Wat zijn industriële gassen?

Industriële gassen worden in de industrie voor verschillende processen gebruikt. Er zijn zeer veel verschillende stoffen die in een gasvorm gebracht kunnen worden. Niet alle gassen zijn echter geschikt voor de industrie.  Argon is een voorbeeld van een inert gas dat in de lastechniek wordt gebruikt voor MIG en TIG lassen. De letters ‘i’ en ‘g’ in deze afkortingen maakt duidelijk dat het om een inert gas gaat. Inerte gassen worden ook wel edelgassen genoemd. Inerte gassen reageren nauwelijks met andere chemicaliën en kunnen daardoor uitstekend worden gebruikt als beschermgas voor lasprocessen. Naast inerte gassen zijn er ook actieve gassen die wel een reactie aangaan met chemicaliën in hun omgeving.

Een voorbeeld van een actief gas is CO2. Dit gas wordt ook wel gebruikt bij MAG lassen. De laatste twee letters van deze afkorting staat voor actief gas. Een voordeel van actieve gassen is dat deze goedkoper zijn dan de edele gassen zoals argon en helium. Deze gassen zijn echter maar een paar voorbeelden die in de techniek en industrie worden gebruikt.

Voorbeelden van industriële gassen

Er worden zeer veel verschillende gassen gebruikt in de industrie.  De toepassing van een gas is afhankelijk van de eigenschappen van de gassen.  Elk gas heeft unieke kenmerken. Hieronder staan een aantal gassen did in de industrie worden toegepast.

  • acetyleen
  • argon
  • stikstofgas/ distikstof
  • helium
  • ethaan
  • kryton
  • gasneon
  • Gaspropaangas

In de techniek worden regelmatig stoffen met elkaar vermengd om tot een optimaal product te komen. Denk maar eens aan de legeringen die mogelijk zijn in de metaal. Ook bij industriële gassen kan men gaan mengen. Als men gassen met elkaar vermengd kan men de sterke eigenschappen van de gassen combineren. Gecombineerde gassen worden ook wel menggassen genoemd. Menggassen bieden de industrie nog meer mogelijkheden.

Wat wordt in de lastechniek bedoelt met backinggassen en onderlegstrips?

Een lasverbinding kan op verschillende manieren worden gemaakt. Er zijn bij het maken van een lasverbinding een aantal factoren van belang. Voordat men een bepaald lasproces kiest zal men eerst moeten nagaan welk materiaal gelast moet worden en wat de dikte van dat materiaal is. Het materiaal is meestal een metaalsoort (ferro  of non-ferro) en beschikt over bepaalde eigenschappen zoals sterkte en weerstand tegen oxidering. Deze eigenschappen zorgen er voor dat een bepaald lasproces juist wel of juist niet geschikt is voor het maken van een lasverbinding. Voorbeelden van lasprocessen zijn MIG/MAG, TIG, BMBE en autogeen lassen. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van verschillende toevoegmaterialen die meestal in draadvorm worden aangebracht.

Voor lassen gebruikt men een gas. Dit kan een inert gas zijn of een actief gas. Een inert gas gaat geen of nauwelijks reactie aan met stoffen in de omgeving terwijl een actief gas dat wel doet. Bij MIG en TIG lassen wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van een inert gas de letters ‘IG’ maken dat duidelijk. Dit inerte gas beschermd de las aan de voorkant waar de lasser met de lastoorts en het beschermgas last. De achterzijde van de las wordt tijdens het lasproces niet beschermd tenzij men gebruik maakt van zogenoemde backinggassen of onderlegstrips.

Wat is backinggas?
Backinggas is een beschermgas. Hiervoor kan bijvoorbeeld het inerte gas argon worden gebruikt maar dit gas is vrij prijzig. Daarom kiest men ook vaak voor zogenoemde formeergassen. Dit zijn mengsels die bestaat uit stikstof en waterstof. Het backinggas wordt aan de achterkant van het werkstuk aangebracht en zorgt er voor dat er geen ongewenste chemische reacties optreden tijdens het lasproces. Hierdoor kan het lasproces goed gecontroleerd en snel verlopen. Daarnaast zorgt het backinggas er voor dat het werkstuk wordt gekoeld en dient het backinggas ter ondersteuning van het smeltbad.

Wat zijn onderlegstrips?
In sommige gevallen maakt men gebruik van onderlegstrips als men gaat lassen. Deze onderlegstrips kunnen van verschillende materialen gemaakt zijn. Voorbeelden van materialen die worden gebruikt voor onderlegstrips zijn koper, staal of keramiek. Sommige lassers spreken wel over lassen op steentjes of op keramische strips.  Over het algemeen worden deze strips gebruikt bij grote lasverbindingen en lange brede lasnaden. Een onderlegstrip zorgt er voor dat het smeltbad niet te ver naar beneden wegzakt. De onderlegstrip houdt dit smeltbad namelijk tegen. Niet alle onderlegstrips kunnen na het lasproces makkelijk verwijdert worden. Keramische en koperen onderlegstrips kunnen meestal eenvoudig worden weggehaald maar stalen onderlegstrips gaan een verbinding aan met het smeltbad en kunnen daardoor na het uitharden van de las net meer worden verwijdert en vormen dus onderdeel van het werkstuk.