de beroepskwalificatie. Het gaat ook om veiligheidsvoorschriften, de aanwezige risico’s en de beheersmaatregelen die genomen dienen te worden door de uitzendkracht met betrekking tot deze risico’s. Daarbij komt het gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen aan de orde maar ook het naleven van speciale veiligheidsvoorschriften. Verder controleert het uitzendbureau ook of de uitzendkracht in bezit is van een geldig VCA certificaat want dit wordt (vrijwel) altijd geëist door een opdrachtgever die zelf VCA gecertificeerd is. De opdrachtgever is zelf ook wettelijk verplicht om informatie te verschaffen aan de uitzendonderneming. Dit is bepaald in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet.

VCU en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd en is een Nederlandse wet die gericht is op het optimaliseren van de arbeidsomstandigheden binnen bedrijven en het beschermen van de gezondheid en veiligheid van werknemers. De werkgever is in eerste instantie verantwoordelijk voor het bieden van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemer. Daarvoor moet een bedrijf de risico’s, die op de werkplek aanwezig (kunnen) zijn, inventariseren doormiddel van een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Uit dit RI&E komt een inventarisatie van de risico’s naar voren. Daarnaast vormt het plan van aanpak voor de geïnventariseerde risico’s ook een wezenlijk onderdeel van het RI&E.

In dit plan van aanpak omschrijft een bedrijf hoe het de risico’s op de werkplek wil verwijderen (bronbestrijding) of beperken. Ook beheersmaatregelen zijn hierbij een belangrijk aspect. Het beheersen van risico’s kan onder andere door het duidelijk instrueren van werknemers op het gebied van veiligheid. De werkgever die personeel inleent is echter niet alleen verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid voor zijn of haar eigen werknemers. Ook de veiligheid en gezondheid van de ingeleende werknemers valt onder de verantwoordelijkheid van de inlener. Daarom moet de inlener ook deze werknemers instrueren op het gebied van veiligheid, gezondheid en milieu. Daarnaast moeten de ingeleende werknemers ook duidelijke instructies ontvangen met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden. In deze instructies moet onder andere aandacht worden besteed aan de manier waarop machines, gereedschappen en werktuigen dienen te worden gebruikt en welke veiligheidsvoorzieningen daarbij in acht worden genomen.

Een uitzendonderneming dient de hierboven genoemde informatie ook aan de uitzendkracht te verstrekken. Deze informatie kan de uitzendkracht echter alleen ontvangen van de inlener. Daarom heeft de inlener conform artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet de verplichting om voor de aanvang van de werkzaamheden de uitlener of uitzendbureau op de hoogte te brengen van:

  • De gevaren en risico’s op de werkvloer die uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie naar voren komen.
  • De manier waarop de werkgever deze risico’s bestrijd.
  • De verwachtingen die de werkgever op dit gebied heeft van de werknemer/inleenleenkracht.
  • Eventuele bijzondere aspecten omtrent de risico’s waar de werknemer/inleenkracht rekening moet houden bijvoorbeeld aanmelden en afmelden op de werkplek.
  • De benodigde veiligheidsopleidingen, veiligheidstraingen en aanverwante cursussen waarover de werknemer moet beschikken om zijn of haar werk veilig te kunnen uitvoeren. Denk hierbij aan VCA, Veilig Hijsen en Veilig werken met een vorkheftruck.

Deze informatie moet door de (potentiële) inlener worden verstrekt aan de uitzendonderneming zodat deze kan voldoen aan de doorgeleidingsplicht welke is benoemd in Artikel 11 van de WAADI. VCU gecertificeerde uitzendbureaus leven uiteraard de doorgeleidingsplicht na in de volgende alinea wordt hier dieper op ingegaan.

Wat kan je van een VCU gecertificeerd uitzendbureau verwachten?
Een VCU gecertificeerd uitzendbureau is een uitzendbureau die voldoet aan de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Deze uitzendondernemingen zijn goed op de hoogte van de veiligheidsaspecten die van toepassing zijn op bedrijven die actief zijn in de bouw, techniek, petrochemie, civiele techniek en andere sectoren waarbij er sprake is van een verhoogd veiligheidsrisico op de werkvloer. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen zijn in de praktijk meestal gespecialiseerd in een bepaalde sector bijvoorbeeld werktuigbouwkunde of installatietechniek en elektrotechniek. Door deze specialisatie hebben VCU gecertificeerde uitzendbureaus in de praktijk meestal branchespecifieke informatie met betrekking tot de uitvoering van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde (kunnen) komen. Door deze kennis kunnen de VCU uitzendbureaus de klant effectief ondersteunen bij personeelsvraagstukken. Daarnaast kunnen VCU uitzendbureaus ook goed inschatten wat de kwaliteiten zijn van potentiële uitzendkrachten. De zogenaamde ‘match’ of overeenstemming tussen de vereiste kwaliteiten van de opdrachtgever en de capaciteiten van de uitzendkracht kunnen daardoor beter worden gemaakt.

Dit zorgt er niet alleen voor dat opdrachtgevers of inleners beter worden begrepen het draagt ook in belangrijke mate bij aan de veiligheid op de werkvloer. Als een werknemer een voldoende onderricht persoon is of een vakbekwaam persoon dan weet een VCU uitzendbureau wat dit in de praktijk inhoudt en welke klussen wel en welke uitzendwerkzaamheden niet aan de uitzendkracht kunnen worden aangeboden. Tijdens het inventariseren van de opdracht kan een intercedent van VCU gecertificeerde uitzendonderneming vaak door zijn of haar kennis over de (technische) branche goed doorvragen waardoor zowel het inwinnen als het verstrekken van relevante informatie aan de uitzendkracht zo volledig mogelijk kan gebeuren. De intercedent van een VCU gecertificeerd uitzendbureau heeft ook een speciaal certificaat, dit is het VIL VCU certificaat en wordt behandeld in de volgende alinea.

Wat is VIL VCU?
Uitzendondernemingen en andere intermediairs die personeel bemiddelen bij VCA gecertificeerde ondernemingen zullen VCU gecertificeerd moeten zijn. Echter is het VCU certificaat verbonden aan een organisatie bijvoorbeeld een uitzendbureau of detacheringsbureau. De interne werknemers binnen deze onderneming dienen echter ook persoonlijk gecertificeerd te zijn. VIL is Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden terwijl VCU de Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties is. De intercedenten, consultants, vestigingsmanagers en andere personen die zich bezig houden met het bemiddelen van uitzendkrachten en andere flexkrachten leren tijdens een VIL VCU cursus wat er van hen verwacht wordt in het VCA-VCU proces. Dit is belangrijk wat uiteindelijk zijn intercedenten en hun collega’s het contactpunt voor VCA bedrijven en (potentiële) uitzendkrachten. Binnen een VCU organisatie is door de VIL VCU certificering van de interne medewerkers voldoende kennis aanwezig om VCA gecertificeerde bedrijven te voorzien van voldoende gekwalificeerd personeel.  

Is een RI&E verplicht?

Een Risico Inventarisatie en Evaluatie wordt afgekort met RI&E en is een verplicht onderdeel van het Arbobeleid dat een organisatie moet voeren op basis van de Nederlandse Arbeidsomstandighedenwet. De doelstelling van het RI&E is bestrijden van risico’s op de werkplek door:

  • Het inventariseren van risico’s.
  • Het beoordelen en rangschikken van risico’s.
  • Het maken van een plan van aanpak waarmee risico’s bestreden kunnen worden.
  • Het uitvoeren van het plan van aanpak.
  • Het evalueren van het plan van aanpak.
  • Inventariseren van de risico’s die nog aanwezig zijn (vanaf deze stap lopen de hiervoor genoemde stappen weer van boven naar beneden).

Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. Deze verplichting geldt sinds 1 januari 1994 in Nederland.

Voor welke bedrijven is een RI&E verplicht?
In de inleiding werd aangegeven dat een Risico Inventarisatie en Evaluatie volgens de Arbowet verplicht moet worden uitgevoerd. Deze verplichting is van toepassing op alle bedrijven behalve voor zelfstandigen die geen personeel in dienst hebben. Deze laatste groep wordt ook wel freelancer genoemd of zzp’ers. De afkorting zzp staat voor zelfstandige zonder personeel. Omdat zzp’ers geen personeel in dienst hebben hoeven ze geen Risico Inventarisatie en Evaluatie uit te voeren. In de praktijk worden zzp’ers vaak ingeleend of ingezet door grotere bedrijven die wel meerdere personeelsleden in dienst hebben. Vanwege het feit dat deze inleners wel meerdere personeelsleden in dienst hebben moeten zij een Risico Inventarisatie en Evaluatie uitvoeren. Daardoor zal de zzp’er in de praktijk vaak werken binnen een bedrijf waar wel degelijk een Arbobeleid wordt gevoerd met een RI&E als onlosmakelijk onderdeel daarvan.

Wat is een RI&E?
Een Risico Inventarisatie en Evaluatie is een middel waarmee de risico’s binnen een bedrijf in kaart moeten worden gebracht. Het in kaart brengen van deze risico’s is van groot belang omdat bedrijven de wettelijke en morele plicht hebben om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun personeel te realiseren. Dit kunnen werkgevers zullen voor de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie bepaalde expertise nodig hebben. Daarom moeten ze een gecertificeerde arbodienst of deskundige preventie inschakelen om dit proces te begeleiden.

Het RI&E moet schriftelijk worden vastgelegd. In de analyse en inventarisatie van de risico’s moet ook duidelijk worden aangeven wat de kans is dat een bepaald gevaar daadwerkelijk zal plaatsvinden. Verder is het plan van aanpak een wezenlijk onderdeel van het RI&E. Risico’s moeten namelijk niet alleen worden geïnventariseerd maar ook worden aangepakt en bestreden. Het plan van aanpak moet duidelijk zijn beschreven en daarnaast ook voorzien zijn van deadlines en/of een tijdsplanning. Verder moet in een RI&E duidelijk naar voren komen wie voor welke taak verantwoordelijk is.

Na de uitvoering van het plan van aanpak stopt het inventariseren en evalueren van risico’s niet. Dit proces blijft continue doorgaan. Bedrijven zullen altijd te maken krijgen met veranderingen en dynamiek. Dat zorgt er voor dat er ook weer nieuwe risico’s kunnen ontstaan. Denk bijvoorbeeld aan het gebruik van nieuwe machines, werktuigen en andere productiemiddelen. Ook de uitbereiding van een fabriekspand of utiliteitscomplex kan er voor zorgen dat er weer andere risico’s ontstaan. Dat zorgt er voor dat de risico’s steeds weer opnieuw moeten worden geïnventariseerd, geëvalueerd en bestreden.  

Wat is een Risico Inventarisatie en Evaluatie RI&E?

Risico-Inventarisatie en Evaluatie is een verplicht onderdeel van het arbobeleid van een bedrijf waarmee op een gestructureerde wijze periodiek de risico’s op het gebied van veiligheid en gezondheid worden geïnventariseerd, beschreven en geëvalueerd. Bedrijven zijn volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om een zo veilig mogelijke werkplek voor hun werknemers te creëren.

Daarnaast moet de werkplek en de atmosfeer op en rondom de werkplek ook geen schade opleveren voor de gezondheid van werknemers, bezoekers van de werkplek en andere personen die aanwezig kunnen zijn binnen het bedrijf of in de directe omgeving van het bedrijf. Het is echter van belang dat bedrijven een goed beeld hebben van de aanwezige risico’s. Pas wanneer de risico’s goed in kaart zijn gebracht en duidelijk zijn omschreven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie kunnen de risico’s effectief worden bestreden. Dit laatste gebeurd in het plan van aanpak dat de organisatie moet opstellen op basis van de risico’s.

Onderdelen van een Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een Risico Inventarisatie & Evaluatie moet uit een aantal onderdelen bestaan. Dit is van belang omdat dit RI&E volledig moet zijn. De Arbeidsomstandigheden wet geeft duidelijkheid over de inhoud van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. We noemen een aantal voorbeelden van richtlijnen die worden geboden door de Arbowet over de inhoud van de RI&E:

  • In de RI&E moeten rol en taken en het gewenste niveau van de preventiemedewerker zijn omschreven. Ook moet het aantal preventiemedewerkers duidelijk in kaart zijn gebracht. Deze informatie is gebaseerd op de uitkomsten van de RI&E. Voor meer informatie Arbowet art. 13.
  • Artikel 5 van de Arbeidsomstandigheden bepaald dat de werkgever voor het arbeidsomstandighedenbeleid in een inventarisatie en evaluatie schriftelijk moest vastleggen welke risico’s de arbeid voor de werknemers met zich brengt. Deze risico-inventarisatie en -evaluatie zal ook een beschrijving moeten bevatten van de gevaren en de risico-beperkende maatregelen die worden genomen.
  • Er moet een plan van aanpak worden opgesteld waarin door het bedrijf is aangegeven welke maatregelen genomen zullen worden om de risico’s te bestrijden. Daarnaast moet ook duidelijk worden gemaakt wanneer de maatregelen worden uitgevoerd en hoe. Dit staat in de Arbeidsomstandigheden wet Artikel 5 lid 3.
  • Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet verplicht de werkgever mee te werken aan de doorgeleidingsplicht die op basis van de WAADI aan uitzendbureaus is opgelegd. Werkgevers moeten namelijk conform Artikel 5 lid 5 van de Arbowet tijdig aan de intermediair of het uitzendbureau relevante informatie uit de risico-inventarisatie en -evaluatie verstrekken met betrekking tot de gevaren op de werkvloer en risicobeperkende maatregelen die hiervoor zijn getroffen. Ook de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats moeten aan het uitzendbureau bekend worden gemaakt. de doorgeleidingsplicht die het uitzendbureau op basis van de WAADI heeft zorgt er voor dat de uitzendonderneming deze relevante informatie aan de uitzendkracht verstrekt. Zie voor meer informatie het hoofdartikel “ wat is doorgeleidingplicht?” op technischwerken.nl.

Aan de hierboven richtlijnen moeten bedrijven zich houden. Toch hebben bedrijven wel een bepaalde vrijheid met betrekking tot de uitvoering van de Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed inzicht krijgen in de risico’s die op en rondom de werkvloer aanwezig (kunnen) zijn. Een RI&E moet daar een zo goed mogelijk beeld van geven. Daarom moeten de risico’s zo duidelijk mogelijk worden beschreven. Daarbij moet de aard van het risico in kaart zijn gebracht maar ook de omvang van het risico en de mogelijke gevolgen. Er dient een rangschikking te zijn tussen de risico’s en er moet een duidelijke prioriteit in deze rangschikking zijn aangebracht. Verder dienen bedrijven ook een plan van aanpak vast te stellen waarmee het bedrijf de aanwezige risico’s wil wegnemen, beperken of beheersen. De informatie die moet worden genoteerd en verwerkt wordt duidelijk als men kijkt naar de verschillende stappen die een bedrijf moet uitvoeren tijdens de RI&E. In de volgende alinea is het stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie weergegeven.

Stappenplan van de Risico Inventarisatie en Evaluatie
Een RI&E moet door een bedrijf gestructureerd uitgevoerd moeten worden. Daarbij is een planmatige aanpak belangrijk. Het inventariseren van risico’s en het evalueren daarvan evenals het bestrijden van risico’s met een planmatige aanpak is iets waar bedrijven voortdurend mee bezig moeten zijn. Er kunnen namelijk weer nieuwe risico’s op de werkplek ontstaan als er nieuwe machines worden geplaatst, andere werkzaamheden worden verricht, met meer of juist met minder personeel wordt gewerkt of door slijtage aan machines, constructies en gebouwen. Een bedrijf is daarom nooit klaar met het inventariseren van risico’s. Juist daarom is het belangrijk dat het RI&E proces geconditioneerd wordt. De volgende stappen worden tijden het RI&E door een bedrijf uitgevoerd:

Stap 1: Inventarisatie
In deze eerste stap gaat het bedrijf alle risico’s die in het bedrijf aanwezig zijn in kaart brengen. De risico’s moeten duidelijk worden omschreven. Aan het einde van deze stap zullen alle risico’s in een duidelijke lijst zijn opgesteld. Deze lijst is een belangrijk uitgangspunt voor stap twee.

Stap 2: Evaluatie van de risico’s
Nadat het aantal risico’s is geïnventariseerd zullen bedrijven de risico’s moeten evalueren. Daarbij wordt gekeken naar de waarschijnlijkheid dat een bepaald incident plaats zal vinden en de omvang van de gevolgen als het risico daadwerkelijk zal plaatsvinden. Op basis van de risico evaluatie zal een rangschikking worden gemaakt van de risico’s. Uit deze rangschikking moet naar voren komen welke risico’s het belangrijkste zijn. Dit zijn de risico’s die het grootste gevaar vormen en de grootste kans hebben op het daadwerkelijk plaatsvinden van een incident. Deze rangschikking van risico’s dient eveneens schriftelijk te worden vastgelegd.

Stap 3: Plan van aanpak
Het inventariseren en evalueren van de risico’s vormen de basis voor een effectieve aanpak van de risico’s. Deze aanpak moet planmatig zijn en gestructureerd daarom moet er een duidelijk plan van aanpak worden opgesteld. In het plan van aanpak moet worden beschreven welke maatregelen worden genomen om het risico weg te nemen doormiddel van bronbestrijding. Als bronbestrijding niet mogelijk is zal het bedrijf technische voorzieningen moeten treffen om de mens zoveel mogelijk van de bron van het gevaar te scheiden. Ook beheersmaatregelen kunnen aan de orde komen. Hierbij kan ook gedacht worden aan het verstrekken en gebruiken van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s). De maatregelen moeten duidelijk worden beschreven en er moet aangegeven worden wanneer de maatregelen worden ingevoerd. Verder moet duidelijk zijn wie voor de invoering van de maatregelen verantwoordelijk is en wie de implementatie controleert.

Stap 4: Toetsen van de RI&E
De Risico Inventarisatie & Evaluatie moet worden getoetst door een arbodienst of arbodeskundige. Deze toetsing is niet verplicht bij bedrijven die minder dan 26 werknemers aan het werk hebben als die gebruik maken van een erkend Branche RI&E instrument. Het uiteindelijke doel is dat er een duidelijke RI&E door het bedrijf is opgesteld dat voldoet aan de wettelijke eisen.

Stap 5: Aan de slag
De laatste stap is de daadwerkelijke uitvoering van het plan van aanpak. Dit houdt in dat de hiervoor genoemde stappen ten uitvoering moeten worden gebracht. Het plan van aanpak moet in de praktijk worden uitgevoerd door de personen en de afdeling(en) die hiervoor verantwoordelijk zijn. Tijdens de uitvoering van het plan van aanpak is het goed mogelijk dat men tegen problemen aanloopt. Bepaalde methoden om risico’s aan te pakken of te beperken kunnen in de praktijk wel moeilijk uitvoerbaar zijn. Daarom moet er ook tijdens het plan van aanpak voortdurend controle worden gehouden en geëvalueerd. Indien bijsturing nodig is zal dit met de verantwoordelijke personen en de preventiemedewerker moeten worden overlegd. Op die manier blijft een plan van aanpak actueel en praktisch toepasbaar.

Wat is doorgeleidingsplicht?

Doorgeleidingsplicht is de wettelijke verplichting die een uitzendbureau op basis de WAADI heeft met betrekking tot het inwinnen en het verstrekken van alle relevante informatie aan een uitzendkracht zodat deze zijn of haar uitzendwerk zo veilig en goed mogelijk kan uitvoeren zonder dat de uitzendkracht daarbij de veiligheid en gezondheid van zichzelf, de collega’s, de bezoekers en de omwonenden van werkplek wordt geschaad.

Doorgeleidingsplicht WAADI
De doorgeleidingsplicht wordt niet voor niets en plicht genoemd. Het is een wettelijke verplichting waar uitzendondernemingen zich aan moeten houden. Niet alleen uitzendbureaus moeten zich houden aan de doorgeleidingsplicht, alle intermediairs waarop de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs van toepassing is moeten zich houden aan de doorgeleidingsplicht. Deze Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs is ook wel bekend onder de afkorting WAADI die u zich misschien herinnerd van de inleiding van deze tekst.

Voor wie is de doorgeleidingsplicht?
De WAADI is van toepassing op alle bedrijven die uitzendkrachten en andere tijdelijke krachten beschikbaar stellen om voor andere bedrijven, de inleners, werkzaamheden uit te voeren. Omdat deze intermediairs wel feitelijk de werkgevers zijn van deze inleenkrachten maar niet daadwerkelijk belast zijn met het dagelijkse toezicht op deze krachten moeten ze er voor zorgen dat de inleenkrachten worden voorzien van de juiste instructies met betrekking tot de veiligheid en de aard van de werkzaamheden.

De uitzendonderneming of intermediair moet deze informatie in duidelijke en begrijpelijke taal verstrekken aan de uitzendkracht. Uiteraard dient de uitzendonderneming eerst de juiste informatie in te winnen, dit is vastgelegd in Artikel 11 van de WAADI. Dit is de rol van de uitzendonderneming uiteraard heeft de inlener ook een rol. De rol van de inlener komt naar voren in Artikel 5, lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet. Deze twee artikelen zijn in de onderstaande alinea’s geciteerd en toegelicht.

Doorgeleidingsplicht op basis van Artikel 11 WAADI
De doorgeleidingsplicht is wettelijk vastgelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Uitzendbureaus en andere intermediairs zijn namelijk als feitelijk werkgever in belangrijke mate verantwoordelijk voor de veiligheid en gezondheid van de uitzendkracht of inleenkracht. Een intermediair is echter niet in staat of niet in de mogelijkheid om dagelijks toezicht te houden op de werkzaamheden van de inleenkracht. Dit doet de operationeel leidinggevende van de inlenende werkgever. Een uitzendonderneming / intermediair heeft echter wel de verplichting om hun uitleenpersoneel zo goed mogelijk te instrueren. Dit is in de WAADI vastgelegd onder Artikel 11. De letterlijke tekst van WAADI Artikel 11 is als volgt:

Degene die arbeidskrachten ter beschikking stelt verschaft aan degene die ter beschikking wordt gesteld, informatie over de verlangde beroepskwalificatie en verstrekt aan die persoon de beschrijving, bedoeld in artikel 5, vijfde lid, van de Arbeidsomstandighedenwet, voordat de terbeschikkingstelling een aanvang neemt”. Einde citaat Artikel 11 WAADI.

Uit dit citaat van Artikel 11 van de WAADI komt duidelijk de verplichting naar voren die intermediairs, of bedrijven die arbeidskrachten ter beschikking stellen, hebben indien zijn hun personeel laten werken bij andere organisaties. Het gaat hierbij om de beroepskwalificatie. Dit is een vrij algemene term die men zou kunnen omschrijven als alle eisen en kwalificaties waaraan een arbeidskracht moet voldoen om de werkzaamheden te kunnen en te mogen uitvoeren. Dit zijn dus ook in belangrijke mate de selectiecriteria voor een uitzendonderneming. In Artikel 11 van de WAADI wordt ook gerefereerd aan Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet. Als men dit artikel leest komt duidelijk naar voren dat de inlenende werkgever ook verplichtingen heeft naar de uitzendonderneming toe met betrekking tot de instructie voor de uitzendkracht/ inlener op het gebied van veiligheid en gezondheid. In de volgende alinea kan hier meer over gelezen worden.

Doorgeleidingsplicht en Artikel 5 lid 5 Arbeidsomstandighedenwet
Inlenende bedrijven hebben ook verantwoordelijkheden met betrekking tot de informatieverschaffing aan de uitzendonderneming/ intermediair en de inleenkracht/ uitzendkracht. De Arbeidsomstandighedenwet is er primair op gericht dat werkgevers een zo gezond en veilig mogelijk werkklimaat creëren voor hun werknemers. Daarbij gaat het niet alleen om werknemers die op contactbasis, rechtstreeks in dienst zijn bij de werkgever ook tijdelijke krachten en flexkrachten dienen door de werkgever conform de Arbeidsomstandighedenwet te worden beschermd tegen risico’s, onveilige situaties en arbeidsomstandigheden die de veiligheid en gezondheid kunnen schaden. Tijdelijke krachten moeten goed op de hoogte worden gebracht van de arbeidsomstandigheden waarin ze terecht zullen komen als ze bij de inlener aan de slag gaan. Daarom is in Artikel 5 lid 5 van de Arbeidsomstandighedenwet het volgende vastgelegd:

Indien de werkgever arbeid doet verrichten door een werknemer die hem ter beschikking wordt gesteld, verstrekt hij tijdig voor de aanvang van de werkzaamheden aan degene, die de werknemer ter beschikking stelt, de beschrijving uit de risico-inventarisatie en -evaluatie van de gevaren en risico beperkende maatregelen en van de risico’s voor de werknemer op de in te nemen arbeidsplaats, opdat diegene deze beschrijving verstrekt aan de betrokken werknemer.

Dit artikel uit de Arbeidsomstandighedenwet maakt duidelijk dat de werkgever die als inlener optreed ook duidelijk verplichtingen heeft als hij werknemers wil inlenen. Het bedrijf is volgens de Arbeidsomstandighedenwet verplicht om de aanwezige risico’s in het bedrijf te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Daarnaast moet een bedrijf conform deze Arbowet ook deze risico’s trachten weg te nemen, te beperken en te beheersen. Daarvoor stelt het bedrijf een plan van aanpak op. Daaruit vloeien echter weer veiligheidsprocedures en veiligheidsinstructies voort. Ook werkinstructies zijn een gevolg van Risico Inventarisatie en Evaluatie. Het is echter van belang dat niet alleen de eigen personeelsleden deze instructies krijgen maar alle werknemers die binnen het bedrijf werkzaam zijn dus ook de inleenkrachten. Daarom moet een (potentiële) inlener aan de uitlener van personeel tijdig de benodigde informatie verstrekken met betrekking tot de werkzaamheden, kwalificaties, veiligheidsrisico’s en beheersmaatregelen.

Doorgeleidingsplicht tot slot
Artikel 11 van de WAADI en Artikel 5 lid 5 van de Arbowet vormen gezamenlijk de wettelijke basis van de doorgeleidingsplicht. Bedrijven die tijdelijke krachten willen inlenen moeten aan de uitleners duidelijke informatie verschaffen met betrekking tot de aard van de werkzaamheden en de risico’s die daarbij aan de orde komen. Ook de beheersmaatregelen en benodigde persoonlijke beschermingsmiddelen moeten worden benoemd (en verstrekt). Het verstrekken van de persoonlijke beschermingsmiddelen moet gedaan worden door de inlener en het toezicht op het gebruik van deze pbm’s moet worden gedaan door de operationeel leidinggevende van de inlener. De intermediair of de uitzendonderneming dient door te vragen tijdens de ontvangst van een vacature of opdracht. In dit doorvragen moet duidelijk naar voren komen wat de risico’s daadwerkelijk zijn en wat de uitzendkracht moet doen of moet laten om de risico’s te beperken of beheersbaar te maken. De uitzendonderneming zal deze informatie aan de uitzendkracht moeten overbrengen. Dit kan bijvoorbeeld door gebruik te maken van een personeelsinstructieformulier.

Wat is VCA?
Uitzendbureaus in de techniek en de bouw krijgen dikwijls te maken met opdrachtgevers die VCA gecertificeerd zijn. Deze VCA certificering is niet wettelijk verplicht maar is vaak wel sterk branche gebonden. Een VCA gecertificeerde onderneming moet aan bepaalde eisen voldoen om het VCA certificaat te ontvangen en te behouden. VCA staat voor VGM Checklist voor Aannemers. De letters VGM staan voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Dit zijn drie belangrijke kernonderwerpen in het VCA beleid van bedrijven. Bedrijven die VCA gecertificeerd zijn moeten hun personeel ook VCA certificeren. Op die manier wordt het naleven van het VCA niet alleen gedaan op basis van beleidsmatige theorie maar ook in de praktijk. VCA certificaten voor personeel zijn er in twee soorten:

  • Basis VCA: dit VCA certificaat is voor uitvoerende personeelsleden.
  • VOL VCA: dit VCA is voor operationeel leidinggevenden (VOL = Veiligheid Operationeel Leidinggevenden.

Ook uitzendkrachten die bij een VCA gecertificeerde onderneming aan de slag gaan dienen in bezit te zijn van een VCA certificaat. Uitzendondernemingen die deze uitzendkrachten bemiddelen moeten echter ook gecertificeerd zijn. Dit gebeurd doormiddel van het VCU certificaat dat een afgeleide is van het VCA certificaat. Over VCU kun je meer lezen in de volgende alinea of in de specifieke teksten op technischwerken.nl die dit onderwerp behandelen.

Wat is VCU?
VCU is het VCA certificaat voor uitzendbureaus. De letters VCU staan daarom ook niet voor niets voor Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Uitzendorganisaties kunnen een VCU certificering aanvragen. Deze certificering is net als het VCA ondergebracht bij de SSVV dit is de onafhankelijke Stichting Samenwerken Voor Veiligheid. VCU gecertificeerde uitzendondernemingen leggen extra de nadruk op veiligheid en gezondheid van hun uitzendkrachten. Dit uit zich ook in de doorgeleidingsplicht. Daarbij wordt in de werkinstructie duidelijk gevraagd of de uitzendkracht in bezit moet zijn van basis VCA of VCA VOL.

Wat is VIL VCU?
Naast de uitzendonderneming als organisatie wordt ook het interne personeel van de uitzendonderneming als het goed is gecertificeerd. Het is immers het personeel van het uitzendbureau dat de daadwerkelijke doorgeleidingsplicht ten uitvoering moet brengen door het verstrekken van een personeelsinstructie aan de uitzendkracht. Daarvoor is basiskennis nodig. Deze wordt geboden door het VIL VCU. Daarbij staat VIL voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden en VCU staat voor het eerder genoemde Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. Een VIL VCU certificaat is net als een VCA certificaat tien jaar geldig en is persoonsgebonden.

Wat is ergonomie?

Ergonomie is het ontwerpen, ontwikkelen, aanpassen en gebruiken van machines, werktuigen, meubilair en andere elementen van de werkplek op basis van de eigenschappen en fysieke mogelijkheden van mensen zodat de kans op gezondheidsproblemen zo klein mogelijk wordt gemaakt. Ergonomie kan ook worden beschouwd als de wetenschappelijke studie van mensen in relatie tot hun omgeving. Deze omgeving kan zowel de thuissituatie zijn als de werkomgeving oftewel de arbeidsomstandigheden.

Wat betekend ergonomie?
Het woord ergonomie is ontleend aan de Griekse woorden ‘ergon’ dat vertaald kan worden met het Nederlandse woord ‘werk’ en Griekse woord ‘nomos’ dat staat voor het Nederlandse woord ‘wet’. Men zou ergonomie op basis van deze verklaring letterlijk kunnen vertalen met de: ‘wet van het werk’. Als men het in Nederland heeft over de wet van het werk of arbeidsomstandigheden dan heeft men het over de Arbeidsomstandighedenwet die ook wel Arbowet wordt genoemd.

Arbowet
In de Arbowet heeft de Nederlandse overheid allemaal regels opgesteld met betrekking tot het beschermen van de veiligheid, gezondheid en het welzijn van de werknemers. Een werkplek en de arbeidsomstandigheden moeten in Nederland dus veilig zijn en de gezondheid van de werknemer niet in gevaar brengen. een goed ergonomisch ontwerp van werktuigen, gereedschappen en meubilair op de werkplek kan in belangrijke mate bijdragen aan het voorkomen van fysieke klachten van werknemers. Daarom zijn bedrijven verplicht om bij het indelen van de werkplek en het beschikbaar stellen van machines en gereedschappen zoveel mogelijk rekening te houden met de capaciteiten en mogelijkheden van de werknemers.

De Arbowet is een raamwet en bevat daardoor algemene regels met betrekking tot de veiligheid van werknemers en welke verplichtingen in dit kader aan werkgevers worden gesteld. Naast de Arbowet is er ook een Arbobesluit dit besluit is gebaseerd op de Arbowetgeving. Een groot deel van de meer dan 400 artikelen over arbeidsomstandigheden in het Arbobesluit gaan over de Europese Arbowetgeving.

De uitwerking van de Arbeidsomstandighedenwet en het Arbobesluit wordt geboden door de Arboregeling. De Arboregeling bevat een aantal een uitwerking van een aantal onderdelen van het Arbeidsomstandighedenbesluit. Hierin staan bijvoorbeeld een aantal bepalingen met betrekking tot meubilair, apparatuur en programmatuur. Ook de keuring van hijskranen en andere gereedschappen is hierin vastgelegd evenals de taken van de arbodienst.

Wat is een ergonomisch ontwerp?
Een ergonomisch ontwerp is een ontwerp van een product, machine, werktuig of meubel waarbij zoveel mogelijk is rekening gehouden met de afmetingen, capaciteiten en beperkingen van de persoon die ze gebruikt. Men kan bijvoorbeeld stoelen ontwerpen die perfect aansluiten op het lichaam of juist goed ingesteld kunnen worden zodat mensen de stoel zelf kunnen aanpassen aan de beste zithouding voor hun lichaam. Verder kunnen ook de handvaten van gereedschappen zo worden ontworpen dat er voldoende grip is voor de werknemer die ze hanteert. Werknemers kunnen ook een verschillende werkhoogte hebben waardoor in hoogte verstelbare werktafels bij veel bedrijven een belangrijk onderdeel vormen van het ergonomisch verantwoord werken.

Niet alleen stoffelijke zaken kunnen ergonomisch verantwoord zijn, bedrijven kunnen ook met hun bedrijfsbeleid duidelijk rekening houden met ergonomie en de taken en opdrachten aan de mens aanpassen in plaats van andersom. Op die manier kan ook de bedrijfsvoering ergonomisch zijn ‘ontworpen’. Men kan dus ergonomie in een aantal groepen indelen. In de volgende alinea’s wordt eerst de fysieke ergonomie behandeld, daarna cognitieve ergonomie en tot slot organisatie ergonomie.

Fysieke ergonomie
Fysiek is een ander woord voor lichamelijk. Als men het heeft over fysieke ergonomie dan heeft men het over de daadwerkelijke vormgeving van meubels, gereedschappen en machines. Ook woningen, trappen en deuren vallen onder de fysieke ergonomie. Fysieke ergonomie komt ook aan de orde bij de inrichting van auto’s, vliegtuigen, boten, treinen en andere vervoersmiddelen. Vervoersmiddelen die volledig met spierkracht van een mens worden aangedreven zoals een fiets zullen ontworpen zijn met een goed ergonomisch inzicht.

Op de werkplek wordt als het goed is ook aandacht besteed aan fysieke ergonomie. Werknemers moeten bijvoorbeeld op een ergonomisch verantwoorde bureaustoel werken en moeten een goed beeldscherm hebben. Bij zwaar werk waarbij producten van meer dan 23 kilogram of 25 kilogram worden getild zal een bedrijf hefmiddelen en hijsmiddelen beschikbaar moeten beschikbaar stellen. Werktafels moeten op de ideale werkhoogte van de werknemer(s) worden afgesteld. Een ander belangrijk aspect dat vaak vergeten wordt is verlichting. Een goede verlichting en vooral veel daglicht is goed voor de gezondheid van de werknemers en daarnaast bevorderlijk voor de kwaliteit van het werk omdat werknemers een beter zicht hebben op het werk. Dit is ook het geval met temperatuur en luchtvochtigheid. Ook deze factoren zijn van groot belang voor de gezondheid van de werknemer hoewel deze aspecten niet direct kunnen worden verwerkt in een ergonomisch ontwerp.

Cognitieve ergonomie
Cognitieve aspecten hebben te maken met het verstand en het nadenken van mensen. Als men het heeft over cognitieve ergonomie dan doelt men op het aanpassen van informatie en informatiebronnen op het denkvermogen en opleidingsniveau van de werknemers. Ook heeft men het hierbij over een bepaalde logica kortom informatie moet daar kunnen worden aangetroffen waar men logischerwijs naar de informatie zal zoeken. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan handleidingen waarin de benodigde informatie effectief gevonden kan worden en voorzien is van duidelijke afbeeldingen met een begrijpelijke toelichting. Verder zijn ook duidelijke instructies van belang deze instructies kunnen naast mondeling ook schriftelijk worden gegeven en vastgelegd.

Daarnaast is ook afwisseling tussen taken belangrijk voor de gezondheid van werknemers. Eentonig werk moet vermeden worden. Eentonig werk is niet alleen geestdodend het is vaak ook fysiek belastend omdat door langdurig werken in een statische houding ook de statische belasting van het lichaam toeneemt.

Organisatie-ergonomie
In de cultuur van het bedrijf en de beleidsvoering dient ook aandacht te zijn voor ergonomie. Hierbij heeft men het onder andere over een goede werksfeer en goede communicatielijnen tussen uitvoerende werknemers en hun leidinggevenden. Wanneer werknemers hun werkplek willen aanpassen om de fysieke belasting te verminderen dan moet daar binnen de organisatie een mogelijkheid voor zijn. Dat vergt vaak een ergonomisch beleid.

Datzelfde geld voor het werken in ploegendiensten. Werk in ploegendienst en onregelmatige diensten is meestal niet bevorderlijk voor de gezondheid voor de werknemers. Daarom moet een organisatie rekening houden met het dag-nachtritme van een mens. Als dit niet mogelijk is zal een organisatie er voor moeten zorgen dat het werken in ploegen zo weinig mogelijk gezondheidsschade oplevert voor de werknemers. Werknemers moeten voldoende rust krijgen.

In een ideale organisatie-ergonomie kan een werknemer de werkzaamheden aanpassen op zijn of haar privé-situatie. De balans tussen werk en privé wordt steeds belangrijker in de meeste organisaties. Dat zorgt er voor dat werknemers bijvoorbeeld ook thuis kunnen werken. Het thuis werken biedt echter ook nadelen voor de ergonomie. Een werkgever weet namelijk niet hoe iemand thuis werkt achter zijn of haar bureau. Daardoor weet een werkgever ook niet of de werknemer ergonomisch verantwoord werkt.

Ergonomie voor werkgever en werknemer
Ergonomie is echter ook een aspect van het werk waar een werknemer ook effectief mee bezig moet. Werknemers moeten er namelijk voor zorgen dat ze de arbeidsmiddelen die beschikbaar zijn gesteld door de werkgever op de juiste manier gebruiken. Ook persoonlijke beschermingsmiddelen moeten juist worden gebruikt en goed worden afgestemd op het lichaam van de persoon die ze draagt. Een werkgever is volgens de Arbowet verplicht om de werknemer de arbeidsmiddelen te verstrekken die voldoen aan ergonomische richtlijnen en de werknemer zal deze arbeidsmiddelen op de juiste manier moeten gebruiken.

Wat betekend de afkorting VCA van een VCA certificaat?

VCA is een term die veel wordt gebruikt op de bouw en in andere technische sectoren. Met VCA doelt men op een algemeen veiligheidscertificaat die veel werknemers in bezit moeten hebben voordat ze de werkzaamheden op bijvoorbeeld een bouwlocatie mogen uitvoeren. De term VCA is inmiddels zo bekend dat men vaak niet eens weet waar de afkorting VCA voor staat. De afkorting VCA betekend het volgende

  • De V staat voor VGM. Deze afkorting staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu
  • De C staat voor Checklist. Met een checklist wordt een vragenlijst bedoelt die is uitgewerkt in een screeningsysteem en doorlichtingssysteem.
  • De A staat voor Aannemers. Bedrijven die onder de aannemers vallen zijn bedrijven die werkzaamheden uitvoeren voor opdrachtgevers. Ze nemen dus het werk aan. Deze werkzaamheden worden vrijwel altijd op andere locaties dan de vestigingslocatie van het bedrijf. Hierbij kan men denken aan bouwlocaties.

Doel van VCA
VCA staat dus voor VGM, Checklist voor Aannemers. Het belangrijkste doel van VCA-certificering is het vorderen van de kennis met betrekking tot veilig werken voor werknemers (basis VCA) en leidinggevenden  VCA VOL) zodat het aantal ongelukken op de werkplek afneemt en de veiligheid en gezondheid van werknemers beter wordt beschermd door het beheersen van de activiteiten op de werkvloer.

VCA opleiding
VCA is een korte opleiding die op verschillende manieren kan worden gevolgd bijvoorbeeld door een digitale cursus of een klassikale opleiding. Het is ook mogelijk om VCA via een cursusboek te volgen. Het examen wordt meestal achter een computer uitgevoerd. Een SSVV erkende exameninstelling mag het VCA examen afnemen. Als het VCA examen wordt behaald ontvang de geexamineerde een VCA certificaat en een meestal ook een VCA pas in creditkaart formaat. Deze VCA pas zal de werknemer mee moeten nemen naar de werklocatie waar VCA is vereist.

Wat zijn steekflenzen?

Steekflenzen zijn flenzen die worden gebruikt als extra afsluitingsmiddel van een leiding of leidingsystemen zodat men veilig aan de andere zijde van de leiding kan werken. De andere zijde van de leiding kan bijvoorbeeld een besloten ruimte zijn. Er wordt uiteraard gewerkt met bestaande systeemafsluiters. Deze sluiten de leidingen die gevaarlijke stoffen transporteren af zodat de gevaarlijke stoffen niet in de buurt van de werknemers en werkzaamheden kunnen komen. Echter kan het gebeuren dat de systeemafsluiters door een fout of door onachtzaamheid weer open worden gezet. In dat geval is de steekflens een extra veiligheidsmiddel dat daadwerkelijk levens kan redden. Naast het afsluiten van een leiding zodat men in een besloten ruimte kan werken worden steekflenzen ook gebruikt als extra veiligheidsmiddel als men een deel van een installatie wil afsluiten voor:

  • het vervangen van afsluiters,
  • het inspecteren van leiding,
  • schoonmaken van een leiding,
  • spoelen van een leiding,
  • het afsluiten van een leiding die aangesloten is op een tank, vat of specifiek deel van een installatie.

Plaatsen van een steekflens
Uiteraard dient de steekflens door een ervaren werknemer, die voldoende kennis heeft van het plaatsen van steekflenzen, te worden aangebracht. Steekflenzen worden zo dicht mogelijk bij de ruimte waar de werknemers werkzaam zijn geplaatst. Dit kan bijvoorbeeld betekenen dat de steekflens dicht bij de besloten ruimte wordt geplaatst in een leiding als in de besloten ruimte werknemers werkzaam zijn. De steekflens bevind zich dan voor de duidelijkheid tussen de laatste afsluiter en de werkplek van de werknemers. Als de afsluiter open wordt gezet zal de steekflens er voor zorgen dat de (giftige, brandbare of explosiegevoelige ) gassen en vloeistoffen de werknemers niet kunnen bereiken.

RI&E en TRA
In een Risico Inventarisatie en Evaluatie kan het plaatsen van steekflenzen aan de orde komen evenals in het plan van aanpak dat gebaseerd is op deze RI&E. Daarnaast kan ook het plaatsen van een steekflens voorgeschreven zijn in een Taak Risico Analyse (TRA). Ook wordt in een werkvergunning vaak de toepassing van een steekflens voorgeschreven indien men werkt in een besloten ruimte waar leidingen op aangesloten zitten waar gevaarlijke stoffen doorheen (kunnen) worden getransporteerd.

Persoonlijke beschermingsmiddelen voor besloten ruimten

Werken in besloten ruimten is meestal niet zonder gevaar. Een besloten ruimte is een vaak kleine ruimte die doormiddel van een nauwe doorgang zoals een mangat kan worden bereikt. Over het algemeen is een besloten ruimte slecht geventileerd. Dat zorgt er voor dat de lucht van een besloten ruimte niet voortdurend wordt ververst tenzij er speciale voorzieningen worden getroffen zoals mechanische ventilatie. Omdat men niet precies weet wat de samenstelling is van de lucht in een besloten ruimte zal men metingen moeten verrichten en persoonlijke beschermingsmiddelen moeten dragen. Er zijn echter verschillende soorten persoonlijke beschermingsmiddelen die in besloten ruimten gedragen kunnen worden. Dit is voor een deel afhankelijk van de arbeidsomstandigheden in de besloten ruimte maar ook voor een deel afhankelijk van de werkzaamheden die daar uitgevoerd moeten worden. Hieronder staan een aantal voorbeelden van persoonlijke beschermingsmiddelen die in een besloten ruimte gedragen kunnen worden:

Algemene persoonlijke beschermingsmiddelen
Een aantal persoonlijke beschermingsmiddelen zijn niet direct verbonden aan het werken in besloten ruimten maar zijn juist algemene persoonlijke beschermingsmiddelen. Hierbij kan men denken aan werkschoenen (S3) of werklaarzen.

Brandgevaar
Als er gevaar is voor brand zal de werknemer werkkleding moeten dragen die vlam vertragend is. Ook kan onafhankelijke adembescherming nodig zijn voor het geval er brand ontstaat en er te weinig zuurstof aanwezig is door de rookontwikkeling en het feit dat vuur het zuurstof in een ruimte opbrand.

Verstikkingsgevaar
De hoeveelheid zuurstof in de atmosfeer is 21 procent. Als er minder zuurstof aanwezig is zal dat gevolgen hebben voor het menselijke lichaam. Bij een ernstig tekort aan zuurstof is de situatie levensbedreigend. Daarom zal men de hoeveelheid zuurstof in een besloten ruimte moeten meten. Als deze te laag is zal men adembescherming moeten bieden met extra toegevoegde zuurstof. Daarnaast kan men ook een persoonlijke monitor laten dragen door de werknemer zodat deze metingen kan doen in de lucht er omheen. Als er een schadelijk mengsel ontstaat zal er een alarm worden gehoord en/of gevoeld (trilfunctie). Dan dient de werknemer zo snel mogelijk zichzelf en collega’s in veiligheid te brengen.

Vergiftigingsgevaar
Als er gevaar bestaat voor vergiftiging zal men rekening moeten houden met het soort gif. Voor bepaalde gifsoorten heeft men adembescherming nodig terwijl men voor andere gifsoorten juist beschermende kleding moet dragen of een combinatie van adembescherming en beschermende kleding.

Explosiegevaar
In besloten ruimten kunnen verschillende gassen en dampen voor een explosief mengsel zorgen. Een explosief mengsel is niet of nauwelijks door het reukorgaan van een mens waar te nemen daarom gebruikt men een persoonlijke monitor of explosiemeter om de luchtmengsels te meten. Als dit mengsel gevaarlijk wordt dan zal een alarm afgaan en moet iedereen zich in veiligheid brengen. Bij explosieve mengsels speelt de LEL waarde en de UEL waarde een rol. De LEL waarde is de Lower Explosion Level en de UEL waarde is de Upper Explosion Level. De LEL is de laagste concentratie van een stof die nodig is om een explosie mogelijk te maken en de UEL is de bovenste grens oftewel de maximale hoeveelheid die van een stof in een mengsel aanwezig moet zijn om een explosie mogelijk te maken. Boven de UEL is er bijvoorbeeld te weinig zuurstof aanwezig om het mengsel tot ontploffing te brengen. LEL en UEL worden in een percentage aangegeven. Als het percentage van een bepaalde stof tussen de LEL en de UEL is spreekt men van een explosief mengsel.

Gehoorschade
Geluid kan in een kleine ruimte niet of nauwelijks wegkomen. Daarom zal gehoorbescherming bij bepaalde werkzaamheden in lawaaiige besloten ruimten verplicht moeten zijn. Bij 80 dB(A) wordt het ten zeerste aangeraden om gehoorbescherming te dragen om gehoorschade te voorkomen. Boven de 80 dB(A) bestaat de kans op langdurige gehoorschade en bij 85 dB(A) is het verplicht om gehoorbescherming te dragen. Bedrijven zijn dan ook uiteraard verplicht om de gehoorbescherming te verstrekken. Overigens dienen bedrijven ook bij 80 dB(A) gehoorbescherming beschikbaar te stellen. Er zijn verschillende soorten gehoorbescherming. Zo kan men gehoorkappen gebruiken of gehoorbescherming op maat zoals otoplastieken. Het type gehoorbescherming is afhankelijk van het geluid en ook van de werkzaamheden.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de gevaren en risico’s in besloten ruimten ook moeten verwerken evenals alle andere gevaren en risico’s die binnen het bedrijf op de werkvloer aanwezig zijn of kunnen ontstaan. Vervolgens dienen bedrijven indien mogelijk bronmaatregelen te nemen om het gevaar weg te nemen. Als dat niet kan zal het gevaar moeten worden gereduceerd en beheerst. Dit kan onder andere door het bieden van persoonlijke beschermingsmiddelen maar ook door technische maatregelen in de vorm van mechanische ventilatie en meetinstrumenten om de luchtsamenstelling te meten. Deze maatregelen zullen in de Risico Inventarisatie en Evaluatie ven een bedrijf moeten worden opgenomen.

Mangatwacht
Een mangatwacht wordt in de praktijk vaak ingezet als een extra veiligheidsmiddel. Een mangatwacht zal dicht in de buurt van het mangat of een andere toegang tot een besloten ruimte aanwezig moeten zijn en blijven. De mangatwacht houdt contact met de werknemers in de besloten ruimte achter het mangat. Een mangatwacht mag echter zelf de besloten ruimte niet betreden en dient dus te communiceren op afstand. Daarnaast macht de mangatwacht nooit zijn of haar positie verlaten. Als er gevaar is of gevaar dreigt zal de mangatwacht in actie moeten komen en tijdig de juiste hulpdiensten moeten inschakelen. Een mangatwacht kan ook als brandwacht functioneren en is dan bevoegd en uitgerust om kleine beginnende branden te blussen om zo de veiligheid te waarborgen.

Wat is een mangat?

Een mangat is een nauwe toegang tot een besloten ruimte waar een volwassen man  doorheen past. De term mangat wordt onder andere gebruikt in de technische sector en maritieme wereld. Zo spreekt men van een mangat als men het heeft over de opening van een stoomketel waardoor de monteur of installateur naar binnen kan om reparaties te verrichten. Ook een opening van een riool of besloten technische ruimte wordt mangat genoemd. Hieronder zijn een aantal sectoren in alinea’s benoemd waar mangaten aanwezig (kunnen) zijn.

Mangaten in de techniek
In de industrie wordt veel gebruik gemaakt van mangaten om technische ruimten te bereiken. Dit kunnen bijvoorbeeld ook de gedeelten zijn waar leidingen zijn aangebracht of de installaties voor de verwarming. Eveneens kunnen procestechnische installaties zijn vaak verstopt achter mangaten. Deze besloten ruimten kunnen gevaar opleveren omdat in de (chemische) industrie gevaarlijke stoffen vrij kunnen komen. Een besloten ruimte achter een mangat wordt vaak nauwelijks geventileerd en dat zorgt er voor dat er naast gevaarlijke stoffen ook nauwelijks zuurstof aanwezig kan zijn.

Daarom moeten werknemers die een besloten ruimte binnentreden belangrijke veiligheidsmaatregelen nemen en specifieke persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit kan adembescherming zijn maar ook een persoonlijke monitor en persoonlijke explosiemeter waarmee gevaarlijke explosieve mengsels tijdig kunnen worden opgespoord in de atmosfeer van de besloten ruimte. Tot slot dient er meestal een mangatwacht aanwezig te zijn als er werkzaamheden in een besloten ruimte worden uitgevoerd. De mangatwacht dient voortdurend contact te houden met de werknemers die in een besloten ruimte werken maar mag zelf de besloten ruimte niet naar binnen treden. De mangatwacht dient snel en effectief op te treden wanneer de veiligheid en gezondheid van de werknemers in de besloten ruimte in gevaar dreigt te komen.

Mangaten in de maritieme sector
Mangaten treft men ook aan op zeeschepen en marineschepen. Deze worden bijvoorbeeld gebruikt om van het ene dek naar het andere dek toe te gaan. De dekken van schepen kunnen doormiddel van stalen trappen worden bereikt. Deze stalen trappen komen uit bij mangaten. Er zijn verschillende mangaten aan boord op schepen. De zogenaamde bovendekse mangaten bevatten meestal geen deksel waarmee het mangat kunnen worden afgesloten. Onderdekse mangaten kunnen vaak wel worden afgesloten met mangatdeksels. Vooral dieper gelegen besloten ruimten in machinekamers kunnen vaak hermetisch afgesloten worden met handpalklemmen of een wielhengsel.

De reden waarom men mangatdeksels gebruikt is om de ruimten af te sluiten wanneer er calamiteiten plaatsvinden. Op die manier kan men compartimenten afsluiten als gedeelten van het schip vol water lopen of als er branden ontstaan. Het afsluiten van een mangatdeksel mag pas gebeuren als de laatste persoon de ruimte heeft verlaten.

Ook kunnen schepen of duikboten een mangat bevatten aan de buitenzijde van het vaartuig. Hiermee kan men dus via een mangat het schip of de duikboot verlaten. Ze worden gemonteerd in een onderzeeverblijf waar men via het mangat het verblijf kan bereiken of verlaten.

Mangaten in vliegtuigen
Ook vliegtuigen kunnen mangaten bevatten. Deze worden gebruikt door personeel om via ladders naar andere compartimenten te gaan. Zo kan men ook technische ruimten in vliegtuigen bereiken door via een mangat en een ladder te klimmen.

Bij diepzeeonderzoekingen kunnen duikers, via een mangat, uit of in het diepzeecompartiment van een duikklok of onderzeeverblijf zwemmen. Deze onderzeese mangaten kunnen, natuurlijk voor de veiligheid, afgegrendeld worden.

Wat is een mangatwacht of buitenwacht?

Een mangatwacht of buitenwacht is een werknemer die belast is met het houden van toezicht op werknemers, werkzaamheden en veiligheidsaspecten met betrekking tot besloten ruimtes. Een mangatwacht bevind zich zo dicht mogelijk in de buurt van de opening (gat) van een besloten ruimte. In deze tekst is informatie weergegeven over wat een mangat is en wat een mangatwacht doet. Omdat voor deze functie verschillende synoniemen worden gebruikt zijn de verschillende benamingen voor een mangatwacht eveneens in deze tekst verwerkt.

Wat is een mangat?
Een mangat is een opening in bijvoorbeeld een stoomketel, riool of besloten ruimte waar een man door heen past. Een mangat is vaak aangebracht om er voor te zorgen dat monteurs en lassers bij een deel van een besloten ruimte kunnen komen om daar werkzaamheden te kunnen verrichten. Over het algemeen kan een mangat afgesloten worden met een luik. Onder dit luik kan een vast gemonteerde trap aanwezig zijn zodat de werknemer naar boven of naar beneden kan klimmen. Het is echter belangrijk te weten dat men niet zonder toestemming een mangat kan binnentreden.

Werken in ene mangat brengt gevaren mee
In de besloten ruimte achter een mangat kunnen namelijk gevaarlijke stoffen aanwezig zijn of te weinig zuurstof waardoor het leven van de werknemer in gevaar kan komen. Het percentage zuurstof dient in ieder geval 21 procent te zijn van het totale luchtmengsel. Daarnaast moet het resterende deel van het luchtmengsel niet bestaan uit brandbare stoffen omdat anders een groot risico op brand aanwezig is. Bovendien kan een explosief mengsel aanwezig zijn. De hoeveelheid brandbare dampen en explosieve stoffen dient 10 procent lel (lower explosion level) te zijn.

In een Risico Inventarisatie en Evaluatie dient een bedrijf aandacht te hebben besteed aan de gevaren van de besloten ruimten binnen het bedrijf. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie dient daarnaast te worden aangegeven hoe de risico’s doormiddel van een plan van aanpak worden verholpen. Vaak moeten werknemers die in een besloten ruimte werken speciale persoonlijke beschermingsmiddelen dragen en voorzien worden van een persoonlijke explosiemeter en een persoonlijke monitor waarmee de aanwezigheid van gevaarlijke stoffen en explosieve luchtmengsels tijdig kunnen worden gemeten. Deze meetinstrumenten dienen bovenop de kleding van de werknemer te worden gedragen zodat de metingen van het meetinstrument goed kunnen worden gedaan en het alarm goed hoorbaar is wanneer schadelijke en gevaarlijke concentraties worden gemeten.

Synoniemen voor mangatwacht
Een mangat vormt over het algemeen de toegang tot een besloten ruimte daarom noemt men een werknemer die hier de wacht houdt een mangat wacht. Omdat deze toezichthoudende werknemer buiten de besloten ruimte de wacht houdt spreekt men ook wel van een buitenwacht. De term veiligheidswacht wordt echter ook gebruikt omdat deze wacht er voornamelijk is voor de veiligheid van de werknemers die in de besloten ruimte echter het mangat werken.

Werkvergunning
In de alinea’s hiervoor is duidelijk gemaakt wat een mangat is en welke risico’s aan het werken in een besloten ruimte achter een mangat verbonden zijn. Deze risico’s zijn niet gering en daarom moet er alles aan gedaan worden om de risico’s weg te nemen, te beperken en te beheersen. Daar moet aandacht aan worden besteed in een Risico Inventarisatie en Evaluatie maar ook in de praktijk. Als een werknemer aan het werk gaat in een besloten ruimte dan zal hij of zij daarvoor toestemming moeten krijgen van de verantwoordelijke leidinggevende. Dikwijls is een werkvergunning vereist voor werken in besloten ruimten. Daarnaast zijn specifieke veiligheidsregels vastgelegd voor personen die in een besloten ruimte werken maar ook voor de mangatwacht.

Wat doet een mangatwacht?
Het belangrijkste dat een mangatwacht moet doen is er voor zorgen dat de veiligheid van zijn collega’s (die in de besloten ruimte werken) en zichzelf niet in gevaar wordt gebracht. Een belangrijk aspect hierbij is de communicatie. Er dient tussen de mangatwacht en de werknemer(s) in de besloten ruimte een goede communicatie te zijn. Doormiddel van een veiligheidstouw en een portofoon kan de communicatie tussen de mangatwacht en de werknemers tot stand worden gebracht. Er kan ook gebruik worden gemaakt van andere communicatieapparatuur. Naast communicatie tussen de mangatwacht en de werknemers dient er ook communicatie te zijn met de hulpdiensten van het bedrijf wanneer er een noodgeval plaatsvind of dreigt plaats te vinden.

Een mangatwacht moet bij het mangat blijven en mag hier niet vandaan gaan. Ook mag de mangatwacht de besloten ruimte achter het mangat niet betreden. De mangat moet dus altijd buiten het mangat blijven. Hoewel het werk van een mangatwacht op het eerste oog passief lijkt is dit in de praktijk zeker niet het geval. De mangatwacht dient actief contact te houden met het personeel in de besloten ruimte en daarnaast kan de mangatwacht ook als brandwacht optreden. Er kunnen preventieve controles worden verricht op het gebied van brandveiligheid. Als de mangatwacht tevens een brandwacht is heeft hij ook de taak en vaardigheden om een beginnende brand onder controle te krijgen.

De taken en verantwoordelijkheden van een mangatwacht zijn divers en zijn afhankelijk van de specifieke factoren op de werksituatie. Op basis van een Taak Risico Analyse kunnen de gevaren van een besloten ruimte in kaart worden gebracht. Vaak staat in een werkinstructie nauw omschreven wat men wel en niet mag doen in en rondom een besloten ruimte. Een mangatwacht krijgt vaak een nauwkeurige omschrijving van de taken en verantwoordelijkheden waarvoor hij of zij is opgesteld.

Wat is werken in besloten ruimten?

Werken in besloten ruimten is: het uitvoeren van werkzaamheden in een kleine ruimte die moeilijk toegankelijk is, slecht geventileerd kan worden en waar mogelijk gevaarlijke stoffen aanwezig zijn. Werken in besloten ruimten is een vrij breed begrip omdat er heel veel verschillende besloten ruimten zijn en diverse werkzaamheden uitgevoerd kunnen worden. Een belangrijk aspect dat alle werkzaamheden in besloten ruimten met elkaar gemeen hebben is dat ze in meer en mindere mate risico’s met zich meebrengen voor de veiligheid en gezondheid van de werknemers.

Werken in besloten ruimte en risico’s
Werken in een besloten ruimte is geen ideale werkplek voor werknemers vanwege de risico’s maar ook voor de fysieke belasting. Werknemers die werken in besloten ruimten kunnen vaak nauwelijks vrij bewegen en moeten zich bijvoorbeeld kruipend verplaatsen wat weer een extra belasting oplevert voor de knieën schouders en nek. De nauwe ruimten zorgen er tevens voor dat een werknemer bij een gevaar niet snel de werkplek kan verlaten.

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Het is duidelijk dat werken in besloten ruimten extra risicovol is en daarom dient een bedrijf met deze risico’s rekening te houden in een Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) dat onderdeel vormt van een arbobeleid van een organisatie. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie dient het bedrijf ook aandacht te besteden aan de aanwezigheid van gevaarlijke gassen en de mogelijke afwezigheid van zuurstof in besloten ruimten. Deze factoren brengen aanzienlijk hoge risico’s met zich mee. Voorkomen is beter dan genezen. Daarom moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven wat ze gaan doen om de risico’s op de werkplek weg te nemen.

Bronbestrijding
Bronbestrijding is de beste manier om risico’s te bestrijden. Brandbestrijding houdt in dat de gevaarlijke stoffen worden verwijderd of dat de besloten ruimten open worden gemaakt en beter worden geventileerd zodat er geen sprake meer is van een besloten ruimte. Gevaren worden bij de bron bestreden wanneer dat mogelijk is. Als bronbestrijding en technische maatregelen niet mogelijk zijn zullen bedrijven er alles aan moeten doen om de risico’s te beheersen.

Beheersen van risico’s
Dit houdt in dat de werknemers duidelijke veiligheidsinstructies krijgen, persoonlijke beschermingsmiddelen en een persoonlijke monitor of persoonlijke explosiemeter. Met de persoonlijke monitor en de explosiemeter kunnen gevaarlijke (explosieve) mengsels in de lucht van een besloten ruimte worden opgemerkt en wordt doormiddel van alarmsignalen de werknemer gewaarschuwd. De werknemer zal zichzelf en anderen dan zo snel een goed mogelijk in veiligheid moeten brengen.

Overigens kan ademhalingsapparatuur nodig zijn wanneer er schadelijke stoffen in de lucht van de besloten ruimte aanwezig zijn. De ademhalingsapparatuur in combinatie met beschermende kleding kan wel voor zorgen dat de werknemer zich nog moeilijker kan bewegen. Dit moet er echter niet voor zorgen dat de werknemer de beschermingsmiddelen niet gaat dragen want dan kunnen levensgevaarlijke situaties ontstaan! Werknemers moeten door de werkgever gewezen worden op de aanwezige gevaren in een besloten ruimte en de mogelijke gevaren die kunnen ontstaan tijdens het uitvoeren van werkzaamheden. Er kunnen namelijk ook tijdens werkzaamheden gevaarlijke stoffen vrijkomen. We noemen hieronder een aantal specifieke gevaren die in besloten ruimten aanwezig kunnen zijn. Deze gevaren kunnen ook in andere arbeidsomstandigheden aanwezig zijn maar zorgen vaak in besloten ruimten voor extra gevaar.

Zuurstoftekort in besloten ruimte
Een besloten ruimte is een kleine ruimte. Zoals eerder genoemd kan deze ruimte te weinig zuurstof bevatten. De lucht in de atmosfeer bestaat voor ongeveer 79 procent uit stikstof en ongeveer 21 procent zuurstof. Wanneer dit zuurstofpercentage omlaag gaat wordt het gevaarlijk voor levende wezens waaronder mensen. Een tekort aan zuurstof kan een mens echter niet waarnemen met zijn zintuigen. Wanneer er bijvoorbeeld slechts 12 procent zuurstof in de ruimte aanwezig is zal de persoon bewusteloos raken en binnen korte tijd de controle verliezen over de spieren, ademhaling en hersenen. Dan is het echter te laat. Daarom moet men altijd zeker zijn van voldoende zuurstof in een besloten ruimte of men moet ademhalingsapparatuur dragen waarmee zuurstof wordt toegevoegd.

Brand en explosiegevaar
Besloten ruimten zijn klein en er kan daardoor naast een gebrek aan zuurstof ook een overvloed aan schadelijke gassen aanwezig zijn waardoor een explosief mengsel kan ontstaan. Voor brand is echter altijd zuurstof nodig maar door het ontstaan van brand kan wel de zuurstof in de ruimte worden verbruikt door het vuur en kan men alsnog verstikken door een te kort aan zuurstof en/of door de rook. Bovendien worden de LEL waarde eerder bereikt. LEL staat voor Lower Explosion Level, dit is de onderste explosiegrens van een mengsel. Als de LEL wordt overschreden ontstaat er een groot gevaar op explosies die al bij een kleine vonk kunnen ontstaan.

Vergiftiging
Uiteraard is er door de mogelijke aanwezigheid van schadelijke stoffen ook de kans op vergiftiging. Mensen kunnen de schadelijke stoffen inademen en daardoor acute maar ook chronische vergiftiging oplopen. Dit is afhankelijk van de stoffen die ze binnen krijgen waarbij zowel de hoeveelheid als het soort giftige stof een rol speelt. Bij de hoeveelheid speelt de grenswaarde een rol. De grenswaarde werd in het verleden wel aangeduid met de MAC waarde.  De MAC waarde is de Maximaal Aanvaarde Concentratie die van een stof aanwezig kan zijn zonder gevaar op te leveren voor de gezondheid (van een jonge gezonde werknemer). De grenswaarde of MAC- waarde wordt echter sneller bereikt in een kleine slecht geventileerde ruimte.  Daarom is de kans op vergiftiging groter in kleine besloten ruimten.

Elektrocutie
Kleine besloten ruimten kunnen ook gevaarlijk zijn in verband met elektrocutie. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer men in vochtige besloten ruimten werkt die gemaakt zijn van materiaal dat goed elektriciteit geleid. Als er een defect aanwezig is in een elektrische installatie bijvoorbeeld een kapotte isolatie rondom een elektriciteitskabel die onder spanning staat dan kan dat er voor zorgen dat een metalen behuizing of metalen ruimte ook onder spanning komt te staan. Om die reden zal men altijd trachten gebruik te maken van een veilige wisselspanning van maximaal 50 volt of een gelijkspanning van 120 volt. hoewel deze elektrische spanning voor mensen niet direct gevaar oplevert kan deze elektrische spanning wel een explosief mengsel tot ontploffing brengen.

Combinatie van gevaren
Uit de laatste regel van de vorige alinea wordt duidelijk dat er een combinatie van gevaren aanwezig kan zijn. Het ene gevaar kan het andere gevaar veroorzaken en andersom. Door een brand kan de zuurstof opraken en kan men stikken. Door een kortsluiting kan een explosief mengsel tot ontploffing worden gebracht. Ook kan de kans op vergiftiging toenemen wanneer luchtmengsels wijzigen. Daarom dient men tijdens een risico inventarisatie en evaluatie veel aandacht te besteden aan de bestaande gevaren maar ook de nieuwe gevaren die kunnen ontstaan indien factoren in een besloten ruimte veranderen. Voor het werken in een besloten ruimte heeft men daarom dikwijls een werkvergunning nodig. Een werkvergunning is niet wettelijk verplicht maar kan wel verplicht worden door een opdrachtgever die tevens de vergunningverstrekker is.

Aanvragen werkvergunning (veiligheid)

Een werkvergunning voor het uitvoeren van werk in een risicovolle omgeving is niet wettelijk verplicht. In de praktijk komt het echter vaak voor dat organisaties in de petrochemie, chemie en andere risicovolle omgevingen een werkvergunning vereisen. Bedrijven die onder toezicht van deze organisaties specifieke werkzaamheden gaan uitvoeren zullen hiervoor een werkvergunning moeten aanvragen. Dan komen de volgende vragen natuurlijk naar voren: ‘hoe vraag ik een werkvergunning aan?’ en: ‘waar vraag ik een werkvergunning aan?’. Deze vragen worden in onderstaande tekst beantwoord.

Wie kan een werkvergunning aanvragen?
Allereerst heeft niet iedereen een werkvergunning nodig. Alleen werknemers en bedrijven die werkzaamheden (willen) verrichten voor een organisatie die werkvergunningen verplicht stelt zullen ook daadwerkelijk in bezit moeten zijn van een werkvergunning voor de werkzaamheden die ze willen uitvoeren. Echter zullen bedrijven die werkvergunningen hanteren niet voor alle werkzaamheden een werkvergunning vereisen. Meestal gaat het om risicovolle werkzaamheden en/of werkzaamheden in een risicovolle omgeving.

Als risicovolle werkzaamheden worden uitgevoerd in een risicovolle omgeving kan zelfs een aanvullende werkvergunning vereist zijn. Alleen bedrijven die capabel genoeg zijn om de aangegeven werkzaamheden uit te kunnen voeren kunnen een aanvraag voor een werkvergunning indienen bij een opdrachtgever. Deze bedrijven dienen over medewerkers te beschikken die voldoende onderricht zijn en over de juiste certificaten beschikken. Voor het uitvoeren van werkzaamheden in een risicovolle omgeving is het namelijk belangrijk dat de werknemers weten wat ze moeten doen en hoe ze dat moeten doen. Dit draait voor een groot deel om kennis en ervaring. De aanvrager van een werkvergunning moet vakdeskundig zijn en wordt daarom ook wel de vakdeskundige genoemd daarnaast moet de aanvrager

Hoe vraag ik een werkvergunning aan?
Voor het aanvragen van een werkvergunning dient iemand vakdeskundig te zijn. Bovendien zal men toestemming moeten hebben van het bedrijf om een aanvraag voor een werkvergunning in te dienen. Het moet duidelijk zijn wie toestemming heeft om als aanvrager voor een werkgunning op te treden.

Verder moet er voor de aanvraag voor een werkvergunning duidelijk worden aangegeven wat de werkzaamheden zijn die uitgevoerd zullen moeten worden. Daarnaast moeten ook de maatregelen worden benoemd die de werkvergunninghouder moet nemen om de werkzaamheden conform de veiligheidsvoorschriften uit te voeren.

De aanvrager van de werkvergunning zal ook een risicocategorie aan moeten geven. Deze risicocategorie kan hoog of laag zijn. Daarbij kan een Taak Risico Analyse oftewel een TRA worden vereist door de vergunningverlener. Door het zetten van een handtekening op het aanvraagformulier van de werkvergunning geeft de vergunningaanvrager aan dat hij of zij de vergunningsaanvraag juist en naar waarheid heeft ingevuld.

Een aanvraag voor een werkvergunning wordt een bepaalde periode voor de daadwerkelijke startdatum van de werkzaamheden ingediend. Deze periode kan echter verschillen per opdrachtgever. Daarom zal voor de aanvraag van de werkvergunning duidelijk moeten zijn wanneer de aanvraag voor de werkvergunning bij de vergunningverstrekker binnen moet zijn. Uiteraard dient men ook te weten waar de behandeling voor de werkvergunning zal moeten worden ingediend.

Waar vraag ik een werkvergunning aan?
Een aanvrager voor een werkvergunning zal de vergunningsaanvraag moeten indienen bij de verstrekker van de werkvergunning. De verstrekker is meestal de leidinggevende op de werkplek of de leidinggevende van de afdeling waar de werkzaamheden zullen moeten worden uitgevoerd. De vergunningverstrekker zal de aanvraag moeten beoordelen. Daarbij wordt onder andere gekeken of de vergunningaanvrager de juiste veiligheidsmaatregelen zal nemen tijdens de uitvoering van de werkzaamheden. Indien nodig zullen er extra eisen met betrekking tot de veiligheid worden opgelegd. Er worden daarnaast specifieke operationele aandachtspunten gegeven. Ook dient de vergunningverstrekker goed te beoordelen of er andere werkzaamheden en factoren invloed hebben op het werk waarvoor de werkvergunning wordt aangevraagd.

De verstrekker van de werkvergunning is eindverantwoordelijke. Deze moet dus beoordelen of de aanvraag duidelijk is en of de juiste maatregelen zijn genomen door de verstrekker (dit is hij of zij zelf). De verstrekker is ook verantwoordelijk voor de controle of de vergunninghouder (degene die de werkvergunning heeft ontvangen) de inhoud van de werkvergunning begrijpt evenals de instructies die er bij worden gegeven.

Wat is een werkvergunning (veiligheid)?

Werkvergunning is een benaming voor een bindend middel die een nauwkeurige, vastgelegde omschrijving bevat van werkmethoden, activiteiten en werkzaamheden die een werkvergunninghouder wel en niet mag uitvoeren op een bepaalde werkplek zodat de efficiëntie en veiligheid op de werkplek zo goed mogelijk worden gewaarborgd. Kort samengevat bevat een werkvergunning informatie over:

  • welke persoon,
  • onder omschreven omstandigheden,
  • in een bepaalde periode,
  • duidelijk omschreven werkzaamheden,
  • onder duidelijk omschreven voorwaarden, mag uitvoeren.


Er zijn in de praktijk verschillende soorten werkvergunningen in de omloop. Een van de bekendste is de Deltalinqs” werkvergunning. Daarom wordt in deze tekst als voorbeeld aandacht besteed aan de opbouw van deze werkvergunning. In onderstaande tekst is verder informatie gegeven over de doelstelling van werkvergunningen, de toepassing, de begrippen vergunningverlener en vergunninghouder, instructie over de werkvergunning, de inhoud, onderdelen en verschillende soorten werkvergunningen.

Wat is de doelstelling van werkvergunningen?
Uit bovenstaande omschrijving komt naar voren dat het uiteindelijke doel is dat de veiligheid wordt gewaarborgd. Het hoofddoel van de werkvergunning is daarom ook de veiligheid op de werkplek bevorderen. Dit doel kan met de werkvergunning op een aantal manieren worden bereikt. De volgende aspecten van een werkvergunning kunnen er voor zorgen dat het hoofddoel kan worden behaald:

  • De bedrijfsregels dienen stapsgewijs te worden uitgevoerd en vastgelegd.
  • De verantwoordelijkheden moeten duidelijk worden vastgelegd.
  • Duidelijk vastleggen onder welke omstandigheden werk mag worden uitgevoerd.
  • Omschrijving in de vorm van een eenduidige uitleg van werkmethoden en activiteiten.

De werkvergunning moet zorgvuldig worden opgesteld zodat werknemers die zich houden aan de werkvergunning geen gevaar of schade kunnen veroorzaken aan mensen, milieu, installaties, machines, werktuigen, gebouwen en constructies.

Waar worden werkvergunningen gebruikt?
Werkvergunningen worden over het algemeen in procedures opgenomen van bedrijven met een verhoogd veiligheidsrisico. In een kantooromgeving zal men niet snel werken met werkvergunningen maar bij bedrijven in de petrochemie is een werkvergunning een bekend begrip. Voor risicovolle werkzaamheden of werkzaamheden aan installaties die een gevaar kunnen opleveren voor mens en milieu worden werkvergunningen gemaakt om duidelijk aan te geven wat een werknemer wel en niet mag doen. Opdrachtgevers kunnen een werkvergunning eisen. Het is echter niet wettelijk verplicht om werkvergunningen te gebruiken. Om die reden worden niet overal werkvergunningen gebruikt. In de praktijk worden werkvergunningen vaak wel gebruikt voor werkzaamheden aan of bij elektriciteitscentrales, gaswinninginstallaties, aardoliebedrijven en bedrijven in de chemische industrie.

Vergunningverlener en vergunninghouder
De installatiedeskundige zal optreden als de vergunningverlener en de uitvoeringsdeskundige is de vergunninghouder. Men heeft het ook wel over de verstrekker van de werkvergunning en de houder van de werkvergunning. Voor de verduidelijking is de verstrekker de toezichthoudende afdeling en is de houder van de werkvergunning het bedrijf of de persoon die het werk daadwerkelijk gaat uitvoeren. In de werkvergunning staan duidelijke afspraken en voorwaarden opgesteld die er voor moeten zorgen dat de werkzaamheden veilig worden uitgevoerd. Een werkvergunning bevat bindende afspraken tussen de vergunningverlener en de vergunninghouder en bevat een checklist van veiligheidspunten die de vergunninghouder moet naleven.

Instructie over werkvergunningen
Werknemers die in de praktijk te maken krijgen met werkvergunningen zullen daarvoor een instructie moeten volgen. Ze moeten weten wat het belang is van de werkvergunning en waarom deze is opgesteld. Veiligheid draait voor een groot deel om bewustwording. Onveilige handelingen vormen één van de grootste oorzaken van ongevallen. Daarom dienen werknemers gewezen te worden op het belang van het naleven van de veiligheidsregels. De werkvergunning bevat ook regels en afspraken die de veiligheid bevorderen. Daarom is de werkvergunning geen symbolisch document maar een belangrijk document dat kaders biedt waarbinnen een werknemer zijn of haar werkzaamheden kan en mag uitvoeren.

Inhoud werkvergunning
De werkvergunning bevat informatie over welke maatregelen genomen moeten worden voor de aanvang van de werkzaamheden. Deze maatregelen zijn voorzorgsmaatregelen en kunnen verband houden met het aanmelden op het terrein bij een bepaald persoon.

Daarnaast is er informatie weergegeven die gehanteerd moet worden tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Hierin staat wat een werkvergunninghouder wel en niet mag doen op de werkplek. Ook is aangegeven op welke locatie de werkzaamheden uitgevoerd moeten worden. De meeste werkvergunningen zijn gebonden aan een bepaalde locatie op een werkterrein. Daarbuiten mag een werknemer zich niet bevinden en al helemaal geen werkzaamheden uitvoeren.

Een werkvergunning bevat daarnaast algemene veiligheidsregels en protocollen waaraan een vergunningshouder zich dient te houden. Deze staan ook in het handboek bedrijfsprocedures. In dit handboek is ook beschreven wat de bevoegdheid van bepaalde functionarissen voor het verstrekken van werkvergunningen.

Waaruit bestaat een werkvergunning?
Werkvergunningen zijn, zoals eerder genoemd, geen wettelijke verplichting. Daarom is ook niet wettelijk voorgeschreven hoe een werkvergunning moet zijn opgebouwd en wat de inhoud van een werkvergunning precies moet zijn. Daarom hanteren we in deze alinea de opbouw van een gangbare werkvergunning namelijk de Deltalinqs werkvergunning. Zoals in de inleiding is benoemd is de Deltalinqs werkvergunning een veel voorkomende werkvergunning. Deltalinqs is overigens een ondernemersvereniging die bestaat uit verschillende bedrijven in de Rotterdamse haven en het industriegebied dat daaromheen is gebouwd. Omdat in dit grote havengebied veel chemische bedrijven actief zijn kan men spreken van een gebied met een verhoogd risico. Daarom hanteert Deltalinqs werkvergunningen om de veiligheid te bevorderen. De opbouw van een Deltalinqs werkvergunning is als volgt:

  • De aanvraag van de werkzaamheden waarin staat om welke taken en werkzaamheden het precies gaat. Dit deel kan ook een Taak Risico Analyse (TRA) bevatten.
  • De maatregelen die genomen moeten worden door de verstrekker van de werkvergunning dit is de toezichthoudende afdeling die in de praktijk de vergunningverstrekker of vergunningverlener is. Deze maatregelen hebben te maken met het creeeren van een zo veilig mogelijke werkplek voor de werknemers (dus ook de vergunninghouders).
  • De maatregelen die genomen dienen te worden door de vergunninghouder. Dit is het bedrijf of de werknemer die de werkzaamheden daadwerkelijk gaat uitvoeren. In dit deel zijn de taken beschreven die de vergunninghouder heeft.
  • De bekrachtiging van de werkvergunning. Dit wordt gedaan door de vergunningverlener. Met de bekrachtiging wordt de geldigheid van de werkvergunning duidelijk gemaakt. Ook de taken van de verstrekker op het gebied van de controle op de naleving van de voorzorgsmaatregelen en het dagelijks vrijgeven van de werkvergunning bij ongewijzigde omstandigheden hoort bij de bekrachtiging van de werkvergunning door de vergunningverlener.

Verschillende soorten werkvergunningen
Er kunnen in de praktijk verschillende soorten werkvergunningen worden aangevraagd en verstrekt. Het verschil van de werkvergunningen heeft onder andere te maken met specifieke risico’s. Zo kunnen er werkvergunningen worden verstrekt voor het uitvoeren van graafwerkzaamheden (in de buurt van gasleidingen). Ook kunnen werkvergunningen worden verstrekt voor het saneren van asbest door deskundige gecertificeerde asbestsaneerders. Er zijn ook werkvergunningen die specifiek worden verstrekt aan werknemers en bedrijven die werkprocessen uitvoeren waarbij veel hitte vrijkomt. Hierbij kan men denken aan TIG-lassen van leidingen. Een vergunningverlener kan hiervoor een specifieke heetwerkvergunning verstrekken.

Aanvullende werkvergunningen
Een werkvergunning kan tevens een aanvullende werkvergunning bevatten. Een vergunningverlener kan een aanvullende werkvergunning opstellen indien er in een bepaald risicovol werkgebied ook extra risicovolle werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer werknemers op grote hoogte moeten werken in een risicovolle omgeving of juist in besloten ruimten. Ook voor specifieke graafwerkzaamheden in de buurt van leidingen waar gas of olie doorheen wordt getransporteerd kan een aanvullende werkvergunning worden vereist. Dit wordt echter door de vergunningverlener vereist. Dit is de opdrachtgever. Ook bij risicovolle werkzaamheden is er geen wettelijke verplichting voor werkvergunningen.

Wat zijn kleine blusmiddelen?

Kleine blusmiddelen zijn blusmiddelen die bedoeld zijn om een kleine branden of beginnende branden te blussen. Kleine blusmiddelen zijn over het algemeen compacte blusmiddelen. Hierbij kan men denken aan een blusdeken, een poederblusser of een sproeischuimblusser. Dit zijn handzame blusmiddelen die over het algemeen eenvoudig kunnen worden gebruikt na een korte instructie.

Ook brandslanghaspels die op de waterleiding zijn aangesloten worden tot de kleine blusmiddelen gerekend. Deze brandslangen zijn opgerold en leveren onbeperkt water maar de actieradius van dit blusmiddel is afhankelijk van de lengte van de brandslag. Dit kan 20 meter, 25 meter of 30 meter zijn. Tot slot worden ook automatische installaties en stationaire installaties tot de kleine blusmiddelen gerekend. Hierbij kan men denken aan de sprinklerinstallaties die feitelijk niet door mensen worden bedient maar in werking treden als een smeltzekering bij een bepaalde temperatuur stuk springt en daardoor het water door de sprinkler kan sproeien.

Verschillende soorten branden
Uit de hiervoor genoemde voorbeelden voorbeelden blijkt hoeveel kleine blusmiddelen er zijn. Het is niet verwonderlijk dat er zoveel verschillende blusmiddelen bestaan. Er zijn namelijk ook verschillende soorten branden. Zo kunnen vaste stoffen in brand vliegen maar ook gassen en vloeistoffen. Niet elk blusmiddel is geschikt om elke brand te blussen. Sommige brandblusmiddelen zijn geschikt om branden van vaste stoffen te doven. Weer andere blusmiddelen zijn geschikt om brandbare olie te blussen. Dit heeft alles te maken met de voorwaarden die nodig zijn om een brand te laten ontstaan en om een brand in gang te houden. Deze voorwaarden worden duidelijk als men kijkt naar de branddriehoek.

Wat is de branddriehoek?
De branddriehoek is een ideaal voorbeeld of een ideale uitleg om de voorwaarden van een brand mee duidelijk te maken. Voor een brand zijn namelijk drie factoren noodzakelijk:

  • Een brandbare stof, gas of vloeistof.
  • Een bepaalde hoeveelheid zuurstof.
  • Warmte of een ontstekingstemperatuur.

Zuurstof is een factor waarover men in de regel weinig uitleg nodig heeft. Ook een ontstekingstemperatuur is duidelijk. Deze temperatuur verschilt echter wel per brandbare stof. Juist dat laatste is een factor die men gebruikt als belangrijk aspect voor het indelen van branden in verschillende klassen. Daarover kun je in de volgende alinea meer lezen.

Indeling van branden
Omdat er verschillende soorten branden kunnen ontstaan zijn de branden ingedeeld in verschillende klassen, dit zijn zogenaamde brandklassen. De indeling in brandklassen zorgt er voor dat ook de brandblusmiddelen in klassen kunnen worden ingedeeld. Omdat de brandklassen zo belangrijk zijn voor de keuze van het blusmiddel wordt hieronder een overzicht weergegeven van de verschillende brandklassen en de (kleine) brandblusmiddelen die gebruikt kunnen worden om de branden te doven.

Brandklassen van A tot F
De brandklassen lopen van de letter A tot de letter F en worden aangegeven met een pictogram en een letter. Dit pictogram en deze letter verschijnen ook op het blusmiddel dat wordt gebruikt om de brand te doven.

Brandklasse A: branden van vaste stoffen zoals hout, steenkool, bruinkool en karton.

  • Blusmiddelen: water uit bijvoorbeeld een brandslag of sprinklerinstallatie, schuimblusser en sproeischuimblusser.

Brandklasse B: branden van vloeistoffen zoals aardolie, benzine en kerosine.

  • Blusmiddelen: sproeischuimblussers, Light water, CO² blussers of poederblussers.

Brandklasse C: branden van gasvormige stoffen zoals propaan, butaan en aardgas.

  • De gastoevoer moet indien mogelijk zo snel mogelijk worden afgesloten in verband met explosiegevaar.
  • Blusmiddel: bluspoeder.

Brandklasse D: branden van metalen zoals natrium, magnesium, aluminium

  • Blusmiddel: speciale blusmiddelen voor het blussen van metalen aangeduid met Klasse D.

Brandklasse E: is elektriciteitsbrand (deze is vervallen omdat elektriciteit niet brand)

  • Blusmiddel: CO2 poederblussers worden gebruikt om branden in elektrische installaties te blussen omdat dit blusmiddel het minste schade toebrengt aan elektriciteit, elektronica en mechatronica.

Brandklasse F: branden van zeer hete olie en vet bijvoorbeeld frituurvet

  • Blusmiddel: sproeischuimblussers (op chemische basis) daarnaast zijn er speciale blussers die geschikt zijn voor het blussen van zeer hete vetten.

Bij de verschillende brandklassen zijn al veel soorten kleine blusmiddelen benoemd. Op de kleine blusmiddelen staan de brandklasse(n) waarvoor het blusmiddel geschikt is. Ook de letter van de brandklasse is aangegeven. Als het blusmiddel voor meerdere brandklassen geschikt is staan er dus meerdere letters op het blusmiddel weergegeven.

Water
Dat water een bekend blusmiddel is zal voor niemand een verassing zijn. Water is een effectief blusmiddel omdat het zorgt voor verkoeling van het vuur en het verdampte water zorgt er tevens voor dat zuurstof wordt verdreven geen wonder dat water veel gebruikt wordt. Bovendien is water ook nog eens goedkoop en makkelijk verkrijgbaar. We gaan niet verder in op brandslanghaspels en sprinklerinstallaties omdat de werking daarvan al in het begin van deze tekst kort aan de orde is gekomen. In plaats daarvan behandelen we in onderstaande alinea’s een aantal andere kleine brandblusmiddelen.

Brandblusdeken
Blusdekens worden gebruikt om de zuurstoftoevoer tot de brand af te sluiten. Er zijn verschillende blusdekens, ze kunnen gemaakt zijn van drie verschillende materialen:

  • 100% wol (zwart blusdeken),
  • glasvezel (wit blusdeken),
  • kevlar (donkergroen-bruin blusdeken).

Blusdekens kunnen worden gebruikt voor verschillende soorten branden. In de praktijk worden blusdekens vaak gebruikt voor vlam in de pan of een kleine brand in een emmer of prullenbak. Daarnaast worden blusdekens ook effectief gebruikt voor kleding en personen die in brand staan. Men kan voor blusdekens moeilijk een brandklasse aangeven. Dit komt omdat een blusdeken allen geschikt is als de deken groot genoeg is om de brand geheel voor zuurstof af te sluiten. Het object dat in brand staat moet geheel kunnen worden bedekt met de deken. Daarom is een blusdeken bijvoorbeeld geschikt voor het blussen van kleine vaste stoffen. Hoe groter de blusdeken hoe meer men er mee kan blussen. Het is belangrijk om een blusdeken aan te schaffen van minimaal 120 cm bij 120 cm omdat men dan in ieder geval een (klein) persoon kan blussen. Daarvoor worden branddekens in de praktijk vaak gebruikt.

Poederblusser en bluspoeder
Bluspoeders zijn droge blusmiddelen die geschikt zijn om zuurstof af te sluiten. Bluspoeders hebben een aantal voordelen: de werking is snel en ze zijn niet gevoelig voor vorst. Bovendien zijn bluspoeders niet elektriciteit-geleidend waardoor ze eventueel ook gebruikt kunnen worden om branden in elektrische installaties te blussen. Dit is echter niet ideaal wat de schade aan de elektrische installaties zullen enorm zijn. Bluspoeders zijn over het algemeen goedkoop en worden verkocht is cilindrische verpakkingen en bussen met daarop een spuitmond aan een korte slang die men met de hand kan vast houden. Spuit echter beetje bij beetje richting de brand. Hou er rekening mee dat een poederblusser snel leeg is. Kijk goed op de verpakking van de poederblusser hoeveel er in zit. Met een poederblusser met een inhoud van bijvoorbeeld 2 liter zal men ongeveer 15 seconden kunnen spuiten. Deze poederblusser is dan alleen geschikt voor het blussen van kleine brandjes.

Poederblussers  worden gebruikt voor brandklassen A, B en C. Daarnaast kunnen ook voor metaalbranden (brandklasse D) speciale metaalpoederblussers worden gebruikt.

CO2 blusser of Koolstofdioxide blusser
Een koolstofdioxide blusser of CO2 blusser bestaat uit een drukhouder die gemaakt is van staal. Daaraan zit een slang bevestigd met een meestal brede spuitmond. In de drukhouder zit CO2 opgeslagen dat tot vloeistof is verdicht. CO2 is onbrandbaar en kan daarnaast worden opgelost in water. CO2 verdringt zuurstof en zorgt er daarom voor dat 1 van de noodzakelijke factoren voor een brand wordt geëlimineerd (zie branddriehoek). Echter zijn levende wezens ook afhankelijk van zuurstof waardoor men de CO2 blusser niet moet gebruiken in kleine ruimtes omdat dan de voor mensen noodzakelijke verhouding tussen zuurstof en koolstofdioxide in gevaar kan brengen.

CO2 blussers zijn geschikt voor verschillende brandklassen maar zijn bijzonder geschikt voor klasse E branden oftewel branden in elektrische apparatuur, mechatronica en elektronica.

Sproeischuimblusser
Sproeischuimblussers bestaan uit een fles met een mengsel van water en een vloeibaar schuimvormend middel. Het mengsel is al in de fabriek goed gemengd zodat een sproeischuimblusser klaar is voor gebruik. Sproeischuimblussers zijn geschikt voor verschillende soorten branden namelijk branden die vallen onder brandklasse A en brandklasse B. Men zou ook personen kunnen blussen met sproeischuim. Omdat sproeischuim niet elektrisch geleidend is zou men ook branden in elektrische installaties kunnen blussen (voorheen klasse E). De schade van het schuim aan de elektrische installatie zal echter wel desastreus zijn. Sta niet te dicht op een brand als je met een sproeischuimblusser werkt en hou er rekening mee dat een sproeischuimblusser snel op raakt. Twee liter sproeischuim kan binnen 15 seconden opraken. Let bij de aanschaf van een sproeischuimblusser goed op het etiket en de inhoud en of de sproeischuimblusser bestand is tegen vorst.

Slotwoord over kleine blusmiddelen
Er zijn verschillende soorten kleine blusmiddelen daarnaast zijn er verschillende soorten brandklassen. De blusmiddelen die men aanschaft moeten geschikt zijn voor de mogelijke branden die kunnen ontstaan. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie van een bedrijf dient inzichtelijk te worden gemaakt welke brandbare stoffen aanwezig zijn en welke soorten branden kunnen ontstaan. Dit bepaald in belangrijke mate de preventieve maatregelen tegen brand oftewel de brandpreventie. Verder is er nog de keuze voor effectieve blusmiddelen. Bovendien zullen bedrijven er voor moeten zorgen dat personeel weet om te gaan met de aanwezige blusmiddelen. Een poederblusser of een sproeischuimblusser van 2 liter is binnen 15 seconden leeg. Een persoon heeft daardoor geen tijd om tijdens de brand even te oefenen hoe er ook al weer gespoten moest worden op een brand. Kortom een goede brandpreventie en een goede instructie is van groot belang voor het voorkomen en het bestrijden van een brand.

Wat zijn explosiegrenzen LEL en UEL?

Explosiegrenzen is de laagste en hoogste concentratie van een gas uitgedrukt in procenten van een luchtmengsel waarbij het damp-luchtmengsel door een ontsteking zou kunnen exploderen. Men heeft het ook wel over explosion limits waarbij men een ondergrens heeft en een bovengrens waarbinnen een explosie mogelijk is. Dit zijn de grenzen die in een percentage worden uitgedrukt ten opzichte van het totale luchtmengsel, oftewel de explosiegrenzen.

Explosiegrenzen
De onderste grens is de laagste hoeveelheid of de laagste concentratie die van een bepaalde stof in een luchtmengsel aanwezig moet zijn om een explosie na ontsteking mogelijk te maken. De bovenste grens is de maximale hoeveelheid die van een bepaalde stof in een luchtmengsel aanwezig kan zijn om de stof in het mengsel na ontsteking te kunnen laten exploderen. De explosiegrenzen worden duidelijk gemaakt met de aanduiding LEL en UEL. Deze aanduidingen zijn hieronder in een paar alinea’s nader omschreven.

Lower Explosion Limits of LEL-waarde
De laagste explosiegrens wordt in het Engels ook wel de Lower Explosion Limit genoemd dit wordt afgekort met LEL en daarom heeft men het over een bepaalde LEL-waarde. Bij een te lage concentratie aan vluchtige componenten zal er geen gevaar voor een explosie zijn. Er is dan sprake van een te arm mengsel. Het mengsel zal dan alleen tot ontploffing kunnen worden gebracht wanneer er voortdurend een bepaalde hoeveelheid warmte wordt toegevoerd van buiten af. Onder de zogenaamde LEL waarde van een stof is eigenlijk geen explosie mogelijk.

Upper Explosion Limits of UEL-waarde
De bovenste explosiegrens wordt in de Engelse taal de Upper Explosion Limit genoemd. De afkorting die men hiervoor hanteert is UEL daarom noemt men de maximale percentages van stoffen voor de bovenste explosiegrens ook wel UEL-waarden. Boven de UEL-waarde is er geen verbranding omdat er bijvoorbeeld te weinig zuurstof in het luchtmengsel aanwezig is. Als er geen verbranding mogelijk is kan er ook geen explosie optreden. Men heeft het dan in feite een te rijk mengsel omdat er te veel van een bepaalde stof in de lucht aanwezig is.

Branddriehoek
De branddriehoek is een model waarmee men inzichtelijk maakt wat nodig is voor een brand. Dit zijn namelijk de volgende drie factoren:

  • Zuurstof
  • Brandstof
  • Warmte/ ontstekingstemperatuur

Te weinig brandstof of te weinig brandbaar gas zorgt er voor dat er geen brand of slechts een kleine brand mogelijk is. Te weinig zuurstof zorgt er voor dat er geen brand kan ontstaan. Ook een gebrek aan een ontstekingsbron met een ontstekingstemperatuur zorgt er voor dat een brandstof of luchtmengsel men een brandbare stof niet tot ontbranding of explosie kan worden gebracht. De branddriehoek zorgt er dus voor dat men inzichtelijk krijgt welke aspecten men kan aanpakken om een brand te voorkomen. Dit is belangrijke informatie voor een brandpreventieplan. Brandpreventie is uitermate belangrijk want het voorkomen van een brand is beter.