Cursus Elektrisch Schakelen

De cursus Elektrisch Schakelen wordt door verschillende opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs gegeven en is specifiek ontwikkeld voor werknemers die meer vakkennis willen of moeten krijgen op het gebied van industriële elektrotechniek.

Wat leer je tijdens de cursus Elektrisch Schakelen?
Tijdens de cursus Elektrisch Schakelen leert de deelnemer elektrische componenten, te installeren, te vervangen en te repareren. Daarnaast leert een deelnemer storingen zoeken en verhelpen. Het lezen van elektrische schema’s behoort ook tot het opleidingsprogramma. In een tekening kunnen de elektrische bedrading, de elektrische schakelingen overige componenten schematisch worden weergegeven. Het is belangrijk dat een monteur deze tekeningen en schema’s goed kan lezen.

Verder wordt er in de cursus elektrisch schakelen ook aandacht besteed aan meetapparatuur en de manieren waarop men metingen moet verrichten aan elektrische systemen. Ook relais, schakelkasten, draaistroommotoren, draaistroommotorschakelingen, frequentieregelaars, softstarters en alle beveiligingssystemen die bij deze voorgenoemde systemen behoren komen aan de orde in de cursus Elektrisch Schakelen. Toch verschilt de cursusinhoud voor Elektrisch Schakelen per opleidingsinstituut. Daarom is het belangrijk om van te voren goed na te vragen wat de precieze cursusinhoud is als je Elektrisch Schakelen wil gaan volgen bij een bepaald opleidingsinstituut.

Voorkennis en vooropleiding
Voor de cursus Elektrisch Schakelen is een mbo-3 werk- of denkniveau gewenst. Ook is het belangrijk dat iemand die deelneemt aan deze cursus affiniteit heeft met de techniek of in de techniek werkzaam (is gewenst). Vooropleidingen in de elektrotechniek en/ of werktuigbouwkunde zorgen er voor dat de cursus elektrisch schakelen effectiever kan worden opgepakt. Iemand met deze opleidingsachtergrond zal namelijk bepaalde informatie uit de opleiding Elektrisch Schakelen herkennen.

Doelgroep voor Elektrisch Schakelen
De cursus elektrisch schakelen is ontwikkeld voor mensen die werkzaam zijn in de machinebouw of machineonderhoud. Onderhoudsmonteurs, installatiemonteurs, servicemonteurs en andere werknemers die werken in het assembleren of repareren en onderhouden van machines kunnen voordeel hebben met de opleiding Elektrisch Schakelen. De cursus vormt een goede aanvulling voor technici die alleen maar kennis hebben van de mechanische componenten van machines en installaties.

Geen volledige elektrotechnische opleiding
Elektrisch Schakelen is echter geen volledige opleiding in de elektrotechniek. Als iemand een elektrotechnisch onderhoudsmonteur wil worden dan zijn aanvullende opleidingen op het gebied van mechatronica, elektronica en elektrotechniek gewenst en noodzakelijk. Ook veiligheidstrainingen in de vorm van VCA of NEN 3140 vormen een belangrijke aanvulling voor mensen die een opleiding Elektrisch Schakelen hebben gevolgd.

Wat is NEN 3140?

NEN 3140 is een cursus waarmee mensen die werken aan of in de buurt van elektrische werktuigen, arbeidsmiddelen en installaties hun kennis met betrekking tot het veilig en vakbekwaam uitvoeren van de werkzaamheden kunnen vergroten en aantoonbaar kunnen maken aan werkgevers en opdrachtgevers. NEN 3140 is geen wettelijke verplichting maar vloeit wel voort uit de Arbeidsomstandighedenwet. In Artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet is namelijk beschreven dat werkgevers er alles aan moeten doen om de werknemers zo goed mogelijk te instrueren over het werk en de veiligheidsaspecten van het werk. NEN 3140 is specifiek van toepassing op het werken aan elektrische arbeidsmiddelen en elektrische installaties.

NEN 3140 VOP, VP, IV
In de praktijk worden werkzaamheden aan of in de buurt van elektrische installaties en arbeidsmiddelen door verschillende personen uitgevoerd. Men kan hierbij denken aan elektromonteurs, installatiemonteurs maar ook aan onderhoudsmonteurs en servicemonteurs. Verder zijn er in de praktijk ook leidinggevenden en toezichthouders aanwezig op en rondom de werkplek. Deze werknemers en leidinggevenden dragen in het werk verschillende verantwoordelijkheden en hebben verschillende taken. NEN 3140 is een certificering die hier mee rekening houdt. Daarom zijn er verschillende soorten NEN 3140:

  • NEN 3140 VOP: Voldoende Onderricht Persoon NEN 3140 .
  • NEN 3140 VP: Vakbekwaam Persoon NEN 3140.
  • NEN 3140 IV: Installatie- en Werkverantwoordelijke NEN 3140.

Bovenstaande niveaus lopen op van weinig verantwoordelijkheid VOP naar veel verantwoordelijkheid IV. In de praktijk betekent dit dat iemand met VOP niet bevoegd is om complexere taken uit te voeren aan installaties en arbeidsmiddelen. Een IV heeft een hoger kennisniveau op het gebied van elektrotechniek. Daardoor kan een NEN 3140 IV in de praktijk meer taken en verantwoordelijkheden op zich nemen in het werk.

Geldigheid NEN 3140
Een NEN 3140 heeft een geldigheid van 3 jaar. In die periode dient men echter wel op de hoogte te blijven van de ontwikkelingen op het gebied van veiligheid op de werkplek. Als een bedrijf een toolboxmeeting heeft zal men daar aan moeten meewerken en meedoen. NEN 3140 moet daarom tijdig herhaald worden hoewel het geen wettelijke verplichting is.

Veiligheid uitdragen op de werkplek
Veiligheid bereik je niet alleen met het behalen van een certificaat. Veiligheid is vooral doen en uitdragen. Daarom zal je in de praktijk ook andere collega’s moeten behoeden voor risico’s en ongelukken. Als je iemand onveilig ziet werken zal je hem of haar daarop moeten aanspreken. Dat lijkt misschien lastig als je bijvoorbeeld VOP hebt maar toch wordt dit altijd wel met dankbaarheid aanvaard. Je kunt namelijk beter ongelukken voorkomen op de werkplek.

NEN 3140 certificaat is 3 jaar geldig

Een NEN 3140 certificaat heeft een geldigheid van drie jaar. Deze geldigheid is echter niet wettelijk vastgelegd omdat NEN 3140 geen wettelijke verplichting is. In artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet is vastgelegd dat een werkgever in Nederland er alles aan moet doen om werknemers zo veilig mogelijk te laten werken door het bieden van duidelijke werkinstructies en het verstrekken van veiligheidsvoorschriften. NEN 3140 is een middel om deze instructies aan een werknemer te verstrekken die werkt aan of in de buurt van elektrische arbeidsmiddelen of elektrische installaties.

Geldigheid van NEN 3140
Een NEN 3140 certificaat kan door een werkgever verplicht worden gesteld. Werkgevers die NEN 3140 als voorwaarde stellen voor het uitvoeren van werkzaamheden zullen ook naar de geldigheid van het NEN 3140 certificaat vragen. In dat geval zal de werknemer die het certificaat heeft behaald moeten kijken naar het moment waarop deze het NEN 3140 certificaat heeft behaald. Vanaf die datum is het certificaat drie jaar geldig.

Verschillende soorten NEN 3140
Hou er rekening mee dat er verschillende soorten NEN 3140 certificaten zijn. Er is een NEN 3140 certificaat die met name gericht is op mensen die eenvoudige werkzaamheden in de buurt van elektrische installaties uitvoeren en een NEN 3140 certificaat voor mensen die verantwoordelijkheid dragen voor een elektrische installatie of voor de werkzaamheden van meerdere mensen in de elektrotechniek. Daarom zijn er vanuit het NEN 3140 de volgende niveaus:

  • NEN 3140 VOP: Voldoende Onderricht Persoon NEN 3140 .
  • NEN 3140 VP: Vakbekwaam Persoon NEN 3140.
  • NEN 3140 IV: Installatie- en Werkverantwoordelijke NEN 3140.

Een leidinggevende zal bijvoorbeeld den NEN 3140 IV moeten hebben en een werknemer die eenvoudige werkzaamheden in de buurt van een elektrische installatie verricht zal waarschijnlijk met de NEN 3140 VOP aan de slag kunnen. Mensen die zelfstandig werkzaamheden verrichten aan elektrische installaties zullen in de praktijk meestal in het bezit moeten zijn van NEN 3140 VP.

Is een NEN 3140 certificaat verplicht in Nederland?

Het behalen van een NEN3140 certificaat kan door een bedrijf verplicht worden gesteld maar is wettelijk geen verplichting. Volgens artikel 8 van de Arbeidsomstandighedenwet is een werkgever in Nederland verplicht om er voor te zorgen dat werknemers zo veilig mogelijk werken op de werkplek en rondom de werkplek. Daarvoor moeten werknemers effectief worden ingelicht over de werkzaamheden die uitgevoerd moeten worden, de machines en gereedschappen die gebruikt moeten en alle veiligheidsrisico’s die daaraan verbonden zijn.
Ook dient een werknemer op de hoogte te worden gebracht welke persoonlijke beschermingsmiddelen vereist zijn en op welke manier de eventuele veiligheidsrisico’s beperkt kunnen worden of gesignaleerd kunnen worden aan een daarvoor verantwoordelijk persoon. NEN3140 is geen wettelijke verplichting maar wel een effectief middel om aan de wettelijke verplichting te voldoend om werknemers goed in te lichten over (elektrische) veiligheid.

NEN3140 en veiligheid
Veiligheid draait voornamelijk om kennis, een werknemer moet weten wat hij of zij moet doen om veilig te werken. Daarvoor is een NEN3140 certificaat een effectief middel. Als men zich richt op het vergroten van de:

  • Elektrische veiligheid
  • Veiligheid van elektrische arbeidsmiddelen
  • Veiligheid van elektrische gebouwgebonden installaties.

In deze drie groepen in het NEN 3140 certificaat ingedeeld. Daarnaast is NEN 3140 ook verbonden aan de verantwoordelijkheid die een bepaald persoon heeft in de functie. Net als VCA basis en VCA Vol is ook NEN 3140 gekoppeld aan uitvoerende en leidinggevende functies. Daarover lees je in de volgende alinea meer.

Verschillende niveaus voor NEN 3140
In de techniek werken, net als in andere sectoren, uitvoerende mensen maar ook leidinggevenden of installatieverantwoordelijken. Op het gebied van veiligheid zijn er daarom verschillende rollen. Iemand die als Voldoende Onderricht Persoon werkzaamheden uitvoert heeft een andere rol als een Installatieverantwoordelijke. Daarom heeft NEN 3140 verschillende categorieën namelijk:

  • Voldoende Onderricht Persoon NEN 3140 (NEN 3140 VOP)
  • Vakbekwaam Persoon NEN 3140 (NEN 3140 VP)
  • Installatie- en Werkverantwoordelijke (NEN 3140 IV).

Geldigheid NEN 3140
Een NEN 3140 certificaat is 3 jaar geldig daarna zou het certificaat opnieuw behaald moeten worden indien het bedrijf dit verplicht stelt. Een NEN 3140 is namelijk geen wettelijke verplichting. Het is wel een middel voor een bedrijf om aan de wettelijke verplichting te voldoen om werknemers goed te instrueren over de veiligheidsrisico’s en werkzaamheden aan elektrische arbeidsmiddelen en installaties.

Wat is een Personal Safety Logbook (PSL) Veiligheidspaspoort?

Een Personal Safety Logbook (PSL) wordt ook wel een veiligheidspaspoort genoemd. Dit is een groen boekje dat genummerd is. Een PSL is een document dat gemaakt is van scheurvast papier. Het is persoonsgebonden en bevat informatie over de eigenaar. Ook een pasfoto van de eigenaar is in het PSL opgenomen. Hierdoor kan men duidelijk zien van wie de PSL is.

Dat is belangrijk wat het PSL bevat namelijk gegevens over de veiligheidscursussen, trainingen  en medische keuringen die de eigenaar van het PSL heeft behaald. Nadat iemand een veiligheidstraining heeft gevolgd en deze met goed resultaat heeft afgerond krijg hij of zij een stempel of sticker met handtekening in het Personal Safety Logbook. Daarmee kan hij aantonen dat hij de training heeft behaald.

Waarom is een PSL belangrijk?
Een PSL is belangrijk want is veel technische werkomgevingen zoals gaslocaties en NAM-locaties is het van belang dat men op de hoogte is van specifieke veiligheidsaspecten. Ook voor andere bedrijven in de offshore, petrochemie en transport is een Personal Safety Logbook een document dat inzicht geeft over de diploma’s, veiligheidscertificaten en andere werk gerelateerde opleidingen traingen. Daarnaast bevat een PSL ook informatie over medische keuringen.  Dit alles wordt doormiddel van stempels genoteerd.

Uiteraard moet men op de werklocatie snel en eenvoudig kunnen aantonen welke relevante trainingen men heeft behaald. Daarom is een PSL een belangrijk document. De stempels in een PSL maken duidelijk wat iemand heeft behaald. Na het zien van een veiligheidsinstructie aan de ‘poort’ van bijvoorbeeld een NAM-locatie komt er vaak een extra stempel in te staan waarmee wordt aangetoond dat iemand op de hoogte is van de specifieke veiligheidsaspecten van die locatie.

Wat staat er in een PSL?
In de vorige alinea’s zijn al een aantal gegevens benoemd die in een PSL worden genoteerd. Allereerst worden gegevens genoteerd over de persoon aan wie het PSL behoort. Zijn of haar identiteit wordt in het PSL vastgelegd met een foto. Verder worden zowel algemene veiligheidstrainingen, certificaten en opleidingen vastgelegd. Dit kunnen bijvoorbeeld het VCA Basis of het VCA vol zijn. Andere voorbeelden zijn de NEN 3140, NEN 1010, heftruckcertificaat en een certificaat veilig werken met een hoogwerker. Ook specifiekere trainingen worden genoteerd zoals een H2S training (veilig leren omgaan met H2s).

Voor speciale locaties van de NAM worden ook instructies afgegeven dit worden ook wel poortinstructies genoemd. Als je zo’n instructie of NAM-poortvideo hebt gevolgd voor de NAM dan noemt men dit een NAM-poortinstructie. Hiervan ontvang men een stempel in PSL. Deze stempels worden op de pagina’s achter de identiteitspagina van het PSL-boekje neergezet in vakjes. Ook als men VCA heeft behaald en andere relevante opleidingen en trainingen worden daarvan stempels geplaatst in het PSL. Verder bevat een PSL ook gegevens over de medische gesteldheid van de kandidaat. Voor sommige werklocaties is het namelijk van belang dat men een medische keuring heeft ondergaan.

Geldigheidsdatum van een PSL boekje
Een PSL heeft geen geldigheidsdatum, een PSL kan dus niet verlopen. De stempels kunnen echter wel gekoppeld zijn aan trainingen met een houdbaarheidsdatum. Een VCA heeft bijvoorbeeld een geldigheidstermijn van tien jaar en een heftruckcertificaat, reachtruckcertificaat en een hoogwerkercertificaat hebben geen geldigheid van vijf jaar. Daarna zal men dus weer een nieuw certificaat moeten halen zodat men ook een nieuw stempel kan ontvangen in het PSL-boekje. Het PSL boekje moet in ieder geval geldige stempels hebben die vereist zijn voor de werkzaamheden die op de werklocatie moeten worden uitgevoerd.

Het PSL-boekje dient als een controlemiddel op de werkvloer zodat veiligheidsfunctionarissen, leidinggevenden en andere bevoegde personeelsleden kunnen controleren of de werknemer voldoet aan de gestelde (veiligheids)eisen. Het PSL beschrijft zowel de kennis, vaardigheden als de taakgeschiktheid van de eigenaar evenals zijn of haar medische geschiktheid. Dit houdt ook in dat medewerkers die de vereiste stempels niet hebben ook niet mogen werken op de desbetreffende werklocatie.

SSVV Veiligheidspaspoort
Het Personal Safety Logbook is door de Stichting Samenwerken Voor Veiligheid (SSVV) geïntroduceerd. In 1998 werd het SSVV Veiligheidspaspoort ingevoerd door de SSVV en tot op dit moment wordt het veiligheidspaspoort beheert door de SSVV in Leidschendam en het Secretariaat VCA van het Provinciaal Veiligheidsinstituut in Antwerpen. Aan het einde van januari 2001 werd er een nieuwe editie van het Veiligheidspaspoort gepubliceerd. Dit was het Personal Safety Logbook (PSL). Dit kwam voort uit de integratie van het SSVV Veiligheidspaspoort en het Veiligheidspaspoort van het Provinciaal Veiligheidsinstituut van Antwerpen. Het Personal Safety Logbook is drietalig: Engels, Frans en Nederlands. Het PSL wordt in ieder geval door bedrijven erkend in België en Nederland.

Wat is een duspol of tweepolige spanningzoeker?

Duspol is een merk voor een tweepolige spanningzoeker. Het merk duspol is een geregistreerde handelsmerk voor een meetinstrument dat in de elektrotechniek gebruikt wordt. Een duspol bevat twee meetpennen die over het algemeen een rode kleur hebben. Deze pennen zijn aan elkaar verbonden doormiddel van een soepel, dun snoer dat een donkergrijze of zwarte kleur heeft.

Meetpennen van een duspol
Een duspol heeft twee meetpennen maar de omvang van deze pennen verschilt. De handgreep van één van de pennen is groter dan het handvat van de andere pen. De dikkere meetpen heeft een ingebouwde spanningsindicatie. Over het algemeen bestaat deze spanningsindicatie leds. Bij de leds is een duidelijke omschrijving aangegeven van hetgeen gemeten wordt. Het is echter ook mogelijk dat men in het dikkere handvat een digitaal afleesscherm heeft aangebracht waar men de waardes van kan aflezen.

Hoe werkt een duspal
Een duspal wordt gebruikt als meetinstrument voor de elektrotechniek. Het is een spanningszoeker wat in feite inhoudt dan men met een duspal kan meten of op een bepaald elektrotechnisch component spanning staat of niet. Men kan een duspal bijvoorbeeld gebruiken om de spanning te meten in een wandcontactdoos. Als een wandcontactdoor is voorzien van een aardcontact dan kan men het beste eerst de beide spanningvoerende contactpolen controleren met de duspal. Als men vervolgens de contactpolen om de beurt op de aarde gaat meten kan men bepalen welke contactpool de stroom aanvoert en welke de nul is.

Lekstroom
Een aardlekschakelaar wordt ingeschakeld wanneer er sprake is van zogenoemde lekstroom. Een spanningzoeker zoals een duspal trekt stroom. Als men de duspal gaat gebruiken om de spanning te meten tussen de fase en de aarde dan zal er een lekstroom gaan lopen. Als de elektrische installatie goed functioneert zal de aardlekschakelaar vanwege de lekstroom worden ingeschakeld. Als dat gebeurd wordt de levering van elektrische spanning stopgezet. Om dit te voorkomen hebben sommige tweepolige spanningzoekers een speciale testfunctie met een hoge impedantie. Deze testfunctie wordt gebruikt om de lekstromen te onderdrukken.

Meetbereik van duspal spanningzoeker
Het meetbereik van spanningszoekers kan verschillen. Een tweepolige spanningzoeker heeft over het algemeen een bereik van ongeveer 6 Volt tot 400 Volt. Het aantal Volt wordt in verschillende waarden aangegeven. Deze waardes lopen op en zijn vermeld op de spanningsindicatie van het dikke handvat van de duspal. Een duspal of tweepolige spanningzoeker is geschikt voor het meten van zowel gelijkspanning als wisselspanning.

Wat is een eenpolige spanningzoeker?

Een spanningzoeker is gereedschap waarmee men kan meten of ergens elektrische spanning op staat. Elektromonteurs en installateurs gebruiken vaak een spanningszoeker om te meten of er bijvoorbeeld spanning staat op contactpolen voordat ze daadwerkelijk hun werkzaamheden gaan verrichten. Men moet namelijk spanningsvrij werken om te voorkomen dat men onder elektrische spanning komt te staan tijdens werkzaamheden.

Het onder spanning komen te staan van een persoon wordt ook wel een elektrische schok genoemd en is zeer gevaarlijk voor de gezondheid. Men kan zelfs overlijden ten gevolge van een elektrische schok. Daarom moet men van te voren goed meten of ergens elektrische spanning op staat. Men kan hiervoor een eenpolige spanningszoeker of een tweepolige spanningzoeker (ook wel duspal genoemd) gebruiken. In onderstaande tekst is de werking van een eenpolige spanningzoeker beschreven.

Eenpolige spanningszoeker
Een eenpolige spanningszoeker is de meest eenvoudige en goedkope spanningzoeker die een elektromonteur kan gebruiken. Deze spanningzoeker bestaat uit één pen die in een contactpool kan worden gestoken om te meten of deze onder elektrische spanning staat of niet. Een bekend voorbeeld van de eenpolige spanningszoeker is de fittingschroevendraaier met neonlampje. Dit zijn kleine doorzichtige schroevendraaiertjes die aan het uiteinde een platte schroefkop hebben.

Vanaf deze platte schroefkop is de schroevendraaier geheel geïsoleerd. Deze isolatie voorkomt dat de gebruiker van de spanningszoeker onder elektrische spanning komt te staan tijdens het verrichten van metingen met de spanningszoeker. Het is belangrijk dat deze isolatie niet beschadigd wordt. In de spanningzoeker zit een klein neonlampje dat oplicht als de spanningszoeker een spanning voerend deel van de elektrische installatie raakt met het metalen uiteinde (platte schroevendraaierkop).

Hoe wordt een eenpolige spanningszoeker gebruikt?
Een eenpolige spanningszoeker wordt gebruikt voor het meten van de aanwezigheid van een wisselspanning tussen de 110 V en 240 V. Over het algemeen wordt de eenpolige spanningszoeker gebruikt als fasetester als men werkzaamheden gaat verrichten aan lichtnetinstallaties in bijvoorbeeld woningen of utiliteit.

De eenpolige spanningszoeker wordt met de punt in contact gebracht met een deel van een elektrische installatie. Men moet daarbij de vinger op het uiteinde van het kunststof heft houden. Als het gedeelte dat geraakt wordt met de spanningszoeker ook daadwerkelijk spanning voert dan zal het neonlampje in de spanningszoeker gaan branden. Het  neonlampje gaat branden door de elektrische spanning. Er is echter ook een hoogohmige weerstand aanwezig in de spanningszoeker die zorgt er voor dat het lampje door de elektrische spanning niet kapot brand.

Belangrijke informatie over spanningszoeker
Het branden van het lampje van de spanningzoeker geeft aan dat er spanning staat op het onderdeel van de elektrische installatie. De exacte hoogte van de spanning wordt door de eenpolige spanningsmeter niet aangegeven. Het lampje gaat over het algemeen branden als er een spanning wordt gemeten van 110 Volt tot 240 Volt.

Als het neonlampje niet brand is dat niet een garantie dat een geleider spanningsloos is. Er zijn namelijk een aantal factoren die van invloed zijn op de werking en het aflezen van de spanningszoeker. Allereerst kan de elektromonteur de spanningzoeker niet goed hanteren waardoor het lampje niet gaat branden. Hij of zij kan de spanningzoeker niet stevig genoeg tegen de geleider aanhouden waardoor de spanningzoeker de spanning niet goed kan meten.

Ook kan de geleider of de spanningszoeker bevuild zijn wat het meten en aflezen bemoeilijkt. Het lampje kan bovendien kapot zijn of er is een te grote overgangsweerstand tussen de vinger en contactplaatje waardoor het licht van het lampje te zwak is. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat de spanningzoeker werkt kan men de spanningszoeker het beste van te voren testen door de spanningzoeker in een contactpool te steken van een wandcontactdoos waar spanning op staat.

Professioneel gebruik eenpolige spanningzoeker is niet toegestaan
Een eenpolige spanningszoeker kan wel door elektromonteurs worden gebruikt maar ze zijn niet toegestaan voor professioneel gebruik. Om de hierboven genoemde redenen wordt een eenpolige spanningszoeker onvoldoende betrouwbaar geacht. De Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden aan elektrische installaties is de NEN 3140. Hierin staan richtlijnen voor het veilig werken aan elektrische installaties. In de NEN 3140 is vastgelegd dat men voor het aantonen van spanningafwezigheid een tweepolige meting dient te doen. Hiervoor maakt men gebruik van een tweepolige spanningzoeker zoals een duspal. Een duspal is een merk van een tweepolige spanningzoeker.

Wat wordt bedoelt met ‘inlener’ in de uitzendbranche?

Het woord ‘inlener’ wordt in de uitzendbranche regelmatig gebruikt. Het woord wordt onder andere gebruikt in termen zoals inlenersbeloning en inlenersaansprakelijkheid. Voordat men de betekenis van deze termen gaat opzoeken is het belangrijk dat men weet wat met de ‘inlener’ of ‘inlenende partij’ wordt bedoelt. De inlener en het uitzendbureau zijn twee partijen die met elkaar tot overeenkomst zijn gekomen over het bemiddelen en te werk stellen van uitzendkrachten of gedetacheerden.

Opdrachtgevers van uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Uitzendbureaus en detacheringsbureaus bemiddelen flexibel personeel. Dit personeel blijft gedurende de uitzendperiode of de detachering in dienst bij het uitzendbureau en detacheringsbureau. Het personeel dat deze bureaus bemiddelen is echter zelden binnen het desbetreffende bureau werkzaam. In plaats daarvan wordt het personeel uitgeleend aan andere bedrijven. Deze bedrijven worden door de uitzendbureaus en detacheringsbureaus benadert met de vraag of ze vacatures hebben voor de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.

Bedrijven kunnen aan uitzendbureaus en detacheringsbureaus een opdracht geven om op zoek te gaan naar tijdelijke krachten voor bepaalde vacatures. Deze tijdelijke krachten worden ook wel flexwerkers genoemd en zijn zeer geschikt om een tijdelijke piek in de productie van opdrachtgevers op te vangen. Het is echter ook mogelijk dat opdrachtgevers voor langere tijd een uitzendkracht of een detacheringskracht zoeken. In dat geval heeft een opdrachtgever vaak de keuze of hij of zij de uitzendkracht voor langere tijd inleent of een werving en selectiebedrag gaat betalen aan het uitzendbureau waarmee de desbetreffende arbeidskracht meteen bij het bedrijf in dienst kan treden. Opdrachtgevers kunnen er ook voor kiezen om zogenoemde headhuntersbureaus in te zetten. Deze bureaus werken over het algemeen op basis van werving en selectie afkoopsommen.

Als een opdrachtgever er voor kiest om uitzendkrachten of detacheringskrachten in te lenen verandert hij van opdrachtgever in inlener. Het bedrijf leent op het moment dat hij of zij de overeenkomst sluit met het uitzendbureaus of detacheringsbureau namelijk de desbetreffende flexwerker in.

Verhouding tussen inlener en uitzendbureau
De verhouding tussen de inlener en het uitzendbureau is bijzonder. Formeel is het uitzendbureau de werkgever maar in de praktijk wordt de flexkracht door de inlener aangestuurd in de uitvoer van de dagelijkse werkzaamheden. De inlener is daarom verantwoordelijk voor de begeleiding en aansturing van de werknemer. Ook een eventueel inwerktraject dient door de inlener te worden uitgevoerd in samenwerking met de desbetreffende flexkracht.

De inlener draagt echter nauwelijks risico’s. Omdat de flexkracht in dienst is bij het uitzendbureau draagt het uitzendbureau het risico met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Uiteraard dient het uitzendbureau hiervoor afdoende verzekerd te zijn. Verder is het uitzendbureau eveneens verantwoordelijk voor de juiste afdrachten en het betalen van het loon.

Inlenersaansprakelijkheid
Het woord inlenersaansprakelijkheid houdt verband met het toezicht en de controle van de inlener met betrekking tot de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden van de werknemer. De inlener is verantwoordelijk voor een veilige werkplek en dient er voor te zorgen dat de werknemer goed wordt geïnstrueerd indien deze in een omgeving gaat werken met specifieke risico’s. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan werken met machines of werken met gevaarlijke stoffen. Bedrijven dienen op de hoogte te zijn van de risico’s die op de werkplek aanwezig zijn. Deze dienen ze volgens de wet schriftelijk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hieruit volgt een plan van aanpak om de risico’s te reduceren of indien mogelijk geheel te verwijderen van de werkplek.

Dat laatste is niet altijd mogelijk. Daarom dienen werknemers op de hoogte te zijn welke risico’s nog aanwezig zijn op de werkplek. Een werkgever (die tevens de inlener is) dient zowel haar eigen personeel als de flexkrachten duidelijk te instrueren over de risico’s en de manier waarop met die risico’s om gegaan dient te worden. Waarschuwingsmarkeringen en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hier een aantal voorbeelden van. Voor het werken met hoogwerkers en heftruck dienen werkgevers (dus ook inleners)  aan te kunnen tonen dat de werknemers voldoende zijn geïnstrueerd. Veel werkgevers kiezen er voor om de werknemers en flexkrachten hiervoor een heftruckcertificaat of een certificaat ‘veilig werken met een hoogwerker’ te laten behalen. Er zijn echter nog veel meer veiligheidscertificaten die door werkgevers/ inleners kunnen worden verstrekt aan werknemers zoals:

  • ‘veilig hijsen’ voor het veilig verplaatsen van lasten.
  • NEN 3140 voor het veilig werken in een omgeving met elektriciteit.
  • VCA voor de veiligheid van de werknemers op bouwplaatsen en andere technische werkplekken.

Technische uitzendbureaus ondersteunen de inleners, waar ze hun uitzendkrachten aan het werk hebben, vaak met het verstrekken van cursussen en opleidingen die de veiligheid op de werkplek vergroten. De uitzendbureaus zijn echter zelf niet verantwoordelijk. Indien een uitzendbureau VCU gecertificeerd is kan van dat bureau wel worden verwacht dat ze een goede controle houdt op het naleven van de veiligheid op de werkplek.

Inlenersbeloning en equal pay
Vanaf 30 maart 2015 is de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van toepassing voor uitzendkrachten die bij een inlener te werk worden gesteld. Voor vakkrachten gold deze regeling al sinds medio 2014. Een vakkracht is iemand die in een cao van de inlener als vakkracht wordt aangemerkt vanwege een bepaald opleidingsniveau of ervaringsniveau. Op 30 maart 2015 dient echter de inlenersbeloning voor elke uitzendkracht te worden ingevoerd. Deze inlenersbeloning wordt ook wel equal pay genoemd. Uitzendbureaus dienen voordat ze de uitzendkracht/ flexwerker uitlenen aan de inlener goed na te gaan onder welke cao de inlener valt.

Daarbij dienen ze de uitzendkracht op een gelijkwaardige manier te belonen als het overige personeel dat rechtstreeks bij de inlener werkzaam is. Hierdoor wordt scheefgroei voorkomen. Equal pay schept zowel verplichtingen aan het uitzendbureau als aan de inlener. Van de inlener wordt namelijk verwacht dat deze zich ook houdt aan de equal pay richtlijnen. Als de inlener misbruik vermoed dient deze dat bij de juiste instanties aan te geven. Bij zeer lage tarieven voor uitzendkrachten en andere flexwerkers dient de inlener dus actie te ondernemen en na te gaan of de inlenersbeloning wel correct is ingevoerd. Een gemakkelijke houding van de inlener wordt in 2015 niet meer getolereerd door de overheid. Uitzendbureaus die zich niet aan de equal pay houden kunnen fixe boetes verwachten en inleners ook. Door equal pay wordt de arbeidsmarkt transparanter en eerlijker aldus de overheid. De inlenersbeloning/ equal pay is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen uitzendbureau en inlener.

Moet gereedschap gekeurd worden?

Gereedschap behoort tot de arbeidsmiddelen van de werknemer. Door het gebruiken van gereedschap zal het gereedschap slijten en daarnaast zal door intensief gebruik of verkeerd gebruik van gereedschap de kans op defecten toenemen. De veiligheidstechnische staat van bepaalde gereedschap kan door gebruik achteruit gaan. Bij gereedschappen waarbij dit aan de orde is zal men regelmatig een keuring moeten uitvoeren. Deze keuring moet over het algemeen één maal per jaar plaatsvinden. De keuring van gereedschap moet door een erkende instantie worden uitgevoerd.

Eventueel kan de keuring van gereedschap ook door een medewerker van hetzelfde bedrijf worden gedaan maar dan zal deze medewerker ook over de juist papieren moeten beschikken en voldoende ervaring moeten hebben. Een arbeidsmiddel dat gekeurd is moet voorzien zijn van een sticker of andere aanduiding zodat de gebruiker van het arbeidsmiddel kan zien wanneer het gereedschap gekeurd is en wat het resultaat is van de keuring (goedgekeurd of afgekeurd).

CE markering en goedkeuringsteken
Voor machines die in Europa worden geproduceerd en gebruikt is de machinerichtlijn (2006/42/EG) van toepassing. Deze Europese richtlijn schrijft voor aan welke veiligheidscriteria de machine-industrie moet voldoen. Goedgekeurde machines worden voorzien van een CE-markering. Deze markering maakt duidelijk dat de machine of het arbeidsmiddel conform Europese richtlijnen is geproduceerd.

Door het gebruiken van de machines en overige arbeidsmiddelen kan de werking verminderen en kan ook de veiligheid van de machine achteruit gaan. In dat geval kan een arbeidsmiddel wel een CE-markering hebben maar is het arbeidsmiddel feitelijk niet meer veilig. Daarom moeten arbeidsmiddelen gekeurd worden en na afloop van de keuring worden voorzien van een duidelijke sticker. Over het algemeen worden twee soorten stickers gehanteerd: een sticker met afgekeurd en een sticker met een datum waarop het gereedschap is goedgekeurd.

Van de keuring van de arbeidsmiddelen moeten schriftelijke bewijstukken worden opgesteld. Deze bewijsstukken moeten op de werkplek aanwezig zijn.

Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen
De regels omtrent de veiligheid en gezondheid van werknemers is in Nederland onder andere in het Arbobesluit vastgelegd. Vanuit Europa zijn er echter ook richtlijnen vastgelegd omtrent de veiligheid van arbeidsmiddelen. Deze kan men onder andere vinden in de Europese Richtlijn Arbeidsmiddelen. Hierin staat onder andere dat een werkgever er voor moet zorgen dat het gebruik van een arbeidsmiddel geen gevaar mag opleveren voor de gezondheid en veiligheid van de werknemer.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheid van arbeidsmiddelen?
De werkgever die werknemers in dienst heeft en arbeidsmiddelen aan hen verstrekt is verantwoordelijk voor de technische veiligheid van de arbeidsmiddelen. Ook de huurder of lener van gereedschap is verantwoordelijk voor de veiligheid van het arbeidsmiddel. Uitzendbureaus met technisch personeel dienen zich ook te houden aan de richtlijnen met betrekking tot de veiligheid van arbeidsmiddelen. Uitzendbureaus die arbeidsmiddelen verstrekken zullen daarom ook regelmatig het gereedschap van de technische uitzendkrachten moeten laten keuren. Elektrisch gereedschap moet bijvoorbeeld voldoen aan de richtlijnen uit de NEN 3140.

Zeven risicoklassen
Arbeidsmiddelen zijn er in verschillende soorten. Handgereedschappen, elektrische gereedschappen, machines, apparaten en installaties behoren allemaal tot de arbeidsmiddelen. Bepaalde arbeidsmiddelen leveren meer arbeidsrisico’s dan andere arbeidsmiddelen. Daarom worden arbeidsmiddelen in verschillende risicoklassen ingedeeld. In totaal zijn er zeven risicoklassen. Arbeidsmiddelen die in een lage risicoklasse worden ingedeeld brengen minder arbeidsrisico’s met zich mee. Arbeidsmiddelen met een hoger arbeidsrisico worden in een hogere risicoklasse ingedeeld.

Mag een werkgever zijn eigen gereedschappen keuren?
Arbeidsmiddelen worden in zeven risicoklassen ingedeeld. Het gaat te ver om in deze tekst een opsomming te geven van alle arbeidsmiddelen en de klassen waartoe deze behoren. Hoe hoger de risicoklasse van het arbeidsmiddel hoe zwaarder de eisen zijn die aan de keurmeesters worden gesteld. Tot categorie 4 tot 6 behoren bijvoorbeeld bepaalde hijsmachines en hefmachines. De arbeidsmiddelen die in de drie hoogste risicoklassen (categorie 5, 6 en 7) zijn ingedeeld worden gekeurd door onafhankelijke deskundigen. Arbeidsmiddelen in lagere risicoklassen mogen echter wel door werknemers van het desbetreffende bedrijf zelf worden gekeurd mits ze daarvoor een gedegen opleiding hebben gevolgd.

Hoe wordt je VOP, Voldoende Onderricht Persoon NEN EN 50110 / NEN 3140?

Binnen de techniek zijn verschillende functies aanwezig waarbij kennis over elektrotechnische installaties vereist is. Hierbij kan gedacht worden aan onderhoudsmonteurs in de (petro)chemische sector, in de industrie of de procestechniek. Naast onderhoudsmonteurs zijn in deze sectoren ook elektromonteurs werkzaam bij het assembleren, inregelen en onderhouden van machines op elektrotechnisch gebied. Het spreekt voor zich dat elektrotechnische werkzaamheden zorgvuldig uitgevoerd moeten worden. Wanneer bepaalde onderdelen van bijvoorbeeld een machine per ongeluk onder spanning komen te staan kunnen de gevolgen daarvan zeer ernstig zijn. Bedrijven willen daarom dat hun medewerkers voldoende onderricht zijn om de werkzaamheden kundig uit te kunnen voeren. Daarom kunnen bedrijven medewerkers verplichten om een cursus VOP te volgen.

Voor wie is een cursus Voldoende Onderricht Persoon bedoelt?
Wanneer van een monteur wordt verlangd dat hij of zij werkt aan elektrische onderdelen van machines, apparaten, installaties of gereedschappen is het belangrijk dat de monteur goed op de hoogte is van de wet en regelgeving en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde komen. Een monteur die elektrotechnisch werk uitvoert moet dit op een verantwoorde manier doen zodat de monteur en de omgeving niet bloot staan aan gevaar.  Hiervoor heeft een monteur kennis nodig van elektrotechniek en daarnaast moet hij of zij weten hoe de werkzaamheden zo veilig mogelijk uitgevoerd kunnen worden.

Een cursus VOP (Voldoende Onderricht Persoon) wordt meestal verstrekt aan monteurs die zelf geen of weinig kennis hebben van elektrotechniek maar er wel mee te maken kunnen krijgen tijdens het uitvoeren van de werkzaamheden. Dit kunnen bijvoorbeeld mechanisch onderhoudsmonteurs, machinebouwers, werktuigbouwkundige installatiemonteurs en revisiemonteurs zijn. Wanneer deze monteurs geen gedegen elektrotechnische opleidingen hebben gevolgd is een cursus Voldoende Onderricht Persoon NEN-EN-50110/NEN-3140  gewenst of zelfs noodzakelijk.

Ook aan ervaren elektromonteurs met een gedegen opleiding kan vereist worden dat ze een VOP cursus NEN-EN-50110/NEN-3140 gaan volgen. In dat geval wil het bedrijf of de opdrachtgever er zeker van zijn dat de elektromonteur de basiskennis nog beheerst en dat deze niet veroudert is. Het volgen van een VOP cursus NEN-EN-50110/NEN-3140 kan net zoals het VCA verplicht worden door een opdrachtgever of bedrijf. Uiteindelijk is het doel een veilige werkplek. Volgens de wet is een bedrijf verplicht om een veilige werkplek te garanderen aan haar medewerkers. Een bedrijf moet daarom kunnen aantonen dat de medewerkers kundig genoeg zijn om bepaalde werkzaamheden uit te voeren. Wanneer een bedrijf aan de Arbeidsinspectie kan laten zien dat de medewerkers, die elektrotechnische werkzaamheden uitvoeren, daarvoor voldoende onderricht zijn voldoet het bedrijf aan de regelgeving van de Arbowet.

Verschillende VOP cursussen
Er zijn verschillende soorten VOP cursussen omdat de elektrotechnische werkzaamheden die uitgevoerd worden in de praktijk onderling kunnen verschillen. Zo zijn er bijvoorbeeld VOP cursussen op het gebied van NEN-EN-50110/NEN-3140,  VOP Laagspanning NEN 1010 en de NEN 1014 / NEN-EN-IEC-62305 Bliksembeveiliging.

Het verschil tussen NEN-EN-50110 en NEN-3140 is niet heel groot. NEN-EN-50110 is de Europese norm voor de inspectie van elektrische installaties en de instructie en aanwijzen van personen. De NEN-3140 is een Nederlandse aanvulling op de Europese norm. Daarom moeten monteurs die in Nederland werken aan elektrische installaties over NEN-3140 beschikken.

NEN 1010 gaat over laagspanning. Deze norm gaat over de veiligheidsbepalingen voor laagspanningsinstallaties. Deze installaties kunnen onder andere voorkomen in woningen en utiliteit maar ook in bedrijfswagens, jachten en andere vervoersmiddelen waarbij wordt gewerkt met laagspanning.

Wat leer je op een VOP cursus?
Er zijn verschillende opleidingsinstituten die VOP cursussen aanbieden. De cursusinhoud kan een beetje verschillen, maar komt in de kern op hetzelfde neer namelijk: het leren om op een veilige en verantwoorde manier om te gaan met de assemblage, in bedrijf stellen, reparatie en controle op elektrotechnische installaties. Op een VOP cursus leert een deelnemer de richtlijnen en wetgeving vanuit de Arbowet over het aanleggen van elektrische installaties en het toezicht houden daarop. Ook de toepassing van persoonlijke beschermingsmiddelen komt aan de orde. Gevaarherkenning en aansturen van medewerkers komt bij VOP cursussen ook aan bod. Een voldoende onderricht persoon moet ook in staat zijn om bij collega’s te kunnen signaleren dat veiligheidsaspecten worden genegeerd of over het hoofd gezien.  Een VOP cursus is op MBO niveau. Wanneer deze cursus door de cursist succesvol is afgerond met een examen is hij of zij een voldoende onderricht persoon VOP. Daarmee is iemand nog niet voor zijn leven lang VOP. Een NEN 3140 certificaat is bijvoorbeeld drie jaar geldig. Daarom moet een VOP om de drie jaar de cursus herhalen om VOP te blijven.

Wat is elektrotechniek en waarom is het belangrijk?

Elektrotechniek is een technisch vakgebied. Onder het vakgebied elektrotechniek valt de bestudering, de toepassing van elektromagnetische velden en elektriciteit zowel in theorie als praktijk. Elektrotechniek is bijna overal aanwezig in ons dagelijks leven. Zowel in een woning als in een bedrijf zijn veel machines, verlichting en apparaten aangesloten op een elektrisch netwerk dat ze van stroom voorziet. Zonder deze elektrische stroom kunnen bedrijven niet draaien en wordt het woongenot van mensen tegenwoordig ernstig beperkt. Ook ziekenhuizen zijn afhankelijk van elektriciteit omdat een groot deel van de systemen die daar aanwezig zijn niet zonder elektriciteit kunnen draaien. Ziekenhuizen en bedrijven zijn vaak zo sterk afhankelijk van elektriciteit dat ze speciale noodvoorzieningen hebben getroffen wanneer de stoom uit zou vallen. Elektrotechnici zijn nodig om er voor te zorgen dat netwerken worden aangelegd en meterkasten worden ingericht. Ook zoeken elektrotechnici naar storingen en onderhouden ze de netwerken die zijn aangelegd. Hieronder wordt informatie gegeven over elektriciteit, verschillende energievormen en de kans op werk in de elektrotechnische branche.

Elektriciteit vergelijkbaar met waterstroom
Elektriciteit wordt  wel vergeleken met een waterstroom. Door de druk van water kunnen schoepen van een rad in beweging worden gebracht. Daarvoor is wel een bepaalde druk nodig. Hoe groter de druk van het water hoe harder de schoepen in beweging kunnen worden gebracht. De schoepen en de waterleiding zorgen echter ook voor weerstand. Om voldoende waterdruk te creëren is een machine nodig waarmee de druk kan worden bepaald. Men heeft het dan over de ‘stroomsterkte’ van het water. De uitleg van de stroomsterkte van water is in grote lijnen van toepassing op elektriciteit. Binnen de elektrotechniek wordt gebruik gemaakt van een aantal algemene termen die tot de basiskennis behoren voor elektrotechnici. We beperken ons hierbij tot de termen: watt, ohm, ampère en volt. Wanneer we deze termen vergelijken met een waterstroom dan kunnen de volgende paralellen worden gemaakt:

  • Watt, is het vermogen dat wordt geleverd. Dit is vergelijkbaar met de druk die het water nodig geeft om een schoepenrad in beweging te brengen. De druk of het vermogen zorgt er voor dat het schoepenrad in beweging komt. Ook het gebruik van een machine wordt aangegeven in het aantal Watt of kilowatt per uur (KWH).
  • Ohm, is de geboden weerstand. Dit kan worden vergeleken met de diameter van een waterleiding. Hoe groter de diameter hoe meer water er door kan stromen. Een kleine diameter zorgt voor veel weerstand. Wanneer je een vergelijking zou maken met iets elektrotechnisch is een gloeilamp een goed voorbeeld. Het zeer dunne draadje dat gemaakt is van wolfraam bied zoveel weerstand dat het gaat gloeien.
  • Volt, is de geleverde spanning. Dit is de daadwerkelijke druk van het water dat door een waterleiding stroomt.
  • Ampère is de sterkte van de stroom. Wanneer dit wordt vergeleken met water is dit de hoeveelheid water die door een waterleiding stroomt per seconde.

Bovenstaande termen worden door elektrotechnici veelvuldig gebruikt. Er zijn verschillende formules ontwikkeld door de jaren heen om: Watt, Volt, Ampère en Ohm te berekenen. Elektrotechnici hebben voor deze berekeningen wiskundig inzicht nodig.

Elektriciteit
Hiervoor werd aangegeven dat elektriciteit belangrijk is voor onze maatschappij en werd de algemene werking van elektriciteit aan de hand van een voorbeeld geschetst. We kunnen eigenlijk niet meer zonder elektriciteit. Het proces waarbij elektriciteit wordt opgewekt tot aan de eindgebruiker is interessant en voortdurend onderwerp in het nieuws. Elektriciteit wordt opgewekt en kan niet zoals olie, kolen en gas worden gedolven. Daarnaast kan elektriciteit niet worden opgeslagen en dat vormt een groot probleem.  Elektriciteit is zoals eerder aangegeven geen delfstof maar kan wel uit delfstoffen worden gewonnen wanneer delfstoffen worden verbrand, zoals bijvoorbeeld in kolencentrales gebeurd. Kolencentrales worden gebruikt voor het opwekken van elektriciteit door het verbranden van kolen. Dit is echter zeer milieubelastend. Daarom wordt gezocht naar andere middelen om elektriciteit te winnen.

Schone energie
Windenergie en zonne-energie winnen terrein op de energiemarkt. Deze ‘schone’ energie zorgt er voor dat er minder delfstoffen worden verbrand en minder CO2 wordt uitgestoten. Bij deze energiewinning is de mens voor een groot deel afhankelijk van de natuur. Daarnaast moet voor de fabricage en productie van windmolens en zonnepanelen energie worden verbruikt. Ook voor de sloop van kapotte zonnepanelen en windmolens moet energie worden verbruikt en ontstaat er restafval. De vraag blijft wat meer milieubelastend is: een kolencentrale of zogenoemde duurzame, ‘schone’ energie.

Kernenergie
wanneer gebruik wordt gemaakt van kernenergie speelt ook nog het radioactieve afval een belangrijke rol in de afweging om voor die energietechniek te kiezen. Radioactief afval is zeer schadelijk voor mens en milieu. Daarnaast is er de kans op een kernramp door een menselijke fout of door een natuurramp zoals een aardbeving. Dit zorgt er voor dat veel mensen terughoudend zijn met het gebruik van kernenergie en het plaatsen van een nieuwe kerncentrale. De ramp die in Japan plaatsvond toont aan dat een mens machteloos is bij een enorme natuurramp in combinatie met een kernramp.

Elektrotechniek is divers
Elektrotechniek wordt in onze samenleving breed toegepast. Elektrotechnici kunnen zowel breed onderlegd zijn als specialist. Daarnaast kunnen ze nieuwe elektrotechnische systemen en bedrading aanleggen maar ook ingezet worden in service, storing zoeken en renovatie. Elektrotechniek is een wereld van technologie en innovatie. Er worden per jaar over de hele wereld verschillende nieuwe systemen ontwikkeld voor industriële elektronica. Ook domotica, meet- en regeltechniek en bijbehorende bedieningsapparatuur worden regelmatig voorzien van nieuwe elektronica en softwaresystemen. Elektrotechniek is zeer divers en is daarnaast gebonden aan veiligheidsrichtlijnen. Elektrotechnici moeten daarom voortdurend cursussen en trainingen volgen om over voldoende kennis te beschikken om de werkzaamheden goed en veilig uit te voeren.

Werk in elektrotechniek
Omdat elektrotechniek een breed vakgebied is zijn er verschillende functies die elektrotechnici en elektromonteurs kunnen uitoefenen. De enorme hoeveelheid aan elektrotechnische systemen die onze maatschappij rijk is zorgen er voor dat er altijd behoefte zal blijven aan ervaren elektrotechnici. De behoefte aan personeel in een bepaalde elektrotechnische functie kan door een economische crisis wel tijdelijk teruglopen. Het is belangrijk dat iemand met elektrotechnische opleiding wat met zijn kennis doet. Theoretische kennis over de elektrotechniek moet in de praktijk worden toegepast. Daarnaast is het belangrijk dat deze kennis up-to-date blijft. Met verouderde kennis over elektrotechniek is het moeilijk om aan een baan te komen in deze branche. Ook veiligheidscertificaten zoals VCA en NEN 3140 zorgen voor meerwaarde op het cv.