Wat is zuivel?

Zuivel is een verzamelnaam voor alle voedingsmiddelen die worden bereid uit rauwe melk. In plaats van zuivel gebruikt men ook wel de benaming melkproducten waarmee benadrukt wordt dat de producten van melk zijn gemaakt. De melk die in de zuivelindustrie wordt verwerkt tot zuivelproducten kan van verschillende zoogdieren afkomstig zijn. Over het algemeen gebruikt men voor de meeste zuivelproducten in Nederland koemelk als belangrijkste grondstof. Geitenmelk wordt in Nederland echter ook wel tot zuivelproducten verwerkt voor bijvoorbeeld geitenkaas. Datzelfde is het geval bij schapenmelk.

Wereldwijd wordt echter zuivel gemaakt en er zijn ook gebieden waar men geen oer-Hollandse bonte koeien heeft. Daarom maakt men in die gebieden  gebruik van andere zoogdieren zoals waterbuffels, kamelen, jaks en paarden.

Zuivelindustrie
In het verleden werden zuivelproducten vooral door kleine boeren gemaakt van de melk van hun koeien. Deze kleinschalige zuivelproductie was meestal net voldoende voor een kleine familie. Naarmate de boerenbedrijfjes groter werden kon ook meer zuivel worden geproduceerd. Boeren gingen zich echter steeds meer toeleggen op het houden van dieren en het winnen van melk. Het produceren van zuivelproducten werd op een gegeven moment zo complex en omvangrijk dat er zuivelfabrieken werden opgericht. Er ontstond een zuivelindustrie waarin steeds meer zuivelproducten werden gemaakt. Ook nam de diversiteit van zuivelproducten toe.

Zuivelproducten
Door de jaren heen zijn steeds meer zuivelproducten ontwikkeld. De diversiteit is enorm geworden door de toevoeging van verschillende soorten smaakstoffen en productiemethoden. Hieronder volgen een aantal voorbeelden van producten die behoren tot de zuivelproducten:

Melk

  • Melk
  • Chocolademelk
  • Karnemelk
  • Jakmelk

Kaas

  • Kaas
  • Schapenkaas
  • Geitenkaas

Dessert

  • Vla
  • Yoghurt
  • Consumptie-ijs
  •  Kwark
  • Pudding
  • Slagroom

Dit zijn slechts een paar voorbeelden. Er zijn veel meer soorten zuivelproducten op de markt. Men kan melk ook in poedervorm brengen waardoor de diversiteit nog verder is toegenomen. Door verschillende technieken zoals pasteuriseren waarbij schadelijke bacteriën worden vernietigt in zuivelproducten zijn deze producten bovendien langer houdbaar.

Zuivelindustrie en techniek
De zuivelindustrie is een industrie waarbij gebruik wordt gemaakt van verschillende machines en processen. Omdat de zuivelindustrie valt onder de voedingsmiddelen industrie worden aan de machines hoge eisen gesteld met betrekking tot de voedselveiligheid. Zuivel moet veilig geproduceerd worden en hygiënisch. Dit houdt in feite in dat de machines en leidingen die worden gebruikt in de zuivelindustrie zo schoon mogelijk moeten zijn en geen mogelijkheid moeten bieden voor het ontstaan van schadelijke bacteriën. Net als in andere industrieën is ook de zuivelindustrie een sector waarin veel wordt geautomatiseerd.

Door automatisering van productieprocessen worden productieprocessen sneller, goedkoper en wordt bovendien de kans op fouten in het productieproces verder gereduceerd. Er zijn echter wel allemaal technici voor nodig om de zuivelproductieprocessen zo goed mogelijk in te regelen en storingen op te lossen. Een zuivelfabriek die een effectief productieproces heeft wordt ook wel lean genoemd. Lean manufacturing is het produceren tegen zo laag mogelijke kosten met zo weinig mogelijk afval waarbij de klant zo goed mogelijk wordt bediend. Lean manufacturing kan echter niet goed plaatsvinden zonder specialisten.

Technische functies in de zuivelindustrie
Het aantal productiefuncties zal in de zuivelindustrie waarschijnlijk de komende jaren afnemen. De werkzaamheden van productiepersoneel zullen in de toekomst steeds vaker door machines worden overgenomen. Machines worden daardoor steeds belangrijker. Machines dienen echter geprogrammeerd worden zodat ze logische schakelingen uitvoeren. Deze logische schakelingen worden in een PLC systeem ingeregeld door er een ervaren softwarespecialist. Deze specialisten kunnen ook storingen uit de PLC-systemen halen. Daarnaast is er bovenop de PLC systemen van de verschillende machine ook een SCADA systeem wat er voor zorgt dat machines onderling met elkaar kunnen communiceren. De machines kunnen dan een duidelijke geautomatiseerde productieketen vormen waardoor procestechnologen en procesoperators beter kunnen monitoren wat de input en output is van machines.

Uiteraard dienen onderhoudsmonteurs er voor te zorgen dat storingen aan machines vakkundig worden opgelost. Het plaatsen van leidingen gebeurd door fitters en lassers die ook wel zuivellassers worden genoemd in het vakjargon. Zuivellassers kunnen een zogenaamde zuivellas leggen. Dit is in feite een las in rvs leidingen die van een dusdanig hoog niveau zijn dat een perfecte doorlas is gerealiseerd aan de binnenzijde van de leiding. Dit wordt ook wel gedaan doormiddel van formeren met backinggas aan de binnenkant van de leiding. Het aanbrengen van backinggas wordt formeren genoemd. Dit is een specifieke vaardigheid die niet alle TIG lassers beheersen. Zuivellassers, of lassers die gewend zijn om zogenaamde zuivellassen te leggen, moeten over het algemeen wel kunnen formeren.

Zuivelindustrie als werkgever
De zuivelindustrie is een belangrijke sector voor Nederland. Ook als het gaat om de werkgelegenheid is de zuivel een belangrijke sector. Niet alleen boeren hebben de zuivelindustrie nodig. Deze sector is ook interessant voor de vele technici die in deze sector een uitdagende baan kunnen vinden. In de vorige alinea zijn slechts een paar functies genoemd die in de zuivelindustrie aanwezig zijn. Het aantal functies is echter veel groter. De cao voor de zuivelindustrie wordt overigens gezien als een hele gunstige cao voor werknemers. Veel mensen in de zuivelindustrie werken echter wel in ploegen omdat de productie van zuivel dag en nacht doorgaat. Ook technici zoals onderhoudsmonteurs en storingsmonteurs (PLC , SCADA) werken vaak in ploegendiensten. Deze ploegen worden over het algemeen goed betaald. Daardoor kunnen veel mensen een goede boterham (of een goed glas melk) verdienen in de zuivel. De zuivelindustrie is daardoor een belangrijke werkgever voor Nederland.

Wat is een allround lasser?

Een allround lasser is een lasser die verschillende lastechnieken beheerst en daardoor allround ingezet kan worden in het maken van lasverbindingen in verschillende materialen behulp van verschillende lasprocessen. In de metaaltechniek worden verschillende verbindingen toegepast. Men onderscheid hierin de uitneembare verbindingen zoals schroefdraadverbindingen en niet-uitneembare verbindingen waarbij de lasverbinding in de metaaltechniek het bekendste voorbeeld is. Het maken van lasverbindingen vereist kennis en vaardigheid.

Daarbij komt dat lasprocessen onderling sterk verschillen. Dat zorgt er voor dat lassers onderling ook verschillen. Er zijn lassers die veel ervaring hebben met MIG/MAG lassen maar er zijn ook lassers die goed TIG kunnen lassen. Ook BMBE (elektrode) lassen wordt nog veel toegepast. In de installatietechniek gebruikt men daarnaast ook nog het autogeen lassen waarbij men gebruik maakt van een vlam. Een allround lasser beheerst in de praktijk een aantal van de hiervoor genoemde lasprocessen. Lassers die alle gangbare (want er zijn er nog veel meer) lasprocessen beheersen zijn er bijna niet.

Een allround lasser of specialist
Iemand die zich een allround lasser noemt beheerst in de praktijk meestal MIG/MAG en TIG eventueel ook nog BMBE-lassen, dit is lassen met een beklede elektrode. Een lassers is pas allround als hij of zij met deze lasprocessen zelfstandig een werkstuk kan aflassen. Als een lasser ook nog een werkstuk kan samenstellen op basis van een tekening dan spreekt men ook wel over een samensteller lasser. Tekening lezen vereist echter technisch inzicht en niet alle tekeningen zijn gelijk.

Een allround samensteller lasser kan in de praktijk meerdere lasprocessen uitvoeren en kan een diversiteit aan tekeningen lezen zodat deze werknemer een werkstuk van het begin tot het einde in theorie zou moeten kunnen bouwen en aflassen. Allround samenstellers lassers zijn er in de praktijk bijna niet. Veel lassers specialiseren zich in het bouwen of basis van tekeningen of het aflassen.

Daarbij worden veel lassers ook nog gespecialiseerd in een bepaald lasproces en materiaal. Denk hierbij aan de gecertificeerde lassers die bijvoorbeeld dunwandige rvs-leidingen onder een hoeklas van 45 graden (HL-45 of positie G6) kunnen lassen. Deze lassers zijn meestal niet (meer) allround maar juist gespecialiseerde (af)lassers.

Hoe wordt ik een allround lasser?
Niet iedereen kan een allround lasser worden. De theorie met betrekking tot lassen is niet erg complex maar de vaardigheid echter wel. Lassers doen veel werk op basis van inzicht en gevoel en dat is niet voor iedereen weggelegd. Een lasser weet dat tijdens het lasproces warmte wordt ingebracht in het materiaal. Daardoor gaat het materiaal vervormen. Het ene lasproces brengt echter meer warmte in het werkstuk dan het andere. Daarnaast moet een TIG lasser met één hand de lastoorts bedienen om met een andere hand het toevoegmateriaal in het smeltbad te brengen. De lastoorts van een TIG-lasapparaat bevat een niet-afsmeltende wolfraam (tungsten) elektrode. MIG/MAG lassen is weer een heel ander proces waarbij gebruik wordt gemaakt van lasdraad dat automatisch wordt doorgevoerd vanuit het laspistool richting het werkstuk. Bij lassen met een beklede elektrode maakt men niet direct gebruik van een beschermgas, in tegenstelling tot de hiervoor genoemde lasprocessen. In plaats daarvan maakt men gebruik van een elektrode bekleding die tijdens het lassen verbrand waardoor een beschermgas vrij komt. De elektrode smelt dus af waardoor de lastoorts als het ware steeds korter wordt.

Een allround lasser heeft ervaring in meerdere van deze lasprocessen (en eventueel ook andere lasprocessen) en deze ervaring krijg je alleen door heel veel te oefenen. Lassen leer je vooral door te doen. Dit kan in de praktijk zijn maar ook op school als daar een praktijkruimte aanwezig is met verschillende soorten lastoestellen.

Waar werken allround lassers?
Er zijn specifieke bedrijven die regelmatig vacatures publiceren voor allround lassers. Dit zijn vooral bedrijven die verschillende producten maken van diverse materialen. Een bedrijf met een rvs-afdeling en een staalafdeling heeft bijvoorbeeld vaak behoefte aan een allround lasser die zowel MIG/MAG kan lassen voor het staal en TIG kan lassen voor het rvs. Ook bedrijven die werken als toeleverancier voor verschillende opdrachtgevers zoeken vaak flexibel inzetbare lassers in hun vacatures. Een allround lasser is vaak flexibel inzetbaar.

Helemaal mooi is het wanneer de allround lasser ook nog goed kan samenstellen waardoor hij of zij zelfstandig op bepaalde projecten kan worden ingezet. In de praktijk werken allround lassers vaak bij kleine metaalbedrijven. Bij grote metaalbedrijven zijn de lasprocessen vaak gespecialiseerder en werkt men bijvoorbeeld alleen op een rvs-afdeling om daar TIG te lassen of alleen op een staalafdeling om daar MAG (CO2) te lassen. In grote bedrijven wisselt men over het algemeen minder lassers uit tussen afdelingen terwijl dit bij kleinere bedrijven wel gebeurd als er een ander type product wordt gemaakt.

Wat is een fitting tussen pijpen?

Een fitting is een uitneembare verbinding tussen twee onderdelen door bijvoorbeeld gebruik te maken van schroefdraad. Een fitting is een ruim begrip dat onder andere in de elektrotechniek wordt gebruikt voor het bevestigen van een lamp. Het gedeelte waar de lampvoet in bevestigd wordt is de fitting. Het woord ‘fitting’ wordt echter ook gebruikt in de onderhoudstechniek, installatietechniek en leidingbouw. In dat geval gebruikt men het wordt fitting als verbinding tussen pijpen. Daarom noemt men die verbindingen ook wel pijpfittingen. Iemand die pijpfittingen aanbrengt wordt ook wel een pijpfitter genoemd. Voordat men weet wat een pijpfitting precies is moet men weten wat een pijp is. Hierover gaat de volgende alinea.

Wat is een pijp?
Men gebruikt in de praktijk regelmatig de termen buis en pijp regelmatig door elkaar. Er is echter een wezenlijk verschil tussen een pijp en buis. Dit heeft te maken met de maatvoering. De maat van een pijp wordt aangegeven op basis van de binnendiameter, met andere woorden een pijp is aan de binnenzijde getolereerd (DN).

Over het algemeen geeft men de maatvoering van pijp aan in inches. De buitenkant van pijp ruw en de wanddikte en de rondheid kunnen in geringe mate afwijkingen vertonen.

Bekende soorten pijp zijn gaspijp, stoompijp en vlampijp. Veel pijpen en fittingen worden met elkaar verbonden doormiddel van smeltlasverbindingen. Daarnaast kan men ook gebruik maken van schroefdraadverbindingen. Dit gebeurd met pijpen met diameters tot 3 inch. Naast schroefdraadverbindingen kan men ook flensverbindingen gebruiken voor pijpstukken.

Wat is een buis?
Op pijp kan men tot een bepaalde diameter schroefdraad snijden. Daarvoor is een buis echter niet geschikt. Een buis heeft een veel geringere wanddikte dan pijp. Buizen worden op een andere manier aan elkaar verbonden. Hierbij maakt men gebruik van zogenoemde buisfittingen. Deze fittingen schuift men over de buizen heen. Vervolgens kan men een knelverbinding maken met een apparaat maar er zijn ook persfittingen. De kwaliteit van de verbinding is voor een groot deel afhankelijk van de wand. De wand van een buis ziet er anders uit dan de wand van een pijp. Een buis is ook aan de buitenkant glad en precies rond. De wanddikte van de buis is, zoals eerder benoemd, ook geringer dan een pijp.

De maat van een buis wordt op basis van een buitendiameter aangegeven. Dit wordt in Nederland in mm aangeduid. Men zegt ook wel dat een buis aan de buitenzijde is getolereerd.

Wat is een pijpfitting?
Een pijpfitting is een verbinding tussen twee pijpen. Deze verbinding is uitneembaar maar men treft wel speciale voorzieningen die er voor zorgen dat de pijpfitting niet uiteen kan gaan door de vloeistoffen of het gas die er door getransporteerd worden. Een pijpfitting wordt door een pijpfitter aangebracht. Dit kan een loodgieter of cv-monteur zijn. De schroefdraad kan indien gewenst op de buizen of pijpen worden gesneden door een schroefdraadsnijder. Om er voor te zorgen dat de pijpen niet uit elkaar kunnen raken en geheel waterdicht zijn maakt men gebruik van teflon tape, hennep of fitterskit. Deze afdichtmaterialen worden over het schroefdraad heen aangebracht, vervolgens wordt het andere deel van de leiding (sok, bocht of T-stuk) over het schroefdraad met het afdichtmiddel heen gedraaid. Zo ontstaat, als het goed is, een waterdichte verbinding tussen twee leidingdelen.

Naast fittingen die gebaseerd zijn op schroefdraad zijn er ook fittingen die tot stand komen door zogenoemde persverbindingen. Hierbij worden de leidingen doormiddel van een speciaal persapparaat aan elkaar geperst. Als men persverbindingen aanbrengt vervormt men de pijp meestal permanent. Het materiaal dat men voor de pijp gebruikt moet dus vervormbaar zijn. Het ene deel wordt bijvoorbeeld in het andere deel geschoven om vervolgens de leidingen aan elkaar te persen met een speciaal daarvoor ontworpen apparaat.

Fitten of lassen
Men gebruikt vaak naast het woord fitter ook het woord lasser. Deze twee beroepen komen allebei in de installatietechniek en leidingbouw voor. Over het algemeen wordt in dit verband met een fitter iemand bedoelt die de leidingen aan elkaar koppelt met een fitting. Ook kan een fitter de leidingen met een kleine hechtlas aan elkaar verbinden. In dat geval volgt een lasser die de leiding aflast zodat er een permanente lasverbinding ontstaat. Een lasverbinding is in beginsel niet uitneembaar en moet daarom door een specialistische lasser worden aangebracht.

Lasverbindingen in de installatietechniek worden doormiddel van het autogeen of TIG lasproces aangebracht. In de procesindustrie zoals de zuivelindustrie maakt men veel gebruik van roestvaststalen leidingen. Deze leidingen worden doormiddel van het TIG lasproces aangebracht. In de zuivel worden zeer hoge eisen gesteld aan de binnenkant van de leidingen. De lassen moeten door de zuivellasser zo worden aangebracht dan de binnenkant goed uitvloeit zodat er geen bacteriën achter de lasnaad kunnen achterblijven.

Er zijn verschillende technieken zoals het wikken (ook wel walking the cup genoemd) om deze lasverbindingen te realiseren. De meeste lasverbindingen in de zuivel moeten conform een bepaalde lasmethodekwalificatie (LMK) worden aangebracht. Een lasser dient dan een lascertificaat te behalen waarin is aangegeven dat hij of zij een dergelijke las met een specifiek lasproces in een bepaalde positie (meestal G6 of HL-45) mag aanbrengen.

Koppel fitter en lasser
Lassers die over een dergelijk lascertificaat beschikken worden in de praktijk meestal alleen als lassers ingezet en niet als fitter. Over het algemeen maakt men een ‘koppel’ van een fitter en een lasser. De fitter gaat voor de lasser uit om de leidingen in te meten en de tijdelijke hechtlas aan te leggen. De lasser maakt het leidingwerk vervolgens met hoogwaardige lasverbindingen af. Op die manier werkt men samen aan een professionele leiding en wordt iedereen in zijn of haar vakdiscipline ingezet. Men kijkt bij het fitten en lassen vaak naar de wanddikte van de pijp. Om die reden geeft een leidinglasser vaak aan dat hij of zij ervaring heeft met dikwandige (stoompijp) of dunwandige leidingen.

Wat is een wikker en wat doet een wikker (TIG-lasser)?

Het woord ‘wikker’ is een aanduiding voor bepaalde lassers die meestal werkzaam zijn in de zuivelindustrie en voedingsmiddelen industrie. Wikker is afgeleid van wikken. Het wikken is een lastechniek die kan worden toegepast met het TIG lasproces. In het Engels wordt wikken ook wel walking the cup genoemd. Met deze aanduiding wordt duidelijk dat men op een bepaalde manier met de lastoorts beweegt om een las tot stand te brengen.

Wat doet een wikker?
Tijdens het wikken maakt de lasser met de lastoorts 8 vormige bewegingen over de lasnaad heen. Daarbij draait de lastoorts in een continue proces over het smeltbad heen. Er wordt tijdens het wikken een extra slag gemaakt over het smeltbad omdat de toorts iets teruggedraaid wordt. Daardoor blijft het smeltbad langer vloeibaar. Dit heeft tot gevolg dat de las beter uitvloeit aan de bovenkant maar ook aan de onderkant. Als men zowel aan de bovenkant als aan de onderkant voldoende backinggas aanbrengt op het lasproces dan vloeit de las mooi uit en wordt een hoogwaardige lasverbinding tot stand gebracht.

Is een wikker een zuivellasser?
De hoogwaardige lasverbinding die in de vorige alinea is benoemt is van belang voor de zuivelindustrie. In deze industrie moet men onder strenge hygiënische normen werken. De leidingen die worden gebruikt voor het transporteren van zuivel mogen geen oneffenheden of gaten bevatten omdat daar voedingsresten achter kunnen blijven die vervolgens kunnen gaan rotten. De ontwikkeling van bacteriën moet worden voorkomen in leidingen.

Daarom moeten de lasverbindingen goed vloeien aan de binnenkant. Wikkers gebruiken daarvoor een speciale techniek. Deze techniek hoeft echter niet beslist te worden toegepast om tot een goede zuivellas te komen. Een wikker zou aan de slag kunnen in de zuivelindustrie maar dat hoeft niet. Daarom is niet elke zuivellasser een wikker en wordt niet elke las in de zuivel doormiddel van wikken aangebracht.

Wat doet een zuivellasser?

Zuivellasser is een benaming die soms wordt gebruikt voor lassers die in de zuivelindustrie werken. Niet iedereen gebruikt de benaming ‘zuivellasser’ voor lassers die in deze industrie werkzaam zijn. Desondanks is het belangrijk om wel te weten wat men onder een zuivellasser verstaat wanneer men het over dit beroep of deze functie heeft. Pas wanneer men weet wat er van een zuivellasser verwacht wordt kan men een duidelijk functieprofiel voor dit beroep opstellen en kan men aan de hand daarvan sollicitanten selecteren die in aanmerking willen komen voor dit beroep.

Wat zijn zuivellassen

Voordat men een duidelijk beeld kan krijgen over het beroep zuivellasser zal men eerst een beeld moeten krijgen van zuivellassen. Men kan namelijk verwachten dat het maken van zogenoemde ‘zuivellassen’  tot de kerntaken zal behoren van de zuivellasser. In de zuivelindustrie produceert men zuivelproducten.  Dit zijn voedingsmiddelen die gefabriceerd worden van koeienmelk.

Omdat zuivelproducten tot de voedingsmiddelen van mensen behoren zijn de eisen die aan deze producten worden gesteld zeer streng. De voedselveiligheid is van groot belang. Daarom doet men er alles aan om zuivelproducten veilig te produceren.  Dit gebeurt in zuivelfabrieken. In deze fabrieken zijn veel leidingen aangebracht waardoor vloeibare zuivelproducten heen worden gepompt.  Deze zuivelleidingen zijn gemaakt van een corrosievast materiaal, zoals roestvaststaal (RVS). De zuivelleidingen worden op verschillende manieren aan elkaar verbonden. Dit verbinden noemt men ook wel fitten. Een uitneembare verbinding tussen leidingen kan tot stand worden gebracht doir gebruik te maken van zogenaamde zuivelkoppelingen. Een onuitneembare verbinding tussen zuivelleidingen komt tot stand doormiddel van een lasverbinding. Aan deze lasverbinding worden hoge eisen gesteld. De las moet geheel waterdicht en luchtdicht zijn. Daarnaast moet de las gelijkmatig zijn en aan de binnenkant van de leiding goed vloeien zodat er geen opstaande rand ontstaat en geen gaatjes.  Achter een opstaande rand kunnen zich namelijk bacteriën hechten. Daardoor zou de zuivelleiding vervuild kunnen worden waardoor de voedselveiligheid in het geding kan komen.

Hoe komt een zuivellas tot stand?

Een zuivellas wordt doormiddel van het TIG proces tot stand worden gebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van een elektrische boog waarmee de laskanten van de leidingen onder hoge temperatuur tot smelten worden gebracht. De zuivellasser kan gebruik maken van lastoevoegmateriaal wat hij in het smeltband van het lasproces kan aanbrengen. Een ervaren zuivellasser kan echter ook zonder lastoevoegmateriaal zogenoemde vloeilassen aanbrengen. Dit zijn zeer smalle ondiepe lasverbindingen die eigenlijk alleen geschikt zijn voor dunwandige zuivelleidingen.

TIG lassen wordt gedaan met een inert beschermgas. Dit gas zorgt er voor dat het smeltbad is beschermd en de las niet wordt vervuild. Een zuivellas wordt meestal tussen zuivelleidingen aangebracht. Daarnaast kunnen ook bochten en T-stukken doormiddel van een zuivellas aan een zuivelleiding worden verbonden. Verder kan men zuivelkoppelingen vastlassen aan de uiteinden van zuivelleidingen. Hierdoor kan de zuivelleiding aan een andere zuivelleiding met zuivelkoppeling worden gefit. Een zuivellas wordt soms met een camera aan de binnenkant gecontroleerd om na te gaan of de doorlas van acceptabel niveau is om de leiding voor de zuivelindustrie te gebruiken. Het werk van een zuivellasser kan zo worden gecontroleerd.

Hoe wordt je een gecertificeerde zuivellasser

Een zuivellasser brengt de hiervoor genoemde lassen aan in zuivelleidingen. Daarvoor kan een lascertificaat vereist zijn. Dit lascertificaat is persoonsgebonden.  Op een lascertificaat is aangeven voor welk lasproces de lasser gecertificeerd is en onder welke positie hij of zij de las heeft aangebracht tijdens de lasproef. De lasproef wordt gedaan onder toezicht van een onafhankelijke getuige. Nadat de las conform de lasmethode is aangebracht wordt het werkstuk gecontroleerd in een testlaboratorium. Daar wordt de las meestal aan een aantal testen onderworpen. Deze testen kunnen bestaan uit een Niet Destructief Onderzoek, zoals röntgenfoto’s en geluidsgolven maar Destructief Onderzoek komt ook voor zoals zaagsnedes en trekproeven. Bij Destructief Onderzoek wordt de lasverbinding tijdens het onderzoek vernietigd en bij Niet Destructief Onderzoek niet. Als de testen succesvol zijn verlopen wordt een rapport opgemaakt. Dit rapport is de basis voor het lascertificaat. Zodra de lasser dit certificaat in handen heeft is hij of zij een gecertificeerde lasser.

Werkzaamheden van een zuivellasser

Het aanbrengen van een zogenaamde zuivellas is slechts een aspect van de werkzaamheden van een zuivellasser. Een zuivellasser doet zijn werk in de praktijk vaak onder wisselende omstandigheden.  Zo kunnen de zuivelleidingen ‘in het werk’ worden gelast, dit wordt ook wel ‘in positie lassen’ genoemd. Dit is complex werk omdat zuivelleidingen op verschillende plekken in een zuivelfabriek kunnen zijn aangebracht.  Daardoor zal de zuivellasser ook vaak in moeilijke hoeken zijn lassen aan moeten brengen. Bovendien moeten die lassen ook van hoogwaardige kwaliteit zijn. Een zuivellasser moet dus in alle omstandigheden kwaliteit leveren.

Eenvoudiger wordt het wanneer de lasser zijn zuivellas prefab kan aanbrengen aan bijvoorbeeld een werkbank. Bij het maken van prefab lassen kan de lasser zijn laspositie zelf bepalen en daardoor wordt het werk eenvoudiger en is het bovendien makkelijjer om aan de gewenste kwaliteit te voldoen. Vaak moet een zuivellasser zelf ook de laskanten bewerken van de zuivelleidingen zodat de las er goed in aangebracht kan worden. Daarbij moet rekening worden gehouden met de vooropening. Dit is de plaats in de lasnaad waar de lasser begint met lassen. Een zuivellasser werkt in de praktijk vaak samen met een fitter. De fitter meet de leidingen in en legt indien nodig een hechtlas. De zuivellasser gaat achter de fitter aan om het werk oo zuivelniveau af te lassen. Sommige zuivellassers kunnen ook fitten maar die combinatie is zeldzaam.

Wat doet een stereo lasser of een simultaan lasser in de werktuigbouwkunde?

In de werktuigbouwkunde worden regelmatig stereolassers of simultaanlassers gevraagd. Dit zijn twee verschillende functiebenamingen waarmee in principe dezelfde functie wordt bedoelt. In onderstaande tekst worden de functies stereo lasser en simultaan lasser gebruikt. In de praktijk gebruikt men deze functienamen ook regelmatig naast elkaar binnen een bedrijf. Zo kan het voorkomen dat de ene lasser zich stereo lasser noemt en zijn collega noemt zich simultaan lasser terwijl ze in feite dezelfde werkzaamheden uitvoeren op de werkvloer.

Wat zijn de werkzaamheden van stereolassers of simultaanlassers?
Stereolassers en simultaanlassers zijn in de eerste plaats lassers. Meestal beheersen deze lassers het TIG lasproces op een hoog niveau omdat voor stereolassen over het algemeen TIG wordt gebruikt. Dit houdt in dat veel stereolassers TIG lassen beheersen op niveau 3 of hoger. Ze moeten meestal lassen in verschillende plaatdiktes en wanddiktes aanbrengen.

Het stereolassen houdt in dat deze las aan twee kanten tegelijk wordt gelegd. Hiervoor zijn twee lassers nodig. De ene lasser staat aan de binnenkant van het werkstuk, bijvoorbeeld een tank, de andere lasser staat aan de buitenkant. Beide lassers moeten er voor zorgen dat het smeltbad tijdens het lasproces goed gevormd wordt. Door een goed smeltbad ontstaat een goede las aan de buitenkant en aan de binnenkant.

Het is belangrijk dat niet alleen de lassers goed op elkaar afgestemd zijn. Ook de lastoestellen moeten op de juiste manier worden ingesteld. Het aantal ampères waarop het lastoestel moet worden ingesteld is onder andere afhankelijk van de wanddikte of plaatdikte van het werkstuk. Als deze wanddikte of plaatdikte vereist dat er met 130 ampère gelast moet worden zal men dit totaal over de twee stereo lassers of simultaan lassers moeten verdelen. Anders ontstaat er te veel warmte inbreng tijdens het lassen. Dit zorgt er voor dat het smeltbad teveel vloeit en er gaten ontstaan. Een goede las kan met een te hoge warmte inbreng niet worden gemaakt. Daarnaast kan ook het werkstuk door een te hoge warmte inbreng worden beschadigd.

Het totaal aantal ampères wordt verdeeld tussen de twee simultaanlassers of stereolassers.  Omdat in de praktijk meestal één van de twee lassers het toevoegmateriaal in het smeltbad aanbrengt wordt het totaal niet precies in twee gelijke helften verdeeld. Degene die het toevoegmateriaal aanbrengt zal met iets meer ampère lassen dan de andere lasser. Een totaal aantal ampères van 130 kan worden verdeeld in 70 ampère voor de lasser die lastoevoegmateriaal aanbrengt en 60 ampère voor de lasser die aan de andere kant staat. Naarmate de plaatdikte groter wordt zal het lastoestel ook op meer ampères moeten worden ingesteld.

Waarvoor wordt stereolassen of simultaanlassen gebruikt?
Stereolassen of simultaanlassen wordt toegepast voor aluminium en vooral voor werkstukken die gemaakt zijn van roestvaststaal. Hierbij kan gedacht worden aan grote RVS tanks voor de voedingsmiddelenindustrie. Daarnaast wordt stereolassen of simultaanlassen ook gebruikt voor leidingen met een grote diameter. De diameter moet groot genoeg zijn voor een lasser die aan de binnenkant de las gelijktijdig met een lasser aan de buitenkant kan aanbrengen. De reden waarom stereolassen en simultaan lassen veel wordt gebruikt in de zuivel en andere voedingsmiddelenindustrieën heeft te maken met de hoge eisen die aan de voedselhygiëne worden gesteld. Het stereolasproces of simultaanlasproces zorgt voor een perfecte doorlas aan de binnenkant van het werkstuk. Hierdoor ontstaan tijdens het lassen geen opstaande randen of andere oneffenheden waarachter voedingsresten en vuil kunnen hechten. Deze resten kunnen een bron van bacteriën vormen en daardoor de kwaliteit van het voedsel nadelig beïnvloeden.

Welke vaardigheden hebben stereolassers en simultaanlassers?
Lassers die werkzaam zijn in de zuivel moeten hoogstaande laskwaliteit leveren. Het lasproces dat voor simultaanlassen of stereolassen wordt gebruikt is meestal TIG. De lasser heeft doordat hij zelf handmatig toevoegmateriaal in het smeltbad brengt een goede controle over dit smeltbad en kan daardoor de kwaliteit van de las goed beïnvloeden. TIG lassers moeten gevoel hebben voor het lasproces en moeten in hoge mate nauwkeurig zijn. Als deze lassers werken aan werkstukken die in contact komen met voedingsmiddelen worden de kwaliteitseisen nog zwaarder. Vaak moeten lassers dan specifieke lascertificaten halen voordat ze een las in de zuivel of voedingsmiddelenindustrie mogen aanbrengen.