Leren lassen

Lassen is het maken van onuitneembare verbindingen tussen materiaal waarbij de uitgangsmaterialen in elkaar worden versmolten door het verhogen van de temperatuur van de contactvlakken. Deze korte definitie zal je niet in studieboeken over lassen aantreffen omdat deze is opgesteld door Pieter Geertsma van Technischwerken.nl. Toch is de definitie breed genoeg om alle verschillende soorten lasprocessen te omvatten. Er zijn een aantal basisaspecten die je moet weten voordat je kunt leren lassen. Hieronder staan een aantal belangrijke aspecten die van belang zijn als men wil leren lassen. Uiteraard wordt daarbij begonnen met algemene aspecten die bij het lassen aan de orde komen. Voor lassen is namelijk ook theoretische kennis nodig.

Smeltbad tijdens lassen
Als je wilt leren lassen is het belangrijk te weten dat bij lassen het maken van een goed smeltbad tussen het uitgangsmateriaal en eventueel het lastoevoegmateriaal van groot belang is voor het creëren van een kwalitatief goede lasverbinding.Het smeltbad is een term die wordt gebruikt voor het vloeibaar maken van de contactvlakken van de materialen die aan elkaar moeten worden verbonden. Dit smeltbad ontstaat door het verhogen van de temperatuur. Dat kan echter op verschillende manieren gebeuren. Zo maakt men bij autogeen lassen gebruik van een brander en maakt men bij MIG/MAG lassen en BMBE lassen gebruik van een elektrische vlamboog of plasmaboog. In het smeltbad kan men ook lastoevoegmateriaal aanbrengen waardoor het smeltbad groter wordt.

Beschermgas
Het is belangrijk dat het smeltbad niet verontreinigd raakt en goed beschermd wordt doormiddel van een beschermgas of backinggas. Dit gas is bij MAG lassen een actief gas, vandaar ook de Metal Active Gas. Actief gas is meestal CO2. Er zijn ook lasprocessen waarbij gebruik wordt gemaakt van een inert beschermgas. Voorbeelden hiervan zijn MIG lassen (afkorting staat voor: Metal Inert Gas) en TIG lassen (Tungsten Inert Gas). Een inert beschermgas zoals argon of helium beschermt het smeltbad nog beter tegen verontreiniging tijdens het lassen en zorgt er voor dat er geen corrosieve werking optreed tijdens het lassen.

Materialen die je kunt lassen
Bij het woord lassen denkt men meestal aan het maken van een onuitneembare verbinding tussen metalen maar met bepaalde lastechnieken kan men echter ook kunststoffen aan elkaar verbinden. Denk hierbij aan het spiegellassen waarbij de uiteinden van twee kunststofleidingen aan elkaar worden verbonden nadat ze eerst tegen een gloeiendhete ‘spiegel’ zijn aangedrukt. Omdat de meeste mensen lassen en lastechniek koppelen aan de metaalsector wordt in deze tekst de nadruk gelegd op de toepassing in de metaaltechniek. In de metaalsector wordt lassen veelvuldig toegepast wanneer de verbinding niet uitneembaar moet zijn. Metaal kan men over het algemeen beter aan elkaar lassen dan lijmen. Ook is een lasverbinding vaak veel effectiever dan een verbinding die doormiddel van solderen tot stand komt.

Ferro of non-ferro
Lasverbindingen worden in de metaalsector toegepast bij verschillende metaalsoorten. Deze metaalsoorten worden onderverdeeld in ferro en non-ferro. Bij ferro-metalen en legeringen bestaat het hoofdbestandsdeel uit ijzer wat gevoelig is voor corrosie of roest. Een voorbeeld hiervan is koolstofstaal dat veel wordt gebruikt in de staalconstructie vanwege de stevigheid en verhoudingsgewijs gunstige prijs. Bij ferro-metaal en legeringen maakt men over het algemeen gebruik van actief gas.

Non-ferro metalen zijn minder gevoelig voor corrosie of hebben een oxidelaag die het onderliggende materiaal goed beschermd zoals bij zink en aluminium het geval is. Soms zegt men dat non-ferrometalen edeler zijn dan ferro-metalen maar dat is niet altijd het geval. Zo staat zink in het periodiek systeem der elementen lager dan ferro terwijl zink toch veel beter bestand is tegen corrosie. Denk hierbij aan het verzinken van staal waarbij het zinklaagje het onderliggende staal beschermd tegen roest.

Non-ferro metalen worden ook wel inerte metalen genoemd en worden daarom gelast met een inert beschermgas of backinggas. Een aantal voorbeelden van Non-ferro metalen zijn aluminium, nikkel en zink. Sommige legeringen bevatten echter wel ijzer maar worden toch beschouwd als non-ferro zoals roestvaststaal dat ook wel bekend is onder de afkorting rvs. Het materiaal dat gelast wordt noemt men ook wel uitgangsmateriaal en bepaald in belangrijke mate welk lastoevoegmateriaal gebruikt kan worden. Het spreekt voor zich dat men voor inert uitgangsmetaal ook een inert lastoevoegmateriaal (lasdraad) gebruikt.

Lasposities
Een las kan in verschillende posities worden aangebracht. Daarbij kan men bijvoorbeeld denken aan onder de hand lassen maar ook recht omhoog lassen wat ook wel stapelen wordt genoemd. Andere posities zijn uit de zij lassen en boven het hoofd lassen. Dit zijn verschillende lasposities en verschillen ook in complexiteit. Zo is boven het hoofd lassen veel moeilijker dan onder de hand lassen.

MLT en IWT
De hiervoor genoemde alinea’s beschrijven algemene informatie die een lasser moet weten om een goede lasverbinding te kunnen maken. Gelukkig hoeft een lasser op theoretisch vlak niet alles te weten. Daarvoor zijn lasspecialisten oftewel lastechnici. Deze specialisten hebben veel kennis van lastechniek en hebben vaak een opleiding Middelbaar Lastechnicus gevolgd. Deze opleiding wordt ook wel afgekort met MLT. Ook de opleiding IWT is mogelijk, dit staat voor International Welding Technologist. In de praktijk heeft men het ook wel over een IWT-er of een MLT-er. Deze specialisten kunnen een lasmethodebeschrijving opstellen of een welding procedure specification. Daarover lees je in de volgende alinea meer

Lasmethodebeschrijving of welding procedure specification
Lassers moeten weten hoe een lasverbinding tot stand moet worden gebracht. Vooral bij complexere werkstukken van hoogwaardige legeringen is het belangrijk dat een lasser precies weet wat er van hem of haar verwacht wordt. Dat is overigens ook het geval bij constructies die worden gemaakt voor de bouw en offshore waarbij een lasser een uitstekende lasverbinding moet leggen omdat er anders grote gevaren kunnen ontstaan met betrekking tot de constructieve stevigheid van producten en constructies.

Bij dergelijke laswerkzaamheden wordt gebruik gemaakt van een welding procedure specification (wps) of een lasmethodebeschrijving (lmb). Deze duidelijke omschrijvingen zijn meestal opgesteld door een International Welding Technologist of een Middelbaar Lastechnicus. In een lasmethodebeschrijving of welding procedure specification staat informatie over het lastproces dat gehanteerd moet worden door de lasser maar ook het lastoevoegmateriaal, het beschermgas en de laspositie die de lasser moet hanteren voor het maken van de lasverbinding. In de praktijk zullen lassers voor het maken van dergelijke lasverbindingen ook persoonlijk gecertificeerd moeten worden. Dit houdt in dat de lasser een lascertificaat moet behalen die gekoppeld is aan zijn of haar naam.

Lasvaardigheid leren
Uit de alinea’s hierboven komt naar voren dat het maken van een lasverbinding niet eenvoudig is. Er is behoorlijk wat theoretische kennis voor nodig om een goede lasverbinding te maken. Het leren van lasvaardigheid is vooral een kwestie van toepassen. Dat houdt in dat men zelf regelmatig moet oefenen met lassen. Dan leert men namelijk een goed smeltbad maken en leert men ook wat het effect is van warmte op metaal. Er ontstaat namelijk krimp en rek in een werkstuk als men bepaalde gedeelten verwarmt en andere gedeelten niet verwarmt. Het lassen is namelijk vooral het lokaal verhitten van het werkstuk.

Een lasser kan echter ook een gedeelte van het werkstuk voorgloeien. Ook dit is beschreven in de lasmethodebeschrijving of welding procedure specification. Lassers zijn vooral praktijkmensen en daarom is het verstandig om met collega-lassers informatie uit te wisselen over hoe een lasverbinding gemaakt kan worden. Veel lassers hebben door jaren ervaring zichzelf truckjes aangeleerd met betrekking tot het vasthouden van de lastoorts en het instellen van het lasapparaat. Lassen is wat dat betreft echt een beroep dat je in de praktijk moet leren. Veel lassers hebben thuis ook een lastoestel staan waardoor ze ook thuis hun lasniveau op peil kunnen houden.

Uiteraard is het verstandig om een lasopleiding te volgen bij een opleidingsinstituut dat goed bekend staat. Veel technische mbo-scholen bieden lasopleidingen aan. Daarnaast heeft ook het Nederlands Instituut voor Lastechnieken (NIL) veel informatie over lastechniek. Lasopleidingen  die erkend zijn door het NIL hebben meerwaarde op de arbeidsmarkt.

Veiligheid en lassen
Lassen is overigens een beroep met risico’s. Tijdens het lassen maakt men gebruik van hoge temperaturen waardoor er een risico is op brand. Daarnaast wordt tijdens het lassen ook een zeer schadelijk UV-licht geproduceerd waartegen de ogen beschermd moeten worden. Lassers moeten in de praktijk altijd de voorschreven persoonlijke beschermingsmiddelen dragen. Dit houdt in dat ze een vlamvertragende lasoverall moeten dragen en een lashelm. De lasdampen moeten worden afgezogen doormiddel van een goed ventilatiesysteem of een lasdampafzuiginstallatie.

Veiligheidsinstructie en personeelsinstructieformulier
Lassers moeten daarnaast ook andere materialen zoals slijptollen en slijpmachines gebruiken conform de veiligheidsvoorschriften. Bedrijven zijn volgens de arbowetgeving verplicht hun werknemers te wijzen op veilig en verantwoord werken. Uitzendbureaus die lassers als uitzendkracht bemiddelen moeten de doorgeleidingsplicht hanteren. Dit houdt in dat deze uitzendbureaus bij de opdrachtgever de veiligheidsvoorschriften en de risico’s op de werkvloer moeten opvragen en doorgeven aan de uitzendkrachten die als lasser gaan werken. Op die manier worden lassers voor de aanvang van de werkzaamheden op de hoogte gebracht van de veiligheidsrisico’s die aan het laswerk verbonden zijn en de manier waarop de veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden. Dit gebeurd onder andere door een personeelsinstructieformulier die veel VCU gecertificeerde uitzendbureaus hanteren.

 

Wat is pasteuriseren?

Pasteuriseren is proces waarmee de houdbaarheid van aan bederf onderhevige voedingsmiddelen in de voedingsmiddelenindustrie wordt geoptimaliseerd door de voedingsmiddelen kort te verhitten zodat schadelijke bacteriën worden vernietigt zonder dat daarbij de voedingsmiddelen zelf beschadigd worden. Het woord ‘pasteuriseren’ is afgeleid van de uitvinder van dit proces namelijk Louis Pasteur. Hij was een Franse scheikundige en bioloog en heeft samen met Claude Bernard, een Franse fysioloog, de eerste pasteurisatie uitgevoerd op 20 april 1862. Bij pasteuriseren wordt een voedingsmiddel korte tijd verhit om schadelijke bacteriën te doden. Een andere methode om bacteriën te doden is hogedrukpasteurisatie. Bij hogedrukpasteurisatie wordt het product doormiddel van zeer hoge druk gepasteuriseerd. Net als bij verhitting worden door de hoge druk ook bacteriën gedood.

Pasteuriseren of steriliseren
Pasteuriseren is niet hetzelfde als steriliseren. Tijdens het pasteuriseren worden namelijk niet alle micro-organismen vernietigd. In plaats daarvan worden door het pasteuriseren de micro-organismen in voedingsmiddelen gereduceerd tot een niveau dat de voedingsmiddelen veilig en gezond kunnen worden gebruikt. Dit is een niveau waarbij het onwaarschijnlijk is dat er ziekten kunnen worden veroorzaakt door het nuttigen van het gepasteuriseerde voedingsmiddel. Door het pasteuriseren wordt de houdbaarheid van het product verlengd. Dit neemt echter niet weg dat men de gepasteuriseerde voedingsmiddelen wel gekoeld moet bewaren en moet verbruiken voor de vervaldatum.

Steriliseren is een proces dat met pasteuriseren vergeleken kan worden. Bij het steriliseren maakt men echter gebruik van een veel hogere temperatuur. Deze hoge temperatuur zorgt er echter wel voor dat de smaak van het product wordt gewijzigd. Dit gebeurd doordat de eiwitten tijdens het steriliseren door de hoge temperatuur chemische wijzigingen ondergaan. Omdat bij voedingsmiddelen de smaak erg belangrijk is gebruikt men sterilisering een weinig in de voedingsmiddelenindustrie.

Pasteuriseren van melk
Als men het woord pasteuriseren hoort dan associeert men dit meestal met zuivel of specifieker met gepasteuriseerde melk. Franz von Soxleth heeft in 1886 het pasteuriseren voor het eerst op melk toegepast. Er zijn twee methoden die gebruikt kunnen worden om melk te pasteuriseren:

  • Pasteuriseren doormiddel van een hoge temperatuur gedurende een korte tijd (HTST). De afkorting HTST staat voor de Engelse benaming High-Temperature Short Time. Bij de HTST methode wordt melk verhit tot een temperatuur van 72 °C. Deze verhitting duurt ten minste 15 seconden. Melk die met de HTST methode is gepasteuriseerd heeft een bewaartijd van twee tot drie weken als de melk gekoeld bewaard wordt.
  • Pasteuriseren doormiddel van een ultra hoge temperatuur (UHT). De afkorting UHT staat voor het Engelse Ultra-high temperature of het Nederlandse ultra hoge temperatuur. Tijdens dit pasteurisatieproces wordt de melk verhit tot een temperatuur van 138 °C. De verhitting vindt plaats gedurende een periode van minstens 2 seconden. Melk die doormiddel van UHT pasteurisering is behandeld zal in combinatie met een steriele behandeling en een steriele verpakkingsmethode veel langer houdbaar zijn dan HTST gepasteuriseerde melk. UTH gepasteuriseerde melk kan een langere periode op kamertemperatuur worden bewaard en heeft een houdbaarheid van twee tot drie maanden gemiddeld.

Tijdens het pasteuriseringsproces moet men er voor zorgen dat alle melk evenredig wordt verwarmd. Er moet geen deel van de melk korter of juist langer worden verhit. Het pasteuriseringsproces dient daarom zorgvuldig uitgevoerd te worden.

Pasteuriseren en lassen in de zuiveltechnologie
Pasteuriseren is een technologie die valt onder de voedingsmiddelentechnologie. Binnen de voedingsmiddelentechnologie wordt het pasteuriseren vooral toegepast in de zuiveltechnologie. Het pasteuriseren moet in de zuivelindustrie nauwkeurig worden uitgevoerd. Er zijn echter meer factoren die een grote invloed hebben op de voedselveiligheid van voedingsmiddelen. Machines moeten bijvoorbeeld ook steriel zijn evenals de leidingen waar de zuivel en andere vloeibare voedingsmiddelen doorheen stromen. De leidingen in de voedingsmiddelenindustrie zijn gemaakt van roestvast staal en worden aan elkaar gelast en aan elkaar gefit door specialisten.

Men heeft het ook wel over zuivellassers of lassers die een las op zuivelniveau kunnen maken. In feite worden de meeste lasverbindingen gedaan met behulp van formeren. Tijdens het formeren brengt men backinggas in de leidingen. Dit backinggas zorgt er voor dat er een goede doorlas ontstaat aan de binnenkant van de zuivelleiding. Een goede doorlas is glad en bevat geen corrosie. Daardoor krijgen bacteriën geen kans. Zuivellassers zijn lassers die het TIG lassen beheersen op hoog niveau.

Wat is een laselektrode?

Een laselektrode is een staafvormig stukje metaal dat bij de meeste elektrische lasprocessen wordt gebruikt om zowel het werkstuk als het lastoevoegmateriaal doormiddel van elektrische spanning tot een smeltbad te brengen. Er zijn verschillende soorten laselektroden die in de praktijk in lasprocessen worden gebruikt. Deze laselektroden kunnen worden verdeeld in twee hoofdgroepen namelijk de afsmeltende laselektroden en niet-afsmeltende elektroden.

Afsmeltende elektroden
Afsmeltende laselektroden zijn elektroden die door de hitte van het lasproces afsmelten en in het smeltbad opgaan. Deze afsmeltende elektrodes kunnen mechanisch worden aangevoerd zoals bij MIG/MAG lassen gebeurd maar dat hoeft niet. Bij lassen met beklede elektrode (BMBE) maakt men ook gebruik van een afsmeltende elektrode alleen wordt deze elektrode aan de voorkant van het laspistool geplaatst. De afsmeltende elektrode heeft tijdens het lassen een dubbele functie. De afsmeltende elektrode geleid de stroom die nodig is voor de verhitting van het werkstuk. Daarnaast zorgt de gesmolten elektrode ervoor dat er materiaal wordt toegevoegd aan het lasproces.

Niet afsmeltende elektroden
Laselektroden die niet afsmelten worden ook gebruikt om een elektrische boog te creëren. Deze elektroden worden door de elektrische spanning niet tot smelten gebracht. Het materiaal van de niet afsmeltende laselektrode moet een zeer hoog smeltpunt hebben. Een voorbeeld van dergelijk materiaal is wolfraam. Een wolfraam elektrode wordt gebruikt bij TIG lassen, dit lasproces wordt voluit geschreven als tungsten inert gas. Hierbij staat tungsten voor wolfraam. Er kan ook gebruik worden gemaakt van goed geleidende laselektroden die gekoeld worden zodat ze tijdens het lassen niet smelten.

Stift- en boutlassen
Het stiftlassen of boutlassen is een speciaal lasproces hierbij heeft men op de stift of bout een klein lipje geplaatst dat tot versmelten wordt gebracht en zich zo hecht aan de ondergrond. De elektroden die bij dit lasproces worden gebruikt creëren een spanning die loopt langs de lasbout. Het lipje wordt door deze spanning tot een smeltbad gebracht en hecht zich aan de ondergrond. De lasbout zelf blijft verder geheel in tact. Feitelijk wordt hierbij ook gebruik gemaakt van niet afsmeltende laselektroden in combinatie met een beperkt afsmeltende lasbout waarvan het uiteinde kan worden beschouwd als een druppel lastoevoegmateriaal.

Wat is een lasserij?

Een lasserij is een ander woord voor een werkplaats waar voornamelijk laswerkzaamheden worden verricht. Het woord lasserij is een woord dit niet in het Nederlandse woordenboek staat maar het is wel een woord dat tot het vakjargon behoort van lassers en constructiebankwerkers. Werknemers in de metaal weten meestal precies wat er met een lasserij wordt bedoelt.

De meeste bedrijven gebruiken naast het woord lasserij ook de woorden lasafdeling, laswerkplaats of gewoon werkplaats. Een lasserij kan in de praktijk worden opgedeeld in een afdeling waar rvs en andere non-ferro wordt gelast en een ferro-gedeelte waar staalproducten worden gelast. Ferro-metaal en non-ferro metalen mogen niet in combinatie met elkaar worden verwerkt. Een lasserij bevat meestal meerdere lasboxen.

Lasbox
Een lasbox is gedeelte van een lasafdeling dat afgesloten kan worden. Een lasbox is de werkplaats van een lasser en bevat een lastoestel en wordt meestal afgeschermd met lasschermen. De lasschermen zorgen er voor dat omringende metaalmedewerkers en eventuele bezoekers geen last hebben van het ultraviolet licht dat tijdens het lassen ontstaat.

Dit UV-licht schade kan opleveren voor onbeschermde ogen. Naast de lasschermen is er in een lasbox vaak ook een werkbank geplaatst die bijvoorbeeld voorzien is van mallen waarin het werkstuk kan worden geplaatst. Uiteraard zijn er in een lasbox ook persoonlijke beschermingsmiddelen aanwezig zoals een lashelm, lashandschoenen en een lasoverall.

Lasbaas
De leidinggevende van de lasserij is meestal een lasbaas of laschef. Ook een werkplaatschef kan leiding geven aan een lasserij. Meestal geeft een werkplaatsschef aan meerdere afdelingen leiding. Dit kan dus zowel de lasserij zijn als een zetterij of een plaatwerkerij. Het kan ook voorkomen dat er op een lasafdeling een ervaren voorman de leiding op zich neemt over de lassers die daar werkzaam zijn.

Wat is een allround lasser?

Een allround lasser is een lasser die verschillende lastechnieken beheerst en daardoor allround ingezet kan worden in het maken van lasverbindingen in verschillende materialen behulp van verschillende lasprocessen. In de metaaltechniek worden verschillende verbindingen toegepast. Men onderscheid hierin de uitneembare verbindingen zoals schroefdraadverbindingen en niet-uitneembare verbindingen waarbij de lasverbinding in de metaaltechniek het bekendste voorbeeld is. Het maken van lasverbindingen vereist kennis en vaardigheid.

Daarbij komt dat lasprocessen onderling sterk verschillen. Dat zorgt er voor dat lassers onderling ook verschillen. Er zijn lassers die veel ervaring hebben met MIG/MAG lassen maar er zijn ook lassers die goed TIG kunnen lassen. Ook BMBE (elektrode) lassen wordt nog veel toegepast. In de installatietechniek gebruikt men daarnaast ook nog het autogeen lassen waarbij men gebruik maakt van een vlam. Een allround lasser beheerst in de praktijk een aantal van de hiervoor genoemde lasprocessen. Lassers die alle gangbare (want er zijn er nog veel meer) lasprocessen beheersen zijn er bijna niet.

Een allround lasser of specialist
Iemand die zich een allround lasser noemt beheerst in de praktijk meestal MIG/MAG en TIG eventueel ook nog BMBE-lassen, dit is lassen met een beklede elektrode. Een lassers is pas allround als hij of zij met deze lasprocessen zelfstandig een werkstuk kan aflassen. Als een lasser ook nog een werkstuk kan samenstellen op basis van een tekening dan spreekt men ook wel over een samensteller lasser. Tekening lezen vereist echter technisch inzicht en niet alle tekeningen zijn gelijk.

Een allround samensteller lasser kan in de praktijk meerdere lasprocessen uitvoeren en kan een diversiteit aan tekeningen lezen zodat deze werknemer een werkstuk van het begin tot het einde in theorie zou moeten kunnen bouwen en aflassen. Allround samenstellers lassers zijn er in de praktijk bijna niet. Veel lassers specialiseren zich in het bouwen of basis van tekeningen of het aflassen.

Daarbij worden veel lassers ook nog gespecialiseerd in een bepaald lasproces en materiaal. Denk hierbij aan de gecertificeerde lassers die bijvoorbeeld dunwandige rvs-leidingen onder een hoeklas van 45 graden (HL-45 of positie G6) kunnen lassen. Deze lassers zijn meestal niet (meer) allround maar juist gespecialiseerde (af)lassers.

Hoe wordt ik een allround lasser?
Niet iedereen kan een allround lasser worden. De theorie met betrekking tot lassen is niet erg complex maar de vaardigheid echter wel. Lassers doen veel werk op basis van inzicht en gevoel en dat is niet voor iedereen weggelegd. Een lasser weet dat tijdens het lasproces warmte wordt ingebracht in het materiaal. Daardoor gaat het materiaal vervormen. Het ene lasproces brengt echter meer warmte in het werkstuk dan het andere. Daarnaast moet een TIG lasser met één hand de lastoorts bedienen om met een andere hand het toevoegmateriaal in het smeltbad te brengen. De lastoorts van een TIG-lasapparaat bevat een niet-afsmeltende wolfraam (tungsten) elektrode. MIG/MAG lassen is weer een heel ander proces waarbij gebruik wordt gemaakt van lasdraad dat automatisch wordt doorgevoerd vanuit het laspistool richting het werkstuk. Bij lassen met een beklede elektrode maakt men niet direct gebruik van een beschermgas, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde lasprocessen. In plaats daarvan maakt men gebruik van een elektrode bekleding die tijdens het lassen verbrand waardoor een beschermgas vrij komt. De elektrode smelt dus af waardoor de lastoorts als het ware steeds korter wordt.

Een allround lasser heeft ervaring in meerdere van deze lasprocessen (en eventueel ook andere lasprocessen) en deze ervaring krijg je alleen door heel veel te oefenen. Lassen leer je vooral door te doen. Dit kan in de praktijk zijn maar ook op school als daar een praktijkruimte aanwezig is met verschillende soorten lastoestellen.

Waar werken allround lassers?
Er zijn specifieke bedrijven die regelmatig vacatures publiceren voor allround lassers. Dit zijn vooral bedrijven die verschillende producten maken van diverse materialen. Een bedrijf met een rvs-afdeling en een staalafdeling heeft bijvoorbeeld vaak behoefte aan een allround lasser die zowel MIG/MAG kan lassen voor het staal en TIG kan lassen voor het rvs. Ook bedrijven die werken als toeleverancier voor verschillende opdrachtgevers zoeken vaak flexibel inzetbare lassers in hun vacatures. Een allround lasser is vaak flexibel inzetbaar.

Helemaal mooi is het wanneer de allround lasser ook nog goed kan samenstellen waardoor hij of zij zelfstandig op bepaalde projecten kan worden ingezet. In de praktijk werken allround lassers vaak bij kleine metaalbedrijven. Bij grote metaalbedrijven zijn de lasprocessen vaak gespecialiseerder en werkt men bijvoorbeeld alleen op een rvs-afdeling om daar TIG te lassen of alleen op een staalafdeling om daar MAG (CO2) te lassen. In grote bedrijven wisselt men over het algemeen minder lassers uit tussen afdelingen terwijl dit bij kleinere bedrijven wel gebeurd als er een ander type product wordt gemaakt.

Wat is laserlassen?

Laserlassen is een lastechniek die wordt gebruikt om twee delen van hetzelfde materiaal aan elkaar te verbinden door deze doormiddel van een sterk geconcentreerd licht met elkaar te versmelten. Er wordt bij laserlassen gebruik gemaakt van een laserstraal. Dit is een coherente bundel infrarood licht. De energiedichtheid van de laserstraal is dusdanig hoog dat men met deze lasmethode diep in de naad van het werkstuk door kan dringen. Ondanks deze diepe penetratie van de lasnaad kan men toch een hoge voortloopsnelheden behalen. Laserlassen is een lasproces dat al jaren wordt toegepast in de metaalindustrie en metaaltechniek. Het lasproces wordt onder andere toegepast in de auto-industrie.

Wat zijn de eigenschappen van laserlassen?
Laserlassen is een uniek lasproces. Het laserlassen behoort tot het bundellassen. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een bundel deeltjes waarmee men gericht op het werkstuk straalt om het werkstuk plaatselijk te laten smelten. Bij laserlassen maakt men gebruik van een zeer sterk geconcentreerde binden van infrarood licht.

Laserlassen verschild van elektronenbundellassen omdat er gebruik wordt gemaakt van een andere bundellastechniek. Bij laserlassen is er geen vacuüm nodig en bij elektronenbundellassen wel. Bij laserlassen is er wel sprake van een veel lagere efficiëntie. Dit komt door de verliezen die ontstaan door reflectie tijdens het proces.

Het laserlasproces zorgt voor een diep smeltbad waardoor een sterke lasverbinding ontstaat die zwaar belast kan worden. Hoewel er sprake is van een diep smeltbad is de oppervlakte waarover gelast wordt maar smal. Een laserstraal van ongeveer een millimeter zorgt voor het smelten van het materiaal. Daarbij kan lastoevoegmateriaal worden gebruikt maar dat hoeft niet. Het resultaat van het laserlassen is een zeer glad en egaal oppervlak. Een laserlas heeft daardoor een hoog afwerkingsniveau. Omdat laserlassen een machinaal proces is kan men dit proces gebruiken voor lange lasnaden en grote series.

Welke materialen kan men laserlassen?
Men kan laserlassen zowel bij dun als dik materiaal toepassen. Daarnaast is het lasproces geschikt voor een enorme diversiteit aan materialen. Men kan laserlassen toepassen bij ferro-materiaal zoals staal maar ook voor aluminium, RVS en koper. Laserlassen in een lastmethode die niet elektrisch is. De machine waarmee men het laserlassen uitvoert is weliswaar elektrisch maar het lasproces zelf niet, er wordt namelijk met infrarood licht gelast en niet met een elektrode. Daarom kan men het laserlassen ook gebruiken bij materialen die niet geleiden zoals kunststoffen.

Hoe wordt laserlassen gedaan?
Laserlassen is een machinaal proces. Dit houdt in dat gedurende het lasproces er geen lasser nodig is om een lastoorts te hanteren over het werkstuk. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van CNC-machine die wordt geprogrammeerd door bijvoorbeeld een lasrobotprogrammeur. Het is wel belangrijk dat men het laserlasproces goed kent voordat men hiermee aan de slag gaat. Men moet de machine goed kunnen instellen en bovendien ook rekening houden dat er zo weinig mogelijk ruimte is tussen de platen die men aan elkaar wil verbinden. Bij een overlaplasnaad is dit iets minder van belang maar bij een stompe lasnaad is slechts een zeer beperkte ruimte tussen de platen toegestaan. Deze ruimte moet kleiner zijn dan 0,15 millimeter. Dit heeft mede te maken met het feit dat de laser ook zeer smal is. Om een goed smeltbad te maken moeten de delen die aan elkaar gelast worden zo dicht mogelijk tegen elkaar worden gedrukt. Daarom moet men bij laserlassen een lasmal gebruiken. Een goede lasmal zorgt er voor dat er niet of nauwelijks een spleet tussen de te lassen delen aanwezig is. Dit bevordert de kwaliteit van de las. Een lasmal zorgt er daarnaast voor dat men eenvoudiger grote series kan lassen met de laserlasmachine.

Het lassen vindt plaats doormiddel van een laserstraal, deze straal wordt opgewekt in een laserbron. Deze infrarood straal wordt gebundeld door een glasvezelkabel. Men kan ook gebruik maken van een stelsel van spiegels, lenzen of prisma’s om de laserstraal te bundelen. Doormiddel van de machine wordt het gebundelde licht geleid naar een watergekoelde optiek. Met dit systeem kan de programmeur het brandpunt (smeltpunt) van de laserstraal gaan bepalen. Als de laserstraal optimaal wordt gericht kan lokaal een zeer hoge temperatuur ontstaan waardoor het materiaal gaat smelten. Dit smeltbad kan tot diep in de lasnaad worden aangebracht waardoor een goede doorlassing kan ontstaan.

Voordelen van laserlassen
Laserlassen is een lasproces dat afwijkt van andere lasprocessen. Daardoor heeft dit lasproces een aantal unieke eigenschappen. Dit zorgt er voor dat laserlassen voor bepaalde lasverbindingen wel geschikt is en voor andere lasverbindingen een minder voor de hand liggende keuze is. Kortom het lasproces heeft een aantal voordelen en een aantal nadelen. Laten we beginnen met de voordelen van lasserlassen:

  • Laserlassen is een lasproces dat zeer geschikt is voor lasrobots en het lassen van grote series.
  • Doormiddel van laserlassen kunnen uiteenlopende materialen worden gelast. Dit kunnen geleidbare materialen zijn zoals metalen maar ook kunststoffen en andere materialen die wel gesmolten kunnen worden maar niet-geleidend zijn.
  • Er kan een zeer smalle lasverbinding worden gemaakt
  • De lasverbinding is zeer stevig
  • De warmte-inbreng is laag en kort. Daardoor is de warmte-beïnvloede zone erg klein. Dit zorgt er ook voor dat er minder spanning in de plaat of het materiaal wordt gebracht. Er treed weinig vervorming op na het lassen.
  • Laserlassen is een lasproces dat heel geschikt is voor dun plaatmateriaal.
  • De lassnelheid van laserlassen is hoog.
  • Men kan de laser gebruiken voor snijden en lassen. Hierdoor kan men meerdere processen met dezelfde machine worden uitgevoerd.
  • Het afwerkingsniveau van een laserlas is hoogwaardig.

Nadelen van laserlassen
Alle bewerkingsprocessen hebben voordelen en nadelen. Dat is ook het geval bij lasprocessen. Laserlassen heeft ook een aantal nadelen ten opzichte van andere lasprocessen. De nadelen van dit lasproces zijn:

  • De CNC-laserlasmachine heeft een hoge aanschafwaarde.
  • Het lasproces kan alleen worden uitgevoerd als er praktisch geen spleet tussen de te lassen materialen aanwezig is.
  • Men dient zich tijdens het laserlassen goed te beschermen tegen de straling die tijdens dit lasproces vrij komt. Tussen de tachtig en negentig procent van de straling reflecteert op het lasoppervlak dat wordt gelast.
  • Ten opzichte van handmatig lassen zijn de opstartkosten hoog. De CNC-laserlasrobot moet namelijk geprogrammeerd worden. Ook dient men een lasmal te gebruiken om de ruimte tussen de materiaaldelen zoveel mogelijk te beperken. Door deze opstartkosten en voorbereiding is het laserlassen voornamelijk geschikt voor het lassen van grotere series.

Wat is een wikker en wat doet een wikker (TIG-lasser)?

Het woord ‘wikker’ is een aanduiding voor bepaalde lassers die meestal werkzaam zijn in de zuivelindustrie en voedingsmiddelen industrie. Wikker is afgeleid van wikken. Het wikken is een lastechniek die kan worden toegepast met het TIG lasproces. In het Engels wordt wikken ook wel walking the cup genoemd. Met deze aanduiding wordt duidelijk dat men op een bepaalde manier met de lastoorts beweegt om een las tot stand te brengen.

Wat doet een wikker?
Tijdens het wikken maakt de lasser met de lastoorts 8 vormige bewegingen over de lasnaad heen. Daarbij draait de lastoorts in een continue proces over het smeltbad heen. Er wordt tijdens het wikken een extra slag gemaakt over het smeltbad omdat de toorts iets teruggedraaid wordt. Daardoor blijft het smeltbad langer vloeibaar. Dit heeft tot gevolg dat de las beter uitvloeit aan de bovenkant maar ook aan de onderkant. Als men zowel aan de bovenkant als aan de onderkant voldoende backinggas aanbrengt op het lasproces dan vloeit de las mooi uit en wordt een hoogwaardige lasverbinding tot stand gebracht.

Is een wikker een zuivellasser?
De hoogwaardige lasverbinding die in de vorige alinea is benoemt is van belang voor de zuivelindustrie. In deze industrie moet men onder strenge hygiënische normen werken. De leidingen die worden gebruikt voor het transporteren van zuivel mogen geen oneffenheden of gaten bevatten omdat daar voedingsresten achter kunnen blijven die vervolgens kunnen gaan rotten. De ontwikkeling van bacteriën moet worden voorkomen in leidingen.

Daarom moeten de lasverbindingen goed vloeien aan de binnenkant. Wikkers gebruiken daarvoor een speciale techniek. Deze techniek hoeft echter niet beslist te worden toegepast om tot een goede zuivellas te komen. Een wikker zou aan de slag kunnen in de zuivelindustrie maar dat hoeft niet. Daarom is niet elke zuivellasser een wikker en wordt niet elke las in de zuivel doormiddel van wikken aangebracht.

Wat is wrijvingsroerlassen en waar wordt dit lasproces toegepast?

Wrijvingsroerlassen wordt in het Engels Friction Stir Welding genoemd en wordt daarom ook wel afgekort met FSW. In het Nederlands wordt dit lasproces wrijvingsroerlassen genoemd. Dit lasproces wordt voornamelijk toegepast voor het maken van lasverbindingen in aluminium. Daarnaast wordt het lasproces ook gebruikt voor het maken van lasverbindingen in kunststoffen.

Geen smeltbad
Tijdens het wrijvingsroerlassen wordt het materiaal van het werkstuk niet gesmolten tot een smeltbad in tegenstelling tot de meeste andere lasprocessen. In plaats daarvan wordt het materiaal aan elkaar gekneed. Daarvoor wordt het materiaal in een soort deegachtige vorm gebracht tijdens het wrijvingsroerlassen. Het wrijvingsroerlassen is nog maar sinds korte tijd in gebruik als men dit lasproces vergelijkt met andere lasprocessen. Het werd uitgevonden in december 1991 door Wayne Thomas en collega’s van The Welding Institute in Cambridge in Groot-Brittannië. Doordat The Welding Institute het lasproces heeft ontwikkelt zijn zij de houders van een aantal octrooien over dit lasproces.

Hoe wordt wrijvingsroerlassen uitgevoerd?
Tijdens het wrijvingsroerlassen wordt, zoals eerder is aangegeven, geen smeltbad gecreëerd. Het materiaal wordt in een deegachtige vorm gebracht. Daardoor hoeft men ook het materiaal van het werkstuk veel minder te verhitten dan men bij andere lasprocessen doet. Door de wrijvingswarmte tijdens het lasproces verandert het materiaal tijdelijk in een plastisch vervormbaar deegachtig materiaal. Het voordeel van dit proces is dat men door de vrij lage temperatuur een groot deel van de kristalstructuur van het materiaal kan behouden.

Tijdens het wrijvingsroerlassen van aluminium wordt de oxidehuid van aluminium naar buiten gedrukt. Hierdoor kan een goede sterke lasverbinding ontstaan. Doormiddel van wrijvingsroerlassen kan men verschillende materialen aan elkaar verbinden. Het is zelfs mogelijk om ongelijke materialen aan elkaar te verbinden tijdens het wrijvingsroerlassen. Daarbij moet men wel in de gaten houden dat men afhankelijk is van de chemische samenstelling van de toegepaste materialen. Als het ene materiaal sterker of elastischer is dan het andere materiaal heeft dat gevolgen voor de mechanische belastbaarheid van de lasverbinding.

Keyholelassen en druklassen
Het wrijvingsroerlassen behoort tot het druklassen. Daarnaast kan men het lasproces ook vergelijken met het keyholelassen. Bij keyholelassen wordt echter veel meer warmte toegepast dan bij wrijvingsroerlassen. Daarnaast maakt men bij wrijvingsroerlassen geen gebruik van een beschermgas.

Men moet echter net als bij keyholelassen de te lassen werkstukdelen stijf tegen elkaar drukken. Daarbij mag geen opening of lasnaad ontstaan. Men gaat vervolgens met een soort lastoorts met een constante snelheid ronddraaien bovenop het werkstuk. Deze lastoorts kan een verschillende vorm hebben. De vorm van de lastoorts is afhankelijk van de toepassing. De lastoorts kan echter zowel boven als onder op het werkstuk worden gedrukt. Tegelijk is ook mogelijk. In het laatste geval bevat de lastoorts een soort flens die de bovenkant en de onderkant van het werkstuk tijdens het wrijvingslassen volgt.

Deze lastoorts draait niet alleen rond, de lastoorts wordt ook met een constante snelheid over het werkstuk heen verplaatst. Doordat de werkstukdelen stijf tegen elkaar worden gedrukt en bovendien worden verhit door de lastoorts worden de delen van het werkstuk die elkaar raken plastisch vervormbaar. Er ontstaat geen smeltbad maar de raakvlakken van de werkstukdelen worden in een deegachtige vorm in elkaar gekneed. Voor de lastoorts wordt het materiaal deegachtig gemaakt en achter de lastoorts gaat het materiaal stollen. Hierdoor ontstaat een onuitneembare lasverbinding.

Waar wordt wrijvingsroerlassen toegepast?
Wrijvingsroerlassen wordt onder andere in de scheepsbouw toegepast. Daarnaast wordt wrijvingsroerlassen ook in de offshore toegepast. Men kan bij de toepassing dekken aan de bouw van schepen zoals het verbinden van huidplaten aan de spanten. Verder kan men dekpanelen aan elkaar lassen doormiddel van wrijvingsroerlassen. Het lasproces wordt ook in de luchtvaartindustrie gebruikt voor het bevestigen van aluminium vliegtuigdelen.

Verder wordt wrijvingsroerlassen toegepast in de autoindustrie voor bijvoorbeeld motorkappen, deuren en brandstoftanks. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De toepassing van wrijvingsroerlassen is zo breed dat men deze zelfs gebruikt in de ruimtevaart en nucleaire technologie. oerlassen toegepast in de autoindustrie voor bijvoorbeeld motorkappen, deuren en brandstoftanks. Dit zijn slechts enkele voorbeelden. De toepassing van wrijvingsroerlassen is zo breed dat men deze zelfs gebruikt in de ruimtevaart en nucleaire technologie. sroerlassen is zo breed dat men deze zelfs gebruikt in de ruimtevaart en nucleaire technologie.

Uitleg termen zuivellasser en zuivellas

De termen zuivellas en zuivellasser worden soms gebruikt in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Deze termen worden regelmatig uitgesproken als men het heeft over lasverbindingen die in deze industrie worden aangebracht in bijvoorbeeld leidingen. Toch kan men niet zeggen dat de term zuivellas en zuivellasser tot een officieel vakjargon  behoren. De termen zijn meer door de jaren heen ontstaan. Iemand die werkzaam is in de zuivelindustrie of zuiveltechniek weet echter wel wat onder een zuivellas en een zuivellasser wordt verstaan. Op technischwerken.nl zijn specifieke teksten over dit onderwerp geschreven en gepubliceerd. Daarom is hieronder een korte omschrijving gegeven dan deze termen.

Zuivellas
Een zuivellas is een lasverbinding die door een lasser wordt aangebracht in een zuivelinstallatie. Meestal wordt een zuivellas aangebracht tussen twee rvs-leidingen of leiding delen. Men kan bijvoorbeeld ook een zuivellasverbinding maken tussen een hoekstuk en een T-stuk en een rvs-leiding. Een zuivellas moet aan een aantal strenge eisen voldoen. De lasverbinding moet waterdicht en luchtdicht zijn. Bovendien moet de lasverbinding aan de binnenkant goed zijn doorgelast. Dit houdt in dat het smeltbad goed moet zijn uitgevloeid zodat er geen gaten in de lasverbinding zijn ontstaan en bovendien geen opstaande rand aanwezig is. Achter een opstaande lasnaad kunnen namelijk bacteriën zich nestellen waardoor de zuivel die door de leidingen heen stroom besmet kan worden. Dat moet voorkomen worden door een zuivellasverbinding.

Zuivellasser
Een zuivellasser wordt ook wel een fotolasser genoemd. In feite gaat het hierbij om een lasser die gecertificeerd is om lasverbindingen aan te brengen in zuivelleidingen. Dit doet een zuivellasser meestal met een TIG lastoestel omdat de meeste zuivelleidingen van roestvaststaal zijn gemaakt. Tijdens het TIG lassen wordt het smeltbad beschermt met een inert gas zoals argon. Daardoor wordt de las niet vervuild en kan een hoogwaardige kwaliteit worden geleverd. De zuivellasser haalt zijn of haar lascertificaat nadat hij of zij een lasproef heeft gehaald. Voor deze lasproef wordt een werkstuk gemaakt onder toeziend oog van een onafhankelijke getuige. Vervolgens wordt de lasverbinding visueel gekeurd en daarna naar een laboratorium gezonden. Daar wordt de las aan een aantal testen onderworpen. Een voorbeeld van een test is het maken van röntgenfoto’s. Hiermee kan men in de las kijken of de las gelijkmatig is en er geen insluitingen zijn ontstaan. Als de lasser deze test heeft gehaald krijgt deze een lascertificaat. Als de las met röntgenfoto’s is getest  zegt men ook wel dat de lasser op fotoniveau kan lassen of een fotolasser is.

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat is vloeilassen en wat is een vloeilas?

Vloeilassen zijn lasverbindingen die worden aangebracht tussen metalen werkstukdelen. Hierbij kan men denken aan aluminium en roestvaststalen werkstukdelen. Soms spreekt men bij bepaalde lasverbindingen van kunststoffen ook wel over vloeilassen.

Kenmerken van vloeilassen

Een vloeilas heeft een aantal kenmerken.  Een belangrijk kenmerk is het hoge afwerkingsniveau. Een vloeilas is een ‘gladde las’. Dit houdt in dat de lasnaad strak is en weinig oneffenheden bevat. Een vloeilas is meestal aangebracht in dunne materialen.  Dit kunnen dunne platen, buizen of kokers zijn die aan elkaar worden verbonden. Veel gebruikte materialen zijn rvs en aluminium.  Ook kunststoffen zijn geschikt al noemt met lassen tussen kunststof leidingdelen meestal spiegellassenmof druklassen. Ook de term conductielassen wordt wel gebruikt.

Hoe komt een vloeilas tot stand?

Doormiddel van een lastoorts kan men bijvoorbeeld twee dunne rvs platen aan de laskant laten smelten waardoor de laskanten vloeibaar worden. Er ontstaat een smeltbad waarbij geen toevoegmateriaal wordt toegepast. Meestal maakt men vloeilassen met een TIG lastoestel. Daarbij wordt een inert gas toepast om het smeltbad te beschermen tegen schadelijke invloeden die de kwaliteit van de las negatief kunnen beïnvloeden. Er wordt tijdens het vloeilassen een dunne zeer nette lasverbinding gemaakt door de verhitting van de lasboog die ontstaat tussen het werkstuk en de laselektrode van de lastoorts.

Deze lasboog oftewel plasmaboog zorgt er namelijk voor dat de temperatuur van het materiaal zo hoog wordt dat deze over het smeltpunt heen gaat. Daardoor gaat het materiaal vloeien. De vloeibare laskanten worden met geringe druk tegen elkaar aan geperst en de lasverbinding komt tot stand door afkoeling.  Tijdens de afkoeling wordt het smeltbad uitgehard. Daardoor ontstaat een onuitneembare lasverbinding. Deze lasverbinding is smal en ondiep.

Wat is fotolassen en wat doet een fotolasser?

In de metaaltechniek hoor je soms de functienaam ‘fotolasser’ ook vraag men wel om lassers die kunnen ‘fotolassen’. Deze benaming is behoorlijk ingeburgerd in de metaalsector maar is behoorlijk vaag. Daarom is in dit artikel informatie gegeven over de termen fotolassen en fotolasser.

Wat is fotolassen?

Fotolassen is een werkwoord maar men kan eigenlijk niet zeggen dat iemand gaat fotolassen. Ook kan iemand niet zeggen zou je die fotolassen even kunnen maken.  De term fotolassen is enkel een benaming voor de kwaliteit waaraan bepaalde lassen moeten voldoen.

Als men het over fotolassen heeft bedoelt men dat de lassen aan bepaalde kwaliteitseisen moeten voldoen. Deze kwaliteitseisen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving. De lasmethodebeschrijving is geënt op de lasmethodekwalificatie die het bedrijf heeft behaald. In de lasmethodebeschrijving is vastgelegd hoe een las gemaakt moet worden en via welk lasproces de las gemaakt moet worden door de lasser. Daarin kan zijn vastgelegd dat de las fototechnisch gecontroleerd moet worden. De controle van de las kan namelijk door röntgenfoto’s worden gedaan.

Röntgenfoto’s van lassen

Doormiddel van röntgenfoto’s kan men controleren of de las inderdaad goed is aangebracht door de lasser. Met röntgenfoto’s kan men zien of er geen insluitingen of andere onzuiverheden in de las aanwezig zijn. Een fotolas is pas echt een fotolas als de las de röntgenfototest kan doorstaan. Een voordeel van röntgenfoto’s is dat men de las niet hoeft te vernietigen tijdens deze test. De las blijft in tact. Daarom noemt men deze onderzoeksmethode ook wel Niet Destructief Onderzoek. Dit wordt ook wel afgekort met NDO. Destructief Onderzoek kan ook worden uitgevoerd. Hierbij wordt de las bijvoorbeeld doorgezaagd of uitelkaar getrokjen met een trekproef of breekproef. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding dan vernietigd is.

Wat doet een fotolasser?

Een fotolasser is in feite geen functieaanduiding. Iemand is geen fotolasser maar een lasser kan wel lassen leggen conform een lasmethodebeschrijving. Een lasser moet een lascertificaat behalen conform de lasmethodebeschrijving en de lasmethodekwalificatie van een bedrijf. Hiervoor dient de lasser een proefstuk maken met een onafhankelijke getuige er bij. Dit proefstuk wordt gecontroleerd in een speciaal testlab. Tijdens de testen wordt de las op verschillende manieren gecontroleerd.  De manier van controleren worden vastgelegd in het lascertificaat.  Hierin kan bijvoorbeeld staan dat eem breekproef is toegepast of dat men met geluidsgolven (ultrasoon) getest heeft. Ook testen doormiddel van röntgenfoto’s kunnen vastgelegd worden op het lascertificaat.  In het laatste geval zou men kunnen zeggen dat een lasser een las kan maken op fototechnisch niveau. Dan zou je kunnen spreken van een fotolas en een fotolasser.

Aandachtspunten bij het woord fotolasser

Als iemand op fotoniveau kan lassen weet je eigenlijk nog heel weinig. Want je moet weten welk lasproces is gebruikt bij het proefstuk waar de lasser zijn of haar certificaat mee heeft behaald.  Ook moet je weten welk materiaal is gelast en welke dikte dit materiaal had. De vorm van de lasnaad is ook belangrijk. Was dit bijvoorbeeld een V-naad, een X-naad of een K-naad. Het toevoegmateriaal is eveneens belangrijk is er bijvoorbeeld gebruik gemaakt van poedergevulde draad (rutiel), beklede elektrode of andere lasdraad. Dit alles wordt vastgelegd op het lascertificaat van de lasser. Bovendien staat op dit lascertificaat in welke positie de lasser de las heeft aan gebracht. Voorbeelden hiervan zijn onder de hand, uit de zij, stapelen en boven het hoofd. Een bijzondere positie die vaak vereist is in het leidinglassen is G6 of HL 45.

Hierbij moet de lasser een buis of pijp met een bepaalde wanddikte in een positie van 45 graden plaatsen en dan rondom lassen. Een fotolasser kan een mengeling van bovenstaande gegevens op xijn lascertificaat hebben staan. Daarom weet je met de term fotolasser niet precies wat de lasser kan en mag lassen. Als men om een fotolas of fotolasser vraagd zal je altihd moeten nagaan welke lascertificaten precies vereist zijn. Daarbij is ook nog een verschil of de las conform de Europese Normering is gelegd, dit wordt aangeduid met EN, of de Amerkaanse normering welke wordt aangedijd met AWS.

Wat is visuele lasinspectie of visuele controle van laswerk?

De kwaliteit van een lasverbinding is zeer belangrijk. Een lasverbinding is een verbinding die niet- uitneembaar is. Deze verbinding kan men dus niet doormiddel van aandraaien van bouten en moeren verstevigen. Een las moet daarom meteen goed gelegd worden. De manier waarop een las moet worden aangebracht is gebonden aan strenge eisen. De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen zijn vastgelegd in een lasmethodebeschrijving, dit document wordt ook wel een LMB genoemd en is opgesteld door een lastechnicus.

Keuren van laswerk
Laswerk kan op verschillende manieren worden gekeurd. De keuringsprocessen kunnen worden ingedeeld in destructief onderzoek en niet- destructief onderzoek (NDO). Bij de eerst genoemde categorie van keuringsprocessen wordt de las destructief onderzocht. Dit houdt in dat de lasverbinding tijdens het onderzoek wordt vernietigd. Dit gebeurd bijvoorbeeld door de lasverbinding door te zagen, te snijden of uit elkaar te trekken. Het spreekt voor zich dat de lasverbinding na deze onderzoeken totaal vernietigd is.

Bij NDO wordt een lasverbinding niet vernietigd maar op andere manieren, dan hierboven zijn beschreven, onderzocht. Een NDO kan bijvoorbeeld plaatsvinden door met geluidsgolven te controleren of er insluitingen zitten in de las of doormiddel van röntgenfoto’s controleren of de las goed dicht is.

Visuele lasinspectie
De meest eenvoudige vorm van het controleren van laswerk is de visuele lasinspectie. Deze inspectie kan door de lasser zelf worden gedaan of door zijn leidinggevende. Een lastechnicus is speciaal opgeleid om de lasinspectie uit te voeren. De visuele lasinspectie wordt door de desbetreffende persoon gedaan zonder speciale hulpmiddelen. Er wordt gekeken naar de gelijkmatigheid van de las en of de las de juiste A-hoogte heeft. Ook wordt gekeken over er geen sprake is van verbrande lassen, doorbrandingen of randinkartelling. Als deze lasfouten wel aanwezig zijn zal men de las afkeuren. In dat geval kan het werkstuk in de oud-metaalbak of kan men trachten de las er uit te slijpen of te gutsen om een nieuwe las aan te brengen.

Visueel Lasinspecteur Level 1 of Level2
In Nederland kunnen leidinggevenden of andere werknemers in de metaaltechniek en werktuigbouwkunde er voor kiezen om een opleiding of cursus te volgen tot visueel lasinspecteur. Met deze opleiding op zak is iemand geen lastechnicus maar kan men wel goed beoordelen of een las aan de gestelde visuele eisen voldoet. Sommige opdrachtgevers stellen in hun inkoopvoorwaarden dat er een gecertificeerde visuele lasinspecteur aanwezig moet zijn in het bedrijf waar ze hun producten kopen.

Wat is rutiel en waar wordt rutiel voor gebruikt?

Rutiel is een materiaal met een chemische formule TiO2. Het materiaal rutiel is de meest algemene vorm van titanium-oxide. Naast rutiel komen er nog twee andere vormen voor van TiO2, dit zijn brookiet en anataas.

Eigenschappen van rutiel
Rutiel is een watervrije van titanium. Bij dit materiaal komen veel tweelingen voor. De symmetrie is  tetragonaal, ribben a = 45.93 nm (nanometer), c = 29.59 nm. De chemische samenstelling van rutiel kan sporen van ijzer bevatten. Daarnaast kan rutiel ook sporen van tantaal of niobium bevatten. Over het algemeen is de samenstelling van rutiel TiO2.

Waar om rutiel voor?
Rutiel is een materiaal dat in veel verschillende metamorfe en stollingsgesteenten voor kan komen. De hoeveelheid rutiel in gesteenten is over het algemeen beperkt. Rutiel is daarnaast een belangrijk ertsmineraal voor  (Ti). In sommige zware-mineraal zanden is zoveel rutiel aanwezig dat men er rutiel uit kan winnen.

Waar wordt rutiel voor gebruikt?
Een belangrijke industriële toepassing waar men rutiel voor gebruikt is las-elektrodes. Hierbij kan men rutiel toepassen in de bekleding van laselektrodes. Deze elektrodes bevatten siliciumdioxide in combinatie met titanium(IV)oxide (dit is in feite rutiel). Daarnaast kunnen bij bepaalde lasprocessen  rutiel gevulde toevoegdraden worden toegepast. Ver der wordt bij het zogenoemde Onder Poederdek lassen (OP-lassen)  vaak gebruik gemaakt van poeders die rutiel bevatten.

Rutiel wordt in de bekleding van elektrodes en laspoeder toegepast om het smeltbad van de las te beschermen en een slak te vormen op de lasnaad. Hierdoor is de lasnaad beschermd tegen chemische invloeden uit de lucht. Deze chemische invloeden kunnen de kwaliteit van de nadelig beïnvloeden. Daarnaast zorgt de slak er voor dat het smeltbad minder snel stolt waardoor de kans op krimpscheuren wordt verkleind.

Wat wordt bedoelt met laskanten en laskantvoorbewerking?

Voordat een lasser een las gaat aanbrengen in een werkstuk zal de lasser zich eerst verdiepen in de constructietekening, de lasmethodebeschrijving (LMB) of de Welding Procedure Specification (WPS). Hierin vindt de lasser informatie over de manier waarop de las gelegd moet worden. Daarbij is onder andere aangegeven welke lasnaad gebruikt moet worden. Er zijn verschillende lasnaden, bijvoorbeeld de V-naad, de K-naad, de Y-naad en de X-naad. Ook kan er gebruik worden gemaakt van een zogenoemde stompe naad. Bij de laatste naad zal er niet of nauwelijks voorbewerking nodig zijn. De kanten die aan elkaar gelast moeten worden zullen dan slechts recht en schoon moeten zijn. Bij de overige naden zal ten minste één van de beide kanten van het werkstuk moeten worden voorbewerkt.

Wat is een laskant?
De kant van een werkstuk die gelast moet worden noemt men de zogenoemde laskant. Als men een werkstuk samenstelt heeft men echter verschillende laskanten die samengesteld moeten worden. Zo bevat een V-naad twee platen die beide zijn afgeschuind aan de laskant. De lasser zorgt er voor dat de twee laskanten van de platen zo dicht mogelijk tegen elkaar aan liggen alvorens de las wordt aangebracht. Hiervoor kan de lasser in sommige gevallen gebruik maken van een mal waarin de plaatdelen kunnen worden vastgezet. In andere gevallen zal de lasser creatiever te werk moeten gaan om de laskanten zo dicht mogelijk bij elkaar te brengen.

Hoe wordt een laskant gemaakt?
Een laskant is de kant van het werkstuk of werkstukonderdeel waarop de las moet worden aangebracht door de lasser. Deze kant moet schoon zijn zodat er geen vervuiling in het smeltbad van de las kan ontstaan. Daarnaast is de laskant in een bepaalde vorm. Meestal is er sprake van een zogenoemde afschuining zoals in het hiervoor genoemde voorbeeld van de V-naad. Er kan echter ook sprake zijn van bijvoorbeeld een K-naad of een X-naad. Ook hierbij wordt de laskant van één deel of twee delen van het werkstuk afgeschuind. Het afschuinen van een plaat kan op verschillende manieren gebeuren. De volgende manieren zijn gebruikelijk:

  • Het slijpen van de laskant
  • Frezen van de laskant
  • Snijden van de laskant met behulp van een plasmasnijder
  • Knabbelen van de laskant

Deze bovengenoemde technieken zijn in feite technieken om de laskant voor te bewerken. Daarom vallen deze technieken onder de laskantvoorbewerking. Meestal staat op een constructietekening een lassymbool waarmee wordt aangegeven welke lasnaad moet worden gemaakt. Als een las verkeerd is aangebracht kan men er voor kiezen om de las uit te slijpen of te gutsen. Dit is echter veel werk en de laskant zal daarna vaak hersteld moeten worden voordat de lasser een nieuwe las kan aanbrengen.

Voordelen van het aanbrengen van laskanten
Een bedrijf of een lasser heeft niet altijd de keuze om laskanten aan te brengen of niet. In veel gevallen zal in de lasmethodebeschrijving of de Welding Procedure Specification duidelijk zijn aangegeven hoe de lasnaad voorbewerkt dient te worden. Mocht men echter wel de keuze hebben om een laskant voor te bewerken dan is het belangrijk om de voordelen van laskantvoorbewerking goed voor ogen te houden. We noemen een aantal voordelen:

  • De lasverbinding wordt steviger omdat men de las, door het aanbrengen van bijvoorbeeld een V-naad, dieper aan kan brengen.
  • Daarnaast heeft het afschuinen van de laskant een voordeel dat het lasoppervlak groter wordt. Hierdoor kan het smeltbad goed worden gevormd en kan het lastoevoegmateriaal zich op meer plekken echten. Ook de warmte die bij het lasproces wordt ingebracht wordt meer verspreid.
  • Een goede laskantvoorbewerking zorgt er ook voor dat de laskant schoon is zodat er minder kans op vervuiling en insluiting ontstaat tijdens het lassen.

Wat wordt in de lastechniek bedoelt met backinggassen en onderlegstrips?

Een lasverbinding kan op verschillende manieren worden gemaakt. Er zijn bij het maken van een lasverbinding een aantal factoren van belang. Voordat men een bepaald lasproces kiest zal men eerst moeten nagaan welk materiaal gelast moet worden en wat de dikte van dat materiaal is. Het materiaal is meestal een metaalsoort (ferro  of non-ferro) en beschikt over bepaalde eigenschappen zoals sterkte en weerstand tegen oxidering. Deze eigenschappen zorgen er voor dat een bepaald lasproces juist wel of juist niet geschikt is voor het maken van een lasverbinding. Voorbeelden van lasprocessen zijn MIG/MAG, TIG, BMBE en autogeen lassen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende toevoegmaterialen die meestal in draadvorm worden aangebracht.

Voor lassen gebruikt men een gas. Dit kan een inert gas zijn of een actief gas. Een inert gas gaat geen of nauwelijks reactie aan met stoffen in de omgeving terwijl een actief gas dat wel doet. Bij MIG en TIG lassen wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een inert gas de letters ‘IG’ maken dat duidelijk. Dit inerte gas beschermd de las aan de voorkant waar de lasser met de lastoorts en het beschermgas last. De achterzijde van de las wordt tijdens het lasproces niet beschermd tenzij men gebruik maakt van zogenoemde backinggassen of onderlegstrips.

Wat is backinggas?
Backinggas is een beschermgas. Hiervoor kan bijvoorbeeld het inerte gas argon worden gebruikt maar dit gas is vrij prijzig. Daarom kiest men ook vaak voor zogenoemde formeergassen. Dit zijn mengsels die bestaat uit stikstof en waterstof. Het backinggas wordt aan de achterkant van het werkstuk aangebracht en zorgt er voor dat er geen ongewenste chemische reacties optreden tijdens het lasproces. Hierdoor kan het lasproces goed gecontroleerd en snel verlopen. Daarnaast zorgt het backinggas er voor dat het werkstuk wordt gekoeld en dient het backinggas ter ondersteuning van het smeltbad.

Wat zijn onderlegstrips?
In sommige gevallen maakt men gebruik van onderlegstrips als men gaat lassen. Deze onderlegstrips kunnen van verschillende materialen gemaakt zijn. Voorbeelden van materialen die worden gebruikt voor onderlegstrips zijn koper, staal of keramiek. Sommige lassers spreken wel over lassen op steentjes of op keramische strips.  Over het algemeen worden deze strips gebruikt bij grote lasverbindingen en lange brede lasnaden. Een onderlegstrip zorgt er voor dat het smeltbad niet te ver naar beneden wegzakt. De onderlegstrip houdt dit smeltbad namelijk tegen. Niet alle onderlegstrips kunnen na het lasproces makkelijk verwijdert worden. Keramische en koperen onderlegstrips kunnen meestal eenvoudig worden weggehaald maar stalen onderlegstrips gaan een verbinding aan met het smeltbad en kunnen daardoor na het uitharden van de las net meer worden verwijdert en vormen dus onderdeel van het werkstuk.

Wat zijn lassymbolen en waar worden deze voor gebruikt?

Een constructiebankwerker lasser krijgt meestal een tekening waarin is beschreven en weergegeven hoe het werkstuk er uit moet zien. Op de tekening staat de vorm van het werkstuk en staan daarnaast gegevens over de manier waarop de onderdelen van het werkstuk aan elkaar bevestigd moeten worden. Een voorbeeld van een manieren om onderdelen van een werkstuk aan elkaar te verbinden zijn lasverbindingen. Deze verbindingen komen tot stand door het basismateriaal van het werkstuk aan elkaar te smelten. Daarbij kan toevoegmateriaal worden gebruikt maar dat hoeft niet altijd. Een lasverbinding is een verbinding die niet uitneembaar is.

Dit houdt in dat een lasverbinding alleen doormiddel van geweld (gutsen, zagen slijpen) uit elkaar gehaald kan worden. Dit is één van de redenen waarom men extra zorgvuldig met het maken van een lasverbinding moet omgaan. Een constructiebankwerker lasser moet goed weten hoe een las moet worden gemaakt. Daarom staan op de werktekeningen die de constructiebankwerker moet gebruiken symbolen aangegeven. Dit zijn de zogenoemde lassymbolen.

Waarom een lassymbool?
Lassymbolen zijn nodig omdat kwalitatief goed laswerk van veel verschillende factoren afhankelijk is. Zo dient me rekening te houden met het soort metaal en de eventuele oxidehuid. Ook dient men rekening te houden met de vorm en de dikte van het materiaal. Daarnaast zijn er verschillende eisen met betrekking tot de hoogte van de las (de A-hoogte). De lassymbolen zorgen er voor dat de lasser de juiste instructie krijgt over het maken van de lasverbinding.

Waar staan lassymbolen?
De lassymbolen worden door een technisch tekenaar of constructeur op een constructietekening geplaatst. De constructeur of technisch tekenaar plaatst de lassymbolen niet zomaar op de tekening. Er is van te voren goed nagedacht over de lasverbinding. Daarbij is rekening gehouden met de normen die van toepassing zijn. Ook is er rekening gehouden met de verwachte belasting die op het werkstuk zal worden uitgeoefend. Daarvoor worden zogenoemde sterkteberekeningen toegepast. De eigenschappen van het materiaal en de dikte van het materiaal zijn eveneens van invloed op de keuze voor een bepaald lasproces. Daarom worden ook deze aspecten in de beoordeling meegenomen. Vaak worden deze gegevens ook in een lasmethodebeschrijving (LMB) benoemd of een zogenoemde Welding Procedure Specification (WPS). Dit zijn uitgebreide omschrijvingen over de lasmethode(s) die moeten worden toegepast bij het samenstellen en lassen van onderdelen van een werkstuk.

De lassymbolen zijn slechts korte aanduidingen die op de werktekeningen staan. Deze symbolen zijn bedoelt om informatie te verschaffen aan de lassen zodat deze de las op de juiste manier aanbrengt. Lassymbolen zorgen er dus voor dat de juistheid en de kwaliteit van de las gewaarborgd wordt.

Hoe worden lassymbolen aangegeven?
Lassymbolen worden met een pijl aangegeven op een constructietekening. Op deze pijl staat in ieder geval vier symbolen. Deze symbolen zijn het aanwijspunt van de pijl, het lassymbool, de referentie lijn en de maatinschrijving.

Lassymbool
Het lassymbool is een symbool dat belangrijk is voor de lasser. Met dit symbool wordt aangegeven welk type las er gemaakt moet worden door de lasser. Voorbeelden hiervan zijn bijvoorbeeld:

  • V-naad
  • ½ V-naad
  • I-naad
  • X-naad
  • Y-naad
  • ½ Y-naad
  • K-naad
  • Hoeklas
  • Dubbele hoeklas

Deze symbolen worden in een bepaalde vorm/ symbool ingetekend. De gebruikte symbolen zijn voor iedere lasser herkenbaar zodat elke lasser weet om wat voor lasnaad het gaat. Voor meer informatie over bijvoorbeeld het lasproces (bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, BMBE en autogeen) kan de lasser een lastechnicus in het bedrijf vragen stellen of de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification raadplegen indien deze aanwezig is.

Wat is een fillet weld en waar wordt deze toegepast?

Een ‘fillet weld’ is een Engelse aanduiding die meestal wordt vertaald met een hoeklas. Door de ASME wordt deze letter gehanteerd als aanduiding voor hoeklassen. Deze hoeklassen worden op een lascertificaat, lasmethodebeschrijving of welding procedure specification aangeduid met de letter ‘F’.

Wat is een hoeklas?
Men spreekt van een hoeklas als twee metalen vlakken loodrecht op elkaar worden verbonden doormiddel van een las. Hierbij kan ook sprake zijn van een zogenoemde T-verbinding. In dat geval worden meestal twee hoeklassen aangebracht. Dit dient zorgvuldig te gebeuren omdat een te grote warmte inbreng aan een bepaalde zijde van de T-verbinding er voor zorgt dat er aan de enen kant een scherpe hoek ontstaat en aan de andere kant juist een stompe hoek, kortom het materiaal trekt krom. Er zijn echter meerdere aandachtspunten waaraan gedacht moet worden voordat men een hoeklas gaat maken.

Aandachtspunten voor hoeklassen
Een las is een onuitneembare verbinding waarbij het basismateriaal doormiddel van een hoge temperatuur gesmolten wordt en er eventueel gebruik wordt gemaakt van toevoegmateriaal. Na uitharding van het zogenoemde smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Als een hoeklas verkeerd wordt aangebracht zal deze met geweld uit elkaar moeten worden gehaald. Dit kan doormiddel van bijvoorbeeld gutsen, slijpen, zagen of slijpen. Dit vergt allemaal heel veel werk en daarnaast wordt het materiaal van het werkstuk meestal ernstig beschadigd. Daarom is het belangrijk dat een lasser een hoeklas op de juiste manier maakt met conform de welding procedure specification of de lasmethodebeschrijving.

Soorten hoeklassen
Er zijn verschillende soorten hoeklassen. Zo is er bijvoorbeeld ook een hoeklas uit de zij, deze wordt in het Engels aangeduid met side fillet welds. Bij hoeklassen heeft men het ook over binnenhoeklassen als de las aan de binnenzijde van de hoek wordt gelast. Een hoeklas kan ook worden gestapeld. Hierbij wordt een las in opgaande beweging omhoog aangebracht. Bij het maken van een hoeklas wordt naast de specifieke positie ook gekeken naar het lasproces zelf. Dit kan bijvoorbeeld MIG/Mag, TIG of met beklede elektrode (BMBE) lassen zijn.

Lastoevoegmateriaal
Verder is ook het toevoegmateriaal van belang. Dit toevoegmateriaal is gerelateerd aan het lasproces en het materiaal waaruit het werkstuk bestaat. Als met al deze factoren goed rekening wordt gehouden wordt een goede hoeklas of fillet weld gemaakt.

Welke insluitsels kunnen in lasfouten aanwezig zijn?

Tijdens het maken van een lasverbinding kunnen verschillende fouten ontstaan. Het maken van een goede lasverbinding is niet eenvoudig. Een lasverbinding wordt pas goed als aan verschillende factoren is voldaan. Zo moet het juiste lasproces worden toegepast, dit kan bijvoorbeeld autogeen, MIG/MAG, TIG en BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog verschillende andere lasprocessen. Elk lasproces heeft zijn eigen unieke eigenschappen. Zo wordt er bij sommige lasprocessen inerte gassen gebruikt terwijl bij andere lasprocessen actieve gassen worden gebruikt. Lasprocessen zoals autogeen lassen wordt gedaan doormiddel van een vlam terwijl MIG/MAG lassen doormiddel van een elektrische boog wordt gedaan. De vlam of de elektrische boog zorgt er voor dat er veel hitte ontstaat zodat het basismateriaal van het werkstuk smelt en het lastoevoegmatiaal ook.

Metaalinsluitselsin het smeltbad
Zowel het basismateriaal als het toevoegmateriaal versmelten samen in een smeltbad. Na uitharding van het smeltbad ontstaat een stevige verbinding. Door verkeerde invloeden kan het smeltbad echter niet goed gevormd worden of ontstaan er problemen bij het stollen. Dit kan leiden tot scheuren en andere problemen. Fouten die ontstaan tijdens het lassen worden ook wel lasfouten genoemd. Naast scheuren kunnen onder andere ook insluitsels voor problemen zorgen als deze ontstaan tijdens het lasproces. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van soorten insluitsels die kunnen ontstaan tijdens het lassen in het smeltbad.

Slakinsluitsels
Soms worden meerdere lassen over elkaar heen aangebracht. Bij sommige lassen zoals BMBE lassen ontstaat een slak op de las. Deze las dient na afloop van het lassen goed te worden verwijdert. Dit doet men door de slak los te bikken. Als men de las niet goed wegbikt kunnen delen van de slak in de nieuwe laslaag worden ingesloten. Deze insluitingen worden ook wel slakinsluitsels genoemd. Slakinsluitsels kunnen ook ontstaan wanneer de lasser op een verkeerde manier last.

Poederinsluitsels
Bij sommige lasprocessen wordt gebruik gemaakt van laspoeders.  Dit wordt onder andere gedaan bij onder poederdek lassen, dit lasproces wordt ook wel OP-lassen genoemd. Ook bij elektroslaklassen wordt gebruik gemaakt van laspoeders. Poederinsluitsels kunnen tijdens deze lasprocessen worden veroorzaakt als een veel te grote hoeveelheid laspoeder op de lasboog wordt gestrooid. Meestal wordt bij OP-lassen een teveel aan laspoeder opgezogen of door de OP-lasser verwijdert. Als dit niet gebeurd kan een nieuwe las die over de vorige las heen wordt aangebracht vervuild raken met poederinsluitsels. Daarom moet een lasnaad altijd goed schoon worden gemaakt als men meerdere lassen over elkaar heen aanbrengt.

Metaalinsluitsels
Het smeltbad moet tijdens het lasproces goed in de gaten worden gehouden door de lasser. De lasser dient tijdens de voorbewerking op het lassen een schone lasnaad te maken zodat het smeltbad niet vervuild kan worden. Tijdens het lassen kan het smeltbad vervuild raken met andere metalen dan het metaal dat wordt gebruikt als toevoegmateriaal en het metaal van het werkstuk. Metalen die niet goed meesmelten in het smeltbad kunnen ingesloten worden. Hierdoor ontstaan metaalinsluitsels. Deze insluitsels kunnen bijvoorbeeld koper bevatten van de koperen smeltbadondersteuning of wolfraam door het afbreken van de TIG-laselektrode.

Waarom zijn insluitsels lasfouten?
Insluitsels veranderen de structuur van de las. De las wordt op de plek van een insluitsel minder dicht en daardoor bestaat de kans op een scheur in de las als de las onder druk komt te staan. Insluitsels zijn lasfouten die de mechanische stevigheid van de las benadelen. Voor bepaalde constructies en werkstukken zijn insluitsels niet erg. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden of voor de sier worden gemaakt. Bij dragende constructies of constructiedelen moeten de lassen echter van perfecte kwaliteit zijn. Insluitsels mogen hierbij niet voorkomen. Daarom worden deze lassen over het algemeen gekeurd onder strenge normen. Deze gecertificeerde lassen worden regelmatig destructief of niet-destructief (NDO) gekeurd. De manier waarop een las gekeurd moet worden staat in de lasmethodebeschrijving.

Welke soorten scheuren kunnen ontstaan tijdens lasprocessen?

Een lasverbinding is een verbinding die permanent is. Verbindingen die doormiddel van een las tot stand worden gebracht kunnen niet eenvoudig uitelkaar worden gehaald. Doormiddel van lassen worden twee materialen in elkaar versmolten eventueel met behulp van toevoegmateriaal. Het versmelten van de materialen gebeurd doorgaans onder een hoge temperatuur. Deze temperatuur wordt doormiddel van een vlam of een elektrische lasboog op het gewenste niveau gebracht. Aan elke lasverbinding worden eisen gesteld. Bij sommige lasverbindingen zijn de eisen niet heel hoog. Dit is bijvoorbeeld het geval bij constructies die niet zwaar belast worden. Er zijn echter ook constructie die zeer zwaar belast worden bijvoorbeeld kranen in de offshore. Hiervoor zijn zeer zware eisen opgesteld.

Lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification
De eisen waaraan een lasverbinding moet voldoen staan in een lasmethodebeschrijving LMB of Welding Procedure Specification WPS. Deze beschrijvingen zijn geënt op de lasmethodekwalificatie van het desbetreffende bedrijf. In de LMB of het WPs staat duidelijk beschreven aan welke lasprocedure de lasser zich moet houden bij het maken van de las. Hierbij is aandacht voor de voorbewerking, het daadwerkelijke lassen en de nabewerking.

De voorbewerking voor het lasproces
De voorbewerking is van groot belang omdat sommige metaalsoorten voorverwarmd moeten worden in verband met het optreden van scheuren tijdens en na het lassen. Ook het snijden of slijpen van lasnaden is een belangrijk aspect van de voorbewerking. Daarnaast dient de lasnaad goed schoongemaakt te worden en dient de lasser er alles aan te doen om een goed ‘lasklimaat’ te creëren. Dit houdt in dat de lasser bij bepaalde lasprocessen moet voorkomen dat er tocht, vocht of vuil bij het smeltbad kan komen.

Het lassen
De lasser dient de lasmethode toe te passen die is voorgeschreven in de LMB of WPS. Dit kan bijvoorbeeld MIG/MAG, TIG, OP-lassen of  BMBE lassen zijn. Er zijn echter nog vele andere lasprocessen die in de praktijk worden gebruikt. Daarbij moet ook rekening worden gehouden met de juiste (bescherm)gassen en de toevoegmaterialen. Verder dient de lasser ook rekening te houden met de laspositie, de A-hoogte en het aantal lagen waarin gelast moet worden.

De nabewerking
Ook de nabewerking heeft een invloed op de kwaliteit van de las. Sommige lassen moeten zorgvuldig worden afgekoeld. Dit moet niet te snel gebeuren in verband met het ontstaan van scheuren. Daarnaast kunnen er bij bepaalde lasprocessen lasspetters ontstaan die verwijdert moeten worden. Dit is bijvoorbeeld het geval bij MIG/MAG lasprocessen. Bij sommige andere lasprocessen zoals BMBE lassen kan een ‘slak’ ontstaan op de las. Deze ‘slak’ dient zorgvuldig verwijdert te worden. Het verwijderen van de ‘slak’ is al helemaal belangrijk wanneer er nog een las over de bestaande las heen wordt aangebracht.

Lasfouten
Tijdens het lassen kunnen echter fouten ontstaan. Deze fouten worden ook wel lasfouten genoemd en kunnen zowel in de voorbewerking, tijdens het lassen en in de nabewerking ontstaan. Lasfouten kunnen ernstige gevolgen hebben voor de mechanische stevigheid van een constructie. Er zijn verschillende lasfouten die kunnen ontstaan. Voorbeelden hiervan zijn kraters, insluitingen, randinkarteling en scheuren.

Scheurvorming tijdens het lassen
Tijdens het lassen kunnen scheuren ontstaan. Deze scheuren ontstaan waar het materiaal uit elkaar wordt getrokken. Dit uit elkaar rekken en trekken van materiaal kan onder andere gebeuren door temperatuurswisselingen. Een scheur in een lasverbinding zorgt er voor dat de kwaliteit van de las wordt aangetast. Dit is afhankelijk van de omvang van de scheur, de dikte van het materiaal en de druk die wordt uitgeoefend op de constructie. Scheuren kunnen soms worden gerepareerd door de scheur mechanisch te verwijderen doormiddel van slijpen of gutsen. Daarna dient men een nieuwe lasnaad aan te brengen en deze zorgvuldig dicht te lassen conform de lasmethodebeschrijving of Welding Procedure Specification.

Er zijn verschillende soorten scheuren die kunnen ontstaan tijdens het lassen. De oorzaken van de scheuren zijn eveneens verschillend. Hieronder worden in een aantal alinea’s voorbeelden gegeven van soorten scheuren die kunnen ontstaat tijdens en na het lasproces.

Stollingsscheuren
Een soort scheuren die kunnen ontstaan tijden het lasproces zijn zogenoemde stollingsscheuren. Deze scheuren worden ook wel h/b scheuren genoemd. Hierbij staan de letters ‘h/b’  voor ‘hoogte’ en ‘breedte’ waarmee de verhoudingen tussen de hoogte en de breedte worden bedoelt. Deze stollingsscheuren ontstaan wanneer de hoogte van de las groter is dan de breedte van de las. Tijdens het stollen van de las kan een scheur ontstaan doordat de las langzaam van buiten naar binnen stolt. Als de las hoog is zal daardoor een groot temperatuurverschil kunnen ontstaan tussen de buitenkant van de las en de binnenkant van de las. Als er in een las verontreinigingen aanwezig zijn met een lager smeltpunt dan het lasmateriaal kunnen deze verontreinigingen naar binnen worden getrokken. Als er meerdere verontreinigingen bij elkaar in de buurt zitten kan deze plek tijdens het stollingsproces voor problemen zorgen. Door de krimpspanning of door een belasting van de constructie kan een scheur bij de verontreinigingen ontstaan. Deze scheur is echter niet altijd direct zichtbaar aan de buitenkant. De scheur kan door röntgenonderzoek worden ontdekt. Röntgenonderzoek is een variant van niet- destructief onderzoek NDO.

Waterstofscheuren
Bij harde metaallegeringen kunnen waterstofscheuren optreden. Deze scheuren ontstaan wanneer er tijdens het lassen veel waterstof in de las wordt opgenomen. De waterstofscheuren ontstaan onder andere door trekspanningen. De scheuren hoeven niet meteen te ontstaan tijdens het lassen en kunnen zelfs 48 na het afronden van het lasproces gevormd worden. Hoe waterstofscheuren precies ontstaan is nog niet helemaal bekend. Men vermoed dat waterstof diffundeert naar insluitsels en poriën en dat daar waterstofgas wordt gevormd. Dit waterstofgas zou voor grote druk zorgen waardoor materiaal uit elkaar wordt gedrukt. Waterstofscheuren kunnen worden voorkomen door lastoevoegmateriaal met weinig waterstof te gebruiken. Daarnaast dient de lasser tijdens de voorbewerking de lasnaad goed schoon te maken. in de nabewerking moet de lasser het materiaal of werkstuk nagloeien. Deze aspecten van het lasproces staan meestal in de lasmethodebeschrijving / Welding Procedure Specification.


Door warmtebehandeling kunnen spanningsvrijgloeischeuren ontstaan. Deze scheuren worden ook wel intergranulaire scheuren genoemd. Door deze scheuren ontstaat carbide-precipitatie. Het inwendige van de aanwezige korrels wordt door dit proces versterkt. Daarnaast segregeren onzuiverheden zoals S, P, Sn, As naar de grenzen van de korrel, hierdoor worden deze verzwakt. Langs de grenzen van de korrel treed de meeste vervorming op. Door deze vervorming kunnen scheuren ontstaan.

Lamellaire scheuren
Als in het lasmetaal niet-metallische insluitsels aanwezig zijn kunnen lamellaire scheuren ontstaan. Deze scheuren worden gevormd in de fabriek waar het metaal wordt vervaardigd. Tijdens het gieten van metaal in een vorm kan verontreiniging in het metaal terecht komen. Deze verontreiniging kan bijvoorbeeld een deel van de ‘slak’ zijn die bij het smeltproces van ijzer en ijzererts op het gesmolten staal drijft. Als de lasser een lasverbinding maakt op de hoogte van de verontreiniging in het metaal zal de verontreiniging door de uitwerking van de krimpspanning gaan splijten en inscheuren. Tegenwoordig wordt staal meestal vervaardigd met een continu-gietproces. Hierdoor wordt de kans op verontreinigingen beperkt en komen lamellaire scheuren bijna niet meer voor.