Toename zzp’ers in bouw en techniek vanaf januari 2020

In de bouw en de techniek werken al veel zelfstandigen zonder personeel in 2019. Er wordt echter een toename verwacht in het aantal zelfstandige ondernemers dat in de bouw werkt. Deze ontwikkeling heeft te maken met de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Deze wet treed vanaf 1 januari 2020 in werking. De WAB zorgt er voor dat flexwerk in Nederland duurder wordt voor werkgevers. Dit heeft te maken met de WW premiedifferentiatie. Deze WW- premiedifferentiatie zorgt er voor dat er voor flexwerkers 5 procent meer WW-premie moet worden afgedragen ten opzichte van vaste krachten. Flexwerkers worden dus duurder voor werkgevers. Veel werkgevers die toch afhankelijk zijn van flexibele arbeid maar niet meer kosten kunnen betalen gaan meer zelfstandigen zonder personeel inhuren de komende tijd.

Dat zorgt er voor dat het aandeel zzp’ers op de flexmarkt zal toenemen. Met name in de bouw en techniek zullen meer zzp’ers aan de slag gaan. Dat heeft te maken met de onzekere factoren die in 2019 zich hebben voorgedaan. De stikstofcrisis en PFAS problematiek zorgden er voor dat veel bouwbedrijven in onzekere tijden hebben geleefd. Ook hun toeleveranciers merkten de problemen. De productie ging achteruit. De onzekerheid wordt in de praktijk vaak opgevangen door flexkrachten. De overheid wil echter dat er meer vaste krachten worden ingehuurd maar de kans is klein dat dit daadwerkelijk gebeurd. Bedrijven in de bouw en techniek zullen zzp’ers als noodoplossing inzetten ter vervanging van uitzendkrachten en mensen met een tijdelijk contract die op basis van de Wet Arbeidsmarkt in Balans duurder zullen worden. De balans tussen flexwerk en vaste krachten zal verder weg zijn dan ooit in 2020.

Wat is een transformatiewoning?

Een transformatiewoning is een woning die uit een verbouwing van een bestaand pand met een andere bestemming is getransformeerd. Transformatiewoningen komen vooral in gebieden voor waar er sprake is van een tekort aan woningen. Als er te weinig woningen beschikbaar zijn om aan de vraag te voldoen dan wordt er steeds vaker gekeken naar bestaande panden met een andere bestemming om deze vervolgens om te bouwen tot woningen en woonruimten.

Utiliteit ombouwen tot woningen
Een tansformatiewoning is dus een woning die ontstaan is uit een pand met een andere functie. In de praktijk worden scholen en kantoren regelmatig tot transformatiewoningen omgebouwd. Daarnaast worden ook andere bedrijfspanden en utiliteit omgebouwd tot woningen. Zo kunnen zelfs loodsen, fabrieken, kazernes en stallen van boerderijen tot woningen of appartementen worden omgebouwd. Bouwbedrijven en projectorganisaties worden steeds creatiever op dit gebied. Ook investeringsmaatschappijen zien geld in het ombouwen van bestaande panden tot transformatiewoningen.

Woningtransformatie als oplossing

Op die manier kan er wat worden gedaan aan het tekort aan woning maar kan ook meer geld worden verdiend met de verkoop en de verhuur van transformatiewoningen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 2018 in totaal 13.000 transformatiewoningen ontstaan. Dat maakt duidelijk dat een groot deel van de toename in het aanbod aan woningen wordt gerealiseerd door gebouwen te transformeren tot woningen.

Aandachtspunten voor woningen die gebouwd zijn tussen 1970 en 1980

In de periode tussen 1970 en 1980 zijn er in Nederland veel woningen gebouwd. De architectuur van deze woningen is beter dan de architectuur van de woningen die voor 1970 zijn gebouwd. Daarnaast is de kwaliteit van deze woningen over het algemeen prima. Ten opzichte van oudere woningen zijn de onderhoudskosten lager. Er werd namelijk in de bouwperiode tussen 1970 en 1980 veel gebruik gemaakt van onderhoudsarme materialen. Bovendien werden er meer isolerende materialen toegepast. Zo werden de woningen standaard uitgerust met dubbel glas ook werd er dakisolatie en spouwisolatie aangebracht in woningen die in deze bouwperiode zijn opgeleverd.

Aandachtspunten woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd
Woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd zijn over het algemeen voorzien van materialen die beter zijn dan de woningen die voor deze periode werden gebouwd. Toch zijn er wel aandachtspunten. Zo kunnen woningen die in deze periode nog kozijnen bevatten die van een niet-duurzame houtsoort zijn gemaakt. Zo bevatten deze woningen regelmatig burenhouten gevelkozijnen. Deze zijn gevoelig voor houtrot. Sommige woningen hebben in de loop der jaren nieuwe kozijnen gekregen die gemaakt zijn van kunststof of hardhout.

Kwaaitaal- en Mantavloeren
Een behoorlijk aantal woningen uit de bouwperiode 1970 en 1980 werden voorzien van Kwaaitaal- en Mantavloeren. In totaal zijn er in Nederland 100.000 woningen in Nederland die problemen hebben met een Mantavloer. Deze woningen krijgen op den duur te maken met betonrot wat er voor zorgt dat de betonvloer afbrokkelt en haar sterkte verliest. Dit zorgt er voor dat de vloer kan breken. Ook Kwaaitaal vloeren hebben een zeer grote kans op betonrot. Deze vloeren zijn van 1965 tot ongeveer 1984 in veel woningen in Nederland aangebracht. Het repareren van een Kwaaitaalvloer en Mantavloer is meestal erg kostbaar daarom is het belangrijk dat men bijvoorbeeld bij de aanschaf van een woning goed op de hoogte is wat voor type (beton)vloer de woning heeft.

Elektrische installatie
Veel woningen die tussen 1970 en 1980 zijn gebouwd hebben een verouderde elektrische installatie die niet meer aan de eisen van 2019 voldoet. Er worden nu andere huishoudelijke apparaten gebruikt die meer elektriciteit verbruiken zoals afwasmachines, elektrische ovens, wasmachines en drogers met meer capaciteit. Al deze apparaten in combinatie met domotica toepassingen en internet of things vereisen een moderne elektrische installatie. Veel woningen uit de bouwperiode tussen 1970 en 1980 hebben daarom de afgelopen jaren een optimalisatie, renovatie en modernisering gehad van de elektrische installatie. Deze verbouwing is echter lang niet altijd zorgvuldig uitgevoerd. Met name in vochtige ruimten zoals badkamers bestaat er een vergrote kans op een onveilige elektrische installatie.

Centrale verwarmingsinstallatie
De huidige verwarmingstechniek is ook anders dan vroeger. In de jaren zeventig van vorige eeuw werden andere leidingen gebruikt voor een centrale verwarming dan tegenwoordig. Onder andere de diameter was anders. Als de cv-installatie moet worden vervangen kan dat voor extra kosten zorgen. Ook de cv-ketel zal in de afgelopen jaren vervangen zijn of zal dringend aan vervanging toe zijn.

Geluidsisolatie van woning
De geluidsisolatie van woningen is ook een aandachtspunt. Bij woningen die gebouwd zijn vóór 1978 moet gelet worden aan de geluidsisolatie tussen de woningen. Na 1978 werden nieuwe materialen en constructies toegepast voor woningscheidende wanden, zoals ankerloze spouwmuren enzovoort. Deze aanpassingen zorgden voor een betere isolatie van geluid maar ook van warmte.

Wat is functionalisme voor stroming in de architectuur?

Functionalisme is een stroming in de architectuur waarbij de functie van een gebouw bepalend is voor het uiterlijk en de constructie van het bouwwerk. Gebouwen die zijn vormgegeven doormiddel van functionalistische architectuur zijn zoals de naam doet vermoeden in de eerste plaats functioneel. Daarom zijn deze functionele gebouwen vrij somber vormgegeven en bevatten ze weinig ornamenten en andere versieringen. Functionalisme is niet alleen van toepassing in de architectuur maar ook in het design van meubels.

Toepassing functionalisme
Functionalisme is als stroming in de architectuur vooral in de eerste helft van de 20e eeuw toegepast in verschillende landen. Vooral in Duitsland, Nederland, Denemarken, Finland, Tsjecho-Slowakije en de Sovjet-Unie werden gebouwen in de stijl van het functionalisme gebouwd. Deze gebouwen zijn over het algemeen gebaseerd op de principes waarop de Romeinse architect Vitruvius zijn bouwwerken vorm had gegeven. Deze gebouwen bestonden uit ontwerpen met een optimaal evenwicht tussen constructieve stevigheid, nut en genot. Kenmerkend voor het functionalisme is de open plattegrond. De muren hoeven daarbij niet de constructie te ondersteunen. In plaats daarvan worden de muren aangebracht om een gebouw optimaal op te delen in verschillende ruimtes. Andere elementen die kenmerkend zijn voor het functionalisme zijn de vliesgevels.

Vorm volgt functie
Een toonaangevend persoon binnen het functionalisme is Louis Sullivan. Hij kwam in 1898 al met het credo Vorm volgt (altijd) functie. In het Engels noemt men dit FFF Form Follows Function wat men kan vertalen Vorm volgt functie. De functie van het gebouw en het uiteindelijke gebruik van het gebouw zijn leidend in de vormgeving van het gebouw. Daarbij had Sullivan voorbeelden uit de natuur voor ogen. Vogels, bloemen en stromende bekeken zijn volgens hem functioneel maar ook prachtig om te zien.

Wat zijn stichtingskosten?

Stichtingskosten worden ook wel investeringskosten genoemd en is een verzamelnaam van de totale som aan kosten die betaald moeten worden voor het oprichten oftewel het stichten van een woning, utiliteitscomplex of andere bouwproject.

Wat valt er onder stichtingskosten?
De stichtingskosten krijgt men in kaart door alle kosten die worden gemaakt voor de bouw van een woning of ander gebouw op te tellen. Daarbij kijkt men niet alleen naar het gebouw zelf maar ook naar de aanschaf van de grond oftewel het bouwkavel. Verder wordt ook het meerwerk in de berekening meegenomen. Onder de stichtingskosten vallen de volgende aspecten:

  • aankoop van de bouwkavel;
  • kosten voor tekenen en ontwerp;
  • advieskosten;
  • bouwkosten;
  • leges;
  • rentekosten;
  • onvoorziene posten;
  • meerwerk.

Inzicht in stichtingskosten
Het is voor een opdrachtgever van een bouwproject belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de stichtingskosten omdat de opdrachtgever op basis daarvan een inschatting kan maken of hij of zij voldoende budget beschikbaar heeft voor het beoogde bouwproject. De stichtingskosten geven inzicht in alle factoren die het project financieel kunnen beïnvloeden. Dat maakt duidelijk aan welke bouwaspecten het meeste geld wordt besteed. Stichtingskosten is echter een ander begrip van bouwkosten. Daarover lees je in de volgende alinea meer.

Stichtingskosten of bouwkosten
Onder stichtingskosten verstaat men wel wat anders dan bouwkosten. Stichtingskosten en bouwkosten zijn daardoor geen synoniemen van elkaar. Bouwkosten zijn alle kosten die nodig zijn om een gebouw daadwerkelijk te bouwen. Dit gebeurd eventueel met behulp van bestek en technische tekeningen. De bouwkosten kunnen op verschillende momenten worden bepaald en zijn afhankelijk van het stadium waarin het project zich bevindt. De kosten van het bouwkavel hoeven hier dus niet bij in te zitten evenals de leges, de rentekosten enzovoort. De stichtingskosten vormen daardoor een totaalbeeld van de kosten van een bouwproject. Onder de stichtingskosten vallen ook de bouwkosten.

Wat is bouwvak?

Bouwvak is een onofficiële vastgestelde periode van drie weken in de zomer waarin bouwbedrijven hun bouwproductie verminderen of stilleggen zodat het bouwpersoneel (bouw)vakantie kan nemen. Het woord ‘bouwvak’ is een verkorting van bouwvakantie. In Nederland hanteert men echter in het dagelijkse taalgebruik het woord ‘bouwvak’ in België noemt men een vergelijkbare periode in het hoogseizoen: ‘bouwverlof’. Veel bedrijven en werknemers of de bouw, de zogenaamde bouwvakkers, krijgen in hun werk te maken met een bouwvakperiode.

Bouwvak en bedrijfssluiting
In het verleden was de bouwvakperiode een periode van een verplichte bedrijfssluiting maar dat is al geruime tijd niet meer het geval. Daarom werken veel bouwbedrijven tijdens de zogenaamde bouwvakperiode gewoon verder aan bouwprojecten. Voor het personeel van deze bedrijven is er vaak een keuze om vrij te nemen of niet. Als aannemers en onderaannemers echter besloten hebben om door te werken in de bouwvakperiode zal het personeel met elkaar in overleg met de werkgever moeten afstemmen welk personeelslid wel en niet vrij kan nemen zodat het bedrijf ook in de bouwvakperiode effectief haar projecten kan voortzetten.

Wanneer is het bouwvak?
Hoewel lang niet alle bedrijven in de bouw de bouwvakperiode in acht nemen wordt in Nederland toch voor ieder jaar een bouwvakperiode vastgesteld. Deze periode van drie weken wordt in Nederland vastgesteld door de brancheorganisaties: de vereniging van bouwbedrijven en Bouwend Nederland. Daarbij wordt Nederland onderverdeeld in drie regio’s:

  • Noord
  • Midden
  • Zuid

De bouwvakperiode is daardoor afhankelijk van de regio waar je werkzaam bent. Het is in de praktijk echter wel zo dat de bouwvakperiodes elkaar overlappen. Dit houdt in dat er altijd wel een paar weken zijn waarin meerdere regio’s in Nederland gelijktijdig bouwvak hebben. Zoals eerder aangegeven is de bouwvakperiode geen verplichting. In plaats daarvan kan men spreken van een adviesperiode vanuit de brancheorganisaties. De werkgevers en de werknemers kunnen, wanneer dit in de cao is vastgelegd, gezamenlijk bepalen of in de bouwvakperiode verlof opgenomen moet worden wegens bedrijfssluiting of niet.

Bouwvak is niet verplicht
Tegenwoordig is de bouwvakperiode niet meer verplicht. Voor 1981 was de bouwvak echter wel een periode waarin bouwvakkers verplicht vakantie moesten opnemen. De vakbonden vonden dit echter onwenselijk. Zij vinden dat bouwpersoneel de vrijheid moet krijgen om zelf hun vakantieperiode te kunnen bepalen. Daarom is de bouwperiode in Nederland een onofficiële periode. Het advies van de brancheorganisatie in de bouw heeft daardoor geen verplicht karakter. Uiteindelijk zullen bouwbedrijven zelf samen met de personeelsvertegenwoordiging (Ondernemingsraad OR) moeten afspreken of  er een bouwvakperiode gehandhaafd zal worden of niet. Er zijn echter voordelen en nadelen aan een bouwvakperiode.

Voordelen en nadelen van een bouwvak
Omdat de bouwvak geen verplichting is maar een keuze die doormiddel van overleg tot stand komt is het belangrijk om een duidelijke afweging te maken tussen de voordelen en de nadelen van een verplichte vakantieperiode in het hoogseizoen. In sommige gevallen is een bouwvak zeer gewenst of zelfs noodzakelijk omdat een bedrijf in die periode geen opdrachten heeft gekregen en niet kan werken aan lopende bouwprojecten. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn in tijden van economische crisis. Een verplichte bedrijfssluiting in de vorm van een bouwvak is dan noodzakelijk of in ieder geval belangrijk voor het voortbestaan van het bedrijf. Meestal is het personeel dan op de hoogte van de (financiële) situatie van het bedrijf en is daardoor bereid om gehoor te geven aan de oproep van het bedrijf om gezamenlijk een bouwvak te hanteren.

Bovengenoemde situatie is in tijden van een oplevende economie en een stijgende bouwproductie echter een uitzondering. In plaats daarvan zullen veel bouwbedrijven juist voldoende opdrachten hebben om in de bouwvakperiode het personeel aan het werk te kunnen houden. Voor het personeel is er daardoor vaak keuzevrijheid om in de bouwvakperiode vrij te nemen of niet. Deze keuzevrijheid is een belangrijk voordeel een nadeel hiervan is echter dat het bouwbedrijf en het personeel veel aandacht moet besteden aan een goede planning van de vakanties. Deze druk op de planning is er veel minder wanneer (vrijwel) het gehele bedrijf in de bouwvakperiode vrijwillig dicht gaat. Aan de andere kant is het voor een bouwbedrijf een belangrijk voordeel om in de bouwvakperiode door te werken. Hierdoor kunnen bouwprojecten sneller worden afgerond.

Aandachtspunten bij gebruik veiligheidshelmen, stootcaps en stoothelmen

Veiligheidshelmen, stootcaps en stoothelmen zijn persoonlijke beschermingsmiddelen die de drager moeten beschermen tegen beschadiging van het hoofd tijdens het uitvoeren van werkzaamheden. Er zit een verschil tussen deze verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen die op het hoofd moeten worden gedragen.

Verschil tussen een veiligheidshelm en stoothelmen / stootcaps
Een veiligheidshelm is een vrij algemene benaming die wordt gebruikt voor bouwhelmen. De standaard bouwhelm is speciaal ontwikkeld voor het beschermen van het hoofd tegen vallende voorwerpen. Daarvoor heeft een bouwhelm een harde buitenschaal en een verend binnenwerk.

Een stoothelm of stootcap is hoofdbescherming die wordt gedragen om het hoofd te beschermen tegen letsel ten gevolge van het stoten van het hoofd. Dit noemen ze ook wel stootgevaar en kan bijvoorbeeld aan de orde komen als werknemers werken in ruimte met lage plafonds. Een stoothelm of stootcap is niet geschikt voor het verwerken van klappen ten gevolge van vallende voorwerpen op het hoofd.

Aandachtspunten voor veiligheidshelmen
Voor veiligheidshelmen zijn een aantal specifieke veiligheidsrichtlijnen ontwikkeld. Deze veiligheidsrichtlijnen zorgen er voor dat de veiligheidshelm in de praktijk zo goed mogelijk gedragen kan worden en zoveel mogelijk bescherming biedt. We noemen een aantal belangrijke veiligheidsrichtlijnen:

  • Draag altijd een bouwhelm als dit verplicht is op de werklocatie. Je weet of dit verplicht is door de werkinstructie die je van je leidinggevende hebt ontvangen. Daarnaast is op veel bouwlocaties een rond blauw bord met een wit gezicht met helm geplaatst waarmee duidelijk wordt gemaakt dat het dragen van een veilige bouwhelm verplicht is.
  • Zorg dat de veiligheidshelm goed is afgesteld op het hoofd van de drager. De buitenzijde kan niet gewijzigd worden maar het binnenwerk kan wel goed worden versteld.
  • De levensduur van kunststofhelmen is beperkt en is vastgesteld op 3 tot 10 jaar. Dit is afhankelijk van het soort kunststof. Een bouwhelm dient een aanduiding te bevatten waarmee wordt duidelijk gemaakt tot welke datum de helm veilig gebruikt kan worden.
  • De bouwhelm moet regelmatig worden gecontroleerd op beschadigingen zoals scheurtjes en diepe krassen. Deze beschadigingen kunnen zowel aan de buitenkant als aan de binnenkant de veiligheid van de bouwhelm in gevaar brengen. Bij duidelijke beschadigingen moet de bouwhelm vervangen worden.
  • Bouwhelmen moeten worden vervangen nadat ze een harde klap hebben gekregen. Ook wanneer een bouwhelm is gevallen op een harde ondergrond dient de bouwhelm vervangen te worden. Schade aan de bouwhelm is soms niet direct zichtbaar na een val of harde klap maar deze schade kan inwendig wel aanwezig zijn. Daardoor kan de sterkte van de bouwhelm toch aanzienlijk zijn verminderd en is het niet meer veilig om de bouwhelm te gebruiken.
  • Een andere veiligheidsrichtlijn is het beschermen van bouwhelmen tegen UV licht. UV licht zorgt er voor dat het kunststof van de bouwhelm verouderd en daardoor mechanisch minder sterk wordt. Bouwhelmen moeten daarom niet in de zon worden neergelegd en niet op een zonnige plek worden bewaard. Dit houdt ook in dat bouwhelmen niet op de hoedeplank in een auto moeten worden bewaard.
  • Verder dienen er op bouwhelmen geen stickers te worden aangebracht of andere wijzigingen te worden aangebracht waarbij lijm of een plakmiddel wordt gebruikt. Lijm en plakmiddelen zorgen er namelijk voor dat het kunststof waarop ze zijn aangebracht wordt aangetast.

Wie is verantwoordelijk voor de veiligheidshelm?
De werkgever is verplicht om aan zijn medewerkers veiligheidshelmen beschikbaar te stellen. Werknemers zijn verplicht om de veiligheidshelm te dragen als dit voorgeschreven is. Daarnaast zijn werknemers verplicht om zorgvuldig met de bouwhelm om te gaan. Bouwhelmen of veiligheidshelmen moeten conform bovenstaande richtlijnen worden behandeld en gedragen. Wanneer een veiligheidshelm kapot is of om een andere reden onveilig is zal de werknemer deze moeten inleveren bij de werkgever en een nieuwe veiligheidshelm moeten ontvangen om de werkzaamheden veilig te kunnen hervatten.

Wat is een aanpikkelateur?

Een aanpikkelateur is een werknemer op een bouwplaats die vanaf de grond lasten vastmaakt aan de hijskraan die wordt bedient door een kraanmachinist. De aanpikkelateur werkt nauw samen met de kraanmachinist. Hij kan vanaf de grond de kraanmachinist instructies geven. Dat kan met behulp van gebaren maar vaak wordt er ook gebruik van een communicatiesysteem zoals een portofoon. Met hijskranen worden vaak zware lasten verplaatst op de bouwplaats. Denk hierbij aan een torenkraan die zware lasten op grote hoogte en op verhoudingsgewijs lange afstanden kan vervoeren. Het spreekt voor zich dat dit verplaatsen van lasten veilig moet gebeuren. Als dit niet gebeurd kunnen mensen ernstig gewond raken. De Arbowet heeft daarom richtlijnen gegeven voor het gebruik van torenkranen.

Aanpikkelateur en de Arbowet
De bouw is een geweldig interessante werkplek omdat op een bouwplaats gebouwen worden gebouwd. Dat zorgt er voor dat daadwerkelijk fysiek resultaat ontstaat. Daarbij zijn materialen noodzakelijk. Deze materialen kunnen een verschillende vorm en gewicht hebben. Veel materialen worden doormiddel van kranen verplaatst. De Arbowet heeft hiervoor speciale eisen ontwikkeld. Een belangrijke eis is dat de werkgever er voor moet zorgen dat de aanpikkelateur goed op de hoogte is van de werkzaamheden die hij of zij moet uitvoeren. De werkgever moet er ook voor zorgen dat de aanpikkelateur weet welke veiligheidsvoorschriften in acht moeten worden genomen.

Het spreekt voor zich dat de aanpikkelateur alle benodigde materialen dient te krijgen van de werkgever. Deze materialen moeten indien nodig gekeurd zijn zodat de aanpikkelateur weet dat de hijsmiddelen veilig gebruikt kunnen worden. Het is vaak moeilijk voor een werkgever om aan te tonen dat een aanpikkelateur over de gewenste training beschikt en de noodzakelijke instructies heeft gekregen. Daarom kan een werkgever er voor kiezen om een aanpikkelateur een opleiding te volgen. De aanpikkelateur kan dan een certificaat behalen waarmee hij of zij kan aantonen dat er een succesvol een examen is afgelegd op het gebied van veilig aanslaan van bouwlasten.

Niet fulltime aanpikkelateur
De functie aanpikkelateur is een functie die specifiek gericht is op het aanslaan van lasten op een bouwplaats. Er zijn werknemers op de bouw die inderdaad vrijwel de hele dag lasten aanslaan en contact hebben met kraanmachinisten. Deze fulltime aanpikkelateurs dienen uiteraard goed getraind te zijn. Er zijn echter ook werknemers die niet dagelijks hijsmiddelen gebruiken maar daar incidenteel gebruik van maken. Deze werknemers dienen echter ook getraind te zijn op het gebied van hijsmiddelen, het aanslaan van lasten en het communiceren met de machinist in de kraan. In feite moet iedereen die zich hier mee bezighoudt voldoende onderricht te zijn. In de praktijk blijkt dat dit soms niet het geval is waardoor gevaarlijke situaties kunnen ontstaan.

Onderzoek onder kraanmachinisten
Kraanmachinisten hebben over het algemeen een goed beeld van de kwaliteit van aanpikkelateurs omdat deze machinisten nauw met de aanpikkelateurs samenwerken. De vakbond FNV en Vakvereniging Het Zwarte Corps (HZC) hebben onderzoek gedaan naar de ervaring die kraanmachinisten hebben met de ondersteuning op de bouw. Hieruit kwam naar voren dat een groot aantal kraanmachinisten ontevreden is over de ondersteuning die hen wordt geboden vanaf de grond bij het vastmaken van lasten. De restultaten van het onderzoek werden in maart 2017 bekend gemaakt. Slechts 7 procent van de kraanmachinisten was tevreden over de aanpikkelateurs die hen hadden geholpen op de bouw. Ongeveer 40 procent van de 378 kraanmachinisten, die tijdens dit onderzoek waren benaderd, gaf aan dat er in de afgelopen zes maanden een last was losgeraakt tijdens het hijsen. Dit heeft tot bijna ongevallen geleid. Daarom pleiten de FNV en de HCZ voor een strengere naleving van de Arborichtlijnen voor de aanpikkelateur.

Wat is een compartiment?

Een compartiment is afsluitbare ruimte binnen een voertuig, gebouw of een andere grotere ruimte. Hierbij kan men denken aan een compartiment van een trein. Een treincompartiment is een gedeelte van een trein dat afgesloten kan worden doormiddel van (schuifdeuren) en bevat stoelen een tafel of banken. Ook wordt een dashboardkastje een compartiment genoemd omdat dit een kleine afsluitbare ruimte is in een auto. Het woord compartiment is afgeleid van het Latijnse woord ‘partir’, dit Latijnse woord kan worden vertaald met  ‘verdelen’.

Waar tref je compartimenten aan?
Compartimenten komen niet alleen voor bij treinen en auto’s, ook bij schepen en boten zijn compartimenten ingebouwd. Een schip of boot is opgedeeld in verschillende gedeeltes en die gedeeltes of ruimten noemt men ook wel compartimenten. Zo is er bijvoorbeeld een compartiment waarin de motor is ingebouwd, dit is het motorcompartiment. Ook de kajuit en de slaapruimte zijn specifieke compartimenten.

Brandcompartiment
Naast de voertuigen en vaartuigen wordt het woord compartiment ook in de bouwregelgeving gebruikt. Hierbij wordt het woord compartiment gebruikt voor het beperken van de gevolgen van een brand. Dit noemt men ook wel brandcompartimentering. Men probeert hierbij de gevolgen van een brand zoveel mogelijk tot bepaalde compartimenten te beperken zodat niet een geheel gebouw in vlammen opgaat. Een gebouw bijvoorbeeld een utiliteitscomplex wordt opgedeeld in verschillende brandcompartimenten. Dit kan een ruimte zijn of een aantal ruimten. Ook een verdieping kan als een brandcompartiment worden beschouwd.

Wat is schoon metselwerk?

Schoon metselwerk is het gedeelte van het metselwerk dat wordt afgevoegd en niet voorzien wordt van stucwerk of ander materiaal wat het metselwerk aan het zicht onttrekt. Schoon metselwerk wordt ook wel schoon werk genoemd of zichtwerk. Hierbij bedoelt men met het woord ‘schoon’ dat het metselwerk ‘mooi’ is of de ‘mooie kant’ van het metselwerk. Met de term zichtwerk doelt men op het feit dat het metselwerk in zicht komt en dus gezien kan worden. Daarom moet het metselwerk er zo netjes mogelijk uit zien. Uiteraard worden er nog wel voegen aangebracht tussen de stenen. De voeger zorgt er voor dat het metselwerk volledig wordt afgewerkt.

Schoon werk
Het schoon werk is de mooie kant van het metselwerk. Dit houdt ook in dat het metselwerk ook niet spatten van specie mag bevatten, het werk moet daarom ook in de letterlijke zin ‘schoon’ zijn. Daarnaast is het schoon werk ook in een bepaald verband vermetseld. Dit noemt men ook wel het metselverband. Als men klaar is met het metselen gaat men de voegen uit het schone deel wegkrabben. Deze voegen worden later afgevoegd. Niet alle gedeelten van een pand worden als schoon werk uitgevoerd. Met name de gevels, oftewel de voorkant van gebouwen, worden uitgevoerd als schoon werk.

Metseltermen
Als men wil begrijpen wat voor soort metselverband wordt toegepast is het belangrijk dat men zich verdiept in het vakjargon van de metselaar. Dit vakjargon kent een aantal woorden die de kanten van de stenen omschrijven. Een stek is bijvoorbeeld de lange kant van een baksteen en de kop is de korte kant (kopse kant).

Metselverband
Het metselverband is het motief waarin de stenen zijn gemetseld. Dit noemt men ook wel het steenverband. Er zijn verschillende soorten metselverbanden die men op de bouw gebruikt. Het metselverband dat de metselaar toepast is houdt verband met het type muur. Er zijn verbanden voor halfsteensmuren en er zijn verbanden voor steens muren (massieve muren). Veel een voorkomende metselverbanden voor halfsteensmuren is het halfsteens verband. Dit is het meest eenvoudige metselverband en wordt op de bouw het meeste toegepast. Hierbij overlappen de stenen elkaar voor de helft. Daarnaast is er het klezoorverband. Bij het klezoorverband overlappen de stenen elkaar voor een kwart. Een kwart deel van een steen wordt ook wel een klezoor genoemd vandaar de benaming klezoorverband. Naast het halfsteensverband en het klezoorverband worden voor halfsteens muren ook de volgende metselverbanden gebruiken:

  • Vlaams verband, in dit metselverband werkt men met: een kop, een stek, een kop enzovoort.
  • Noor(d)s of kettingverband, hierbij bestaat elke laag uit twee stekken en één kop.
  • Wildverband, hierbij worden de koppen en stekken van de stenen in een willekeurig verband in het metselwerk opgenomen.

Voor steens muren oftewel massieve muren worden de volgende metselverbanden door metselaars toegepast:

  • Koppenverband, hierbij worden stenen alleen met de kopse kant aan de schone kant gelegd.
  • Staandverband, hierbij is de eerste metsellaag een koppenverband en de tweede laag is een laag van allemaal stekken achter elkaar. De stekken liggen allemaal precies boven elkaar met daar tussen een laag met kopsverband.
  • Kruisverband, een kruisverband lijkt veel op het voorgenoemde verband alleen liggen de stekken niet precies boven elkaar maar liggen deze als een halfsteensverband ten opzichte van elkaar. Ook hier liggen er lagen van kopsverband tussen de lagen die bestaan uit stekken.
  • Hollands verband, dit is een variant van kruisverband. Eigenlijk worden meerdere verbanden toegepast. Er zijn een aantal lagen die bestaan uit stekken en die worden vervolgens afgewisseld met een laag die bestaat uit kopsverband.

De metselverbanden zorgen voor het patroon van de bakstenen. Door de voegen uit te krabben en nieuwe voegen te laten plaatsen door een ervaren voeger ontstaat schoon werk oftewel het zichtwerk van de metselaar.

Wat is zichtwerk?

Zichtwerk is het gedeelte van het werkstuk of het gedeelte van bouwwerk dat zichtbaar is wanneer het werkstuk of bouwwerk voltooid is en in gebruik wordt genomen. Het zichtwerk is daardoor het gedeelte “dat in het zicht” komt. Aan de deze onderdelen wordt extra aandacht besteed ten opzichte van de onderdelen van een constructie of bouwwerk die niet in het zich komen. Een groot deel van een constructie zal na de ingebruikname aan het zicht ontnomen worden. Het woord zichtwerk wordt regelmatig in de techniek en op de bouw gebruikt. Hieronder is informatie gegeven over wat zichtwerk precies is aan de hand van een aantal voorbeelden.

Extra aandacht voor afwerking
Als een techneut zichtwerk moet leveren dan zal hij of zij extra aandacht moeten besteden aan de afwerking van het werkstuk. Er mogen geen fouten of beschadigingen aanwezig zijn op zichtwerk omdat deze onvolkomenheden meteen zichtbaar zijn wanneer iemand het werkstuk bekijkt. Het is belangrijk om op te merken dat zichtwerk niet direct iets zegt over de constructieve stevigheid van het werkstuk maar meer over de afwerking.

Voorbeelden van zichtwerk in de metaaltechniek
In de techniek wordt regelmatig zichtwerk geleverd. Zowel bij de bouw van machines, werktuigen als bij statische constructies kan het leveren van zichtwerk aan de orde komen. Als iemand bijvoorbeeld een machineframe gaat lassen en deze vervolgens voorziet van beplating dan kan de buitenkant van de machine in het zicht blijven. De lasverbindingen die in het zicht blijven moeten daarom goed afgewerkt worden. Een ervaren lasser heeft echter geen slijptol nodig om zijn of haar lassen af te werken. Dikwijls is het toch nodig om met een beitel de lasspetters te verwijderen die bij MIG/MAG lassen ontstaan.

Bij TIG lassen ontstaan geen lasspetters en kunnen daarom lasverbindingen ontstaan met een hoogwaardiger afwerkingsniveau. Toch wordt TIG lassen niet altijd toegepast in zichtwerk in de metaal omdat niet elke metaalsoort geschikt voor TIG lassen is en omdat TIG lassen kostbaarder is (inert gas) en bovendien een langzamer lasproces is dan MAG of MIG lassen. In een lasmethodebeschrijving is omschreven waaraan de lasser zich dient te houden en welke lastechniek toegepast moet worden.

Het deel van een metaalconstructie dat niet in het zicht komt heeft minder aandacht nodig met betrekking tot de afwerking. Deze lasverbindingen moeten vooral stevig zijn en uiteraard gelast worden conform de lasmethodebeschrijving. Daarom hoeft aan de delen die niet tot het zichtwerk behoren minder aandacht te worden besteed aan het visuele aspect. Soms laat men hier de lasspetters op zitten of werkt men de lasverbinding niet af met een slijptol. Het kan ook voorkomen dat er geen zichtwerk geleverd hoeft te worden als het metaal nog een extra bewerking ondergaat. Staal kan bijvoorbeeld worden gecoat doormiddel van een poedercoating.

RVS en aluminium
Bij roestvaststaal doet men dit meestal niet omdat het chroompercentage van de rvs-legering voor een doorzichtige oxidehuid zorgt dit het onderliggende materiaal beschermd tegen oxidatie. Ook bij aluminium brengt men vaak geen extra verflaag of coating aan omdat ook hierbij het materiaal beschermd wordt door een natuurlijke oxidelaag. Dat zorgt er voor dat werkstukken, machines, apparaten, jachten en andere producten die gemaakt worden van rvs en aluminium vaak esthetisch hoogwaardig afgelast moeten worden. Dit geldt uiteraard voor de gedeeltes van deze producten die in het zicht komen. Daarom wordt bij rvs en aluminium producten vaak wel zichtwerk vereist. Deze materialen zijn inert en worden daarom met inerte beschermgassen gelast. MIG en TIG lassen zijn de afkorting voor lasprocessen waarbij de laatste twee letters ‘IG’ staan voor inert gas. Deze lasprocessen worden veelvuldig toegepast voor lasverbindingen in aluminium en roestvast staal. Met name TIG lassen is ideaal voor zichtwerk omdat bij dit lasproces de lasser het lastoevoegmateriaal zelf in het smeltbad moet aanbrengen. De lasser heeft daardoor meer invloed op het smeltbad en kan dit meer laten vloeien zodat er een hele mooie las kan ontstaan. Uiteraard is dit afhankelijk van de kwaliteiten van de lasser.

Zichtwerk op de bouw
De hiervoor genoemde voorbeelden zijn echt gericht op de metaaltechniek. Uiteraard komt er ook veel zichtwerk voor de bouwsector. Timmermannen, metselaars, voegers en stukadoors  moeten ook vaak zichtwerk leveren evenals tegelzetters. Daarbij kan men ook denken aan installatiemonteurs die sanitair plaatsen of keukens monteren. Nadat deze werkzaamheden zijn verricht blijft het resultaat zichtbaar voor de personen die het gebouw bewonen of gebruiken (utiliteit). Door een hoog afwerkingsniveau denken veel mensen bewust of onbewust dat de kwaliteit van bijvoorbeeld het bouwwerk, metselwerk, installatie of keuken ook goed is. Dit is echter niet het geval maar veel bouwbedrijven en installatiebedrijven zijn zich er wel van bewust dat het zichtwerk bij de klant wel een duidelijke indruk achter laat. Daarom worden vaak de meest ervaren krachten ingezet op het zichtwerk

Niet iedereen is geschikt voor zichtwerk
Het zichtwerk vereist aandacht. Mensen die op dit werk worden ingezet hebben over het algemeen veel vakmanschap, het zijn vakmensen. Dit vakmanschap tonen ze door de kwaliteit en de vormgeving van hun werk. Vaak is daar naast vaardigheid ook veel geduld voor nodig. Daarom is niet iedereen geschikt voor het leveren van zichtwerk in de bouw en techniek. Sommige werknemers zijn meer geschikt voor de constructie. Deze personen willen snel werken en bouwen.

Wat is een omgevingsvergunning?

Een omgevingsvergunning is een vergunning die door een gemeente wordt verstrekt met betrekking tot het verrichten van activiteiten die invloed hebben op de omgeving zoals bouwactiviteiten en activiteiten in het milieu, de natuur en de ruimte. Op 1 oktober 2010 is de omgevingsvergunning ingevoerd in Nederland.

Omgevingsvergunning
Met de invoering van de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningen samengevat onder één vergunningsprocedure namelijk de procedure van de omgevingsvergunning. Nu hoeven bedrijven en particulieren geen losser bouwvergunningen en milieuvergunningen meer aan te vragen. Dit is bovendien effectief omdat men vaak voor het plaatsen van een bouwwerk meerdere vergunningen nodig had. Nu is het indienden van één vergunning voldoende en dat is de omgevingsvergunning. De aanvraag voor deze vergunning kan bij één loket worden ingediend. Er volgt daarop één procedure en de uitkomst daarvan is één besluit. Men kan tegen dit besluit in beroep gaan en ook hier is maar één beroepsprocedure voor. De omgevingsvergunning zorgt er voor dat alles transparanter en makkelijk wordt.

Indienen omgevingsvergunning
Het indienen van een omgevingsvergunning kan men doen bij de gemeente waar men de activiteit wil uitvoeren. Als men bijvoorbeeld een nieuwbouwwoning wil plaatsen op een kavel zal men de aanvraag hiervoor bij de gemeente in kunnen dienen. De omgevingsvergunning kan echter dikwijls via een digitaal omgevingsloket worden aangevraagd. Dat is een website waarop de aanvrager verschillende opties kan aanklikken en diverse vragen kan beantwoorden. Door het programma van de omgevingsvergunning wordt de aanvrager steeds verder geholpen met de aanvraag.

Uiteindelijk is de aanvraag klaar en kan deze worden verzonden. Er zijn echter wel kosten verbonden aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze kosten kunnen echter verschillen per gemeente en per jaar.  Als je hier meer informatie over wilt hebben zal er contract moeten worden opgenomen met de desbetreffende gemeente waar de woning gebouwd gaat worden of een andere activiteit wordt ondernomen waar een omgevingsvergunning is vereist.

Wat is Technicum uitzendbureau?

Onderstaande tekst heb ik ontvangen van Johannes Bloemhof. Hij heeft deze tekst tijdens een stage opgesteld in het kader van een marktonderzoek welke hij voor Technicum gedurende zijn stageperiode heeft uitgevoerd. De tekst bevat een omschrijving van Technicum uitzendbureau. In de tekst is verder geen aandacht besteed aan het marktonderzoek dat voor Technicum is uitgevoerd. Onderstaande tekst beschrijft wat Technicum uitzendbureau voor organisatie is, op welke markten zij zich richt en wat haar missie en visie is in haar bedrijfsvoering.

Organisatie van Technicum
Technicum is een technisch uitzendbureau. Dit uitzendbureau is in 1986 opgericht door de heren Jos Korver en Hans Bakkers. Als onderdeel van Unique BV richt Technicum zich uitsluitend op de technische markt. Daardoor is zij ook specialist in het bemiddelen van technisch personeel in de technische markt. De meeste vestigingen van Technicum hebben hun eigen specialisatie. Dit is een specialisatie op de verschillende aspecten binnen de Techniek, namelijk in de bouw, installatietechniek, werktuigbouwkunde, mobiliteit, telecom, infra en energie.

Via Technicum worden medewerkers ingezet voor zowel tijdelijke klussen en projecten als klussen voor langere periode.  Naast het zoeken van de juiste match voor werknemer en werkgever zorgt Technicum ook voor veiligheid op de werkvloer. Dit wordt gedaan door middel van het verschaffen van werkkleding en de werkplekinspecties. Tevens verzorgt Technicum ook BBL-trajecten voor uitzendkrachten en adviseert daarbij zowel opdrachtgevers als flexibele personeel.

Verspreid over het hele land telt Technicum 40 vestigingen (2017). Van deze vestigingen zijn er 4 gevestigd in Friesland gemeten in 2017.  De vestigingen in Friesland zijn gevestigd in Leeuwarden, Heerenveen, Sneek en Drachten. De vestigingen in Leeuwarden, Drachten en Sneek zijn specialist binnen de werktuigbouwkunde. De vestiging in Heerenveen richt zich op de afdeling telecom. Binnen de werktuigbouwkunde bediend de vestiging Leeuwarden voornamelijk het noorden van Friesland, vestiging Sneek richt zich op de regio Zuidwest Friesland en vestiging Drachten bediend het oosten van Friesland.

Missie van Technicum
De missie van de organisatie is ‘maatwerk bieden aan ondernemend en werkend Nederland’. De organisatie wil de juiste match vinden tussen werknemer en werkgever. Er word door Technicum naar gestreefd om maatwerk te leveren aan de klant. Dit doet Technicum door het bemiddelen voor flexibel personeel, het begeleiden van haar flexkrachten en opleiden van werknemers in de bouw of techniek.

Visie van Technicum
De visie van Technicum is ‘gespecialiseerd zijn in de bouw en techniek’. Deze visie probeert Technicum uit te dragen door middel van het inspelen op de dynamische technische markt en het bemiddelen van werkzoekenden in deze technische markt. Doordat Technicum vakkundig personeel werft, dit personeel begeleid en opleid levert zij een toegevoegde waarde voor bedrijven. Daarnaast kan het personeel zich op deze manier verder ontwikkelen.

Wat zijn de spanten van een schip?

Spanten zijn onderdelen van een constructie van een schip of jacht. De spanten van het schip zijn dikke gebogen delen en lopen overdwars ten opzichte van de romp of de lengte van het schip. Men zou de spanten daardoor kunnen beschouwen als de ribbenkast van een schip. Als men de positie van de spanten bekijkt lijken dit ook net ribben. Deze ribben hebben een v-vorm, U-vorm of een C-vorm. Spanten werden vroeger van hout gemaakt. Door de gebogen vorm is het lastig om een spant uit één boom te zagen. In plaats daarvan werden de spanten van verschillende houten delen gemaakt. Een spant bestond daardoor uit een buikstuk, twee oplangen en twee sitters. Tegenwoordig worden spanten van metaal gemaakt zoals staal of aluminium.

De spanten worden op een regelmatige afstand geplaatst op de kiel van het schip. In het middelste deel van het schip zijn de spanten U-vormig. Naar mate men meer naar het voorsteven gaat krijgen de spanten meer een V-vorm. De spanten van de meeste schepen zijn van staal en worden door ervaren lassers aan de kiel van het schip vast gelast. Aan de buitenkant van de spanten wordt de scheepshuid vastgelast. Deze scheepshuid bestaat uit huidplaten die ook van staal zijn gemaakt. Het woord ‘spant’ wordt naast de scheepsbouw en jachtbouw ook gebruikt in de bouwkunde. In dat geval bedoelt men met een spant de dragende delen van een dakconstructie. De spanten van een gebouw lijken ook wel een beetje op de ribben van een dak. Aan deze spanten wordt namelijk ook de dakbedekking bevestigd.

Wat zijn spanten van gebouwen?

Een spant kan een onderdeel zijn van een gebouw en behoort tot de dakconstructie. De functie van een spant is het dragen van het dak en de belasting die wordt uitgeoefend op de bedekking van het dak. Spanten zijn daarom belangrijke dragende delen van een dakconstructie. Een spant brengt het totaal van de belasting die er op wordt uitgeoefend verticaal over op de constructiedelen die lager in de bouwconstructie zijn aangebracht. Over het algemeen zijn dat de dragende muren. Ook kan er een spant haar belasting overdragen op en borstwering van een zolder waaraan een muurplaat verankerd zit.  Spanten zijn er in verschillende afmetingen en vormen. Dit heeft te maken met de afmetingen van het dak en de hoek waaronder het dak is aangebracht. Er zijn dus spanten voor zowel platte als hellende daken.

Spanten voor een plat dak
Spanten voor platte daken zoals grote loodsen, garages en fabriekshallen moeten vaak grote afstanden overbruggen. Dat vereist wat van het gewicht en het materiaal van de spant. Een voorbeeld van een spant die hiervoor gebruikt wordt is een vakwerkspant. Een vakwerkspant is een spant die bestaat uit allemaal horizontale en diagonale stangen en balken. Een vakwerkspant heeft een aantal lange delen die de gehele afstand van het dak overspannen. Deze lange delen zijn doormiddel van diagonale stangen aan elkaar verbonden. Hierdoor ontstaan stevige driehoekvormen en X-vormen. Die zorgen er voor dat de vakwerkspant inderdaad uit vakken bestaat. Dat maakt dat de spant constructief stevig is zonder dat er veel materiaal in de zin van massa is gebruikt.

Naast vakwerkspanten zijn er ook houten spanten die bestaan uit verschillende lagen hout. Deze gelamineerde of gelijmde houten spanten zijn vervaardigd van verschillende lagen en latten van foutloos hout. Deze zijn zeer stevig aan elkaar vastgelijmd.

Spanten voor een hellend dak
Ook voor hellende daken zijn speciale spanten ontwikkeld die in de bouw worden gebruikt. Een voorbeeld hiervan is de hangspant. Bij boerderijen past men ook wel de zogenaamde Verbeterd-Hollands spant. Ook voor hellende daken kunnen vakwerkspanten worden gebruiken en gelamineerde of verlijmde spanten. Verder worden ook steekspanten gebruikt voor hellende daken.

Wat is een bouwheer?

Bouwheer is een term die wordt gebruikt om de opdrachtgever van de architect aan te duiden. De bouwheer is dus de persoon die de architect of architectenbureau de opdracht geeft om een gebouw te ontwerpen. Daarnaast zorgt de bouwheer voor de aanbesteding. De bouwheer gunt het werk aan de aannemer en is daarna tevens de opdrachtgever van de aannemer. Kortom de bouwheer is de opdrachtgever en de aannemer is de persoon die de opdracht aanneemt en dus uitvoert.

Een aannemer kan vervolgens gespecialiseerde onderaannemers inschakelen om bepaalde gedeelten van de opdracht uit te voeren. De aannemer schakelt en overlegt met de bouwheer. In Nederland gebruikt men de term bouwheer bijna niet meer. In Duitsland gebruikt men het woord bouwheer echter nog wel, uiteraard in het Duits. Daar wordt een bouwheer een Bauherr genoemd. een Bauherr heeft in Duitsland ook nog een juridische betekenis.

Wat is vorstverlet?

Vorstverlet is een vorm van betaald verlof voor werknemers in de bouw. In het woord vorstverlet is het woord ‘vorst’ verwerkt. Dit verklaard dat deze vorm van betaald verlof verband houdt met de (gevoels-)temperatuur. Werknemers die buiten op de bouw werken hebben recht op vorstverlet wanneer er sprake is van sneeuw en/of  ijs en er een gevoelstemperatuur is van -6° Celsius waardoor het gevaarlijk wordt om werkzaamheden op de bouw uit te voeren. De periode waarin een werknemer in de bouw geen werk kan verrichten vanwege de kou noemt men de vorstverletperiode.

Bij welke temperatuur is er sprake van vorstverlet
De temperatuur is hierbij een belangrijke meetbare factor. Deze temperatuur wordt in de ochtend gemeten rond 7:00 uur en even later om 10:00 uur. Als de gevoelstemperatuur bijvoorbeeld rond 7:00 uur nog onder de -6° Celsius ligt en rond 10:00 boven die grens dan zal een bouwvakker alsnog zijn of haar werkzaamheden moeten hervatten. Als de temperatuur ook rond 10:00 beneden de -6° Celsius ligt mag het uitvoerend bouwpersoneel naar huis.

Vervangend werk bij vorstverlet
Het is mogelijk dat een bouwbedrijf vervangende werkzaamheden heeft voor bouwpersoneel. Dit kunnen bijvoorbeeld prefab timmerwerkzaamheden zijn in een verwarmde timmerloods. Als een bouwbedrijf deze werkzaamheden aanbiedt aan haar personeel tijdens vorstverlet dan is het personeel verplicht deze werkzaamheden uit te voeren. Ook wanneer een werkgever op de bouwplaats voorzieningen aantreft waarmee de gevoelstemperatuur boven de -6° Celsius kan worden gebracht zullen bouwvakkers verder moeten met hun werkzaamheden. In dat geval is er geen sprake meer van vorstverlet.

Salaris tijdens vorstverlet
Bouwvakkers die in verband met vorstverlet geen werkzaamheden kunnen of mogen uitvoeren hebben recht op volledige doorbetaling van hun salaris. De werkgever is verplicht om het salaris voor werknemers in vorstverlet door te betalen. Als een werkgever hierbij in gebreke blijft heeft de bouwvakker de mogelijkheid om een beroep te doen op een vakbond. Deze vakbond zal een maximale looncompensatie bieden van €80,= per dag dat een bouwvakker in de vorstverlet zit.

Garantiefonds voor vorstverlet
Als een werkgever haar werknemers moet doorbetalen tijdens vorstverlet kunnen de loonkosten hoog oplopen terwijl daarvoor geen werkzaamheden worden verricht. Bedrijven beschouwen vorstverlet dan ook als een kostenpost. Het is echter moeilijk in te schatten of er ieder jaar sprake is van vorstverlet en hoeveel dagen de vorstverletperiode zal duren.

Daarom is het voor bedrijven lastig om voor deze kostenpost reserveringen op te bouwen. Bedrijven kunnen daarom voor vorstverlet gebruikmaken van het garantiefonds. Dit is een fonds waarin geld is verzameld door de bouwbranche om de vorstverletkosten te dekken. Ieder bouwbedrijf moet bijdragen aan deze “vorstverletpot”. Het bedrag dat bouwbedrijven moeten betalen aan het garantiefonds is afhankelijk van de omvang van het bouwbedrijf.

Verzekeren tegen vorstverlet
Naast het garantiefonds kunnen bouwbedrijven zich ook verzekeren tegen vorstverlet. De verzekeringspremie voor vorstverlet wordt als hoog beschouwd. De hoogte is echter afhankelijk van de dekking. Ook het aantal verzekerde werknemers speelt een rol bij het bepalen van de hoogte van de premie. De premie kan lager worden als bedrijven ook een aantal dagen vorstverlet voor eigen risico nemen.

Techniek

Techniek is een breed begrip. Als men aan het woord techniek denkt kan men verschillende omschrijvingen of betekenissen bedenken. Men kan bij techniek bijvoorbeeld aan een vak op school denken. Op veel scholen wordt het vak techniek gegeven. Tijdens dit vak leren leerlingen, deelnemers of studenten vaardigheden aan om werkstukken te maken of te installeren. Deze vaardigheden worden ook wel technieken genoemd. Er zijn door de jaren heen enorm veel verschillende technieken ontwikkeld. Deze technieken zijn vaak onderverdeeld in bepaalde segmenten waarin de techniek of bouw kan worden opgedeeld.

Technieken opdelen in materialen
Men kan de techniek bijvoorbeeld opdelen materialen die gebruikt worden zoals: metaaltechniek, houtbewerking en kunststofverwerking. Binnen de metaaltechniek heeft men bijvoorbeeld verschillende technieken zoals gieten, smeden, lassen, zagen, slijpen, draaien, frezen en nog veel meer. Ook de houtbewerking kent verspanende bewerkingen zoals zagen, draaien en frezen. Daarnaast kan men in de houtbewerking ook snijden en lijmen om maar een paar voorbeelden te noemen. In de kunststofverwerking kan men persen en extruderen. Extrusie is een techniek om kunststoffen in een bepaalde vorm te persen. Het extruderen is een voorbeeld van een techniek die eigenlijk alleen voor kunststoffen geschikt is. Veel andere technieken zoals lijmen en boren, zagen en snijden kunnen voor meerdere materiaalsoorten worden gebruikt.

Ontwikkeling van techniek
Al sinds de steentijd heeft men zichzelf technieken aangeleerd. De eerste technieken waren vrij eenvoudig. Men leerde met scherpe stokken en stenen te steken, te snijden en te slaan. Al snel leerde men deze technieken beter te beheersen en kon men ook verbindingen maken doormiddel van knopen en huiden bewerken tot kleding. Van botten werden naalden gemaakt. Het maken van een naald vergde technische kennis maar het hanteren van een naald ook. Door de jaren heen leerde men ook steeds meer materialen kennen. Hout en steen waren voor de hand liggende materialen maar al spoedig leerde men ook brons gebruiken. Brons had echter veel minder goede mechanische eigenschappen dan ijzer dat later haar intrede deed in de menselijke technische cultuur. Door ijzer te verwerken tot staal kon men smeedbare producten maken en kon men nog meer gereedschappen ontwikkelen en nog meer technische vaardigheden aanleren.

Mechanische en handwerk
Na verloop van tijd begon de mens paarden, koeien en andere dieren in te zetten om het zware werk uit te voeren op het land. Door de toepassing van stoom in machines kon men mechanische kracht toepassen om producten en materialen te bewerken. Elektriciteit en het gebruik van diverse (fossiele) brandstoffen zorgde er voor dat men landbouwmechanica en industrie om grote schaal kon uitvoeren. Mensen lieten steeds meer technische handelingen over aan machines.

Daardoor kwamen er echter wel nieuwe technieken bij. Men moest onderhoudstechnieken en revisie toepassen om de machines goed te laten functioneren. Dat zijn slechts nog maar een paar voorbeelden. Rond het jaar 2000 nam de industriële automatisering ook een enorme groei door. Machines deden niet alleen de werkzaamheden van mensen, ze moesten voor een deel ook de beslissingen nemen van mensen. Daarvoor werden en worden machines geprogrammeerd. Het programmeren vereist echter ook weer een bepaalde techniek. Verder maakt men veel machines en gebruiksvoorwerpen steeds compacter terwijl ze dezelfde functies of meer moeten uitvoeren. Denk hierbij aan de mobiele telefoon. Dit compacter maken is niet eenvoudig maar vindt bijna overal plaats. Hoe meer materiaal en ruimte bespaard kan worden hoe meer kosten men kan besparen. Veel technieken zijn ontwikkeld om mensen te helpen of om winst te maken door bijvoorbeeld kosten te besparen.

Wat is techniek?
In bovenstaande alinea’s is veel informatie weergegeven over techniek. Toch is er niet duidelijk een antwoord gegeven op de vraag: “wat is techniek?” Volgens het Van Dale woordenboek is techniek:

Het geheel van de bewerkingen of verrichtingen, nodig om in een bep. tak van kunst, industrie enz. iets tot stand te brengen. (Als voorbeeld wordt aangegeven) de techniek van het weven; computertechniek, installatietechniek, verkooptechniek

Deze website, Technisch Werken, definieert techniek als volgt. De definitie van techniek is:

Alle vaardigheden die mensen, met of zonder gereedschappen en machines, toepassen om grondstoffen, producten en werktuigen te bewerken en te verwerken.

Deze definitie is misschien wel breder dan de definitie die in het Van Dale woordenboek wordt gegeven. Daarvoor is bewust gekozen omdat techniek heel breed is. Er komt doormiddel van een bewerking altijd een resultaat tot stand, of dat resultaat nu gewenst is of niet.

Technieken binnen het kader van milieu en maatschappij
Ook kan een bepaald resultaat niet meteen waarneembaar zijn voor een mens. Denk hierbij aan het uitstoten van bepaalde stoffen in de atmosfeer. Uiteindelijk kan men deze resultaten ook weer met bepaalde gereedschappen en instrumenten meten. Uiteindelijk dient men met de technieken de behoeften van de mens. Ook wanneer men de natuur beoogd te bewerken en te verbeteren doet men dat omdat men dat graag wil. De mens manipuleert met technieken vaak haar omgeving. Dat kan ook tot ongewenste resultaten leiden zoals een verhoging van de CO2 uitstoot. De technieken die men tegenwoordig toepast zijn niet alleen afhankelijk van de grondstoffen en het beoogde product. Men moet ook kijken naar het maatschappelijk belang.

De maatschappij moet geen hinder ondervinden van de technieken die men toepast. Daardoor zijn de laatste jaren nucleaire technieken en het gebruik van fossiele brandstoffen in werktuigen en voertuigen (autotechniek) steeds meer ter discussie komen te staan. In plaats daarvan ontwikkelt men duurzame techniek en tracht men doormiddel van technieken energie te winnen uit natuurlijke energiebronnen zoals waterkracht, windkracht en zonnekracht. Bedrijven die duurzame technieken hanteren en gebruik maken van duurzame energie worden ook wel maatschappelijke verantwoorde ondernemingen genoemd. Deze ondernemeningen houden zich bezig met maatschappelijk verantwoord ondernemen omdat ze bij de toepassing van technieken het milieu en de maatschappij zo min mogelijk willen beschadigen over hinderen. In plaats van het manipuleren van de omgeving door technieken leert men de omgeving zo weinig mogelijk te hinderen door technieken. Zo staan technieken ten dienste van de mens en het milieu.

Wat is houtbewerking?

Houtbewering is een verzamelnaam voor alle technieken die worden gebruikt voor het bewerken van hout. Het bewerken van hout kan verschillende doelen hebben. Zo kan men hout gaan bewerken om stevige constructies en verbindingen te vervaardigen. Hierbij kan men denken aan houten constructies die vallen onder houtskeletbouw (HSB). Ook in de (ambachtelijke) scheepsbouw en jachtbouw wordt nog veel hout bewerkt, denk hierbij aan de teak dekken voor jachten.

Bij meubels past men ook houtbewerkingstechnieken toe. Meubels moeten functioneel en sterk zijn maar daarnaast ook sierlijk. Daarmee komt men op het tweede doel waarvoor men houtbewerking toe kan passen namelijk versiering. Als men het over versiering in de houtbewerking heeft denkt men al snel aan houtsnijwerken of houtsnijkunst.

Houtbewerking vroeger
Voordat men elektriciteit had werd het overgrote deel van de houtbewerking nog met de hand gedaan. Hiervoor gebruikte men handgereedschappen zoals een handzaag, beitels, gutsen enz. De ambachtsman kon met zijn eigen spierkracht en gereedschappen hout in de gewenste vorm brengen. Dit was en is een bijzondere vorm van vakmanschap want hout is een natuurlijk product. Omdat het een natuurlijk product is zal de houtbewerker de vorm van het hout, de hardheid en elasticiteit goed voor ogen moeten houden als hij het hout wil bewerken. Voor elke constructie, meubel of kunstwerk is bepaald hout geschikt en ander hout niet geschikt. Een dek van een jacht moet bijvoorbeeld hard en slijtvast zijn daarom is teak hout geschikt maar zou men nooit wilg gebruiken. Het hout van een wilg is buigzamer en zachter en kan men makkelijker in een gewenste vorm brengen. Daarom kan men wilgenhout voor snijwerk gebruiken. Voor het maken van klompen wordt nog steeds wilgenhout en populierenhout gebruikt. Dit hout is makkelijk bewerkbaar en groeit heel snel.

Houtbewerking tegenwoordig
Ook tegenwoordig is een houtbewerker goed op de hoogte van de eigenschappen van houtsoorten. Echter zijn er nu wel veel meer mogelijkheden om hout machinaal te bewerken. Niet alleen zagen wordt machinaal gedaan, ook boren, schuren en schaven. Daarvoor zijn elektrische en pneumatische gereedschappen ontwikkeld in de loop der jaren. Tegenwoordig word de meeste houtbewerking machinaal gedaan in Nederland. Dit heeft een aantal voordelen: het gaat sneller en kost minder kracht. Daardoor worden veel kosten bespaard. In de hobbysfeer wordt echter nog wel veel houtbewerking met de hand gedaan. Dit wordt meestal uitgevoerd voor sierwerken en kunst. Er zijn voor hobbyisten echter ook veel elektrische gereedschappen verkrijgbaar om hout in de gewenste vorm te brengen. Zelfs met kettingzagen brengt men tegenwoordig vormen aan in houten stammen om bijvoorbeeld tuinbeelden en vogelhuisjes te maken. Als men echter een hoog afwerkingsniveau wil hebben zal men toch op een gegeven moment meer handgereedschappen moeten gebruiken. 

Wat is een inbus, een inbusbout of een inbussleutel?

Inbussleutels

In de techniek gebruikt men verschillende bouten en moeren voor het bevestigen van constructiedelen. Deze delen kunnen bijvoorbeeld van metaal, hout of kunststof zijn gemaakt. Verbindingen die doormiddel van bouten en moeren worden gemaakt zijn uitneembaar. Dit is een voordeel wanneer constructiedelen vervangen moeten worden. Verder zijn verbindingen van bouten en moeren handig wanneer men constructiedelen als bouwpakket aanlevert aan de eindgebruiker. Deze kan dan met behulp van een bepaalde sleutel of sleutels de constructdelen in elkaar zetten. Meestal wordt hierbij ook gebruik gemaakt van een bouwtekening of constructietekening.

Inbus
Bouten en moeren kunnen doormiddel van een inbussysteem worden bevestigd. Een inbus is een zeskantige uitsparing aan de binnenkant van de kop van de bout. De moer heeft geen specifieke vorm. Meestal is de moer gewoon een zeskant met de juiste spoed voor de inbusbout. Daarnaast kan men ook gebruik maken van constructiedelen waar schroefdraad in is gesneden. In deze constructiedelen draait men dan de inbusbout vast. Inbusbouten en inbussleutels zijn er in verschillende maten. Deze worden in twee reeksen ingedeeld:

  • metrisch (maten in millimeters)
  • en in inches.

De maat van de INBUS is de afstand tussen twee tegenover elkaar liggende vlakke zijden van het inbus zeskant.

Betekenis van INBUS
De letters INBUS zijn in feite een Duitse afkorting. Deze afkorting staat voor Innensechskantschraube Bauer und Schaurte. Het woord ‘Innensechskantschraube’ is Duits voor ‘binnenzeskantschroef’. De naam  Bauer und Schaurte (Neuss, Duitsland) heeft dit bevestigingssysteem gepatenteerd.

Inbusbouten
Inbusbouten worden vaak geleverd bij bouwpakketten. Dit kan zowel een kas zijn maar ook voor speelgoed en kleine constructies kunnen inbusbouten worden toegepast als bevestigingsmiddel. De inbusbout heeft meestal een dikke kop. Dat is nodig omdat in deze kop een zeskantige uitsparing is aangebracht waar men de inbussleutel in plaatst. Vervolgens draait men de inbusbout met een inbussleutel de gewenste richting op. Daarbij komt er veel druk op de kop van de bout. Over het algemeen heeft men het niet over inbusbouten maar spreekt men gewoon over een bout of een inbus. Men heeft het ook wel over een schroef alleen dat kan wel voor verwarring zorgen. Daarom heeft men het dan ook over een ‘binnenzeskantschroef’ of ‘binnenzeskantbout’.

Inbussleutel

Inbussleutels
Verschillende formaten inbussleutels
De inbussleutel dient precies binnen de zeskantige uitsparing te vallen. Als men een iets te kleine inbussleutel gebruikt draait men de zes hoeken van de inbussleutel kapot. De hoeken worden dan afgerond en de inbussleutel kan dan niet meer worden gebruikt. De juiste maat inbussleutel dient te worden gebruikt voor de uitsparing in de boutkop. Een inbussleutel is een eenvoudig stuk gereedschap dat bestaat uit een metalen staafje dat een zeskantige doorsnede heeft. In dit staafje is een hoek van 90 graden aangebracht. Soms is één uiteinde van de inbussleutel een beetje rond gemaakt zodat men ook onder een bepaalde hoek de inbusbout kan aandraaien of losdraaien. Veel kracht kan men dan echter niet uitoefenen. Een inbussleutel kan ook in de vorm van een T-sleutel worden aangeschaft. Hierbij is de inbusstaaf niet voorzien van een hoek van 90 graden maar is er op één van de uiteinden een dwarsdeel of T-vormig handvat bevestigd. Daardoor kan men meer kracht zetten.