Wat is probiotica en probioticum?

Probiotica zijn micro-organismen oftewel bacteriën die vanwege een gezondheidsbevorderende werking worden toegepast in voedingsmiddelen. Probiotica en probioticum zijn woorden die zijn afgeleid uit de Latijnse woorden “pro” dat “voor” betekend en het Griekse “bios” dat vertaald kan worden met “leven”. In het Engels spreekt men ook wel “probiotics” deze term werd voor het eerst gebruikt in 1953.

Probiotica en antibiotica
In het verleden werd probiotica gedefinieerd als microbiële factoren die de groei van andere micro-organismen bevorderen. Probiotica werd toen beschouw als de tegenhanger van antibiotica. Waarbij antibiotica beschouwd wordt als een geneesmiddel voor het bestrijden van bacteriële infecties.

Definitie van probioticum volgens Roy Fuller
Roy Fuller introduceerde in 1989 een definitie die vanaf dat moment veelgebruikt is als definitie voor probioticum: “Een probioticum is een levend microbiologisch voedingssupplement, dat de gezondheid van de gastheer mogelijk bevordert, door het microbiële evenwicht in de darm te verbeteren.”. Fuller R. Probiotics in man and animals. (1989) J Appl Bacteriol 66:365-378. PMID 2666378.

Deze definitie die Fuller geeft over probiotica maakt duidelijk dat er sprake is van een eis van levensvatbaarheid voor probiotica. Daarnaast maakt deze eis ook duidelijk dat de werking probiotica een gunstig effect heeft op degene die de probiotica ingenomen heeft. Deze persoon wordt ook wel de gastheer genoemd.

Definitie van probioticum volgens Wereldgezondheidsorganisatie
Voor probioticum zijn naast de definitie van Roy Fuller ook andere definities bedacht. De Wereldgezondheidsorganisatie en de Voedsel- en Landbouworganisatie hebben in 2002 een definitie voer probioticum vastgelegd. Deze definitie is als volgen: “Levende micro-organismen, die wanneer in voldoende hoeveelheden toegediend, een gunstig effect hebben op de gastheer.” Letterlijk: ” “live microorganisms which when administered in adequate amounts confer a health benefit on the host”. Bron: Joint FAO/WHO Working Group Report on Drafting Guidelines for the Evaluation of Probiotics in Food. Guidelines for the Evaluation of Probiotics in Food. London, Ontario, Canada, April 30 and May 1, 2002. Deze definitie die in dit rapport is vastgelegd over probiotica is inmiddels wijd geaccepteerd.

Wanneer spreekt men van probiotica?
De hiervoor genoemde definities maken duidelijk dat probiotica gedefinieerde levende micro-organismen zijn. Het gaat hierbij over het algemeen over zogenaamde goede bacteriën. Men mag overigens van probiotica spreken als de desbetreffende bacteriën een duidelijk beschreven en gedocumenteerd effect hebben op de gezondheid van de gastheer. Dit effect moet duidelijk in kaart worden gebracht voor bepaalde aandoeningen.

Probiotica in de levensmiddelenindustrie
Probiotica worden soms als bestandsdeel toegevoegd aan bepaalde voedingsmiddelen. Zo worden probiotica in de levensmiddelindustrie toegepast ter bevordering voor de algemene gezondheid van de persoon die de levensmiddelen tot zich neemt. Daarnaast zouden probiotica de weerstand van de consument verhogen als de levensmiddelen worden ingenomen. Hoewel er veel over probiotica is geschreven zijn er niet veel wetenschappelijke bewijzen voor de positieve effecten van probiotica in levensmiddelen. In de zuivelproducten wordt onder andere gebruik gemaakt van probiotica. Daarnaast worden probiotica ook wel verwerkt in pillen en tabletten. Er zijn probiotica die maagzuur kunnen overleven. Ook kunnen ze andere lichaamssappen overleven en galresistent zijn.

Consumentenbond en probiotica
De consumentenbond heeft in 2001 en 2006 ook onderzoek gedaan naar probiotica. De belangenorganisatie heeft een groot aantal commercieel verkrijgbare probiotische producten onderzocht. Het ging hierbij om zowel zuivelproducten als preparaten. Deze producten werden onderzocht op de aanwezigheid van levende bacteriën en de werking daarvan. Uit het onderzoek van de Consumentenbond kwam naar voren dat een groot deel van de producten onvoldoende probiotica bevatten. Volgens de bond waren er een paar producten met voldoende levende bacteriën. Deze producten waren voornamelijk de zuivelproducten.

Wat is zuivelindustrie?

Zuivelindustrie is het op industriële wijze verwerken van melk tot zuivelproducten. Het produceren van zuivelproducten gebeurd in zogenaamde zuivelfabrieken. In deze fabrieken wordt met behulp van machines, installaties en bijbehorende automatisering van koemelk of andere soorten melk een zuivelproduct gemaakt. De zuivelindustrie behoort tot de voedingsmiddelenindustrie maar is wel specifiek gericht op zuivelproducten. De eerste kleine zuivelfabrieken ontstonden aan het einde van de negentiende eeuw. Omdat zuivelproducten voedingsmiddelen zijn moeten de producenten van zuivel aan strenge eisen voldoen. Het overgrote deel van de bedrijven die zuivelproducten bereiden moeten erkend worden op grond van EG-Verordening (Nr.)853/2004. Over zuivel en de zuivelindustrie kan men veel schrijven. De sector is omvangrijk en goed bekend in de industrie. Hieronder staan een aantal alinea’s over de geschiedenis van de zuivelindustrie en de zuivelindustrie als werkgever.

Ontstaan van zuivelfabrieken
In de zuivelindustrie wordt melk verwerkt tot producten. De melk die hiervoor gebruikt wordt komt van boerderijen. In het verleden produceerden de boeren zelf eenvoudige zuivelproducten zoals boter en melk die gedronken kon worden. Op een gegeven moment gingen boeren samenwerken. Er werden kleine melkfabrieken opgericht. Dit gebeurde aan het einde van de negentiende eeuw en het begin van de twintigste eeuw. Al spoedig ontstonden zuivelcoöperaties. In deze samenwerkingsverbanden werden door meerdere boeren in een zuivelfabriek zuivelproducten vervaardigd. In Nederland ontstond in de provincie Friesland in 1879 de eerste zuivelfabriek. Dit was de Zuivelfabriek Freia. Al spoedig ontstonden er in Nederland veel meer zuivelfabrieken.

Transport van melk naar zuivelfabrieken
Melk werd doormiddel van karren aangeleverd bij de zuivelfabrieken. Ook werd er zelfs melk aangevoerd met speciale melkboten. Toen er meer auto’s op de weg verschenen werd melk doormiddel van vrachtwagens getransporteerd. Niet alleen in het transporteren van melk ontstond een technologische ontwikkeling ook de productie van zuivel veranderde. Zo werden zuivelproducten eerst doormiddel van handmatige bewerkingen vervaardigd. Door de mechanisering en de industriële revolutie werd melk op industriële schaal geproduceerd en ontstond er een melkindustrie en zuivelindustrie.

Zuivelindustrie ontwikkelt zich
Tegenwoordig is er in een grote zuivelfabriek helemaal niets meer te zien van het handwerk wat men vroeger in de kleine zuivelfabrieken verrichte. Grote machines verwerken de melk van binnenkomst tot aan de verpakking. Er zijn nieuwe technologieën ingevoerd waardoor men melk langer houdbaar kan maken zoals het pasteuriseren. Hierdoor werd melk doormiddel van de High-Temperature Short Time (HTST) methode of de Ultra-high temperature (UHT) methode langer houdbaar gemaakt. Daarvoor zijn echter wel machines nodig die melk korte tijd verhitten.

De machines in de zuivelindustrie worden steeds professioneler. Er zijn complete procesinstallaties die vrijwel volledig geautomatiseerd zijn. Doormiddel van PLC’s en SCADA kan men machines in de procestechniek met elkaar laten commuceren zodat men sneller kan produceren en bovendien minder productiefouten krijgt. Het lean management of lean manufacturing deed ook haar intrede in de zuivelindustrie. Daardoor wordt niet alleen kwalitatief hoogwaardige zuivel gemaakt, de diversiteit van zuivelproducten neemt ook toe. Bovendien zorgt lean manufacturing er voor  dat de klant centraal blijft staan en dat afval en verspilling wordt tegengegaan in de zuivelindustrie. Daardoor kunnen zuivelfabrieken maatschappelijk verantwoord ondernemen.

Zuivelindustrie als werkgever
In de zuivelindustrie werken veel werknemers. De functies zijn erg divers. Zo werken er in deze industrie productiekrachten, operators en machineoperators. Ook werken er procestechnologen en softwareprogrammeurs. Ervaren machinebouwers, zuivellassers en constructeurs bouwen mee aan de procesinstallatie voor zuivelfabrieken. Onderhoudsmonteurs en storingsmonteurs zorgen er voor dat de procesinstallaties goed blijven functioneren en dat storingen tijdig worden verholpen.

Transporteurs hebben ook baat bij zuivelfabrieken omdat zij zuivel van en naar de zuivelfabrieken transporteren. Ook veel uitzendbureaus leveren technisch personeel en productiepersoneel aan de zuivelindustrie. Doordat er soms sprake is van piekproductie worden namelijk regelmatig uitzendkrachten ingezet. Voor sommige productiefuncties worden echter structureel uitzendkrachten aan het werk gehouden. De zuivelindustrie heeft daardoor ook een invloed op de werkgelegenheid bij uitzendbureaus.

Wat is pasteuriseren?

Pasteuriseren is proces waarmee de houdbaarheid van aan bederf onderhevige voedingsmiddelen in de voedingsmiddelenindustrie wordt geoptimaliseerd door de voedingsmiddelen kort te verhitten zodat schadelijke bacteriën worden vernietigt zonder dat daarbij de voedingsmiddelen zelf beschadigd worden. Het woord ‘pasteuriseren’ is afgeleid van de uitvinder van dit proces namelijk Louis Pasteur. Hij was een Franse scheikundige en bioloog en heeft samen met Claude Bernard, een Franse fysioloog, de eerste pasteurisatie uitgevoerd op 20 april 1862. Bij pasteuriseren wordt een voedingsmiddel korte tijd verhit om schadelijke bacteriën te doden. Een andere methode om bacteriën te doden is hogedrukpasteurisatie. Bij hogedrukpasteurisatie wordt het product doormiddel van zeer hoge druk gepasteuriseerd. Net als bij verhitting worden door de hoge druk ook bacteriën gedood.

Pasteuriseren of steriliseren
Pasteuriseren is niet hetzelfde als steriliseren. Tijdens het pasteuriseren worden namelijk niet alle micro-organismen vernietigd. In plaats daarvan worden door het pasteuriseren de micro-organismen in voedingsmiddelen gereduceerd tot een niveau dat de voedingsmiddelen veilig en gezond kunnen worden gebruikt. Dit is een niveau waarbij het onwaarschijnlijk is dat er ziekten kunnen worden veroorzaakt door het nuttigen van het gepasteuriseerde voedingsmiddel. Door het pasteuriseren wordt de houdbaarheid van het product verlengd. Dit neemt echter niet weg dat men de gepasteuriseerde voedingsmiddelen wel gekoeld moet bewaren en moet verbruiken voor de vervaldatum.

Steriliseren is een proces dat met pasteuriseren vergeleken kan worden. Bij het steriliseren maakt men echter gebruik van een veel hogere temperatuur. Deze hoge temperatuur zorgt er echter wel voor dat de smaak van het product wordt gewijzigd. Dit gebeurd doordat de eiwitten tijdens het steriliseren door de hoge temperatuur chemische wijzigingen ondergaan. Omdat bij voedingsmiddelen de smaak erg belangrijk is gebruikt men sterilisering een weinig in de voedingsmiddelenindustrie.

Pasteuriseren van melk
Als men het woord pasteuriseren hoort dan associeert men dit meestal met zuivel of specifieker met gepasteuriseerde melk. Franz von Soxleth heeft in 1886 het pasteuriseren voor het eerst op melk toegepast. Er zijn twee methoden die gebruikt kunnen worden om melk te pasteuriseren:

  • Pasteuriseren doormiddel van een hoge temperatuur gedurende een korte tijd (HTST). De afkorting HTST staat voor de Engelse benaming High-Temperature Short Time. Bij de HTST methode wordt melk verhit tot een temperatuur van 72 °C. Deze verhitting duurt ten minste 15 seconden. Melk die met de HTST methode is gepasteuriseerd heeft een bewaartijd van twee tot drie weken als de melk gekoeld bewaard wordt.
  • Pasteuriseren doormiddel van een ultra hoge temperatuur (UHT). De afkorting UHT staat voor het Engelse Ultra-high temperature of het Nederlandse ultra hoge temperatuur. Tijdens dit pasteurisatieproces wordt de melk verhit tot een temperatuur van 138 °C. De verhitting vindt plaats gedurende een periode van minstens 2 seconden. Melk die doormiddel van UHT pasteurisering is behandeld zal in combinatie met een steriele behandeling en een steriele verpakkingsmethode veel langer houdbaar zijn dan HTST gepasteuriseerde melk. UTH gepasteuriseerde melk kan een langere periode op kamertemperatuur worden bewaard en heeft een houdbaarheid van twee tot drie maanden gemiddeld.

Tijdens het pasteuriseringsproces moet men er voor zorgen dat alle melk evenredig wordt verwarmd. Er moet geen deel van de melk korter of juist langer worden verhit. Het pasteuriseringsproces dient daarom zorgvuldig uitgevoerd te worden.

Pasteuriseren en lassen in de zuiveltechnologie
Pasteuriseren is een technologie die valt onder de voedingsmiddelentechnologie. Binnen de voedingsmiddelentechnologie wordt het pasteuriseren vooral toegepast in de zuiveltechnologie. Het pasteuriseren moet in de zuivelindustrie nauwkeurig worden uitgevoerd. Er zijn echter meer factoren die een grote invloed hebben op de voedselveiligheid van voedingsmiddelen. Machines moeten bijvoorbeeld ook steriel zijn evenals de leidingen waar de zuivel en andere vloeibare voedingsmiddelen doorheen stromen. De leidingen in de voedingsmiddelenindustrie zijn gemaakt van roestvast staal en worden aan elkaar gelast en aan elkaar gefit door specialisten.

Men heeft het ook wel over zuivellassers of lassers die een las op zuivelniveau kunnen maken. In feite worden de meeste lasverbindingen gedaan met behulp van formeren. Tijdens het formeren brengt men backinggas in de leidingen. Dit backinggas zorgt er voor dat er een goede doorlas ontstaat aan de binnenkant van de zuivelleiding. Een goede doorlas is glad en bevat geen corrosie. Daardoor krijgen bacteriën geen kans. Zuivellassers zijn lassers die het TIG lassen beheersen op hoog niveau.

Wat is zuivel?

Zuivel is een verzamelnaam voor alle voedingsmiddelen die worden bereid uit rauwe melk. In plaats van zuivel gebruikt men ook wel de benaming melkproducten waarmee benadrukt wordt dat de producten van melk zijn gemaakt. De melk die in de zuivelindustrie wordt verwerkt tot zuivelproducten kan van verschillende zoogdieren afkomstig zijn. Over het algemeen gebruikt men voor de meeste zuivelproducten in Nederland koemelk als belangrijkste grondstof. Geitenmelk wordt in Nederland echter ook wel tot zuivelproducten verwerkt voor bijvoorbeeld geitenkaas. Datzelfde is het geval bij schapenmelk.

Wereldwijd wordt echter zuivel gemaakt en er zijn ook gebieden waar men geen oer-Hollandse bonte koeien heeft. Daarom maakt men in die gebieden  gebruik van andere zoogdieren zoals waterbuffels, kamelen, jaks en paarden.

Zuivelindustrie
In het verleden werden zuivelproducten vooral door kleine boeren gemaakt van de melk van hun koeien. Deze kleinschalige zuivelproductie was meestal net voldoende voor een kleine familie. Naarmate de boerenbedrijfjes groter werden kon ook meer zuivel worden geproduceerd. Boeren gingen zich echter steeds meer toeleggen op het houden van dieren en het winnen van melk. Het produceren van zuivelproducten werd op een gegeven moment zo complex en omvangrijk dat er zuivelfabrieken werden opgericht. Er ontstond een zuivelindustrie waarin steeds meer zuivelproducten werden gemaakt. Ook nam de diversiteit van zuivelproducten toe.

Zuivelproducten
Door de jaren heen zijn steeds meer zuivelproducten ontwikkeld. De diversiteit is enorm geworden door de toevoeging van verschillende soorten smaakstoffen en productiemethoden. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van producten die behoren tot de zuivelproducten:

Melk

  • Melk
  • Chocolademelk
  • Karnemelk
  • Jakmelk

Kaas

  • Kaas
  • Schapenkaas
  • Geitenkaas

Dessert

  • Vla
  • Yoghurt
  • Consumptie-ijs
  •  Kwark
  • Pudding
  • Slagroom

Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Er zijn veel meer soorten zuivelproducten op de markt. Men kan melk ook in poedervorm brengen waardoor de diversiteit nog verder is toegenomen. Door verschillende technieken zoals pasteuriseren waarbij schadelijke bacteriën worden vernietigt in zuivelproducten zijn deze producten bovendien langer houdbaar.

Zuivelindustrie en techniek
De zuivelindustrie is een industrie waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende machines en processen. Omdat de zuivelindustrie valt onder de voedingsmiddelen industrie worden aan de machines hoge eisen gesteld met betrekking tot de voedselveiligheid. Zuivel moet veilig geproduceerd worden en hygiënisch. Dit houdt in feite in dat de machines en leidingen die worden gebruikt in de zuivelindustrie zo schoon mogelijk moeten zijn en geen mogelijkheid moeten bieden voor het ontstaan van schadelijke bacteriën. Net als in andere industrieën is ook de zuivelindustrie een sector waarin veel wordt geautomatiseerd.

Door automatisering van productieprocessen worden productieprocessen sneller, goedkoper en wordt bovendien de kans op fouten in het productieproces verder gereduceerd. Er zijn echter wel allemaal technici voor nodig om de zuivelproductieprocessen zo goed mogelijk in te regelen en storingen op te lossen. Een zuivelfabriek die een effectief productieproces heeft wordt ook wel lean genoemd. Lean manufacturing is het produceren tegen zo laag mogelijke kosten met zo weinig mogelijk afval waarbij de klant zo goed mogelijk wordt bediend. Lean manufacturing kan echter niet goed plaatsvinden zonder specialisten.

Technische functies in de zuivelindustrie
Het aantal productiefuncties zal in de zuivelindustrie waarschijnlijk de komende jaren afnemen. De werkzaamheden van productiepersoneel zullen in de toekomst steeds vaker door machines worden overgenomen. Machines worden daardoor steeds belangrijker. Machines dienen echter geprogrammeerd worden zodat ze logische schakelingen uitvoeren. Deze logische schakelingen worden in een PLC systeem ingeregeld door er een ervaren softwarespecialist. Deze specialisten kunnen ook storingen uit de PLC-systemen halen. Daarnaast is er bovenop de PLC systemen van de verschillende machine ook een SCADA systeem wat er voor zorgt dat machines onderling met elkaar kunnen communiceren. De machines kunnen dan een duidelijke geautomatiseerde productieketen vormen waardoor procestechnologen en procesoperators beter kunnen monitoren wat de input en output is van machines.

Uiteraard dienen onderhoudsmonteurs er voor te zorgen dat storingen aan machines vakkundig worden opgelost. Het plaatsen van leidingen gebeurd door fitters en lassers die ook wel zuivellassers worden genoemd in het vakjargon. Zuivellassers kunnen een zogenaamde zuivellas leggen. Dit is in feite een las in rvs leidingen die van een dusdanig hoog niveau zijn dat een perfecte doorlas is gerealiseerd aan de binnenzijde van de leiding. Dit wordt ook wel gedaan doormiddel van formeren met backinggas aan de binnenkant van de leiding. Het aanbrengen van backinggas wordt formeren genoemd. Dit is een specifieke vaardigheid die niet alle TIG lassers beheersen. Zuivellassers, of lassers die gewend zijn om zogenaamde zuivellassen te leggen, moeten over het algemeen wel kunnen formeren.

Zuivelindustrie als werkgever
De zuivelindustrie is een belangrijke sector voor Nederland. Ook als het gaat om de werkgelegenheid is de zuivel een belangrijke sector. Niet alleen boeren hebben de zuivelindustrie nodig. Deze sector is ook interessant voor de vele technici die in deze sector een uitdagende baan kunnen vinden. In de vorige alinea zijn slechts een paar functies genoemd die in de zuivelindustrie aanwezig zijn. Het aantal functies is echter veel groter. De cao voor de zuivelindustrie wordt overigens gezien als een hele gunstige cao voor werknemers. Veel mensen in de zuivelindustrie werken echter wel in ploegen omdat de productie van zuivel dag en nacht doorgaat. Ook technici zoals onderhoudsmonteurs en storingsmonteurs (PLC , SCADA) werken vaak in ploegendiensten. Deze ploegen worden over het algemeen goed betaald. Daardoor kunnen veel mensen een goede boterham (of een goed glas melk) verdienen in de zuivel. De zuivelindustrie is daardoor een belangrijke werkgever voor Nederland.

Wat is een fitting tussen pijpen?

Een fitting is een uitneembare verbinding tussen twee onderdelen door bijvoorbeeld gebruik te maken van schroefdraad. Een fitting is een ruim begrip dat onder andere in de elektrotechniek wordt gebruikt voor het bevestigen van een lamp. Het gedeelte waar de lampvoet in bevestigd wordt is de fitting. Het woord ‘fitting’ wordt echter ook gebruikt in de onderhoudstechniek, installatietechniek en leidingbouw. In dat geval gebruikt men het wordt fitting als verbinding tussen pijpen. Daarom noemt men die verbindingen ook wel pijpfittingen. Iemand die pijpfittingen aanbrengt wordt ook wel een pijpfitter genoemd. Voordat men weet wat een pijpfitting precies is moet men weten wat een pijp is. Hierover gaat de volgende alinea.

Wat is een pijp?
Men gebruikt in de praktijk regelmatig de termen buis en pijp regelmatig door elkaar. Er is echter een wezenlijk verschil tussen een pijp en buis. Dit heeft te maken met de maatvoering. De maat van een pijp wordt aangegeven op basis van de binnendiameter, met andere woorden een pijp is aan de binnenzijde getolereerd (DN).

Over het algemeen geeft men de maatvoering van pijp aan in inches. De buitenkant van pijp ruw en de wanddikte en de rondheid kunnen in geringe mate afwijkingen vertonen.

Bekende soorten pijp zijn gaspijp, stoompijp en vlampijp. Veel pijpen en fittingen worden met elkaar verbonden doormiddel van smeltlasverbindingen. Daarnaast kan men ook gebruik maken van schroefdraadverbindingen. Dit gebeurd met pijpen met diameters tot 3 inch. Naast schroefdraadverbindingen kan men ook flensverbindingen gebruiken voor pijpstukken.

Wat is een buis?
Op pijp kan men tot een bepaalde diameter schroefdraad snijden. Daarvoor is een buis echter niet geschikt. Een buis heeft een veel geringere wanddikte dan pijp. Buizen worden op een andere manier aan elkaar verbonden. Hierbij maakt men gebruik van zogenoemde buisfittingen. Deze fittingen schuift men over de buizen heen. Vervolgens kan men een knelverbinding maken met een apparaat maar er zijn ook persfittingen. De kwaliteit van de verbinding is voor een groot deel afhankelijk van de wand. De wand van een buis ziet er anders uit dan de wand van een pijp. Een buis is ook aan de buitenkant glad en precies rond. De wanddikte van de buis is, zoals eerder benoemd, ook geringer dan een pijp.

De maat van een buis wordt op basis van een buitendiameter aangegeven. Dit wordt in Nederland in mm aangeduid. Men zegt ook wel dat een buis aan de buitenzijde is getolereerd.

Wat is een pijpfitting?
Een pijpfitting is een verbinding tussen twee pijpen. Deze verbinding is uitneembaar maar men treft wel speciale voorzieningen die er voor zorgen dat de pijpfitting niet uiteen kan gaan door de vloeistoffen of het gas die er door getransporteerd worden. Een pijpfitting wordt door een pijpfitter aangebracht. Dit kan een loodgieter of cv-monteur zijn. De schroefdraad kan indien gewenst op de buizen of pijpen worden gesneden door een schroefdraadsnijder. Om er voor te zorgen dat de pijpen niet uit elkaar kunnen raken en geheel waterdicht zijn maakt men gebruik van teflon tape, hennep of fitterskit. Deze afdichtmaterialen worden over het schroefdraad heen aangebracht, vervolgens wordt het andere deel van de leiding (sok, bocht of T-stuk) over het schroefdraad met het afdichtmiddel heen gedraaid. Zo ontstaat, als het goed is, een waterdichte verbinding tussen twee leidingdelen.

Naast fittingen die gebaseerd zijn op schroefdraad zijn er ook fittingen die tot stand komen door zogenoemde persverbindingen. Hierbij worden de leidingen doormiddel van een speciaal persapparaat aan elkaar geperst. Als men persverbindingen aanbrengt vervormt men de pijp meestal permanent. Het materiaal dat men voor de pijp gebruikt moet dus vervormbaar zijn. Het ene deel wordt bijvoorbeeld in het andere deel geschoven om vervolgens de leidingen aan elkaar te persen met een speciaal daarvoor ontworpen apparaat.

Fitten of lassen
Men gebruikt vaak naast het woord fitter ook het woord lasser. Deze twee beroepen komen allebei in de installatietechniek en leidingbouw voor. Over het algemeen wordt in dit verband met een fitter iemand bedoelt die de leidingen aan elkaar koppelt met een fitting. Ook kan een fitter de leidingen met een kleine hechtlas aan elkaar verbinden. In dat geval volgt een lasser die de leiding aflast zodat er een permanente lasverbinding ontstaat. Een lasverbinding is in beginsel niet uitneembaar en moet daarom door een specialistische lasser worden aangebracht.

Lasverbindingen in de installatietechniek worden doormiddel van het autogeen of TIG lasproces aangebracht. In de procesindustrie zoals de zuivelindustrie maakt men veel gebruik van roestvaststalen leidingen. Deze leidingen worden doormiddel van het TIG lasproces aangebracht. In de zuivel worden zeer hoge eisen gesteld aan de binnenkant van de leidingen. De lassen moeten door de zuivellasser zo worden aangebracht dan de binnenkant goed uitvloeit zodat er geen bacteriën achter de lasnaad kunnen achterblijven.

Er zijn verschillende technieken zoals het wikken (ook wel walking the cup genoemd) om deze lasverbindingen te realiseren. De meeste lasverbindingen in de zuivel moeten conform een bepaalde lasmethodekwalificatie (LMK) worden aangebracht. Een lasser dient dan een lascertificaat te behalen waarin is aangegeven dat hij of zij een dergelijke las met een specifiek lasproces in een bepaalde positie (meestal G6 of HL-45) mag aanbrengen.

Koppel fitter en lasser
Lassers die over een dergelijk lascertificaat beschikken worden in de praktijk meestal alleen als lassers ingezet en niet als fitter. Over het algemeen maakt men een ‘koppel’ van een fitter en een lasser. De fitter gaat voor de lasser uit om de leidingen in te meten en de tijdelijke hechtlas aan te leggen. De lasser maakt het leidingwerk vervolgens met hoogwaardige lasverbindingen af. Op die manier werkt men samen aan een professionele leiding en wordt iedereen in zijn of haar vakdiscipline ingezet. Men kijkt bij het fitten en lassen vaak naar de wanddikte van de pijp. Om die reden geeft een leidinglasser vaak aan dat hij of zij ervaring heeft met dikwandige (stoompijp) of dunwandige leidingen.

Wat is wikken of walking the cup met TIG lassen?

Wikken is een lastechniek die wordt gebruikt voor het TIG lasproces. Het wikken wordt ook wel in het Engels walking the cup genoemd. Dit kan in het Nederlands worden omschreven als het lopen met de lastoorts. Dit beschrijft de beweging die men maakt met de lastoorts tijdens het wikken. Het wikken wordt vooral toegepast in het lassen van pijpen en buizen die gemaakt zijn van roestvast staal (RVS). Men kan echter ook pijpen en buizen lassen die gemaakt zijn van eenvoudige staallegeringen zoals  koolstofstaal en speciale staallegeringen zoals duplex.

Wikken als lasmethode
Men loopt met de mond/ cup van de lastoorts over de lasnaad. Daarbij maakt men 8 vormige bewegingen. Deze achtjes zijn een continue proces dat men met het lopen zou kunnen vergelijken. Van links naar rechts beweegt men met de lastoorts over het smeltbad om dan vervolgens weer iets terug te zakken om het smeltbad vlak onder de opening van de lasnaad nog vloeibaar te houden. Met de extra slag die men tijdens het wikken maakt wordt het lasproces wel arbeidsintensiever. Deze extra inspanning is wel nuttig omdat de kwaliteit van de lasverbinding door het wikken beter wordt.

Smeltbad tijdens wikken
Het smeltbad blijft tijdens het wikken langer heet en vloeibaar waardoor de doorlas beter wordt. Het smeltbad zakt iets naar beneden tot deze de binnenkant van de leiding bereikt. Daar vloeit het smeltbad beter uit en blijft het warmtebeeld strak. Hierdoor kan men meer kwaliteit realiseren. De las oogt netter zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant van de leiding (buis of pijp).

Wikken moet je leren
Wikken is een lasproces dat door ervaren TIG lassers moet worden uitgevoerd. Tijdens het wikken of walking the cup kan een lasser,  als deze onervaren is, de lasverbinding beschadigen doordat de lasser met de lastoorts het smeltbad raakt. Dan ontstaan er kleine puntjes in de lasnaad en dat zorgt voor een minder strak resultaat.

Hoe snel kun je wikken?
Wikken kan men met verschillende snelheden uitvoeren. Over het algemeen kiest men voor een strak resultaat voor een instelling van het lastoestel met een laag aantal Ampères. Hoe lager het aantal ampères hoe langzamer men moet lassen. Hoe hoger het aantal ampères hoe sneller men kan lassen. Niet elk materiaal en niet alle materiaaldiktes zijn even geschikt voor het lassen onder hoge ampères. Een lasser moet van te voren zelf inschatten wat verstandig is of moet het wps of de lasmethodekwalificatie er op naslaan.

Beschermingsgas/ backinggas
Uiteraard moet er bij het wikken wel gebruik worden gemaakt van beschermingsgas oftewel het backinggas. Dit is bij TIG lassen een inert gas dat er voor zorgt dat de lasnaad wordt beschermd tegen schadelijke invloeden in de lucht rondom het lasproces. Het backinggas wordt rondom de toorts aangebracht zodat de lasnaad aan de bovenkant tegen corrosievorming is beschermd. Daarnaast wordt het backinggas ook in de pijp of buis aangebracht om voor een goede binnenlas te zorgen. Deze binnenlas of doorlas moet perfect glad zijn als men de leiding in de voedingsmiddelenindustrie zoals de zuivelindustrie wil aanbrengen in een installatie waar voedingsmiddelen doorheen stromen.

Toevoegmateriaal of niet bij wikken?
Wikken kan men met en zonder lastoevoegmateriaal. Bij pijpen met een wanddikte tot 2 millimeter hoeft een lasser niet beslist draad toe te voegen aan het lasproces. Toch kan het wel vereist zijn voor de stevigheid van de lasverbinding. Boven de 2 millimeter voegt een lasser meestal wel draad toe tijdens het wikken of walking the cup. Ook bij pijpen met een diameter van 2 inch (2 duims) of meer voegt men in de regel wel lasdraad toe aan het lasproces.

Wikker
Een lasser die goed kan wikken noemt zichzelf ook wel een wikker. Een ervaren wikker bewijst zichzelf in de praktijk. Een wikker moet zonder problemen in de praktijk een leiding in een hoek van 45 graden (Hoeklas 45 oftewel HL45)  rondom kunnen lassen doormiddel van het TIG lasproces. Deze positie wordt ook wel G6 genoemd. Als je kunt wikken in deze positie dan ben je met recht een vakkracht.

Uitleg termen zuivellasser en zuivellas

De termen zuivellas en zuivellasser worden soms gebruikt in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Deze termen worden regelmatig uitgesproken als men het heeft over lasverbindingen die in deze industrie worden aangebracht in bijvoorbeeld leidingen. Toch kan men niet zeggen dat de term zuivellas en zuivellasser tot een officieel vakjargon  behoren. De termen zijn meer door de jaren heen ontstaan. Iemand die werkzaam is in de zuivelindustrie of zuiveltechniek weet echter wel wat onder een zuivellas en een zuivellasser wordt verstaan. Op technischwerken.nl zijn specifieke teksten over dit onderwerp geschreven en gepubliceerd. Daarom is hieronder een korte omschrijving gegeven dan deze termen.

Zuivellas
Een zuivellas is een lasverbinding die door een lasser wordt aangebracht in een zuivelinstallatie. Meestal wordt een zuivellas aangebracht tussen twee rvs-leidingen of leiding delen. Men kan bijvoorbeeld ook een zuivellasverbinding maken tussen een hoekstuk en een T-stuk en een rvs-leiding. Een zuivellas moet aan een aantal strenge eisen voldoen. De lasverbinding moet waterdicht en luchtdicht zijn. Bovendien moet de lasverbinding aan de binnenkant goed zijn doorgelast. Dit houdt in dat het smeltbad goed moet zijn uitgevloeid zodat er geen gaten in de lasverbinding zijn ontstaan en bovendien geen opstaande rand aanwezig is. Achter een opstaande lasnaad kunnen namelijk bacteriën zich nestellen waardoor de zuivel die door de leidingen heen stroom besmet kan worden. Dat moet voorkomen worden door een zuivellasverbinding.

Zuivellasser
Een zuivellasser wordt ook wel een fotolasser genoemd. In feite gaat het hierbij om een lasser die gecertificeerd is om lasverbindingen aan te brengen in zuivelleidingen. Dit doet een zuivellasser meestal met een TIG lastoestel omdat de meeste zuivelleidingen van roestvaststaal zijn gemaakt. Tijdens het TIG lassen wordt het smeltbad beschermt met een inert gas zoals argon. Daardoor wordt de las niet vervuild en kan een hoogwaardige kwaliteit worden geleverd. De zuivellasser haalt zijn of haar lascertificaat nadat hij of zij een lasproef heeft gehaald. Voor deze lasproef wordt een werkstuk gemaakt onder toeziend oog van een onafhankelijke getuige. Vervolgens wordt de lasverbinding visueel gekeurd en daarna naar een laboratorium gezonden. Daar wordt de las aan een aantal testen onderworpen. Een voorbeeld van een test is het maken van röntgenfoto’s. Hiermee kan men in de las kijken of de las gelijkmatig is en er geen insluitingen zijn ontstaan. Als de lasser deze test heeft gehaald krijgt deze een lascertificaat. Als de las met röntgenfoto’s is getest  zegt men ook wel dat de lasser op fotoniveau kan lassen of een fotolasser is.

Wat is een zuivellas?

De term zuivellas hoor je soms voorbij komen in de zuivelindustrie. Feitelijk bestaat er geen zuivellas omdat men zuivel en zuivelproducten eenvoudigweg niet kan lassen. Met een zuivellas bedoelt men over het algemeen een lasverbinding in een installatie of zuivelleiding. Een zuivelleiding is een leiding die gemaakt is van corrosievast metaal zoals roestvaststaal (RVS). Deze leidingen kan men op verschillende manieren aan elkaar verbinden. De verbindingsmethoden van leidingen kan men opdelen in uitneembare verbindingen en niet-uitneembare verbindingen. Een uitneembare verbinding van zuivelleidingen komt tot stand door gebruik te maken van zogenoemde zuivelkoppelingen. Een niet-uitneembare verbinding komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan lasverbindingen in de zuivelindustrie zijn zeer strenge eisen verbonden. Dit heeft te maken met het feit dat men in de zuivelindustrie voedsel produceert. In de volgende alinea kan men meer lezen over de zuivelindustrie.

Zuivelindustrie
In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten. De basis voor deze zuivelproducten is meestal koeienmelk. Melk kan bederven en daarom zal men er in de zuivelindustrie alles aan doen om de melk en melkproducten zo veilig mogelijk te verwerken. Op die manier kan de voedselveiligheid worden gewaarborgd en kan men bovendien kwalitatief hoogwaardige producten produceren. De zuivelindustrie van Nederland behoort tot de beste zuivelindustrieën ter wereld.

Het feit dat Nederlandse zuivel hoog aangeschreven staat in de wereld vereist wat van de technologie die wordt aangewend om zuivelproducten te produceren. Men moet voortdurend op zoek naar technologische oplossingen om zuivel beter, sneller en kwalitatief hoogwaardiger te verwerken. De machines en leidingen die daarbij worden gebruikt moeten aan een hoge kwaliteit voldoen. Ook de verbindingen die men daarbij aanbrengt moet aan bepaalde eisen voldoen. Een voorbeeld van deze verbindingen is de zuivellas. Daarover is in de volgende alinea meer informatie weergegeven.

Zuivellas
Een zuivellas is een las die aan een aantal eisen voldoet. Deze eisen houden niet alleen verband met de mechanische belastbaarheid van de las. Een zuivellas moet dusdanig worden aangebracht dat men er vanuit kan gaan dat deze een onderdeel kan vormen van een hygiënische installatie. De leidingen die men in de zuivelindustrie toepast zijn meestal gemaakt van roestvaststaal (RVS). Dit materiaal is corrosievast en dat houdt in dat de leidingen niet roesten. Hierdoor wordt vervuiling van de melk en melkproducten voorkomen.

Als er las in deze zuivelleidingen wordt aangebracht moet dat op dusdanige wijze gebeuren dat de zuivelleiding goed dicht is. Daarnaast moet de zuivellas een perfecte doorlas hebben. Dit houdt in dat de las goed moet vloeien aan de binnenkant van de leiding. De zuivel die door de leiding heen stroomt moet niet achter een opstaande rand achterblijven omdat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivelleiding moet daarom lasverbindingen bevatten die aan de binnenkant geen opstaande rand bevatten of gaatjes waarin bacteriën zich kunnen ontwikkelen. Pas als een las aan deze eisen voldoet kan men spreken van een zuivellas.

Hoe wordt een zuivellas gemaakt?
Een zuivellas wordt gemaakt doormiddel van een TIG lastoestel. Hierbij wordt vanaf de laselektrode een elektrische boog gecreëerd tussen het werkstuk en de elektrode. Deze elektrische boog is zo heet dat de laskanten van de zuivelleidingen gaan smelten, hierdoor ontstaat een smeltbad. De lasser kan vervolgens een lastoegvoegmateriaal in het smeltbad aanbrengen waardoor het smeltbad wordt vergroot. Als het smeltbad is afgekoeld ontstaat een stevige lasverbinding die niet-uitneembaar is. Er worden ook wel zuivellassen aangebracht zonder gebruik te maken van lastoevoegmateriaal. Dit worden ook wel vloeilassen genoemd. Vloeilassen worden meestal aangebracht in zuivelleidingen met een geringe wanddikte.

Fotolassen in de zuiveltechniek
Men spreekt van fotolassen in de zuiveltechniek wanneer de lassen voldoen aan zeer strenge eisen en bovendien gekeurd zijn. Als de hoogste kwaliteitseisen van toepassing zijn kan men van de lasser verlangen dat hij of zij gecertificeerd is voor het maken van bepaalde lassen. Een gecertificeerd lasser ben je niet zomaar. Een lasser zal eerst onder toezicht van een getuige een las conform een lasmethode moeten aanbrengen in een werkstuk. De lasverbinding in het werkstuk wordt eerst meestal visueel gecontroleerd. Daarna wordt het werkstuk opgestuurd naar een speciaal testlaboratorium waar de las aan een aantal proeven wordt onderworpen. Dit kunnen zowel destructieve proeven zijn in een Destructief Onderzoek (DO) als niet-destructieve proeven in een Niet Destructief Onderzoek (NDO). Voorbeelden van een Niet Destructief Onderzoek zijn röntgenfoto’s en geluidsgolven. De eerste onderzoeksmethoden, röntgenfoto’s, wordt in de praktijk vaak gebruikt. Als de las deze proef goed heeft doorstaan kan men op fotoniveau lassen. Dit wordt ook wel fotolassen genoemd. Iemand die op fotoniveau lassen kan aanbrengen wordt ook wel een fotolasser genoemd.

 

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat is een zuivellas in de zuivelindustrie?

De termen zuivellas en zuivellasser hoor je soms in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Hoewel deze termen regelmatig worden benoemd kan men niet zeggen dat ze tot een officieel vakjargon behoren. Het zijn meer termen die door de jaren heen zijn ontstaan. Hieronder zijn de termen zuivelindustrie en zuivellas nader omschreven. In een andere tekst op deze website is een duidelijke omschrijving gegeven van het beroep ‘zuivellasser’.

Wat is de zuivelindustrie

Zuivelproducten behoren tot de voedingsmiddelenindustrie. Deze industie is opgedeeld in verschillende segmenten of sectoren. De zuivelindustrie is slechts een van deze sectoren. In de zuivelindustrie worden voornamelijk voedingsmiddelen gemaakt van (koeien)melk. Daaraan zijn strenge eisen verbonden.  De voedselveiligheid is in Nederland een belangrijk aspect van de bedrijfsvoering in de voedingsmiddelenindustrie.  Dit houdt in dat er alles aan gedaan moet worden om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te waarborgen. Zuivelfabrieken worden onder strenge eisen gebouwd en in gebruik genomen.  Alle instrumenten,  installaties en werktuigen binnen de zuivelindustrie moeten streng gecontroleerd worden. Pas dan kan men veilig voedsel produceren. In de zuivelindustrie produceert men niet alleen melk. Ook andere producten zoals kaas, yoghurt en vla worden in de zuivelindustrie geproduceerd.

Wat is een zuivellas?

Een zuivellas bestaat eigenlijk niet in de letterlijke zin. Zuivelproducten kan men niet lassen. Wel zijn in de zuivelindustrie veel leidingen geplaatst in fabrieken waar zuivelproducten in vloeibare vorm doorheen stromen zoals bijvoorbeeld melk. De leidingen moeten goed schoongemaakt en schoon gehouden kunnen worden om de groei van schadelijke bacteriën en schimmels tegen te gaan. Daarom worden in de zuivel speciale zuivelkoppelingen gebruikt om zuivelleidingen aan elkaar te verbinden. Verbindingen doormiddel van een zuivelkoppeling zijn uitneembaar. Soms is het vereist dat er een onuitneembare verbinding wordt gemaakt zoals een lasverbinding. Deze lasverbindingen worden meestal tussen twee roestvaststalen leidingen gemaakt. Deze roestvaststalen (RVS) leidingen kunnen een verschillende diameter en wanddikte hebben. Meestal is de wanddikte van deze leidingen slechts een paar millimeter.

Zuivelleidingen worden meestal doormiddel van het TIG lasproces aan elkaar gelast. Bij TIG lassen gebruikt men een inert gas waardoor het smeltbad goed beschermd is tegen schadelijke invloeden van de omringende lucht. Niet alleen het smeltbad moet goed beschermd zijn. Ook de las moet aan de binnenkant goed vloeien. Er moet sprake zijn van een goede doorlas. Er mag aan de binnenkant van de leiding geen opstaande lasnaad aanwezig zijn en er mogen ook geen gaten of andere oneffenheden in de las aanwezig zijn om dat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivellas is dus in feite een TIG las die op een dusdanig niveau is aangebracht dat deze in de zuivelindustrie gebruikt mag worden in een zuivelinstallatie. Vaak moet men voor het aanbrengen van een zuivellas van te voren kunnen aantonen dat men over een voldoende lasniveau beschikt. Men moet dus een gekwalificeerde lasservzijn. Deze lassers dienen over het algemeen een lascertificaat te hebben.

Lascertificaat in de zuivelindustrie

Op het lascertificaat staat aangegeven welk materiaal de lasser mag lassen. Dit is niet alleen de staalsoort,  ook de plaatdikte is aangegeven. Ook het lasproces is genoteerd op het lascertificaat evenals het gebruikte beschermgas en het toevoegmateriaal. De laspositie is conform Europese Norm meestal HL45. Dat staat voor een hoeklas van een pijp of buis onder 45 graden. Een lasser krijgt pas een lascertificaat wanneer hij of zij de voorgeschreven las zelfstandig in ern proefstuk heeft aangebracht onder toezicht van een zogenoemde ‘getuige’, De las wordt vervolgens ook nog gecontroleerd door bijvoorbeeld een röntgenfoto.  Daarom worden zuivellassen ook wel fotolassen genoemd of lassen op fotoniveau.

Wat zijn gasleidingen en van welke materialen worden deze gemaakt?

Voor het transporteren van verschillende stoffen in gasvorm kan gebruik worden gemaakt van zogenoemde gasleidingen. Deze leidingen zijn buizen die gemaakt zijn van een metaallegering of van een kunststof. Gasleidingen worden in Nederland door verschillende specialistische bedrijven gelegd. Deze bedrijven kunnen onder andere onder de nutsbedrijven vallen zoals de Gasunie. Daarnaast zijn er veel reguliere bedrijven die in opdracht van nutsbedrijven gasleidingen aanbrengen. Het gaat hierbij meestal om aardgasleidingen. Er zijn echter ook andere gasleidingen die worden gelegd. Hieronder is meer informatie weergegeven over materialen die voor gasleidingen worden gebruikt en verschillende gassen die door gasleidingen heen kunnen stromen.

Welke materiaal kiest men voor een gasleiding?
Gasleidingen kunnen van verschillende materialen worden gemaakt. De keuze van het materiaal voor een gasleiding is afhankelijk van een aantal factoren:

  • Het soort gas dat getransporteerd wordt. Hierbij wordt extra aandacht besteed aan de risico’s op ontploffing, brand en ander schadelijke gevolgen zoals vergiftiging en verstikking die kunnen ontstaan wanneer gas uit de gasleiding ontsnapt.
  • De capaciteitseisen die worden gesteld aan het transport door de gasleiding. Kortom hoeveel gas moet worden getransporteerd op een bepaald moment. Dit bepaald mede de diameter van de leiding.
  • De druk waarmee gassen worden getransporteerd. De druk van gas heeft te maken met de capaciteitseisen. Als gassen snel getransporteerd moeten worden zal er veel druk op de gasleiding staan en moet de gasleiding van extra stevig materiaal worden gemaakt. Daarnaast worden ook extra hoge eisen gesteld aan de verbindingen waaruit het gasleidingtraject bestaat.
  • De invloeden van buitenaf die druk uitoefenen op de gasleiding. Hierbij kan gedacht worden aan bewegingen en trillingen die afkomstig zijn van gebouwen en machines waarin de gasleidingen zijn geplaatst.
  • Weersinvloeden zoals wind, sneeuw, hagel en regen kunnen ook invloed hebben op gasleidingen die buiten zijn geplaatst.
  • Temperatuur heeft eveneens een invloed op de gasleiding. Hierbij kan gedacht worden aan de omgevingstemperatuur waar de gasleiding is geplaatst en aan de temperatuur van de gassen die worden getransporteerd.
  • Corrosievastheid is belangrijk wanneer een leiding geplaatst is in de buitenlucht en met name in een omgeving met zouten zoals een zeeklimaat.
  • De prijs is ook van invloed bij het bepalen van het materiaal van een gasleiding.

Welke gassen worden vervoerd door een gasleiding?
Er worden verschillende gassen door gasleidingen getransporteerd. Door gasleidingen of pijpleidingen wordt onder ander aardgas getransporteerd. Daarnaast zijn er gasleidingen waar perslucht doorheen stroomt. Ook zijn er gasleidingen voor zuurstofgas, koolwaterstoffen, stikstofgas en waterstofgas. Dit zijn slechts een aantal voorbeelden. In onder andere de procesindustrie worden zeer veel verschillende gassen doormiddel van pijpleidingen getransporteerd.

Bevestigingsmethodes voor gasleidingen
Gasleidingen kunnen op verschillende manieren aan elkaar worden bevestigd. De bevestigingsmethodes kunnen worden onderverdeeld in uitneembare verbindingen en niet-uitneembare verbindingen. Voorbeelden van uitneembare verbindingen zijn:

  • Verbindingen van flenzen die doormiddel van bouten aan elkaar worden verbonden. Deze verbindingen worden gemaakt door flensmonteurs die hiervoor een speciale opleiding of cursus hebben gehad.
  • Koppelingen die gebaseerd zijn op schroefdraadverbindingen kunnen uit elkaar worden gehaald en zijn dus uitneembaar. Deze koppeldingen kunnen doormiddel van fittingen worden gemaakt en worden gemaakt door pijpfitters en installatiemonteurs.

Niet-uitneembare verbindingen

  • Verbindingen die doormiddel van lassen tot stand worden gebracht. Hierbij kan men denken aan gasleidingen die aan elkaar worden verbonden doormiddel van autogeen lassen, TIG-lassen, Mig/Mag lassen en elektrode lassen. Een bijzonder lasproces dat in de buitenlucht voor gasleidingen kan worden toegepast is fleetwelding hierbij worden zogenoemde pipeline-laselektroden gebruikt.
  • Sommige verbindingen worden doormiddel van vervorming tot stand gebracht. Buizen worden in elkaar geplaatst en vervolgens wordt er met een machine een vervorming zoals een rand aangebracht in de buis. Door deze vervorming kan de leiding niet eenvoudig weer uitelkaar worden gehaald en weer in elkaar worden gezet. Men zal telkens opnieuw een onvervormde leiding of buis moeten gebruiken om een goede verbinding te maken.
  • Spiegelassen wordt ook wel stuiklassen genoemd en wordt onder andere toegepast bij kunststof gasleidingen. Hierbij worden de uiteinden van twee leidingen gesmolten tegen een hete plaat (deze plaat wordt ook wel spiegel genoemd). Na het verwijderen van de spiegel worden de gesmolten uiteindes van de buizen tegen elkaar gedrukt. Na het uitharden van het gesmolten kunststof ontstaat een stevige verbinding. Spiegellassen wordt toegepast bij verschillende kunststoffen zoals polyetheen (HDPE), polypropeen (PP) en Polyvinyldieenfluoride (PVDF). Spiegellassen of stuiklassen kan worden gedaan door een spiegellasser of stuiklasser. Meestal vormt spiegelassen een onderdeel van installatiewerk.

Naast het aansluiten, fitten en lassen van gasleidingen worden ook appendages aangebracht. Dit zijn onderdelen die met de installatie verbonden zijn zoals kleppen en afsluiters. Verder wordt er aan installaties ook meetapparatuur en regelapparatuur gemonteerd. Met meetapparatuur men bijvoorbeeld de temperatuur of de druk meten van de gassen die door de leidingen stromen. Daarnaast is er ook regelapparatuur waarmee onder andere de druk kan worden ingesteld. De meet- en regeltechniek is zeer nauwkeurige techniek waarbij elektrotechnische componenten, elektronica, software en mechanische componenten nauw met elkaar verbonden zijn. Deze apparatuur wordt aangebracht door specialisten. Meestal is dit een instrumentatiefitter, een onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI of een servicetechnicus Electro STE.

Wat is een appendage en waarvoor worden appendages gebruikt?

Appendage is een woord dat is afgeleid van de Latijnse woord: ‘ad’ , dit kan vertaald worden met het Nederlandse woord ‘bij’. Daarnaast is in het woord appendage ook het Latijnse woord ‘pendere’ verwerkt. Dit kan worden vertaald met het Nederlandse woord ‘hangen’. Vrij vertaald in het Nederlands kan het woord appendage worden uitgelegd als ‘bijhangsel’. Appendages worden in de techniek regelmatig gebruikt als onderdeel van een installatie of machine.

Waar worden appendages voor gebruikt?
Appendages zijn kleine onderdelen of toestellen die zijn aangesloten op installaties en machines. De appendage vormt een belangrijk onderdeel van een technisch systeem. Er zijn verschillende appendages die in de praktijk worden toegepast. In leidingnetten voor bijvoorbeeld de distributie van water en gas kan gebruik worden gemaakt van kranen en afsluiters. Dit kan in de installatietechniek gebeuren van woningen en bedrijfspanden. Ook kunnen appendages worden aangebracht in grote leidingnetwerken en gasdistributie gebieden.

Aan deze leidingen worden verschillende meettoestellen aangesloten om de druk en temperatuur te meten in installaties en leidingsystemen. Appendages worden ook veel toegepast in de procesindustrie. In veel productiebedrijven zijn machines aanwezig waaraan appendages zijn verbonden. Hierbij kan men denken aan pneumatische systemen en hydraulische systemen. Aan deze systemen zijn ventielen verbonden en andere appendages.

In de procestechniek worden veel grondstoffen en vloeistoffen door leidingen gepompt door fabrieken. Hierbij kan men denken aan de zuivelindustrie en de voedingsmiddelenindustrie. De vloeistoffen worden met een bepaalde druk door de leidingen getransporteerd. Hiervoor zijn meetinstrumenten en regelinstrumenten aangesloten op de leidingen. Daarmee kan ik kaart worden gebracht hoeveel vloeistof op een bepaald moment door een leiding stroomt. Verder zijn in de procesindustrie kranen en afsluiters aanwezig die zijn aangesloten op leidingen.

Appendages zijn belangrijk
Hoewel appendages vooral kleine onderdelen zijn van machines en installaties zijn ze wel van vitaal belang. Appendages die gebruikt worden om de druk in leidingen aan te geven moeten zeer betrouwbaar zijn. Deze meetinstrumenten moeten precies de juiste druk aangeven. Wanneer dit niet gebeurd is het goed mogelijk dat de druk in de leidingen hoger is dan op het meetinstrument wordt aangegeven. Dit kan grote gevolgen hebben voor de veiligheid van de installatie.

Ook afsluiters en kranen moeten veilig en deugdelijk zijn. Als bepaalde delen van een gasleiding zijn afgesloten moet deze afsluiting ook compleet hermetisch dicht zijn. Als er gas ontsnapt doordat een afsluiter niet goed werkt kunnen de gevolgen enorm zijn. Dit is ook het geval bij kranen die aangesloten zijn op leidingnetwerken.

Wie plaatsen appendages?
Appendages aan leidingnetwerken worden in de praktijk aangebracht door fitters. Als het gaat om specialistische appendages worden technisch specialisten ingezet. Deze specialisten kunnen instrumentatiefitters worden genoemd. Maar er zijn bedrijven die deze technici een andere functienaam geven. Instrumentatie fitters moeten zeer nauwkeurig werk leveren. De appendages moeten vakkundig worden aangebracht en de werking daarvan moet regelmatig worden gecontroleerd.