Wat is zuivelindustrie?

Zuivelindustrie is het op industriële wijze verwerken van melk tot zuivelproducten. Het produceren van zuivelproducten gebeurd in zogenaamde zuivelfabrieken. In deze fabrieken wordt met behulp van machines, installaties en bijbehorende automatisering van koemelk of andere soorten melk een zuivelproduct gemaakt. De zuivelindustrie behoort tot de voedingsmiddelenindustrie maar is wel specifiek gericht op zuivelproducten. De eerste kleine zuivelfabrieken ontstonden aan het einde van de negentiende eeuw. Omdat zuivelproducten voedingsmiddelen zijn moeten de producenten van zuivel aan strenge eisen voldoen. Het overgrote deel van de bedrijven die zuivelproducten bereiden moeten erkend worden op grond van EG-Verordening (Nr.)853/2004. Over zuivel en de zuivelindustrie kan men veel schrijven. De sector is omvangrijk en goed bekend in de industrie. Hieronder staan een aantal alinea’s over de geschiedenis van de zuivelindustrie en de zuivelindustrie als werkgever.

Ontstaan van zuivelfabrieken
In de zuivelindustrie wordt melk verwerkt tot producten. De melk die hiervoor gebruikt wordt komt van boerderijen. In het verleden produceerden de boeren zelf eenvoudige zuivelproducten zoals boter en melk die gedronken kon worden. Op een gegeven moment gingen boeren samenwerken. Er werden kleine melkfabrieken opgericht. Dit gebeurde aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw. Al spoedig ontstonden zuivelcoöperaties. In deze samenwerkingsverbanden werden door meerdere boeren in een zuivelfabriek zuivelproducten vervaardigd. In Nederland ontstond in de provincie Friesland in 1879 de eerste zuivelfabriek. Dit was de Zuivelfabriek Freia. Al spoedig ontstonden er in Nederland veel meer zuivelfabrieken.

Transport van melk naar zuivelfabrieken
Melk werd doormiddel van karren aangeleverd bij de zuivelfabrieken. Ook werd er zelfs melk aangevoerd met speciale melkboten. Toen er meer auto’s op de weg verschenen werd melk doormiddel van vrachtwagens getransporteerd. Niet alleen in het transporteren van melk ontstond een technologische ontwikkeling ook de productie van zuivel veranderde. Zo werden zuivelproducten eerst doormiddel van handmatige bewerkingen vervaardigd. Door de mechanisering en de industriële revolutie werd melk op industriële schaal geproduceerd en ontstond er een melkindustrie en zuivelindustrie.

Zuivelindustrie ontwikkelt zich
Tegenwoordig is er in een grote zuivelfabriek helemaal niets meer te zien van het handwerk wat men vroeger in de kleine zuivelfabrieken verrichte. Grote machines verwerken de melk van binnenkomst tot aan de verpakking. Er zijn nieuwe technologieën ingevoerd waardoor men melk langer houdbaar kan maken zoals het pasteuriseren. Hierdoor werd melk doormiddel van de High-Temperature Short Time (HTST) methode of de Ultra-high temperature (UHT) methode langer houdbaar gemaakt. Daarvoor zijn echter wel machines nodig die melk korte tijd verhitten.

De machines in de zuivelindustrie worden steeds professioneler. Er zijn complete procesinstallaties die vrijwel volledig geautomatiseerd zijn. Doormiddel van PLC’s en SCADA kan men machines in de procestechniek met elkaar laten commuceren zodat men sneller kan produceren en bovendien minder productiefouten krijgt. Het lean management of lean manufacturing deed ook haar intrede in de zuivelindustrie. Daardoor wordt niet alleen kwalitatief hoogwaardige zuivel gemaakt, de diversiteit van zuivelproducten neemt ook toe. Bovendien zorgt lean manufacturing er voor  dat de klant centraal blijft staan en dat afval en verspilling wordt tegengegaan in de zuivelindustrie. Daardoor kunnen zuivelfabrieken maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Zuivelindustrie als werkgever
In de zuivelindustrie werken veel werknemers. De functies zijn erg divers. Zo werken er in deze industrie productiekrachten, operators en machineoperators. Ook werken er procestechnologen en softwareprogrammeurs. Ervaren machinebouwers, zuivellassers en constructeurs bouwen mee aan de procesinstallatie voor zuivelfabrieken. Onderhoudsmonteurs en storingsmonteurs zorgen er voor dat de procesinstallaties goed blijven functioneren en dat storingen tijdig worden verholpen.

Transporteurs hebben ook baat bij zuivelfabrieken omdat zij zuivel van en naar de zuivelfabrieken transporteren. Ook veel uitzendbureaus leveren technisch personeel en productiepersoneel aan de zuivelindustrie. Doordat er soms sprake is van piekproductie worden namelijk regelmatig uitzendkrachten ingezet. Voor sommige productiefuncties worden echter structureel uitzendkrachten aan het werk gehouden. De zuivelindustrie heeft daardoor ook een invloed op de werkgelegenheid bij uitzendbureaus.

Wat is pasteuriseren?

Pasteuriseren is proces waarmee de houdbaarheid van aan bederf onderhevige voedingsmiddelen in de voedingsmiddelenindustrie wordt geoptimaliseerd door de voedingsmiddelen kort te verhitten zodat schadelijke bacteriën worden vernietigt zonder dat daarbij de voedingsmiddelen zelf beschadigd worden. Het woord ‘pasteuriseren’ is afgeleid van de uitvinder van dit proces namelijk Louis Pasteur. Hij was een Franse scheikundige en bioloog en heeft samen met Claude Bernard, een Franse fysioloog, de eerste pasteurisatie uitgevoerd op 20 april 1862. Bij pasteuriseren wordt een voedingsmiddel korte tijd verhit om schadelijke bacteriën te doden. Een andere methode om bacteriën te doden is hogedrukpasteurisatie. Bij hogedrukpasteurisatie wordt het product doormiddel van zeer hoge druk gepasteuriseerd. Net als bij verhitting worden door de hoge druk ook bacteriën gedood.

Pasteuriseren of steriliseren
Pasteuriseren is niet hetzelfde als steriliseren. Tijdens het pasteuriseren worden namelijk niet alle micro-organismen vernietigd. In plaats daarvan worden door het pasteuriseren de micro-organismen in voedingsmiddelen gereduceerd tot een niveau dat de voedingsmiddelen veilig en gezond kunnen worden gebruikt. Dit is een niveau waarbij het onwaarschijnlijk is dat er ziekten kunnen worden veroorzaakt door het nuttigen van het gepasteuriseerde voedingsmiddel. Door het pasteuriseren wordt de houdbaarheid van het product verlengd. Dit neemt echter niet weg dat men de gepasteuriseerde voedingsmiddelen wel gekoeld moet bewaren en moet verbruiken voor de vervaldatum.

Steriliseren is een proces dat met pasteuriseren vergeleken kan worden. Bij het steriliseren maakt men echter gebruik van een veel hogere temperatuur. Deze hoge temperatuur zorgt er echter wel voor dat de smaak van het product wordt gewijzigd. Dit gebeurd doordat de eiwitten tijdens het steriliseren door de hoge temperatuur chemische wijzigingen ondergaan. Omdat bij voedingsmiddelen de smaak erg belangrijk is gebruikt men sterilisering een weinig in de voedingsmiddelenindustrie.

Pasteuriseren van melk
Als men het woord pasteuriseren hoort dan associeert men dit meestal met zuivel of specifieker met gepasteuriseerde melk. Franz von Soxleth heeft in 1886 het pasteuriseren voor het eerst op melk toegepast. Er zijn twee methoden die gebruikt kunnen worden om melk te pasteuriseren:

  • Pasteuriseren doormiddel van een hoge temperatuur gedurende een korte tijd (HTST). De afkorting HTST staat voor de Engelse benaming High-Temperature Short Time. Bij de HTST methode wordt melk verhit tot een temperatuur van 72 °C. Deze verhitting duurt ten minste 15 seconden. Melk die met de HTST methode is gepasteuriseerd heeft een bewaartijd van twee tot drie weken als de melk gekoeld bewaard wordt.
  • Pasteuriseren doormiddel van een ultra hoge temperatuur (UHT). De afkorting UHT staat voor het Engelse Ultra-high temperature of het Nederlandse ultra hoge temperatuur. Tijdens dit pasteurisatieproces wordt de melk verhit tot een temperatuur van 138 °C. De verhitting vindt plaats gedurende een periode van minstens 2 seconden. Melk die doormiddel van UHT pasteurisering is behandeld zal in combinatie met een steriele behandeling en een steriele verpakkingsmethode veel langer houdbaar zijn dan HTST gepasteuriseerde melk. UTH gepasteuriseerde melk kan een langere periode op kamertemperatuur worden bewaard en heeft een houdbaarheid van twee tot drie maanden gemiddeld.

Tijdens het pasteuriseringsproces moet men er voor zorgen dat alle melk evenredig wordt verwarmd. Er moet geen deel van de melk korter of juist langer worden verhit. Het pasteuriseringsproces dient daarom zorgvuldig uitgevoerd te worden.

Pasteuriseren en lassen in de zuiveltechnologie
Pasteuriseren is een technologie die valt onder de voedingsmiddelentechnologie. Binnen de voedingsmiddelentechnologie wordt het pasteuriseren vooral toegepast in de zuiveltechnologie. Het pasteuriseren moet in de zuivelindustrie nauwkeurig worden uitgevoerd. Er zijn echter meer factoren die een grote invloed hebben op de voedselveiligheid van voedingsmiddelen. Machines moeten bijvoorbeeld ook steriel zijn evenals de leidingen waar de zuivel en andere vloeibare voedingsmiddelen doorheen stromen. De leidingen in de voedingsmiddelenindustrie zijn gemaakt van roestvast staal en worden aan elkaar gelast en aan elkaar gefit door specialisten.

Men heeft het ook wel over zuivellassers of lassers die een las op zuivelniveau kunnen maken. In feite worden de meeste lasverbindingen gedaan met behulp van formeren. Tijdens het formeren brengt men backinggas in de leidingen. Dit backinggas zorgt er voor dat er een goede doorlas ontstaat aan de binnenkant van de zuivelleiding. Een goede doorlas is glad en bevat geen corrosie. Daardoor krijgen bacteriën geen kans. Zuivellassers zijn lassers die het TIG lassen beheersen op hoog niveau.

Wat is formeren of lassen met backinggas?

Formeren is een vorm van smeltbadondersteuning waarmee met behulp van beschermgas of backinggas ook aan de achterkant van het smeltbad een optimale doorlassing kan worden verkregen. Beschermgas beschermd het smeltbad tegen de invloed van zuurstof en andere schadelijke elementen die in de lucht rondom het lasproces aanwezig kunnen zijn. Het formeren wordt vooral toegepast in het lassen van roestvast staal (RVS).

Lassen van RVS
Roestvast staal is een inert materiaal dat bestaat uit een legering een legering van ijzer, chroom, nikkel en koolstof. Men spreekt van roestvast staal als in deze legering minimaal 11 tot 12% chroom aanwezig is en maximaal 1,2% koolstof. Het lassen van rvs moet zorgvuldig gebeuren. Men gebruikt voor dit inerte materiaal ook een inert beschermgas zoals Argon. Door het gebruik van dit inerte beschermgas wordt voorkomen dat zuurstof uit de lucht kan inwerken op het smeltbad dat tijdens het lassen ontstaat. Argon wordt tijdens het TIG lassen aan de voorkant van de las op en rondom het smeltbad gestraald zodat het smeltbad beschermd is.

RVS stolt echter langzaam, dit houdt in dat het aardig wat tijd kost voordat het smeltbad is uitgehard. Doordat het smeltbad verhoudingsgewijs lang vloeibaar blijft heeft zuurstof langer de tijd om in te werken op de lasverbinding. Als zuurstof een verbinding aangaat met het smeltbad kan er oxidatie ontstaan, kortom roest. Dit is ongewenst omdat door deze oxidatie de kwaliteit van de lasverbinding wordt aangetast. Daarnaast is de lasverbinding ook minder schoon en minder hygiënisch als er roest aanwezig is. De voorkant van de lasverbinding wordt tijdens het lassen beschermd met een intert gas zoals Argon. De achterkant van de las wordt echter niet beschermd tijdens het lassen behalve als men hiervoor een andere oplossing bedenkt.

Backinggas ter bescherming van de lasverbinding
Als men de lasverbinding aan de achterkant van het smeltbad wil beschermen gebruikt men backinggas. Door het gebruik van het backinggas wordt ook aan de achterkant voorkomen dat er zuurstof kan inwerken op het smeltbad. Het gebruikt van backinggas zorgt er ook voor dat de lasverbinding ook in de toekomst beter bestand is tegen corrosie. Men kan een aantal verschillende gassen gebruiken zoals Argon, Stikstof en Stikstof – waterstof.

Formeren is gebruiken van backinggas
Het gebruiken van backinggas tijdens het lasproces wordt ook wel formeren genoemd. Het backinggas zorgt er voor dat het percentage zuurstof in de lucht wordt geminimaliseerd aan de kant waar de doorlas wordt gemaakt. Deze doorlaszijde is in feite de achterkant van de las. Vooral in de foodsector (voedingsmiddelensector) worden hoge eisen gesteld aan de doorlas. Denk hierbij aan de leidingen die worden gebruikt voor het transporteren van vloeibare zuivel. De lasverbindingen moeten een nette gladde doorlas hebben die geheel vrij is van oxidatie. Daardoor blijft de kwaliteit en voedselveiligheid van de zuivel zo optimaal mogelijk. De buis of leiding moet echter aan de binnenkant zijn voorzien van voldoende backinggas. Het proces dat daarbij aan de orde komt is formeren.

Formeren van een leiding of buis
Voor het formeren maakt men gebruik van formeergas, dit is zoals je hiervoor hebt gelezen, een backinggas. Tijdens het formeren brengt men dit formeergas in een buis. Dit zogenaamde formeren gaat net zo lang door totdat men het zuurstofgehalte zover omlaag heeft gebracht dat men een goede doorlas moet kunnen maken tijdens het lassen. Voordat men een las tot stand kan brengen heeft men echter twee delen die men doormiddel van een lasnaad aan elkaar moet verbinden. Er is dus sprake van een opening of lasopening. Dat zorgt er voor dat er ook formeergas kan ontsnappen. Daarom moet men tijdens het formeren doorgaan met het inbrengen van formeergas zodat het zuurstofpercentage op het gewenste lage niveau blijft.

Formeerlassen
Lassen van rvs buizen en leidingen wordt ook wel formeerlassen genoemd. Formeerlassen is echter geen officieel lasproces. Het woord formeerlassen is een samenvoeging van formeer en lassen oftewel lassen met behulp van formeergas/ backinggas. Andere worden die men in dit verband zou kunnen gebruiken zijn leidinglassen, zuivellassen of lassen op zuivelniveau. De benaming zuivellassen is ook een vakjargon voor het lassen van leidingen in de zuivelbranche. Het lassen van deze leidingen moet nauwkeurig gebeuren en gebeurd eigenlijk altijd met backinggas. Daarom zou men dit lasproces net zo goed formeerlassen kunnen noemen. Echter zijn al deze benamingen varianten op het TIG lassen. De letters T.I.G. staan voor Tungsten Inert Gas.

Uitleg termen zuivellasser en zuivellas

De termen zuivellas en zuivellasser worden soms gebruikt in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Deze termen worden regelmatig uitgesproken als men het heeft over lasverbindingen die in deze industrie worden aangebracht in bijvoorbeeld leidingen. Toch kan men niet zeggen dat de term zuivellas en zuivellasser tot een officieel vakjargon  behoren. De termen zijn meer door de jaren heen ontstaan. Iemand die werkzaam is in de zuivelindustrie of zuiveltechniek weet echter wel wat onder een zuivellas en een zuivellasser wordt verstaan. Op technischwerken.nl zijn specifieke teksten over dit onderwerp geschreven en gepubliceerd. Daarom is hieronder een korte omschrijving gegeven dan deze termen.

Zuivellas
Een zuivellas is een lasverbinding die door een lasser wordt aangebracht in een zuivelinstallatie. Meestal wordt een zuivellas aangebracht tussen twee rvs-leidingen of leiding delen. Men kan bijvoorbeeld ook een zuivellasverbinding maken tussen een hoekstuk en een T-stuk en een rvs-leiding. Een zuivellas moet aan een aantal strenge eisen voldoen. De lasverbinding moet waterdicht en luchtdicht zijn. Bovendien moet de lasverbinding aan de binnenkant goed zijn doorgelast. Dit houdt in dat het smeltbad goed moet zijn uitgevloeid zodat er geen gaten in de lasverbinding zijn ontstaan en bovendien geen opstaande rand aanwezig is. Achter een opstaande lasnaad kunnen namelijk bacteriën zich nestellen waardoor de zuivel die door de leidingen heen stroom besmet kan worden. Dat moet voorkomen worden door een zuivellasverbinding.

Zuivellasser
Een zuivellasser wordt ook wel een fotolasser genoemd. In feite gaat het hierbij om een lasser die gecertificeerd is om lasverbindingen aan te brengen in zuivelleidingen. Dit doet een zuivellasser meestal met een TIG lastoestel omdat de meeste zuivelleidingen van roestvaststaal zijn gemaakt. Tijdens het TIG lassen wordt het smeltbad beschermt met een inert gas zoals argon. Daardoor wordt de las niet vervuild en kan een hoogwaardige kwaliteit worden geleverd. De zuivellasser haalt zijn of haar lascertificaat nadat hij of zij een lasproef heeft gehaald. Voor deze lasproef wordt een werkstuk gemaakt onder toeziend oog van een onafhankelijke getuige. Vervolgens wordt de lasverbinding visueel gekeurd en daarna naar een laboratorium gezonden. Daar wordt de las aan een aantal testen onderworpen. Een voorbeeld van een test is het maken van röntgenfoto’s. Hiermee kan men in de las kijken of de las gelijkmatig is en er geen insluitingen zijn ontstaan. Als de lasser deze test heeft gehaald krijgt deze een lascertificaat. Als de las met röntgenfoto’s is getest  zegt men ook wel dat de lasser op fotoniveau kan lassen of een fotolasser is.

Wat is een zuivellas?

De term zuivellas hoor je soms voorbij komen in de zuivelindustrie. Feitelijk bestaat er geen zuivellas omdat men zuivel en zuivelproducten eenvoudigweg niet kan lassen. Met een zuivellas bedoelt men over het algemeen een lasverbinding in een installatie of zuivelleiding. Een zuivelleiding is een leiding die gemaakt is van corrosievast metaal zoals roestvaststaal (RVS). Deze leidingen kan men op verschillende manieren aan elkaar verbinden. De verbindingsmethoden van leidingen kan men opdelen in uitneembare verbindingen en niet-uitneembare verbindingen. Een uitneembare verbinding van zuivelleidingen komt tot stand door gebruik te maken van zogenoemde zuivelkoppelingen. Een niet-uitneembare verbinding komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan lasverbindingen in de zuivelindustrie zijn zeer strenge eisen verbonden. Dit heeft te maken met het feit dat men in de zuivelindustrie voedsel produceert. In de volgende alinea kan men meer lezen over de zuivelindustrie.

Zuivelindustrie
In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten. De basis voor deze zuivelproducten is meestal koeienmelk. Melk kan bederven en daarom zal men er in de zuivelindustrie alles aan doen om de melk en melkproducten zo veilig mogelijk te verwerken. Op die manier kan de voedselveiligheid worden gewaarborgd en kan men bovendien kwalitatief hoogwaardige producten produceren. De zuivelindustrie van Nederland behoort tot de beste zuivelindustrieën ter wereld.

Het feit dat Nederlandse zuivel hoog aangeschreven staat in de wereld vereist wat van de technologie die wordt aangewend om zuivelproducten te produceren. Men moet voortdurend op zoek naar technologische oplossingen om zuivel beter, sneller en kwalitatief hoogwaardiger te verwerken. De machines en leidingen die daarbij worden gebruikt moeten aan een hoge kwaliteit voldoen. Ook de verbindingen die men daarbij aanbrengt moet aan bepaalde eisen voldoen. Een voorbeeld van deze verbindingen is de zuivellas. Daarover is in de volgende alinea meer informatie weergegeven.

Zuivellas
Een zuivellas is een las die aan een aantal eisen voldoet. Deze eisen houden niet alleen verband met de mechanische belastbaarheid van de las. Een zuivellas moet dusdanig worden aangebracht dat men er vanuit kan gaan dat deze een onderdeel kan vormen van een hygiënische installatie. De leidingen die men in de zuivelindustrie toepast zijn meestal gemaakt van roestvaststaal (RVS). Dit materiaal is corrosievast en dat houdt in dat de leidingen niet roesten. Hierdoor wordt vervuiling van de melk en melkproducten voorkomen.

Als er las in deze zuivelleidingen wordt aangebracht moet dat op dusdanige wijze gebeuren dat de zuivelleiding goed dicht is. Daarnaast moet de zuivellas een perfecte doorlas hebben. Dit houdt in dat de las goed moet vloeien aan de binnenkant van de leiding. De zuivel die door de leiding heen stroomt moet niet achter een opstaande rand achterblijven omdat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivelleiding moet daarom lasverbindingen bevatten die aan de binnenkant geen opstaande rand bevatten of gaatjes waarin bacteriën zich kunnen ontwikkelen. Pas als een las aan deze eisen voldoet kan men spreken van een zuivellas.

Hoe wordt een zuivellas gemaakt?
Een zuivellas wordt gemaakt doormiddel van een TIG lastoestel. Hierbij wordt vanaf de laselektrode een elektrische boog gecreëerd tussen het werkstuk en de elektrode. Deze elektrische boog is zo heet dat de laskanten van de zuivelleidingen gaan smelten, hierdoor ontstaat een smeltbad. De lasser kan vervolgens een lastoegvoegmateriaal in het smeltbad aanbrengen waardoor het smeltbad wordt vergroot. Als het smeltbad is afgekoeld ontstaat een stevige lasverbinding die niet-uitneembaar is. Er worden ook wel zuivellassen aangebracht zonder gebruik te maken van lastoevoegmateriaal. Dit worden ook wel vloeilassen genoemd. Vloeilassen worden meestal aangebracht in zuivelleidingen met een geringe wanddikte.

Fotolassen in de zuiveltechniek
Men spreekt van fotolassen in de zuiveltechniek wanneer de lassen voldoen aan zeer strenge eisen en bovendien gekeurd zijn. Als de hoogste kwaliteitseisen van toepassing zijn kan men van de lasser verlangen dat hij of zij gecertificeerd is voor het maken van bepaalde lassen. Een gecertificeerd lasser ben je niet zomaar. Een lasser zal eerst onder toezicht van een getuige een las conform een lasmethode moeten aanbrengen in een werkstuk. De lasverbinding in het werkstuk wordt eerst meestal visueel gecontroleerd. Daarna wordt het werkstuk opgestuurd naar een speciaal testlaboratorium waar de las aan een aantal proeven wordt onderworpen. Dit kunnen zowel destructieve proeven zijn in een Destructief Onderzoek (DO) als niet-destructieve proeven in een Niet Destructief Onderzoek (NDO). Voorbeelden van een Niet Destructief Onderzoek zijn röntgenfoto’s en geluidsgolven. De eerste onderzoeksmethoden, röntgenfoto’s, wordt in de praktijk vaak gebruikt. Als de las deze proef goed heeft doorstaan kan men op fotoniveau lassen. Dit wordt ook wel fotolassen genoemd. Iemand die op fotoniveau lassen kan aanbrengen wordt ook wel een fotolasser genoemd.

 

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat is een zuivellas in de zuivelindustrie?

De termen zuivellas en zuivellasser hoor je soms in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Hoewel deze termen regelmatig worden benoemd kan men niet zeggen dat ze tot een officieel vakjargon behoren. Het zijn meer termen die door de jaren heen zijn ontstaan. Hieronder zijn de termen zuivelindustrie en zuivellas nader omschreven. In een andere tekst op deze website is een duidelijke omschrijving gegeven van het beroep ‘zuivellasser’.

Wat is de zuivelindustrie

Zuivelproducten behoren tot de voedingsmiddelenindustrie. Deze industie is opgedeeld in verschillende segmenten of sectoren. De zuivelindustrie is slechts een van deze sectoren. In de zuivelindustrie worden voornamelijk voedingsmiddelen gemaakt van (koeien)melk. Daaraan zijn strenge eisen verbonden.  De voedselveiligheid is in Nederland een belangrijk aspect van de bedrijfsvoering in de voedingsmiddelenindustrie.  Dit houdt in dat er alles aan gedaan moet worden om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te waarborgen. Zuivelfabrieken worden onder strenge eisen gebouwd en in gebruik genomen.  Alle instrumenten,  installaties en werktuigen binnen de zuivelindustrie moeten streng gecontroleerd worden. Pas dan kan men veilig voedsel produceren. In de zuivelindustrie produceert men niet alleen melk. Ook andere producten zoals kaas, yoghurt en vla worden in de zuivelindustrie geproduceerd.

Wat is een zuivellas?

Een zuivellas bestaat eigenlijk niet in de letterlijke zin. Zuivelproducten kan men niet lassen. Wel zijn in de zuivelindustrie veel leidingen geplaatst in fabrieken waar zuivelproducten in vloeibare vorm doorheen stromen zoals bijvoorbeeld melk. De leidingen moeten goed schoongemaakt en schoon gehouden kunnen worden om de groei van schadelijke bacteriën en schimmels tegen te gaan. Daarom worden in de zuivel speciale zuivelkoppelingen gebruikt om zuivelleidingen aan elkaar te verbinden. Verbindingen doormiddel van een zuivelkoppeling zijn uitneembaar. Soms is het vereist dat er een onuitneembare verbinding wordt gemaakt zoals een lasverbinding. Deze lasverbindingen worden meestal tussen twee roestvaststalen leidingen gemaakt. Deze roestvaststalen (RVS) leidingen kunnen een verschillende diameter en wanddikte hebben. Meestal is de wanddikte van deze leidingen slechts een paar millimeter.

Zuivelleidingen worden meestal doormiddel van het TIG lasproces aan elkaar gelast. Bij TIG lassen gebruikt men een inert gas waardoor het smeltbad goed beschermd is tegen schadelijke invloeden van de omringende lucht. Niet alleen het smeltbad moet goed beschermd zijn. Ook de las moet aan de binnenkant goed vloeien. Er moet sprake zijn van een goede doorlas. Er mag aan de binnenkant van de leiding geen opstaande lasnaad aanwezig zijn en er mogen ook geen gaten of andere oneffenheden in de las aanwezig zijn om dat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivellas is dus in feite een TIG las die op een dusdanig niveau is aangebracht dat deze in de zuivelindustrie gebruikt mag worden in een zuivelinstallatie. Vaak moet men voor het aanbrengen van een zuivellas van te voren kunnen aantonen dat men over een voldoende lasniveau beschikt. Men moet dus een gekwalificeerde lasservzijn. Deze lassers dienen over het algemeen een lascertificaat te hebben.

Lascertificaat in de zuivelindustrie

Op het lascertificaat staat aangegeven welk materiaal de lasser mag lassen. Dit is niet alleen de staalsoort,  ook de plaatdikte is aangegeven. Ook het lasproces is genoteerd op het lascertificaat evenals het gebruikte beschermgas en het toevoegmateriaal. De laspositie is conform Europese Norm meestal HL45. Dat staat voor een hoeklas van een pijp of buis onder 45 graden. Een lasser krijgt pas een lascertificaat wanneer hij of zij de voorgeschreven las zelfstandig in ern proefstuk heeft aangebracht onder toezicht van een zogenoemde ‘getuige’, De las wordt vervolgens ook nog gecontroleerd door bijvoorbeeld een röntgenfoto.  Daarom worden zuivellassen ook wel fotolassen genoemd of lassen op fotoniveau.