Wat is het Activiteitenbesluit in het kader van milieuwetgeving?

De Wet Milieubeheer is op 1 maart 1993 van kracht geworden. Deze wet verving een aantal specifieke wetten die voor die datum werden gehanteerd op het gebied van geluidshinder, afvalstoffen, chemische afvalstoffen en luchtverontreiniging. Een deel van deze wetten in geïntegreerd in de Wet Milieubeheer. Deze wet is op 1 januari 2008 aangepast door het zogenaamde Activiteitenbesluit. Tot 1 januari 2010 was een zogenaamde overgangstermijn van toepassing maar na die datum is het zogenaamde Activiteitenbesluit van toepassing. Een belangrijke wet dus maar wat houdt deze wet nu precies in. Hieronder is een korte samenvatting weergegeven over het Activiteitenbesluit.

Wat is het Activiteitenbesluit?
Het Activiteitenbesluit is een besluit dat algemene regels bevat met betrekking tot het milieu. Het is een besluit dat van toepassing is voor bedrijven. Niet alle bedrijven vallen echter onder het Activiteitenbesluit. De bedrijven die wel onder de werking van het Activiteitenbesluit vallen hebben in de praktijk meestal geen milieuvergunning nodig. Toen het Activiteitenbesluit in werking trad op 1 januari 2008 is de zogenaamde milieuvergunning in Nederland voor ongeveer 37.000 bedrijven komen te vervallen. Overigens is het Activiteitenbesluit een beknopte benaming voor het Besluit algemene regels voor inrichtingen milieubeheer. Deze aanduiding is echter een hele mond vol daarom hanteert men in de praktijk meestal de benaming Activiteitenbesluit. De benaming van dit besluit is per 1 januari 2013 gewijzigd in Activiteitenbesluit milieubeheer.

Activiteitenbesluit milieubeheer
De benaming Activiteitenbesluit milieubeheer refereert aan het feit dat dit besluit per activiteit de milieuonderwerpen regelt. Deze activiteiten kunnen bijvoorbeeld de volgende zijn:

  • Emissie van schadelijke stoffen
  • Avalscheiding
  • Lozing van stoffen
  • Energieverbruik
  • Externe veiligheid

Men kan het Activiteitenbesluit milieubeheer beschouwen als een besluit waarin doelen zijn opgenomen. Deze doelen zijn in feite een soort grenzen waarbinnen de bedrijven hun activiteiten moeten ontplooien. Bedrijven mogen bijvoorbeeld maar een bepaalde hoeveelheid CO2 uitstoten of een bepaalde hoeveelheid decibel aan geluid produceren. Men heeft het hierbij over een bepaalde kwantiteit en daarom noemt men dit ook wel kwantitatieve doelvoorschriften.

Daarnaast moeten bedrijven er ook voor zorgen dat ze niet onnodig het milieu of de omgeving belasten. Dit noemt men binnen het Activiteitenbesluit milieubeheer ook wel de zorgplichtbepaling. Bedrijven verschillen echter onderling sterk in bedrijfsvoering en productieprocessen daarom is in de praktijk maatwerk mogelijk. Dit noemt men ook wel een maatwerkbepaling. Deze kan echter alleen door bevoegd gezag worden opgesteld op verzoek van een bedrijf. Daarbij vindt uiteraard door het bevoegde gezag wel een beoordeling plaats of het redelijk is om een maatwerkbepaling toe te passen of niet. Maatwerkmaatregelen zijn bedrijfsgebonden de meeste bedrijven zullen echter erkende maatregelen moeten nemen. Door erkende maatregelen op te volgen voldoen bedrijven aan een kwantitatief doelvoorschrift.

Drie verschillende typen bedrijven
Er zijn verschillende bedrijven in Nederland en niet elk bedrijf heeft een even grote invloed op het milieu daarom worden bedrijven in verschillende soorten ingedeeld. Het Activiteitenbesluit milieubeheer heeft het daarbij ook wel over verschillende typen. De volgende typen worden binnen het Activiteitenbesluit Milieubeheer gehanteerd:

  • Type A
  • Type B
  • Type C

Deze zijn in volgorde opgesteld van A tot C waarbij type A het minst milieubelastend is en type C het meest milieubelastend is. Hieronder zijn de verschillende typen bedrijven in een paar alinea’s nader omschreven.

Type A
Bedrijven die in het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen onder type A hebben nauwelijks een negatieve invloed op het milieu. Daardoor vallen deze bedrijven onder het zogenaamde “lichte regime”. Deze bedrijven hebben geen of nauwelijks een milieubelastende bedrijfsactiviteiten. Daarom vindt handhaving alleen plaats wanneer er krachten of calamiteiten worden gemeld. Bedrijven die onder type A vallen zijn bijvoorbeeld financiële instellingen zoals banken, uitzendbureaus, fintechbedrijven en administratiekantoren. Ook scholen en opleidingsinstituten vallen over het algemeen onder type A. Verder vallen ook veel zorginstellingen, peuterspeelzalen, kinderdagverblijven en vergelijkbare instellingen onder type A. Als deze bedrijven worden opgericht of iets wijzigen in hun dienstverlening hoeven ze dit meestal niet te melden aan bevoegd gezag.

Type B
Deze bedrijven brengen in hun bedrijfsvoering iets meer risico’s met zich mee dan bedrijven die onder type A vallen. De bedrijven die behoren tot type B moeten wel bij de oprichting melding maken bij bevoegd gezag. Ook als ze iets in hun bedrijfsvoering wijzigen dient dit gemeld te worden. Het gaat hierbij bijvoorbeeld om bedrijven in de installatietechniek of elektrotechniek. Ook metaalbedrijven en andere bedrijven waar technische werkzaamheden worden verricht die niet zwaar belastend zijn voor het milieu vallen in de praktijk meestal onder Type B.

Type C
Bedrijven die onder het Activiteitenbesluit milieubeheer vallen in type C hebben wel een vergunning nodig voor hun bedrijfsactiviteiten. Deze bedrijven dienen dus voor hun oprichting of voor de aanvang van hun activiteiten eerst een vergunning aan te vragen bij de overheid. Pas wanneer deze vergunning is toegekend kan het bedrijf pas haar activiteiten uitoefenen.

Wat is een omgevingsvergunning?

Een omgevingsvergunning is een vergunning die door een gemeente wordt verstrekt met betrekking tot het verrichten van activiteiten die invloed hebben op de omgeving zoals bouwactiviteiten en activiteiten in het milieu, de natuur en de ruimte. Op 1 oktober 2010 is de omgevingsvergunning ingevoerd in Nederland.

Omgevingsvergunning
Met de invoering van de omgevingsvergunning worden verschillende vergunningen samengevat onder één vergunningsprocedure namelijk de procedure van de omgevingsvergunning. Nu hoeven bedrijven en particulieren geen losser bouwvergunningen en milieuvergunningen meer aan te vragen. Dit is bovendien effectief omdat men vaak voor het plaatsen van een bouwwerk meerdere vergunningen nodig had. Nu is het indienden van één vergunning voldoende en dat is de omgevingsvergunning. De aanvraag voor deze vergunning kan bij één loket worden ingediend. Er volgt daarop één procedure en de uitkomst daarvan is één besluit. Men kan tegen dit besluit in beroep gaan en ook hier is maar één beroepsprocedure voor. De omgevingsvergunning zorgt er voor dat alles transparanter en makkelijk wordt.

Indienen omgevingsvergunning
Het indienen van een omgevingsvergunning kan men doen bij de gemeente waar men de activiteit wil uitvoeren. Als men bijvoorbeeld een nieuwbouwwoning wil plaatsen op een kavel zal men de aanvraag hiervoor bij de gemeente in kunnen dienen. De omgevingsvergunning kan echter dikwijls via een digitaal omgevingsloket worden aangevraagd. Dat is een website waarop de aanvrager verschillende opties kan aanklikken en diverse vragen kan beantwoorden. Door het programma van de omgevingsvergunning wordt de aanvrager steeds verder geholpen met de aanvraag.

Uiteindelijk is de aanvraag klaar en kan deze worden verzonden. Er zijn echter wel kosten verbonden aan het aanvragen van een omgevingsvergunning. Deze kosten kunnen echter verschillen per gemeente en per jaar.  Als je hier meer informatie over wilt hebben zal er contract moeten worden opgenomen met de desbetreffende gemeente waar de woning gebouwd gaat worden of een andere activiteit wordt ondernomen waar een omgevingsvergunning is vereist.

Wat is een bouwvergunning?

Een bouwvergunning is noodzakelijke meestal schriftelijke toestemming die door een overheid wordt verstrekt aan een bedrijf of particulier om een bouwwerk op te richten of een bestaand bouwwerk te wijzigen. Een bouwvergunning is in veel gevallen verplicht wanneer men een bouwwerk wil plaatsen. Bouwvergunningen worden echter niet altijd verstrekt, een bouwwerk moet namelijk aan bepaalde eisen voldoen. Vanaf 1 oktober is de bouwvergunning in Nederland vervangen door de omgevingsvergunning die veel meer omvattend is. Vaak heeft men het in de volksmond nog wel over een bouwvergunning als men een vergunning aanvraagt voor de bouw van een bouwwerk of de aanpassing daarvan.

Bouwvergunning verplicht
Niet voor alle bouwwerken is een bouwvergunning nodig. Dit wordt in Nederland bepaalt door de overheid. De overheid heeft in de Woningwet vastgelegd voor welke bouwwerken een bouwvergunning is vereist. De Woningwet trad in werking in het jaar 1902. In deze wet is ook vastgelegd dat gemeenten in Nederland verplicht zijn om bouw- en woningverordening op te stellen. Deze verordeningen dienen voorschriften te bevatten waaraan nieuwe bouwwerken waaronder woningen moeten voldoen.

Tevens bevat de Woningwet het verbod dat niemand iets mag bouwen, verbouwen of uitbreiden zonder dat er een bouwvergunning door de gemeente is verstrekt. Een bouwvergunning is in ieder geval voor de bouw van woningen en utiliteit verplicht. Zonder bouwvergunning mag men niet met de bouw van dergelijke bouwwerken starten. Ook voor bouwwerken die niet voor bewoning of als utiliteitscomplex worden gebruikt is vaak een bouwvergunning vereist. Hierbij kan men denken aan bruggen, viaducten en andere civiele kunstwerken. Gemeenten verstrekken de bouwvergunning en toetsen de bouwplannen aan landelijke eisen en regionale eisen die aan bouwwerken worden gesteld.

Waaraan wordt een bouwvergunning getoetst?
Een bouwvergunning wordt niet zomaar verstrekt. Particulieren en bedrijven kunnen hun bouwvergunningsaanvraag bij gemeenten (digitaal) indienen. Vaak wordt het indienen van een bouwvergunning doormiddel van een invullijst of formulier vergemakkelijkt. Er worden in de lijst of op het formulier allemaal vragen gesteld die de indiener van de vergunningsaanvraag dient te beantwoorden. Door de antwoorden op deze vragen krijgt de gemeente de benodigde informatie voor een goede toetsing.

Meestal krijgt men bij eenvoudige bouwaanvragen binnen acht weken bericht of de bouwvergunning wordt verstrekt of niet. Dit is wettelijk ook geregeld vanaf 10 oktober 2010 toen de omgevingsvergunning werd ingevoerd. Daarvoor hadden gemeenten nog 12 weken de tijd om een bouwvergunning te toetsen. In de periode van acht wordt het bouwplan door de gemeente getoetst aan een aantal planen, besluiten en verordeningen. De toetsing vindt in ieder geval plaats op basis van:

  • Het bestemmingsplan;
  • Het Bouwbesluit;
  • De lokale Bouwverordening;
  • De redelijke eisen van welstand.

Bouwvergunning of omgevingsvergunning
Een omgevingsvergunning is een vergunning die in Nederland op 1 oktober 2010 werd ingevoerd ter vervanging van de verschillende vergunningen en aanvraagprocedures van vergunningen voor wonen, ruimte en milieu. De omgevingsvergunning heeft na de invoering de volgende vergunningen vervangen:

  • bouwvergunning,
  • sloopvergunning
  • aanlegvergunning,
  • milieuvergunning,
  • gebruiksvergunning,
  • kapvergunning.

De omgevingsvergunning heeft er voor gezorgd dat iemand die in het verleden één van de bovengenoemde vergunningen wilde aanvragen in de toekomst al deze aanvragen via de omgevingsvergunningaanvraag kan indienen. De omgevingsvergunning is ingevoerd in het kader van de Modernisering van de VROM-regelgeving. Waarbij de letters VROM staan voor Volkshuisvesting, Ruimtelijke Ordening en Milieubeheer. De doelstelling van de modernisering van de VROM-regelgeving is het aantal wetten en regels op het gebied van de fysieke leefomgeving in Nederland flink te reduceren en te optimaliseren.  Particulieren die in de toekomst een bouwaanvraag willen indienen zullen daarom een omgevingsvergunning moeten aanvragen.