Wat is zichtwerk?

Zichtwerk is het gedeelte van het werkstuk of het gedeelte van bouwwerk dat zichtbaar is wanneer het werkstuk of bouwwerk voltooid is en in gebruik wordt genomen. Het zichtwerk is daardoor het gedeelte “dat in het zicht” komt. Aan de deze onderdelen wordt extra aandacht besteed ten opzichte van de onderdelen van een constructie of bouwwerk die niet in het zich komen. Een groot deel van een constructie zal na de ingebruikname aan het zicht ontnomen worden. Het woord zichtwerk wordt regelmatig in de techniek en op de bouw gebruikt. Hieronder is informatie gegeven over wat zichtwerk precies is aan de hand van een aantal voorbeelden.

Extra aandacht voor afwerking
Als een techneut zichtwerk moet leveren dan zal hij of zij extra aandacht moeten besteden aan de afwerking van het werkstuk. Er mogen geen fouten of beschadigingen aanwezig zijn op zichtwerk omdat deze onvolkomenheden meteen zichtbaar zijn wanneer iemand het werkstuk bekijkt. Het is belangrijk om op te merken dat zichtwerk niet direct iets zegt over de constructieve stevigheid van het werkstuk maar meer over de afwerking.

Voorbeelden van zichtwerk in de metaaltechniek
In de techniek wordt regelmatig zichtwerk geleverd. Zowel bij de bouw van machines, werktuigen als bij statische constructies kan het leveren van zichtwerk aan de orde komen. Als iemand bijvoorbeeld een machineframe gaat lassen en deze vervolgens voorziet van beplating dan kan de buitenkant van de machine in het zicht blijven. De lasverbindingen die in het zicht blijven moeten daarom goed afgewerkt worden. Een ervaren lasser heeft echter geen slijptol nodig om zijn of haar lassen af te werken. Dikwijls is het toch nodig om met een beitel de lasspetters te verwijderen die bij MIG/MAG lassen ontstaan.

Bij TIG lassen ontstaan geen lasspetters en kunnen daarom lasverbindingen ontstaan met een hoogwaardiger afwerkingsniveau. Toch wordt TIG lassen niet altijd toegepast in zichtwerk in de metaal omdat niet elke metaalsoort geschikt voor TIG lassen is en omdat TIG lassen kostbaarder is (inert gas) en bovendien een langzamer lasproces is dan MAG of MIG lassen. In een lasmethodebeschrijving is omschreven waaraan de lasser zich dient te houden en welke lastechniek toegepast moet worden.

Het deel van een metaalconstructie dat niet in het zicht komt heeft minder aandacht nodig met betrekking tot de afwerking. Deze lasverbindingen moeten vooral stevig zijn en uiteraard gelast worden conform de lasmethodebeschrijving. Daarom hoeft aan de delen die niet tot het zichtwerk behoren minder aandacht te worden besteed aan het visuele aspect. Soms laat men hier de lasspetters op zitten of werkt men de lasverbinding niet af met een slijptol. Het kan ook voorkomen dat er geen zichtwerk geleverd hoeft te worden als het metaal nog een extra bewerking ondergaat. Staal kan bijvoorbeeld worden gecoat doormiddel van een poedercoating.

RVS en aluminium
Bij roestvaststaal doet men dit meestal niet omdat het chroompercentage van de rvs-legering voor een doorzichtige oxidehuid zorgt dit het onderliggende materiaal beschermd tegen oxidatie. Ook bij aluminium brengt men vaak geen extra verflaag of coating aan omdat ook hierbij het materiaal beschermd wordt door een natuurlijke oxidelaag. Dat zorgt er voor dat werkstukken, machines, apparaten, jachten en andere producten die gemaakt worden van rvs en aluminium vaak esthetisch hoogwaardig afgelast moeten worden. Dit geldt uiteraard voor de gedeeltes van deze producten die in het zicht komen. Daarom wordt bij rvs en aluminium producten vaak wel zichtwerk vereist. Deze materialen zijn inert en worden daarom met inerte beschermgassen gelast. MIG en TIG lassen zijn de afkorting voor lasprocessen waarbij de laatste twee letters ‘IG’ staan voor inert gas. Deze lasprocessen worden veelvuldig toegepast voor lasverbindingen in aluminium en roestvast staal. Met name TIG lassen is ideaal voor zichtwerk omdat bij dit lasproces de lasser het lastoevoegmateriaal zelf in het smeltbad moet aanbrengen. De lasser heeft daardoor meer invloed op het smeltbad en kan dit meer laten vloeien zodat er een hele mooie las kan ontstaan. Uiteraard is dit afhankelijk van de kwaliteiten van de lasser.

Zichtwerk op de bouw
De hiervoor genoemde voorbeelden zijn echt gericht op de metaaltechniek. Uiteraard komt er ook veel zichtwerk voor de bouwsector. Timmermannen, metselaars, voegers en stukadoors  moeten ook vaak zichtwerk leveren evenals tegelzetters. Daarbij kan men ook denken aan installatiemonteurs die sanitair plaatsen of keukens monteren. Nadat deze werkzaamheden zijn verricht blijft het resultaat zichtbaar voor de personen die het gebouw bewonen of gebruiken (utiliteit). Door een hoog afwerkingsniveau denken veel mensen bewust of onbewust dat de kwaliteit van bijvoorbeeld het bouwwerk, metselwerk, installatie of keuken ook goed is. Dit is echter niet het geval maar veel bouwbedrijven en installatiebedrijven zijn zich er wel van bewust dat het zichtwerk bij de klant wel een duidelijke indruk achter laat. Daarom worden vaak de meest ervaren krachten ingezet op het zichtwerk

Niet iedereen is geschikt voor zichtwerk
Het zichtwerk vereist aandacht. Mensen die op dit werk worden ingezet hebben over het algemeen veel vakmanschap, het zijn vakmensen. Dit vakmanschap tonen ze door de kwaliteit en de vormgeving van hun werk. Vaak is daar naast vaardigheid ook veel geduld voor nodig. Daarom is niet iedereen geschikt voor het leveren van zichtwerk in de bouw en techniek. Sommige werknemers zijn meer geschikt voor de constructie. Deze personen willen snel werken en bouwen.

Verdwijnt vakmanschap uit Nederland door automatisering?

De afgelopen jaren zijn veel bedrijven in de industrie bezig met lean management of processen die sterk lijken op dit bekende model dat afkomstig is uit de fabrieken van Toyota. Uiteindelijk zijn leanprocessen een reïncarnatie van scientific management.  Het scientific management werd eerder aan het begin van de twintigste eeuw ingevoerd in de fabrieken van Ford. Door processen te standaardiseren kon een constante kwaliteit geleverd worden met een constante snelheid. De productieprocessen werden in de loop der jaren gemechaniseerd. Zelfs de landbouw werd gemechaniseerd waardoor dieren en mensen steeds minder spierkracht hoefden te gebruiken.

Automatisering

Na de mechanisering deed de automatisering haar intrede. Processen werden in het verleden nog door mensen bestuurd. De mens hanteerde mechanische machines om van grondstoffen producten te maken.  De mens gebruikte zijn verstand om de processen in fabrieken aan te sturen. Procesoperators hielden de processen in een fabriek in de gaten en zorgden er voor dat er probate oplossingen werden geboden als er problemen ontstonden in het proces. Deze werkwijze word in veel fabrieken nog toegepast. Toch ziet men dat er meer geautomatiseerd wordt. Doormiddel van software zoals SCADA en PLC’s doen veel computerssystemen het denkwerk voor mensen.

Deze systemen geven bovendien inzage in de input en output van machines. Een geavanceerde machine kan zelfs in de software duidelijk de locatie van een storing aangeven zodat de onderhoudsmonteur de storing snelker kan vinden en effectiever kan oplossen. Door automatisering word het productieproces overzichtelijker en kan men de verschillende schakels in het productieproces beter op elkaar afstemmen. Hiervoor wordt onder andere SCADA software gebruikt. Doordat machines nu ook, met behulp van gegevens die worden verkregen door sensoren, ‘beslissingen’ kunnen maken wordt de mens in het productieproces steeds meer een overbodige factor. De kwaliteit van producten wordt steeds beter controleerbaar en de snelheid van productieprocessen wordt eveneens inzichtelijker.

Standaardproducten

Doordat de kwaliteit, de vormgeving en het materiaal van producten constanter wordt krijgt men te maken met standaardproducten. Met name in de massaproductie worden veel standaardproducten geproduceerd. Door massaal dezelfde producten te produceren kan men dezelfde matrijzen,  stempels en mallen gebruiken voor producten. De machines waarin de stempels,  matrijzen of mallen zijn  vastgemaakt kunnen bij een massaproductie snel worden terugverdiend waardoor producten goedkoper worden. Dit is voor veel consumenten aantrekkelijk.

Gebrek aan maatwerk

Omdat er door de massaproductie weinig mogelijkheden zijn om de eigenschappen van producten te wijzigen en af te stemmen op de wensen van de klant, krijgen klanten vrijwel allemaal hetzelfde product. Alleen de kleur kan soms wisselen.  Bij autofabrikanten is het echter wel mogelijk om tegen een meerprijs extra componenten te laten inbouwen in een auto. Bij veel goedkopere producten is deze vorm van maatwerk echter niet mogelijk. Hierbij kan men denken aan, kleding, schoenen, tassen en andere producten die men dagelijks gebruikt.

Gebrek aan vakmanschap

Men is gewend aan het feit dat machines tegen een goedkope prijs producten produceren. Dat deze producten standaard zijn nemen veel mensen voor lief, er staat immers een goedkope prijs tegenover. In het verleden kon men echter wel bij verschillende vakmensen of vaklieden een specifieke product laten vervaardigen dan niet door machines kon worden geproduceerd.  Hierbij kan men denken aan kleermakers, schoenmakers, smederijen, pottenbakkers en meubelmakers. Vij deze bedrijven werkten zeer vakbekwame personen die het werk meestal met de hand deden. Hun handvaardigheid werd vaak van vader op zoon en van leerling op gezel overgedragen. Door de opkomst van fabrieken zijn bijna alle ambachtelijke verdwenen in Nederland.

Prijs is belangrijker dan vakmanschap

Omdat voor veel mensen de prijs belangrijker is geworden dan vakmanschap konden veel vaklieden hun bedrijf niet meer rendabel houden. Een vakman kost salaris. Personeel vormt de grootste kostenpost voor veel bedrijven. In een groot productiebedrijf kan een machinebediener een machine hanteren om duizenden producten te produceren. Een vakman moest in de praktijk vaak in zijn eentje aan een product werken waardoor de kosten van het personeel slechts over een product berekend konden worden. Een productiebedrijf kan deze kosten echter over duizenden producten uitsmeren. Door automatisering kan men nog meer personeelskosten besparen waardoor producten nog goedkoper worden. Maar als consumenten een uniek product willen kunnen zien niet meer bij fabrieken in de massaproductie terecht.

Te kort aan vakmanschap 

Nederland heeft een te kort aan ambachtslieden en vakmannen die unieke producten kunnen bedenken en maken. Ambachtslieden zijn in staat om consumenten te helpen bij een oplossing van een probleem doordat zij producten kunnen maken die iemand anders niet kan maken. Doordat vakmanschap in Nederland bijna is uitgestorven kunnen een hoop consumenten niet meer datgene kopen wat ze willen. Fabrieken bepalen het aanbod. Vakmannen worden tegenwoordig bijna alleen ingeschakelt om kapotte producten te repareren. Toch vindt er een nieuwe tendens plaats. Verschillende mensen zijn hobbymatig met vakmanschao bezig waardoor vakmanschap in stand gehouden wordt. Misschien biedt dat hoop voor de toekomst?

Sollicitanten voor technische functies alleen op opleidingsniveau selecteren is niet verstandig

Werkzoekenden kunnen bij het zoeken naar een baan te maken krijgen met verschillende reacties op hun sollicitatie. In veel gevallen kan een teleurstelling worden voorkomen wanneer een kandidaat eerlijk is over zijn of haar eigen vaardigheden. In de vacatures van de meeste bedrijven en uitzendbureaus is duidelijk aangegeven waar een bedrijf of uitzendbureau naar op zoek is. Als een werkzoekende deze informatie uit de vacature niet nauwkeurig leest en verwerkt in de sollicitatiebrief bestaat de kans dat de sollicitatie onsuccesvol verloopt. Bedrijven willen dat personeel doelgericht solliciteert en aan de eisen van het functieprofiel dat in de vacature is weergegeven voldoen. In tijden van een overschot aan beschikbaar personeel op de arbeidsmarkt zijn bedrijven zeer strikt in hun wervingsbeleid. CV’s waarin het gewenste opleidingsniveau niet is vermeld worden regelmatig zonder verdere bestudering terzijde geschoven. Dit bespaard weliswaar tijd maar is niet altijd verstandig. Hieronder is in een aantal alinea’s aangegeven waarom deze manier van werken getuigd van weinig betrokkenheid bij de sollicitant en van beperkte selectievaardigheden van bedrijven en uitzendbureaus.

Waarom is opleidingsniveau belangrijk bij een sollicitatie?
Bedrijven delen hun functies in op verschillende niveaus. Hierbij wordt gekeken naar de complexiteit en de verantwoordelijkheid die personen dragen die een bepaalde functie uitoefenen. Ook andere aspecten zoals veiligheid, werktijden,  fysieke en mentale belasting  zijn belangrijke punten die invloed hebben op de indeling van functies. De complexiteit van een functie zorgt er vaak voor dat een bepaald opleidingsniveau is vereist. Daarnaast kan ook werkervaring worden verlangd van een sollicitant.

Opleidingen zijn belangrijk. Bedrijven willen er zeker van zijn dat het personeel dat wordt aangenomen over het juiste kennisniveau beschikt. Daarvoor verlangen ze meestal een bepaalde opleidingsrichting en een bepaald opleidingsniveau. Een opleidingsrichting kan bijvoorbeeld Werktuigbouwkunde zijn, een opleidingsniveau kan bijvoorbeeld mbo niveau 4 zijn. Bedrijven en uitzendbureaus gaan er vanuit dat kandidaten die over deze opleiding beschikken en het juiste opleidingsniveau hebben, in de basis geschikt zijn voor een bepaalde functie. Daarom wordt veel waarde gehecht aan opleiding en opleidingsniveau.

Daarnaast wordt natuurlijk gekeken naar de loopbaan, hobby’s, woonplaats, vervoer en helaas ook vaak naar de leeftijd van een kandidaat. Al deze aspecten komen vaak in de tweede of derde plaats aan de orde hoewel de loopbaanontwikkeling van een kandidaat niet minder belangrijk is voor een bedrijf en een sollicitatie. Als kandidaten hoofdzakelijk worden geselecteerd op basis van hun opleidingsrichting of opleidingsniveau worden de andere aspecten vaak niet meer bekeken en wordt hun cv terzijde gelegd. Deze situatie is moeilijk door een sollicitant te voorkomen omdat in de moderne indeling van een cv de opleidingen direct onder de NAW-gegevens staan. Bij de opmaak van een cv en het daadwerkelijk solliciteren is het meestal te laat om wat aan het opleidingsniveau of aan de opleidingsrichting te veranderen. Men zou er hooguit voor kunnen kiezen om tijdens het zoeken naar werk een opleiding te volgen. Het maken van de juiste opleidingskeuze is echter niet eenvoudig.

Technische opleiding kiezen in Nederland
Nederland is een land met veel verschillende opleidingen. Als we alleen al naar de techniek kijken kun je enorm veel verschillende technische opleidingen kiezen. Bij het verlaten van de basisschool is het zonder hulp bijna niet mogelijk om de juiste opleiding te kiezen. Het komt in de praktijk regelmatig voor da leerlingen en studenten een opleiding afbreken omdat een opleiding niet datgene bied dat ze verwachten. Opleidingssituaties zijn opleidingsfabrieken geworden. De producten zijn de leerlingen en studenten. Het is belangrijk om zoveel mogelijk potentiële leerlingen en studenten aan te trekken. Daarnaast moeten de opleidingen die geboden worden niet te veel geld kosten voor een opleidingsinstituut. Dure praktijkruimtes met machines en apparatuur worden over het algemeen zo weinig mogelijk gebruikt. Het geven van theorielessen is daarentegen veel kostenefficiënter, tientallen leerlingen en studenten kunnen in een collegezaal naar één vakdocent luisteren. In een praktijkruimte is de begeleiding veel intensiever en zal ook materiaal moeten worden gebruikt.

Opleidingsinstituten maken gebruik van verschillende middelen om leerlingen en studenten te enthousiasmeren voor hun instituut en de opleiding die daarbinnen worden geboden. Er zijn maar weinig opleidingsinstituten die bewerken dat er met een bepaalde opleiding op zak weinig kans op werk is. Toch blijken veel jongeren die net zijn afgestudeerd moeite te hebben met het vinden van een baan. Normaal gesproken stemmen opleidingsinstituten hun opleidingen af op de behoeften van bedrijven. Tegenwoordig lijken een aantal opleidings instituten een andere werkwijze te hanteren bij het bepalen van hun opleidingsaanbod. Ze luisteren naar de wensen van de jeugd. Dit houdt in dat ze hun opleidingen vormgeven op basis van de interesses die leven onder jongeren. Een belangrijk aspect dat in de promotie van opleidingen wordt gebruikt is dat mensen van hun hobby hun werk moeten maken. Daarom moeten ze bij zichzelf nagaan wat ze leuk vinden en daarvoor een passende opleiding zoeken. Dat klinkt natuurlijk heel mooi maar is wel erg kortzichtig. Veel jongeren weten bijvoorbeeld niet welke dynamische vakgebieden er allemaal zijn in de techniek, daarnaast hebben ze ook vaak niet de ruimte of de mogelijkheden om thuis hobbymatig te oefenen met verschillende technieken.

Hierdoor kunnen ze niet goed een beeld vormen van technische opleidingen. Daarvoor zijn ze afhankelijk van een eerlijke voorlichting van opleidingsinstituten. Deze opleidingsinstituten zullen potentiële leerlingen en studenten er goed op moeten wijzen dat de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven soms een ander beeld voor ogen heeft dan het beeld dat jongeren over zichzelf hebben. De eisen die technische bedrijven stellen aan hun medewerkers worden tegenwoordig steeds zwaarder. Bedrijven willen met het in dienst nemen van jonge technici vaak ook nieuwe kennis in het bedrijf brengen. Een opleiding moet daardoor van voldoende niveau zijn en gericht zijn op specifieke vakgebieden waar het bedrijf actief in is. Dit stelt eisen aan het opleidingsinstituut en aan de leerling of  student die de vaardigheden gedurende  de opleiding goed moeten aanleren om deze later in de praktijk toe te kunnen passen. De vaardigheden en kwaliteiten van afgestudeerde technici zijn echter verschillend ondanks het feit dat ze dezelfde opleiding hebben afgerond.

Opleidingsniveau geeft niet altijd de kwaliteiten van kandidaten weer
Het opleidingsniveau of de opleidingsrichting geeft niet altijd een goed beeld van de kwaliteiten van een sollicitant. Allereerst is onduidelijk hoeveel moeite iemand heeft gehad om een opleiding te behalen. Daarnaast is er ook een verschil tussen opleidingsinstituten en de kwaliteit van opleiding. Dit verschil bestaat ondanks het feit dat veel opleidingen dezelfde of bijna dezelfde naam dragen. Daarnaast zegt een opleiding weinig over iemand zijn of haar daadwerkelijke interesse in een bepaald vakgebied.

Sommige leerlingen of studenten volgen een bepaalde opleiding omdat ze nog niet wilden werken. Daarnaast volgen sommigen een opleiding terwijl ze zich onvoldoende hebben georiënteerd op  de verschillende opleidingen die er te volgen zijn. Het is verbazingwekkend dat sommige  leerlingen en studenten een opleiding afronden omdat ze daar nu eenmaal aan begonnen zijn. Eenmaal afgestudeerd blijken ze niets met hun opleidingskeuze of opleidingsniveau te willen doen.

Een ander uiterste vormen de leerlingen en studenten die een opleiding volgen enkel en alleen omdat daar vermoedelijk veel werk in te vinden is. Een aantal van hen heeft nauwelijks aanleg voor de technieken die in de opleiding aan de orde komen. Ze studeren af en beschikken daardoor over een basiskennis maar missen de aanleg of passie voor een bepaald vakgebied waardoor ze niet over de vindingrijkheid, inzicht en creativiteit beschikken die in veel technische beroepen is vereist.

Er zijn verschillende opleidingen en verschillende opleidingsniveaus. De mensen die deze opleidingen en niveaus behalen verschillen echter ook. Een opleidingsniveau koppelen aan de waarde van een arbeidskracht is natuurlijk belangrijk tijdens een selectieprocedure. Toch moet dit niet het belangrijkste punt zijn waarop moet worden geselecteerd. Hieronder is in een alinea weergegeven wat belangrijke punten zijn waarop geselecteerd moet worden wanneer een sollicitant voor een bepaalde functie in aanmerking wil komen.

Aandachtspunten voor het selecteren van technisch personeel
Techniek draait voor een belangrijk deel om uitvoeren. In opleidingen blijkt vaak al welke leerlingen en studenten zich meer op de theorie richten dan de praktijk. Meestal blinkt iemand uit in één van deze twee onderdelen van de opleiding. Leerlingen en studenten die theoretisch goed presteren en daarnaast ook nog in de praktijk echte vakmensen zijn komen niet veel voor. Een echte theoreticus is meestal minder geschikt voor een uitvoerende technische functie dan een praktijkgericht persoon. Toch kunnen beide personen een mbo opleiding hebben afgerond.

Voor technisch uitvoerende functies zoals bijvoorbeeld lasser, slijper, polijster, relingzetter en fitter kan men wel een afgeronde mbo opleiding niveau 4 in de richting van metaal of werktuigbouwkunde vereisen maar is dit noodzakelijk? Deze werkzaamheden komen in een gemiddelde technische mbo opleiding slechts beperkt aan bod. De zogenoemde ‘kneepjes van het vak’ leert men vaak in de praktijk. Hierdoor kunnen mensen die van hobbymatig als kind thuis in de werkplaats van hun vader gelast hebben vaak beter lassen dan leerlingen die alleen gelast hebben op een algemene technische opleiding in de metaal zoals de opleiding mbo werktuigbouwkunde.

Voor technisch uitvoerende functies is het meestal niet nodig om een zware theoretische opleiding te vereisen in de vacature. Dit schrikt veel technische vakkrachten af die wel over de nodige vaardigheden beschikken maar niet het gewenste opleidingsniveau hebben. Juist in de uitvoerende techniek is vakmanschap en inzicht van groot belang. In veel opleidingen wordt hier nog te weinig aandacht aan besteed. Iemand moet ‘gevoel’ hebben voor het vak. Dit is lang niet altijd te leren. Sommige vakmensen die uitvoerend uitstekend werk leveren haken vaak af op een opleiding waar veel aandacht uit gaat naar de theoretische aspecten van het vakgebied. Zo kan iemand die uitstekend kan lassen wel helemaal niet goed zijn in wiskunde, natuurkunde of technisch tekenen. Wanneer een opleidingsinstituut veel waarde hecht aan deze theoretische opleidingen zal iemand die een passie heeft voor de uitvoerende kant van een beroep zich niet op zijn of haar plek voelen. In het ergste geval zal hij of zij de opleiding afbreken.

Het afbreken van een opleiding staat slecht op een cv. Mensen die verantwoordelijk zijn voor het werven en selecteren van technisch personeel moeten een goed onderscheid kunnen maken tussen voortijdig schoolverlaters die hun opleiding hebben afgebroken omdat ze theoretisch niet goed konden meekomen en voortijdig schoolverlaters die hun opleiding hebben afgebroken omdat ze niet gemotiveerd waren. Daarvoor moet een cv doorgelezen worden. Hobby’s, werkervaring en interessegebieden kunnen een ander licht werpen op de motivatie en vakkennis van een sollicitant.

Ook in kantoorfuncties kunnen sommige studenten een opleiding eerder hebben beëindigd omdat bepaalde vakgebieden zoals bijvoorbeeld wiskunde en natuurlijk moeilijk voor hen waren. Een technisch tekenaar zal echter altijd een bepaalde basiskennis nodig hebben van wiskunde en in mindere mate van natuurkunde. Daarom gaan technische opleidingen op HBO niveau meestal diep in op deze vakken of modules. De opleiding HBO werktuigbouwkunde blijkt voor veel technici een uitdaging met name op het gebied van wiskunde en natuurkunde. Een aantal van hen stopt deze opleiding juist omdat ze deze modules moeilijk of in het geheel niet kunnen halen. Onder deze voortijdig schoolverlaters kunnen grote technici aanwezig zijn die uitstekend nieuwe technische oplossingen kunnen bedenken voor bepaalde problemen. Ook hier is het belangrijk dat iemand verder kijkt op het cv van een sollicitant. Hobby’s, projecten, inzicht en visie over technologie kunnen van een kandidaat een duidelijker beeld schetsen waardoor iemand toch geschikt is voor een functie. In een aantal gevallen zal een voortijdig schoolverlater meer geschikt zijn voor een functie dan iemand die de opleiding plichtsgetrouw maar zonder passie heeft afgerond.

Hierbij is ook het opleidingsinstituut een belangrijke factor. In Nederland moet meer aandacht worden besteed aan het bedenken van nieuwe technologieën waarbij buiten bepaalde kaders gedacht moet worden. In veel opleidingen wordt nog teveel binnen kaders gedacht. Leerlingen en studenten leren producten, machines en constructies maken conform de richtlijnen die zijn geboden. Op die manier worden technische oplossingen gereproduceerd. Als men de techniek verder wil brengen zal men meer de aandacht moeten leggen op bedenken van nieuwe concepten en deze moeten toetsen.

Selecteren van technisch personeel tot slot
Het selecteren van geschikt technisch personeel is niet eenvoudig. Het vereist vaak technische kennis om de technische kennis van een sollicitant op de juist waarde te schatten. Medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de werving en selectie van technisch personeel doen er verstandig aan om zich te verdiepen in de techniek waarvoor ze een geschikte sollicitant moeten selecteren. Deze technische kennis zorgt er voor dat niet alleen geselecteerd wordt op opleidingen en opleidingsniveau maar juist op vakmanschap, technisch inzicht en visie. Deze eigenschappen zijn persoonsgebonden en maken iemand geschikt voor een bedrijf en een specifieke functie.  Iemand die echt een passie heeft voor de techniek en een bepaald technisch beroep kun je tijdens een selectieprocedure prima herkennen. Hij of zij zal zeer geïnteresseerd reageren op technische vragen. Sommige technici zijn echter niet heel spraakzaam. Dit maakt ze nog niet ongeschikt. Communicatieve vaardigheden zijn niet in elke technische functie vereist. Iemand die weinig communiceert kan aan de hand van een proeflas of foto’s vaak goed aantonen of het een vakkundig goed onderlegd persoon is. Daarnaast kunnen ze ook praktijkvoorbeelden noemen en aangeven hoe ze bijvoorbeeld een lastoestel moeten instellen en waar je bijvoorbeeld op moet letten als je gaat verspanen.

Sommige technici kunnen heel goed praten over hun werk en kunnen in de praktijk juist weinig waar maken. Iemand die selecteert en daarbij zijn of haar technische kennis gebruikt weet over het algemeen goed onderscheid te maken tussen mensen die goed kunnen praten en goed kunnen werken. Voor beide personen zijn functies, iemand die goed selecteert weet de juiste persoon voor de juiste functie te selecteren. Opleidingsniveau en opleidingsrichting blijven belangrijk maar het toepassen van de juiste vragen over techniek zal uiteindelijk er toe leiden dat sollicitanten tot hun recht komen en de juiste kandidaat wordt geselecteerd.

Wat is technologie en hoe kan technologie worden gedefinieerd?

Technologie is een woord dat op verschillende manieren kan worden gedefinieerd. Het woord technologie is een samenvoeging van de Griekse woorden voor “vakmanschap” en “betekenis”. In veel definities voor technologie worden synoniemen gebruikt voor het woord “vakmanschap”. Daarnaast worden de woorden ‘kennis’ en ‘innovatie’ veel gebruikt in definities voor technologie. Een geheel sluitende definitie voor technologie is moeilijk te vinden. Technologie wordt daarvoor in teveel verschillende contexten geplaatst. Hieronder wordt een beschrijving van het woord technologie weergegeven.

Wat is technologie?
Technologie is verbonden aan techniek. Technologie is nodig om nieuwe technische oplossingen en producten te ontwikkelen. Bij technologie draait het voornamelijk om nieuwe technische concepten. Daardoor is technologie nauw verbonden met innovaties. Innovatie wordt over het algemeen omschreven als het bedenken en ontwikkelen van nieuwe ideeën. Door technologieën kunnen nieuwe innovaties worden ontwikkelt en geproduceerd en andersom. Hoewel de woorden nauw met elkaar verbonden zijn, is technologie geen synoniem voor innovatie. Technologie is in tegenstelling tot innovatie altijd verbonden aan techniek. Innovatie kan bijvoorbeeld ook op sociaal vlak gebeuren. Er bestaat namelijk ook sociale innovatie. Daarnaast zijn er ook technologische innovaties die kunnen worden ontwikkelt. Deze innovaties zijn wel technisch.

Wat is de definitie van technologie?
Zoals hiervoor werd aangegeven is een definitie van technologie moeilijk sluitend te krijgen. Technisch Werken heeft ook een definitie bedacht voor technologie. Hierbij is Technisch Werken geïnspireerd door verschillende definities die op internet beschreven zijn en in onder andere in het Van Dale woordenboek worden genoemd. De definitie die Technisch Werken hanteert voor Technologie is de volgende:

Technologie is het systeem waarbij wetenschap en kennis doelgericht worden gebruikt voor de ontwikkeling van innovatieve methodes, organisatievormen en technieken om aan bepaalde fysieke en niet-fysieke doelstellingen te voldoen.

Technologie dient een bepaald doel. De doelstellingen die kunnen worden bereikt met technologie kunnen zowel fysiek als niet-fysiek zijn. Een voorbeeld van een fysiek doel is bijvoorbeeld het ontwikkelen van nieuwe systemen voor robotica waardoor robots hun positie doormiddel van sensoren effectiever kunnen bepalen. Een niet-fysiek doel dat met technologie kan worden bereikt is een andere aanpak van een organisatie met betrekking tot een bepaalde problematiek. De gevolgen van de technologie komen bij niet fysieke-doelstellingen niet direct tot uiting in een product. Bij technologie wordt gebruik gemaakt van wetenschap. De doelstellingen die doormiddel van technologieën tot stand komen zijn in de meeste gevallen wetenschappelijk goed onderbouwd.