Leren lassen

Lassen is het maken van onuitneembare verbindingen tussen materiaal waarbij de uitgangsmaterialen in elkaar worden versmolten door het verhogen van de temperatuur van de contactvlakken. Deze korte definitie zal je niet in studieboeken over lassen aantreffen omdat deze is opgesteld door Pieter Geertsma van Technischwerken.nl. Toch is de definitie breed genoeg om alle verschillende soorten lasprocessen te omvatten. Er zijn een aantal basisaspecten die je moet weten voordat je kunt leren lassen. Hieronder staan een aantal belangrijke aspecten die van belang zijn als men wil leren lassen. Uiteraard wordt daarbij begonnen met algemene aspecten die bij het lassen aan de orde komen. Voor lassen is namelijk ook theoretische kennis nodig.

Smeltbad tijdens lassen
Als je wilt leren lassen is het belangrijk te weten dat bij lassen het maken van een goed smeltbad tussen het uitgangsmateriaal en eventueel het lastoevoegmateriaal van groot belang is voor het creëren van een kwalitatief goede lasverbinding.Het smeltbad is een term die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van de contactvlakken van de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Dit smeltbad ontstaat door het verhogen van de temperatuur. Dat kan echter op verschillende manieren gebeuren. Zo maakt men bij autogeen lassen gebruik van een brander en maakt men bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen gebruik van een elektrische vlamboog of plasmaboog. In het smeltbad kan men ook lastoevoegmateriaal aanbrengen waardoor het smeltbad groter wordt.

Beschermgas
Het is belangrijk dat het smeltbad niet verontreinigd raakt en goed beschermd wordt doormiddel van een beschermgas of backinggas. Dit gas is bij MAG lassen een actief gas, vandaar ook de Metal Active Gas. Actief gas is meestal CO2. Er zijn ook lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Voorbeelden hiervan zijn MIG lassen (afkorting staat voor: Metal Inert Gas) en TIG lassen (Tungsten Inert Gas). Een inert beschermgas zoals argon of helium beschermt het smeltbad nog beter tegen verontreiniging tijdens het lassen en zorgt er voor dat er geen corrosieve werking optreed tijdens het lassen.

Materialen die je kunt lassen
Bij het woord lassen denkt men meestal aan het maken van een onuitneembare verbinding tussen metalen maar met bepaalde lastechnieken kan men echter ook kunststoffen aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan het spiegellassen waarbij de uiteinden van twee kunststofleidingen aan elkaar worden verbonden nadat ze eerst tegen een gloeiendhete ‘spiegel’ zijn aangedrukt. Omdat de meeste mensen lassen en lastechniek koppelen aan de metaalsector wordt in deze tekst de nadruk gelegd op de toepassing in de metaaltechniek. In de metaalsector wordt lassen veelvuldig toegepast wanneer de verbinding niet uitneembaar moet zijn. Metaal kan men over het algemeen beter aan elkaar lassen dan lijmen. Ook is een lasverbinding vaak veel effectiever dan een verbinding die doormiddel van solderen tot stand komt.

Ferro of non-ferro
Lasverbindingen worden in de metaalsector toegepast bij verschillende metaalsoorten. Deze metaalsoorten worden onderverdeeld in ferro en non-ferro. Bij ferro-metalen en legeringen bestaat het hoofdbestandsdeel uit ijzer wat gevoelig is voor corrosie of roest. Een voorbeeld hiervan is koolstofstaal dat veel wordt gebruikt in de staalconstructie vanwege de stevigheid en verhoudingsgewijs gunstige prijs. Bij ferro-metaal en legeringen maakt men over het algemeen gebruik van actief gas.

Non-ferro metalen zijn minder gevoelig voor corrosie of hebben een oxidelaag die het onderliggende materiaal goed beschermd zoals bij zink en aluminium het geval is. Soms zegt men dat non-ferrometalen edeler zijn dan ferro-metalen maar dat is niet altijd het geval. Zo staat zink in het periodiek systeem der elementen lager dan ferro terwijl zink toch veel beter bestand is tegen corrosie. Denk hierbij aan het verzinken van staal waarbij het zinklaagje het onderliggende staal beschermd tegen roest.

Non-ferro metalen worden ook wel inerte metalen genoemd en worden daarom gelast met een inert beschermgas of backinggas. Een aantal voorbeelden van Non-ferro metalen zijn aluminium, nikkel en zink. Sommige legeringen bevatten echter wel ijzer maar worden toch beschouwd als non-ferro zoals roestvaststaal dat ook wel bekend is onder de afkorting rvs. Het materiaal dat gelast wordt noemt men ook wel uitgangsmateriaal en bepaald in belangrijke mate welk lastoevoegmateriaal gebruikt kan worden. Het spreekt voor zich dat men voor inert uitgangsmetaal ook een inert lastoevoegmateriaal (lasdraad) gebruikt.

Lasposities
Een las kan in verschillende posities worden aangebracht. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan onder de hand lassen maar ook recht omhoog lassen wat ook wel stapelen wordt genoemd. Andere posities zijn uit de zij lassen en boven het hoofd lassen. Dit zijn verschillende lasposities en verschillen ook in complexiteit. Zo is boven het hoofd lassen veel moeilijker dan onder de hand lassen.

MLT en IWT
De hiervoor genoemde alinea’s beschrijven algemene informatie die een lasser moet weten om een goede lasverbinding te kunnen maken. Gelukkig hoeft een lasser op theoretisch vlak niet alles te weten. Daarvoor zijn lasspecialisten oftewel lastechnici. Deze specialisten hebben veel kennis van lastechniek en hebben vaak een opleiding Middelbaar Lastechnicus gevolgd. Deze opleiding wordt ook wel afgekort met MLT. Ook de opleiding IWT is mogelijk, dit staat voor International Welding Technologist. In de praktijk heeft men het ook wel over een IWT-er of een MLT-er. Deze specialisten kunnen een lasmethodebeschrijving opstellen of een welding procedure specification. Daarover lees je in de volgende alinea meer

Lasmethodebeschrijving of welding procedure specification
Lassers moeten weten hoe een lasverbinding tot stand moet worden gebracht. Vooral bij complexere werkstukken van hoogwaardige legeringen is het belangrijk dat een lasser precies weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat is overigens ook het geval bij constructies die worden gemaakt voor de bouw en offshore waarbij een lasser een uitstekende lasverbinding moet leggen omdat er anders grote gevaren kunnen ontstaan met betrekking tot de constructieve stevigheid van producten en constructies.

Bij dergelijke laswerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van een welding procedure specification (wps) of een lasmethodebeschrijving (lmb). Deze duidelijke omschrijvingen zijn meestal opgesteld door een International Welding Technologist of een Middelbaar Lastechnicus. In een lasmethodebeschrijving of welding procedure specification staat informatie over het lastproces dat gehanteerd moet worden door de lasser maar ook het lastoevoegmateriaal, het beschermgas en de laspositie die de lasser moet hanteren voor het maken van de lasverbinding. In de praktijk zullen lassers voor het maken van dergelijke lasverbindingen ook persoonlijk gecertificeerd moeten worden. Dit houdt in dat de lasser een lascertificaat moet behalen die gekoppeld is aan zijn of haar naam.

Lasvaardigheid leren
Uit de alinea’s hierboven komt naar voren dat het maken van een lasverbinding niet eenvoudig is. Er is behoorlijk wat theoretische kennis voor nodig om een goede lasverbinding te maken. Het leren van lasvaardigheid is vooral een kwestie van toepassen. Dat houdt in dat men zelf regelmatig moet oefenen met lassen. Dan leert men namelijk een goed smeltbad maken en leert men ook wat het effect is van warmte op metaal. Er ontstaat namelijk krimp en rek in een werkstuk als men bepaalde gedeelten verwarmt en andere gedeelten niet verwarmt. Het lassen is namelijk vooral het lokaal verhitten van het werkstuk.

Een lasser kan echter ook een gedeelte van het werkstuk voorgloeien. Ook dit is beschreven in de lasmethodebeschrijving of welding procedure specification. Lassers zijn vooral praktijkmensen en daarom is het verstandig om met collega-lassers informatie uit te wisselen over hoe een lasverbinding gemaakt kan worden. Veel lassers hebben door jaren ervaring zichzelf truckjes aangeleerd met betrekking tot het vasthouden van de lastoorts en het instellen van het lasapparaat. Lassen is wat dat betreft echt een beroep dat je in de praktijk moet leren. Veel lassers hebben thuis ook een lastoestel staan waardoor ze ook thuis hun lasniveau op peil kunnen houden.

Uiteraard is het verstandig om een lasopleiding te volgen bij een opleidingsinstituut dat goed bekend staat. Veel technische mbo-scholen bieden lasopleidingen aan. Daarnaast heeft ook het Nederlands Instituut voor Lastechnieken (NIL) veel informatie over lastechniek. Lasopleidingen  die erkend zijn door het NIL hebben meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Veiligheid en lassen
Lassen is overigens een beroep met risico’s. Tijdens het lassen maakt men gebruik van hoge temperaturen waardoor er een risico is op brand. Daarnaast wordt tijdens het lassen ook een zeer schadelijk UV-licht geproduceerd waartegen de ogen beschermd moeten worden. Lassers moeten in de praktijk altijd de voorschreven persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit houdt in dat ze een vlamvertragende lasoverall moeten dragen en een lashelm. De lasdampen moeten worden afgezogen doormiddel van een goed ventilatiesysteem of een lasdampafzuiginstallatie.

Veiligheidsinstructie en personeelsinstructieformulier
Lassers moeten daarnaast ook andere materialen zoals slijptollen en slijpmachines gebruiken conform de veiligheidsvoorschriften. Bedrijven zijn volgens de arbowetgeving verplicht hun werknemers te wijzen op veilig en verantwoord werken. Uitzendbureaus die lassers als uitzendkracht bemiddelen moeten de doorgeleidingsplicht hanteren. Dit houdt in dat deze uitzendbureaus bij de opdrachtgever de veiligheidsvoorschriften en de risico’s op de werkvloer moeten opvragen en doorgeven aan de uitzendkrachten die als lasser gaan werken. Op die manier worden lassers voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte gebracht van de veiligheidsrisico’s die aan het laswerk verbonden zijn en de manier waarop de veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden. Dit gebeurd onder andere door een personeelsinstructieformulier die veel VCU gecertificeerde uitzendbureaus hanteren.

 

Wat is de keelhoogte van lasverbindingen?

Keelhoogte is de hoogte van de lasverbindingen waarbij men kijkt naar het gedeelte van de lasverbinding die boven het plaatmateriaal uitsteekt, kortom de dikte van de lasnaad. De keelhoogte van een lasverbinding wordt ook wel de a-hoogte genoemd en wordt op een tekening vaak met de letter ‘a’ aangegeven. De keelhoogte is een belangrijke maataanduiding voor een lasser. Wanneer een lasser bijvoorbeeld een te kleine keelhoogte hanteert zal de lasverbinding mogelijk niet sterk genoeg zijn. De inbranding of penetratie van het smeltbad van de lasverbinding zijn hierbij echter ook belangrijke factoren. Als de keelhoogte van de lasverbinding veel te hoog is heeft dit meestal gevolgen voor het materiaal dat door de warmte-inbreng kan vervormen. Een lasser moet daarom de juiste keelhoogte hanteren deze informatie vindt de lasser in de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS).

Lasmethodebeschrijving en Welding Procedure Specification
Het maken van een lasverbinding is precies werk. Een lasverbinding is een verbinding die niet-uitneembaar is. Dat houdt in dat een lasverbinding alleen met geweld uit elkaar gehaald kan worden doormiddel van zagen, knippen, slijpen, gutsen of breken. Dit zijn zeer destructieve methoden daarom is een goede voorbereiding op het lassen van groot belang. Gelukkig hoeft een lasser in de praktijk meestal niet zelf alle informatie te verzamelen voor het maken van de juiste lasverbinding.

Meestal wordt bij het werkstuk een lasmethodebeschrijving (LMB) of een Welding Procedure Specification (WPS) geleverd. Daarin staat het lastoevoegmateriaal, de lasmethode, de laspositie en nog meer relevante informatie voor het maken van de lasverbinding. Ook de keelhoogte of a-hoogte wordt in deze documenten aangegeven. De maataanduiding voor de hoogte van de lasverbinding staat meestal ook op de tekening van het werkstuk doormiddel van de letter ‘a’. Na de letter ‘a’ volgt een maataanduiding in millimeters. De letter ‘s’ kan ook worden aangegeven.

Deze letter ‘s’ staat voor de nominale keelhoogte inclusief inbranding en valt net als de aanduiding voor de keelhoogte onder de ISO 2553 / EN 22553 richtlijnen. Met de inbranding wordt de diepte van het smeltbad van het lasproces bedoelt. Dit is de hoeveelheid van het uitgangsmateriaal dat gesmolten wordt tijdens het lassen. Daar komt de keelhoogte nog bovenop om tot de hoogte te komen die met de letter ‘s’ wordt aangeduid.

Indien er onvoldoende documentatie of informatie wordt gegeven over de lasverbinding die gemaakt moet worden dan zal de lasser zich kunnen wenden tot een lasspecialist. Dit kan een European Welding Technologist,  een International Welding Technologist of een Middelbaar lastechnicus zijn. In de volgende alinea wordt hier iets dieper op ingegaan.

Middelbaar Lastechnicus
Niet alle bedrijven hebben een lastechnicus in dienst maar de bedrijven die een dergelijke specialist in dienst hebben zijn wel in het voordeel als het gaat om specifieke kennis over lasprocessen en lasmethoden. Voor lassers is een middelbaar lastechnicus een belangrijke informatiebron als er onduidelijkheden zijn over de lasverbinding die gemaakt moet worden. Ook een International Welding Technologist of een European Welding Technologist zijn specialisten als het gaat om lasverbindingen. Wanneer deze personen echter niet aanwezig zijn en de lasverbinding niet onder certificaat of lasmethodekwalificatie gemaakt hoeft te worden dan kan de lasser bij het bepalen van de keelhoogte of a-hoogte ook een aantal vuistregels hanteren.


Vuistregels keelhoogte lasverbindingen
Vuistregels moeten alleen gebruikt worden als er geen Lasmethodebeschrijving, geen Welding Procedure Specification, geen tekening en geen aanspreekpunt aanwezig is in de vorm van een lastechnicus of voorman aanwezig is. Ook moet er sprake zijn van lasverbindingen die niet onder een lasmethodekwalificatie vallen. Pas als al deze zaken niet aanwezig zijn kan een lasser met vuistregels de keelhoogte of a-hoogte van de lasverbinding bepalen. Er zijn verschillende vuistregels die hiervoor worden gebruikt. Deze vuistregels gaan allemaal uit van de plaatdikte van het materiaal dat gelast moet worden. Een bekende vuistregels is dat de keelhoogte 0,7 maal de minimale plaatdikte moet wezen. Weer een andere vuistregels is dat de keelhoogte gelijk is aan 0,6 keer de minimale plaatdikte. Daarbij wordt uitgegaan van een volledig rondom gelast product dus niet een buis voor de helft aflassen. Er zijn echter ook andere vuistregels voor het bepalen van de keelhoogte zoals de regel dat de keelhoogte gelijk is aan de helft van de plaatdikte plus 1 millimeter.

Kanttekening bij vuistregels voor de keelhoogte
Vuistregels moeten alleen worden toegepast als verdere informatie ontbreekt en als de lasverbinding niet op certificaat of certificaatniveau gemaakt hoeft te worden. Daarnaast is er nog een belangrijke andere kanttekening namelijk de dikte van de plaat. Bij hele dikke plaatsen zijn de vuistregels niet meer effectief of kunnen ze zelfs zorgen voor een problematische lasverbinding. Immers een hele dikke plaat zou ook een grote keelhoogte van de lasverbinding tot gevolg hebben. Daardoor kan een enorme dikke laag op de lasnaad worden aangebracht wat voor scheuren en andere beschadigingen aan het werkstuk kan zorgen. Meestal moet in die gevallen de las dieper worden aangebracht door een goed smeltbad aan te brengen. Dit kan echter ook voor scheuren zorgen en vereist dat dikke platen worden voorgegloeid tot een bepaalde temperatuur zodat de temperatuur rondom het smeltbad en de temperatuur van de rest van het (plaat) materiaal niet teveel verschilt. Juist het verschil in temperatuur in één plaat kan voor grote krimp en rek scheuren zorgen. Voor het lassen van dikke plaat worden daarom in de praktijk vrijwel altijd een WPS en/of LMB gehanteerd.

Wat is de A-hoogte bij lassen?

A-hoogte is de hoogte oftewel de dikte van een las deze is meestal vastgelegd op een tekening, lasmethodebeschrijving (LMB) of Welding Procedure Specification (WPS). De A-hoogte is belangrijke informatie voor een lasser. Als de A-hoogte van een las bijvoorbeeld te laag is dan kan de lasverbinding niet sterk genoeg zijn. Een te grote A-hoogte kan echter voor andere problemen zorgen. Zo kan een te grote A-hoogte er voor zorgen dat er teveel warmte in de lasverbinding wordt gebracht waardoor het werkstuk kan vervormen of scheuren. Daarom is het belangrijk dat een lasser zorgvuldig te werk gaat bij het bepalen van de A-hoogte en het maken van een lasverbinding. Hieronder is in een paar alinea’s informatie gegeven rondom de A-hoogte voor lasverbindingen.

A-hoogte of keelhoogte bij lasverbindingen
De informatie in de inleiding maakt duidelijk wat onder een A-hoogte wordt verstaan. In de praktijk wordt in de lastechniek echter ook gesproken over een keelhoogte. In feite wordt hiermee hetzelfde bedoelt als de A-hoogte. Meestal heeft men het dan over een keelhoogte met penetratiediepte. De keelhoogte wordt met een letter ‘a’ aangegeven en de keelhoogte met penetratiediepte wordt aangegeven met de letter ‘s’. De letter ‘s’ is dus de A-hoogte inclusief de penetratiediepte van de las. Dit is dus de totale hoogte van de lasverbinding. Tijdens het lassen ontstaat namelijk een smeltbad waardoor de las een deel van het plaatwerk tot smelten brengt dit wordt ook wel de penetratie van de lasverbinding genoemd. De A-hoogte of keelhoogte komt nog bovenop deze penetratiediepte waardoor de maataanduiding ‘keelhoogte met penetratiediepte’ ontstaat oftewel de maataanduiding die wordt aangegeven met de letter ‘s’.

Informatie over A-hoogte voor lasverbindingen
Voor het bepalen van de juiste A-hoogte zal een lasser in eerste instantie altijd de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS) moeten raadplegen. Indien deze er niet is kan de lasser de tekening nalezen. Op de tekening wordt meestal ook een A-hoogte bij de te maken lasverbinding benoemd. Verder is een middelbaar lastechnicus (MLT-ER) ook een belangrijke informatiebron op het gebied van lassen. De middelbaar lastechnicus heeft een specifieke opleiding gevolgd voor lasverbindingen en is bevoegd om de eerder genoemde lasmethodebeschrijving op te stellen. Daarom kan deze lastechnicus een duidelijk en bindend advies geven over de lasverbindingen en dus ook de gewenste A-hoogte van deze verbindingen. In plaats van de benaming ‘middelbaar lastechnicus’ gebruiken sommige bedrijven de benaming ‘European Welding Technologist’ of ‘International Welding Technologist’.

Deze functies worden ook wel afgekort met EWT en IWT. In het vakjargon spreekt men ook wel over ene MLT-er, een EWT-er en een IWT-er. Welke benaming een bedrijf ook gebruikt voor en lastechnicus het feit blijft bestaan dat dit specialisten zijn waar lassers advies kunnen inwinnen over de te maken lasverbinding. Sommige bedrijven hebben echter geen lasmethodebeschrijvingen en maken geen gebruik van Welding Procedure Specifications omdat de lasverbindingen aan minder strenge eisen moeten voldoen. In dat geval kan een lasser gebruik maken van zogenaamde vuistregels om de A-hoogte van de lasverbindingen te bepalen. In de volgende alinea worden een aantal vuistregels genoemd voor het bepalen van de A-hoogte. Het is belangrijk te weten dat de vuistregels die genoemd worden ondergeschikt zijn aan de informatie die in een WPS of LMB staan met betrekking tot de hoogte van een lasverbinding.

Vuistregels voor bepalen A-hoogte
Er zijn verschillende vuistregels voor het bepalen van de A-hoogte. Zo is een algemene vuistregel dat de A-hoogte 0,7 x de dunste plaatdikte moet zijn. Weer anderen hanteren de vuistregel dat de A-hoogte gelijk is aan 0,6 maal de minimale plaatdikte. Daarbij moet de las geheel rondom worden gelast. Er is ook een vuistregel dat de A-hoogte gelijk moet zijn aan de halve plaatdikte plus 1 mm.

Kanttekening bij vuistregels voor A-hoogte
De bovenstaande vuistregels voor het bepalen van de A-hoogte voor een lasverbinding kunnen in de praktijk worden gehanteerd tot middeldikke plaat wanneer deze vuistregels uiteraard niet in strijd zijn met de informatie die is benoemd in de lasmethodebeschrijving en de Welding Procedure Specification. Wanneer een laser echter dikke plaat gaat lasser zal hij of zij er achter komen dat met deze vuistregels veel te dikke lasverbindingen worden gemaakt met alle gevolgen voor het werkstuk van dien. Daarom moet men bij het lassen van dikke plaat altijd een ervaren specialist inschakelen voor het bepalen van de A-hoogte. Dit is belangrijk om scheuren, vervorming en andere ongewenste aspecten te voorkomen.

Wat is fotolassen en wat doet een fotolasser?

In de metaaltechniek hoor je soms de functienaam ‘fotolasser’ ook vraag men wel om lassers die kunnen ‘fotolassen’. Deze benaming is behoorlijk ingeburgerd in de metaalsector maar is behoorlijk vaag. Daarom is in dit artikel informatie gegeven over de termen fotolassen en fotolasser.

Wat is fotolassen?

Fotolassen is een werkwoord maar men kan eigenlijk niet zeggen dat iemand gaat fotolassen. Ook kan iemand niet zeggen zou je die fotolassen even kunnen maken.  De term fotolassen is enkel een benaming voor de kwaliteit waaraan bepaalde lassen moeten voldoen.

Als men het over fotolassen heeft bedoelt men dat de lassen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving. De lasmethodebeschrijving is geënt op de lasmethodekwalificatie die het bedrijf heeft behaald. In de lasmethodebeschrijving is vastgelegd hoe een las gemaakt moet worden en via welk lasproces de las gemaakt moet worden door de lasser. Daarin kan zijn vastgelegd dat de las fototechnisch gecontroleerd moet worden. De controle van de las kan namelijk door röntgenfoto’s worden gedaan.

Röntgenfoto’s van lassen

Doormiddel van röntgenfoto’s kan men controleren of de las inderdaad goed is aangebracht door de lasser. Met röntgenfoto’s kan men zien of er geen insluitingen of andere onzuiverheden in de las aanwezig zijn. Een fotolas is pas echt een fotolas als de las de röntgenfototest kan doorstaan. Een voordeel van röntgenfoto’s is dat men de las niet hoeft te vernietigen tijdens deze test. De las blijft in tact. Daarom noemt men deze onderzoeksmethode ook wel Niet Destructief Onderzoek. Dit wordt ook wel afgekort met NDO. Destructief Onderzoek kan ook worden uitgevoerd. Hierbij wordt de las bijvoorbeeld doorgezaagd of uitelkaar getrokjen met een trekproef of breekproef. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding dan vernietigd is.

Wat doet een fotolasser?

Een fotolasser is in feite geen functieaanduiding. Iemand is geen fotolasser maar een lasser kan wel lassen leggen conform een lasmethodebeschrijving. Een lasser moet een lascertificaat behalen conform de lasmethodebeschrijving en de lasmethodekwalificatie van een bedrijf. Hiervoor dient de lasser een proefstuk maken met een onafhankelijke getuige er bij. Dit proefstuk wordt gecontroleerd in een speciaal testlab. Tijdens de testen wordt de las op verschillende manieren gecontroleerd.  De manier van controleren worden vastgelegd in het lascertificaat.  Hierin kan bijvoorbeeld staan dat eem breekproef is toegepast of dat men met geluidsgolven (ultrasoon) getest heeft. Ook testen doormiddel van röntgenfoto’s kunnen vastgelegd worden op het lascertificaat.  In het laatste geval zou men kunnen zeggen dat een lasser een las kan maken op fototechnisch niveau. Dan zou je kunnen spreken van een fotolas en een fotolasser.

Aandachtspunten bij het woord fotolasser

Als iemand op fotoniveau kan lassen weet je eigenlijk nog heel weinig. Want je moet weten welk lasproces is gebruikt bij het proefstuk waar de lasser zijn of haar certificaat mee heeft behaald.  Ook moet je weten welk materiaal is gelast en welke dikte dit materiaal had. De vorm van de lasnaad is ook belangrijk. Was dit bijvoorbeeld een V-naad, een X-naad of een K-naad. Het toevoegmateriaal is eveneens belangrijk is er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van poedergevulde draad (rutiel), beklede elektrode of andere lasdraad. Dit alles wordt vastgelegd op het lascertificaat van de lasser. Bovendien staat op dit lascertificaat in welke positie de lasser de las heeft aan gebracht. Voorbeelden hiervan zijn onder de hand, uit de zij, stapelen en boven het hoofd. Een bijzondere positie die vaak vereist is in het leidinglassen is G6 of HL 45.

Hierbij moet de lasser een buis of pijp met een bepaalde wanddikte in een positie van 45 graden plaatsen en dan rondom lassen. Een fotolasser kan een mengeling van bovenstaande gegevens op xijn lascertificaat hebben staan. Daarom weet je met de term fotolasser niet precies wat de lasser kan en mag lassen. Als men om een fotolas of fotolasser vraagd zal je altihd moeten nagaan welke lascertificaten precies vereist zijn. Daarbij is ook nog een verschil of de las conform de Europese Normering is gelegd, dit wordt aangeduid met EN, of de Amerkaanse normering welke wordt aangedijd met AWS.

Welke insluitsels kunnen in lasfouten aanwezig zijn?

Tijdens het maken van een lasverbinding kunnen verschillende fouten ontstaan. Het maken van een goede lasverbinding is niet eenvoudig. Een lasverbinding wordt pas goed als aan verschillende factoren is voldaan. Zo moet het juiste lasproces worden toegepast, dit kan bijvoorbeeld autogeen, MIG/MAG, TIG en BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog verschillende andere lasprocessen. Elk lasproces heeft zijn eigen unieke eigenschappen. Zo wordt er bij sommige lasprocessen inerte gassen gebruikt terwijl bij andere lasprocessen actieve gassen worden gebruikt. Lasprocessen zoals autogeen lassen wordt gedaan doormiddel van een vlam terwijl MIG/MAG lassen doormiddel van een elektrische boog wordt gedaan. De vlam of de elektrische boog zorgt er voor dat er veel hitte ontstaat zodat het basismateriaal van het werkstuk smelt en het lastoevoegmatiaal ook.

Metaalinsluitselsin het smeltbad
Zowel het basismateriaal als het toevoegmateriaal versmelten samen in een smeltbad. Na uitharding van het smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Door verkeerde invloeden kan het smeltbad echter niet goed gevormd worden of ontstaan er problemen bij het stollen. Dit kan leiden tot scheuren en andere problemen. Fouten die ontstaan tijdens het lassen worden ook wel lasfouten genoemd. Naast scheuren kunnen onder andere ook insluitsels voor problemen zorgen als deze ontstaan tijdens het lasproces. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van soorten insluitsels die kunnen ontstaan tijdens het lassen in het smeltbad.

Slakinsluitsels
Soms worden meerdere lassen over elkaar heen aangebracht. Bij sommige lassen zoals BMBE lassen ontstaat een slak op de las. Deze las dient na afloop van het lassen goed te worden verwijdert. Dit doet men door de slak los te bikken. Als men de las niet goed wegbikt kunnen delen van de slak in de nieuwe laslaag worden ingesloten. Deze insluitingen worden ook wel slakinsluitsels genoemd. Slakinsluitsels kunnen ook ontstaan wanneer de lasser op een verkeerde manier last.

Poederinsluitsels
Bij sommige lasprocessen wordt gebruik gemaakt van laspoeders.  Dit wordt onder andere gedaan bij onder poederdek lassen, dit lasproces wordt ook wel OP-lassen genoemd. Ook bij elektroslaklassen wordt gebruik gemaakt van laspoeders. Poederinsluitsels kunnen tijdens deze lasprocessen worden veroorzaakt als een veel te grote hoeveelheid laspoeder op de lasboog wordt gestrooid. Meestal wordt bij OP-lassen een teveel aan laspoeder opgezogen of door de OP-lasser verwijdert. Als dit niet gebeurd kan een nieuwe las die over de vorige las heen wordt aangebracht vervuild raken met poederinsluitsels. Daarom moet een lasnaad altijd goed schoon worden gemaakt als men meerdere lassen over elkaar heen aanbrengt.

Metaalinsluitsels
Het smeltbad moet tijdens het lasproces goed in de gaten worden gehouden door de lasser. De lasser dient tijdens de voorbewerking op het lassen een schone lasnaad te maken zodat het smeltbad niet vervuild kan worden. Tijdens het lassen kan het smeltbad vervuild raken met andere metalen dan het metaal dat wordt gebruikt als toevoegmateriaal en het metaal van het werkstuk. Metalen die niet goed meesmelten in het smeltbad kunnen ingesloten worden. Hierdoor ontstaan metaalinsluitsels. Deze insluitsels kunnen bijvoorbeeld koper bevatten van de koperen smeltbadondersteuning of wolfraam door het afbreken van de TIG-laselektrode.

Waarom zijn insluitsels lasfouten?
Insluitsels veranderen de structuur van de las. De las wordt op de plek van een insluitsel minder dicht en daardoor bestaat de kans op een scheur in de las als de las onder druk komt te staan. Insluitsels zijn lasfouten die de mechanische stevigheid van de las benadelen. Voor bepaalde constructies en werkstukken zijn insluitsels niet erg. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden of voor de sier worden gemaakt. Bij dragende constructies of constructiedelen moeten de lassen echter van perfecte kwaliteit zijn. Insluitsels mogen hierbij niet voorkomen. Daarom worden deze lassen over het algemeen gekeurd onder strenge normen. Deze gecertificeerde lassen worden regelmatig destructief of niet-destructief (NDO) gekeurd. De manier waarop een las gekeurd moet worden staat in de lasmethodebeschrijving.

Welke soorten scheuren kunnen ontstaan tijdens lasprocessen?

Een lasverbinding is een verbinding die permanent is. Verbindingen die doormiddel van een las tot stand worden gebracht kunnen niet eenvoudig uitelkaar worden gehaald. Doormiddel van lassen worden twee materialen in elkaar versmolten eventueel met behulp van toevoegmateriaal. Het versmelten van de materialen gebeurd doorgaans onder een hoge temperatuur. Deze temperatuur wordt doormiddel van een vlam of een elektrische lasboog op het gewenste niveau gebracht. Aan elke lasverbinding worden eisen gesteld. Bij sommige lasverbindingen zijn de eisen niet heel hoog. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden. Er zijn echter ook constructie die zeer zwaar belast worden bijvoorbeeld kranen in de offshore. Hiervoor zijn zeer zware eisen opgesteld.

Lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification
De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen staan in een lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS. Deze beschrijvingen zijn geënt op de lasmethodekwalificatie van het desbetreffende bedrijf. In de LMB of het WPs staat duidelijk beschreven aan welke lasprocedure de lasser zich moet houden bij het maken van de las. Hierbij is aandacht voor de voorbewerking, het daadwerkelijke lassen en de nabewerking.

De voorbewerking voor het lasproces
De voorbewerking is van groot belang omdat sommige metaalsoorten voorverwarmd moeten worden in verband met het optreden van scheuren tijdens en na het lassen. Ook het snijden of slijpen van lasnaden is een belangrijk aspect van de voorbewerking. Daarnaast dient de lasnaad goed schoongemaakt te worden en dient de lasser er alles aan te doen om een goed ‘lasklimaat’ te creëren. Dit houdt in dat de lasser bij bepaalde lasprocessen moet voorkomen dat er tocht, vocht of vuil bij het smeltbad kan komen.

Het lassen
De lasser dient de lasmethode toe te passen die is voorgeschreven in de LMB of WPS. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, OP-lassen of  BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die in de praktijk worden gebruikt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de juiste (bescherm)gassen en de toevoegmaterialen. Verder dient de lasser ook rekening te houden met de laspositie, de A-hoogte en het aantal lagen waarin gelast moet worden.

De nabewerking
Ook de nabewerking heeft een invloed op de kwaliteit van de las. Sommige lassen moeten zorgvuldig worden afgekoeld. Dit moet niet te snel gebeuren in verband met het ontstaan van scheuren. Daarnaast kunnen er bij bepaalde lasprocessen lasspetters ontstaan die verwijdert moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij MIG/MAG lasprocessen. Bij sommige andere lasprocessen zoals BMBE lassen kan een ‘slak’ ontstaan op de las. Deze ‘slak’ dient zorgvuldig verwijdert te worden. Het verwijderen van de ‘slak’ is al helemaal belangrijk wanneer er nog een las over de bestaande las heen wordt aangebracht.

Lasfouten
Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan. Deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen zowel in de voorbewerking, tijdens het lassen en in de nabewerking ontstaan. Lasfouten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de mechanische stevigheid van een constructie. Er zijn verschillende lasfouten die kunnen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn kraters, insluitingen, randinkarteling en scheuren.

Scheurvorming tijdens het lassen
Tijdens het lassen kunnen scheuren ontstaan. Deze scheuren ontstaan waar het materiaal uit elkaar wordt getrokken. Dit uit elkaar rekken en trekken van materiaal kan onder andere gebeuren door temperatuurswisselingen. Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de kwaliteit van de las wordt aangetast. Dit is afhankelijk van de omvang van de scheur, de dikte van het materiaal en de druk die wordt uitgeoefend op de constructie. Scheuren kunnen soms worden gerepareerd door de scheur mechanisch te verwijderen doormiddel van slijpen of gutsen. Daarna dient men een nieuwe lasnaad aan te brengen en deze zorgvuldig dicht te lassen conform de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification.

Er zijn verschillende soorten scheuren die kunnen ontstaan tijdens het lassen. De oorzaken van de scheuren zijn eveneens verschillend. Hieronder worden in een aantal alinea’s voorbeelden gegeven van soorten scheuren die kunnen ontstaat tijdens en na het lasproces.

Stollingsscheuren
Een soort scheuren die kunnen ontstaan tijden het lasproces zijn zogenoemde stollingsscheuren. Deze scheuren worden ook wel h/b scheuren genoemd. Hierbij staan de letters ‘h/b’  voor ‘hoogte’ en ‘breedte’ waarmee de verhoudingen tussen de hoogte en de breedte worden bedoelt. Deze stollingsscheuren ontstaan wanneer de hoogte van de las groter is dan de breedte van de las. Tijdens het stollen van de las kan een scheur ontstaan doordat de las langzaam van buiten naar binnen stolt. Als de las hoog is zal daardoor een groot temperatuurverschil kunnen ontstaan tussen de buitenkant van de las en de binnenkant van de las. Als er in een las verontreinigingen aanwezig zijn met een lager smeltpunt dan het lasmateriaal kunnen deze verontreinigingen naar binnen worden getrokken. Als er meerdere verontreinigingen bij elkaar in de buurt zitten kan deze plek tijdens het stollingsproces voor problemen zorgen. Door de krimpspanning of door een belasting van de constructie kan een scheur bij de verontreinigingen ontstaan. Deze scheur is echter niet altijd direct zichtbaar aan de buitenkant. De scheur kan door röntgenonderzoek worden ontdekt. Röntgenonderzoek is een variant van niet- destructief onderzoek NDO.

Waterstofscheuren
Bij harde metaallegeringen kunnen waterstofscheuren optreden. Deze scheuren ontstaan wanneer er tijdens het lassen veel waterstof in de las wordt opgenomen. De waterstofscheuren ontstaan onder andere door trekspanningen. De scheuren hoeven niet meteen te ontstaan tijdens het lassen en kunnen zelfs 48 na het afronden van het lasproces gevormd worden. Hoe waterstofscheuren precies ontstaan is nog niet helemaal bekend. Men vermoed dat waterstof diffundeert naar insluitsels en poriën en dat daar waterstofgas wordt gevormd. Dit waterstofgas zou voor grote druk zorgen waardoor materiaal uit elkaar wordt gedrukt. Waterstofscheuren kunnen worden voorkomen door lastoevoegmateriaal met weinig waterstof te gebruiken. Daarnaast dient de lasser tijdens de voorbewerking de lasnaad goed schoon te maken. in de nabewerking moet de lasser het materiaal of werkstuk nagloeien. Deze aspecten van het lasproces staan meestal in de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification.


Door warmtebehandeling kunnen spanningsvrijgloeischeuren ontstaan. Deze scheuren worden ook wel intergranulaire scheuren genoemd. Door deze scheuren ontstaat carbide-precipitatie. Het inwendige van de aanwezige korrels wordt door dit proces versterkt. Daarnaast segregeren onzuiverheden zoals S, P, Sn, As naar de grenzen van de korrel, hierdoor worden deze verzwakt. Langs de grenzen van de korrel treed de meeste vervorming op. Door deze vervorming kunnen scheuren ontstaan.

Lamellaire scheuren
Als in het lasmetaal niet-metallische insluitsels aanwezig zijn kunnen lamellaire scheuren ontstaan. Deze scheuren worden gevormd in de fabriek waar het metaal wordt vervaardigd. Tijdens het gieten van metaal in een vorm kan verontreiniging in het metaal terecht komen. Deze verontreiniging kan bijvoorbeeld een deel van de ‘slak’ zijn die bij het smeltproces van ijzer en ijzererts op het gesmolten staal drijft. Als de lasser een lasverbinding maakt op de hoogte van de verontreiniging in het metaal zal de verontreiniging door de uitwerking van de krimpspanning gaan splijten en inscheuren. Tegenwoordig wordt staal meestal vervaardigd met een continu-gietproces. Hierdoor wordt de kans op verontreinigingen beperkt en komen lamellaire scheuren bijna niet meer voor.

Wat zijn lasfouten en hoe ontstaan lasfouten?

Tijdens lassen worden verschillende materialen aan elkaar vast gesmolten. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende lasprocessen. Bekende lasprocessen zijn lassen met beklede elektrode (BMBE lassen), MIG/MAG lassen en TIG lassen. Naast deze lasprocessen zijn er nog vele andere lasprocessen die worden gebruikt in de metaaltechniek. Elk lasproces heeft zijn eigen specifieke kenmerken. Bij lassen wordt gebruik gemaakt van een plasmaboog of een vlam om voldoende hitte te creëren voor het smeltbad van het lasproces. Daarnaast worden bij lassen ook bepaalde inerte en actieve gassen gebruikt. Dit verschilt echter per lasproces. Het lastoevoegmateriaal is ook een belangrijk aspect van het lasproces. Al deze verschillende aspecten worden beschreven in een lasmethodebeschrijving LMB of een Welding Procedure Specification WPS. Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan.

Lasfouten
In bovenstaande inleiding is beschreven welke factoren onder andere aan de orde kunnen komen wanneer men gaat lassen. Er zijn verschillende lasprocessen en verschillende materialen die gelast kunnen worden. Lassen wordt meestal gedaan onder hoge temperaturen. Hierdoor worden materialen zeer snel opgewarmd en koelen ze daarna weer af. Hierdoor ontstaan structuurveranderingen, krimp en spanningen. De reactie van materialen op het lasproces en het gebruikte gas is verschillend. Omdat er zoveel verschillende aspecten zijn die invloed hebben op het lasproces bestaat er een kans op fouten. Er zijn veel verschillende fouten die kunnen ontstaan, deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen in elk lasproces optreden.

Hoe ontstaan lasfouten?
Lasfouten ontstaan doordat de lasser in het voorbereidend werk, tijdens het lassen of in de nabehandeling foutief gehandeld heeft of gebruik heeft gemaakt van ondeugdelijke materialen en gereedschappen. Een lasser kan bijvoorbeeld het lastoestel verkeerd hebben ingesteld waardoor teveel warmte wordt ingebracht en er inbrandingen ontstaan. Ook de positie van de toorts is van groot belang. Als de toorts te ver bij het smeltbad vandaan wordt gehouden kunnen insluitingen in de las ontstaan waardoor de las aanzienlijk van minder goede kwaliteit wordt.

Veel lasfouten kunnen worden voorkomen door de lasser wanneer hij of zij de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification goed leest en de aanwijzingen daarin nauwkeurig opvolgt. Er zijn echter ook externe factoren die de kans op lasfouten kunnen vergroten. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan vocht, tocht, wind en temperatuurwisselingen. Ook stof en ander vuil kunnen van invloed zijn op de kwaliteit van de las.

Gevolgen van lasfouten
De oorzaken van lasfouten zijn divers en de gevolgen van d lasfouten zijn eveneens verschillend. Ook de ernst van de fouten is verschillend. Lasfouten kunnen bijvoorbeeld alleen invloed hebben op het uiterlijk van de las. Door deze lasfouten kan de las minder mooi lijken maar kan de las nog wel sterk genoeg zijn. Het uiterlijk van een las kan vaak doormiddel van nabewerking worden verbetert. Hierdoor kunnen eventuele lasfouten aan het oppervlak worden weggewerkt.

Een lasfout kan echter ook grote gevolgen hebben. Een lasfout kan bijvoorbeeld ook een scheur zijn die in de las. Voorbeelden van scheuren die in een las kunnen ontstaan zijn:

  • Stollingsscheuren of h/b scheuren
  • Lamellaire scheuren
  • Spanningsvrijgloeischeuren
  • Waterstofscheuren

Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de lasverbinding minder stevig is, de kans op het doorscheuren van een lasverbinding is dan aanwezig. Vooral wanneer de las onderdeel uitmaakt van een dragende constructie brengt een scheur ernstige risico’s met zich mee voor de stevigheid van het geheel.

Opsporen van lasfouten
Er zijn verschillende methodes waarmee men lasfouten kan opsporen. Deze opsporingsmethodes kunnen worden onderverdeeld in destructief onderzoek (DO) en niet destructief onderzoek (NDO). Bij destructief onderzoeken van lasverbindingen wordt de las daadwerkelijk vernietigd. Het product of werkstuk is daardoor niet meer bruikbaar. Daarom doet men destructief onderzoek meestal op basis van steekproeven. Tijdens destructief onderzoek kan een lasverbinding bijvoorbeeld worden doorgezaagd. Hierdoor kan men de zaagsnede goed bekijken en zien of er scheuren of insluitingen aanwezig zijn. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding door het zagen compleet is verwoest en dat het werkstuk daardoor niet meer bruikbaar is.

Niet destructief onderzoek wordt tegenwoordig ook regelmatig toegepast. Hierbij wordt het werkstuk niet vernietigd. De meest eenvoudige vorm van niet destructief onderzoek is het visueel beoordelen van de las met ‘het blote oog’. Hierbij kan men onder andere letten op randinkarteling, inbrandingen en het uitzakken van de las.

Andere vormen van niet destructief onderzoek wordt met behulp van apparatuur gedaan. Hierbij kan men bijvoorbeeld gebruik maken van röntgenonderzoek of echografie. Bij röntgenonderzoek worden röntgenfoto’s gemaakt van de las en bij echografie wordt gebruik gemaakt van geluidsgolven. Van de onderzoeksresultaten worden rapporten opgesteld waarmee de kwaliteit van de onderzochte las inzichtelijk kan worden gemaakt.

Wat is een European Welding Technologist EWT en wat voor werk doet deze?

European Welding Technologist EWT is een oude term voor een lastechnicus. Tegenwoordig wordt de functiebenaming Middelbaar Lastechnicus (MLT) gebruikt, de internationale functiebenaming hiervoor is International Welding Specialist, dit wordt ook wel afgekort met IWT. Iemand geldig EWT papieren heeft tegenwoordig in feite IWT papieren. De waarde van deze papieren op de arbeidsmarkt is gelijk zolang de EWT-er of IWT-er tijdens zijn of haar loopbaan er voor gezorgd heeft dat de papieren niet zijn verlopen.

Wat voor werk doet een EWT, IWT of een MLT?
Iemand met geldige EWT, IWT of MLT papieren kan in de werktuigbouwkunde of metaaltechniek verschillende functies uitoefenen. Een lastechnicus heeft veel verstand van lasprocessen en de normeringen die daarbij horen. Door deze kennis is een lastechnicus een waardevolle medewerker voor een bedrijf. Meestal werkt een lastechnicus in het middenkader van een bedrijf als een adviseur, inspecteur of medewerker kwaliteit. Een lastechnicus kan ook worden ingezet als lascoördinator. De lascoördinator controleert of de lasverbindingen binnen een bedrijf worden gemaakt volgens de normen.

Deze normen kunnen zowel Europese normen (EN) zijn als Amerikaanse Normen (ASME). Veel bedrijven in de werktuigbouwkunde werken onder één of meerdere normen. Deze normen stellen eisen aan de laskwaliteit. Bedrijven moeten hun lasmethodes kwalificeren. Doormiddel van lasmethodekwalificaties wordt duidelijk onder welke normen er binnen een bedrijf mag worden gelast. De lastmethodes die gekwalificeerd zijn worden vervolgens weer verwerkt in een lasmethodebeschrijving of een WPS (Welding Procedure Specification).

Een EWT, IWT of een MLT heeft veel kennis over lasprocessen
Een middelbaar lastechnicus heeft voldoende kennis om de lasprocessen in een lasmethodebeschrijving of WPS te beschrijven. Daarnaast weet een middelbaar lastechnicus ook welke normeringen bij bepaalde projecten horen. Hierdoor is de MLT een belangrijke vraagbaak voor een werktuigbouwkundige bedrijven.

Een lastechnicus heeft voldoende kennis om adviezen te gegeven over lasprocessen. Hij of zij weet welke verschillende soorten lasnaden gebruikt kunnen worden en welke lasprocessen gebruikt kunnen worden. hierbij kan gedacht worden aan MIG/MAG, TIG en BMBE lassen. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die door een lasser uitgevoerd kunnen worden. Elk lasproces heeft specifieke eigenschappen die het lasproces juist wel of juist niet geschikt maken voor een bepaald project. Een middelbaar lastechnicus kan hier over het algemeen goed over adviseren.

Daarnaast kan deze specialist ook goed adviseren over de lasnaden en bijbehorende vooropeningen die gemaakt moeten worden. Verder is voorstoken bij sommige lasprocessen vereist. Meestal gaat het hierbij om speciale metalen of plaatdiktes. De temperatuur van de plaat moet tijdens het lassen op het gewenste niveau zijn andere ontstaat geen stevige verbinding of gaat de plaat zelfs scheuren. Daarom weet een middelbaar lastechnicus meestal ook wat de voorstooktemperatuur is van de projecten die gelast moeten worden. Een middelbaar lastechnicus zal voortdurend nieuwe lastechnieken moeten leren en de ontwikkelingen op lastechnisch gebied moeten volgen.

Een MLT, EWT of IWT kan ook worden ingezet voor het controleren van lassen. Dit zal meestal in eerste instantie visueel gebeuren. Daarbij kan bijvoorbeeld gekeken worden of er geen randinkarteling is en of de doorlas goed is gemaakt. Het echte onderzoeken van lassen gebeurd meestal in een speciaal onderzoeklaboratorium. Hierbij kan de las zowel destructief als niet-destructief worden onderzocht. Bij destructief onderzoek wordt het werkstuk tijdens het onderzoeken van de las vernietigd en bij niet-destructief onderzoek blijft het werkstuk behouden.

Moet een middelbaar lastechnicus ook lassen?
Meestal is een middelbaar lastechnicus een middenkader functie. Deze persoon kan adviseren en coördineren op lasgebied. Het is over het algemeen wel belangrijk dat een lastechnicus verstand heeft van de praktijk wanneer deze daarover moet adviseren. Veel lastechnici kunnen daarom zelf ook lassen omdat ze dit op een opleiding hebben gehad of omdat ze als lasser zijn begonnen en zijn doorgegroeid naar MLT. Toch zullen ze zelf in de praktijk nauwelijks lasverbindingen maken. Dit wordt meestal gedaan door gecertificeerde lassers. Na verloop van tijd kan de lastechnicus het lasser wat verleren. Door zijn of haar praktijkkennis uit het verleden kan de lastechnicus wel goed de praktische kant van het lassen doorgronden. Dit is belangrijk bij het beschrijven van een WPS en het adviseren van lassers.

Wat is een proeflas en waarvoor wordt deze las gemaakt?

De kwaliteit van lassen is belangrijk. Niet alleen bedrijven moeten kunnen aantonen dat de conform de normen lassen, ook lassers zelf dienen dit aan te kunnen tonen. Een bedrijf moet haar lasmethodes kwalificeren. Dit wordt de lasmethodekwalificatie genoemd. Elk lasproces dat binnen een bedrijf conform bepaalde normen moet worden uitgevoerd zal gekwalificeerd moeten worden. De lasmethodekwalificatie is daardoor een belangrijk proces dat binnen een bedrijf wordt uitgevoerd. De uitkomst van deze kwalificatie heeft invloed op de projecten die binnen het bedrijf mogen worden uitgevoerd en de producten die worden gemaakt. Bij elk product of project waarvoor gelast moet worden is een beschrijving aanwezig. Deze beschrijving is de lasmethodebeschrijving of in het Engels de Welding Procedure Specification. In deze beschrijving staat duidelijk omschreven hoe een las gemaakt moet worden en onder welke normen dat dient te gebeuren.

Certificaten en kwalificaties en de kwaliteit van lasmethodes
De kwaliteit van lasmethodes moet worden aangetoond. Het is echter niet efficiënt om elk gelaste product of machine te testen op de laskwaliteit. Het testen van een las kost namelijk veel tijd en daarnaast worden de testen ook in speciale testlaboratoriums gedaan. Verder worden veel proeven en testen destructief gedaan. Daarbij wordt onder andere gebruik gemaakt van een trekproef. Hierbij worden delen van het werkstuk uit elkaar getrokken om te kijken waar de scheur in het werkstuk ontstaat. Als de las beduidend eerder scheurt dan de rest van het werkstuk wordt het werkstuk over het algemeen afgekeurd.  Een andere vorm van destructief onderzoek is het doorzagen van de las. Hierbij wordt gekeken of er geen insluitingen of openingen in de las aanwezig zijn. Een destructief onderzoek leid tot de vernietiging van het werkstuk, daarom kan men niet elk gelast product destructief testen.

De lasmethodekwalificatie is hiervoor een geschikte oplossing. Dit is een schriftelijk document waarin is beschreven welke lasmethode gekwalificeerd is. Met de lasmethodekwalificatie kan een bedrijf aantonen dat ze het beschreven lasproces conform de normen uitvoert. Lassers die in het bedrijf werkzaam zijn moeten echter ook kunnen aantonen dat ze conform de normen kunnen en mogen lassen. Daarvoor moeten lassers ook gekwalificeerd worden. Een gekwalificeerde lasser ontvangt een lascertificaat. Met dit lascertificaat kan de lasser aantonen dat hij of zij een bepaalde lastmethode conform de normen uit mag voeren.

Proeflassen voor de lasmethodekwalificatie en lasser kwalificatie
Voordat een lastmethode daadwerkelijk gekwalificeerd wordt dient in het bedrijf dat de kwalificatie heeft aangevraagd een proeflas te worden gemaakt. Doormiddel van een proeflas kan het bedrijf aantonen of het bedrijf op het gewenste niveau last. Dit gewenste niveau is beschreven in de lasnormen. De lasnormen kunnen zowel Europees zijn (EN) als Amerikaans (ASME).

Ook de lasser dient voor zijn of haar certificering gekwalificeerd te worden. Daarvoor moet de lasser zelf een proeflas maken. Dit kan op het bedrijf zelf maar het mag ook bij een erkend opleidingsinstituut gedaan worden waar lasopleidingen worden gegeven.

Hoe wordt een proeflas gemaakt?
Een proeflas moet door een lasser worden gemaakt. Het maakt daarbij niet uit of het om een lasmethodekwalificatie gaat of een lasser kwalificatie, in beide gevallen moet de lasser zelf de proeflas maken. Om er zeker van te zijn dat een lasser zelf de las maakt is er een getuige aanwezig van een onafhankelijk instituut.

De lasser dient zelf zijn of haar laswerkzaamheden voor te bereiden. Daarbij moet de lasser zelf de voorgeschreven lasnaad aanbrengen. Ook dient de lasser zelf het lastoestel in te stellen zodat op de gewenste stroomsterkte wordt gelast. Als voorverwarming van de plaat is voorgeschreven moet de lasser er voor zorgen dat de gewenste voorverwarmtemperatuur wordt bereikt. Deze temperatuur wordt ook gemeten. Als deze voorbereidingen goed zijn uitgevoerd mag de lasser de daadwerkelijke las aanbrengen met de voorgeschreven lasdraad en het voorgeschreven lasproces bijvoorbeeld MIG/MAG, BMBE of TIG- lassen.

De onafhankelijke getuige ziet er op toe dat alle handelingen van de lasser conform de voorgeschreven normen worden uitgevoerd. Als dit het geval en de lasmethode is afgerond wordt de las vervolgens gekeurd door een eveneens onafhankelijk onderzoek- of testlaboratorium. De uitslag van dit laboratorium is bepalend voor het verstrekken van een lasmethodekwalificatie of een lasser certificaat.

Wat is gecertificeerd lassen en wat houdt lassen op certificaat in?

Gecertificeerd lassen wordt steeds belangrijker in Nederland en Europa. De kwaliteitseisen voor lassen worden vastgelegd in Normen. Deze normen kunnen zowel Europees zijn als Amerikaans. Producten die in Europa op de vaste wal worden gebruikt of geplaatst vallen meestal onder de Europese Normen (EN). In de offshore zoals de scheepsbouw en boorplatformen wordt vooral gelast onder de Amerikaanse normering deze heeft een ASME-code. De normering waaronder gelast wordt is van groot belang voor een bedrijf. Een bedrijf dient te kunnen aantonen dat gelast wordt onder een bepaalde normering en dat het bedrijf daarvoor gekwalificeerd is. Daarom moeten bedrijven hun lasmethodes kwalificeren.

Het kwalificeren van lasmethodes
Een bedrijf moet haar lasmethodes laten kwalificeren door een onafhankelijk instituut. Dit instituut bezoekt het bedrijf dat haar lasmethodes wil laten kwalificeren. Onder toezicht van een afgevaardigde van het onafhankelijk instituut dient een ervaren lasser van het bedrijf aan te kunnen tonen dat ze de las conform de gewenste normering kunnen maken. Deze las wordt vervolgens visueel beoordeeld. Daarna wordt de las ook nog getest conform de voorschriften van de norm. Het testen van de las kan destructief gebeuren en niet destructief. Een combinatie tussen deze twee onderzoeksmethodes is ook mogelijk. Niet destructief onderzoek wordt vooral gedaan met röntgenfoto’s of geluidsgolven. Destructief onderzoek wordt vooral gedaan doormiddel van trekproeven of het doorzagen van de las.

Als het onderzoek een positieve uitslag heeft krijgt het bedrijf bericht dat de lasmethode is gekwalificeerd. Dit zorgt er voor dat binnen het bedrijf onder de desbetreffende lasmethode gelast mag worden. Het proces van het kwalificeren van lasmethodes wordt lasmethodekwalificatie genoemd.

De Lasmethode Beschrijving of Welding Procedure Specification
De lasmethodekwalificatie is een ‘moederdocument’ voor de lasmethode beschrijving. De lasmethode beschrijving wordt in het Engels ook wel Welding Procedure Specification genoemd. Dit document hoort bij een bepaald project of object/ werkstuk dat gelast moet worden. In de lasmethodebeschrijving staat alle informatie die de lasser nodig heeft om de las te kunnen maken. Hierin is onder andere aangeven welk lasproces gehanteerd dient te worden. Er zijn zeer veel verschillende lasprocessen, MIG/MAG, TIG en BMBE –lassen zijn veelvoorkomende lasprocessen. Daarnaast is er ook een grote diversiteit aan toevoegmaterialen. Dit kan poeder gevulde draad  zijn of massieve draad. Ook de bekleding van de elektrodes van BMBE-lassen kan sterk verschillen.

Verder wordt uiteraard aangeven welke metaalsoort gelast dient te worden en welke materiaaldikte deze heeft. De eventuele A-hoogte is aangeven en ook het type naad is voor de lasser duidelijk in de lasmethodebeschrijving aangegeven. Bekende lasnaden zijn de V-naad, X-naad, K-naad, I-naad en de stompe lasnaad. Het is belangrijk dat de lasser gekwalificeerd is om de lassen te maken die in de lasmethodebeschrijving zijn aangegeven daarom moeten lassers gecertificeerd of gekwalificeerd worden.

Hoe wordt een lasser gecertificeerd of gekwalificeerd?
Een lasser wordt gekwalificeerd of gecertificeerd doormiddel van een proeflas op een werkstuk. De lasser maakt onder toezicht van een onafhankelijke getuige een proeflas conform de lasmethodekwalificatie die binnen het desbetreffende bedrijf van toepassing is. Vervolgens wordt de las visueel beoordeeld en daarna verder onderzocht in een onderzoekslaboratorium. Als deze resultaten positief zijn ontvang de lasser een lascertificaat die op zijn of haar naam komt te staan. het lascertificaat is in tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie niet onbeperkt ‘houdbaar’. Een lasser dient elk jaar opnieuw aan te tonen dat hij of zij nog op het aangegeven niveau kan lassen. Daarvoor moet een proefstuk worden gemaakt of een werkstuk gelast onder toezicht van een lastechnicus. Indien dit positief wordt beoordeeld ontvangt de lasser een stempel op de stempelkaart die hoort bij het lascertificaat. Vervolgens mag de lasser weer een half jaar op het certificaat lassen.

Gecertificeerd lassen is specialisme
Lassen op certificaat is niet eenvoudig. Over het algemeen worden de beste lassers gecertificeerd of gekwalificeerd. De lasser kan met zijn of haar geldige lascertificaat aantonen dat hij of zij kan lassen conform de normen die op het certificaat zijn vermeld. Een lascertificaat toont daarmee het specialisme aan van de lasser. Dit specialisme vergroot de meerwaarde van de lasser voor een bedrijf. Dit is een belangrijk voordeel. Een nadeel is echter dat een bedrijf de lasser meestal op alle laswerkzaamheden in zal zetten waarvoor de lasser gecertificeerd is. De lasser is daardoor een weliswaar een specialist maar kan dat ook als belemmering ervaren met betrekking tot de diversiteit in de werkzaamheden.

Gecertificeerde lassers zijn voor een bedrijf waardevol. Veel bedrijven willen gecertificeerde lassers aan hun bedrijf binden door de lascertificaten niet aan de lasser mee te geven maar in hun eigen administratie te bewaren. Als de lasser vertrekt uit het bedrijf krijgen ze dan meestal niet de lascertificaten mee. Daardoor is de meerwaarde van de lasser op de arbeidsmarkt minder groot. Een lascertificaat moet namelijk altijd aangetoond kunnen worden. Als de lasser zijn lascertificaat niet kan aantonen, kunnen bedrijven niet verifiëren of iemand echt daadwerkelijk op certificaat mag lassen. Een lasser zal in dat geval opnieuw gekwalificeerd moeten worden.

Wat is het verband tussen een lasmethodekwalificatie, lasmethodebeschrijving en de lasser kwalificatie

De kwaliteitseisen voor Europese producten wordt steeds strenger. Doormiddel van normeringen is vastgelegd aan welke eisen producten die in Europese bedrijven worden gemaakt moeten voldoen. Deze normen zijn er niet voor niets. Normen zorgen er voor dat bedrijven garant kunnen staan voor kwaliteit en veiligheid. Dit is belangrijk voor de consumenten en de werknemers die binnen een bedrijf werkzaam zijn. Daarnaast zorgt aantoonbare kwaliteit er voor dat de Europese producten op de wereldmarkt aantrekkelijker worden voor potentiële afnemers. De afnemers weten namelijk wat ze van de producten mogen verwachten. De concurrentiepositie van bedrijven wordt door de invoering en standaardisering van normen verbeterd.

In de metaaltechniek en de werktuigbouwkunde is veel aandacht voor normeringen. Met name op het gebied van lasverbindingen wordt veel aandacht besteed aan kwaliteitseisen. Een las is een niet-uitneembare verbinding, daarom moet een las goed aangebracht worden. Als de lasverbindingen van staalconstructies en machines niet goed zijn gemaakt kunnen de gevolgen zeer ernstig zijn. Daarom moeten bedrijven er voor zorgen dat ze hun lasmethodes gekwalificeerd hebben. Ook de lasmethodes dienen per project/ object duidelijk te zijn beschreven. verder dienen de lassers gekwalificeerd te zijn om de lassen te maken die in de lasmethodebeschrijving zijn aangegeven.

Wat is een lasmethodekwalificatie LMK?
Binnen de meeste bedrijven in de werktuigbouwkunde of metaaltechniek worden verschillende lasmethodes uitgevoerd. De verschillen tussen de lasmethodes hebben onder andere te maken met het verschil in lasprocessen zoals bijvoorbeeld TG, MIG/MAG en BMBE- lassen. Verder verschillend de materiaaldiktes en lasposities binnen een bedrijf. Ook de toevoegdraad en het al of niet voorverwarmen van de platen is van belang voor de lasmethode.

Een bedrijf die conform de normen producten produceert moet kunnen aantonen dat elke lasmethode is getoetst door een onafhankelijke instantie. Deze toetsing wordt ook wel kwalificatie genoemd. Binnen een bedrijf moet elke lasmethode gekwalificeerd zijn. Een lasmethodekwalificatie kan echter wel meerde lasposities dekken. Wanneer een las bijvoorbeeld op positie G6 of HL-45 (lassen van buis onder hoek van 45 graden) is gelast zijn de eenvoudiger lasposities daarmee gedekt, behalve de posities waarbij de lastoorts een neergaande beweging moet maken.

Wat is Lasmethodebeschrijving  LMB of een Welding Procedure Specification WPS?
Vanuit de lasmethodekwalificaties kunnen verschillende lasmethodebeschrijvingen worden gemaakt. Deze lasmethodebeschrijvingen worden ook wel afgekort met LMB. In het Engels wordt een lasmethodebeschrijving ook wel Welding Procedure Specification genoemd, dit wordt afgekort met WPS. Een lasmethodebeschrijving is niet hetzelfde als een lasmethodekwalificatie. De lasmethodebeschrijving komt echter uit de lasmethodekwalificatie voort. De lasmethodekwalificatie kan als ‘moederdocument’ worden beschouwd waar de lasmethodebeschrijving als ‘dochterdocument’ aan verbonden is.

De lasmethodebeschrijving bevat informatie die de lasser nodig heeft om de las conform de normen te maken. hierin is onder andere aangegeven welk lasproces door de lasser uitgevoerd dient te worden. dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG of TIG-lassen zijn. Ook BMBE – lassen komt regelmatig voor. Verder zijn er nog diverse andere lasmethodes die in een lasmethodebeschrijving of WPS kunnen worden aangegeven.

De lasmethode die gebruikt wordt heeft onder andere te maken met het soort metaal dat gelast moet worden en de dikte van de plaat. Daarbij is ook de toevoegdraad van belang. Verder is in de lasmethodebeschrijving of het WPS aangegeven welke lasnaad aangebracht dient te worden. Dit kunnen bijvoorbeeld een X-naad, V-naad, K-naad of andere lasnaden zijn. Soms is één laslaag niet voldoende en dienen er meerdere laslagen of zogenoemde ‘snoeren’ aangebracht te worden. Dit is ook beschreven in de WPS of de lasmethodebeschrijving. Verder is aangegeven of de platen die gelast moeten worden ook voorverwarmd moeten worden of niet.

Een lasmethodebeschrijving of een WPS is gebonden aan een object of project dit in tegenstelling tot een lasmethodekwalificatie die bedrijfsgebonden is.

Wat is een lasser kwalificatie?
Lassers dienen zich te houden aan het WPS of de lasmethodebeschrijving die hoort bij het project of werkstuk dat ze moeten lassen. Men dient er echter zeker van te zijn dat de lasser onder de normen kan lassen die in de lasmethodebeschrijving zijn beschreven. Daarom moeten lassers gekwalificeerd worden en een Lasser Kwalificatie (LK) behalen. Deze kwalificatie wordt in het Engels aangeduid met Welder Preformance Qualifications (WPQ), ook de term Welders Qualification (WQ) wordt gebruikt.

Tijdens de kwalificering van een lasser dient de desbetreffende lasser een proeflas te leggen conform de lasmethodekwalificatie die bij het bedrijf gehanteerd wordt. Deze proeflas mag alleen door de lasser zelf worden gemaakt. Om er zeker van te zijn dat de lasser de las daadwerkelijk zelf legt is er een onafhankelijke getuige aanwezig. Deze getuige wordt ook wel aangeduid met de Engelse term ‘witness’. De witness controleert of de lasser het lasproces uitvoert volgens de normen en richtlijnen.

Nadat de lasser de proeflas heeft gelegd wordt deze visueel gekeurd. De las wordt bekeken en er wordt beoordeeld of de las er in eerste instantie goed uitziet, er mag bijvoorbeeld geen sprake zijn van randinkarteling of weggezakte lassen. Nadat de visuele inspectie of visuele beoordeling succesvol is verlopen wordt het werkstuk naar een keuringslaboratorium gestuurd.

In het keuringslaboratorium wordt de proeflas verder onderzocht op verborgen gebreken. Deze verborgen gebreken kunnen onder andere naar boven komen bij een niet-destructief onderzoek. Een niet-destructief onderzoek kan op verschillende manieren worden uitgevoerd. Hierbij kan gedacht worden aan röntgenfoto’s en geluidsgolven. Een onderzoek kan ook destructief worden uitgevoerd. Hierbij wordt het werkstuk vernietigd. Voorbeelden van een destructief onderzoek zijn een trekproef en het doorzagen van een las.

Als de proeven succesvol zijn uitgevoerd krijgt de lasser een certificaat waarop is aangegeven onder welke kwalificatie de lasser mag lassen. Een lasser kwalificatie is in tegenstelling tot een lasmethodekwalificatie beperkt houdbaar. Dit houdt in dat de lasser binnen een half jaar doormiddel van een stempel moet kunnen aantonen dat hij of zij een werkstuk heeft gemaakt onder de zelfde normen die in het lascertificaat zijn beschreven. Als dit niet meer gebeurd is het lascertificaat na een half jaar niet meer geldig.

Lasmethodekwalificatie, de lasmethodebeschrijving en de lasser kwalificatie
Bovengenoemde documenten zijn allemaal aan elkaar verbonden. De lasmethodekwalificatie is bedrijfsgebonden. De verschillende lasmethodekwalificaties zorgen er voor dat in het bedrijf bepaalde lasmethodes uitgevoerd mogen worden. Deze lasmethodes zijn beschreven in een WPS of lasmethodebeschrijving die gekoppeld is aan een project of werkstuk. Een lasser moet een geldige lasser kwalificatie hebben die hoort bij de lasmethode. Indien dit het geval is mag de lasser aan het desbetreffende project werken. Als er geen geldige lasser kwalificatie kan worden aangetoond mag de lasser niet aan het werkstuk werken.

Wat is een lasmethodekwalificatie en waarvoor is een lasmethodekwalificatie LMK nodig?

Een lasmethodekwalificatie wordt ook wel afgekort met LMK. Het is een rapport over de beproeving van een bepaalde las. In het Engels wordt een lasmethodekwalificatie een ‘Procedure Qualification Record’ genoemd, deze wordt afgekort met PQR. Een lasmethodekwalificatie is nodig voor elke nieuwe lasmethode die wordt toegepast in een bedrijf. De lassen die in een bedrijf worden aangebracht verschillen echter. Er kan worden gebruik gemaakt van bijvoorbeeld een hoeklas of er kunnen buizen rondom worden gelast. Verder is er een grote diversiteit aan lasnaden die door de lasser gevuld kunnen worden. Veelvoorkomende voorbeelden hiervan zijn de V-naad, de K-naad en de X-naad. Ook de metaalsoorten verschillen. Zo kunnen binnen een bedrijf verschillende metalen worden gelast zoals bijvoorbeeld roestvaststaal, koolstofstaal en aluminium.

Waarom een lasmethodekwalificatie?
Het is belangrijk dat in een bedrijf de lassen worden gemaakt conform de geldende normering. Daarom moeten lasmethodes gekwalificeerd worden. Elk bedrijf dient voor elke lasmethode die binnen het bedrijf uitgevoerd wordt gekwalificeerd te worden. Door deze lasmethodekwalificatie kunnen klanten of afnemers van het bedrijf er zeker van zijn dat de gelaste constructies of halffabricaten aan de gestelde normen voldoen. Deze normen worden steeds belangrijker. De kwaliteit van Europese producten moet gewaarborgd zijn. Dit zorgt voor een versteviging van de concurrentiepositie ten opzichte van opkomende economieën die lagere productiekosten hebben en meestal ook minder goede kwaliteit leveren. Verder eisen verzekeringsmaatschappijen dat constructies voldoen aan kwaliteitseisen. De basis voor deze kwaliteitseisen is het beschrijven en kwalificeren van lasmethodes. Daarom is een lasmethodekwalificatie niet alleen belangrijk, het is ook in veel gevallen verplicht.

Procedure lasmethodekwalificatie
Deze lasmethode dient door een onafhankelijke deskundige te worden beoordeeld. De onafhankelijke deskundige bezoekt hiervoor het bedrijf dat een bepaalde lasmethode wil kwalificeren. Onder toezicht van de deskundige wordt vervolgens de desbetreffende las door een lasser van het bedrijf gemaakt conform de procedure die gekwalificeerd dient te worden. Nadat de las is gemaakt wordt de las onderzocht. Het onderzoeken van een las wordt zowel destructief als niet-destructief  (NDO) gedaan door een expert. Niet-destructief onderzoek houdt in dat het werkstuk heel blijft en doormiddel van bijvoorbeeld röntgenfoto’s of geluidsgolven wordt gekeurd. Destructief onderzoek houdt in dat het werkstuk wordt vernietigd tijdens de proef. Zo kan tijdens destructief onderzoek het werkstuk doormidden worden gezaagd of uitelkaar worden getrokken,  waardoor het werkstuk na de proef niet meer bruikbaar is. Door deze proeven wordt duidelijk of de beproefde lasmethode aan de gestelde normen voldoet. De lasmethodekwalificatie wordt toegevoegd als bijlage bij de lasprocedure. Er wordt niet voor elk project een nieuwe lasmethodekwalificatie gemaakt. Als binnen het bedrijf precies dezelfde las gemaakt moet worden als in de kwalificatie is beschreven hoeft men de lasmethode niet opnieuw te kwalificeren.

Lasmethodekwalificatie en Lasmethodebeschrijving
Een lasmethodekwalificatie (LMK) is niet hetzelfde als een lasmethodebeschrijving. Een LMK is een bedrijfsgebonden kwalificatie. Dit houdt in dat een bedrijf met een LMK kan aantonen dat het bedrijf de in het LMK beschreven lasmethode conform de normen mag uitvoeren. Een LMK is niet alleen gebonden aan een bepaald bedrijf, de LMK is namelijk ook verbonden aan de specifieke normen waaronder de lasmethode is gekwalificeerd. Op dit moment hebben lasmethodekwalificaties een vrijwel onbeperkte ‘houdbaarheidsdatum’. Dit houdt in dat de LMK niet kan verjaren. De Europese wet- en regelgeving verandert echter voortdurend. In de meeste gevallen zorgen deze veranderingen er voor dat de kwaliteitseisen worden verscherpt. Daarom is het niet ondenkbaar dat lasmethodekwalificaties in de toekomst wel een beperkte ‘houdbaarheidsdatum’ krijgen. Dit houdt in dat bedrijven regelmatig moeten bewijzen dat de nog aan de gestelde normen in de lasmethodekwalificaties voldoen.

Een lasmethodebeschrijving is, zoals eerder genoemd, wat anders dan een lasmethodekwalificatie. Een lasmethodebeschrijving (LMB)wordt ook wel in het Engels aangeduid met Welding Procedure Specification (WPS). In tegenstelling tot een LMK is een LMB project specifiek. Dit houdt in dat een LMB (of WPS) een beschrijving is die verbonden is aan een specifiek object dat gelast moet worden. De LMB is een beschrijving van de wijze waarom de las gemaakt dient te worden door de lasser. Daarbij komen alle factoren aan de orde die invloed hebben op het lasproces en de kwaliteit daarvan. Hierbij kan gedacht worden aan de materiaaldikte, de materiaalsoort en de toevoegdraad. Daarnaast is ook in een LMB beschreven welke naad gelast moet worden en of het materiaal voorverwarmd dient te worden of niet. De laspositie(s) zijn eveneens in de LMB beschreven evenals, uiteraard, het lasproces zelf zoals bijvoorbeeld: MIG/MAG, TIG of BMBE lassen. De lasser dient zich aan de richtlijnen van de LMB of het WPS te houden. De LMB en het WPS zijn afgeleid van de lasmethodekwalificaties die het bedrijf heeft.

Lasmethodekwalificatie en Lasser Kwalificatie
De las die in de lasmethodebeschrijving is beschreven moet uiteraard ook door een lasser gemaakt worden die gekwalificeerd is om de desbetreffende las te maken. Een lasser wordt daarvoor gekwalificeerd. Dit wordt in het Nederlands ook wel een Lasser Kwalificatie genoemd (LK), in het Engels wordt dit aangeduid met de afkorting WPQ dat staat voor ‘Welder Preformance Qualifications’. Een andere Engelse afkorting die wordt gebruikt is WQ dat voluit geschreven wordt als ‘Welders Qualification’.  De lasser wordt doormiddel van de Lasser Kwalificatie beproeft doormiddel van een proeflas. De proeflas die de lasser maakt is beschreven in de lasmethodekwalificatie die aan het bedrijf gebonden is. Een lasser kan met de Lasser Kwalificatie aantonen dat hij of zij kan lassen conform de lasmethodekwalificatie van het bedrijf.

De proeflas dient door de lasser zelf te worden gemaakt conform de beschrijving uit de LMK. Hierbij is een onafhankelijke ‘getuige’ aanwezig, deze wordt ook wel in het Engels aangeduid met ‘witness’. De witness is van een onafhankelijk instituut en is goed onderlegd op lasgebied. Hij of zij ziet er op toe dat de lasser echt zelfstandig de las aanbrengt conform de LMK. Na dit bevestigt te hebben dient de proeflas te worden getest. Deze wijze waarop de proeflas getest wordt is eveneens omschreven in het LMK. De test kan zowel niet-destructief als destructief worden gedaan. Als de proef of proeven op het gelaste werkstuk succesvol zijn verlopen wordt de lasser gekwalificeerd. Lassers die gekwalificeerd zijn om een bepaalde las te maken worden ook wel gecertificeerde lassers genoemd. In tegenstelling tot de lasmethodekwalificatie heeft de Lasser Kwalificatie wel een beperkte houdbaarheidsdatum. Op een stempellijst moet de lasser elk half jaar aantonen dat hij of zij nog aan de gestelde normen van de lasmethodekwalificatie voldoet.

Wat is lassen en wat doet een lasser?

Lassen is een verbindingstechniek die onder andere in de werktuigbouwkunde wordt gebruikt. Doormiddel van lassen worden materialen aan elkaar verbonden. Hierbij wordt gebruik gemaakt van druk en warmte. De materialen die worden samengevoegd worden vloeibaar gemaakt. Daarmee verschilt lassen van solderen. Bij solderen wordt alleen het toevoegmateriaal vloeibaar gemaakt en niet het materiaal van het werkstuk.

Bij lassen wordt het materiaal van het werkstuk wel vloeibaar gemaakt om een zo stevig mogelijke verbinding te maken. Daarnaast kan bij lassen gebruik worden gemaakt van verschillende soorten toevoegmateriaal. De toevoegmaterialen hebben invloed op de las maar ook op het lasproces zelf.  Een las is een permanente verbinding die niet uitneembaar is zoals een moet-bout verbinding.

Eigenschappen lasverbindingen
Een verbinding die gemaakt is doormiddel van lassen heeft voor en nadelen. De voordelen van lasverbindingen ten opzichte van andere verbindingen zijn:

  • Een verbinding met een las is stevig. Als deze juist is aangebracht is de las even sterk of sterker dan het omliggende materiaal.
  • Een lasverbinding kan eenvoudig worden aangebracht. Er moet vaak wel een voorbewerking plaatsvinden zoals slijpen maar er hoeven geen gaten geboord te worden om bijvoorbeeld een boutverbinding mogelijk te maken.
  • Lasverbindingen zijn als ze goed worden aangebracht bestand tegen temperatuurswisselingen.
  • Een las die goed aangebracht is ziet er netjes uit. In de scheepsbouw kunnen lassen waarmee  huidplaten worden verbonden zeer netjes worden afgewerkt. Dit zorgt er voor dat ze volledig aan het zicht kunnen worden onttrokken waardoor het casco van een schip er uit ziet als één geheel.
  • Daarnaast zorgen lasverbindingen in leidingen er voor dat er geen open naden ontstaan in leidingen. Een goede gladde lasnaad zorgt er voor dat er geen bacteriën achter of in de naad achterblijven. Een lasnaad kan daardoor voor een hygiënische verbinding zorgen.  Ook de stromingsweerstand is bij een goed aangebrachte lasnaad in een leiding beperkt.

De nadelen van lasverbindingen zijn voor een deel het tegenovergestelde van de voordelen van deze verbindingen. De nadelen worden hieronder benoemd.

  • Een lasverbinding kan niet uit elkaar genomen worden zoals bijvoorbeeld een boutverbinding. Wanneer een las niet goed is gelegd moet deze worden weggeslepen of weg gegutst. Dit is zwaar en tijdrovend werk.
  • Lassen gebeurt over het algemeen met veel warmte. Daardoor kan het materiaal of het werkstuk krom gaan trekken.
  • Lassen is een verbindingstechniek waarbij giftige dampen vrij komen. Deze dampen moeten worden afgezogen door een installatie om de gezondheidsrisico’s voor de lassers en de medewerkers die bij hem in de buurt werken te beperken.
  • Voor lassen is naast lasapparatuur ook beschermende kleding en schoeisel nodig die brandvertragend is. Ook een lashelm is nodig om de ogen te beschermen tegen het licht dat van het lasproces af komt. Ook de omgeving moet tegen het licht van het lasproces worden beschermd om lasogen te voorkomen.
  • Niet alle materialen kunnen worden gelast en voor verschillende materialen heb je een specifiek lasproces nodig.

Lasverbindingen hebben voor en nadelen. Voordat je een las goed kunt aanbrengen moet je goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten en moet je weten hoe een las moet worden aangebracht. De meeste lassers in Nederland hebben hiervoor een opleiding of training gehad.

Lasprocessen
Er zijn verschillende lasprocessen ontwikkeld door de jaren heen. Elk lasproces heeft eigenschappen die het proces geschikt maken voor een bepaalde materiaalsoort of een bepaalde situatie. In een bedrijf is beschreven welke lastechnieken worden gebruikt voor een bepaald soort materiaal. Deze beschrijvingen zijn gebaseerd op Europese richtlijnen. Sommige bedrijven hebben te maken met Amerikaanse richtlijnen. Deze richtlijnen worden onder andere gebruikt in de offshore.

Op dit moment worden de verschillende  lasprocessen gebruikt door bedrijven. Deze kunnen voor het overzicht in onderstaande hoofdcategorieën worden ingedeeld. Daarbij zijn een aantal specifieke lasprocessen genoemd die onder de categorie vallen.

  • Booglassen: zoals MIG/MAG lassen, Onder Poederdek lassen, TIG lassen
  • Elektrisch weerstandlassen: zoals puntlassen, rolnaadlassen, weerstandstuiklassen
  • Autogeen lassen: hieronder valt alleen autogeen lassen
  • Druklassen: zoals ultrasoon lassen, gasdruk lassen, explosie lassen
  • Bundellassen: zoals laserlassen, röntgenlassen
  • Overige lasprocessen: zoals infraroodlassen, inductielassen, exothermisch lassen

Lasprocessen blijven in ontwikkeling en veranderen met de tijd. Er komen lasprocessen bij en er verouderen lasprocessen.

Lasposities
Er zijn verschillende lasposities die een lasser in de praktijk kan uitvoeren. Over het algemeen worden de positie onder de hand als de meest eenvoudige laspositie genoemd. Dit is positie PA. Daarnaast zijn er de hoeklassen die met PB worden aangeduid. Uit de zij lassen wordt met PC aangegeven. Een hoeklas boven je macht is positie PD. Helemaal boven het hoofd lassen wordt met PE aangeduid. Voor stapellassen wordt van beneden naar bogen de positie PF toegepast. Van boven naar beneden wordt de positie PG gebruikt. Voor pijp lassen worden daarnaast de posities PH, PJ, PK en H-L-45 graden in gebruik genomen.