Wat is zelfwoonplicht of zelfbewoningsplicht?

Zelfwoonplicht of zelfbewoningsplicht is een verplichting om de woning na aanschaf zelf te bewonen en dus niet te verhuren. De zelfwoonplicht wordt naast zelfbewoningsplicht ook wel zelfbewoningsclausule genoemd. een dergelijke verplichting of clausule is bijna altijd opgenomen in de verkoopcontracten van voormalige huurwoningen die door woningcorporaties te koop worden aangeboden. Een zelfwoonplicht wordt echter ook vaak opgenomen in huurcontracten van woningcorporaties zodat deze corporaties er zeker van zijn dat de woning niet wordt onderverhuurd of doorverhuurd. Woningen waarop een zelfwoonplicht of zelfbewoningsplicht is gevestigd mogen niet worden verhuurd of doorverhuurd. Hoewel de verplichting om een woning zelf te bewonen zowel bij een huurwoning als bij een koopwoning veel overeenkomsten heeft wordt hieronder in een aantal alinea’s toch even specifiek beschreven wat de zelfbewoningsplicht bij koopwoningen en bij huurwoningen inhoud.

Zelfbewoningsplicht bij koopwoningen

Steeds vaker komt de term zelfbewoningsplicht ook aan de orde bij de verkoop van koopwoningen. Als een woningcorporatie een deel van haar huurwoningen wil verkopen worden deze meestal iets onder de marktprijs verkocht. Dat maakt deze voormalige huurwoningen interessant voor beleggers. De woningcorporaties willen voorkomen dat beleggers de voormalige huurwoningen gaan kopen om deze opnieuw te verhuren tegen dezelfde huurprijs of een hogere huurprijs. Daarom wordt tijdens deze woningverkoop een zelfbewoningsplicht opgenomen in het koopcontract. Vaak krijgen de huidige huurders als eerste een optie om de woning tegen een scherpe prijs te kopen. Aan een zelfwoonplicht kan een bepaalde duur worden gekoppeld. Dat betekent dat de koper van de woning minimaal voor de vastgelegde duur de woning moet bewonen.

De woningbouwcorporaties handelen vaak uit een maatschappelijk belang. Dat betekent dat deze corporaties hun best doen om woningen betaalbaar te houden en de woningmarkt voor iedereen toegankelijk te houden. Beleggers hebben vaak andere belangen en willen graag een hoge huurprijs opstrijken en zo een zo hoog mogelijk rendement krijgen op hun woningen. Dat betekent in de praktijk vaak dat de huurprijzen worden opgedreven wat zeer ongunstig is voor particulieren. Bovendien zorgen beleggers er voor dat de prijzen van koopwoningen worden opgedreven. Beleggers kunnen vaak meer betalen voor koopwoningen en zorgen er daardoor voor dat er dikwijls wordt overgeboden. Voor particuliere woningzoekers is deze ontwikkeling erg ongunstig. Zij worden juist van de woningmarkt afgedrukt.

Tegenwoordig nemen veel gemeenten in Nederland maatregelen om te voorkomen dat nieuwbouwwoningen in handen van beleggers vallen die deze gaan verhuren. Daarom is de zelfwoonverplichting in bijvoorbeeld Amsterdam en Utrecht van toepassing. Er zijn verschillende andere gemeenten die ook een zelfwoonverplichting hebben ingevoerd of dat overwegen te doen.

Zelfbewoningsplicht bij huurhuizen

Als mensen een woning huren van een woningcorporatie krijgen ze ook vaak te maken met een zelfbewoningsplicht. Deze is opgenomen in het huurcontract. In feite betekent dat de persoon die de overeenkomst met de woningcorporatie heeft gesloten de woning zelf moet gebruiken en bewonen en niet mag onderverhuren. Dit laatste mag in de praktijk alleen in uitzonderlijke gevallen. Dan moet er bijvoorbeeld ook toestemming zijn gegeven door bijvoorbeeld de Vereniging van Eigenaren of de woningcorporatie. Pas na deze schriftelijke toestemming mag de woning worden onderverhuurd aan derden. Op die manier wil men voorkomen dat bepaalde mensen meerdere huurcontracten afsluiten op huurwoningen en deze vervolgens voor een hogere prijs gaan doorverhuren. Een dergelijke werkwijze is zeer schadelijk voor de woningverhuur en zorgt er voor dat particulieren met extra hoge woninghuurprijzen worden confronteert.

Wat zijn EPS parels?

EPS parels zijn kleine korreltjes geëxpandeerd polystyreenschuim (EPS) en worden onder andere gebruikt als isolatiemateriaal voor spouwmuren. Het is een bekend en populair materiaal voor het na-isoleren van spouwmuren. Dat betekent dat het isolatiemateriaal in oudere spouwmuren wordt aangebracht die nog onvoldoende geïsoleerd zijn. EPS korrels zijn klein en kogelrond. Het materiaal is volgens fabrikanten 100% recycleerbaar en dat maakt EPS parels nog populairder op de isolatiemarkt.

Daarnaast is het materiaal ook vrij eenvoudig aan te brengen in de spouwmuur. Dat wil niet zeggen dat elke doe-het-zelver EPS korrels in een spouwmuur kan aanbrengen overigens. Daarvoor zijn speciale bedrijven die machines hebben waarmee de EPS parels in de spouwmuren kunnen worden gepompt. Er worden dan eerst kleine gaatjes in de buitenbladen van spouwmuren geplaatst waarin doormiddel van een spuitsysteem de EPS korrels worden gespoten. Als dit proces klaar is worden de gaatjes door het isolatiebedrijf dichtgemaakt en is de spouwmuur extra geïsoleerd.

EPS parels kunnen alleen in spouwmuren worden geplaatst die drie cm of meer ruimte hebben tussen het binnenblad en buitenblad. Daarnaast is het belangrijk dat de spouwmuren niet sterk vervuild zijn door bouwafval of cementbaarden. Als deze vervuiling wel aanwezig is kunnen de EPS korrels niet goed verspreid worden in de ruimte in de spouw. Dan kunnen alsnog koudebruggen ontstaan en kan de isolerende werking van de EPS parels aanzienlijk omlaag gaan. De EPS parels bevatten overigens een soort lijm. Deze lijm zorgt er voor dat de EPS parels aan elkaar kleven en op hun plek blijven. Tussen de parels ontstaan weer extra luchtkamertjes die de isolerende werking bevorderen.

Wat is een transformatiewoning?

Een transformatiewoning is een woning die uit een verbouwing van een bestaand pand met een andere bestemming is getransformeerd. Transformatiewoningen komen vooral in gebieden voor waar er sprake is van een tekort aan woningen. Als er te weinig woningen beschikbaar zijn om aan de vraag te voldoen dan wordt er steeds vaker gekeken naar bestaande panden met een andere bestemming om deze vervolgens om te bouwen tot woningen en woonruimten.

Utiliteit ombouwen tot woningen
Een tansformatiewoning is dus een woning die ontstaan is uit een pand met een andere functie. In de praktijk worden scholen en kantoren regelmatig tot transformatiewoningen omgebouwd. Daarnaast worden ook andere bedrijfspanden en utiliteit omgebouwd tot woningen. Zo kunnen zelfs loodsen, fabrieken, kazernes en stallen van boerderijen tot woningen of appartementen worden omgebouwd. Bouwbedrijven en projectorganisaties worden steeds creatiever op dit gebied. Ook investeringsmaatschappijen zien geld in het ombouwen van bestaande panden tot transformatiewoningen.

Woningtransformatie als oplossing

Op die manier kan er wat worden gedaan aan het tekort aan woning maar kan ook meer geld worden verdiend met de verkoop en de verhuur van transformatiewoningen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) waren er in 2018 in totaal 13.000 transformatiewoningen ontstaan. Dat maakt duidelijk dat een groot deel van de toename in het aanbod aan woningen wordt gerealiseerd door gebouwen te transformeren tot woningen.

Aandachtspunten voor woningen die gebouwd zijn tussen 1970 en 1980

In de periode tussen 1970 en 1980 zijn er in Nederland veel woningen gebouwd. De architectuur van deze woningen is beter dan de architectuur van de woningen die voor 1970 zijn gebouwd. Daarnaast is de kwaliteit van deze woningen over het algemeen prima. Ten opzichte van oudere woningen zijn de onderhoudskosten lager. Er werd namelijk in de bouwperiode tussen 1970 en 1980 veel gebruik gemaakt van onderhoudsarme materialen. Bovendien werden er meer isolerende materialen toegepast. Zo werden de woningen standaard uitgerust met dubbel glas ook werd er dakisolatie en spouwisolatie aangebracht in woningen die in deze bouwperiode zijn opgeleverd.

Aandachtspunten woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd
Woningen die tussen 1970 en 1980 werden gebouwd zijn over het algemeen voorzien van materialen die beter zijn dan de woningen die voor deze periode werden gebouwd. Toch zijn er wel aandachtspunten. Zo kunnen woningen die in deze periode nog kozijnen bevatten die van een niet-duurzame houtsoort zijn gemaakt. Zo bevatten deze woningen regelmatig burenhouten gevelkozijnen. Deze zijn gevoelig voor houtrot. Sommige woningen hebben in de loop der jaren nieuwe kozijnen gekregen die gemaakt zijn van kunststof of hardhout.

Kwaaitaal- en Mantavloeren
Een behoorlijk aantal woningen uit de bouwperiode 1970 en 1980 werden voorzien van Kwaaitaal- en Mantavloeren. In totaal zijn er in Nederland 100.000 woningen in Nederland die problemen hebben met een Mantavloer. Deze woningen krijgen op den duur te maken met betonrot wat er voor zorgt dat de betonvloer afbrokkelt en haar sterkte verliest. Dit zorgt er voor dat de vloer kan breken. Ook Kwaaitaal vloeren hebben een zeer grote kans op betonrot. Deze vloeren zijn van 1965 tot ongeveer 1984 in veel woningen in Nederland aangebracht. Het repareren van een Kwaaitaalvloer en Mantavloer is meestal erg kostbaar daarom is het belangrijk dat men bijvoorbeeld bij de aanschaf van een woning goed op de hoogte is wat voor type (beton)vloer de woning heeft.

Elektrische installatie
Veel woningen die tussen 1970 en 1980 zijn gebouwd hebben een verouderde elektrische installatie die niet meer aan de eisen van 2019 voldoet. Er worden nu andere huishoudelijke apparaten gebruikt die meer elektriciteit verbruiken zoals afwasmachines, elektrische ovens, wasmachines en drogers met meer capaciteit. Al deze apparaten in combinatie met domotica toepassingen en internet of things vereisen een moderne elektrische installatie. Veel woningen uit de bouwperiode tussen 1970 en 1980 hebben daarom de afgelopen jaren een optimalisatie, renovatie en modernisering gehad van de elektrische installatie. Deze verbouwing is echter lang niet altijd zorgvuldig uitgevoerd. Met name in vochtige ruimten zoals badkamers bestaat er een vergrote kans op een onveilige elektrische installatie.

Centrale verwarmingsinstallatie
De huidige verwarmingstechniek is ook anders dan vroeger. In de jaren zeventig van vorige eeuw werden andere leidingen gebruikt voor een centrale verwarming dan tegenwoordig. Onder andere de diameter was anders. Als de cv-installatie moet worden vervangen kan dat voor extra kosten zorgen. Ook de cv-ketel zal in de afgelopen jaren vervangen zijn of zal dringend aan vervanging toe zijn.

Geluidsisolatie van woning
De geluidsisolatie van woningen is ook een aandachtspunt. Bij woningen die gebouwd zijn vóór 1978 moet gelet worden aan de geluidsisolatie tussen de woningen. Na 1978 werden nieuwe materialen en constructies toegepast voor woningscheidende wanden, zoals ankerloze spouwmuren enzovoort. Deze aanpassingen zorgden voor een betere isolatie van geluid maar ook van warmte.

Wat is een microwoning?

Een microwoning is een mini-woning in de vorm van een klein appartement dat voorzien is van een eigen badkamer en keukenblok en een totale oppervlakte heeft van tussen de3 20 en 50 vierkante meter. Een microwoning heeft meestal een inrichting en indelen waarover goed is nagedacht. De beperkte oppervlakte zorgt er voor dat men de indeling van de microwoning zo heeft vormgegeven dat het optimale rendement uit de ruimte kan worden gehaald. De meeste microwoningen worden gebouwd en bewoond in grote steden. Zo zijn er bijvoorbeeld vijfhonderd micro-appartementen in Change gebouwd in maart 2017. Er zijn echter ook verschillende andere drukke verstedelijkte gebieden waarin appartementencomplexen worden gebouwd met microwoningen.

Waarom een microwoning?
Een microwoning is niet voor iedereen een ideale manier van wonen. Voor grote gezinnen is een microwoning niet geschikt. Ook voor oudere mensen is een microwoning over het algemeen geen juiste keuze. Voor wie is een microwoning dan wel geschikt? De doelgroep voor microwoningen zijn over het algemeen jongeren die flexibel werken, studeren en een grote mate van zelfredzaamheid hebben.

Microwoningen worden over het algemeen bewoond door mensen die net zijn afgestudeerd en nog alleenstaand of vrijgezel zijn. Huisdieren zoals honden en katten zijn meestal niet geschikt voor microwoningen. De meeste bewoners van microwoningen gebruiken de woning puur om te slapen en verblijven verder maar korte tijd in de woning. De overige tijd zijn ze aan het werk, studeren ze of ondernemen ze andere sociale activiteiten. Omdat een microwoning zo weinig vloeroppervlak heeft zijn deze woningen over het algemeen prijstechnisch aantrekkelijk. De huur voor een microwoning is dikwijls veel lager dan de huur van reguliere grotere appartementen. Jongeren die nog starten op de arbeidsmarkt in grote steden vinden microwoningen vaak een interessante oplossing om toch op jezelf te wonen en niet te veel geld kwijt te zijn aan huur. Dan houdt je ook geld over voor andere dingen.

Voorzieningen in microwoningen
Microwoningen zijn er in verschillende soorten. Sommige microwoningen worden in de vorm van een community gebouwd. Dat houdt in dat de bewoners van de microwoning ook een bepaalde samenwerking of onderlinge band hebben met elkaar. Denk hierbij aan ambitieuze jongeren die een startup hebben en gezamenlijk bij elkaar in microwoningen wonen. De meeste bewoners van microwoningen willen graag gebruik maken van supersnel internet. Deze voorziening wordt daarom in de meeste microwoningen aangebracht. Verder heeft een microwoning een eigen toegang en is deze voorzien van een eigen keukenblok en badkamer. Dat houdt in dat de microwoning in feite een complete woning is alleen dan heel klein. Sommige appartementencomplexen die bestaan uit microwoningen hebben allemaal mogelijkheden om bepaalde voorzieningen te huren zoals een televisie, stofzuiger of magnetron. Het huren van deze huishoudelijke apparaten zorgt er voor dat de bewoner dit niet zelf hoeft aan te schaffen en het ook niet hoeft te verhuizen als hij of zij de microwoning weer verlaat.

Voorzieningen rondom de microwoning
Het gaat niet alleen om de voorzieningen in de microwoning, de voorzieningen rondom de microwoning zijn minimaal zo belangrijk. Microwoningen zijn klein en daardoor meestal niet geschikt om feesten te houden of met grote groepen vrienden bij elkaar te zitten. Daarvoor is er over het algemeen ook veel te weinig meubilair in een microwoning. Om die reden zijn er rondom de microwoning vaak extra voorzieningen aangebracht. Vooral in appartementencomplexen die in een community-vorm zijn gebouwd. Men kan daarbij denken aan een inpandig restaurant of een grote studeerruimte. Ook een mediazaal of speciale wasruimte is mogelijk. Uiteraard is er meestal ook een stalling in of onder het pand waarin de fietsen en scooters van de bewoners van een miniwoning of microwoning kunnen worden ondergebracht. Daarnaast zijn microwoningen meestal gebouwd in gedeelten van steden met voorzieningen in de buurt. Hierbij kan je denken aan hogescholen, universiteiten en andere opleidingsinstituten. Ook winkelcentra en uitgaansgelegenheden zijn meestal in de buurt van microwoningen te vinden.

Microwoning en uitzendbureaus
In sommige microwoningcomplexen zijn ook uitzendbureaus ondergebracht. Deze uitzendbureaus zijn dan dicht in de buurt van jonge arbeidskrachten en kunnen daardoor goed ondersteuning bieden bij het vinden van passend werk. In plaats van bedrijven zoeken deze uitzendbureaus juist het personeel van de toekomst op namelijk ambitieuze jongeren die over het algemeen hoog zijn opgeleid. Echter maakt niet iedereen die in een microwoning woont gebruik van een uitzendorganisatie. Er wonen ook zzp’ers of jongeren die een baan hebben bij een startup of andere organisatie.

Hoe lang woon je in een microwoning?
Een microwoning is eigenlijk ongeschikt voor permanente bewoning. Men kan wel heel minimalistisch gaan leven en het lang volhouden in een microwoning maar toch zal men op de duur in de meeste gevallen gaan samenwonen en eventueel een gezin stichten. In dat geval wordt meestal afscheid genomen van de microwoning. Ook wanneer men werk vind op een andere locatie neemt men afscheid van de microwoning. Voor veel mensen is een microwoning daarom een tijdelijke gunstige oplossing. Vanwege het ruimte gebrek in grote steden zullen er in de toekomst waarschijnlijk alleen maar meer projecten komen voor de bouw van microwoningen.

Wie mag een energielabel voor een woning afgeven?

Een energielabel aanvragen is verplicht als men een woning in Nederland wil verkopen of verhuren. Een verkoper of een verhuurder van een woning vraagt een energielabel aan via de website die ontwikkelt is in opdracht van de Rijksoverheid. In een digitaal stappenplan kan men stap voor stap een energielabel aanvragen voor de desbetreffende woning.

Men moet onder andere aangeven welke energiebesparende voorzieningen zijn getroffen in de woning. Daarvoor dient men bovendien ‘bewijzen’ te verstrekken. Deze bewijzen worden gekeurd door deskundigen of experts. De deskundige of expert die de energiebesparende voorzieningen moeten controleren kan men echter zelf aanklikken. Echter niet iedereen mag zichzelf een deskundige of expert noemen op het gebied van energiebesparing.

Wie mogen de keuring voor het definitief energielabel doen?
De inspecteurs en installateurs die de energiebesparende maatregelen en verbouwingen controleren bij de aanvraag voor een energielabel dienen BRL9500-gecertificeerd te zijn. Als ze op deze wijze gecertificeerd zijn ontvangen ze een EPA certificaat. Met dit certificaat voldoet men aan de Richtlijn Energy Performance Buildings Directive (EPBD).

Het certifiaat heeft een geldigheid van minimaal drie jaar. Na het eerste half jaar van het behalen van het certificaat wordt er een controle uitgevoerd of de installateur nog aan de eisen van het certificaat voldoet. Na dit half jaar vinden jaarlijks controles plaats. Op die manier tracht de overheid te waarborgen dat alle installateurs die BRL9500-gecertificeerd aan de eisen blijven voldoen.

Waarop let een deskundige bij het uitgeven van een energielabel voor woningen?

Bovenstaande vraag is belangrijk wanneer men een woning gaat verkopen of verhuren. In Nederland is men namelijk verplicht om een energielabel aan te vragen bij de Rijksoverheid als een woning wordt verkocht of verhuurd. De koper of huurder krijgt doormiddel van een energielabel duidelijkheid over de energiezuinigheid van de desbetreffende woning. Deze informatie is belangrijk als men een goede keuze wil maken voor een woning waarvan de energielasten (gas en elektra) laag zijn.

Energiezuinigheid belangrijk
Bijna dagelijks zijn er berichten in het nieuws over energiezuinigheid, duurzaamheid en alle wetten en regels die daaraan verbonden zijn. Mensen en bedrijven zijn zich steeds meer bewust van de verantwoordelijkheid die ze dragen voor hun omgeving en het milieu. Daarnaast zijn mensen zich ook bewust van de financiële kosten die energieverspilling met zich meebrengt. Daarom willen veel mensen energiezuiniger leven. Kortom, ze willen efficiënter met energie omgaan. Het meeste energie verbruikt een mens echter in een woning door het verstoken van gas en het verbruik van elektriciteit. Het is daarom geen wonder dat men in woningen voortdurend nieuwe technieken toepast en verbouwingen uitvoert om de energiezuinigheid te bevorderen. Niet alle investeringen zijn echter even effectief daarom moet men voor de verbouwing veel informatie inwinnen over het effect van de verbouwing op de energielasten van de woning.

Waarop wordt gelet bij een energielabel voor woningen?
Een woningeigenaar kan via de Rijksoverheid digitaal een aanvraag doen voor een energielabel. Bij deze aanvraag dient men ook aan te geven welke deskundigen de controle mogen uitvoeren op de energiebesparende maatregelen en verbouwingen die in de woning zijn gedaan. De experts of deskundigen dienen zogenoemde ‘bewijzen’ te ontvangen van de energiebesparende maatregelen die in de woning zijn getroffen. Er kunnen maximaal 10 belangrijke maatregelen worden aangegeven door de indiener van de aanvraag voor een energielabel.

Op de volgende aspecten let de deskundige:

  • Leidingen en de isolatie van (verwarming) leidingen.
  • Luchtspouw tussen de muren.
  • CV-ketel (CR, VR, HR).
  • Isolatie van de vloer.
  • Isolatie van het dak.
  • Isolatie van de muren, gevel.
  • HR-beglazing (bijv. HR+-glas of HR++-glas).
  • WTW (warmtapwaterbereiding)
  • Warmtepomp.
  • Zonnepanelen.
  • Zonneboiler.
  • Kierdichtheid.
  • Type kozijnen.
  • Circulatieleiding
  • Rc-waarde, U-waarde, ZTA-waarde

Van al deze verschillende aspecten wordt een totaaloordeel gegeven. Dit totaaloordeel bepaald de aanduiding op het definitieve energielabel van de desbetreffende woning. De aanduiding van dit energielabel loopt op van A (het meest energiezuinig) tot G (het meest energieverslindend).

Wat kost een energielabel voor een woning?

Woningen die in Nederland worden verkocht moeten voorzien zijn van een energielabel. Een energielabel geeft aan mogelijke huurders en kopers duidelijkheid over de energiezuinigheid van een woning. Het voorlopige energielabel dat in 2015 aan Nederlandse  woningeigenaren is verstrekt kostte geen geld. Het definitieve energielabel voor woningen kost echter wel geld.

Prijs energielabel ligt niet vast
Een definitief energielabel voor een woning kost geld. De hoogte van de prijs voor een definitief energielabel is niet wettelijk vastgesteld. Dit houdt in dat de prijs van een energielabel in de praktijk kan verschillen. Gemiddeld kostte een energielabel tussen de 150 en 250 euro exclusief btw. Dit bedrag was van toepassing op energielabels voor standaard woningen.

Wat kost een definitief energielabel voor een woning?
Er zijn bedrijven die energielabels verstrekken voor minder dan 150 euro. Daarnaast kan het aanvragen van een energielabel ook duurder zijn dan 250 exclusief btw. Tegenwoordig kan men al een energielabel ontvangen voor enkele tientjes tot bedragen zelfs onder de tien euro. In dat laatste geval moet men voorzichtig zijn omdat er vaak verborgen administratiekosten zijn waardoor de prijs van het energielabel alsnog hoger uitvalt. Het ministerie heeft aangegeven dat energiedeskundigen die mensen misleiden worden verwijder uit het Energielabel-systeem.

Waarom kost een energielabel aanvragen geld?
Het aanvragen van een energielabel kost geld. De kosten zijn voornamelijk administratiekosten. Bij het aanvragen van een energielabel dient de aanvrager een expert aan te klikken die de woning toetst op het gebied van energiezuinigheid. Deze expert rekent natuurlijk voor zijn expertise een bepaalde vergoeding.

Wanneer is het energielabel ingevoerd?

Energielabels zijn bijna niet meer weg te denken uit de schappen van de elektronicawinkels en de showrooms van autodealers. Op elektrische apparaten en auto’s wordt doormiddel van energielabels informatie verstrekt over de zuinigheid van het desbetreffende apparaat of auto. Bij de verkoop van woningen worden tegenwoordig ook energielabels verstrekt. Met een energielabel wordt duidelijk hoe energiezuinig, milieuvriendelijk en/of energiebesparend het product, voertuig of gebouw is. Daarnaast staat er op het energielabel vaak informatie over de prestaties van het product. Een energielabel kan bovendien gegevens verstrekken over de materialen die zijn gebruikt bij de productie van de machine of het apparaat.

Invoering van het energielabel
In Nederland is in 2012 de richtlijn voor Energielabels geïmplementeerd als het:

Besluit van 25 februari 2012, houdende regels betreffende de etikettering van het energieverbruik van energiegerelateerde producten (Besluit etikettering energieverbruik energiegerelateerde producten).

Uit bovenstaand besluit komt duidelijk naar voren dat men het heeft over energiegerelateerde producten. Hierbij kan men denken aan elektrische machines en apparaten. Veel machines en apparaten worden gevoed met elektrische stroom. Deze elektrische stroom biedt een bepaald vermogen om arbeid te verrichten. Sommige machines hebben meer elektrisch vermogen nodig om dezelfde arbeid of prestaties te verrichten dan energiezuinige machines. Het energielabel zorgt er voor dat bedrijven geprikkeld worden om voortdurend hun machines en apparaten te verbeteren op het gebied van energiezuinigheid.

Invoering definitief energielabel voor woningen
Voor woningen is ook een specifiek energielabel ingevoerd. In 2013 werd het toemalige systeem voor energielabels van woningen door de Tweede Kamer te ingewikkeld en te duur bevonden. Daarnaast bleek ook de handhaving van de wettelijke energielabelplicht bij woningen te moeilijk uitvoerbaar in de praktijk. Daarom moest de Nederlandse overheid op zoek naar een beter systeem waarmee ze wel konden voldoen aan de Europese richtlijn (EPBD). Het systeem moest eenvoudiger en goedkoper. Dit zorgde er voor dat er een definitief energielabel werd ontwikkeld. Dit definitief energielabel is op 1 januari 2015 ingevoerd in Nederland. Het definitief energielabel is verplicht bij de verkoop en het verhuren van woningen in Nederland.

Waarom heeft een veiligheidshelm een houdbaarheidsdatum?

In de bouw, offshore en in diverse andere technische werkomgevingen is het dragen van een veiligheidshelm vaak verplicht. Ook in productiebedrijven kan het dragen van een veiligheidshelm worden vereist en in een omgeving waarbij lasten worden verplaatst doormiddel van hijskranen en bovenloopkranen. Een veiligheidshelm behoort tot de persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) en is ontworpen om het hoofd van de drager te beschermen tegen blessures aan het hoofd. Een veiligheidshelm biedt bijvoorbeeld bescherming tegen vallende objecten mits deze niet te groot of te zwaar zijn. Daarnaast biedt een veiligheidshelm ook bescherming tegen het stoten van het hoofd.

Hoe weet je dat het dragen van een veiligheidshelm verplicht is?
Op werkplekken waar het dragen van een veiligheidshelm verplicht is worden duidelijke markeringen aangebracht. Meestal staan deze markeringen bij de toegangspoort, deur of op het hek waar de werknemers en andere bezoekers van de werkplek naar binnen treden. Het signaal voor het verplicht dragen van een veiligheidshelm wordt aangegeven met een blauw bord. Op dit blauwe bord staat een witte afbeelding met een veiligheidshelm. Soms is onder de veiligheidshelm ook een gezicht afgebeeld.

Houdbaarheidsdatum van een veiligheidshelm
Een veiligheidshelm heeft een maximale datum waarop de helm gebruikt mag worden als persoonlijk beschermingsmiddel. Hoewel een veiligheidshelm meestal van kunststof wordt gemaakt wil dat niet zeggen dat de kwaliteit van de helm niet achteruit gaat na verloop van tijd. De levensduur van een veiligheidshelm is afhankelijk van het materiaal. De levensduur van een helm ligt tussen de drie en tien jaar. De levensduur is meestal duidelijk op de veiligheidshelm aangegeven. Daarnaast dient op een veiligheidshelm een CE markering te worden neergezet. Bij kunststof veiligheidshelmen staat meestal een temperatuur aanduiding van – 20. Dit houdt in dat de desbetreffende veiligheidshelm beneden deze temperatuur over minder goede beschermende kwaliteiten beschikt.

Waarom een houdbaarheidsdatum op een veiligheidshelm?
Kunststoffen en andere materialen die voor een veiligheidshelm kunnen worden gebruikt zijn aan slijtage onderhevig. Daarnaast zorgt de inwerking van de zon en de uv-straling er voor dat de kwaliteit van het materiaal achteruit gaat. Chemicaliën hebben eveneens invloed op het verouderingsproces. Op veiligheidshelmen mogen geen stickers worden aangebracht omdat de lijmen van deze stickers het verouderingsproces van veiligheidshelmen kan versnellen. Al het materiaal van de veiligheidshelm is veroudert en versleten biedt de helm minder bescherming dan verwacht kan worden daarom bevatten veiligheidshelmen een datum waarop de veiligheidshelm maximaal gebruikt mag worden.

Wat zijn de voordelen van kunststof kozijnen op de bouw?

Kozijnen zijn raamwerken waarin een raam, deur of ander element wordt aangebracht. Kozijnen worden in de nieuwbouw van woningen en utiliteit aangebracht. Daarnaast kan men ook bij de renovatie van woningen en utiliteitspanden de kozijnen vervangen. Kozijnen kunnen van verschillende materialen worden gemaakt. Vroeger werden kozijnen vooral van grenen gemaakt, daarna was hardhout populair. Het gebruik van hardhout op de bouw staat ter discussie omdat dit hout meestal afkomstig is van eeuwenoude oerwouden. Aan de kap van de zogenoemde ‘woudreuzen’ zijn strenge eisen gesteld. Daarom zoekt men op de bouw naar alternatieve materialen. Het gebruik van metalen en kunststoffen voor de productie van kozijnen is al jaren populair.

Van welke kunststof worden kunststof kozijnen gemaakt?
Kunststof kozijnen worden gemaakt van de kunststof polyvinylchloride dit wordt meestal afgekort met PVC. Er zijn echter zeer veel verschillende varianten van kunststof kozijnen beschikbaar op de markt. Het verschil in deze kozijnen zit niet alleen in de kleur en de afmeting. Ook de bevestigingsmiddelen en de dikte van de gebruikte kunststof kan verschillen. Voordat men voor een bepaald kunststof kozijn kiest doet men er verstandig aan om zich goed te laten informeren. Voor de transparantie op de markt zijn er ook keurmerken ontwikkelt die specifiek bedoelt zijn voor kunststof kozijnen.

Ontwikkelingen in kunststof kozijnen
Door de ontwikkelingen op het gebied van kunststof kozijnen wordt het aantal voordelen alleen maar groter. In het verleden vond men kunststof kozijnen bijvoorbeeld lelijk omdat deze strak en glimmend waren. Daarnaast waren kunststof kozijnen in het verleden in slechts een beperkt aantal kleuren beschikbaar. Tegenwoordig is de keuze aan kunststof kozijnen enorm. Er zijn verschillende kunststof kozijnen beschikbaar met een kunstmatig aangebrachte houtnerf die zeer sterk gelijkt op een echt houten kozijn. Daarnaast zijn kunststof kozijnen in bijna elke RAL kleur beschikbaar.

Wat zijn de voordelen van kunststof kozijnen?
De toepassing van kunststof kozijnen op de bouw heeft een aantal voordelen. Kunststof kozijnen zijn namelijk:

  • onderhoudsarm;
  • duurzaam, een kunststof kozijn gaat langer dan 50 jaar mee;
  • recyclebaar;
  • isolerend voor warmte en geluid;
  • kostenbesparend omdat kunststof niet hoeft te worden geschilderd.

Wat is een bouwverordening of bouwvoorschrift?

Bouwvoorschriften of bouwverordeningen zijn documenten waarin de regelgeving is beschreven met betrekking tot het gebruik, het bouwen, verbouwen en slopen van bouwwerken zoals woningen, utiliteit en industriële panden. De regelgeving die in bouwverordeningen en bouwschriften is genoteerd is over het algemeen afkomstig van een gemeentelijke overheid.

Voordat men een gebouw mag laten bouwen heeft men daarvoor een vergunning nodig, dit is de zogenoemde bouwvergunning. Een bouwvergunning wordt pas verstrekt als aan een aantal voorwaarden is voldaan. Een belangrijke voorwaarde is bijvoorbeeld dat men zich gaat houden aan de regels die opgesteld zijn in de bouwverordening of het bouwvoorschrift. Hierin kunnen aspecten aan de orde komen zoals brandveiligheidsinstallaties.

Een bouwverordening bevat daarnaast verschillende andere eisen zoals regels met betrekking tot het gebruik van het gebouw. Ook de eventuele richtlijnen voor het slopen van gebouwen is vastgelegd in de bouwverordening. De Vereniging van Nederlandse Gemeenten (VNG) heeft in 1992 een Modelbouwverordening opgesteld. Deze dient als uitgangspunt voor de bouwverordeningen die door de gemeenten in Nederland lokaal worden opgesteld.

De Woningwet
De gemeenten in Nederland hebben bevoegdheid om zelf een bouwverordening vast te stellen. Dit is vastgelegd in artikel 2 van de Woningwet. Dit artikel bepaald tevens dat alle gemeenten in Nederland ook daadwerkelijk een bouwverordening moeten hebben. Alle gemeenten in Nederland hebben daarom een bouwverordening.

In artikel 1b lid 1 van de Woningwet is vastgelegd dat het in Nederland verboden is om een gebouw of ander bouwwerk of een standplaats te bouwen als deze in strijd is met de regels die zijn opgenomen in de bouwverordening.

Waarvoor wordt de bouwverordening gebruikt?
De gemeenten gebruiken de bouwverordening als document waarmee aanvragen voor een omgevingsvergunning getoetst kunnen worden. In de omgevingsaanvraag kan men het onderdeel ‘bouwen’ aanklikken, dit werd in het verleden ook wel de bouwvergunning genoemd. Naast bouwen wordt de bouwverordening ook gebruikt om een sloopvergunning te toetsen. Gemeenten maken in Nederland de bouwverordening onder andere op hun websites bekend.

Wat is bouwrecht en wat is hieraan gerelateerd?

In het bouwrecht staan alle Nederlandse rechtsregels beschreven met betrekking tot het regelen en waarborgen van bouwprocessen. Het doel van bouwrecht is het bieden van duidelijke kaders voor bouwbedrijven en opdrachtgevers in Nederland voor het bouwen en verbouwen. Voor een deel zijn de bouwrechtelijke bepalingen van publiekelijke aard als het om stedenbouwkundige zaken gaat. Daarnaast is het bouwrecht ook privaatrechtelijk wanneer het gaat om afspraken tussen de architect, opdrachtgever en aannemer.

Welke zaken zijn gerelateerd aan bouwrecht?
Aan het bouwen in Nederland zijn strenge regels verbonden. Hiermee wil de overheid bewerkstelligen dat de betrokken partijen niet worden gedupeerd. Daarnaast dienen bouwprocessen conform de richtlijnen te worden uitgevoerd. Het bouwrecht is gerelateerd aan een aantal zaken zoals:

  • Bouwbesluit: dit is een belangrijk document waarin verschillende voorschriften zijn benoemd voor het bouwen van bouwwerken in Nederland. Het gaat hier met name om technische voorschriften met betrekking tot de constructie, veiligheid en duurzaamheid.
  • Aannemingsrecht: hierin staan de rechten en plichten van de aannemer in de bouw’.
  • Architectenrecht: hierin staan de rechten en plichten van de architect.
  • Woningwet: deze wet is oorspronkelijk opgezet om de bouw van goede woningen te bevorderen en de bewoning van slechte woningen onmogelijk maken.
  • Bestemmingsplannen: in deze plannen wordt in Nederland beschreven wat er mag gebeuren met een bepaalde ruimte of met een stuk grond in een bepaalde gemeente. Het kan daarbij gaan om bijvoorbeeld woningbouw, industrie, kleinschalige industrie of een agrarische bestemming.
  • Bouwverordening of bouwvoorschrift: dit is regelgeving van de gemeentelijke overheid met betrekking tot het bouwen, verbouwen, gebruik en slopen van bouwwerken. Deze regelgeving dient te worden opgevolgd naast de technische voorschriften die zijn vastgelegd in het Bouwbesluit. Zo kan bijvoorbeeld pas een vergunning worden verstrekt als men de richtlijnen uit de bouwverordening heeft nageleefd. Deze richtlijnen gaan onder andere over het toepassen van brandveiligheidsinstallaties. Daarnaast staan hierin ook niet-bouwtechnische eisen zoals stedenbouwkundige voorschriften.

Hoe kunnen woningen worden omschreven?

De woningbouw is een belangrijk segment van de bouwsector. Daarnaast is de woningbouw zeer nauw verbonden met de huizenmarkt en de hypotheeksector. Deze twee elementen vormen belangrijke onderdelen van de economie. Er zijn in Nederland veel bedrijven actief in de woningbouw. Het gaat hierbij niet alleen om bedrijven die woningen bouwen. Er zijn namelijk ook talloze bedrijven die verantwoordelijk zijn voor het aanleggen van installaties op het gebied van elektra, water en gas.

Verder zijn er veel bedrijven actief in het maken van bouwmaterialen, zoals dakpannen, bakstenen, elementen, heipalen, kozijnen, ramen en andere materialen die gebruikt worden bij het bouwen van woningen. De woningbouw heeft om die reden de aandacht van het bedrijfsleven en de politiek. De woningbouw is veelomvattend ook in de vormgeving en typen van de woningen in onderstaande tekst is beschreven wat men onder een woning verstaat.

Definitie van een woning?
Een woning wordt ook wel vertaald met een huis. Dit is een gebouw dat gebruikt wordt door mensen om in te verblijven en te wonen. Het woord wonen kan worden gedefinieerd als het verblijven in een gebouw. Dit gebouw dient als verblijfplaats voor de bewoner of bewoners. Een woning kan vervolgens worden gedefinieerd als woonruimte of ruimte die bedoelt is om in te wonen.

Algemene eigenschappen van een woning
Een gebouw moet aan een aantal eigenschappen voldoen om als woning te kunnen worden gebruikt en gedefinieerd. De basiseigenschappen zijn gekoppeld aan de bewoonbaarheid van de woning. Een woning is bewoonbaar wanneer deze muren bevat en een dak. Deze muren en het dak moeten van voldoende stevig materiaal zijn gemaakt en goed zijn geconstrueerd. Een goed geconstrueerde woning is bestand tegen weersinvloeden en kan daarnaast worden afgesloten zodat de bewoners veilig in de woning kunnen vertoeven.

De meeste woningen bevatten meerdere kamers maar dat hoeft niet. Als men de hiervoor genoemd beschrijving hanteert vallen veel gebouwen onder de noemer woning. In de praktijk blijken er echter verschillen te bestaan onder wat men onder een woning verstaat. De eenvoudige onderkomens van mensen in sloppenwijken worden door die bewoners als woningen beschouwd terwijl andere mensen deze gebouwtjes beschouwen als onbewoonbare krotten. In warme streken zien woningen er daarnaast anders uit dan in woningen die in koude klimaten zijn gebouwd.

Vertrekken in woningen
Woningen kunnen verschillende vertrekken bevatten. In veel Westerse landen bevatten woningen meerdere kamers. Er is een woonkamer waarin men een groot deel van de tijd doorbrengt. Daarnaast zijn er slaapkamers en is er meestal een bijkeuken. De keuken kan een aparte ruimte zijn maar kan ook ingebouwd zijn in de woonkamer. Verder hebben veel woningen een zolder of een bergruimte.

In het verleden hadden veel woningen ook een kelder maar tegenwoordig worden in de woningbouw nauwelijks nog kelders gebouwd. Daarentegen bouwt men wel vaak een garage aan de woning vast die door een deur vanuit de woning kan worden bereikt. Verder bevatten veel woningen ten minste één toiletruimte en een badkamer. De badkamers worden regelmatig omgebouwd tot complete wellness ruimtes waarin mensen kunnen ontspannen.

Wensen van woninggebruikers veranderen door de jaren heen

Een huis wordt ook wel een woning genoemd. Dit is een gebouw of bouwwerk dat bedoelt is voor bewoning door mensen. Een huis is een gebouw of een deel van een gebouw dat muren bevat en een dak. De vormgeving van een huis kan verschillend zijn evenals de afmetingen kunnen verschillen. Een woning bevat naast buitenmuren meestal ook binnenmuren en kan één verdieping of meerdere verdiepingen bevatten maar dat hoeft niet. Een woning moet vooral beschutting en bescherming bieden aan de bewoners. Deze bescherming moet geboden worden tegen weersinvloeden zoals wind, neerslag, zon en extreme temperaturen.

Woning als bescherming
Daarnaast dient een woning bescherming te bieden aan haar bewoners tegen ongewenste bezoekers zoals dieven en inbrekers. Verder dient een woning ook bescherming te bieden tegen (grote) dieren. De mate van deze bescherming is echter afhankelijk van de plek waar de woning wordt gebouwd. In sommige landen zijn bepaalde risico’s relevanter dan in andere landen. Daarom zijn er grote verschillen in de wereld met betrekking tot de woningbouw.

Ook de eisen aan woningen verschillen wereldwijd. In sommige werelddelen is er bijvoorbeeld sprake van aardverschuivingen, hierdoor worden extra zware eisen gesteld aan het fundament en de constructie van de woningen. Andere gebieden in de wereld zijn juist extreem warm of extreem koud. Al deze aspecten hebben invloed op de vormgeving en constructie van de woning.

Wettelijke eisen met betrekking tot woningbouw
Een paar honderd jaar geleden vond men het vooral belangrijk dat een woning stevig was en een goede bescherming bood tegen het weer en de tocht. Tegenwoordig wordt dat gezien als een vanzelfsprekendheid. Een woning bevat meerdere vertrekken en er zijn strenge eisen ontwikkelt met betrekking tot de veiligheid en de duurzaamheid van een constructie. In het Bouwbesluit zijn veel van deze eisen terug te vinden. De meeste bouwmaterialen moeten gekeurd worden en voorzien zijn van een keurmerk (CE) voordat ze mogen worden gebruikt op de bouw. Niet alleen aan het gebouw zelf zijn strenge eisen gesteld ook aan het bouwproces. Dit moet conform strenge voorschriften gebeuren. De Arbowet en de arbeidsinspectie zijn hierbij belangrijke elementen. Om de veiligheid op de bouw te vergroten worden verschillende veiligheidstrainingen gegeven zoals basis VCA en VCA VOL.

Wensen van de gebruiker van de woning
De wensen van mensen met betrekking tot comfort nemen toe. Dit ziet men ook terug in de woningbouw. Men wil zichzelf vooral behaagelijk voelen in een woning. Doormiddel van domotica en domoticasystemen is men in staat om ‘slimme woningen’ te bouwen. Een woning of huis met domotica bevat een speciaal computersysteem waarmee de verlichting en de verwarming nauwkeurig kunnen worden afgestemd op de wensen van de gebruiker. Centrale verwarming, vloerverwarming en vergaande ontwikkelingen op het gebied van wellness en sanitair zorgen er voor dat mensen zich in een woning zeer comfortabel kunnen voelen. Met name de aanpassingen op het gebied van sanitair zorgen er voor dat mensen complete sauna’s en ontspanningsruimtes hebben waarin ze kunnen ‘onthaasten’ of ‘relaxen’.

Duurzaamheid in de woningbouw
Verder willen mensen ook dat een woning duurzaam is. Termen zoals CO2 neutraal worden bij veel bouwprojecten genoemd. Woningen worden doormiddel van verschillende moderne technologieën zo duurzaam mogelijk gemaakt. Dit is niet alleen de wens van de gebruikers ook de wet dwingt projectontwikkelaars en bouwbedrijven om duurzamer te bouwen.

Woningbouw in de toekomst
Woningen zullen in de toekomst nog meer voorzieningen en installaties bevatten die het gebruiksgemak en woongenot van de bewoners bevorderen. Domotica zal steeds verder ontwikkelt worden en nieuwe functies bieden aan de eigenaren van woningen. Verder zullen woningen ook energiezuiniger worden. Hierbij kan gedacht worden aan het gebruiken van gerecyclede materialen bij de bouw en aan natuurlijke dakbedekking in de vorm van groene daken of vegetatiedaken. Deze daken worden tegenwoordig als steeds meer toegepast.

Verder is er ook veel aandacht voor zonnepanelen, zonnekegels en andere voorzieningen die gebaseerd zijn op het benutten van zonne-energie. Ook is er meer aandacht voor aardwarmte en aardstralen. De technologie staat op deze gebieden niet stil. De natuur biedt onuitputtelijke energiebronnen die rendabel moeten worden gemaakt. Uiteindelijk zal men er naar streven dat woningen zoveel mogelijk in staat zijn om hun eigen energie op te wekken. Hierdoor wordt men ook minder afhankelijk van kolencentrales en gasleveranciers. De machtsverhoudingen in de wereld kunnen hierdoor ook veranderen omdat een groot deel van de machtsverhoudingen gebaseerd zijn op voorraden fossiele brandstoffen.

De woningbouw is een sector die nauw verbonden is met de economie en de politiek. Ook met de arbeidsmarkt heeft de woningbouw een sterke band. De werkgelegenheid in Nederland met name in de bouwsector leeft op als er meer woningen worden gebouwd. Voor het zover is moet de koopkracht en het consumentenvertrouwen wel toenemen op de markt. Deze factoren hebben echter weer te maken met de economie en de politiek. Hierdoor is alles met elkaar verbonden. De woningbouw is en blijft belangrijk voor de politiek.

Wat is een uitvoeringsontwerp en waaruit bestaat het UO?

De bouw kan worden opgedeeld in verschillende fasen. Voordat er gebouw wordt is er een Initiatief fase. In de onderzoeksfase wordt gekeken welke mogelijkheden er zijn om het initiatief daadwerkelijk vorm te geven. Daarna komt de fase waarin het bouwproject wordt gedefinieerd. Het Programma van Eisen wordt vervolgens opgesteld en er wordt een voorlopig ontwerp gemaakt. Het voorlopig ontwerp wordt beoordeeld en indien nodig aangepast zodat een definitief ontwerp ontstaat. Na het definitieve ontwerp wordt het uitvoeringsontwerp gemaakt.

Uitvoeringsontwerp UO
Het uitvoeringsontwerp wordt ook wel afgekort met UO. Deze fase in het bouwproces komt na het definitieve ontwerp en voor de werkvoorbereidingsfase. In het uitvoeringsontwerp staan uitvoeringstekeningen die kunnen worden gebruikt om aan onderaannemers duidelijk te maken wat er gebouwd moet worden. Deze tekeningen  zijn definitieve ontwerptekeningen, bestektekeningen en detailtekeningen. Het UO bestaat uit een grafisch gedeelte waarin de plannen zijn weergegeven en een geschreven gedeelte. Het geschreven gedeelte is het bestek dat hoort bij het desbetreffende bouwproject. Na het uitvoeringsontwerp komt de werkvoorbereiding en komt men een fase verder in het bouwproces.

Wat is een bestek in het kader van de bouwkunde?

In de bouwkunde wordt het woord bestek regelmatig gebruikt. Voordat men een gebouw gaat bouwen is het belangrijk dat het bouwbedrijf en de opdrachtgever precies weten wat er gebouwd gaat worden en hoe het gebouwd moet worden. Daarom wordt een bestek opgesteld. Dit bestek is een omschrijving van het bouwwerk en de bijbehorende werkzaamheden. Daarnaast zijn ook alle technische en juridische bepalingen aangeven. De materialen en de uitvoeringsvoorwaarden zijn ook in het bestek beschreven zodat de aannemer precies weet wat er gebouwd moet worden en wat er verder van de aannemer wordt verwacht.

In een bestek wordt het geplande gebouw ook gevisualiseerd. Dit gebeurd aan de hand van tekeningen. De bestektekeningen zorgen samen met de technische beschrijving voor de basis van het bestek. Een bestek kan op verschillende manieren worden vormgegeven. Zo kan een bestek een functionele beschrijving of een prestatiebeschrijving zijn. Daarnaast kan een bestek ook een volledige beschrijving zijn van het bouwproject. Op basis van het bestek kan meestal een goede indicatie worden gegeven van de prijs.

Stichting STABU
Een bestek moet duidelijk zijn en volledig daarom is het belangrijk dat een bestek wordt opgesteld volgens een besteksystematiek die voor alle bedrijven in de bouwnijverheid herkenbaar is. De stichting STABU is een samenwerkingsverband van grote organisaties in de Nederlandse bouwnijverheid en gevestigd in Ede. De naam STABU is een afkorting die staat voor Standaardbestek Utiliteitsbouw. Deze stichting is opgericht op 13 oktober 1976 en houdt zich bezig met het uitgeven en beheren van de gestandaardiseerde besteksystematiek. Deze besteksystematiek wordt gebruikt voor zowel de woningbouw als de utiliteitsbouw.

Opbouw van een bestek
Het eerste deel van een bestek bevat een algemene omschrijving van het bouwproject. Hierin staan algemene gegevens over het project en worden de bepalingen genoemd over de werkzaamheden van derden. Verder staan er regelingen met betrekking tot aanbesteding en inschrijving.

Na deze algemene omschrijving is aangeven welke voorschriften en voorwaarden van toepassing zijn. de bepalingen over tekeningen en berekeningen komen aan bod. Hierbij wordt onder andere ingegaan op verantwoordelijkheden en verzekeringen. Verder worden bepalingen benoemd over verrekeningen van wijzigingen en de kosten van meerwerk en minderwerk. Bepalingen omtrent arbeidsomstandigheden en bouwplaatsvoorzieningen komen eveneens aan bod.

Na deze algemene beschrijvingen en toelichtingen worden de werkzaamheden in onderdelen beschrijven. Hierin worden ook de materialen benoemd en de specificaties. Als er bepalingen zijn die afwijken van de STABU worden deze duidelijk benoemd.

UAV 2012
Voor de administratieve basis van een bestek UAV 2012 gebruikt. Deze afkorting staat voor Uniforme Administratieve Voorwaarden voor de uitvoering van werken en van technische installatiewerken 2012. De nieuwe UAV 2012 is aangepast aan het Burgerlijk Wetboek 7 titel 12 aanneming van werk. De UAV 2012 zijn op 30 januari 2012 bij ministeriële beschikking vastgesteld. Onder een bestek wordt volgens lid 1 van paragraaf 1 “Aanduidingen, begripsbepalingen” van de UAV 2012 het volgende verstaan:

  • de beschrijving van het werk;
  • de daarbij behorende tekeningen;
  • de voor het werk geldende voorwaarden;
  • de nota van inlichtingen;
  • het proces-verbaal van aanwijzing.

Wat is afbouw of de afbouwfase in de bouwsector?

De afbouw of afbouwfase is de bouwfase die volgt op de ruwbouwfase. In de ruwbouwfase wordt het casco van een gebouw geplaatst en aan het einde van deze fase wordt het gebouw wind- en waterdicht gemaakt. Nadat dit gebeurd is treed over het algemeen de afbouwfase in. In de afbouwfase wordt een gebouw klaar gemaakt voor gebruik of bewoning. Een gebouw kan worden gebruikt als woning maar kan ook worden gebruikt voor een bedrijf of kantoorcomplex. Als men een gebouw gebruikt als woning spreekt men over het algemeen van woningbouw. Ook appartementen worden door de meeste bouwbedrijven onder de naam woningbouw geplaatst. Grote fabriekspanden, ziekenhuizen en kantoorcomplexen worden onder de naam utiliteit geplaatst.

De eisen met betrekking tot de afbouw van woningen zijn over het algemeen anders dan de eisen die aan kantoorruimtes en andere bedrijfspanden worden gesteld. In de utiliteit worden in de afbouwfase bijvoorbeeld systeemplafonds geplaatst en worden de ruimtes zo ingedeeld dat de werknemers er in de toekomst veilig en effectief kunnen werken. Tevens wordt er inbouwverlichting geplaatst conform de voorschriften en richtlijnen die daarvoor gelden. In de woningbouw worden huizen en appartementen meer voor ontspanning gebruikt en wordt veel aandacht besteed aan gebruiksgemak van de toekomstig bewoners.

Turnkey en afbouw
Turnkey is een term die tegenwoordig steeds vaker in de bouwsector wordt genoemd. Als men het woord ‘turnkey’ letterlijk uit het Engels naar het Nederlands vertaald betekent dit zoiets als ‘sleutel omdraaien’. Bij een turnkeyproject is een gebouw zover afgebouwd dat de toekomstig eigenaar alleen de sleutel maar hoeft om te draaien en vervolgens het gebouw in gebruik kan nemen. Bij een turnkeyproject is de afbouw van een woning of utiliteitspand tot in de finesses uitgevoerd. Het stucwerk en schilderwerk is aangebracht. Ook de vloerbedekking, keuken, badkamer en toiletten zijn geplaatst evenals de bijbehorende betegeling en verlichting.

Een opdrachtgever kan er voor kiezen om een ‘kaal’ gebouw als turnkeyproject aan te bieden aan een afbouwbedrijf. Een afbouwbedrijf maakt dan met de opdrachtgever afspraken over de afbouwfase en de manier waarop het gebouw ingericht en opgeleverd moet worden.  

Aandachtspunten voor de afbouwfase
De afbouwfase is de bouwfase na de ruwbouwfase en is de laatste fase voor de oplevering en de ingebruikname. Tijdens de afbouw kunnen verschillende technische mankementen aan het licht komen die in de ruwbouwfase zijn misgegaan. In de afbouwfase werkt men een pand nauwkeurig af en zorgt men er voor dat de toekomstige gebruikers van het pand zorgeloos kunnen wonen of werken. Het is belangrijk dat technische problemen voor de daadwerkelijke afwerking worden opgelost. Als men namelijk al tegels heeft aangebracht en muren heeft bekleed met verf of behang is het heel vervelend om dit te verwijderen om leidingwerk te repareren die in de muur, plafond of vloer is geplaatst. Fouten die aan het begin van de bouw werden gemaakt komen meestal in een latere fase terug. Toch moeten de fouten wel opgelost worden. Woningen en utiliteitsgebouwen vallen onder garanties zodat de eigenaren zeker zijn van een bepaalde kwaliteit. Als daar door het bouwbedrijf niet aan wordt voldaan zal men na de afbouwfase alsnog fouten moeten herstellen. Na dit herstel zal men dan vervolgens alles weer netjes moeten afwerken.

KOMO-Afbouw keurmerk
Voor de afbouwfase in Nederland is ook een speciaal kwaliteitskeurmerk. Dit is het KOMO-Afbouw keurmerk en wordt beheert en geoptimaliseerd door de Stichting KOMO. Certificerende instellingen brengen in Nederland KOMO-kwaliteitsverklaringen uit aan bedrijven die producten en diensten leveren die aan strenge eisen voldoen. Het KOMO-Afbouw keurmerk maakt duidelijk dat een afbouwbedrijf haar producten en diensten aanbied volgens vastgelegde  beoordelingsrichtlijnen.

Wat is cascobouw in de woningbouw precies?

De term cascobouw treft men regelmatig aan op de bouw of in bouwprojecten. Met cascobouw wordt meestal ruwbouw bedoelt. Dit houdt in dat een woning als casco wordt geleverd door een bouwbedrijf. De indeling van de verschillende ruimtes in de woning wordt niet door het bouwbedrijf uitgevoerd. Daarnaast wordt bij cascobouw ook geen keuken of badkamer geplaatst in de woning.

Een woning die casco wordt geleverd is een woning die winddicht en waterdicht is. De cascowoning bevat dus wel deuren en ramen. Ook de dakpannen zijn op de woning aangebracht. De cascowoning dient echter nog wel afgebouwd te worden door een andere partij of door de koper zelf. Hierbij kan gedacht worden aan het aftimmeren van de woning. Ook het schilderwerk dient meestal nog te worden gedaan bij cascowoningen.

Verder dienen in cascowoningen nog installaties te worden aangelegd ten behoeve van verwarming. Hierbij kan gedacht worden aan het ophangen van radiatoren en het plaatsen van een cv-ketel. Ook stucwerk wordt bij de afbouw gerekend en zal daardoor niet in de cascowoning zijn aangebracht. Verder zullen er nog vloeren gelegd moeten worden en tegelsmoeten worden geplaatst in bijvoorbeeld de hal, badkamer en wc. Het sanitair moet nog worden geplaatst en er dienen nog lampen en andere vormen van verlichting te worden aangebracht. Een cascowoning is daarom zeker nog niet een woning die meteen in gebruik kan worden genomen door de kopers. Er zal nog veel aan de woning moeten worden gedaan. Cascobouw heeft als belangrijk voordeel dat het goedkoop is.

Turn-key en cascobouw
Een tegenhanger van cascobouw is Turn-key of turnkey. Hierbij wordt de woning sleutelklaar geleverd door het bouwbedrijf. Het bouwbedrijf zorgt er zelf in samenwerking met onderaannemers voor dat de woning volledig gebouwd wordt inclusief alle installaties en voorzieningen. Turnkey is voor de koper gemakkelijker. Hij of zij hoeft namelijk niet zelf met onderaannemers in contact te treden. Ten opzichte van cascobouw is turnkey echter wel duurder.

Wat is het beroep stukadoor en wat doet een stukadoor?

Een stukadoor is een beroep. Stukadoors zijn vakmensen die stucwerk aanbrengen op plafonds en muren van gebouwen. Stucwerk wordt ook wel stucco, stuc of sierpleister genoemd. Stucwerk wordt op muren en plafonds aangebracht om deze aantrekkelijke of egaal te maken. Lelijke stenen of elementen van beton kunnen doormiddel van stuc worden bedekt. Stucwerk kan dienen ter verfraaiing  van het interieur en dient daarnaast ter bescherming  van de materialen die onder het stucwerk aanwezig zijn.

Wat doet een stukadoor?
Een stukadoor maakt gebruikt van verschillende gereedschappen tijdens zijn of haar werkzaamheden. Op het raapbord wordt specie neergelegd. Dit doet de stukadoor doormiddel van een zogenoemde stukadoorstroffel. Zodra de gipsspecie of pleistergips op het raapbord is geplaatst kan de stukadoor doormiddel van een houten spaan de gipsspecie of pleisterspecie op de muren aanbrengen. Doormiddel van een glad houten bord of een rubber schuurbord kan de muur worden gladgestreken. De rubberen structuur van het rubberen schuurbord kan voor een speciaal effect zorgen in de aangebrachte laag. Een stukadoor kan ook machinaal stuc aanbrengen in gebouwen. Dit wordt tegenwoordig veel gedaan in nieuwbouw woningen en utiliteit. Met name in oude woningen en in restauratieprojecten wordt nog handmatig gewerkt. Ook kleine herstelwerkzaamheden bij particulieren worden meestal nog handmatig uitgevoerd.

Een stukadoor is een vakman
Een ervaren stukadoor is een vakman. Hij of zij is de persoon die er voor moet zorgen dat de woning of het utiliteitspand er netjes uit ziet. De muren en plafonds worden door een stukadoor professioneel bewerkt. De stuc moet goed zijn aangebracht en niet van de muren en plafonds loslaten. Daarnaast dient het geheel er aantrekkelijk uit te zien. De stukadoor moet een goed inzicht hebben in de kwaliteit van muren en plafonds. Daar moet hij of zij rekening mee houden tijdens het voorbereiden. De wensen van de klant of opdrachtgever spelen een grote rol bij het stucwerk. Een stukadoor moet goed naar deze wensen luisteren en moet daarnaast kunnen adviseren over wat technisch wel mogelijk is en wat technisch niet uitgevoerd kan worden.

Met name bij het restaureren van oude monumentale panden komt het vakmanschap van de stukadoor aan de orde. De stukadoor dient deze panden zodanig te restaureren dat het geheel in oude glorie wordt hersteld. Daarom moet een stukadoor regelmatig handwerk verrichten. Vooral bij oud pleisterwerk is restaureren een moeilijke klus. Als het nieuw aangebrachte pleisterwerk is opgedroogd dient dit er het zelfde uit te zien als het oude pleisterwerk dat daar rondom aanwezig is. Een stukadoor is een vakman en wordt over het algemeen steeds beter in het vak. Veel technische en esthetische aspecten die bij dit werk aan de orde komen leert de stukadoor tijdens het werk.