Indeling soorten elektrische spanning

Elektrische spanning wordt uitgedrukt in de grootheid Volt (V). Wanneer elektrisch geladen deeltjes ongelijk over twee polen verdeeld zijn en willen bewegen, is er sprake van spanning. Er zijn vier verschillende soorten spanning. Deze verschillende soorten spanning zijn ingedeeld in het aantal Volt. Door deze indeling en benaming wordt inzichtelijk met wat voor type elektrische installatie een elektromonteur werkt.

  • Zeer lage spanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 12V tot 24V.
  • Laagspanning
    De categorie laagspanning wordt opgedeeld in twee groepen:
    –             Wisselspanning tot 1000V en
    –             Gelijkspanning tot 1500V.
  • Middenspanning
    Dit zijn elektrische spanningen van 1.000V tot 50.000V.
  • Hoogspanning
    Hieronder vallen elektrische spanningen van 50.000V tot meer dan 380.000V.

Verschil tussen gelijkspanning en wisselspanning
Elektrische spanning wordt ook wel ingedeeld in wisselspanning en gelijkspanning. We leggen het verschil tussen deze twee begrippen kort uit. Bij wisselspanning wisselt de richting van elektronen vandaar de benaming wisselspanning. Als iemand een elektrische schok krijgt van een elektrische installatie met wisselspanning dan veroorzaakt dat een forse stoot, maar de persoon blijft niet vastzitten aan het gedeelte van de elektrische installatie die onder spanning staat.

In een elektrische installatie met gelijkspanning stromen de elektronen steeds in dezelfde richting. Als men een stroomschok krijgt van gelijkspanning dan veroorzaakt dat spierkramp. De persoon blijft na de schok vaak verkrampt vastzitten aan de elektrische installatie. Gelijkspanning veroorzaakt bij kortsluiting grotere vlambogen dan wisselspanning. Als men het heeft over veilig werken met elektriciteit moet men de verschillen in risico’s tussen gelijkspanning en wisselspanning goed weten.

Veilige spanning
Werken met veilige spanning is ook mogelijk in de elektrotechniek. Men heeft het over veilige spanning omdat er bij een bepaalde spanning geen gevaar is voor de veiligheid en gezondheid van de werknemer. Veilige spanning is:

  • Wisselspanning met maximaal 50 V(olt)
  • Gelijkspanning met maximaal 120 V(olt)

In vochtige, nauwe ruimten is men verplicht om veilige spanning toe te passen in elektrische installaties. Daarnaast wordt in speciale instellingen zoals in zwembaden en ziekenhuizen gewerkt met een zeer lage spanning: 12 V(olt).

Werken aan elektrische installaties
Het werk van een elektromonteur brengt gevaren met zich mee. Het bekendste gevaar is een elektrische schok die in een alinea hierboven al even is benoemd. Om te voorkomen dat men een elektrische schok krijgt zal men de spanning van een elektrische installatie moeten uitschakelen. Het werk aan elektrische installaties is overigens het werk van specialisten alleen bevoegde elektromonteurs die een gedegen opleiding hebben gehad mogen aan een elektrische installatie werken. In de NEN 3140 wordt een indeling gegeven op basis van de bevoegdheid van elektromonteurs. Daarbij wordt onderscheid gemaakt tussen een:

  • Voldoende Onderricht Persoon (VOP) die onder toezicht van een VP nauwkeurig omschreven werkzaamheden mag uitvoeren aan elektrische installaties.
  • Vakbekwaam persoon (VP) mag zelfstandig aan elektrische installaties werken.
  • Installatieverantwoordelijke (IV)
  • Werkverantwoordelijke (WV).

De hierboven genoemde personen mogen in meer en mindere mate zelfstandig aan elektrische installaties werken. Daarvoor krijgen deze personen een schriftelijke aanwijzing van hun leidinggevenden. Personen die geen of onvoldoende elektrotechnische kennis hebben worden ook wel een ‘leek’ genoemd. Een leek mag niet of nauwelijks aan elektrische installaties werken. Een Leek geen aanwijzing en is iemand anders dan een Vakbekwaam Persoon of Voldoende Onderricht Persoon. Een leek kan bijvoorbeeld elektrische bedrading verwijderen bij de sloop van een gebouw. Uiteraard dient deze bedrading dan niet onder spanning te staan.

Veilig werken met een vorkheftruck

Een vorkheftruck is een combinatie van een hefmiddel en transportmiddel en wordt voortbewogen doormiddel van een elektromotor of een verbrandingsmotor. Vorkheftrucks worden in veel logistieke bedrijven gebruikt maar ook in andere bedrijven die magazijnen bevatten. Een vorkheftruck bevat twee lange lepels die uitermate geschikt zijn voor het vervoeren van goederen die op pallets staan. Deze twee lepels zorgen voor een gevorkte vorm waar de vorkheftruck haar naam aan dankt. In magazijnen worden vaak elektrisch aangedreven vorkheftrucks gebruikt. Buiten gebruikt men vaak grotere vorkheftrucks die voorzien zijn van een verbrandingsmotor en lasten kunnen tillen tot een gewicht van tien ton.

Gevaren bij het werken met vorkheftrucks
Heftrucks worden veel gebruikt maar dat zorgt er niet voor dat het eenvoudig is om deze transportvoertuigen te besturen. In een magazijn kunnen allemaal risicovolle factoren aanwezig zijn waardoor het werken met een vorkheftruck gevaren met zich meebrengt. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf de risico’s van het bedrijf moeten benoemen en daarbij moeten aangeven hoe de risico’s bestreden kunnen worden in een plan van aanpak. In de Risico Inventarisatie en Evaluatie zal een bedrijf ook de risico’s moeten beschrijven omtrent de interne transportmiddelen zoals heftrucks. We noemen een aantal veelvoorkomende gevaren en ongelukken die te maken hebben met het verkeerd gebruiken van vorkheftrucks:

  • Kantelen van het voertuig.
  • Vallen of kantelen van de lading.
  • Aanrijden van personen en constructies.
  • Schade aan heftruck en goederen door roekeloos gebruik.
  • Inademen van uitlaatgassen van de dieselmotor bij het werken in een afgesloten ruimte.

Een belangrijk deel van de risico’s kan worden voorkomen door het in acht nemen van veiligheidsaspecten zoals voldoende kennis over het veilig werken met heftrucks en de technische specificaties van de heftruck. Deze twee onderwerpen zijn in de volgende alinea’s beschreven.

Heftruck certificaat
Er zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met een vorkheftruck. De bestuurder moet bijvoorbeeld minimaal 18 jaar zijn.
Vanaf 16 jaar mag iemand wel op een heftruck rijden als jde persoon daarvoor deskundig is opgeleid en onder toezicht staat van een verantwoordelijke persoon zoals een leidinggevende.

Het is belangrijk dat de bestuurder van de heftruck voldoende ervaring heeft en op de hoogte is van de bediening van de heftruck. Doormiddel van het behalen van een heftruckcertificaat of certificaat veilig werken met een vorkheftruck kan een (aankomend) bestuurder van een heftruck de belangrijkste (veiligheids-) richtlijnen en instructies leren die nodig zijn voor het dagelijks werken met vorkheftrucks. Een heftruckcertificaat zou men kunnen beschouwen als een soort rijbewijs voor heftrucks. Veel bedrijven stellen een heftruckcertificaat verplicht als een werknemer tijdens de werkzaamheden gebruik moet maken van een heftruck.

Een cursus voor een heftruckcertificaat wordt door een erkend opleidingsinstituut gehouden. Deelnemers moeten de heftruckcursus afronden met een examen. Bij het succesvol afronden van het examen ontvangt de deelnemer het heftruckcertificaat. Met het heftruckcertificaat kan de heftruckchauffeur aantonen dat hij of zij over de basisvaardigheden beschikt om veilig een heftruck te kunnen besturen. Uiteraard dient de heftruckchauffeur hetgeen hij of zij geleerd heeft in de heftruckcursus ook toe te passen in de praktijk. Alleen een heftruckcertificaat biedt geen garantie voor veilig werken de houding, motivatie en concentratie van de heftruckchauffeur is zeer belangrijk voor de veiligheid op de werkvloer.

Werklastdiagram vorkheftruck
Ook zal de bestuurder op de hoogte moeten zijn van de technische specificaties van de heftruck en moeten weten wat de maximale last is die een heftruck kan heffen en verplaatsen. Veel informatie kan de heftruckchauffeur vinden op de typeplaat van de heftruck en de werklastdiagram. De werklastdiagram maakt voor de heftruckchauffeur inzichtelijk of een bepaalde last veilig en verantwoord door de heftruck kan worden opgetild en vervoerd. Op de werklastdiagram staat naast het maximale hefvermogen ook de maximale hefhoogte aangegeven. Daarnaast geeft de werklastdiagram informatie over de stabiliteit van de vorkheftruck.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met een vorkheftruck
Hiervoor zijn een aantal belangrijke aspecten benoemd met betrekking tot het veilig werken met een vorkheftruck. Er zijn echter ook nog een heleboel regels als het gaat om veilig werken met vorkheftrucks. We noemen een aantal belangrijke:

  1. Iedere dag moet voor de start van de werkzaamheden met de heftruck zal de heftruck aan de hand van een checklist moeten worden gecontroleerd. Als de heftruck in technisch goede staat is en veilig is kan men deze gebruiken.
  2. Heftrucks moeten voorzien zijn van een claxon voor het geven van een waarschuwingsgeluid. Ook dient de heftruck voorzien te zijn van een uitneembare sleutel zodat niet iedereen de heftruck kan gebruiken. De plaats van de bestuurder dient beschermd te zijn door een stevige kooi en daarnaast moet de bestuurder gebruik maken van een veiligheidsgordel.
  3. Zorg dat je de veiligheidsregels opvolgt. Kijk ook naar de waarschuwingsborden en afgezette zones. Rijd langzaam met de heftruck door paden waarop personeel zich te voet verplaatst.
  4. Een heftruck is bestemd voor 1 persoon en meerijden van andere personen is niet toegestaan tenzij er een extra stoel is aangebracht op de heftruck.
  5. Met de heftruck mag men niet hijsen tenzij er een speciale hijsvoorziening is gemonteerd op de heftruck.
  6. Er mogen geen personen worden opgehesen met de heftruck. Het staan op de lepels van een heftruck is verboden. Ook wanneer personen op een pallet gaan zitten mogen ze beslist niet met een heftruck worden verplaatst. Het naar boven hijsen van personen mag alleen met een goedgekeurde werkbak.
  7. Een heftruck moet onbelast geparkeerd worden. De moet op de vloer liggen en de mast van de heftruck moet iets voorover hellen.
  8. Zorg er voor dat de opgetilde lasten niet op mensen kunnen vallen. Daarom moet de last niet boven mensen worden getild en getransporteerd.
  9. Snel optrekken en abrupt remmen moet worden vermeden.
  10. Rijd zoveel mogelijk in rechte lijnen en verander niet plotseling van richting met of zonder lading.
  11. In het geval een heling moet worden opgereden met een heftruck dan moet deze heling altijd opwaarts vooruit gereden worden. Bij het naar beneden rijden van een helling moet men achteruit rijden. Dan bevind de last zich dus aan de achterzijde van de heftruck om kantelen van de last te voorkomen.
  12. Het is verboden mobiel te bellen, sms-en en te app-en terwijl men rijd met de heftruck.
  13. Zorg dat je voldoende zicht hebt tijdens het heftruckrijden. Als de last het zicht belemmerd moet men niet vooruit rijden maar juist achteruit om voldoende zicht te blijven houden.
  14. Als een last bestaat uit opgestapelde objecten of materialen dan moeten deze in een stevig verband zijn opgestapeld.
  15. Het contragewicht aan de achterkant van de heftruck mag niet verzwaard worden.

Wat is een bedrijfsnoodplan?

Een bedrijfsnoodplan wordt ook wel een calamiteitenplan genoemd en is een beschrijving van de maatregelen en voorzieningen die een bedrijf heeft getroffen om zich voor te breiden op calamiteiten en noodsituaties. Doormiddel van een bedrijfsnoodplan wordt inzichtelijk gemaakt hoe een bedrijf zal omgaan met noodsituaties. In dit plan worden de afspraken, procedures en organisatiestructuren weergegeven die van belang zijn wanneer er sprake is van een noodsituatie. Het bedrijfsnoodplan maakt inzichtelijk wie welke taken, verantwoordelijkheden en bevoegdheden heeft en maakt duidelijk hoe de afstemming met is met hulpdiensten en andere organisaties.

Is een bedrijfsnoodplan verplicht?
Het antwoord op bovenstaande vraag is ‘ja’. Elk bedrijf is in Nederland verplicht om een bedrijfsnoodplan te hebben. Dit is vastgelegd in Artikel 15 van de Arbeidsomstandighedenwet. Het doel van bedrijfsnoodplan is om de gevolgen van een noodgeval of calamiteit te bestrijden of te verminderen. Leidinggevenden in een organisatie zullen de inhoud van het bedrijfsnoodplan moeten kennen en moeten weten wat hun verantwoordelijkheden en verplichtingen zijn voor het geval er zich een noodsituatie voordoet.

Ook uitvoerende of operationele medewerkers moeten een bedrijfsnoodplan ontvangen voordat ze een bedrijfsterrein gaan betreden. Deze verplichting is ook van toepassing op tijdelijke krachten zoals uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Door deze verplichte verstrekking van het bedrijfsnoodplan zal elke persoon die een bepaald werkterrein of gebouw betreedt op de hoogte zijn van de acties die moeten worden ondernomen als er een calamiteit of noodsituatie is ontstaan. Het is echter niet overzichtelijk en effectief om iedere werknemer en leidinggevende een dik boek met allemaal regels en verplichtingen te verstrekken.

In plaats daarvan maken bedrijven gebruik van overzichtelijke folders en kleine boekjes waarin met behulp van foto’s is aangegeven welke zaken van belang zijn als er noodsituaties zijn ontstaan. Naast deze overzichtelijke documenten worden vaak borden gebruikt met daarop duidelijke richtlijnen en aanwijzingen waar men heen moet gaan als er een calamiteit heeft plaatsgevonden en waar men dan rekening mee moet houden.

Onderdelen bedrijfsnoodplan
Een bedrijfsnoodplan bestaat uit een aantal onderdelen. De inhoud van een bedrijfsnoodplan kan verschillen tussen organisaties en zal in grote mate worden beïnvloed door de aard van de risico’s en de omvang van het gebouw of werkterrein. Het plan moet in ieder geval de volgende onderdelen bevatten:

Doelstellingen
In dit deel zijn het type noodgevallen en calamiteiten beschreven waar het bedrijfsnoodplan op is gericht. Daarbij wordt een omschrijving gegeven en zijn de scenario’s benoemd en de mogelijke omvang en effecten. Ook de aanwezigheid van schadelijke en gevaarlijke stoffen wordt hierbij benoemd. Ook is aangegeven waar de relevante informatie gevonden kan worden. De doelstellingen dienen zo geformuleerd te zijn dat het bedrijfsnoodplan in de praktijk toepasbaar is, ook tijdens oefeningen.

Organisatiestructuur
In het bedrijfsnoodplan moet een duidelijke structuur worden benoemd waarmee inzichtelijk wordt gemaakt welke rol het personeel heeft dat binnen het bedrijf werkzaam is. Ook de verantwoordelijkheden dienen duidelijk te worden benoemd evenals de bevoegdheden van bepaalde personen zoals bedrijfshulpverleners (BHV-ers) en leidinggevenden. Verder dient duidelijk inzichtelijk te worden gemaakt hoe de afstemming plaatsvind met de gemeentelijke rampenbestrijdingsorganisatie.

Communicatie
Een bedrijfsnoodplan gaat voor een groot deel om communicatie, elk personeelslid, leidinggevende en specialist moet weten wat er van hem of haar wordt verwacht. In een communicatieplan wordt dit duidelijk. Het communicatieplan maakt de procedures inzichtelijk over hoe ambulancepersoneel, brandweer, overheidsdiensten, politie en andere relevante instanties opgevangen moeten worden door de organisatie wanneer de melding is gedaan. Kortom wie houdt op welke manier contact met deze verschillende partijen nadat ze op de werklocaties aanwezig zijn om bijstand te verlenen.

Instructieplan
In het instructieplan wordt duidelijk gemaakt wanneer de werknemers geïnstrueerd worden omtrent het calamiteitenplan. De werknemers dienen namelijk voor het betreden van het werkterrein of gebouw op de hoogte zijn van het bedrijfsnoodplan. Het moment van de instructie en de manier waarop de instructie omtrent het bedrijfsnoodplan plaatsvind is vastgelegd in het instructieplan.

Procedures
Een aantal specifieke procedures die moeten opgevolgd worden in het geval van een calamiteit moeten duidelijk zijn omschreven. Dit gaat om de waarschuwings- en alarmeringsprocedures. Dit deel van het bedrijfsnoodplan bevat informatie over:

  • Welke persoon, op welke manier en door welke verantwoordelijk intern gealarmeerd zal moeten worden.
  • Hoe intern gespecialiseerd personeel moet worden opgeroepen en door wie dat gedaan kan worden.
  • Welke perspoon of personen geautoriseerd om hulpdiensten te alarmeren. De alarmnummers moeten makkelijk vindbaar zijn.
  • Op welke plaats of plaatsen het personeel zich dient te verzamelen. Deze verzamelplekken dienen bij iedereen bekend te zijn.

Tekeningen
Een bedrijfsnoodplan bevat ook tekeningen. Dit kunnen tekeningen zijn van een werkterrein maar ook van een gebouw. In het laatste geval zal van elke laag van een gebouw in een tekening moeten worden aangegeven wat de vluchtwegen zijn, waar de blusmiddelen zijn geplaatst en waar de brandmelders zijn aangebracht.

Medische verzorging
Binnen het bedrijfsnoodplan dient ook aandacht te worden besteed aan hoe gewond personeel kan worden geholpen. Voor slachtoffers dienen ook veilige verzamelplaatsen aanwezig te zijn. De medische noodcentra en faciliteiten moeten bekend zijn.

Wat is SSVV of Stichting Samenwerken voor Veiligheid?

SSVV is een afkorting die staat voor Stichting Samenwerken voor Veiligheid en is een onafhankelijke organisatie die onder andere het VCA-systeem beheert. Binnen deze onafhankelijk stichting zijn alle partijen vertegenwoordigd die bij het VCA-systeem zijn betrokken. Dit zijn onder andere petrochemische bedrijven. Doormiddel van kennis en opleiding wil deze stichting de veiligheid op de werkvloer bevorderen. Veel ongelukken kunnen namelijk worden voorkomen door de veiligheidsrichtlijnen te kennen en daarnaar te handelen. Voor dit doeleinde heeft de SSVV een speciale opleidingsgids ontwikkeld, daarover kun je in de volgende alinea’s meer lezen.

SSVV Opleidingen Gids
Vanuit de SSVV wordt een zogenaamde SSVV Opleidingengids aangeboden. Deze opleidingsgids bevat zogenaamde SOG opleidingen waarbij de letters SOG staan voor SSVV Opleidingen Gids. De SSVV opleidingsgids is bedoelt om informatie te verstrekken aan opdrachtgevers en opdrachtnemers over risicovolle werkzaamheden, risicovolle arbeidsomstandigheden en werkomgevingen waar risico’s zich kunnen voordoen. Onder opdrachtgevers en opdrachtnemers vallen aannemers, onderaannemers, uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Daarnaast biedt de SSVV opleidingengids informatie aan gecertificeerde instellingen met betrekking tot de eisen waaraan de toetsing dient te voldoen. De SSVV opleidingengids maakt daarnaast duidelijk voor welke werkzaamheden en activiteiten in de petrochemische sector aanvullende opleidingen en examinering verplicht is. De examens zullen moeten worden afgelegd bij een SOG-examencentrum dit is een opleidingscentrum dat door de SSVV is erkend.

Verschillende VCA / VCU certificaten voor bedrijven en werknemers

VCA-certificering is bedoeld voor bedrijven die actief zijn in verschillende sector waar risicovolle werkzaamheden op de werkvloer worden verricht. Naast de werkzaamheden kunnen ook de werkomgeving en de arbeidsomstandigheden risico’s met zich meebrengen. Men kan hierbij denken aan bedrijven die actief zijn in de petrochemische sector, de industrie, bouw en elektrotechniek. In al deze sectoren worden verschillende werkzaamheden uitgevoerd. Het VCA is een algemeen veiligheidscertificaat dat voor meerdere sectoren wordt gebruikt. VCA is een afkorting die staat voor VGM Checklist Aannemers. Hierbij staat de afkorting VGM voor staat voor Veiligheid, Gezondheid en Milieu. Deze drie aspecten krijgen aandacht als men een VCA certificaat wil behalen.

Verschillende VCA certificaten
Er zijn echter verschillende soorten VCA certificaten. Het soort VCA certificaat heeft te maken met de verantwoordelijkheid van de werknemer of leidinggevende op de werkplek. Zo is er voor leidinggevenden een VCA VOL. De afkorting VOL staat voor Veiligheid Operationeel Leidinggevende. 

Voor uitvoerende krachten is er een basis VCA of diploma basisveiligheid VCA. Ook voor uitzendondernemingen er een speciale VCA certificering genaamd VCU, omdat uitzendondernemingen als intermediair functioneren en geen direct toezicht hebben op de werkzaamheden van het uitzendpersoneel. Uitzendkrachten die werkzaam zijn voor uitzendbureaus dienen echter wel in het bezit te zijn van een VCA als de opdrachtgever of de inlener dat vereist. In de volgende alinea is meer informatie weergegeven over VCU en VIL VCU.

VCU en VIL VCU
VCU staat voor Veiligheids- en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties (en detacheringbureaus). Intercedenten dienen in bezit te zijn van een VIL VCU. De afkorting VIL VCU staat voor Veiligheid voor Intercedenten en Leidinggevenden / Veiligheid en Gezondheid Checklist Uitzendorganisaties. In feite bestaat de afkorting VIL VCU dus uit twee afkortingen die we voor de duidelijkheid even in twee korte rijtjes hebben neergezet:

  • Veiligheid voor
  • Intercedenten en
  • Leidinggevenden

 

  • Veiligheid, gezondheid en milieu
  • Checklist
  • Uitzendorganisaties

Intercedenten, leidinggevenden en andere interne werknemers van uitzendorganisaties die VCU gecertificeerd zijn dienen in bezit te zijn van een VIL VCU certificaat.

Tot zover de VCA certificering voor werknemers en uitzendorganisaties. Voor reguliere bedrijven zijn er echter ook verschillende soorten VCA certificaten. Deze worden in de alinea hieronder benoemd onder het kopje VCA bedrijfscertificaten.

VCA bedrijfscertificaten
In totaal zijn er drie verschillende VCA bedrijfscertificaten die door bedrijven in de techniek en de bouw kunnen worden behaald. Dit zijn dus bedrijfsgebonden VCA certificaten. We noemen ze hieronder:

  • VCA*
    Dit certificaat bevat één ster. Dit VCA niveau is gericht op de directe VGM- zorg bij de activiteiten die plaatsvinden op de werkvloer. Dit VCA certificaat met één ster is voor bedrijven die minder dan 35 werknemers aan het werk hebben en daarnaast geen hoofdaannemer zijn in hun bedrijfsactiviteiten.
  • VCA**
    Dit VCA certificaat bevat twee sterren. Het is een zwaarder VCA certificaat dan VCA*. Naast de hierboven genoemde aspecten worden bij VCA** ook de veiligheidsstructuren en veiligheidssystemen binnen het bedrijf van de aannemer beoordeeld. VCA met twee sterren is een certificering die bestemd is voor organisaties met meer dan 35 werknemers in dienst en bedrijven die ook als hoofdaannemer actief zijn. Ook als ze minder van 35 werknemers in dienst hebben en hoofdaannemerschap in als bedrijfsactiviteit hebben zullen de bedrijven moeten beschikken over VCA**.
  • VCA-P
    Dit is een speciaal VCA certificaat voor de petrochemie. Bij VCA-P staat de letter P voor petrochemie oftewel de petrochemische sector. Het VCA-P certificaat is bestemd voor bedrijven die werkzaamheden uitvoeren in de petrochemische sector. Dit is de sector waar olie en gas worden gewonnen en verwerkt tot producten. VCA-P is in feite een VCA certificaat met een extra aanvulling gericht op de risico’s van het werken in de petrochemische sector.

VCO certificering
Een VCA certificering die misschien wat minder bekend in de oren zal klinken is de VCO. De afkorting VCO staat voor Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Opdrachtgevers. Dit maakt tevens het doel duidelijk van het VCO certificaat. De VCO-certificatie is namelijk bedoelt voor opdrachtgevers die opdrachten vertrekken aan VCA gecertificeerde bedrijven of bedrijven die VCA gecertificeerd zouden moeten zijn. Doormiddel van VCO wordt aan opdrachtgevers de verplichting opgelegd om zorg te dragen voor de juiste voorwaarden en omstandigheden voor VCA-gecertificeerde aannemers en de uitzendkrachten die voor deze aannemers werken.

De uitzendkrachten die voor VCU- gecertificeerde uitzendorganisaties opdrachten uitvoeren zullen voor een opdrachtgever veilig hun werkzaamheden moeten kunnen uitvoeren en ook hun gezondheid mag tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden niet geschaad worden. Een opdrachtgever is echter lang niet altijd VCA gecertificeerd omdat niet alle opdrachtgevers zelf actief werkzaamheden als aannemer uitvoeren in de bouw. Een particulier kan bijvoorbeeld ook opdracht geven om een bouwproject te laten uitvoeren, datzelfde geldt bijvoorbeeld voor een overheidsinstelling, school of een financieel bedrijf. Deze opdrachtgevers kunnen wel de opdracht geven aan bouwbedrijven en technische uitzendkrachten om technische werkzaamheden uit te voeren.

Doormiddel van een VCO certificaat maakt een opdrachtgever duidelijk dat deze de juiste arbeidsomstandigheden en voorwaarden wil creëren voor VCA-gecertificeerde aannemers als deze bij het VCO gecertificeerde bedrijf risicovolle werkzaamheden uitvoeren.

Oorzaken elektrocutie en kortsluiting

Werken met elektriciteit en elektrische installaties brengt risico’s met zich mee. De belangrijkste gevaren van werken met elektriciteit zijn elektrocutie en kortsluiting. Deze twee gevaren zijn bekend maar ondanks dat komen beide gevaren nog regelmatig voor op de werkplek. Bedrijven zijn verplicht om hun risico’s te inventariseren in een Risico Inventarisatie en Evaluatie. Bij veel bedrijven wordt in dit RI&E ook elektrocutie en kortsluiting als gevaar genoemd. In een plan van aanpak, dat onderdeel vormt van de Risico Inventarisatie en Evaluatie, wordt door een bedrijf aangegeven hoe de gevaren effectief bestreden kunnen worden. Daarbij kijkt men uiteraard ook naar de oorzaken. Door de oorzaken van de risico’s weg te nemen doet men aan bronbestrijding en dat is de beste preventie. Daarvoor is echter kennis nodig, daarom wordt in deze tekst basisinformatie weergegeven over elektrocutie en kortsluiting. Daarna worden een aantal mogelijke oorzaken benoemd.

Wat is elektrocutie?
Elektrocutie ontstaat wanneer een schadelijke elektrische stroomschok door een menselijk lichaam heen gaat met de dood tot gevolg. Als men niet dood gaat door de elektrische stroom door het lichaam dan spreekt men van elektrisering. Feitelijk is het woord elektrocutie een samenvoeging van de woorden elektro en executie. Tegenwoordig wordt elektrocutie gebruikt voor de doodstraf waarbij gebruik wordt gemaakt van elektrische stroom als voor ongelukken waarbij mensen dodelijk getroffen worden door elektrische stroom nadat ze spanningsvoerende delen van een elektrische installatie hebben aangeraakt. Elektrocutie kan optreden als het menselijk lichaam in contact komt met twee punten die een verschillend elektrisch potentiaal hebben. De elektrische stroom zal dan door het lichaam van een men heen gaan en zal daarbij de weg van de minste weerstand kiezen. Dat is in dit geval de bloedvaten, het hart en de longen. Dat zijn levensbelangrijke organen waardoor elektrocutie zo gevaarlijk is.

De grote van het gevaar is afhankelijk van de volgende factoren:

  • De weg die de elektrische stroom door het lichaam heeft afgelegd.
  • De duur dat een mens onder elektrische stroom heeft gestaan.
  • Isolerende factoren zoals handschoenen en kleding.
  • Het spanningsverschil tussen de contactpunten. Deze wordt weergegeven in Volt.
  • De stroomsterkte. Deze wordt weergegeven in Ampère.

Wat is kortsluiting?
Kortsluiting ontstaat wanneer twee delen van een elektrische installatie die beide onder spanning staan met elkaar in contact komen. Kortsluiting kan op verschillende manieren ontstaan bijvoorbeeld doordat men onvoldoende isolatie heeft aangebracht rondom de spanning voerende delen van de elektrische installatie die daardoor mogelijk met elkaar in contact kunnen komen. Ook de uitwerking van vocht kan kortsluiting veroorzaken omdat het meeste vocht elektrische stroom goed geleid. Kortsluiting kan ook een zogenaamde vlamboog veroorzaken. Bij een vlamboog legt de elektrische stroom een (meestal korte) afstand af door de lucht. Dit proces kan per ongeluk worden veroorzaakt maar er zijn ook situaties waarin bewust een elektrische vlamboog wordt gecreëerd. Denk hierbij aan het elektrisch booglassen. Het elektrisch booglassen is dus in feite een bewust veroorzaakte kortsluiting waarbij de lasser de hitte van de kortsluiting gebruikt om een smeltbad voor een lasverbinding te maken. De meeste kortsluiting ontstaat echter onbedoeld waardoor er vaak nog meer gevaren optreden zoals brand en explosies.

Oorzaken van kortsluiting en elektrocutie
Elektrocutie en elektrisering zijn dodelijk en levensgevaarlijk, kortsluiting hoeft niet altijd levensgevaarlijke gevolgen te hebben maar kan wel voor een kettingreactie aan risicovolle situaties zorgen bijvoorbeeld een defecte elektrische installatie, brand en explosie(s). Dit zijn grote risico’s en moeten daarom bestreden worden. Daarom is het van belang om de oorzaken van deze twee risico’s in kaart te brengen. We noemen de volgende mogelijke oorzaken:

  • Slechte isolatie van de delen waaruit de elektrische installatie bestaat.
  • Gereedschappen die werken op 220 volt zijn onvoldoende geïsoleerd. Deze moeten wettelijk dubbel geïsoleerd zijn (herkenbaar aan het logo met een kleiner vierkant in een groter vierkant.
  • Onjuist handgereedschap. Wanneer men werkt aan een elektrische installatie moet de monteur de elektrische spanning van de installatie afhalen en dit controleren. Voor de zekerheid werkt een monteur ook met speciaal handgereedschap voor elektromonteurs. Dit is goed geïsoleerd gereedschap. Mocht er toch spanning op de installatie komen te staan dan kan dit gereedschap als het goed gebruikt wordt een belangrijke extra veiligheidsmiddel zijn.
  • Machines of gereedschappen zijn beschadigd waardoor de isolatie niet meer werkt en spanningsvoerende delen met elkaar in contact kunnen komen.
  • Onjuiste installatie van elektrische componenten. Er is teveel weerstand tegen de elektrische stroom in de bedrading of in de componenten aanwezig waardoor deze oververhit raken.
  • Men werkt aan elektrische installaties zonder dat men de elektrische installatie eerst spanningsvrij maakt.
  • De installatie of machine is niet geaard of de aarding is onjuist aangelegd waardoor er een aardfout kan ontstaan. Elektrische stroom kan dan via het lichaam naar de aarde stromen waardoor elektrisering optreed of elektrocutie.

Preventieve maatregelen
De hierboven genoemde oorzaken van kortsluiting, elektrisering en elektrocutie kunnen voor een groot deel worden voorkomen als men er voor zorgt dat de elektrische installaties door een vakbekwaam elektromonteur zijn aangelegd. Een vakbekwaam persoon wordt ook wel met de letters VP aangeduid en heeft een erkende elektrotechnische opleiding gehad. Een voldoende opgeleid persoon of voldoende onderricht persoon (VOP) is voldoende geïnstrueerd om eenvoudige duidelijk omschreven werkzaamheden uit te voeren aan elektrische installaties. Een VOP ontvangt daarvoor een aanwijzingsformulier. Wanneer werkzaamheden zijn uitgevoerd aan een elektrische installaties zal de vakbekwaam persoon, meestal een eerste elektromonteur of leidinggevend elektromonteur, de installatie controleren voordat deze in gebruik genomen zal worden.

Daarnaast zal men gebruik moeten maken van dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap en geïsoleerd handgereedschap. Als men werkt met kabelhaspels dan moet de kabelhaspel helemaal worden afgerold. Als er namelijk veel elektrisch vermogen wordt afgenomen zal de elektriciteitskabel in de kabelhaspel heel heet kunnen worden en de elektrische isolatie kunnen gaan smelten en branden.

Aardlekautomaat
Elektrische installaties moeten uiteraard worden voorzien van de verplichte beschermingssystemen waaronder een aardlekautomaat. Deze beschermd de elektrische installatie tegen overbelasting, kortsluiting en een hoge lekstroom in het elektriciteitsnet. De aardlekautomaat wordt ook wel afgekort met alamat. Een aardlekautomaat bevat verschillende kleine hendeltjes of knopjes dienaar beneden klikken als er in een bepaalde grote een fout wordt geconstateerd. De aardlekautomaat is de vervanger van de oude stoppenkast die zekeringen of stoppen bevatten met een smeltveiligheid.

Aardlekschakelaar
Aardlekschakelaars vormen een elektrische beveiliging als er in een elektrische installatie een lekstroom optreed. In dat geval schakelt de aardlekschakelaar de elektrische spanning uit en wordt een installatie spanningsloos gemaakt. Een aardlekschakelaar is iets anders dan een aardlekautomaat. Een aardlekautomaat is namelijk een combinatie van een aardlekschakelaar en een installatieautomaat. Als men dus een elektrische installatie heeft zonder aardlekautomaat dan is de kans groot dat er een installatieautomaat is geplaatst. De installatieautomaat wordt ook wel een zekeringautomaat of maximumschakelaar genoemd. Als er een installatieautomaat is geplaatst dan dient er voor de veiligheid een aardlekschakelaar aanwezig te zijn.

Arbeidsomstandigheden en werkplek
Het is uiteraard belangrijk dat men rekening houdt met de werkplek waarin men werkt aan elektrische installaties. Als deze werkplek vochtig is zal de kans op elektrocutie of elektrisering toenemen evenals de kans op kortsluiting. Dit is ook het geval wanneer men werkt aan machines en ruimten die van geleidend materiaal zijn gemaakt. verder dient men rekening te houden met het feit dat vonken die ontstaan door bijvoorbeeld kortsluiting een brandbaar mengsel kunnen ontsteken. In ruimten waar deze brandbare of explosieve stoffen aanwezig zijn gelden speciale richtlijnen voor elektrische installaties en mag niemand aan deze elektrische installaties werken tenzij hiervoor een specifieke werkvergunning is afgegeven.

Veilig autogeen lassen

Autogeen lassen is een lasproces waarbij een lasser gebruik maakt van een gas in combinatie met zuurstof om een vlam te creëren waarmee metaal op een smeltpunt wordt gebracht zodat een lasverbinding kan worden gemaakt. Bij autogeen lassen wordt gebruik gemaakt van acetyleen. Door gebruik te maken van de oxy-acetyleen vlam kan men zeer hoge temperaturen bereiken. Deze hoge temperaturen kunnen oplopen tot 3.200 graden Celsius. Het oxy-acetyleen gasmengsel is een mengsel waarmee een temperatuur kan worden behaald die hoog genoeg is om staal te laten smelten zodat de lasser een lasverbinding kan maken. Autogeen lassen wordt onder andere toegepast in het lassen van dikwandige stalen cv-leidingen. Natuurlijk is een hoge temperatuur belangrijk als men met gas wil lassen maar het brengt ook gevaren met zich mee. Hieronder staan de belangrijkste gevaren die van toepassing zijn op autogeen lassen.

Gevaren van autogeen lassen
Autogeen lassen is een lasproces waarbij men gebruik maakt van een vlam. Men heeft het daarom ook wel over lassen met vlam in plaats van het lassen met een elektrische boog. Het lassen met vlam heeft een aantal specifieke risico’s waar men rekening mee dient te houden:

  • Kans op brand door de hoge temperaturen die tijdens het lassen en het verbranden van het oxy-acetyleen mengsel ontstaan.
  • Lasspetters die tijdens het lassen kunnen ontstaan zorgen ook voor risico’s op verbranding.
  • De cilinders waar het brandbare gas onder druk wordt opgeslagen zorgen voor een risico op explosie brand en oxideren.
  • Vlamterugslag kan voorkomen bij het lassen met acetyleen. Tijdens de vlamterugslag stroomt het brandbare gasmengsel terug in de brander waardoor er een groot gevaar is voor een explosie.
  • Er bestaat kans op lekkage van zuurstof met brand tot gevolg.
  • Ook brandbaar gas kan lekken en een enorm risico veroorzaken op brand.
  • De gassen die worden gebruikt zijn zwaarder dan lucht en kunnen daardoor onder in ruimten blijven hangen. Vooral wanneer men werkt in een kruipruimte of kelder, kortom de laagste ruimtes in een gebouw, loopt men gevaar. Het gas blijft in deze ruimten hangen en zorgt er voor dat men kan stikken.
  • Acetyleen wordt opgeslagen in een aceton opgelost mengsel in een poreuze massa. Dit mengsel moet rechtop worden vervoerd. Als dit niet gebeurd en de fles liggend wordt vervoerd worden de componenten gescheiden en is het mengsel zeer explosiegevaarlijk en mag beslist niet meer gebruikt worden voor het lasproces.

Autogeen lassen zorgt voor grote risico’s die met name verbonden zijn aan het brandbare mengsel waarmee men last. Er zijn echter ook een aantal algemene aspecten waarmee men rekening dient te houden voordat men autogeen gaat lassen. Deze aspecten zijn in de volgende alinea benoemd.

Veiligheidsinstructies voor autogeen lassen
De volgende veiligheidsinstructies bevatten instructies voor het autogeen lassen specifiek. Daarnaast zijn ook een aantal algemene veiligheidsinstructies benoemd die van toepassing zijn op vrijwel alle lasprocessen waaronder elektrisch booglassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag een veilige lasbril die specifiek voor autogeen lassen is ontwikkeld.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel de vlam goed in een conische vlam is het beste. Als men een verkeerde ‘punt’ heeft op de vlam zal het lassen moeilijk worden en kan er schade aan het werkstuk ontstaan en mogelijk meer spetters en brand.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder acetyleen, zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten. Ook dienen de slangen goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Vervoer een acetyleenfles altijd rechtop zodat het mengsel in de fles niet tot een gevaarlijke explosieve massa wordt gemengd.
  • Ook tijdens het lassen dient de acetyleenfles rechtop te staan.
  • Zorg er voor dat de lasdampen die tijdens autogeen lassen ontstaan worden afgezogen door een speciale afzuiginstallatie.
  • Mocht een acetyleenfles omvallen dan dient deze zo snel mogelijk weer rechtop gezet te worden en mag men daar de eerste vier dagen niet mee lassen.
  • Houdt blusmiddelen binnen handbereik.

Tot slot nog de opmerking dat autogeen lassen geen lasproces is voor beginners. Zorg er voor dat je goede instructies krijgt van een ervaren autogeen lasser. Werk in ieder geval onder toezicht als je voor het eerst autogeen last. Het autogeen lassen is een lasproces dat je leert door ervaring en dat kost tijd en veel oefening. Men moet echter rekening houden met de risico’s als men dat niet doet is autogeen lassen levensgevaarlijk.

Veilig elektrisch lassen

Elektrisch lassen is een verzamelnaam voor verschillende lasprocessen waarbij men elektriciteit gebruikt om een lasverbinding tot stand te brengen. De bekendste categorie hiervan is het elektrisch booglassen waar ook het lassen met booglassen met beklede elektrode (afgekort BMBE lassen) en het MIG/ MAG lassen (afkortingen: Metal Inert Gas en Metal Active Gas) toe behoren.

Toepassing elektrisch lassen
Elektrisch lassen komt veel voor in de techniek. Doormiddel van de verschillende soorten lasprocessen kunnen onuitneembare lasverbindingen tot stand worden gebracht. Daarbij is niet alleen het lasproces van belang maar ook de lasdraad (lastoevoegmateriaal) en het beschermgas dat ook wel backinggas wordt genoemd. Voor het lassen van staal gebruikt men over het algemeen goedkope actieve gassen. Voor het lassen van RVS, aluminium en hoogwaardige roestvaste legeringen gebruikt men over het algemeen inerte gassen zodat het smeltbad goed beschermd is tegen de corrosieve werking van zuurstof en andere invloeden uit de atmosfeer. 

Vaak wordt BMBE lassen elektrisch lassen genoemd of elektrodelassen. Dit is echter niet geheel juist want er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Zo behoort ook TIG-lassen (TIG=Tungsten Inert Gas) tot het elektrisch lassen alleen smelt hierbij de Wolfram elektrode niet af. Bij BMBE lassen smelt de elektrode wel af evenals bij MIG/MAG lassen waarbij de elektrode tevens de lasdraad is. Kortom er zijn verschillende elektrische lasprocessen. Omdat elektrisch lassen zo vaak wordt gedaan in de techniek is het belangrijk om een aantal veiligheidsaspecten te benoemen zodat de veiligheid op de werkvloer wordt bevorderd. In de volgende alinea zijn eerst een aantal specifieke gevaren genoemd met betrekking tot lassen en dan met name elektrisch boog lassen.

Gevaren van elektrisch lassen
Elektrisch lassen kent een aantal specifieke en een aantal algemene gevaren waar men mee rekening dient te houden voordat men gaat lassen. We noemen de volgende:

  • Men werkt met elektriciteit waardoor er gevaar is op elektrocutie.
  • Er is brandgevaar vanwege de lasspetters die van de meeste lasprocessen af komen.
  • Er is ook explosiegevaar wanneer men last in een omgeving met mogelijke explosieve stoffen en explosieve mengsels.
  • De Uv-straling die bij de lasprocessen ontstaat kan de ogen beschadigden (lasogen)
  • De infraroodstraling die vrijkomt bij de lasprocessen is eveneens slecht voor de ogen.
  • Ook de huid kan verbranden door de Uv-straling.
  • De lasspetters kunnen daarnaast ook brandwonden veroorzaken.
  • De lasdampen kunnen longaandoeningen veroorzaken.

Dit zijn slechts een aantal gevaren die aanwezig kunnen zijn tijdens het elektrisch lassen. In een Risico Inventarisatie en Evaluatie zullen bedrijven de specifieke risico’s op de werkplek in kaart moeten brengen. Als binnen een bedrijf wordt gelast dan zal het bedrijf ook deze lasprocessen moeten beschrijven met de bijbehorende risico’s. Dit alles staat in de Risico Inventarisatie en Evaluatie van het bedrijf. Dit RI&E vormt een belangrijk deel van het arbobeleid van het bedrijf. Bedrijven zijn verplicht om een arbobeleid te voeren en zijn daardoor eveneens verplicht om een Risico Inventarisatie en Evaluatie te houden. Bovendien moeten bedrijven in een plan van aanpak aangeven hoe ze de risico’s willen verwijderen, reduceren en beheersen. Veiligheidsvoorschriften en een duidelijke werkinstructie zijn daarbij van belang. Ook kan een bedrijf werken met werkvergunningen waarbij men duidelijk binnen veiligheidskaders zal moeten werken om gevaren op de werkvloer te voorkomen. Hieronder staan nog een aantal belangrijke veiligheidsinstructies die van toepassing zijn op (elektrisch) lassen.

Veiligheidsinstructies voor elektrisch lassen
Elektrisch lassen zorgt voor bepaalde risico’s dat heb je in de vorige alinea kunnen lezen. Er zijn echter nauwelijks mogelijkheden om elektrisch lassen te vervangen voor een verbindingsproces met dezelfde kwaliteiten. Daarom kan men het risico van elektrisch lassen nooit geheel wegnemen. Men kan wel trachten de risico’s zoveel mogelijk te beheersen. Dit kan door beheersmaatregelen, waaronder het verstrekken van de juiste persoonlijke beschermingsmiddelen en het verstrekken van werkinstructies. Hieronder staan een aantal belangrijke instructies die de veiligheid bevorderen wanneer men elektrisch gaat lassen:

  • Draag de voorgeschreven brandvertragende lasoveral.
  • Draag werkschoenen die speciaal voor lassers zijn ontworpen met een flap over de veters zodat deze niet kunnen verbranden. Ook laslaarzen zijn een veilige optie.
  • Draag een veilige laskap het liefst met een beademing er aan vast zodat men geen giftige lasdampen inhaleert.
  • Zorg voor ventilatie.
  • Maak gebruik van een afzuigsysteem voor lasdampen.
  • Verwijder brandbare materialen rondom de lasplek.
  • Scherm de lasplek goed af met bijvoorbeeld lasschermen zodat andere mensen die geen lashelm dragen geen last krijgen van de Uv-straling en infraroodstraling.
  • Bedek de hals en andere delen van het lichaam goed als je last in verband met het Uv-licht en de lasspetters.
  • Draag de juiste lashandschoenen.
  • Stel het lastoestel goed in.
  • Zorg er voor dat brandbare stoffen waaronder zuurstof niet in de buurt van vuur komen en goed zijn afgesloten en goed zijn aangesloten op de lasapparatuur.
  • Zorg daarnaast voor een nette opgeruimde werkplek waarbij jezelf maar ook anderen niet kunnen struikelen over materialen op de werkvloer.
  • Houd blusmiddelen binnen handbereik

Veilig werken met hydraulisch gereedschap

Hydraulische gereedschappen zijn werktuigen die werken op oliedruk. Er zijn verschillende soorten hydraulische gereedschappen die in de techniek worden gebruikt. Veel hydraulische gereedschappen worden gebruikt voor het hijsen of heffen. Er zijn echter ook hydraulische gereedschappen die worden gebruikt voor knippen, buigen en andere bewerkingen. Werken met hydraulisch gereedschap is niet zonder gevaar. Er bestaat een kans op het lekken van olie.

Daarnaast wordt met hydraulische gereedschappen vaak grote kracht en druk uitgeoefend wat risico’s met zich meebrengt voor mensen, machines, constructies en materialen. Er zijn echter veel verschillende pneumatische gereedschappen met specifieke veiligheidsrisico’s. Het gaat te ver om alle pneumatische gereedschappen in een tekst te benoemden en daarbij de veiligheidsrisico’s weer te geven daarom beperken we ons tot een aantal algemene veiligheidsinstructies. Deze staan in de volgende alinea.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor werken met hydraulisch gereedschap
Hydraulische druk zorgt er voor dat er meer kracht kan worden uitgeoefend dan de spierkracht van een mens. Vaak is de kracht van deze oliedruk vele malen groter dan de kracht van mensen. Dat zorgt er voor dat de hydraulische machine goed gebruikt moet worden en dat men de veiligheidsrichtlijnen in acht neemt. Men kan namelijk niet doormiddel van eigen kracht de machine corrigeren tenzij men de besturing van de machine op de juiste manier gebruikt. De volgende veiligheidsrichtlijnen zijn van belang als men met hydraulische machines werkt:

  • Draag geen los lang hang haar, geen armbanden, geen kettingen, geen ringen en geen lange losse mouwen als men werkt met draaiend hydraulisch gereedschap.
  • Als er meer dan 80 dB(a) aan geluid wordt geproduceerd is het dragen van gehoorbescherming een belangrijke veiligheidsmaatregel voor het gehoor.
  • Gebruik het hydraulisch op de juiste manier waarvoor het gereedschap bedoelt is.
  • Zorg er voor dat de kabels van hydraulisch gereedschap niet beschadigd kunnen raken.
  • Bescherm de kabels van hydraulische installaties en apparatuur tegen verhitting en brand.
  • Zorg er voor dat niemand kan struikelen over de kabels van hydraulisch gereedschap.
  • Onderhoud het gereedschap op de juiste manier.
  • Alleen ervaren kundige hydrauliekmonteurs mogen aanpassingen doen aan hydraulische installaties.
  • Voorkom lekken van hydraulische olie.

Veilig werken met pneumatisch gereedschap

Pneumatisch gereedschap is gereedschap dat werkt op samengeperste lucht. De luchtdruk wordt uitgedrukt in bar. Als men het heeft over een pneumatisch gereedschap dat werkt op 6 bar dan werkt dit gereedschap op 6 keer de omgevingsluchtdruk. Het werken met pneumatisch gereedschap brengt specifieke risico’s met zich mee. De samengeperste lucht zit bijvoorbeeld in een druktank. Als deze druktank niet sterk genoeg is kan deze door de luchtdruk uit elkaar barsten oftewel exploderen. Dit is echter één voorbeeld dat aan de orde kan komen als men het heeft over veilig werken met pneumatisch gereedschap. In de volgende alinea zijn nog een aantal aspecten benoemd die aan de orde moeten komen als men de veiligheidsaspecten omtrent het werken met pneumatisch gereedschap goed in kaart wil brengen.

Pneumatisch gereedschap en veiligheid
Pneumatisch gereedschap wordt aangedreven met perslucht. Omdat dit gereedschap niet elektrisch wordt aangedreven kan men dit gereedschap in een aantal situaties gebruiken waar het gebruik van elektrisch gereedschap te gevaarlijk zou zijn in verband met mogelijk elektrocutie. Dit is een belangrijk voordeel van pneumatisch gereedschap. Een nadeel met betrekking tot de veiligheid en gezondheid is dat pneumatisch gereedschap trillingen veroorzaakt. Het soort trillingen dat ontstaat is echter afhankelijk van het soort pneumatische gereedschap dat men gebruikt.

De trillingen kunnen echter de gewrichten beschadigden van de persoon die het pneumatische gereedschap gebruikt. Pneumatische boorhamers of drilboren kunnen een zware belasting veroorzaken voor de spieren en gewrichten van mensen. Daarom dient men regelmatig rustpauzes te nemen om de spieren en gewrichten tot rust te laten komen. Langdurig gebruik van deze pneumatische gereedschappen is zeker niet bevorderlijk voor de gezondheid. Er kunnen zogenaamde witte vingers ontstaan waarbij de doorbloeding van de vingers is verslechterd. Ook kunnen rugklachten ontstaan naast de gewrichtsklachten. Dit zijn specifieke gevolgen voor het werken met pneumatisch gereedschap. Er zijn echter ook een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen die men moet hanteren voor het werken met pneumatisch gereedschap. Deze algemene richtlijnen met betrekking tot de veiligheid zijn in de volgende alinea benoemd.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor werken met pneumatisch gereedschap
De luchtdruk van pneumatisch gereedschap zorgt voor een bepaalde kracht. Met pneumatisch gereedschap kan een mens vaak meer kracht overbrengen op een werkstuk of voertuig dan wanneer men dit met eigen kracht zou doen. Dat zorgt ook voor een risico, het gereedschap is namelijk vaak sterker dan men zelf. Daarom moet men het gereedschap zorgvuldig gebruiken. Een aantal richtlijnen zijn daarbij van belang:

  • Draag geen los lang hang haar, geen kettingen, geen armbanden of  geen lange losse mouwen als men werkt met draaiend pneumatisch gereedschap.
  • Draag gehoorbescherming.
  • Gebruik het gereedschap waarvoor het bedoelt is.
  • Berg het gereedschap veilig op als het niet meer wordt gebruikt.
  • Zorg er voor dat niemand kan struikelen over de kabels van pneumatisch gereedschap.
  • Neem voldoende rustpauzes.

Wat is snoerloos elektrisch gereedschap?

Snoerloos elektrisch gereedschap zijn elektrische werktuigen die niet doormiddel van eens stekker met snoer in een contactdoos worden gestoken om elektrisch ‘gevoed’ te worden. Snoerloze elektrische gereedschappen bevatten in plaats daarvan een accu of batterij die meestal opgeladen kan worden. Snoerloze elektrische gereedschappen zijn er in verschillende soorten en maten. Ook de toepassing van deze snoerloze apparaten is divers. Zo zijn er bijvoorbeeld grote en kleine elektrische schroefmachines. Ook zijn er verschillende soorten snoerloze elektrische boormachines en slijpmachines.

Vermogen snoerloos elektrisch gereedschap
Het vermogen van deze machines is eveneens verschillend daardoor verschilt ook de spanning van snoerloos elektrisch gereedschap. Er is al snoerloos elektrisch gereedschap dat werkt op 7,2 volt. ook is er snoerloos elektrisch gereedschap dat werkt op 10,8 volt, 12, volt en 14,4 volt.

Veiligheidsrichtlijnen voor snoerloos elektrisch gereedschap
Snoerloos elektrisch gereedschap brengt in de praktijk over het algemeen minder veiligheidsrisico’s met zich mee dan elektrische gereedschappen die werken op 220 volt. Daarom hoeft snoerloos elektrisch gereedschap niet te zijn voorzien van een dubbele elektrische isolatie terwijl dat wel het geval is bij elektrisch gereedschap dat werkt op 220 volt. Toch zijn er wel een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor snoerloos elektrisch gereedschap. We noemen er een aantal:

  • Snoerloze elektrische gereedschappen kunnen snel draaien, schuren of zagen en kunnen daardoor verwondingen veroorzaken.
  • De acculader van snoerloze elektrische gereedschappen bevat meestal wel een snoer die in een wandcontactdoos voor netstroom wordt gestoken. Zorg er daarom voor dat deze acculader veilig is en er geen kabelbreuk of ander mankement aanwezig is. De acculader dient bovendien bij professioneel en bedrijfsmatig gebruik ieder jaar gekeurd te worden door een erkend keuringsbedrijf.
  • Gebruik het gereedschap alleen voor het doel waarvoor het ontwikkeld is.
  • Onderhoud het gereedschap goed.
  • Berg het gereedschap op de juiste manier op.
  • Als de accu of batterij versleten is zal deze moeten worden verwijderd en ingeleverd worden bij klein chemisch afval.
  • Ook snoerloos elektrisch gereedschap kan vonken veroorzaken zorg er daarom voor dat deze apparaten nooit worden gebruikt in een omgeving die brandgevoelig of explosiegevoelig is.

Wat is dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap?

Dubbel geïsoleerd gereedschap is elektrisch gereedschap dat voorzien is van een dubbele elektrische isolatie waardoor men beter beschermd is tegen kortsluiting en elektrocutie. Elektrische gereedschappen die werken op 220 volt moeten wettelijk voorzien zijn van dubbele isolatie. Dit kan men zien aan een logo dat bestaat uit twee vierkantjes, een groter vierkant met daarin een kleiner vierkant. Hieronder is in een alinea informatie weergegeven over wat deze dubbele isolatie nu precies is.

Wat is een dubbele isolatie van elektrisch gereedschap?
Een dubbele isolatie van elektrisch gereedschap is dat het elektrische gereedschap op twee manieren is geïsoleerd. We benoemen even de manieren waarop een dubbel geïsoleerd elektrisch gereedschap is voorzien van isolatie:

  • Er is elektrische isolatie aanwezig tussen de verschillende elektrische onderdelen onderling, bijvoorbeeld geïsoleerde bedrading.
  • Er is elektrische isolatie aanwezig tussen de elektrische onderdelen en het chassis van het elektrische gereedschap.
  • Tussen aanraakbare delen van de behuizing van het elektrische apparaat (of het elektrische handgereedschap) en het chassis is elektrische isolatie aangebracht.
  • Dubbel geïsoleerde elektrische gereedschappen en apparaten dienen te voorzien zijn van een tweepolige netstekker die past in (wand)contactdozen die geschikt zijn voor geaarde apparaten.

Als er in een dubbel geïsoleerd elektrisch handgereedschap een isolatiefout ontstaat dan is dit apparaat over het algemeen nog veilig omdat er voldoende extra isolatie aanwezig is. Deze apparaten bevatten dus naast de standaard isolatie een extra isolatie. Hoewel dubbel geïsoleerde elektrische apparaten wel extra veilig zijn kan men veiligheid nooit 100 procent garanderen. Daarom dienen ook dubbel geïsoleerde handgereedschappen die professioneel of bedrijfsmatig worden gebruikt ieder jaar gekeurd te worden door een erkende keuringsinstelling. Verder dient ook de gebruiker van het gereedschap te controleren of de behuizing van het elektrische gereedschap niet beschadigd is en of de bekabeling van het gereedschap niet kapot is,

Arbowetgeving
Het gebruik van gekeurd dubbel geïsoleerde elektrische handgereedschappen is een verplichte technische beheersmaatregel waarmee bedrijven hun risico’s beheersbaar kunnen maken. Het beheersbaar maken van risico’s zijn bedrijven verplicht volgens de Arbowet. Deze schrijft voor dat bedrijven een Arbobeleid moeten voeren met als onderdeel daarvan een Risico Inventarisatie en Evaluatie en een plan van aanpak waarmee de risico’s beperkt kunnen worden. Denk hierbij ook aan de werkomgeving en arbeidsomstandigheden. In een omgeving waar explosieve mengsels kunnen ontstaan is het gebruik van elektrisch handgereedschap verboden. Ook in vochtige omgevingen kan er een groter gevaar op elektrocutie ontstaan. In die gevallen zullen extra veiligheidsmaatregelen moeten worden getroffen. Deze extra veiligheidsmaatregelen zullen eveneens voortvloeien uit het plan van aanpak dat is voortgevloeid uit de Risico Inventarisatie en Evaluatie (RI&E).

Veilig werken met elektrisch handgereedschap

Elektrisch handgereedschap is tegenwoordig niet meer weg te denken uit de techniek. Vroeger gebruikte men eenvoudige werktuigen die doormiddel van spierkracht van de vakman of vakvrouw in beweging werd gebracht maar tegenwoord gebruikt men steeds vaker elektrisch aangedreven gereedschap. Elektrisch aangedreven gereedschap zorgt er voor dat er minder inspanning van de mens wordt vereist en dat men sneller kan werken. Meestal kan men met het juiste elektrische handgereedschap ook een hogere kwaliteit leveren dan wanneer men handgereedschap gebruikt dat niet elektrisch is aangedreven.

Verschillende soorten elektrische handgereedschappen
Sinds de ‘ontdekking’ van elektriciteit zijn er verschillende soorten toepassingen bedacht. Ook voor gereedschappen ging men elektriciteit gebruiken als ‘voeding’. Geen wonder dat door de jaren heen steeds meer elektrische gereedschappen werden ontworpen en toegepast. We noemen een aantal bekende voorbeelden: de schroefmachine, boormachine, decoupeerzaag en de elektrische schuurmachine. Dit zijn een aantal voorbeelden die duidelijk maken dat er veel verschillende elektrische gereedschappen worden gebruikt in de bouw en techniek. Om toch een overzicht te krijgen van de verschillende soorten elektrische handgereedschappen is in de volgende alinea een indeling gemaakt.

Onderverdeling elektrische handgereedschappen
Elektrische handgereedschappen zou men als volgt kunnen onderverdelen:

  • Snoerloos elektrisch handgereedschap dat werkt op basis van een (oplaadbare) accu of batterij.
  • Elektrisch handgereedschap dat werkt op gelijkspanning.
  • Elektrisch handgereedschap dat werkt op basis van een veilige spanning, bijvoorbeeld 50 volt wisselspanning.
  • Elektrische gereedschappen die op netstroom werken, dit is 220 volt wisselspanning.

Met name de laatste categorie is gevaarlijk voor de mens. Het gaat te ver om voor al deze verschillende  categorieën elektrische handgereedschappen specifieke veiligheidsrichtlijnen te benoemen in één tekst. Daarom beperken we ons in deze tekst tot het benoemen van een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen die men in acht moet nemen als men werkt met elektrisch gereedschap. In de alinea hieronder worden eerst nog even de belangrijkste risico’s benoemd die van toepassing zijn op elektrisch handgereedschap.

Risico’s van werken met elektrisch handgereedschap
Het werken met elektrisch handgereedschap biedt een mens veel voordelen. Men kan sneller en effectiever werken. Bovendien kan men door de elektriciteit veel meer kracht uitoefenen waardoor men zelf minder kracht hoeft te gebruiken. Elektrisch handgereedschap brengt echter ook risico’s met zich mee. De volgende risico’s zijn algemene risico’s die van toepassing zijn op elektrisch handgereedschap:

  • Elektrocutiegevaar, er bestaat een kans dat elektrische stroom door het lichaam heen gaat bijvoorbeeld door een kapotte behuizing of een kapotte draad van het elektrische gereedschap.
  • De kracht van het elektrische gereedschap kan mensen verwonden doordat men niet voorzichtig met het gereedschap omgaat.
  • Er bestaat een kans op brandwonden door het overslaan van vonken.
  • Vonken van elektrische gereedschappen kunnen explosieve mengsels ontsteken..

Risico Inventarisatie en Evaluatie
Deze risico’s zorgen er voor dat men niet overal elektrisch gereedschap mag gebruiken. Met name in ruimten waar explosieve mengsels kunnen ontstaan of in hele vochtige ruimten levert het werken met elektrisch handgereedschap gevaren op. Daarom worden door bedrijven in een Risico Inventarisatie en Evaluatie de risico’s op de werkplek geïnventariseerd. Als het werken met elektrisch gereedschap onaanvaardbare risico’s met zich meebrengt zal het bedrijf in een plan van aanpak duidelijke richtlijnen en afspraken moeten noteren hoe de risico’s worden beperkt en beheerst. Deze afspraken zal men ook terug vinden in werkinstructies en werkvergunningen.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor elektrisch handgereedschap
De volgende algemene veiligheidsrichtlijnen zijn van toepassing op het veilig werken met elektrisch handgereedschap:

  • Gebruik geen elektrisch handgereedschap in een omgeving waar explosieve mengsels (kunnen) ontstaan.
  • Gebruik geen elektrisch handgereedschap om te werken aan een installatie die onder elektrische spanning staat.
  • Elektrisch handgereedschap dat professioneel, dus bedrijfsmatig, wordt gebruikt dient minimaal 1 keer per jaar gekeurd te worden door een erkende keuringsinstelling.
  • Bij elektrisch handgereedschap met een acculader moet de acculader eveneens 1 keer per jaar gekeurd worden.
  • Elektrische handgereedschappen die werken op 220 volt moeten zijn voorzien van een dubbele isolatie. Dit kan men herkennen aan een symbool dat bestaat uit twee vierkantjes die in elkaar passen.
  • Gebruik elektrisch handgereedschap op de juiste manier en voor de juiste klus.
  • Probeer nooit defect elektrisch gereedschap te maken als men daarvoor niet bevoegd is en onvoldoende is opgeleid.
  • Gebruik geen defect elektrisch gereedschap.
  • Gebruik ook geen elektrisch gereedschap dat is afgekeurd.
  • Berg elektrisch gereedschap goed en veilig op.

Veilig werken met een tang

Tangen worden veelvuldig gebruikt in de techniek. Er zijn verschillende soorten tangen ontwikkeld. Zo zijn er tangen die worden gebruikt om materiaal zoals draad door te knippen maar er zijn ook tangen die gebruikt worden om materiaal vast te grijpen. Daarnaast zijn er combinatietangen die voor meerdere doeleinden kunnen worden gebruikt. Ook de telefoontang is hiervan een voorbeeld Verder bestaan er tangen die worden gebruikt om bouten, moeren en andere uitneembare verbindingen en koppelingen vast en los te draaien.

Ook bestaan er tangen die speciaal zijn ontworpen voor een specifieke toepassing zoals de striptang, aderhulstang, blindniettang, popnageltang en de oogjestang. De toepassing van tangen in de techniek is breed. Het gaat te ver om voor alle soorten tangen in een tekst de veiligheidsrichtlijnen te noemen. We benoemen daarom in deze tekst een aantal belangrijke algemene veiligheidsrichtlijnen voor tangen.

Algemene veiligheidsrichtlijnen voor werken met tangen
Een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen dienen in acht genomen te worden als men werkt met tangen. De volgende veiligheidsrichtlijnen zijn van belang:

  • Gebruik de juiste tang voor de juiste klus.
  • Zorg dat de tangen geen bramen bevatten en een schone ‘tanden’ of schone ‘snijscharen’ hebben.
  • Tangen hebben vaak een scharnier en deze dient goed te functioneren en niet verroest, vuil of versleten te zijn.
  • Tangen die worden gebruikt om materiaal vast te pakken of aan te draaien moeten goed passen op het materiaal dat vastgepakt en aangedraaid moet worden. Het wegslippen of wegglijden van tangen kan voor grote risico’s zorgen.
  • Als men werkt aan elektrische installaties dient men te beschikken over tangen die daarvoor speciaal zijn ontwikkeld en goed geïsoleerd. Zorg er voor dat de elektrische spanning eerst van de elektrische installaties is gehaald zodat het geïsoleerde gereedschap alleen maar een extra veiligheidsvoorziening is.
  • Bij kniptangen moet men er rekening mee houden dat het materiaal dat men doorknipt kan gaan wegspringen of gaan veren. Dit is helemaal het geval als het materiaal op spanning staat.
  • Berg tangen goed en veilig op.
  • Onderhoud tangen op de juiste manier.

Veel ongelukken gebeuren omdat men niet precies weet hoe men gereedschap moet gebruiken of omdat men juist bewust gereedschap gebruikt voor een doeleinde waarvoor het niet bestemd is. Werk daarom veilig en kies het juiste gereedschap voor de klus. Gebruik veilig gereedschap en houdt je aandacht bij het werk.

Veilig werken met beitels

Beitels bestaan uit een handvat met daarin of daaraan een lang (plat) stalen uiteinde dat aan een kant voorzien is van een scherpe snede. Het handvat van beitels is meestal van hout gemaakt of van een sterke kunststof en wordt ook wel een hecht genoemd. Er zijn beitels in verschillende soorten en maten. De meest bekende beitels zijn de beitels die worden gebruikt in de houtbewerking. In de houtbewerking gebruikt men bijvoorbeeld steekbeitels of hakbeitels. Ook een guts is een soort beitel in met een holle vorm.

Verschillende soorten beitels
Er zijn echter ook beitels die worden gebruikt voor het bewerken van steen. Daarnaast zijn er beitels die worden gebruikt in de metaaltechniek. Zo worden beitels ook gebruikt op draaibanken en freesbanken. De meeste beitels die in de metaaltechniek worden gebruikt zijn in machines geplaatst maar lassers gebruiken ook een beitel om de lasspetters van hun werkstuk te verwijderen. We beperken ons in deze tekst echter tot veiligheidsrichtlijnen voor beitels die als handgereedschap worden gebruikt. Hieronder staan een aantal belangrijke veiligheidsrichtlijnen voor werken met beitels.

Veiligheidsrichtlijnen voor werken met beitels
Een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen voor het werken met beitels is van belang. We noemen de volgende:

  • Beitels zijn meestal scherp wees daarom voorzichtig met dit handgereedschap en raak de punt niet aan.
  • De punt van een beitel kan bramen bevatten, deze dienen vakkundig te worden verwijderd op bijvoorbeeld een slijpsteen. Vergeet daarbij niet om oogbescherming te dragen.
  • Op beitels wordt meestal kracht uitgeoefend waardoor een beitel kan wegschieten en ernstige verwondingen of schade kan veroorzaken. Steek daarom nooit met een beitel in de richting van een hand of ander lichaamsdeel.
  • Bescherm je ogen als je werkt met beitels omdat spanen van het materiaal in het gezicht kunnen springen.
  • Gebruik de juiste beitel voor de klus. Sommige beitels kunnen doormiddel van een hamer in een werkstuk worden gestoken maar andere beitels (zoals de meeste gutsen) kunnen niet met een hamer in een werkstuk worden geslagen omdat ze daar niet voor gemaakt zijn. Door een hamer te gebruiken voor beitels en gutsen die daarop niet berekend zijn kan een gevaarlijke situatie ontstaan en kan het gereedschap kapot springen.
  • Door het slaan met een hamer op de kop van een beitel (die daarvoor geschikt is) kan de kop van de beitel naar verloop van tijd hard worden en uit elkaar barsten als men daarop slaat.
  • Gebruikt daarnaast de juiste hamer voor een beitel. Dit is meestal een houten hamer. Gebruik geen metalen hamers zoals metalen klauwhamers. Deze slaan de beitel stuk.
  • Berg beitels veilig op en zorg dat de punt daarbij niet beschadigd raakt en niet kan roesten. Zorg er ook voor dat er geen kinderen bij de beitels kunnen komen!

Veel ongevallen met handgereedschap ontstaan omdat men gereedschap niet op de juiste manier gebruikt. Daarom zal men voordat men gereedschap, zoals beitels, gebruikt goede instructies moeten krijgen. Beitels zijn vrij te koop in doe-het-zelf-winkels maar dat houdt niet in dat iedereen (veilig) kan werken met deze gevaarlijke handgereedschappen. Neem daarom de veiligheidsrichtlijnen in acht.

Veiligheidsrichtlijnen werken met een hamer

Een hamer is een veelgebruikt handgereedschap en is in vrijwel elke gereedschapskist aanwezig. Hamers behoren ook tot de meest eenvoudige gereedschappen en bestaan uit een steel met aan het einde een hamerkop. De steel van een hamer kan zowel van hout als van metaal zijn gemaakt. De hamerkop kan van zeer uiteenlopend materiaal zijn gemaakt. Zo zijn er hamerkoppen die gemaakt zijn van hout, kunststof, rubber, brons, staal of andere materialen gemaakt.

Waarvoor is een hamer bedoelt?
Het soort materiaal en de vorm van de hamerkop bepalen in belangrijke mate waarvoor de hamer bedoelt is. Dat is meteen ook de belangrijkste veiligheidsrichtlijn voor hamers, namelijk: gebruik een hamer waarvoor deze bedoelt is. Ga geen rubber hamer gebruiken om spijkers in hout te slaan en gebruik geen metalen hamer om bijvoorbeeld tegels in het zand aan te slaan. Hamers zijn voor verschillende doeleinden ontwikkeld en daarom zal men voordat men een bepaalde hamer wil gebruiken de vraag moeten stellen: is deze hamer geschikt voor het doel waarvoor ik de hamer wil gebruiken? Als het antwoord op deze vraag ‘ja’ is zijn er nog een aantal veiligheidsaspecten waar men rekening mee dient te houden als men een hamer als handgereedschap gaat gebruiken. In de volgende alinea staan een aantal van deze veiligheidsrichtlijnen benoemd.

Veilig werken met een hamer
Met een hamer kan men harde klappen uitdelen. Geen wonder want een hamer is een klopwerktuig of slagwerktuig. De combinatie tussen de vrij lichte steel en de zware kop zorgt er voor dat je met een hamer hard kunt slaan. Met een gerichte klap kan een hamer een effectief werktuig zijn maar als men een hamer verkeerd gebruikt is een hamer gevaarlijk daarom zijn veiligheidsrichtlijnen voor het werken met hamers zeker het benoemen waar. Hieronder staan een aantal veiligheidsrichtlijnen.

  • De eerste veiligheidsrichtlijn is dat men de hamer daarvoor moet gebruiken waarvoor deze bedoelt is, bijvoorbeeld geen voorhamers gebruiken om spijkers in het hout te slaan.
  • Controleer voordat je een hamer gebruikt of de kop van de hamer goed vast zit in de steel. De hamerkop moet geborgd zijn. Metalen klauwhamers bestaan over het algemeen uit 1 geheel daardoor is de kop goed verbonden met de steel van de hamer en kan deze niet losschieten tijdens het werk. Met houten hamers kan dit echter wel gebeuren als de kop niet stevig vast zit op de steel.
  • De steel van de hamer moet geen scheuren of houtworm bevatten. Als dat wel het geval is kan de steel breken en kunnen er tijdens het werk ernstige ongevallen gebeuren.
  • Een steel van een hamer moet daarnaast glad zijn in de zin dat de steel geen splinters moet bevatten.
  • Men dient echter wel voldoende grip te hebben op de steel. Een steel moet dus nooit zo glad zijn dat de hamer uit de handen kan glijden tijdens het werk.
  • Daarnaast moet de hamerkop geen bramen of scherpe randen bevatten. Als dit wel het geval is dan dienen deze vakkundig te worden weggeslepen met bijvoorbeeld een slijpsteen waarbij men uiteraard rekening houdt met de persoonlijke beschermingsmiddelen die men daarvoor nodig heeft zoals een slijpkap.
  • Bovendien dient een hamer gehanteerd te worden door iemand die er goed mee om kan gaan. Het komt helaas nog vaak voor dat men misslaat en daarbij zichzelf verwond.
  • Berg een hamer goed en veilig op.
  • Zorg dat de hamer niet verroest en dat het hout niet beschadigd wordt.
  • Wellicht ten overvloede maar gebruik een hamer alleen wanneer je dit veilig kunt doen en je dus niet onder invloed bent van alcohol, bepaalde medicijnen of drugs.

Voorkom ongevallen met handgereedschap

Handgereedschap wordt vrijwel in alle technische beroepen gebruikt. In de bouw gebruikt men een enorme diveristeit aan handgereedschappen maar ook in de metaaltechniek en landbouwmechanisatie. Handgereedschappen zijn de oudste gereedschappen of werktuigen die mensen gebruiken. Geen wonder dat er een enorme hoeveelheid verschillende handgereedschappen is ontwikkeld en bedacht om de mens te ondersteunen bij het uitvoeren van (technische) werkzaamheden. Al geruime tijd zijn er handgereedschappen die niet (alleen) door spierkracht van een mens worden bewogen maar ook voorzien zijn van een hulpmotor en elektrisch, hydraulisch en pneumatisch zijn aangedreven. Dat zorgt er voor dat de mens nog sneller en effectiever zijn of haar werk kan uitvoeren.

Voor het gebruik van handgereedschappen zijn een aantal algemene veiligheidsrichtlijnen die men moet hanteren. Dit zijn universele veiligheidsrichtlijnen die voor elk handgereedschap gelden en zijn genoemd in de volgende alinea.

Veiligheidsrichtlijnen voor handgereedschappen
Een aantal veiligheidsrichtlijnen zijn van groot belang om veilig met handgereedschap te kunnen werken. Hieronder zijn een aantal genoemd:

  • Gebruik handgereedschap alleen als je er mee om kunt gaan.
  • Gebruik handgereedschap op de juiste manier, dus geen schroevendraaier als een beitel gebruiken.
  • Gebruik passend handgereedschap, zowel een moersleutel als een schroevendraaier (schroefbitje) moet goed passen op de bout, moer of schroef.
  • Zorg dat je geen vet of olie op je handen hebt als je met handgereedschap werkt omdat je handen dan glad kunnen worden en het gereedschap uit je handen kan glippen.
  • Beilen en hamers bevatten een steel en een kop. Controleer of de kop goed aan de steel is bevestigd voordat je er mee gaat werken. Ook het heft van bijvoorbeeld een vijl dient goed vast te zitten als men deze gebruikt.
  • Werk geconcentreerd en zorg er voor dat je niet wordt afgeleid.
  • Draag geen handschoen of kleding met lange wijde mouwen als je met ronddraaiend gereedschap werk zoals een elektrische boormachine of een elektrische schroefmachine.
  • Onderhoud gereedschap goed.
  • Berg gereedschap veilig op.
  • Gebruik geen kapot of defect gereedschap
  • Elektrisch handgereedschap dient als het professioneel wordt gebruikt ieder jaar gekeurd te worden door een erkend bedrijf op het gebied van het keuren van elektrisch gereedschap. Dat moet ook gebeuren met de laders van accu’s die voor elektrisch gereedschap worden gebruikt.
  • Controleer of het elektrische gereedschap geen kabelbreuk heeft of andere beschadigingen.
  • Pas gereedschap niet aan en repareer het niet als je daarvoor geen erkende opleiding hebt gevolgd. Vooral elektrisch gereedschap mag niet door een onbevoegd persoon worden gerepareerd of aangepast.

Een groot deel van de ongevallen met handgereedschappen zijn het gevolg van het onjuist gebruiken van deze gereedschappen. Ook een slechte staat van onderhoud en het gebruik van versleten gereedschap is een veelvoorkomende oorzaak van ongevallen op de werkvloer met handgereedschap. Neem daarom de bovenstaande veiligheidsrichtlijnen in acht. Bedrijven zullen in hun Risico Inventarisatie en Evaluatie ook aandacht besteden aan de risico’s op de werkvloer die kunnen plaatsvinden met handgereedschappen. Werkgevers zijn verplicht om veilig gereedschap te verstrekken. Mocht een werknemer onveilig handgereedschap aantreffen op de werkvloer dan dient de werkgever dit te melden bij de verantwoordelijke, direct leidinggevende. Het ondeugdelijke gereedschap mag niet worden gebruikt.

Moet gereedschap gekeurd worden?

Gereedschap behoort tot de arbeidsmiddelen van de werknemer. Door het gebruiken van gereedschap zal het gereedschap slijten en daarnaast zal door intensief gebruik of verkeerd gebruik van gereedschap de kans op defecten toenemen. De veiligheidstechnische staat van bepaalde gereedschap kan door gebruik achteruit gaan. Bij gereedschappen waarbij dit aan de orde is zal men regelmatig een keuring moeten uitvoeren. Deze keuring moet over het algemeen één maal per jaar plaatsvinden. De keuring van gereedschap moet door een erkende instantie worden uitgevoerd.

Eventueel kan de keuring van gereedschap ook door een medewerker van hetzelfde bedrijf worden gedaan maar dan zal deze medewerker ook over de juist papieren moeten beschikken en voldoende ervaring moeten hebben. Een arbeidsmiddel dat gekeurd is moet voorzien zijn van een sticker of andere aanduiding zodat de gebruiker van het arbeidsmiddel kan zien wanneer het gereedschap gekeurd is en wat het resultaat is van de keuring (goedgekeurd of afgekeurd).

CE markering en goedkeuringsteken
Voor machines die in Europa worden geproduceerd en gebruikt is de machinerichtlijn (2006/42/EG) van toepassing. Deze Europese richtlijn schrijft voor aan welke veiligheidscriteria de machine-industrie moet voldoen. Goedgekeurde machines worden voorzien van een CE-markering. Deze markering maakt duidelijk dat de machine of het arbeidsmiddel conform Europese richtlijnen is geproduceerd.

Door het gebruiken van de machines en overige arbeidsmiddelen kan de werking verminderen en kan ook de veiligheid van de machine achteruit gaan. In dat geval kan een arbeidsmiddel wel een CE-markering hebben maar is het arbeidsmiddel feitelijk niet meer veilig. Daarom moeten arbeidsmiddelen gekeurd worden en na afloop van de keuring worden voorzien van een duidelijke sticker. Over het algemeen worden twee soorten stickers gehanteerd: een sticker met afgekeurd en een sticker met een datum waarop het gereedschap is goedgekeurd.

Van de keuring van de arbeidsmiddelen moeten schriftelijke bewijstukken worden opgesteld. Deze bewijsstukken moeten op de werkplek aanwezig zijn.

Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen
De regels omtrent de veiligheid en gezondheid van werknemers is in Nederland onder andere in het Arbobesluit vastgelegd. Vanuit Europa zijn er echter ook richtlijnen vastgelegd omtrent de veiligheid van arbeidsmiddelen. Deze kan men onder andere vinden in de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen. Hierin staat onder andere dat een werkgever er voor moet zorgen dat het gebruik van een arbeidsmiddel geen gevaar mag opleveren voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid van arbeidsmiddelen?
De werkgever die werknemers in dienst heeft en arbeidsmiddelen aan hen verstrekt is verantwoordelijk voor de technische veiligheid van de arbeidsmiddelen. Ook de huurder of lener van gereedschap is verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel. Uitzendbureaus met technisch personeel dienen zich ook te houden aan de richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van arbeidsmiddelen. Uitzendbureaus die arbeidsmiddelen verstrekken zullen daarom ook regelmatig het gereedschap van de technische uitzendkrachten moeten laten keuren. Elektrisch gereedschap moet bijvoorbeeld voldoen aan de richtlijnen uit de NEN 3140.

Zeven risicoklassen
Arbeidsmiddelen zijn er in verschillende soorten. Handgereedschappen, elektrische gereedschappen, machines, apparaten en installaties behoren allemaal tot de arbeidsmiddelen. Bepaalde arbeidsmiddelen leveren meer arbeidsrisico’s dan andere arbeidsmiddelen. Daarom worden arbeidsmiddelen in verschillende risicoklassen ingedeeld. In totaal zijn er zeven risicoklassen. Arbeidsmiddelen die in een lage risicoklasse worden ingedeeld brengen minder arbeidsrisico’s met zich mee. Arbeidsmiddelen met een hoger arbeidsrisico worden in een hogere risicoklasse ingedeeld.

Mag een werkgever zijn eigen gereedschappen keuren?
Arbeidsmiddelen worden in zeven risicoklassen ingedeeld. Het gaat te ver om in deze tekst een opsomming te geven van alle arbeidsmiddelen en de klassen waartoe deze behoren. Hoe hoger de risicoklasse van het arbeidsmiddel hoe zwaarder de eisen zijn die aan de keurmeesters worden gesteld. Tot categorie 4 tot 6 behoren bijvoorbeeld bepaalde hijsmachines en hefmachines. De arbeidsmiddelen die in de drie hoogste risicoklassen (categorie 5, 6 en 7) zijn ingedeeld worden gekeurd door onafhankelijke deskundigen. Arbeidsmiddelen in lagere risicoklassen mogen echter wel door werknemers van het desbetreffende bedrijf zelf worden gekeurd mits ze daarvoor een gedegen opleiding hebben gevolgd.