Laswerk is vakwerk in de metaaltechniek

Metaaltechniek is een interessante branche waarin verschillende beroepen kunnen worden uitgevoerd. Het beroep lasser is een zeer bekend beroep dat tot de verbeelding spreekt. Ondanks het feit bepaald laswerk ook door lasrobots kan worden gedaan blijft het vakwerk van de lasser onmisbaar voor de werktuigbouwkunde. Ook in de toekomst zal altijd behoefte blijven bestaan aan uitstekende lassers. Dit komt omdat lasrobots lang niet in alle posities kunnen lassen. Daarnaast is een lasrobot over het algemeen vrij omvangrijk en moeilijk verplaatsbaar. In schepen en jachten kunnen lasrobots daarom niet of nauwelijks worden ingezet. De ruimtes aan boord van schepen en jachten zijn daarvoor eenvoudigweg te klein. Ook in andere branches van de techniek zullen lassers nodig blijven vanwege het positielaswerk.

Wat maakt lassers uniek in de werktuigbouwkunde?
Lassen is zwaar werk dat niet altijd in een ideale positie aan een werkbank kan worden gedaan. Er wordt binnen de laswereld wel veel aan prefab gedaan maar dan is niet altijd mogelijk. Een lasser moet ook regelmatig in verschillende posities lassen. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Een lasser zal daarom goed moeten weten hoe een las gemaakt moet worden voordat hij of zij daadwerkelijk met de lastoorts de las maakt.

Bij lassen komt veel technische kennis aan de orde. Het is niet eenvoudigweg twee stukken staal aan elkaar bakken. Dunne platen kunnen doormiddel van veel warmte inbreng tijdens het lassen krom gaan trekken. Daarnaast zullen zeer dikke platen juist voorverwarmd moeten worden om scheuren en barsten in het materiaal te voorkomen. Elke metaalsoort en metaallegering heeft specifieke eigenschappen die er voor zorgen dat bepaalde lasprocessen wel of juist niet geschikt zijn. Daarnaast kan ook de oxide op metaal een belangrijke rol spelen voor het lasproces. De oxidehuid van aluminium is bijvoorbeeld erg hard, harder dan het aluminium zelf. Daarom moet aluminium voordat men gaat lassen goed geslepen worden. De oxidehuid moet op de plaats waar de las moet komen worden verwijdert.

Een lasser moet goed kunnen slijpen. Dit is een belangrijk onderdeel van de voorbewerkging die hoort bij het lassen. Een las wordt meestal gelegd in een bepaalde naad. Voorbeelden hiervan zijn de I-naad, K-naad en de V-naad. De laatste naad wordt in de praktijk veel gebruikt. Hierbij moeten twee metalen objecten aan de kant waar ze gelast worden schuin worden geslepen met een slijper of gesneden met bijvoorbeeld een autogeen snijder.

De lasser moet ook rekening houden met de vooropening van de twee platen of andere objecten die gelast moeten worden. Dit is erg belangrijk omdat tijdens het lassen de metaalplaten gaan ‘werken’. De metaalplaten, buizen of profielen moeten goed in een mal worden geplaatst zodat ze niet te veel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Na afloop van het lasproces kan een staalconstructie slechts in geringe mate in de juiste vorm of hoek worden gericht. Dit is specialistisch werk. Meestal kiezen lassers er voor om de hoek in de mal iets stomper te maken dan is vereist. Tijdens het lassen zorgt het lasproces er voor dat de hoek scherper wordt.

Lassen draait om gevoel
Lassen is één van de werkzaamheden in de metaaltechniek die naast techniek ook veel om gevoel draait. De in de vorige alinea’s weergegeven informatie maakt duidelijk dat een lasser niet alleen met lastechniek een goede las kan leggen. De lasser zal ook gevoel moeten hebben voor het maken van een goede las. Dit gevoel komt al aan de orde tijdens het instellen van het lastoestel. Wanneer de lasser hier al een fout maakt wordt het maken van een goede las al erg moeilijk. Lassen is zwaar werk maar wel precies werk. Ondanks de moeilijke posities zal de lasser een goede vaste hand moeten hebben om de las zo goed mogelijk te leggen. Soms is het zicht op de plaats waar de las gelegd moet worden geheel ontnomen. Dit kan worden verholpen door te lassen met behulp van spiegels. Hierbij komt nog meer gevoel voor het lasproces aan de orde. Een goede lasser wordt je niet door alleen naar school te gaan en een lasopleiding te volgen. Lassen leer je vooral in de praktijk. Sommige mensen hebben het lassen in de ‘vingers’ terwijl andere lassers nooit een goede lasser zullen worden omdat ze eenvoudigweg het gevoel er niet voor hebben.

Werkzaamheden van een pijpfitter als voorbewerker voor laswerkzaamheden

Leidingen kunnen op verschillende manieren aan elkaar worden verbonden. In de praktijk wordt vaak een onderscheid gemaakt tussen een lasser en een fitter. Een fitter legt vaak het leidingtraject aan de hand van tekeningen en instructies. De fitter kan leidingen doormiddel van flenzen aan elkaar verbinden of gebruik maken van andere koppelingen wanneer het leidingen met een kleine doorsnee betreft. De doorsnee van leidingen wordt meestal aangegeven in het aantal duims. Één duim is net zo groot als een Engelse duim, dit komt neer op 25,4 mm. In de olie en gas wordt vaak gebruik gemaakt van leidingen met een grote diameter. Diameters van 48 duims en 56 duims komen voor. Deze leidingen zijn door hun grote omvang ook nog zwaar. Een fitter gebruikt in de olie en gasindustrie speciale klemmen en andere middelen op de leidingen goed aan elkaar te kunnen verbinden. Een fitter verricht het voorwerk voor een lasser.

Klemmen die fitters gebruiken
Leidingen met een grote diameter van bijvoorbeeld 48 duims zijn moeilijk aan elkaar te verbinden. De leidingen moeten op de juiste hoogte worden gelegd en er moet sprake zijn van een kleine vooropening in de V-naad zodat de lasser de leidingen uitstekend aan elkaar kan lassen.

Binnenklem
Om de leidingen goed aan elkaar te bevestigen kan gebruik worden gemaakt van een binnenklem. Deze binnenklem wordt in de leiding gereden die al aan het leidingtraject vast zit. De verrijdbare binnenklem is pneumatisch en wordt aan de vaste leiding verbonden doormiddel van stempels.

Sideboom
Een sideboom brengt de leiding die aan de vaste leiding gekoppeld moet worden naar zijn plaats. Een sideboom is een speciale kraan die langs het leidingtraject kan rijden en een hijssysteem heeft aan de zijkant van het voertuig. Met dit systeem worden de leidingen aan speciale hijsbanden opgetild en naar de leiding vervoerd waaraan deze gekoppeld moet worden. Hierbij wordt gekeken naar de highlow.

Highlow
De leidingen moeten perfect voor elkaar worden geplaatst. Daarbij wordt gekeken naar de hoogte (high) en de onderkant (low). Dit op elkaar aanpassen van de hoogte en laagte van een leiding wordt in de praktijk wel highlow genoemd.

Leidinglassen
Wanneer de leidingen eenmaal op het juiste niveau zijn gebracht en de openingen  precies voor elkaar liggen wordt het gedeelte van de binnenklem dat in die nieuw aangebrachte leiding is geplaatst uitgezet doormiddel van stempels. De stempels uit de binnenklem zorgen er voor dat de aangebrachte leiding goed klem wordt gezet. Daarna kan de lasser de leidingen doormiddel van elektrode lassen aan elkaar verbinden. Na het lassen zitten de leidingen aan elkaar vast en kan de binnenklem naar het eindpunt worden gereden van de leiding die net is aangebracht. Dan begint het proces weer opnieuw.

Buitenklem
Een andere methode om de leidingen aan elkaar te klemmen is het gebruik maken van een buitenklem. Deze klem is niet verrijdbaar en wordt aan de buitenkant van de leidingen aangebracht. De buitenklem wordt om de leiding gevouwen. Aan de buitenkant van de buitenklem zitten allemaal bouten. Met deze bouten kan de leiding op de juiste hoogte worden gesteld. Doormiddel van dit stellen wordt de eerder genoemde highlow er uit gehaald en komen de leidingen op de juiste hoogte voor elkaar te liggen. Daarna kan de lasser de leidingen aflassen.

Veiligheid en nauwkeurigheid staan bij pijpfitten voorop
Het aan elkaar verbinden van transportleidingen voor gas en olie is zeer nauwkeurig werk ondanks de omvang van de leidingen. De leidingen mogen niet lekken of knappen. Wanneer dit namelijk gebeurd kan een zeer gevaarlijke situatie ontstaan en wordt het milieu in de directe omgeving van de kapotte leiding ernstig vervuild. Naast nauwkeurigheid moet ook gelet worden op de veiligheidsaspecten. Er wordt gewerkt met zwaar materiaal in de buitenlucht. Hierbij is altijd de kans op (grote) ongelukken aanwezig. Pijpfitters krijgen van te voren duidelijke veiligheidsinstructies waarbinnen de werkzaamheden moeten worden uitgevoerd. Deze veiligheidsrichtlijnen moeten zeer nauwkeurig worden opgevolgd.