Wat is vorstverlet?

Vorstverlet is een vorm van betaald verlof voor werknemers in de bouw. In het woord vorstverlet is het woord ‘vorst’ verwerkt. Dit verklaard dat deze vorm van betaald verlof verband houdt met de (gevoels-)temperatuur. Werknemers die buiten op de bouw werken hebben recht op vorstverlet wanneer er sprake is van sneeuw en/of  ijs en er een gevoelstemperatuur is van -6° Celsius waardoor het gevaarlijk wordt om werkzaamheden op de bouw uit te voeren. De periode waarin een werknemer in de bouw geen werk kan verrichten vanwege de kou noemt men de vorstverletperiode.

Bij welke temperatuur is er sprake van vorstverlet
De temperatuur is hierbij een belangrijke meetbare factor. Deze temperatuur wordt in de ochtend gemeten rond 7:00 uur en even later om 10:00 uur. Als de gevoelstemperatuur bijvoorbeeld rond 7:00 uur nog onder de -6° Celsius ligt en rond 10:00 boven die grens dan zal een bouwvakker alsnog zijn of haar werkzaamheden moeten hervatten. Als de temperatuur ook rond 10:00 beneden de -6° Celsius ligt mag het uitvoerend bouwpersoneel naar huis.

Vervangend werk bij vorstverlet
Het is mogelijk dat een bouwbedrijf vervangende werkzaamheden heeft voor bouwpersoneel. Dit kunnen bijvoorbeeld prefab timmerwerkzaamheden zijn in een verwarmde timmerloods. Als een bouwbedrijf deze werkzaamheden aanbiedt aan haar personeel tijdens vorstverlet dan is het personeel verplicht deze werkzaamheden uit te voeren. Ook wanneer een werkgever op de bouwplaats voorzieningen aantreft waarmee de gevoelstemperatuur boven de -6° Celsius kan worden gebracht zullen bouwvakkers verder moeten met hun werkzaamheden. In dat geval is er geen sprake meer van vorstverlet.

Salaris tijdens vorstverlet
Bouwvakkers die in verband met vorstverlet geen werkzaamheden kunnen of mogen uitvoeren hebben recht op volledige doorbetaling van hun salaris. De werkgever is verplicht om het salaris voor werknemers in vorstverlet door te betalen. Als een werkgever hierbij in gebreke blijft heeft de bouwvakker de mogelijkheid om een beroep te doen op een vakbond. Deze vakbond zal een maximale looncompensatie bieden van €80,= per dag dat een bouwvakker in de vorstverlet zit.

Garantiefonds voor vorstverlet
Als een werkgever haar werknemers moet doorbetalen tijdens vorstverlet kunnen de loonkosten hoog oplopen terwijl daarvoor geen werkzaamheden worden verricht. Bedrijven beschouwen vorstverlet dan ook als een kostenpost. Het is echter moeilijk in te schatten of er ieder jaar sprake is van vorstverlet en hoeveel dagen de vorstverletperiode zal duren.

Daarom is het voor bedrijven lastig om voor deze kostenpost reserveringen op te bouwen. Bedrijven kunnen daarom voor vorstverlet gebruikmaken van het garantiefonds. Dit is een fonds waarin geld is verzameld door de bouwbranche om de vorstverletkosten te dekken. Ieder bouwbedrijf moet bijdragen aan deze “vorstverletpot”. Het bedrag dat bouwbedrijven moeten betalen aan het garantiefonds is afhankelijk van de omvang van het bouwbedrijf.

Verzekeren tegen vorstverlet
Naast het garantiefonds kunnen bouwbedrijven zich ook verzekeren tegen vorstverlet. De verzekeringspremie voor vorstverlet wordt als hoog beschouwd. De hoogte is echter afhankelijk van de dekking. Ook het aantal verzekerde werknemers speelt een rol bij het bepalen van de hoogte van de premie. De premie kan lager worden als bedrijven ook een aantal dagen vorstverlet voor eigen risico nemen.

Wat zijn de werkzaamheden van een voeger?

Een voeger is een bouwvakker die gespecialiseerd is in het aanbrengen en afwerken van voegen in het metselwerk. Voegers werken op de bouw meestal als een onderaannemer. Deze onderaannemers nemen het voegwerk of de voegwerkzaamheden tegen een bepaalde prijs aan van een hoofdaannemer. De voegers bepalen hun prijs meestal per vierkante meter. Voegers zijn vakmensen die hun vak leren op basis van ervaring en gevoel. In veel gevallen hebben voegers geen specifieke opleiding gevolgd in hun vakgebied.

Wanneer worden voegen aangebracht?
Gevels van woningen, utiliteit en andere bouwwerken worden in Nederland meestal van bakstenen gemaakt. Deze bakstenen worden door een metselaar aan elkaar bevestigd doormiddel van specie. De voeger kan pas aan de slag nadat de metselaar zijn werk heeft afgerond.

De metselaar dient eerst de muren van het gebouw “op hoogte” te brengen. Dan is hij klaar met metselen. De metselaar gaat vervolgens de voegen uitkrabben. Pas als hij daar mee klaar is kan de voeger zijn werk doen.

Het aanbrengen van voegen gebeurd alleen op schoon metselwerk. Onder schoon metselwerk verstaat men muren en gevels die in het zicht blijven en niet worden afgedekt door bijvoorbeeld stucwerk. Deze muren zijn netjes gemetseld. De voegen worden aangebracht zodat de muur netjes is afgewerkt en er minder vochtdoorslag optreed naar de binnenkant van de woning.

Hoe worden voegen aangebracht?
Bij het aanbrengen van voegen wordt van boven naar beneden gewerkt. De voeger start aan de bovenkant van de muur met het schoonborstelen van de stenen en de ruimtes waar de voegen moeten worden aangebracht. Hierbij wordt gebruik gemaakt van verdund zoutzuur. De stenen worden afgespoeld met veel water. Nadat de muur is schoongeborsteld en gewassen laat de voeger de muur een drogen. De muur moet echter niet te droog worden. Als de muur voldoende is opgedroogd gebruikt de voeger een voegspijker om de lintvoeg in te zetten. Vaak komt achter de voeger een andere voeger aan die de stootvoegen er in zet en alles afwerkt.

Afwerken van voegen
Een voeg wordt aangebracht op schoon metselwerk. Dit metselwerk is in het zicht en bevindt zich bijvoorbeeld op de voorgevel, achtergevel of de zijgevels. Omdat de voegen meestal in het zicht zijn aangebracht worden ze netjes afgewerkt. Voegen kunnen op verschillende manieren worden afgewerkt. Voorbeelden hiervan zijn:

  • Geborstelde voeg
  • Gesneden voeg
  • Platvol voeg
  • Schaduwvoeg

Voegen worden ook wel voorzien van een kleurstof of extra kalk. Hierdoor kan de voeg een groter esthetische waarde krijgen. Bijzondere gevels worden ook wel façade of front genoemd. Deze gevels zijn beeldbepalend en worden daarom meestal voorzien van speciale voegen. Deze voegen komen vaak voor op monumentale panden in oude dorpen en binnensteden.

Wat is een dilatatievoeg en waar wordt deze voeg toegepast?

Een dilatatievoeg is een voeg die wordt aangebracht om de krimp en rek op te vangen tussen twee verschillende materialen. Het krimpen en rekken van materialen wordt ook wel werking genoemd en kan voor scheuren zorgen in constructies. Een dilatatievoeg kan deze scheurvorming voorkomen. Dilatatievoegen kunnen verschillende vormen en afmetingen hebben. De keuze voor een bepaalde vorm of afmeting is afhankelijk van de belasting op de constructie en de soort belasting. Ook de waterdichtheid is van invloed evenals de maximale horizontale en verticale bewegingen van de voeg. Hieronder zijn een paar voorbeelden gegeven van varianten van de dilatatievoeg. Daarbij zijn de toepassingen van deze varianten ook benoemd.

Beperkte belasting
Als de vulling van de voeg slechts beperkt wordt belast van buitenaf zal men er voor kiezen om een voeg aan te brengen van elastisch materiaal. Hiervoor kan men bijvoorbeeld kit gebruiken met daarachter een rugvulling van kunststofschuim. De kit moet gemaakt zijn van materiaal dat de trekkrachten en drukkrachten kan opvangen. Daarnaast moet de kit ook bestand zijn tegen invloeden die inwerken op de buitenkant.

Waterdichtheid
In sommige bouwdelen is waterdichtheid van extra groot belang. Hierbij kan gedacht worden aan vloeren en kelderwanden. Hierbij wordt voor het aanbrengen van voegen zogenoemde voegbanden gebruikt. Een veel voorkomende variant van voegbanden is het zogenaamde instortvoegenband. Dit voegband wordt ingestort in de beton. Daarnaast zijn er ook voegbanden verkrijgbaar die later op de voeg worden aangebracht.

Dilatatievoegprofielen
In vloeren kunnen ook dilatatievoegen worden toegepast. Hierbij wordt vaak ook gebruik gemaakt van dilatatievoegprofielen. De profielen moeten er voor zorgen dat de randen van de voegen niet afbrokkelen door de belasting van bijvoorbeeld voertuigen die zich over de vloer verplaatsen. Er zijn verschillende Dilatatievoegprofielen. Deze worden onder andere van metalen gemaakt zoals aluminium, corrosievast staal (RVS) of verzinkt staal. Deze metalen kunnen eventueel in combinatie met rubber worden geplaatst.

Wat is een voeg en waarvoor dient een voeg?

Een voeg vormt de overgang tussen twee gelijke of verschillende materialen. De naad tussen de twee materialen wordt de voeg genoemd en bestaat meestal uit een andere materiaal dan de materialen die doormiddel van de voeg aan elkaar verbonden worden. Het woord voeg wordt vooral gebruikt voor de naad tussen bakstenen en tegels. Daarnaast wordt de term ook wel gebruikt voor de naad tussen gipsplaten en planken. Een voeg kan ook een verbinding vormen of een afdichting tussen twee onderdelen van een constructie die om technische redenen niet met elkaar verbonden mogen en kunnen worden.

Voegen in metselwerk
Voegen of voegwerk komt onder andere aan de orde bij metselwerk. Bij metselen worden stenen aan elkaar verbonden door gebruik te maken van specie. De specie wordt hard waardoor de stenen aan elkaar worden verbonden. Men kan voor het verharden van specie ook cement gebruiken. In dat geval spreekt men ook wel van een cementvoeg. Met name in muren van oude gebouwen bestaan voegen voor een groot deel uit kalk. Deze kalkvoegen zijn elastischer zijn dan de cementvoegen die tegenwoordig veel worden gebruikt. Er zijn verschillende soorten voegen. Men past in de praktijk de lintvoeg of horizontale voeg toe en de stootvoeg of verticale voeg. De speciale specie waarmee de voegen in het metselwerk worden opgevuld dient niet alleen ter verfraaiing van de gevel. Een voeg heeft ook een belangrijke functie tegen vochtdoorslag.

Voegen bij wand- en vloertegels
Wanneer men wantegels en vloertegels plaatst worden de voegen daarvan ook opgevuld. Hiervoor gebruikt men een ander soort voegenvuller dan de voegvulling die wordt gebruikt bij buitenmuren voor het verbinden van bakstenen. De voegenvuller voor vloertegels en wandtegels heeft een dichtende werking en is meestal wit of witachtig van kleur.

Overige voegen
Naast metselwerk en het plaatsen van wandtegels en vloertegels komt men ook voegen tegen bij andere materialen die aan elkaar worden verbonden. Hieronder volgt een opsomming:

  • Voegenvulling van bestrating bestaat meestal uit zand. Hierdoor zit de bestrating niet stevig aan elkaar verbonden en kan deze indien nodig opgebroken worden om bijvoorbeeld bij leidingen te komen of om het straatwerk te herstellen.
  • Voegen in houtwerk worden met of zonder lijm gedicht. Daarnaast wordt ook gewerkt met een veer en een groef. Hierdoor kan het hout krimpen en uitzetten en toch aan elkaar verbonden blijven zodat er geen schade optreed aan de constructie.
  • De platen van gipswanden worden ook met elkaar verbonden door een voegmiddel. Dit voegmiddel bestaat uit poedervorming gipsgebonden materiaal waaraan water wordt toegevoegd. Hierdoor ontstaat een mooie strakke muur.

Dilatatievoeg en thermische voeg
Bijzondere voegen zijn de dilatatievoeg en de thermische voeg:

  • De dilatatievoeg is zo aangebracht dat deze mogelijke differentiële zettingen van de verschillende constructie-onderdelen kan opnemen. Deze voeg kan krimp en uitzetting van bepaalde constructies opvangen dat de constructie sterk blijft. In de praktijk wordt een bepaalde afstand tussen twee dilatatievoegen aangehouden. Deze afstand is onder andere afhankelijk van de toegepaste materialen.
  • De thermische voeg is een speciale voeg die de thermische uitzetting van de constructie bij temperatuurschommelingen kan opnemen.