Wat is wikken of walking the cup met TIG lassen?

Wikken is een lastechniek die wordt gebruikt voor het TIG lasproces. Het wikken wordt ook wel in het Engels walking the cup genoemd. Dit kan in het Nederlands worden omschreven als het lopen met de lastoorts. Dit beschrijft de beweging die men maakt met de lastoorts tijdens het wikken. Het wikken wordt vooral toegepast in het lassen van pijpen en buizen die gemaakt zijn van roestvast staal (RVS). Men kan echter ook pijpen en buizen lassen die gemaakt zijn van eenvoudige staallegeringen zoals  koolstofstaal en speciale staallegeringen zoals duplex.

Wikken als lasmethode
Men loopt met de mond/ cup van de lastoorts over de lasnaad. Daarbij maakt men 8 vormige bewegingen. Deze achtjes zijn een continue proces dat men met het lopen zou kunnen vergelijken. Van links naar rechts beweegt men met de lastoorts over het smeltbad om dan vervolgens weer iets terug te zakken om het smeltbad vlak onder de opening van de lasnaad nog vloeibaar te houden. Met de extra slag die men tijdens het wikken maakt wordt het lasproces wel arbeidsintensiever. Deze extra inspanning is wel nuttig omdat de kwaliteit van de lasverbinding door het wikken beter wordt.

Smeltbad tijdens wikken
Het smeltbad blijft tijdens het wikken langer heet en vloeibaar waardoor de doorlas beter wordt. Het smeltbad zakt iets naar beneden tot deze de binnenkant van de leiding bereikt. Daar vloeit het smeltbad beter uit en blijft het warmtebeeld strak. Hierdoor kan men meer kwaliteit realiseren. De las oogt netter zowel aan de binnenkant als aan de buitenkant van de leiding (buis of pijp).

Wikken moet je leren
Wikken is een lasproces dat door ervaren TIG lassers moet worden uitgevoerd. Tijdens het wikken of walking the cup kan een lasser,  als deze onervaren is, de lasverbinding beschadigen doordat de lasser met de lastoorts het smeltbad raakt. Dan ontstaan er kleine puntjes in de lasnaad en dat zorgt voor een minder strak resultaat.

Hoe snel kun je wikken?
Wikken kan men met verschillende snelheden uitvoeren. Over het algemeen kiest men voor een strak resultaat voor een instelling van het lastoestel met een laag aantal Ampères. Hoe lager het aantal ampères hoe langzamer men moet lassen. Hoe hoger het aantal ampères hoe sneller men kan lassen. Niet elk materiaal en niet alle materiaaldiktes zijn even geschikt voor het lassen onder hoge ampères. Een lasser moet van te voren zelf inschatten wat verstandig is of moet het wps of de lasmethodekwalificatie er op naslaan.

Beschermingsgas/ backinggas
Uiteraard moet er bij het wikken wel gebruik worden gemaakt van beschermingsgas oftewel het backinggas. Dit is bij TIG lassen een inert gas dat er voor zorgt dat de lasnaad wordt beschermd tegen schadelijke invloeden in de lucht rondom het lasproces. Het backinggas wordt rondom de toorts aangebracht zodat de lasnaad aan de bovenkant tegen corrosievorming is beschermd. Daarnaast wordt het backinggas ook in de pijp of buis aangebracht om voor een goede binnenlas te zorgen. Deze binnenlas of doorlas moet perfect glad zijn als men de leiding in de voedingsmiddelenindustrie zoals de zuivelindustrie wil aanbrengen in een installatie waar voedingsmiddelen doorheen stromen.

Toevoegmateriaal of niet bij wikken?
Wikken kan men met en zonder lastoevoegmateriaal. Bij pijpen met een wanddikte tot 2 millimeter hoeft een lasser niet beslist draad toe te voegen aan het lasproces. Toch kan het wel vereist zijn voor de stevigheid van de lasverbinding. Boven de 2 millimeter voegt een lasser meestal wel draad toe tijdens het wikken of walking the cup. Ook bij pijpen met een diameter van 2 inch (2 duims) of meer voegt men in de regel wel lasdraad toe aan het lasproces.

Wikker
Een lasser die goed kan wikken noemt zichzelf ook wel een wikker. Een ervaren wikker bewijst zichzelf in de praktijk. Een wikker moet zonder problemen in de praktijk een leiding in een hoek van 45 graden (Hoeklas 45 oftewel HL45)  rondom kunnen lassen doormiddel van het TIG lasproces. Deze positie wordt ook wel G6 genoemd. Als je kunt wikken in deze positie dan ben je met recht een vakkracht.

Wat is een zuivellas in de zuivelindustrie?

De termen zuivellas en zuivellasser hoor je soms in de zuivelindustrie en de werktuigbouwkunde. Hoewel deze termen regelmatig worden benoemd kan men niet zeggen dat ze tot een officieel vakjargon behoren. Het zijn meer termen die door de jaren heen zijn ontstaan. Hieronder zijn de termen zuivelindustrie en zuivellas nader omschreven. In een andere tekst op deze website is een duidelijke omschrijving gegeven van het beroep ‘zuivellasser’.

Wat is de zuivelindustrie

Zuivelproducten behoren tot de voedingsmiddelenindustrie. Deze industie is opgedeeld in verschillende segmenten of sectoren. De zuivelindustrie is slechts een van deze sectoren. In de zuivelindustrie worden voornamelijk voedingsmiddelen gemaakt van (koeien)melk. Daaraan zijn strenge eisen verbonden.  De voedselveiligheid is in Nederland een belangrijk aspect van de bedrijfsvoering in de voedingsmiddelenindustrie.  Dit houdt in dat er alles aan gedaan moet worden om de kwaliteit en veiligheid van voedsel te waarborgen. Zuivelfabrieken worden onder strenge eisen gebouwd en in gebruik genomen.  Alle instrumenten,  installaties en werktuigen binnen de zuivelindustrie moeten streng gecontroleerd worden. Pas dan kan men veilig voedsel produceren. In de zuivelindustrie produceert men niet alleen melk. Ook andere producten zoals kaas, yoghurt en vla worden in de zuivelindustrie geproduceerd.

Wat is een zuivellas?

Een zuivellas bestaat eigenlijk niet in de letterlijke zin. Zuivelproducten kan men niet lassen. Wel zijn in de zuivelindustrie veel leidingen geplaatst in fabrieken waar zuivelproducten in vloeibare vorm doorheen stromen zoals bijvoorbeeld melk. De leidingen moeten goed schoongemaakt en schoon gehouden kunnen worden om de groei van schadelijke bacteriën en schimmels tegen te gaan. Daarom worden in de zuivel speciale zuivelkoppelingen gebruikt om zuivelleidingen aan elkaar te verbinden. Verbindingen doormiddel van een zuivelkoppeling zijn uitneembaar. Soms is het vereist dat er een onuitneembare verbinding wordt gemaakt zoals een lasverbinding. Deze lasverbindingen worden meestal tussen twee roestvaststalen leidingen gemaakt. Deze roestvaststalen (RVS) leidingen kunnen een verschillende diameter en wanddikte hebben. Meestal is de wanddikte van deze leidingen slechts een paar millimeter.

Zuivelleidingen worden meestal doormiddel van het TIG lasproces aan elkaar gelast. Bij TIG lassen gebruikt men een inert gas waardoor het smeltbad goed beschermd is tegen schadelijke invloeden van de omringende lucht. Niet alleen het smeltbad moet goed beschermd zijn. Ook de las moet aan de binnenkant goed vloeien. Er moet sprake zijn van een goede doorlas. Er mag aan de binnenkant van de leiding geen opstaande lasnaad aanwezig zijn en er mogen ook geen gaten of andere oneffenheden in de las aanwezig zijn om dat daar bacteriën kunnen ontstaan. Een zuivellas is dus in feite een TIG las die op een dusdanig niveau is aangebracht dat deze in de zuivelindustrie gebruikt mag worden in een zuivelinstallatie. Vaak moet men voor het aanbrengen van een zuivellas van te voren kunnen aantonen dat men over een voldoende lasniveau beschikt. Men moet dus een gekwalificeerde lasservzijn. Deze lassers dienen over het algemeen een lascertificaat te hebben.

Lascertificaat in de zuivelindustrie

Op het lascertificaat staat aangegeven welk materiaal de lasser mag lassen. Dit is niet alleen de staalsoort,  ook de plaatdikte is aangegeven. Ook het lasproces is genoteerd op het lascertificaat evenals het gebruikte beschermgas en het toevoegmateriaal. De laspositie is conform Europese Norm meestal HL45. Dat staat voor een hoeklas van een pijp of buis onder 45 graden. Een lasser krijgt pas een lascertificaat wanneer hij of zij de voorgeschreven las zelfstandig in ern proefstuk heeft aangebracht onder toezicht van een zogenoemde ‘getuige’, De las wordt vervolgens ook nog gecontroleerd door bijvoorbeeld een röntgenfoto.  Daarom worden zuivellassen ook wel fotolassen genoemd of lassen op fotoniveau.