Leren lassen

Lassen is het maken van onuitneembare verbindingen tussen materiaal waarbij de uitgangsmaterialen in elkaar worden versmolten door het verhogen van de temperatuur van de contactvlakken. Deze korte definitie zal je niet in studieboeken over lassen aantreffen omdat deze is opgesteld door Pieter Geertsma van Technischwerken.nl. Toch is de definitie breed genoeg om alle verschillende soorten lasprocessen te omvatten. Er zijn een aantal basisaspecten die je moet weten voordat je kunt leren lassen. Hieronder staan een aantal belangrijke aspecten die van belang zijn als men wil leren lassen. Uiteraard wordt daarbij begonnen met algemene aspecten die bij het lassen aan de orde komen. Voor lassen is namelijk ook theoretische kennis nodig.

Smeltbad tijdens lassen
Als je wilt leren lassen is het belangrijk te weten dat bij lassen het maken van een goed smeltbad tussen het uitgangsmateriaal en eventueel het lastoevoegmateriaal van groot belang is voor het creëren van een kwalitatief goede lasverbinding.Het smeltbad is een term die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van de contactvlakken van de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Dit smeltbad ontstaat door het verhogen van de temperatuur. Dat kan echter op verschillende manieren gebeuren. Zo maakt men bij autogeen lassen gebruik van een brander en maakt men bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen gebruik van een elektrische vlamboog of plasmaboog. In het smeltbad kan men ook lastoevoegmateriaal aanbrengen waardoor het smeltbad groter wordt.

Beschermgas
Het is belangrijk dat het smeltbad niet verontreinigd raakt en goed beschermd wordt doormiddel van een beschermgas of backinggas. Dit gas is bij MAG lassen een actief gas, vandaar ook de Metal Active Gas. Actief gas is meestal CO2. Er zijn ook lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Voorbeelden hiervan zijn MIG lassen (afkorting staat voor: Metal Inert Gas) en TIG lassen (Tungsten Inert Gas). Een inert beschermgas zoals argon of helium beschermt het smeltbad nog beter tegen verontreiniging tijdens het lassen en zorgt er voor dat er geen corrosieve werking optreed tijdens het lassen.

Materialen die je kunt lassen
Bij het woord lassen denkt men meestal aan het maken van een onuitneembare verbinding tussen metalen maar met bepaalde lastechnieken kan men echter ook kunststoffen aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan het spiegellassen waarbij de uiteinden van twee kunststofleidingen aan elkaar worden verbonden nadat ze eerst tegen een gloeiendhete ‘spiegel’ zijn aangedrukt. Omdat de meeste mensen lassen en lastechniek koppelen aan de metaalsector wordt in deze tekst de nadruk gelegd op de toepassing in de metaaltechniek. In de metaalsector wordt lassen veelvuldig toegepast wanneer de verbinding niet uitneembaar moet zijn. Metaal kan men over het algemeen beter aan elkaar lassen dan lijmen. Ook is een lasverbinding vaak veel effectiever dan een verbinding die doormiddel van solderen tot stand komt.

Ferro of non-ferro
Lasverbindingen worden in de metaalsector toegepast bij verschillende metaalsoorten. Deze metaalsoorten worden onderverdeeld in ferro en non-ferro. Bij ferro-metalen en legeringen bestaat het hoofdbestandsdeel uit ijzer wat gevoelig is voor corrosie of roest. Een voorbeeld hiervan is koolstofstaal dat veel wordt gebruikt in de staalconstructie vanwege de stevigheid en verhoudingsgewijs gunstige prijs. Bij ferro-metaal en legeringen maakt men over het algemeen gebruik van actief gas.

Non-ferro metalen zijn minder gevoelig voor corrosie of hebben een oxidelaag die het onderliggende materiaal goed beschermd zoals bij zink en aluminium het geval is. Soms zegt men dat non-ferrometalen edeler zijn dan ferro-metalen maar dat is niet altijd het geval. Zo staat zink in het periodiek systeem der elementen lager dan ferro terwijl zink toch veel beter bestand is tegen corrosie. Denk hierbij aan het verzinken van staal waarbij het zinklaagje het onderliggende staal beschermd tegen roest.

Non-ferro metalen worden ook wel inerte metalen genoemd en worden daarom gelast met een inert beschermgas of backinggas. Een aantal voorbeelden van Non-ferro metalen zijn aluminium, nikkel en zink. Sommige legeringen bevatten echter wel ijzer maar worden toch beschouwd als non-ferro zoals roestvaststaal dat ook wel bekend is onder de afkorting rvs. Het materiaal dat gelast wordt noemt men ook wel uitgangsmateriaal en bepaald in belangrijke mate welk lastoevoegmateriaal gebruikt kan worden. Het spreekt voor zich dat men voor inert uitgangsmetaal ook een inert lastoevoegmateriaal (lasdraad) gebruikt.

Lasposities
Een las kan in verschillende posities worden aangebracht. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan onder de hand lassen maar ook recht omhoog lassen wat ook wel stapelen wordt genoemd. Andere posities zijn uit de zij lassen en boven het hoofd lassen. Dit zijn verschillende lasposities en verschillen ook in complexiteit. Zo is boven het hoofd lassen veel moeilijker dan onder de hand lassen.

MLT en IWT
De hiervoor genoemde alinea’s beschrijven algemene informatie die een lasser moet weten om een goede lasverbinding te kunnen maken. Gelukkig hoeft een lasser op theoretisch vlak niet alles te weten. Daarvoor zijn lasspecialisten oftewel lastechnici. Deze specialisten hebben veel kennis van lastechniek en hebben vaak een opleiding Middelbaar Lastechnicus gevolgd. Deze opleiding wordt ook wel afgekort met MLT. Ook de opleiding IWT is mogelijk, dit staat voor International Welding Technologist. In de praktijk heeft men het ook wel over een IWT-er of een MLT-er. Deze specialisten kunnen een lasmethodebeschrijving opstellen of een welding procedure specification. Daarover lees je in de volgende alinea meer

Lasmethodebeschrijving of welding procedure specification
Lassers moeten weten hoe een lasverbinding tot stand moet worden gebracht. Vooral bij complexere werkstukken van hoogwaardige legeringen is het belangrijk dat een lasser precies weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat is overigens ook het geval bij constructies die worden gemaakt voor de bouw en offshore waarbij een lasser een uitstekende lasverbinding moet leggen omdat er anders grote gevaren kunnen ontstaan met betrekking tot de constructieve stevigheid van producten en constructies.

Bij dergelijke laswerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van een welding procedure specification (wps) of een lasmethodebeschrijving (lmb). Deze duidelijke omschrijvingen zijn meestal opgesteld door een International Welding Technologist of een Middelbaar Lastechnicus. In een lasmethodebeschrijving of welding procedure specification staat informatie over het lastproces dat gehanteerd moet worden door de lasser maar ook het lastoevoegmateriaal, het beschermgas en de laspositie die de lasser moet hanteren voor het maken van de lasverbinding. In de praktijk zullen lassers voor het maken van dergelijke lasverbindingen ook persoonlijk gecertificeerd moeten worden. Dit houdt in dat de lasser een lascertificaat moet behalen die gekoppeld is aan zijn of haar naam.

Lasvaardigheid leren
Uit de alinea’s hierboven komt naar voren dat het maken van een lasverbinding niet eenvoudig is. Er is behoorlijk wat theoretische kennis voor nodig om een goede lasverbinding te maken. Het leren van lasvaardigheid is vooral een kwestie van toepassen. Dat houdt in dat men zelf regelmatig moet oefenen met lassen. Dan leert men namelijk een goed smeltbad maken en leert men ook wat het effect is van warmte op metaal. Er ontstaat namelijk krimp en rek in een werkstuk als men bepaalde gedeelten verwarmt en andere gedeelten niet verwarmt. Het lassen is namelijk vooral het lokaal verhitten van het werkstuk.

Een lasser kan echter ook een gedeelte van het werkstuk voorgloeien. Ook dit is beschreven in de lasmethodebeschrijving of welding procedure specification. Lassers zijn vooral praktijkmensen en daarom is het verstandig om met collega-lassers informatie uit te wisselen over hoe een lasverbinding gemaakt kan worden. Veel lassers hebben door jaren ervaring zichzelf truckjes aangeleerd met betrekking tot het vasthouden van de lastoorts en het instellen van het lasapparaat. Lassen is wat dat betreft echt een beroep dat je in de praktijk moet leren. Veel lassers hebben thuis ook een lastoestel staan waardoor ze ook thuis hun lasniveau op peil kunnen houden.

Uiteraard is het verstandig om een lasopleiding te volgen bij een opleidingsinstituut dat goed bekend staat. Veel technische mbo-scholen bieden lasopleidingen aan. Daarnaast heeft ook het Nederlands Instituut voor Lastechnieken (NIL) veel informatie over lastechniek. Lasopleidingen  die erkend zijn door het NIL hebben meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Veiligheid en lassen
Lassen is overigens een beroep met risico’s. Tijdens het lassen maakt men gebruik van hoge temperaturen waardoor er een risico is op brand. Daarnaast wordt tijdens het lassen ook een zeer schadelijk UV-licht geproduceerd waartegen de ogen beschermd moeten worden. Lassers moeten in de praktijk altijd de voorschreven persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit houdt in dat ze een vlamvertragende lasoverall moeten dragen en een lashelm. De lasdampen moeten worden afgezogen doormiddel van een goed ventilatiesysteem of een lasdampafzuiginstallatie.

Veiligheidsinstructie en personeelsinstructieformulier
Lassers moeten daarnaast ook andere materialen zoals slijptollen en slijpmachines gebruiken conform de veiligheidsvoorschriften. Bedrijven zijn volgens de arbowetgeving verplicht hun werknemers te wijzen op veilig en verantwoord werken. Uitzendbureaus die lassers als uitzendkracht bemiddelen moeten de doorgeleidingsplicht hanteren. Dit houdt in dat deze uitzendbureaus bij de opdrachtgever de veiligheidsvoorschriften en de risico’s op de werkvloer moeten opvragen en doorgeven aan de uitzendkrachten die als lasser gaan werken. Op die manier worden lassers voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte gebracht van de veiligheidsrisico’s die aan het laswerk verbonden zijn en de manier waarop de veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden. Dit gebeurd onder andere door een personeelsinstructieformulier die veel VCU gecertificeerde uitzendbureaus hanteren.

 

Laswerk is vakwerk in de metaaltechniek

Metaaltechniek is een interessante branche waarin verschillende beroepen kunnen worden uitgevoerd. Het beroep lasser is een zeer bekend beroep dat tot de verbeelding spreekt. Ondanks het feit bepaald laswerk ook door lasrobots kan worden gedaan blijft het vakwerk van de lasser onmisbaar voor de werktuigbouwkunde. Ook in de toekomst zal altijd behoefte blijven bestaan aan uitstekende lassers. Dit komt omdat lasrobots lang niet in alle posities kunnen lassen. Daarnaast is een lasrobot over het algemeen vrij omvangrijk en moeilijk verplaatsbaar. In schepen en jachten kunnen lasrobots daarom niet of nauwelijks worden ingezet. De ruimtes aan boord van schepen en jachten zijn daarvoor eenvoudigweg te klein. Ook in andere branches van de techniek zullen lassers nodig blijven vanwege het positielaswerk.

Wat maakt lassers uniek in de werktuigbouwkunde?
Lassen is zwaar werk dat niet altijd in een ideale positie aan een werkbank kan worden gedaan. Er wordt binnen de laswereld wel veel aan prefab gedaan maar dan is niet altijd mogelijk. Een lasser moet ook regelmatig in verschillende posities lassen. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Een lasser zal daarom goed moeten weten hoe een las gemaakt moet worden voordat hij of zij daadwerkelijk met de lastoorts de las maakt.

Bij lassen komt veel technische kennis aan de orde. Het is niet eenvoudigweg twee stukken staal aan elkaar bakken. Dunne platen kunnen doormiddel van veel warmte inbreng tijdens het lassen krom gaan trekken. Daarnaast zullen zeer dikke platen juist voorverwarmd moeten worden om scheuren en barsten in het materiaal te voorkomen. Elke metaalsoort en metaallegering heeft specifieke eigenschappen die er voor zorgen dat bepaalde lasprocessen wel of juist niet geschikt zijn. Daarnaast kan ook de oxide op metaal een belangrijke rol spelen voor het lasproces. De oxidehuid van aluminium is bijvoorbeeld erg hard, harder dan het aluminium zelf. Daarom moet aluminium voordat men gaat lassen goed geslepen worden. De oxidehuid moet op de plaats waar de las moet komen worden verwijdert.

Een lasser moet goed kunnen slijpen. Dit is een belangrijk onderdeel van de voorbewerkging die hoort bij het lassen. Een las wordt meestal gelegd in een bepaalde naad. Voorbeelden hiervan zijn de I-naad, K-naad en de V-naad. De laatste naad wordt in de praktijk veel gebruikt. Hierbij moeten twee metalen objecten aan de kant waar ze gelast worden schuin worden geslepen met een slijper of gesneden met bijvoorbeeld een autogeen snijder.

De lasser moet ook rekening houden met de vooropening van de twee platen of andere objecten die gelast moeten worden. Dit is erg belangrijk omdat tijdens het lassen de metaalplaten gaan ‘werken’. De metaalplaten, buizen of profielen moeten goed in een mal worden geplaatst zodat ze niet te veel ten opzichte van elkaar kunnen bewegen. Na afloop van het lasproces kan een staalconstructie slechts in geringe mate in de juiste vorm of hoek worden gericht. Dit is specialistisch werk. Meestal kiezen lassers er voor om de hoek in de mal iets stomper te maken dan is vereist. Tijdens het lassen zorgt het lasproces er voor dat de hoek scherper wordt.

Lassen draait om gevoel
Lassen is één van de werkzaamheden in de metaaltechniek die naast techniek ook veel om gevoel draait. De in de vorige alinea’s weergegeven informatie maakt duidelijk dat een lasser niet alleen met lastechniek een goede las kan leggen. De lasser zal ook gevoel moeten hebben voor het maken van een goede las. Dit gevoel komt al aan de orde tijdens het instellen van het lastoestel. Wanneer de lasser hier al een fout maakt wordt het maken van een goede las al erg moeilijk. Lassen is zwaar werk maar wel precies werk. Ondanks de moeilijke posities zal de lasser een goede vaste hand moeten hebben om de las zo goed mogelijk te leggen. Soms is het zicht op de plaats waar de las gelegd moet worden geheel ontnomen. Dit kan worden verholpen door te lassen met behulp van spiegels. Hierbij komt nog meer gevoel voor het lasproces aan de orde. Een goede lasser wordt je niet door alleen naar school te gaan en een lasopleiding te volgen. Lassen leer je vooral in de praktijk. Sommige mensen hebben het lassen in de ‘vingers’ terwijl andere lassers nooit een goede lasser zullen worden omdat ze eenvoudigweg het gevoel er niet voor hebben.

Hoe kan ik leren lassen en waar moet ik met lassen op letten?

Regelmatig worden er in op de technische arbeidsmarkt lassers gevraagd. Iemand die goed kan lassen lijkt vrijwel verzekerd van een leven lang werk. Dit is echter niet altijd het geval. Er is een groot verschil tussen de verschillende lasprocessen en de materialen die gelast moeten worden. Een lasser is meestal ervaren in één of enkele lasprocessen zoals bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, Elektrode of autogeen. Tussen deze lasprocessen zijn grote verschillen. Niet elk lasproces verloopt even snel, TIG lassen verloopt over het algemeen langzamer dan MIG/MAG lassen. Bij sommige lasprocessen moet men zelf handmatig het toevoegmateriaal aanbrengen zoals bij TIG en autogeen lassen en bij andere lasprocessen zoals MIG/MAG lassen wordt het las toevoegmateriaal automatisch via de lastoorts aangevoerd. Ook het gas dat bij lasprocessen wordt gebruikt. Zo kan er gebruik worden gemaakt van actieve gassen (MAG-lassen) en inerte gassen (TIG-lassen). Deze gassen hebben invloed op het lasproces en het materiaal.

De specifieke eigenschappen van lasprocessen zorgen er voor dat een bepaald lasproces wel of niet geschikt is voor een materiaalsoort, laspositie of plaatdikte. Kortom er zijn grote verschillen tussen de lasprocessen. Daar wordt hier niet verder op ingegaan. Er is voor geïnteresseerden meer informatie over lasprocessen te vinden op deze site. Gebruik hiervoor de zoekfunctie. Het is wel van belang om te weten dat de lasmethode die gebruikt moet worden om een bepaalde las te leggen bij veel bedrijven is beschreven in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification). Deze beschrijvingen kunnen worden opgesteld door een International Welding Technologist (IWT) of een Middelbaar Lastechnicus (MLT). Deze personen zijn bevoegd om lasprocedures te beschrijven en weer te geven in officiële documenten. Sommige bedrijven noemen deze personen bij de afkorting. Hierdoor ontstaan de functiebenamingen IWT-er en MLT-er.

Algemene informatie over lassen
Lassen is zoals in de inleiding gelezen kan worden niet een eenvoudig beroep. Een las is een verbinding die niet uitneembaar is. Dit houdt in dat een las een definitieve verbinding is die alleen uitelkaar genomen kan worden door het werkstuk te vernielen. Een las kan onder andere worden verwijdert doormiddel van slijpen met een slijptol, zagen of gutsen. Dit kost extra tijd en het werkstuk wordt er niet fraaier op. Daarom moet een lasser goed weten wat hij of zij doet. Een lasser kan verschillende lasopleidingen volgen. Het volgen van deze opleidingen garandeert niet dat de lasser daadwerkelijk ook hoogstaande kwaliteit levert. Daarvoor hebben lassers meestal specifieke lascertificaten nodig. Op een lascertificaat is aangegeven welk lasproces een lasser beheerst, welk materiaal gelast mag worden, wat voor lastoevoegmateriaal gebruikt mag worden, welke plaatdikte en positie mag worden gebruikt. In de eerder genoemde WPS of lasmethodebeschrijving is aangegeven of een certificaat vereist is of niet. Lassers die op gecertificeerd niveau lassen behoren tot de beste in hun vakgebied. Dit is echter niet voor iedereen bestemd. Sommige lassers zullen nooit op gecertificeerd niveau kunnen lassen omdat ze daar eenvoudigweg te weinig aanleg voor hebben.

De eerste stap voordat je gaat leren lassen
Het is belangrijk dat je de keuze voor het beroep lasser weloverwogen maakt. Lasser is een mooi maar ook een zwaar beroep. Werken in verschillende moeilijke posities kan aan de orde komen. Daarnaast zijn ook de lasdampen schadelijk voor de gezondheid. Een lasser kan daarnaast ook last krijgen van de vonken die van het lasproces vrij kunnen komen. Hierdoor kunnen brandwonden ontstaan als de lasser niet de geschikte brandvertragende kleding draagt. Verder dient een lasser zijn of haar ogen te beschermen tegen de schadelijke straling die vrijkomt uit de lasboog. Wanneer de lasser dit niet doet kan de lasser lasogen krijgen. Dit is zeer pijnlijk. Als deze nadelen goed onder ogen worden gezien kan men besluiten om een andere vakgebied te kiezen.

Toch zijn er veel mensen die voor het beroep lasser kiezen. Het is een vakgebied waarbij, kwaliteit, gevoel, inzicht en vakmanschap aan de orde komen. Een gedeelte van de lassen kan worden gelegd door robots. Toch is voor met name het lastige positiewerk altijd een lasser nodig die goed is in het vak. Zodra iemand besluit om het vak lasser te leren zal hij of zij goed moeten kiezen welk lasproces het beste bij hem of haar past.

Er zijn verschillende lasprocessen die voor specifieke werkstukken geschikt zijn. Een aankomend lasser moet daarom zichzelf de vraag stellen in welke omgeving hij of zij later wil lassen. Is dat bijvoorbeeld de machinebouw, staalconstructie, scheepsbouw of in de voedingsmiddelenindustrie. De producten die in deze verschillende gebieden van de werktuigbouwkunde worden gemaakt zijn zeer divers en kunnen soms niet met elkaar worden vergeleken. Daarom zal een aankomend lasser een goede keuze moeten maken. Dit kan door bij lasbedrijven langs te gaan en informatie in te winnen bij scholen waar lasopleidingen worden gegeven. Ook internet is een belangrijke informatiebron. Op internet zijn veel filmpjes te vinden waarin uitleg wordt gegeven over verschillende lasprocessen en verschillende soorten bedrijven. Pas wanneer deze informatie goed is bekeken en overwogen kan men een bepaald lasproces kiezen.

Een lasopleiding kiezen
Stel dat men uit de vorige stap de conclusie heeft getrokken dat men graag als MIG/MAG lasser aan de slag wil. Als iemand overtuigd is dat dit een lasproces is waar men  aanleg voor heeft is het verstandig om een opleidingsinstituut uit te zoeken waar een goede MIG/MAG opleiding wordt gegeven. Tussen opleidingsinstituten zitten vaak grote verschillen met betrekking tot de kwaliteit van lasopleidingen. Veel lasbedrijven weten met welk opleidingsinstituut ze goede ervaringen hebben. Deze adviezen kun je gebruiken om een verstandige keuze te maken.  

Het volgen van een lasopleiding
Zodra iemand een opleidingsinstituut heeft uitgekozen kan hij of zij  voor de zekerheid een proefles aanvragen om te kijken of bijvoorbeeld het MIG/MAG lasproces daadwerkelijk een lasproces is waar men mee verder wil. Als men na het volgen van deze proefles nog steeds overtuigd is van de keuze kan de opleiding worden aangevraagd. Meestal zal worden gestart met MIG/MAG niveau 1. Het is echter ook mogelijk dat iemand tijdens de proefles heeft laten zien dat hij of zij over zeer goede lasvaardigheden beschikt. In dat geval kan men vaak niveau 1 verkort doen en gelijk MIG/MAG niveau 2 volgen. De voorwaarden die hiervoor gelden kunnen verschillen per opleidingsinstituut. Met niveau 1 leert de cursist onder andere een werkstuk onder de hand te lassen. Dit is de meest eenvoudige laspositie. Het werkstuk ligt hierbij meestal horizontaal op de werkbank. Dit zorgt er voor dat de lasser er goed zich op heeft. Dit is belangrijk voor de controle op het smeltbad en het werkstuk. Daarnaast leert de cursist in niveau 1 de basistheorie die hoort bij het lasproces waarvoor de cursist de opleiding volgt. In de lasopleiding voor niveau 2 leert men moeilijker lasposities en krijgt de cursist ook meer theorie over lastechniek. Voor veel lasfuncties is niveau 2 het minimale vereiste waaraan een lasser moet voldoen. Veel lassers beheersen een lasproces op niveau 2 of hoger. Als een lasser zich verder wil specialiseren in lassen zal hij of zij verder moeten gaan met het behalen van niveau 3. Hierbij wordt aandacht besteed aan verschillende hoeknaden waaronder binnenhoeknaden. Het aantal posities waarin gelast wordt is nog uitgebreider. Ook de kwaliteit van de las wordt streng beoordeeld. De las wordt niet alleen visueel beoordeeld maar ook radiografisch. Hierdoor kan gekeken worden of de las niet alleen aan de buitenkant goed is maar ook aan de binnenkant geen onvolkomenheden heeft. Als de cursist niveau 3 heeft afgerond kan hij of zij verder met niveau 4. Dit is een heel hoog niveau. Lassers die een bepaald lasproces op niveau 4 beheersen kunnen in vrijwel alle posities dat lasproces uitstekend uitvoeren. Niveau 4 besteed ook aandacht aan hoe verschillende laslagen over elkaar heen gelegd kunnen worden. Daarnaast wordt de kwaliteit van de las nog strenger beoordeeld. Met niveau 4 van een bepaald lasproces kan een lasser in de praktijk zich op papier goed onderscheiden van andere lassers die een lager niveau op de opleiding hebben behaald. Er zijn maar weinig lassers die uiteindelijk niveau 4 halen van een bepaald lastproces.

Niveau 4 is het hoogste niveau dat op een lasopleiding kan worden gehaald. Toch mogen lassers met niveau 4 in de praktijk niet alles lassen. Er zijn werkstukken, schepen, constructies en machines waarvoor een lascertificaat vereist is. Dit is een specifiek certificaat waarmee aangetoond kan worden dat iemand een bepaalde las uitstekend kan leggen. Hierbij wordt ook aangegeven onder welke positie de las door de lasser gelegd kan worden en welk toevoegmateriaal daarvoor gebruikt mag worden. Ook de plaatdikte en de materiaalsoort wordt aangegeven. Een lascertificaat heeft een bepaalde dekking. Deze dekking is nodig om aan de eisen te voldoen die in een WPS of lasmethodebeschrijving zijn vermeld. Één van de moeilijkste lasposities is het lassen van een pijp onder een hoek van 45 graden. Dit wordt ook wel HL 45 of positie G6 genoemd. Lassers die dit certificaat halen behoren tot de beste lassers die op de arbeidsmarkt actief zijn. Voordat een lasser dit niveau haalt is hij of zij over het algemeen al een aantal jaren actief als lasser.

Ervaring in de praktijk is belangrijk bij lassen
De lasopleiding is natuurlijk een goed begin. Toch kan men met een lasopleiding nog niet zeggen dat men daadwerkelijk een ervaren lasser is. Ervaring is voor lassers van groot belang. Deze ervaring leert de lasser in de praktijk. Dit kan onder andere door bij verschillende bedrijven te werken aan verschillende producten. Veel lassers werken als uitzendkracht aan het begin van hun loopbaan. Hierdoor kunnen ze bij diverse bedrijven ervaren hoe het is om aan bepaalde producten en materialen te lassen. Lassers die thuis zelf een lastoestel hebben kunnen hun vaardigheid zeer goed op pijl houden al is er meestal niemand die hun laskwaliteit kan beoordelen wanneer ze werkstukken thuis hebben gemaakt.

De ideale combinatie is dat men met een basislasopleiding eerst in de praktijk aan de slag gaat. Daar kan de lasser het beste zo jong mogelijk mee beginnen. Wanneer de lasser wat ouder is zal de lasser over meer ervaring moeten beschikken. Daarom moet de oudere lasser over meer papieren beschikken. Deze kan hij of zij door de ervaring in de praktijk over het algemeen zonder veel moeite halen. Toch zal de lasser er niet aan ontkomen dat ook bij lasopleidingen theorie aan de orde komt. Dit moet elke lasser behalen.

Een leven lang lassen kunnen maar weinig lassers. Het is net als bij stratenmakers een zwaar beroep dat voor een behoorlijke fysieke belasting zorgt. Daarom groeien veel lassers op de duur liever door naar een lastechnische functie zoals middelbaar lastechnicus of lasbaas. Ook de positie van voorman of lasinstructeur is voor veel ervaren lassers interessant. Het is echter wel jammer dat veel bedrijven maar weinig mensen op deze positie nodig hebben. Dit is wel van belang om goed te weten.

Lasopleiding volgen in crisistijd verstandig?

Tijdens de crisis blijft de behoefte aan lassers op de arbeidsmarkt bestaan. Althans dat blijkt uit de voortdurende vraag naar lassers die uit de vacatures van uitzendbureaus en bedrijven naar voren komt. Een toenemend aantal werkzoekenden overweegt hierdoor om zich te laten omscholen of bijscholen tot lasser. Het vacatureaanbod voor lassers op de arbeidsmarkt zorgt er voor dat deze overweging op zijn minst voor de hand liggend is. Desondanks is het verstandig om eerst een goede afweging te maken of het volgen van een lasopleiding daadwerkelijk de kans op werk vergroot. In deze tekst worden een aantal situaties en tips weergeven die je kunnen helpen om de juiste beslissing te maken voor het volgen van een lasopleiding of niet.

Aan welke lasopleidingen is behoefte?
In de vacatures die op de arbeidsmarkt worden geplaatst komen een aantal lastechnieken naar voren. De meest gevraagde lastechnieken zijn MIG/MAG lassen en TIG lassen. Deze lastechnieken kunnen op verschillende niveaus worden uitgevoerd. Deze niveaus worden over het algemeen aangegeven in niveau 1 tot en met 4, waarbij niveau 4 het hoogste niveau is. Naarmate het lasniveau hoger wordt stijgen ook de kansen om aan het werk te komen op de arbeidsmarkt. In crisistijd zijn er verhoudingsgewijs veel arbeidskrachten beschikbaar. Dit ook van toepassing bij lassers, hoewel het vacatureaanbod anders doet vermoeden. De vacatures waarin om lassers wordt gevraagd richten zich vaak op de hogere lasniveaus. Iemand die een opleiding MIG/MAG 1 of TIG 1 wil volgen maakt daarmee zijn kansen om werk te vinden op de arbeidsmarkt niet veel groter. Pas vanaf niveau 2 of 3 worden de kansen op werk aanzienlijk beter. Desondanks vragen bedrijven wel om sollicitanten die naast een opleiding ook over werkervaring beschikken. Alleen een opleiding is meestal niet voldoende om voor een vacature in aanmerking te komen.

Je hebt werk en wil een lasopleiding volgen
Er zijn verschillende uitgangsposities waarin je kunt kiezen voor het volgen van een lasopleiding. Wanneer je vanuit je werk een lasopleiding wilt gaan volgen doe je dat vaak om je te laten bijscholen of specialiseren. Je werkgever is vaak bereid om een lasopleiding te betalen wanneer je hiermee je meerwaarde voor het bedrijf vergroot. Dit kan betekenen dat je een opleiding gaat volgen waarmee je jezelf meer in lassen gaan specialiseren of je meer gaat verbreden door lassen aan je vaardigheden toe te voegen.

Niet alle bedrijven betalen de opleidingen voor hun medewerkers. Sommige bedrijven verhalen de kosten voor een deel of geheel op de medewerker die de opleiding gaat volgen. Bedrijven kunnen dit doen uit bedrijfseconomische overwegingen of omdat ze de opleiding niet relevant achten voor de uitoefening van de functie. Daarnaast bieden sommige bedrijven een tussenoplossing door de medewerker de mogelijkheid te geven de opleiding in werktijd te doen. Een medewerker kan dan voor zichzelf de afweging maken of het verstandig is en financieel aantrekkelijk genoeg is om de opleiding te volgen.

Een lasopleiding volgen is verstandig wanneer je werk hebt en daardoor je positie binnen het bedrijf verstevigd. Hierdoor wordt de kans om je werk te behouden vergroot.

Je wordt ontslagen en wil een lasopleiding volgen
Bedrijven willen in het kader van outplacement ook wel opleidingen bieden aan medewerkers die de organisatie noodgedwongen of na wederzijds overleg moeten verlaten. Het doel van deze opleidingen is de medewerker na het verlaten van de organisatie een zo groot mogelijke kans te bieden op betaald werk. In deze situatie is het belangrijk dat een medewerker een goede keuze maakt voor een opleiding omdat dit gevolgen kan hebben voor zijn toekomst en de daaraan verbonden loopbaan.

Wanneer een medewerker al opleidingen heeft gedaan in de richting van werktuigbouwkunde zou een lasopleiding een nuttige aanvulling kunnen zijn voor het cv. Daarnaast kan een extra lasopleiding ook verstandig zijn als de medewerker al verschillende lasopleidingen of lascertificaten heeft behaald. Hierdoor zal de nadruk in het cv meer op lassen komen te liggen. De medewerker moet er dan rekening mee houden dat bedrijven van de medewerker verachten dat hij hoofdzakelijk ingezet zal worden als lasser. De keuze om in dat geval een extra lasopleiding aan het cv toe te voegen heeft gevolgen voor de richting van de loopbaan. De loopbaan wordt dan namelijk meer in de richting van lassen gestuurd.

Als een medewerker in een outplacementtraject niet van plan is om in de toekomst als lasser aan de slag te gaan kan hij of zij beter voor een andere opleiding kiezen. Er zijn verschillende instanties die bedrijven kunnen ondersteunen in outplacementtrajecten. Daar zijn vaak opleidingsadviseurs en loopbaanadviseurs in dienst die kunnen ondersteunen bij de zoektocht naar een opleiding die meer past bij de loopbaanwensen en loopbaanperspectieven van de medewerker.

Wanneer je geen werkervaring hebt als lasser en je nauwelijks hebt verdiept in de werkzaamheden die een lasser uitvoert is het niet verstandig om een lasopleiding te gaan volgen. Het inwinnen van advies is dan de eerste stap die genomen moet worden. Ook wanneer er veel vacatures op de markt aanwezig zijn moet dit niet de hoofdreden zijn om een lasopleiding te gaan volgen. Een lasopleiding moet binnen je cv passen en bij je vaardigheden. Wanneer je geen werkervaring hebt opgebouwd in de werktuigbouwkunde is een lasopleiding van weinig waarde. Bedrijven zoeken in de regel meer naar sollicitanten die een lasopleiding hebben én over relevante werkervaring beschikken. In crisistijd hebben ze volop keuze en komen sollicitanten die alleen over een lasopleiding beschikken en geen relevante werkervaring hebben op de laatste plaats.

Je hebt een uitkering en wil een lasopleiding volgen
Wanneer je werk zoekt en in een uitkeringspositie zit moet je verstandige keuzes maken. Elke dag dat je geen werk hebt vergroot het ‘gat’ in je cv. Het ‘gat’ in het cv is de tijdsduur tussen de periodes dat je werk hebt (gehad). Het is belangrijk dat je dit gat zo klein mogelijk houdt en de tijd die je zonder werk zit nuttig besteed om je kans op werk te vergoten. Een opleiding is dan zeker een goede keuze. Het is wel van belang dat de opleiding in een richting is waar veel vacatures in te vinden zijn. Kortom de opleiding moet waarde hebben op de arbeidsmarkt. Een lasopleiding heeft waarde op de arbeidsmarkt wanneer in het cv verschillende aanknopingspunten aanwezig zijn waarmee het nut van de lasopleiding wordt onderstreept. Als je in het verleden een opleiding in de richting van werktuigbouwkunde hebt gedaan zou een lasopleiding een nuttige toevoeging kunnen zijn.

Als op je cv staat dat je in verschillende bedrijven hebt gewerkt als montagemedewerker of constructiebankwerker dan kan een lasopleiding er voor zorgen dat je breder inzetbaar bent. Wanneer je bij metaalbedrijven hebt gewerkt als lasser maar er geen papieren voor hebt behaald, is het verstandig om een opleiding op lasgebied te volgen om hiermee je werkervaring als lasser te ‘verzilveren’.

Wanneer je in het geheel geen werkervaring hebt opgedaan in de metaalbranche en ook geen opleidingservaring hebt in deze richting kun je beter niet een lasopleiding gaan volgen. Bedrijven hebben voldoende keuze uit ervaren lassers op de arbeidsmarkt. Een onervaren lasser heeft hierdoor geen grote kans op werk.

Prijs van lasopleidingen
Een ander aspect dat een rol speelt bij de keuze voor een lasopleiding is de prijs. Lasopleidingen zijn geen goedkope opleidingen. Voor een opleiding MIG/Mag 1 of TIG 1 betaal je ongeveer tussen de vijfhonderd en duizend euro. In deze opleidingen leer je de basis van het lasproces aan maar hiermee kun je nog nauwelijks goed zelfstandig lassen. De meeste bedrijven vragen minimaal om niveau 2 of 3 in deze lasprocessen. Dit houdt in dat de kosten bijna verdubbelen. De totale investering bedraagt dan voor MIG/MAG 1 en 2 ongeveer anderhalf duizend tot tweeduizend euro. Dat is een flinke investering die niet binnen het budget van de meeste werkzoekenden past. Wanneer je in het verleden al een MIG/MAG 1 opleiding of een TIG 1 opleiding hebt gedaan is het wel verstandig om door te gaan met niveau 2 om daarmee je kans op werk in arbeidsmarkt te vergroten.

In sommige gevallen kun je een lasopleiding versteld doen. Dit is bijvoorbeeld het geval wanneer je wel aantoonbare werkervaring hebt op lasgebied. Wanneer je in aanmerking wil komen voor een verkort opleidingstraject moet je dit van te voren aangeven bij het opleidingsinstituut waar je de lasopleiding wil gaan volgen. In dat geval moet je wel een test of een aantal testen doen. Hiermee wil het opleidingsinstituut bepalen op welk lasniveau je zit. Op basis van de uitslag van deze lastesten kan het opleidingsproject en de bijbehorende kosten worden bepaald.

De kosten van de lasopleidingen zijn verhoudingsgewijs hoog. Dit heeft onder andere te maken met de begeleiding die tijdens het maken van proefwerkstukken intensief is. Een begeleider zal regelmatig ondersteuning moeten bieden aan de cursist om hem de praktische kanten van het lassen aan te leren. Daarnaast zijn er ook kosten verbonden aan het materiaal dat gelast moet worden en de elektrodes en het beschermingsgas dat wordt gebruikt. Ook de ruimte die gebruikt wordt kost geld evenals de lasoverall, de lashelm en de lashandschoenen die vaak door de opleidingsinstantie ter beschikking worden gesteld en onderhouden.

Gezondheid
Het werk van een lasser is fysiek belastend. Wanneer je overweegt om een lasopleiding te volgen moet je rekening houden met de gezondheidsrisico’s die aan het beroep lasser verbonden zijn. Een lasser doet meestal werk in verschillende posities. Naast onder de hand wordt ook uit de zij en boven het hoofd gelast. Deze posities zijn fysiek zwaar en kunnen er voor zorgen dat een lasser op de duur last van zijn rug, knieën of nek krijgt. Daarnaast hebben de
metalen platen en profielen die gelast moeten worden een behoorlijk gewicht. Wanneer een lasser deze platen en profielen met de hand moet verplaatsen zorgt dat voor een extra belasting voor zijn lichaam.

Ook de lasdampen die bij het lasproces vrij komen zijn schadelijk voor de gezondheid. Een lasser moet er voor zorgen dat deze dampen goed worden afgezogen. Wanneer dit niet gebeurd kunnen de lasdampen schade veroorzaken in de longen van de lasser.

De ogen van een lasser moeten worden beschermd tegen het felle licht dat van het lasproces afkomt. Dit felle licht kan lasogen veroorzaken waardoor de lasser niet in staat is om werkzaamheden uit te voeren.

Lasspetters die bijvoorbeeld vrijkomen tijdens het MIG/Mag lasproces kunnen brandwonden veroorzaken wanneer het lichaam van de lasser onvoldoende beschermd is door brandwerende kleding en brandwerende handschoenen.