Wat is constructiesnelheid?

Constructiesnelheid is de snelheid waarvoor een vervoersmiddel of voertuig is constructeur oftewel de snelheid waarvoor een voertuig is gemaakt. met het woord constructiesnelheid wordt duidelijk gemaakt dat voertuigen voor een bepaalde snelheid zijn ontworpen en gemaakt. Dit is logisch want voertuigen verschillen en de toepassing van voertuigen verschilt in de praktijk ook. Daarom zijn er door de jaren heen diverse soorten voertuigen ontworpen en geproduceerd. In feite heeft elk voertuig een constructiesnelheid maar meestal heeft men het specifiek bij snorfietsen en brommers over een constructiesnelheid. In deze tekst is nader ingegaan op de term constructiesnelheid en een aantal belangrijke onderwerpen die verband houden met dit begrip.

Constructieve stevigheid
Lang niet alle voertuigen zijn geschikt om er een bepaalde snelheid mee te behalen. Dit heeft te maken met de constructieve stevigheid van het voertuig maar ook met het vermogen van de motor. Wanneer er in een voertuig een zware motor wordt geplaatst maar het frame of de wielen van het voertuig zijn niet geconstrueerd voor een bepaalde snelheid dan kan het voertuig bij een bepaalde snelheid overbelast raken waarbij de zwakke voertuigdelen gaan vervormen, slijten of breken. Dit heeft meestal ernstige gevolgen voor het voertuig en de bestuurder.

Regeling Voertuigen
De Regeling Voertuigen wordt ook wel het Voertuigreglement genoemd en heeft een specifieke bepaling voor bromfietsen en snorfietsen als het gaat om de constructiesnelheid. Voor brom- en snorfietsen is in de Regeling Voertuigen bepaald dat:  “de door de constructie bepaalde maximumsnelheid, niet meer mag bedragen dan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/h. Voor de meting van deze snelheid moet gebruik worden gemaakt van de daartoe bestemde en geijkte bromfietsrollentestbanken die de maximum constructiesnelheid vaststellen”.

Constructiesnelheid bromfiets
De constructiesnelheid van een bromfiets is vastgesteld op 45 kilometer per uur. Op deze constructiesnelheid is de bromfiets gebouwd. Dan heeft men het niet alleen over het frame van de bromfiets maar ook over de wielen en de remmen. Als men harder gaat rijden met een bromfiets dan deze constructiesnelheid dan kunnen deze onderdelen extra hard gaan slijten of vervormen, scheuren vertonen of gaan breken.

Daarnaast is het ook levensgevaarlijk om harder te rijden dan de constructiesnelheid als men niet zeker weet of de brommer wel op het gewenste moment tot stilstand komt als het remsysteem in werking wordt gezet. Om die reden is het verboden om brommers op te voeren. Brommers kunnen door de politie op een rollentestbank worden getest of ze niet zijn opgevoerd. Brommers mogen niet harder dan 45 kilometer per uur. Daar wordt 5 kilometer per uur bij opgeteld in Nederland. Dit houdt niet in dat iemand met een brommer ook daadwerkelijk 50 kilometer per uur mag rijden. De maximale snelheid voor een brommer op de weg is 45 kilometer per uur plus de wettelijke correctie van drie kilometer per uur.

Dit zorgt voor een totale maximale snelheid van 48 kilometer per uur. Deze maximale snelheid is echter alleen van toepassing in gebieden en wegen waar ook daadwerkelijk deze snelheid gereden mag worden. Op wegen waar bijvoorbeeld 30 kilometer per uur mag gereden worden zal een bromfiets ook niet sneller mogen dan de aangegeven maximumsnelheid. Er kan dus in de praktijk zeker een verschil zijn tussen de constructiesnelheid en de maximale snelheid die op verkeersborden is aangegeven.

Constructiesnelheid snorfiets
Een snorfiets is een voertuig dat in zijn meest eenvoudige vorm bestaat uit een fiets met een hulpmotor. Tegenwoordig zijn er echter ook verschillende andere modellen van snorfietsen ontwikkeld die op brommers en scooters lijken. Daarom heeft men het ook wel over snorscooters. Een snorfiets heeft een maximale constructiesnelheid van 25 km per uur. Deze snelheid staat op het kentekenbewijs of de kentekencard en is bovendien in het kentekenregister genoteerd. Als een snorfiets wordt getest op een rollerbank dan mag deze 4 kilometer per uur harder rijden dan de aangegeven 25 kilometer per uur. Als het voertuig harder kan dan 29 kilometer per uur dan is dat voor de politie een indicatie dat de snorfiets opgevoerd is of dat de snelheidsbegrenzing van bijvoorbeeld de snorscooter is verwijderd of is aangepast.

Dit is uiteraard verboden en de politie zal een boete opleggen aan mensen die hun snorfiets of brommer hebben opgevoerd. In de praktijk mag een snorfiets maximaal 25 kilometer per uur rijden plus een wettelijke correctie van drie kilometer per uur. Met een eenvoudige rekensom is de maximale snelheid die iemand met een snorfiets kan rijden zonder een boete te krijgen 28 kilometer per uur. Uiteraard moet iemand een snorfiets wel gebruiken op de plaatsen op de weg waarop dat mag. Een snorfiets mag uiteraard niet op het trottoir worden gebruikt behalve wanneer men de snorfiets te voet aan de hand meevoert. Een snorfiets wordt in de praktijk vaak op dezelfde manier gebruikt en moet zich aan dezelfde regels houden als een gewone ongemotoriseerde fiets.

Constructiesnelheid en constructieve stevigheid
In de alinea’s hiervoor heb je tussen de regels door kunnen lezen dat de term constructiesnelheid in de letterlijke zin niet altijd van toepassing is. Als men kijkt naar scooters en brommers die een snelheidsbegrenzing bevatten dan is het voertuig constructief sterk genoeg om een hogere snelheid aan te kunnen maar zijn er wijzingen doorgevoerd om dit te voorkomen. Snorfietsen zien er lang niet altijd meer uit als de klassieke Spartamet maar kunnen in plaats van een stevig fietsframe ook bestaan uit een frame van een brommer of scooter. Een dergelijk frame kan natuurlijk zwaarder belast worden en zou in theorie ook een hogere vastgestelde constructiesnelheid moeten hebben.

Ondanks dat heeft men het nog steeds over een constructiesnelheid van 25 kilometer per uur voor een snorfiets. De constructiesnelheid lijkt daardoor veel meer verband te houden met de snelheid die genoteerd is in het kentekenbewijs van het voertuig dan de snelheid die constructietechnisch gezien mogelijk is voor het voertuig. Desondanks wordt in de praktijk nog steeds de term constructiesnelheid gebruikt.

Sneller internet en hoger inkomen

Het Zweedse telecombedrijf Ericsson heeft dinsdag 17 september 2013 een onderzoek gepresenteerd over internetgebruik. Uit dit onderzoek kwam naar voren dat gebruikers die een hogere internetsnelheid hebben ook een hoger inkomen hebben. Huishoudens met een lagere internetsnelheid verdienen over het algemeen minder.

Onderzoek Ericsson
Telecombedrijf Ericsson heeft het onderzoek heel breed aangepakt. Het bedrijf heeft gegevens gebruikt van huishoudens in ontwikkelde landen. Daarnaast heeft Ericsson ook gegevens gebruikt van huishoudens in Brazilië, India en China. Deze opkomende economieën zijn voor Ericsson interessant. Een stijging van 0,5 naar 4 Mbps in internetsnelheid zorgt bij de opkomende economieën voor een verhoging van het inkomen van 35 euro. In ontwikkelde landen zoals de West-Europese landen zorgt een vergroting van een reedbandsnelheid van 4 naar 8 Mbps voor een hoger inkomen van 90 euro per maand.

Conclusie onderzoek Ericsson
De onderzoekers van telecombedrijf Ericsson trekken op basis van het onderzoek de conclusie dat mensen effectiever werken met sneller internet. Ze kunnen door sneller internet meer toegang hebben tot specialistische producten op internet zoals videoconferenties. Daarnaast zorgt een sneller internet er voor dat mensen ook vanuit huis kunnen werken. Ze kunnen daarnaast ook via internet sneller solliciteren en hun digitale netwerk opbouwen en onderhouden. Voor mensen met een lagere internetsnelheid is dit moeilijker.

Rectie Technisch Werken:
Bovenstaande informatie stond op de nieuwswebsite nu.nl. De vraag die ik altijd stel bij deze informatie is: “wat kwam eerder het kip of het ei”. Wanneer mensen namelijk een hoger inkomen hebben kunnen ze ook beter een pakket aanschaffen met sneller internet. Sneller internet is namelijk over het algemeen genomen duurder. Lagere inkomens kunnen de afweging maken om hun maandsalaris aan andere, in hun ogen belangrijker, zaken uit te geven.