Wat is schoon metselwerk?

Schoon metselwerk is het gedeelte van het metselwerk dat wordt afgevoegd en niet voorzien wordt van stucwerk of ander materiaal wat het metselwerk aan het zicht onttrekt. Schoon metselwerk wordt ook wel schoon werk genoemd of zichtwerk. Hierbij bedoelt men met het woord ‘schoon’ dat het metselwerk ‘mooi’ is of de ‘mooie kant’ van het metselwerk. Met de term zichtwerk doelt men op het feit dat het metselwerk in zicht komt en dus gezien kan worden. Daarom moet het metselwerk er zo netjes mogelijk uit zien. Uiteraard worden er nog wel voegen aangebracht tussen de stenen. De voeger zorgt er voor dat het metselwerk volledig wordt afgewerkt.

Schoon werk
Het schoon werk is de mooie kant van het metselwerk. Dit houdt ook in dat het metselwerk ook niet spatten van specie mag bevatten, het werk moet daarom ook in de letterlijke zin ‘schoon’ zijn. Daarnaast is het schoon werk ook in een bepaald verband vermetseld. Dit noemt men ook wel het metselverband. Als men klaar is met het metselen gaat men de voegen uit het schone deel wegkrabben. Deze voegen worden later afgevoegd. Niet alle gedeelten van een pand worden als schoon werk uitgevoerd. Met name de gevels, oftewel de voorkant van gebouwen, worden uitgevoerd als schoon werk.

Metseltermen
Als men wil begrijpen wat voor soort metselverband wordt toegepast is het belangrijk dat men zich verdiept in het vakjargon van de metselaar. Dit vakjargon kent een aantal woorden die de kanten van de stenen omschrijven. Een stek is bijvoorbeeld de lange kant van een baksteen en de kop is de korte kant (kopse kant).

Metselverband
Het metselverband is het motief waarin de stenen zijn gemetseld. Dit noemt men ook wel het steenverband. Er zijn verschillende soorten metselverbanden die men op de bouw gebruikt. Het metselverband dat de metselaar toepast is houdt verband met het type muur. Er zijn verbanden voor halfsteensmuren en er zijn verbanden voor steens muren (massieve muren). Veel een voorkomende metselverbanden voor halfsteensmuren is het halfsteens verband. Dit is het meest eenvoudige metselverband en wordt op de bouw het meeste toegepast. Hierbij overlappen de stenen elkaar voor de helft. Daarnaast is er het klezoorverband. Bij het klezoorverband overlappen de stenen elkaar voor een kwart. Een kwart deel van een steen wordt ook wel een klezoor genoemd vandaar de benaming klezoorverband. Naast het halfsteensverband en het klezoorverband worden voor halfsteens muren ook de volgende metselverbanden gebruiken:

  • Vlaams verband, in dit metselverband werkt men met: een kop, een stek, een kop enzovoort.
  • Noor(d)s of kettingverband, hierbij bestaat elke laag uit twee stekken en één kop.
  • Wildverband, hierbij worden de koppen en stekken van de stenen in een willekeurig verband in het metselwerk opgenomen.

Voor steens muren oftewel massieve muren worden de volgende metselverbanden door metselaars toegepast:

  • Koppenverband, hierbij worden stenen alleen met de kopse kant aan de schone kant gelegd.
  • Staandverband, hierbij is de eerste metsellaag een koppenverband en de tweede laag is een laag van allemaal stekken achter elkaar. De stekken liggen allemaal precies boven elkaar met daar tussen een laag met kopsverband.
  • Kruisverband, een kruisverband lijkt veel op het voorgenoemde verband alleen liggen de stekken niet precies boven elkaar maar liggen deze als een halfsteensverband ten opzichte van elkaar. Ook hier liggen er lagen van kopsverband tussen de lagen die bestaan uit stekken.
  • Hollands verband, dit is een variant van kruisverband. Eigenlijk worden meerdere verbanden toegepast. Er zijn een aantal lagen die bestaan uit stekken en die worden vervolgens afgewisseld met een laag die bestaat uit kopsverband.

De metselverbanden zorgen voor het patroon van de bakstenen. Door de voegen uit te krabben en nieuwe voegen te laten plaatsen door een ervaren voeger ontstaat schoon werk oftewel het zichtwerk van de metselaar.

Wat zijn de werkzaamheden van een voeger?

Een voeger is een bouwvakker die gespecialiseerd is in het aanbrengen en afwerken van voegen in het metselwerk. Voegers werken op de bouw meestal als een onderaannemer. Deze onderaannemers nemen het voegwerk of de voegwerkzaamheden tegen een bepaalde prijs aan van een hoofdaannemer. De voegers bepalen hun prijs meestal per vierkante meter. Voegers zijn vakmensen die hun vak leren op basis van ervaring en gevoel. In veel gevallen hebben voegers geen specifieke opleiding gevolgd in hun vakgebied.

Wanneer worden voegen aangebracht?
Gevels van woningen, utiliteit en andere bouwwerken worden in Nederland meestal van bakstenen gemaakt. Deze bakstenen worden door een metselaar aan elkaar bevestigd doormiddel van specie. De voeger kan pas aan de slag nadat de metselaar zijn werk heeft afgerond.

De metselaar dient eerst de muren van het gebouw “op hoogte” te brengen. Dan is hij klaar met metselen. De metselaar gaat vervolgens de voegen uitkrabben. Pas als hij daar mee klaar is kan de voeger zijn werk doen.

Het aanbrengen van voegen gebeurd alleen op schoon metselwerk. Onder schoon metselwerk verstaat men muren en gevels die in het zicht blijven en niet worden afgedekt door bijvoorbeeld stucwerk. Deze muren zijn netjes gemetseld. De voegen worden aangebracht zodat de muur netjes is afgewerkt en er minder vochtdoorslag optreed naar de binnenkant van de woning.

Hoe worden voegen aangebracht?
Bij het aanbrengen van voegen wordt van boven naar beneden gewerkt. De voeger start aan de bovenkant van de muur met het schoonborstelen van de stenen en de ruimtes waar de voegen moeten worden aangebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verdund zoutzuur. De stenen worden afgespoeld met veel water. Nadat de muur is schoongeborsteld en gewassen laat de voeger de muur een drogen. De muur moet echter niet te droog worden. Als de muur voldoende is opgedroogd gebruikt de voeger een voegspijker om de lintvoeg in te zetten. Vaak komt achter de voeger een andere voeger aan die de stootvoegen er in zet en alles afwerkt.

Afwerken van voegen
Een voeg wordt aangebracht op schoon metselwerk. Dit metselwerk is in het zicht en bevindt zich bijvoorbeeld op de voorgevel, achtergevel of de zijgevels. Omdat de voegen meestal in het zicht zijn aangebracht worden ze netjes afgewerkt. Voegen kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Geborstelde voeg
  • Gesneden voeg
  • Platvol voeg
  • Schaduwvoeg

Voegen worden ook wel voorzien van een kleurstof of extra kalk. Hierdoor kan de voeg een groter esthetische waarde krijgen. Bijzondere gevels worden ook wel façade of front genoemd. Deze gevels zijn beeldbepalend en worden daarom meestal voorzien van speciale voegen. Deze voegen komen vaak voor op monumentale panden in oude dorpen en binnensteden.

Wat is een dilatatievoeg en waar wordt deze voeg toegepast?

Een dilatatievoeg is een voeg die wordt aangebracht om de krimp en rek op te vangen tussen twee verschillende materialen. Het krimpen en rekken van materialen wordt ook wel werking genoemd en kan voor scheuren zorgen in constructies. Een dilatatievoeg kan deze scheurvorming voorkomen. Dilatatievoegen kunnen verschillende vormen en afmetingen hebben. De keuze voor een bepaalde vorm of afmeting is afhankelijk van de belasting op de constructie en de soort belasting. Ook de waterdichtheid is van invloed evenals de maximale horizontale en verticale bewegingen van de voeg. Hieronder zijn een paar voorbeelden gegeven van varianten van de dilatatievoeg. Daarbij zijn de toepassingen van deze varianten ook benoemd.

Beperkte belasting
Als de vulling van de voeg slechts beperkt wordt belast van buitenaf zal men er voor kiezen om een voeg aan te brengen van elastisch materiaal. Hiervoor kan men bijvoorbeeld kit gebruiken met daarachter een rugvulling van kunststofschuim. De kit moet gemaakt zijn van materiaal dat de trekkrachten en drukkrachten kan opvangen. Daarnaast moet de kit ook bestand zijn tegen invloeden die inwerken op de buitenkant.

Waterdichtheid
In sommige bouwdelen is waterdichtheid van extra groot belang. Hierbij kan gedacht worden aan vloeren en kelderwanden. Hierbij wordt voor het aanbrengen van voegen zogenoemde voegbanden gebruikt. Een veel voorkomende variant van voegbanden is het zogenaamde instortvoegenband. Dit voegband wordt ingestort in de beton. Daarnaast zijn er ook voegbanden verkrijgbaar die later op de voeg worden aangebracht.

Dilatatievoegprofielen
In vloeren kunnen ook dilatatievoegen worden toegepast. Hierbij wordt vaak ook gebruik gemaakt van dilatatievoegprofielen. De profielen moeten er voor zorgen dat de randen van de voegen niet afbrokkelen door de belasting van bijvoorbeeld voertuigen die zich over de vloer verplaatsen. Er zijn verschillende Dilatatievoegprofielen. Deze worden onder andere van metalen gemaakt zoals aluminium, corrosievast staal (RVS) of verzinkt staal. Deze metalen kunnen eventueel in combinatie met rubber worden geplaatst.

Wat is een voeg en waarvoor dient een voeg?

Een voeg vormt de overgang tussen twee gelijke of verschillende materialen. De naad tussen de twee materialen wordt de voeg genoemd en bestaat meestal uit een andere materiaal dan de materialen die doormiddel van de voeg aan elkaar verbonden worden. Het woord voeg wordt vooral gebruikt voor de naad tussen bakstenen en tegels. Daarnaast wordt de term ook wel gebruikt voor de naad tussen gipsplaten en planken. Een voeg kan ook een verbinding vormen of een afdichting tussen twee onderdelen van een constructie die om technische redenen niet met elkaar verbonden mogen en kunnen worden.

Voegen in metselwerk
Voegen of voegwerk komt onder andere aan de orde bij metselwerk. Bij metselen worden stenen aan elkaar verbonden door gebruik te maken van specie. De specie wordt hard waardoor de stenen aan elkaar worden verbonden. Men kan voor het verharden van specie ook cement gebruiken. In dat geval spreekt men ook wel van een cementvoeg. Met name in muren van oude gebouwen bestaan voegen voor een groot deel uit kalk. Deze kalkvoegen zijn elastischer zijn dan de cementvoegen die tegenwoordig veel worden gebruikt. Er zijn verschillende soorten voegen. Men past in de praktijk de lintvoeg of horizontale voeg toe en de stootvoeg of verticale voeg. De speciale specie waarmee de voegen in het metselwerk worden opgevuld dient niet alleen ter verfraaiing van de gevel. Een voeg heeft ook een belangrijke functie tegen vochtdoorslag.

Voegen bij wand- en vloertegels
Wanneer men wantegels en vloertegels plaatst worden de voegen daarvan ook opgevuld. Hiervoor gebruikt men een ander soort voegenvuller dan de voegvulling die wordt gebruikt bij buitenmuren voor het verbinden van bakstenen. De voegenvuller voor vloertegels en wandtegels heeft een dichtende werking en is meestal wit of witachtig van kleur.

Overige voegen
Naast metselwerk en het plaatsen van wandtegels en vloertegels komt men ook voegen tegen bij andere materialen die aan elkaar worden verbonden. Hieronder volgt een opsomming:

  • Voegenvulling van bestrating bestaat meestal uit zand. Hierdoor zit de bestrating niet stevig aan elkaar verbonden en kan deze indien nodig opgebroken worden om bijvoorbeeld bij leidingen te komen of om het straatwerk te herstellen.
  • Voegen in houtwerk worden met of zonder lijm gedicht. Daarnaast wordt ook gewerkt met een veer en een groef. Hierdoor kan het hout krimpen en uitzetten en toch aan elkaar verbonden blijven zodat er geen schade optreed aan de constructie.
  • De platen van gipswanden worden ook met elkaar verbonden door een voegmiddel. Dit voegmiddel bestaat uit poedervorming gipsgebonden materiaal waaraan water wordt toegevoegd. Hierdoor ontstaat een mooie strakke muur.

Dilatatievoeg en thermische voeg
Bijzondere voegen zijn de dilatatievoeg en de thermische voeg:

  • De dilatatievoeg is zo aangebracht dat deze mogelijke differentiële zettingen van de verschillende constructie-onderdelen kan opnemen. Deze voeg kan krimp en uitzetting van bepaalde constructies opvangen dat de constructie sterk blijft. In de praktijk wordt een bepaalde afstand tussen twee dilatatievoegen aangehouden. Deze afstand is onder andere afhankelijk van de toegepaste materialen.
  • De thermische voeg is een speciale voeg die de thermische uitzetting van de constructie bij temperatuurschommelingen kan opnemen.

Wat is het Bouwbesluit en wat is hierin vastgelegd?

In de bouw wordt de term Bouwbesluit regelmatig genoemd. Vooral wanneer het gaat om wet- en regelgeving in de bouw verwijst men vaak naar dit document. Dat is niet verwonderlijk want in het Bouwbesluit staan bouwtechnische voorschriften. Deze bouwvoorschriften zijn van toepassing op alle bouwwerken die in Nederland worden gebouwd. Het betreft hierbij niet alleen woningen maar ook utiliteit. Voorbeelden van gebouwen die onder utiliteit vallen zijn:

  • Ziekenhuizen
  • Kantoorpanden
  • Overheidsgebouwen
  • Grote horecagebouwen
  • Winkels

Bouwbesluit versies
Het Bouwbesluit is voor het eerst in werking getreden in 1992. Door de invoering van dit Bouwbesluit werden technische bouwvoorschriften voor heel Nederland gelijk. Ruim tien jaar later op 1 januari 2003 ging de vernieuwde versie van kracht. Dit was het Bouwbesluit 2003. Op 1 april 2012 werd vervolgens een nieuw Bouwbesluit ingevoerd. In dit Bouwbesluit zijn ook het gebruiksbesluit en het sloopbesluit verwerkt.

Wat staat er in het Bouwbesluit?
Het Nederlandse Bouwbesluit staan voorschriften die gebruikt moeten worden door bouwbedrijven in Nederland. De voorschriften die in dit document zijn opgenomen hebben betrekking tot de veiligheid van een gebouw of bouwwerk. Daarnaast hebben de regels ook betrekking tot de gezondheid van de gebruikers van het gebouw. De bruikbaarheid van het gebouw komt eveneens aan de orde. Tot slot wordt ook aandacht besteed aan milieuaspecten en energiezuinigheid van het gebouw. Alle bouwwerken die worden gebouwd moeten aan de richtlijnen van het bouwbesluit voldoen. De Europese voorschriften met betrekking tot bouwen en bouwwerken zijn opgenomen in het Bouwbesluit.

De technische voorschriften van het bouwbesluit zijn gericht op het bouwen, verbouwen, gebruiken en slopen van gebouwen en andere bouwwerken. Naast gebouwen zijn de voorschriften en regels ook gericht op tunnels en bruggen.

Wat zijn de doelen van het Bouwbesluit?
In het Bouwbesluit wordt een overzicht geboden van alle voorschriften die gehanteerd dienen te worden bij de bouw van woningen en utiliteit. In het bouwbesluit van 2012 komen allemaal verschillende voorschriften en regels samen. Door het bouwbesluit wordt getracht een duidelijke samenhang tussen deze voorschriften en regels te creëren. De bouwregelgeving wordt hierdoor verduidelijkt. De regeldruk wordt door het Bouwbesluit verminderd. Daarnaast wordt doormiddel van het Bouwbesluit de toegankelijkheid  van de regels en voorschriften verbeterd.

Wat is een gevel van een gebouw?

Gevels vormen onderdelen van een gebouw die aan de buitenkant van het gebouw zichtbaar zijn. De gevels van een gebouw worden ingedeeld in de:

  • Voorgevel aan de voorkant of staatzijde van een gebouw.
  • Zijgevels aan de zijkanten van het gebouw.
  • De achtergevel aan de achterzijde van het gebouw. Deze gevel is meestal niet aan de staatzijde zichtbaar.

Een gevel bevat verschillende onderdelen. Ook aan de vormgeving van de gevel kunnen verschillende eisen worden gesteld.

Pui
Indien het gebouw een commerciële functie heeft wordt aan de onderzijde van de voorgevel extra veel aandacht besteed. Dit gedeelte noemt men ook wel de pui. Een pui van een winkel bevat meestal een puikozijn met een raampartij en daar achter een etalage. Ook bij woningen en utiliteit kan men het woord pui gebruiken als men de onderkant van de voorzijde van de gevel bedoelt.

Façade
Sommige gebouwen zijn voorzien van een belangrijke gevel die beeldbepalend zijn voor de omgeving. Deze gevels bepalen het straatbeeld en mogen daardoor meestal niet verandert worden. Beeldbepalende gevels worden ook wel façade genoemd. Deze gevels zijn meestal monumentaal. Als een monumentaal pand gerenoveerd moet worden gebeurd dat onder strenge eisen. Soms is alleen de buitenkant van het gebouw beschermd en mag deze niet worden verandert terwijl de binnenkant van het gebouw wel naar wens mag worden aangepast. Als men een gebouw aan de binnenkant geheel moderniseert en de buitenzijde in tact laat spreekt men ook wel over façadisme.

Front
Als het een zeer rijkelijk uitgewerkte gevel betreft noemt men dit ook wel een ‘front’. Dit woord is afgeleid van het Franse woord dat wordt gebruikt om aan te geven dat het een “voorzijde” of “aangezicht” betreft. Een front is eveneens beeldbepalend voor een bepaalde straat of centrum. Daarom wordt ook hier extra aandacht besteed aan de bouw en het behoud van het frontgedeelte van het gebouw.

Materialen voor een gevel
Er worden verschillende eisen gesteld aan het ontwerp en de bouw van gevels. De gevel moet over een bepaalde constructieve stevigheid beschikken. Daarnaast moet een gevel ook aantrekkelijk en functioneel zijn. Gevels worden van verschillende materialen gemaakt. De meeste materialen die worden toegepast zijn (bak)stenen, hout, glas en metalen. Een gebouw bestaat uit verschillende gevels. De gevels van één gebouw kunnen van verschillende materialen zijn gemaakt en verschillend zijn vormgegeven. Met name de voorgevel wordt over het algemeen aantrekkelijk vormgegeven.