Vakbond CNV wil minder arbeidsmigranten op Nederlandse arbeidsmarkt vanaf 2018

Arbeidsmigranten zijn buitenlandse arbeidskrachten die naar Nederland komen om hier arbeid te verrichten. De meeste arbeidsmigranten zijn niet van plan om in Nederland te blijven wonen en reizen puur om geld te verdienen naar een ander land. In Nederland zijn onder andere arbeidsmigranten werkzaam uit midden- en Oost-Europese landen, dit worden ook wel MOE-landen genoemd. Er zijn echter ook andere landen binnen en buiten Europa waar arbeidsmigranten vandaan komen.

Arbeidsmigranten
Arbeidsmigranten zorgen er voor dat het aanbod aan arbeidskrachten op de arbeidsmarkt groter wordt. Vakbond CNV vindt dit niet een gunstige ontwikkeling omdat nog veel Nederlandse arbeidskrachten geen werk hebben terwijl ze wel willen en kunnen werken. De vakbond eist een rem op de komst van arbeidsmigranten naar Nederland. CNV-voorzitter Maurice Limmen geeft aan dat werkgevers in Nederland ten onrechte beweren dat arbeidsmigranten noodzakelijk zijn om de krapte op de Nederlandse arbeidsmarkt aan te vullen. Dit heeft de CNV-voorzitter benoemd in een artikel dat maandag 15 januari 2018 werd gepubliceerd op basis van een interview met De Telegraaf.

Sectoren
Volgens de voorzitter zou een grote groep van 1,2 miljoen mensen die nu nog geen arbeidsrelatie heeft het tekort op de arbeidsmarkt kunnen aanvullen. Tot deze groep behoren volgens de vakbondsvoorzitter ook ouderen, arbeidsbeperkten en niet-westerse immigranten die aangeven wel te willen werken. Limmen geeft aan dat de Nederlandse werkgevers zelf de tekorten op de arbeidsmarkt hebben veroorzaakt. in scherpe bewoordingen heeft hij aan: ”Dat gejammer over krapte op de arbeidsmarkt komt vooral uit sectoren die er zelf alles aan hebben gedaan om het werken in die sector zo onaantrekkelijk mogelijk te maken.” Limmen doelt daarbij onder andere op de horecasector.

Arbeidsvoorwaarden
De arbeidsvoorwaarden in die sectoren zijn verslechterd de afgelopen tijd waardoor het onaantrekkelijker is geworden om in die sectoren te werken. De CNV voorzitter wil dat er meer investeringen worden gedaan in vakmensen. Volgens hem zouden er meer opleidingen aan werknemers geboden moeten worden en moeten er meer vaste contracten worden verstrekt.

Wat is de Europese Detacheringsrichtlijn of RICHTLIJN 96/71/EG?

In het Europese Verdrag (EU-verdrag) zijn  vier vrijheden vastgelegd voor Europese landen. Het gaat hierbij om een vrij verkeer van:

  • Goederen
  • Diensten
  • Kapitaal
  • Personen

Het vrij verkeer van personen maakt arbeidsmigratie tussen verschillende landen mogelijk omdat hieronder ook het vrij verkeer van werknemers valt. Verder valt onder vrij verkeer van personen ook de bedrijfs- en beroepsuitoefening. Het vrij verkeer van werknemers zorgt er voor dat werknemers uit de Europese landen vrij zijn om (tijdelijk )naar andere landen te reizen om daar werkzaamheden uit te voeren voor een lokale werkgever. Met de Detacheringsrichtlijn heeft Europa getracht een wettelijk kader te scheppen tussen de sociale bescherming van werknemers aan de ene kant en het vrij verkeer van diensten en werknemers aan de andere kant.

Wat is vastgelegd in de Detacheringsrichtlijn: Richtlijn 96/71/EG?
In de Europese Detacheringsrichtlijn is onder andere vastgelegd dat de Europese lidstaten er op toe moeten zien dat werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat worden gedetacheerd de belangrijkste arbeidsvoorwaarden van het land waar ze werken ontvangen. Het gaat hierbij onder andere om de volgende arbeidsvoorwaarden:

  • Het loon van de arbeidsmigranten mag niet lager zijn dan het minimum loon dat wettelijk is vastgelegd in het land waar ze werken.
  • De maximale werktijden van arbeidsmigranten mogen niet langer zijn dan de werktijden die wettelijk zijn vastgelegd in het land waar ze werken.
  • Arbeidsmigranten hebben recht op het minimum aantal vakantiedagen dat is vastgelegd in het land waar ze werken.

Deze aspecten zijn vastgelegd in de Richtlijn 96/71/EG, die ook wel Europese Detacheringsrichtlijn wordt genoemd. Deze Europese wetgeving kwam tot stand in 1996 en moet er volgens Europa voor zorgen dat er een goed arbeidsklimaat ontstaat voor werknemers die gedetacheerd worden over de grenzen van EU lidstaten.

Detacheringsrichtlijn en de WAGA
De Europese lidstaten vertalen en verwerken de Europese wetgeving meestal in eigen wetten waarin de Europese richtlijnen zijn opgenomen. De Europese Detacheringsrichtlijn is bijvoorbeeld in Nederland op 2 december 1999 opgenomen in  de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid. Deze wet wordt ook wel afgekort met WAGA. In de WAGA is onder andere vastgelegd in Artikel 3 dat de bepalingen die door cao’s algemeen verbinden zijn verklaard ook moeten worden toegepast op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door vreemd recht.

In de WAGA wordt in het zesde lid duidelijkheid gegeven over de bepalingen van de cao’s die van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht. Hierin worden richtlijnen genoemd waaraan de werkgevers en detacheringsbureaus zich moeten houden die werknemers ter beschikking stellen die uit een andere Europese lidstaat komen dan Nederland. De volgende bepalingen zijn hierin opgenomen:

  • De minimale rusttijden en maximale werktijden die werknemers mogen werken;
  • Het minimum aantal vakantiedagen waarop de werknemers recht hebben en de werkgever verplicht is om het loon door te betalen.
  • De minimumlonen waarop de werknemers recht hebben. Deze lonen zijn inclusief vergoedingen voor overwerk.
  • De voorwaarden met betrekking tot het ter beschikking stellen van werknemers.
  • Voorwaarden met betrekking tot de gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk.
  • Daarnaast zijn beschermende maatregelen opgenomen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voorkinderen, jongeren en van zwangere werkneemsters of werkneemsters die pas bevallen zijn.

Uit de bovenstaande opsomming komt duidelijk naar voren dat de wetgeving vanuit de Europese Detacheringsrichtlijn is verwerkt in de WAGA. Werknemers uit andere Europese landen dienen conform deze richtlijnen behandelt te worden in Nederland. Hierdoor tracht men uitbuiting van arbeidsmigranten te voorkomen. Ook oneerlijke concurrentie tussen arbeidsmigranten en de werknemers in het land waar de werkzaamheden worden verricht tracht men te voorkomen. De vraag is echter of deze wetgeving daarvoor toereikend is.

Asscher pakt samen met Polen malafide uitzendbureaus aan

Minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken maakte eerder al bekend dat hij met verschillende landen in Europa afspraken wil maken over de aanpak van schijnconstructies met arbeidsmigranten. Hij gaat nu afspraken maken met zijn Poolse collega Kosiniak-Kamysz. Eerder maakte Asscher al afspraken met de landen Bulgarije en Roemenië over de ontwikkelingen met betrekking tot arbeidsmigratie.

De doelstelling van de gesprekken die Asscher heeft zijn gericht op het tegengaan van schijnconstructies met name door malafide uitzendbureaus die misbruik maken van de positie van arbeidsmigranten. Door de praktijken van malafide uitzendbureaus en andere bedrijven kunnen arbeidsmigranten worden uitgebuit. Samen met de Poolse inspectie hoopt de Inspectie van SZW gegevens uit te wisselen over bedrijven en uitzendbureaus die zich niet aan de regels houden. Hierdoor hoopt Asscher malafide werkgevers die in verschillende landen een vestiging hebben te kunnen controleren. De gegevensuitwisseling zorgt er voor dat malafide bedrijven en uitzendbureaus eerder worden ontdekt. Ook wanneer deze bedrijven onder een andere naam doorstarten kunnen ze sneller worden aangepakt.

Asscher maakt zich zorgen over de bedrijven die het niet nauw nemen met cao’s en wettelijke richtlijnen zoals het minimum loon. Daarnaast wil hij voorkomen dat malafide bedrijven door misbruik te maken van arbeidsmigranten hun concurrentiepositie op een oneerlijke manier verstevigen. Dit gaat daarnaast nog ten koste van de Nederlandse werknemers die wel onder een cao vallen en voor hun rechten opkomen via een vakbond.

Reactie van Technisch Werken
Het is goed dat er nu afspraken worden gemaakt door Asscher met Polen. Er werken al jaren Polen in Nederland. Dit gaat over het algemeen goed al zijn er een aantal uitzendbureaus en bedrijven die Poolse arbeidsmigranten uitbuiten. Poolse arbeidsmigranten werken vaak hard en verdienen ten opzichte van hun Nederlandse collega’s weinig. Het zou eerlijk zijn om een Poolse arbeidsmigrant dezelfde rechten te geven als hun Nederlandse collega’s die hetzelfde werk uitvoeren. Dit is voor de Poolse arbeidsmigranten beter maar ook beter voor de arbeidsmarkt. Er wordt dan minder gekeken naar de prijs van een medewerker maar meer naar de kwaliteit. De onderlinge concurrentie tussen werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt eerlijker.

Een goede Nederlandse arbeider wordt dan niet ingeruild voor een goedkopere arbeidskracht die over de grens vandaan wordt gehaald. Daarnaast moet er ook aandacht worden besteed aan de uren die een medewerker per week werkt. Overuren maken mag wel maar excessen moeten hierin worden bestreden. Arbeidsmigranten werken vaak veel uren. Dit is op zich goed maar er moet wel rekening worden gehouden met de gezondheid van medewerkers, of deze medewerkers nu uit Nederland komen of niet. Een bedrijf moet daarnaast ook rekening houden met de veiligheid op de werkvloer. Een taalbarrière kan hierin een probleem vormen. Vaak gaat het goed, maar het hoeft maar één keer verkeerd te gaan. Een goedkope medewerker die over de grens wordt gehaald is niet altijd een verstandige keuze voor een bedrijf.

Schijnconstructies met arbeidsmigranten

De schijnconstructies die op de arbeidsmarkt ontstaan tussen bedrijven en arbeidsmigranten moeten worden aangepakt. Hierover wil minister Lodewijk Asscher van Sociale Zaken afspraken maken met zijn buitenlandse collega’s. Asscher gaat binnenkort naar Polen toe om met dat land afspraken te maken over de arbeidsmigratie. Dit heeft hij op donderdag aangekondigd in een gesprek met de Tweede Kamer.

Eerder had Asscher al afspraken gemaakt met Bulgarije en Roemenië. Lodewijk Asscher benadrukt het belang van afspraken tussen lidstaten over de arbeidsmigratie. Er moeten volgens hem aparte afspraken met lidstaten worden gemaakt omdat Brussel nog niet doordrongen is van de nadelen die arbeidsmigratie voor bepaalde landen met zich meebrengt. Brussel moet de schaduwkant van de arbeidsmigratie op de agenda zetten zodat er in Europees verband afspraken over gemaakt kunnen worden.

Malafide uitzendbureaus
Lodewijk Asscher is bang dat malafide uitzendbureaus de positie van arbeidsmigranten gaan uitbuiten om er zelf beter van te worden. Deze zouden volgens hem cao-afspraken ontwijken. Daarnaast zouden arbeidsmigranten de positie van Nederlandse werknemers kunnen verdringen. Nederlandse arbeidskrachten krijgen meer concurrentie door arbeidsmigranten met gemiddeld lagere lonen. De lonen en cao-afspraken tussen Nederlandse werknemers en bedrijven kunnen onder druk komen te staan.

Vrije verkeer van personen
Lodewijk Asscher benadrukte in de Tweede Kamer dat hij geen tegenstander is van arbeidsmigratie en het vrije verkeer van personen binnen Europese landen. Dit vindt hij een “belangrijke pijler” voor Europa. Hoewel Lodewijk Asscher de arbeidsmigratie wil aanpakken door overleg met verschillende landen zijn er partijen die dat niet genoeg vinden. De SP wil dat de arbeidsmigratie zoveel mogelijk wordt beperkt.

Reactie van Technisch Werken
De arbeidsmigratie vormt op dit moment al een probleem in een aantal technische sectoren. Er zijn verschillende technische bedrijven waar laaggeschoold technisch werk wordt uitgevoerd zoals assemblage van eenvoudige constructies en machines. Ook zijn er in Nederland veel bedrijven waarbij eenvoudige lasprocessen en posities worden gehanteerd op de werkvloer. Binnen die bedrijven zijn regelmatig Polen en Hongaren aanwezig om de werkzaamheden uit te voeren. De reacties en ervaringen van bedrijven met deze arbeidsmigranten is wisselend. Het personeel in de metaalbranche is echter verontrust. Er zijn in Nederland verschillende metaalarbeiders hun werk kwijtgeraakt door arbeidsmigranten die lagere lonen verdienen dan hun Nederlandse collega’s.

Het geld wat door deze arbeidsmigranten wordt verdiend komt meestal niet in de Nederlandse economie terecht maar wordt gestuurd naar de landen waar de arbeidsmigranten vandaan komen. De Nederlandse overheid en het Nederlandse bedrijfsleven loopt door deze gang van zaken geld mis. Ook de twijfelachtige manier waarop sommige arbeidsmigranten in aanmerking kunnen komen voor een uitkering baart zorgen. Verschillende documentaires op televisie hebben aangetoond  dat het voor arbeidsmigranten en andere buitenlanders die uit de EU komen relatief eenvoudig is om in Nederland een uitkering aan te vragen terwijl men binnen afzienbare tijd weer naar het thuisland vertrekt. De uitkering blijft doorlopen en de staatskas van Nederland wordt leger zonder dat het geld in eigen land wordt besteed. Een dubbel verlies dus.

De overheid doet er verstandig aan om de risico’s van arbeidsmigratie goed onder ogen te zien. Daarnaast moet het voor bedrijven financieel even aantrekkelijk zijn om Nederlandse arbeidskrachten aan te nemen als buitenlandse. Buitenlandse arbeidskrachten moeten doormiddel van wettelijke bepalingen evenveel gaan verdienen als hun Nederlandse collega’s. Dan zijn we benieuwd hoeveel bedrijven arbeidsmigranten aan het werk zetten.