Wanneer moet vakantiegeld uitbetaald worden?

Een werkgever dient 1 keer per 12 maanden vakantiegeld uit te betalen aan werknemers. De meeste werkgevers betalen het vakantiegeld uit in de maand mei maar het is ook toegestaan om het vakantiegeld in juni uit te betalen als dat voor de werkgever beter uitkomt. Werkgevers mogen van de overheid het vakantiegeld ook in termijnen aan werknemers uitbetalen. Een dergelijke regeling voor het uitbetalen van vakantiegeld dient dan echter wel schriftelijk te zijn vastgelegd. Werkgevers moeten er echter wel voor zorgen dat het vakantiegeld uiterlijk in juni volledig aan de werknemer(s) is uitbetaald. Ook wanneer de werkgever dus het vakantiegeld volgens de schriftelijke regeling in termijnen betaald zal de laatste termijn van het vakantiegeld in de maand juni bij de werknemer(s) binnen moeten zijn.

Mocht een werknemer eerder vakantie nemen dan is het ook mogelijk om een aanvraag bij de werkgever in te dienen om het vakantiegeld dat tot dat moment is opgebouwd uit te laten betalen. Daarvoor zal echter wel een schriftelijke overeenkomst moeten worden opgesteld. Ook bij andere momenten waarop een afwijkende betaling plaatsvind van het vakantiegeld is een schriftelijk overeenkomst vereist. Bedrijven zijn verplicht om in ieder geval 1 keer in de 12 maanden vakantiegeld uit te betalen aan hun werknemer(s). Bedrijven dienen duidelijke loonstroken of salarisoverzichten te verstrekken aan werknemers. Hierop moeten ze goed kunnen zien welk bedrag ze aan vakantiegeld hebben ontvangen. Als werknemers te laat vakantiegeld hebben ontvangen kunnen ze van de werkgever een verhoging eisen van maximaal 50 procent bovenop het verschuldigde vakantiegeld.

Als een werknemer uit dienst treed zal de werkgever het opgebouwde vakantiegeld moeten uitbetalen. Dat hoort bij de resterende reserveringen van de werknemer. Bij reserveringen kun je ook denken aan de adv-dagen, vakantiedagen en de overige opgebouwde vergoedingen waar de werknemer recht op heeft. Meestal wordt het vakantiegeld gezamenlijk met deze reserveringen uitbetaald aan de voormalig werknemer.

Wat is een marktconform salaris?

en marktconform salaris is een loon dat een werknemer ontvangt voor zijn of haar werkzaamheden en is in overeenstemming met de lonen in de markt en de beloning voor gelijkwaardige functies. Het woord ‘conform’ kan in de praktijk het beste worden vertaald met ‘overeenkomstig’ of met ‘in overeenstemming’. Vaak wordt een marktconform salaris als term benoemd in een vacaturetekst. In dat geval wil de werkgever in de vacature laten blijken dat ze een salariëring hanteren die gemiddeld is ten opzichte van andere bedrijven waarin dezelfde functies of vacatures aanwezig zijn.

Marktconform salaris of cao-conform salaris
Als in een vacature genoemd wordt dat een salaris marktconform is zal er meestal geen verdere informatie worden verschaft over de hoogte van het salaris of het loon. Dit kan vragen oproepen bij de lezer van de vacature. Hij of zij kan zichzelf de vraag stellen wat nu het daadwerkelijke salaris is dat iemand gaat verdienen in deze functie. In ieder geval zal dit salaris aan de wettelijke kaders moeten voldoen en dus conform de cao moeten zijn van de branche. De loonschalen zijn in de meeste cao’s nauwkeurig vastgelegd en bedrijven zullen zich aan de bedrijfs-cao of branche-cao moeten houden.

Eigenlijk zou je in veel gevallen waarin een markconform salaris wordt benoemd ook kunnen spreken van een cao-conform salaris. Dit is echter een overbodige term omdat alle bedrijven verplicht zijn om zich aan een cao te houden indien er een cao voor het bedrijf of de branche is vastgesteld na overleg tussen de werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties die ook wel sociale partners worden genoemd.

Hoe weet je wat het marktconform salaris is?
Marktconform salaris is natuurlijk een mooi begrip maar aan de andere kant is het ook een begrip dat onduidelijk is. Hoe weet iemand nu of een salaris dat genoemd wordt tijdens een sollicitatiegesprek daadwerkelijk marktconform is of niet? In ieder geval moet het salaris wat voor deze functie geboden wordt minimaal gelijk zijn aan het maandelijkse inkomen dat de meeste andere werknemers in dezelfde functie en branche gemiddeld ontvangen. Wanneer je geruime tijd in een bepaalde functiegroep hebt gefunctioneerd weet je vaak wel wat een marktconform salaris is voor een desbetreffende functie.

Als je weinig kennis en ervaring hebt opgebouwd in een bepaalde functie kun je echter ook op verschillende manieren achter de hoogte van een marktconform salaris komen. Je kunt bijvoorbeeld meerdere vacatures gaan zoeken uit dezelfde branche met dezelfde functietitel. Er zullen verschillende bedrijven zijn die wel een duidelijk bedrag hebben genoemd met betrekking tot de salariëring. Deze bedragen kunnen dan een duidelijke indicatie geven van een marktconform salaris. Ook kan je de desbetreffende cao van de branche of het bedrijf raadplegen om een marktconform salaris te bepalen. Dan moet je natuurlijk wel weten hoe de functie van de vacature door het bedrijf wordt ingeschaald.

Marktconform salaris via uitzendbureau
Uitzendbureaus hanteren in hun vacature ook dikwijls de term marktconform salaris. Dit kan voor een werkzoekende extra verwarrend zijn. Hij of zij kan zich afvragen of het uitzendbureau of het inlenende bedrijf nu daadwerkelijk de hoogte van het salaris bepaald. Toch is deze situatie minder verwarrend dan deze lijkt. Uitzendbureaus moeten namelijk de inlenersbeloning hanteren. Dit houdt in dat uitzendkrachten hetzelfde loon moeten ontvangen als een werknemer die bij het inlenende bedrijf hetzelfde werk in dezelfde functie doet. Dit wordt ook wel equal pay genoemd. De term equal pay is Engels voor gelijk of gelijkwaardig betalen of belonen. Deze gelijkwaardige beloning wordt inleners beloning genoemd omdat de cao van de inlener centraal staat dus niet de ABU cao of NBBU cao waar het uitzendbureau zelf bij is aangesloten. De ABU cao en NBBU cao worden alleen door het uitzendbureau gehanteerd als er geen sprake is van een cao bij een inlenende organisatie. In alle overige gevallen zal de cao van de inlener worden gehanteerd om op basis van de inlenersbeloning de hoogte van een (marktconform) salaris te bepalen. Een uitzendonderneming zal daarom bij het bepalen van een marktconform salaris altijd de cao van de inlenende organisatie raadplegen.

Wat is minimumloon?

Minimumloon is een wettelijk vastgesteld salaris dat een werkgever minimaal aan een werknemer moet uitkeren als beloning voor werkzaamheden. Het minimumloon wordt in Nederland op twee momenten per jaar vastgesteld namelijk op 1 januari en 1 juli. De hoogte van minimumloon kan op verschillende manieren worden weergegeven namelijk per uur, per week of per maand. Welke weergave men ook kiest het minimumloon is altijd een brutoloon zonder inhouding van belastingen en sociale zekerheidsbijdragen. De bedragen waarin het minimumloon zijn uitgedrukt zijn exclusief minimaal 8% vakantiebijslag. Hieronder is nog meer informatie weergegeven over het minimumloon.

Minimumloon in Europa
Nederland is in Europa één van de vele landen die daadwerkelijk een wettelijk vastgesteld minimumloon hebben. In totaal hebben 21 staten van de 27 Europese lidstaten een vastgesteld minimumloon. De zes EU-landen die geen wettelijk vastgesteld minimumloon hebben zijn Finland, Zweden, Denemarken, Oostenrijk, Italië en Cyprus. Deze landen laten net zoals Noorwegen en Zwitserland het bepalen van de hoogte van het minimumloon over aan het overleg tussen werknemersorganisaties en werkgeversorganisaties.

Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag WML
De Nederlandse Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag is ingevoerd op 27 november 1968. Op dat moment was het wettelijke minimumloon 100 gulden per week. Er is echter sprake van inflatie en andere factoren die de waarde van het geld en de koopkracht van consumenten, dus ook werknemers, binvloeden. Daarom wordt de hoogte van het minimumloon tweemaal per jaar aangepast. Daarbij wordt de gemiddelde stijging van de cao-lonen als uitgangspunt genomen. De cao-lonen komen tot stand door overleg tussen werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties.

Afkorting WML
De afkorting WML wordt gebruikt voor de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag. Daarnaast wordt de afkorting ook gebruikt om daadwerkelijk het minimumloon aan te duiden. In dat geval bedoelt men met deze afkorting Wettelijk Minimum Loon.

Leeftijd minimumloon
Het Wettelijk Minimum Loon is van toepassing op alle arbeidscontracten die tussen werkgevers en werknemers worden gesloten waarbij de werknemer ouder is dan 22 jaar op het moment dat de overeenkomst ingaat. Tot 1 juli 2017 vielen werknemers met een leeftijd van 22 jaar nog onder het minimumjeugdloon. Vanaf 1 juli 2017 hebben echter ook werknemers van 22 jaar recht op het volledige minimumloon.

Flexwerkers en het minimumloon
Het Wettelijk Minimumloon is niet alleen van toepassing bij reguliere vaste arbeidscontracten. Ook werknemers die op flexibele basis werken zullen minimaal het wettelijke minimumloon moeten krijgen. Deze wettelijke richtlijn is ook dus van toepassing op uitzendkrachten, gedetacheerden, oproepkrachten en thuiswerkers. Het is echter wel zo dat de meeste uitzendkrachten en andere flexwerkers bij opdrachtgevers worden ingeleend die onder een bepaalde cao vallen. Als dat het geval is zullen deze krachten conform de inlenersbeloning gesalarieerd moeten worden.

Inlenersbeloning en minimumloon
De inlenersbeloning is een wettelijke bepaling waarin is vastgelegd dat uitzendkrachten en ander inleenpersoneel minimaal hetzelfde salaris moeten ontvangen als vergelijkbare arbeidskrachten die rechtstreeks in dienst zijn van het bedrijf. De beloningsmethodieken van de inlener moeten gehanteerd worden door uitzendbureaus en andere arbeidsbemiddelingsbureaus als ze de hoogte van het salaris van hun flexkrachten moeten bepalen. Vrijwel altijd is deze inschaling hoger dan het minimumloon. Het is daardoor wettelijk niet toegestaan om uitzendkrachten en andere inleenkrachten het minimumloon uit te betalen terwijl deze krachten bij een correcte inschaling op basis van de cao van de inlener een hoger salaris moeten ontvangen. De inlenersbeloning moet dus gehanteerd worden door uitzendbureaus en detacheringsbureaus.

Wat is de Ambtenarenwet?

De Ambtenarenwet is een Nederlandse wet waarin alle rechten en plichten van ambtenaren zijn vastgelegd met als doel de rechtspositie van ambtenaren te regelen. De Ambtenarenwet is vastgesteld in 1929. Deze rechtspositie van ambtenaren is in een aparte wet geregeld omdat ambtenaren niet onder de burgerlijke wet vallen. Ambtenaren worden door de overheid of een overheidsinstelling eenzijdig aangesteld.

Een aanstelling of arbeidsovereenkomst
Met een ambtenaar wordt dus geen arbeidsovereenkomst in de burgerlijke zin gesloten. Arbeidsovereenkomsten worden gesloten door bedrijven tussen werknemers en werkgevers en zijn tweezijdig. Dit houdt in dat arbeidsovereenkomsten door de twee partijen gezamenlijk worden ondertekend. Een ambtenaar wordt door de overheid eenzijdig aangesteld maar dat gebeurd uiteraard wel in overleg met de (toekomstige) ambtenaar. Dit houdt in dat er met (kandidaat) ambtenaren of mensen die solliciteren bij de overheid ook sollicitatiegesprekken worden gevoerd.

Verschillen in rechtspositie
Een ambtenaar heeft in de praktijk een andere rechtspositie dan werknemers met een arbeidsovereenkomst. De verschillen zitten in de volgende punten:

  • Ambtenaren worden door de overheid aangesteld en deze aanstelling is eenzijdig.
  • Ambtenaren hebben een rechtsbescherming via de bestuursrechter. Werknemers die werken op basis van een arbeidscontract hebben rechtsbescherming via de kantonrechter.
  • Er zijn voor ambtenaren publiekrechtelijke regelingen met betrekking tot de  arbeidsvoorwaarden. Werknemers die werkzaam zijn bij reguliere bedrijven op basis van een arbeidscontract werken op basis van een CAO.

Sollicitatiegesprek en arbeidsvoorwaardengesprek
Tijdens sollicitatiegesprekken voor overheidsfuncties worden de arbeidsvoorwaarden besproken en heeft de sollicitant uiteraard de mogelijkheid om hierop te reageren. Tijdens een arbeidsvoorwaardengesprek zullen de arbeidsvoorwaarden nogmaals worden benoemd. Het arbeidsvoorwaardengesprek vind meestal plaats met de (toekomstig) ambtenaar wanneer deze succesvol de sollicitatieronde is doorgekomen. Niet voor alle overheidsfunctionarissen gelden dezelfde bepalingen. Zo zijn er voor burgemeesters en ministers vaak afwijkende bepalingen.

Verplichtingen voor de overheid
De ambtenarenwet zorgt er voor dat overheden aan bepaalde verplichtingen moeten voldoen. Deze verplichtingen zorgen er voor dat het werken bij de overheid eerlijker en transparanter kan verlopen. Ook tracht men vriendjespolitiek en andere ongewenste zaken te vermijden. Daarom is een overheidsinstelling verplicht om de volgende aspecten door te voeren:

  • een gedragscode
  • een integriteitsbeleid
  • een ambtseed bij aanstelling
  • een klokkenluidersregeling
  • openbaarmaking nevenfuncties
  • een terugkommogelijkheid als men de politiek ingaat

Mogen uitzendkrachten werken tijdens een staking?

Uitzendkrachten kunnen om verschillende redenen worden ingezet door opdrachtgevers. Meestal worden uitzendkrachten ingeleend door bedrijven omdat er sprake is van een (tijdelijke) vraag naar personeel. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het bedrijf meer orders krijgt van klanten en het aanwezige personeelsbestand onvoldoende is om in de behoefte van de klanten te voorzien. In een piekproductie lenen bedrijven uitzendkrachten en andere flexibel personeel in om er voor te zorgen dat het huidige personeel niet (te veel) hoeft over te werken.

Stakingen
Vakbonden gebruiken een staking regelmatig als middel om de druk op werkgevers op te voeren en ze te dwingen tot beslissingen omtrent arbeidsvoorwaarden. Dit middel blijkt in de praktijk effectief en het houden van een staking is onder bepaalde voorwaarden een recht van werknemers.

Uitzendkrachten en staking
Voor bedrijven kan het misschien aantrekkelijk zijn om de lege plekken die ontstaan tijdens stakingen op te vullen met tijdelijk personeel. Op die manier kan de productie van het bedrijf gehandhaafd blijven en is het pressiemiddel in de vorm van stakingen eigenlijk helemaal niet zo schadelijk voor bedrijven. het inlenen van flexwerkers puur ter vervanging van stakers is echter verboden.

Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)
het verbod op het inzetten van flexkrachten tijdens een staking is vastgelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Deze wet wordt ook wel afgekort met Waadi. In de Waadi wordt het verbod op het inlenen van flexkrachten tijdens een staking ook wel het onderkruipersverbod genoemd.

Als een uitzendkracht al bij het bedrijf werkzaam is?
Het is echter mogelijk dat een uitzendkracht al bij een inlener werkzaam is en dat er na verloop van tijd stakingen worden gehouden. In dat geval wordt de desbetreffende uitzendkracht niet specifiek ingezet om het effect van een staking te beperken. Daarom mogen uitzendkrachten in die situatie wel doorwerken tijdens een staking. Het moet echter wel zo zijn dat het verloop van de staking niet moet worden beïnvloed door de werkzaamheden van de flexkracht. De flexkracht mag dus niet het werk van de stakende werknemers overnemen.

Principe-akkoord over cao Metaal & Techniek 2015-2017

Woensdag 14 oktober 2015 werd bekend gemaakt dat er een principe akkoord is gesloten over de cao Metaal & Techniek 2015-2017. De beoogde looptijd is van 1 maart 2015 tot 1 mei 2017. Hieronder staan de afspraken waarover het akkoord is gesloten:

Salarisafspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
De metaalarbeiders eisten met stakingen onder andere een loonsverhoging. Deze loonsverhoging is in het principe-akkoord ook vastgelegd. Werknemers die onder de  cao Metaal & Techniek vallen gaan er in loon 4,05% op vooruit in 26 maanden. Daarnaast krijgen ze een eenmalige uitkering van 0,65%. Dit is omgerekend 1,87% per 12 maanden. De jeugdschalen van  de cao van jongeren tot 23 jaar met een vakdiploma of voortgezet vakdiploma worden verhoogd per  1 september 2016 met een bedrag van €38. Voor de laagste jeugdschalen ontstaat een extra verhoging van 5 procent en voor de hoogste jeugdlonen een verhoging van 2 procent.

Overige afspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
Naast de afspraken over de salarissen zijn er ook afspraken vastgelegd over vakantiedagen en seniorendagen. Zo krijgen alle metaalarbeiders die onder deze cao vallen er een extra vakantiedag bij. De seniorendagen worden naar een iets hogere leeftijd verschoven. Daarnaast worden deze seniorendagen met één dag verminderd. Door de extra vakantiedag blijft het totale aantal vrije dagen voor vijftigplussers gelijk.

Verder mogen werknemers ook vakantiedagen en dagen/ uren uit andere regelingen inzetten voor vrije tijd zodat ze vaker vier dagen per week kunnen werken om zodoende het voltijds dienstverband te kunnen behouden. De cao Metaal & Techniek 2015-2017 gaat niet langer negatief van de wet afwijken. Flexkrachten en andere tijdelijk krachten kunnen conform de Wet Werk en Zekerheid eerder aanspraak maken op een vast contract oftewel een contract voor onbepaalde tijd.

Wat is Vervroegde uittreding (VUT) of prepensioen

In Nederland worden met de Vervroegde uittreding (VUT) of prepensioen regelingen bedoelt waarmee werknemers eerder kunnen stoppen met werken voordat ze de pensioengerechtigde leeftijd hebben bereikt. Met deze regelingen krijgen (voormalig) werknemers een uitkering tot de leeftijd waarop ze een AOW-uitkering mogen ontvangen en een aanvullend pensioen.

Wie betaalt het prepensioen of de Vervroegde uittreding (VUT)?
Net zoals het geld van een pensioenfonds moet het geld voor prepensioen of de VUT ergens vandaan komen. Het geld voor de VUT regeling is afkomstig van de werkgever en/of van werknemers. Zij betalen de uitkeringen van de voormalig werknemers die op dat moment in de VUT zitten. Werknemers dienen wel tot hun laatste werkdag bij de desbetreffende werkgever te blijven werken. Als ze eerder naar een andere werkgever vertrekken om daar te gaan werken vervallen de rechten op de VUT regeling. Ook als een werknemer nar de VUT-leeftijd blijft doorwerken vervalt het recht op de VUT-uitkering.

Het is echter ook mogelijk dat de VUT-regeling wordt afgeschaft. Ook in dat geval heeft de werknemer geen recht op een VUT-uitkering als hij de VUT-leeftijd zou bereiken want die leeftijd is er dan feitelijk niet meer. In deze gevallen zal de werknemer moeten door blijven werken tot de pensioengerechtigde leeftijd. Doordat de overheid sinds 2005 een aantal wetten heeft doorgevoerd is het fiscaal onaantrekkelijk geworden om nog aan VUT regelingen deel te nemen. VUT-regelingen komen daardoor in de praktijk nauwelijks meer voor.

Prepensioen
Prepensioen is over het algemeen een combinatie van een opbouwdeel en een regeling die lijkt op de VUT-regeling. Hierbij spaart echter elke werknemer voor zijn of haar eigen vervroegde uittreding in plaats van dat men allemaal gezamenlijk afdraagt aan totale VUT reservering. Aan een prepensioen zijn ook regels verbonden. Een prepensioen mag bijvoorbeeld niet eerder ingaan dan bij het bereiken van de 60-jarige leeftijd. Daarnaast mag het prepensioen niet later ingaan bij het bereiken van de in de pensioenregeling vastgestelde ingangsdatum van het ouderdomspensioen. Verder mag het prepensioen uiterlijk eindigen op het moment dat de gebruiker van het prepensioen de 65 jarige leeftijd bereikt.

Deze tekst is in september 2015 geschreven het is mogelijk dat de wet en regelgeving na deze datum is verandert. Hou daar rekening mee.

Wat is vakantiegeld en waarom wordt dit betaald aan werknemers?

Vakantiegeld wordt aan Nederlandse werknemers uitbetaald door werkgevers. Het vakantiegeld is in Nederland minimaal acht procent van het bruto loon. In sommige cao’s is echter vastgelegd dat werknemers recht hebben op meer vakantiegeld. Het vakantiegeld wordt eenmaal per jaar uitgekeerd aan de werknemers en dient apart vermeld te worden op de loonstrook. Het vakantiegeld is een toelage die door de werknemer gebruikt kan worden om de extra kosten van een vakantie te dekken. De werknemer is niet verplicht om het vakantiegeld daarvoor te gebruiken. Vakantiegeld is een toelage die los staat van het opnemen van betaald verlof.

Vakantiegeld wordt in Nederland meestal uitgekeerd in de maand mei. Het vakantiegeld wordt door de werknemer opgebouwd in de periode 1 juni tot en met 31 mei. Het vakantiegeld wordt opgebouwd over het brutoloon van de werknemer. Als het brutoloon van de werknemer in een bepaalde periode lager was, bijvoorbeeld 70 procent, dan wordt dit meegenomen in de berekening van het vakantiegeld. Als het dienstverband van de werknemer beëindigd wordt dan houdt de werknemer het recht op vakantiegeld over de periode dat de werknemer nog bij de werkgever in dienst was. Dit opgebouwde vakantiegeld dient door de werkgever bij de laatste salarisbetaling direct uitbetaald te worden.

Uitzendkrachten en vakantiegeld
Uitzendkrachten kunnen hun opgespaarde vakantiegeld door een uitzendbureau laten uitbetalen. Dit kan in overleg met het uitzendbureau op elk gewenst moment. Daarnaast kunnen uitzendkrachten er voor kiezen om een verhoging van 8% op hun loon te ontvangen in elke maand dat ze voor een uitzendbureau werkzaam zijn. Dit laatste komt echter niet vaak voor en het is onduidelijk of de Europese wetgeving dit toelaat. Binnen het kader van de Wet Werk en Zekerheid zijn geen aanvullende afspraken vastgelegd over vakantiegeld.

Equal pay is echter van kracht sinds 30 maart 2015. Uitzendkrachten hebben vanaf dat moment recht op een gelijkwaardig salaris in vergelijking tot werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij het bedrijf. Uitzendbureaus zijn verplicht om zich aan de equal pay regeling te houden. Omdat equal pay een gelijkwaardige beloning inhoudt is het vakantiegeld dat door een uitzendkracht wordt ontvangen ook gelijkwaardig aan personeel dat rechtstreeks bij het bedrijf werkt.

Wat is de Europese Detacheringsrichtlijn of RICHTLIJN 96/71/EG?

In het Europese Verdrag (EU-verdrag) zijn  vier vrijheden vastgelegd voor Europese landen. Het gaat hierbij om een vrij verkeer van:

  • Goederen
  • Diensten
  • Kapitaal
  • Personen

Het vrij verkeer van personen maakt arbeidsmigratie tussen verschillende landen mogelijk omdat hieronder ook het vrij verkeer van werknemers valt. Verder valt onder vrij verkeer van personen ook de bedrijfs- en beroepsuitoefening. Het vrij verkeer van werknemers zorgt er voor dat werknemers uit de Europese landen vrij zijn om (tijdelijk )naar andere landen te reizen om daar werkzaamheden uit te voeren voor een lokale werkgever. Met de Detacheringsrichtlijn heeft Europa getracht een wettelijk kader te scheppen tussen de sociale bescherming van werknemers aan de ene kant en het vrij verkeer van diensten en werknemers aan de andere kant.

Wat is vastgelegd in de Detacheringsrichtlijn: Richtlijn 96/71/EG?
In de Europese Detacheringsrichtlijn is onder andere vastgelegd dat de Europese lidstaten er op toe moeten zien dat werknemers die tijdelijk in een andere lidstaat worden gedetacheerd de belangrijkste arbeidsvoorwaarden van het land waar ze werken ontvangen. Het gaat hierbij onder andere om de volgende arbeidsvoorwaarden:

  • Het loon van de arbeidsmigranten mag niet lager zijn dan het minimum loon dat wettelijk is vastgelegd in het land waar ze werken.
  • De maximale werktijden van arbeidsmigranten mogen niet langer zijn dan de werktijden die wettelijk zijn vastgelegd in het land waar ze werken.
  • Arbeidsmigranten hebben recht op het minimum aantal vakantiedagen dat is vastgelegd in het land waar ze werken.

Deze aspecten zijn vastgelegd in de Richtlijn 96/71/EG, die ook wel Europese Detacheringsrichtlijn wordt genoemd. Deze Europese wetgeving kwam tot stand in 1996 en moet er volgens Europa voor zorgen dat er een goed arbeidsklimaat ontstaat voor werknemers die gedetacheerd worden over de grenzen van EU lidstaten.

Detacheringsrichtlijn en de WAGA
De Europese lidstaten vertalen en verwerken de Europese wetgeving meestal in eigen wetten waarin de Europese richtlijnen zijn opgenomen. De Europese Detacheringsrichtlijn is bijvoorbeeld in Nederland op 2 december 1999 opgenomen in  de Wet Arbeidsvoorwaarden Grensoverschrijdende Arbeid. Deze wet wordt ook wel afgekort met WAGA. In de WAGA is onder andere vastgelegd in Artikel 3 dat de bepalingen die door cao’s algemeen verbinden zijn verklaard ook moeten worden toegepast op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door vreemd recht.

In de WAGA wordt in het zesde lid duidelijkheid gegeven over de bepalingen van de cao’s die van toepassing zijn op arbeidsovereenkomsten die worden beheerst door een ander recht dan het Nederlandse recht. Hierin worden richtlijnen genoemd waaraan de werkgevers en detacheringsbureaus zich moeten houden die werknemers ter beschikking stellen die uit een andere Europese lidstaat komen dan Nederland. De volgende bepalingen zijn hierin opgenomen:

  • De minimale rusttijden en maximale werktijden die werknemers mogen werken;
  • Het minimum aantal vakantiedagen waarop de werknemers recht hebben en de werkgever verplicht is om het loon door te betalen.
  • De minimumlonen waarop de werknemers recht hebben. Deze lonen zijn inclusief vergoedingen voor overwerk.
  • De voorwaarden met betrekking tot het ter beschikking stellen van werknemers.
  • Voorwaarden met betrekking tot de gezondheid, veiligheid en hygiëne op het werk.
  • Daarnaast zijn beschermende maatregelen opgenomen met betrekking tot de arbeidsvoorwaarden en arbeidsomstandigheden voorkinderen, jongeren en van zwangere werkneemsters of werkneemsters die pas bevallen zijn.

Uit de bovenstaande opsomming komt duidelijk naar voren dat de wetgeving vanuit de Europese Detacheringsrichtlijn is verwerkt in de WAGA. Werknemers uit andere Europese landen dienen conform deze richtlijnen behandelt te worden in Nederland. Hierdoor tracht men uitbuiting van arbeidsmigranten te voorkomen. Ook oneerlijke concurrentie tussen arbeidsmigranten en de werknemers in het land waar de werkzaamheden worden verricht tracht men te voorkomen. De vraag is echter of deze wetgeving daarvoor toereikend is.

Wat is het verband tussen de arbobeleidscyclus en het Arbobeleid?

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid om te stellen en in hun organisatie door te voeren. Een Arbobeleid is gericht op het beschermen van de gezondheid van werknemers en het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer. Een Arbobeleid dat goed is opgesteld en goed wordt uitgevoerd heeft een gunstig effect of de bedrijfsvoering en het reduceren van het ziekteverzuim. De veiligheidsrisicos’en gezondheidsrisico’s worden zoveel mogelijk beperkt en de arbeidsomstandigheden geoptimaliseerd. Daarnaast kan een goed arbobeleid ook een gunstig effect hebben op het bevorderen van de re-integratie van werknemers na ziekteverzuim.

Hoe komt een Arbobeleid tot stand?
De overheid biedt doormiddel van de Arbowet verschillende doelvoorschriften aan bedrijven. Deze doelvoorschriften verwerkt het bedrijf in het Arbobeleid. Het arbobeleid van een organisatie komt tot stand door overleg tussen de werkgevers en werknemers of afgevaardigden daarvan. Tijdens dit overleg worden afspraken geformuleerd over de manier waarop de doelen en doelvoorschriften in het bedrijf kunnen worden geïmplementeerd zodat werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Het bedrijf is verplicht om werknemers veilig te laten werken en de gezondheid van de werknemers te beschermen. Een bedrijf moet onder andere aan de Arbeidsinspectie kunnen aantonen dat werknemers goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten. Een werkgever kan er voor kiezen om werknemers cursussen te laten volgen die verband houden met veilig werken zoals VCA en NEN 3140. De werknemers dienen net als de werkgever het Arbobeleid uit te voeren en zo veilig mogelijk te werken.

Arbobeleidscyclus
Het Arbobeleid van een organisatie bestaat uit een aantal elementen. Deze elementen staan in een bepaalde beleidscyclus centraal. Deze beleidscyclus wordt ook wel arbobeleidscyclus genoemd en  is opgebouwd uit de volgende vijf onderdelen:

  • Willen. Het gaat hierbij om de intentie om met het arbobeleid aan de slag te gaan en duidelijk de doelen vast te stellen die bereikt moeten worden.
  • Weten. In dit onderdeel worden de risico’s vastgesteld. Hierbij komt onder andere de risico-inventarisatie aan de orde.
  • Wegen. Er wordt beoordeeld welke risico’s het eerste worden aangepakt. Hierbij worden duidelijk prioriteiten vastgesteld en een Plan van Aanpak gemaakt.
  • Werken. Het Plan van Aanpak en de bijbehorende actiepunten worden uitgevoerd.
  • Waken. Bij het laatste onderdeel worden de resultaten van de aanpak beoordeeld en in de gaten gehouden. Indien nodig worden doestellingen aangepast en bijgewerkt zodat het arbobeleid optimaler gaat functioneren.

De bovengenoemde stappen van de Arbobeleidscyclus zijn cyclische stappen. Dit houdt in dat deze stappen met regelmaat terugkeren.  Wanneer weer nieuwe risico’s worden vastgesteld beginnen de stappen of een deel van de stappen weer opnieuw.

Arbozorgsysteem
Het Arbobeleid van een organisatie moet goed worden geborgd. Dit kan een bedrijf onder andere doen door het Arbobeleid vast te leggen in een arbozorgsysteem. Er zijn verschillende arbozorgsystemen. Een bekend model dat veel wordt gebruikt is de OHSAS 18001. Doormiddel van een audit kan men met een bepaalde regelmaat toetsen of het arbozorgsysteem nog effectief is. Een audit kan een bedrijf intern doen maar ook extern. Een combinatie van die twee wordt ook vaak gedaan. Hierbij voert het bedrijf zelf een interne audit uit in een bepaalde periode en wordt een externe partij ingehuurd om een externe audit in het bedrijf uit te voeren. Een externe audit is meestal objectiever dan een interne audit.

Wat is de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet?

De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel afgekort met Arbowet. Deze Nederlandse wet bevat algemene bepalingen en richtlijnen voor werkgevers en werknemers met betrekking tot het beschermen en bevorderen van een gezond en veilig werkklimaat. Het doel van de Arbowet is het voorkomen van ziekten, ongevallen en fysieke of mentale schade ten gevolge van werk.

De vier delen van Arbowetgeving
De Arbeidsomstandighedenwet is een wet waarin geen concrete regels staan genoteerd. In plaats daarvan zijn in deze Arbowet algemene bepalingen opgenomen en worden richtlijnen aan bedrijven gegeven voor het  arbeidsomstandighedenbeleid. De Arbowetgeving kan worden onderverdeeld in vier delen. Deze delen zijn als volgt:

  • de Arbeidsomstandighedenwet
  • het Arbeidsomstandighedenbesluit, ook wel het Arbobesluit.
  • de Arbeidsomstandighedenregeling, ook wel de Arboregeling.
  • de Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving. Dit worden ook wel de Arbobeleidsregels genoemd.

Arbowet en arbobeleid
De Arbowet kan worden beschouwd als een kaderwet met algemene bepalingen over de inhoud en vormgeving van het arbobeleid van een onderneming. Een onderneming of werkgever is verplicht om een Arbobeleid te maken op basis van de kaders die worden geboden door de Arbowet. Een ondernemer of werkgever heeft een bepaalde mate van vrijheid om deze kaders aan te passen aan de eigen bedrijfsvoering en procedures.

De kaders van de Arbowet worden geboden door zogenoemde doelvoorschriften. Een doelvoorschrift verschaft een duidelijke richtlijn voor een werkgever met betrekking tot de bescherming van de werknemers. Deze doelvoorschriften kunnen met verschillende factoren te maken hebben zoals valbeveiliging als men op hoogte werkt of gehoorbescherming als het geluid in de omgeving van de werknemer boven de 85 decibel komt. Op basis van de doelvoorschriften maakt de werkgever een arbobeleid dat toegespitst is op de organisatie en omgeving waarin de werknemers werken.

Is een arbobeleid verplicht?
Een arbobeleid moet door werkgevers worden opgesteld. Dit is een verplichting vanuit de wet. In het arbobeleid zijn verschillende onderdelen opgenomen zoals het een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), bedrijfshulpverlening, preventie en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO). Het arbobeleid wordt door de werkgever opgesteld en de werkgever voert dit beleid uit. Uiteraard dienen de werknemers zich wel aan de richtlijnen uit het arbobeleid van het bedrijf te houden. De werknemers doen dit uiteindelijk voor hun eigen gezondheid en welzijn. Een goed arbobeleid is niet alleen belangrijk voor de werknemers. Een bedrijf is ook gebaad bij lage ongevallencijfers en een gezond personeel dat fit genoeg is en goed in staat is om de werkzaamheden van het bedrijf uit te voeren.

Wel verband bestaat er tussen de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit?

In de Arbeidstijdenwet zijn regels vastgelegd omrent de arbeidstijden en rusttijden voor werknemers. Deze wet wordt ook wel afgekort met ATW en geeft aan hoeveel uren een werknemer per etmaal of per periode mag werken. Verder zijn in de ATW regels opgenomen met betrekking tot de minimale rusttijden die een werknemer per dag of per week moet krijgen van de werkgever. Daarbij is ook aandacht besteed aan de pauzes die werknemers dienen te krijgen. De Arbeidstijdenwet is van toepassing op alle werknemers in het bedrijfsleven. Daarnaast is de ATW ook van toepassing op alle werknemers bij de overheid. Stagiaires en uitzendkrachten vallen eveneens onder de wet- en regelgeving van de Arbeidstijdenwet.

Doel van de Arbeidstijdenwet
In Nederland zijn veel bedrijven gevestigd en zijn veel werknemers werkzaam. Zowel werkgevers als werknemers kunnen de wens hebben dat zoveel mogelijk uren door de werknemer worden gewerkt. Op den duur zal dit echter gevolgen hebben voor de fysieke en mentale gezondheid van de werknemer. Ook de veiligheid van de werknemer en zijn of haar naaste omgeving kan in het geding komen wanneer de werknemer veel uren achter elkaar werkt zonder voldoende rust in acht te nemen.

De Arbeidstijdenwet biedt regels waaraan bedrijven en werknemers zich dienen te houden in arbeidsrelaties. Deze regels moeten het welzijn en de veiligheid van de werknemers zoveel mogelijk waarborgen. Het belangrijkste doel van de arbeidstijdenwet is de werknemers beschermen tegen de schadelijke gevolgen die kunnen ontstaan wanneer werknemers onvoldoende rust krijgen.

Het hoofddoel van de Arbeidstijdenwet heeft duidelijk raakvlakken met de doelen die de Arbeidsomstandighedenwet (ook wel Arbowet) nastreeft. Naast het hoofddoel van de Arbeidstijdenwet streeft de Arbeidstijdenwet ook nog een ander doel na. Dit doel is gericht op het combineren van werk met zorgtaken en andere verantwoordelijkheden voor werknemers.

Arbeidstijdenbesluit
Het Arbeidstijdenbesluit (ATB) houdt verband met de Arbeidstijdenwet. Het Arbeidstijdenbesluit is namelijk een onderdeel van de Arbeidstijdenwet (ATW). In de ATB staan uitzonderingen en aanvullingen op de wet en regelgeving die beschreven is in de Arbeidstijdenwet. Deze uitzonderingen en aanvullingen hebben te maken met bepaalde beroepen en sectoren zoals de mijnbouw en de zorg. Verder staan er in de ATB uitzonderingen die van toepassing kunnen zijn op noodsituaties en calamiteiten.

De uitzonderingen die in de ATB staan genoteerd kunnen niet door alle werkgevers en werknemers worden aangewend. Hierover dienen schriftelijk afspraken te worden gemaakt door de werkgever en een vertegenwoordiging van de werknemers. Deze afspraken worden vastgelegd in een collectieve regeling voor arbeidsvoorwaarden (cao).

Over het algemeen is de wet- en regelgeving die beschreven is in de Arbeidstijdenwet voldoende.

Wat is arbeidsrecht en wat is hierin vastgelegd?

Arbeidsrecht is een onderdeel van het recht dat gericht is op de arbeidsrelaties tussen werkgevers en werknemers. Iemand is een werknemer of werkneemster wanneer hij of zij zich of haar doormiddel van een arbeidsovereenkomst verbindt aan een werkgever, om onder zijn of haar gezag werkzaamheden te verrichten in ruil voor een beloning. Arbeidsrecht is een integraal onderdeel van het sociaal recht en kan worden opgedeeld in individueel en het collectief arbeidsrecht.

Waarom arbeidsrecht?
Aan het begin van de twintigste eeuw was de positie van de werknemer zwak ten opzichte van de werkgever. De contractpartijen konden in die tijd onderling de contractvoorwaarden bepalen. Dit betekende in de praktijk vaak dat de werkgevers de voorwaarden bepaalden waaronder de werknemers de werkzaamheden moesten verrichten.  Dit zorgde voor mistanden op de arbeidsmarkt. Grote industriële bedrijven gebruikten hun invloed om werknemers tegen zo weinig mogelijk loon aan het werk te zetten. Vanuit de werknemers ontstond kritiek en de werknemers gingen zich met elkaar verenigen in vakbonden. De vakbonden kregen meer invloed en zorgden en probeerden meer rechten voor werknemers vast te leggen in de wet. De wetgeving zorgde er in Nederland voor dat de werkgevers zich aan richtlijnen moesten houden. Het arbeidsrecht kreeg door de jaren heen een steeds duidelijker vorm.

In de 21ste eeuw is er maar weinig contractvrijheid. De werknemers krijgen veel bescherming door het arbeidsrecht. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan sociale zekerheid, arbeidsongevallenverzekering en ontslagbescherming.

Wat staat er in het arbeidsrecht?
Iedereen die in Nederland een arbeidsovereenkomst heeft gesloten krijgt te maken met rechten en plichten. Deze rechten en plichten zijn vastgelegd in het arbeidsrecht. Ambtenaren en uitzendkrachten krijgen eveneens te maken met aspecten die uit het arbeidsrecht naar voren komen.

De kern van het arbeidsrecht is boek 7 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek betreffende Bijzondere overeenkomsten, onder titel 10 de Arbeidsovereenkomst. Onder deze titel staan in afdeling 11 een aantal bijzondere bepalingen die betrekking hebben tot de uitzendovereenkomst.

Een aantal belangrijke antwoorden met betrekking tot vragen over het arbeidsrecht kunnen in boek 7 van het BW worden gevonden. Voorbeelden van deze vragen zijn:

  • Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
  • Wanneer is de proeftijd van toepassing?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werknemer?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werkgever?
  • Welke verplichtingen heeft een werkgever met betrekking tot de loonbetaling?
  • Welke regels zijn er met betrekking tot verlof?
  • Wat is er vastgelegd over gelijke behandeling van werknemers?
  • Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd?
  • Wat zijn de-integratieverplichtingen van de werknemer?

Wat is een nulurencontract?

Een nulurencontract is een arbeidsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen een werkgever en een werknemer. Kenmerkend voor een nulurencontract is dat er geen vast aantal uren in het contract is opgenomen voor de werknemer. Daarnaast is er in een nulurencontract ook geen minimaal aantal uren werk gegarandeerd voor de werknemer. Een werknemer kan gedurende de contractduur door de werkgever opgeroepen worden. Dit vereist van de werknemer maximale flexibiliteit. De werkgever beperkt doormiddel van een nulurencontract het risico dat hij de werknemer moet doorbetalen wanneer er weinig werk is. Als de werknemer wordt opgeroepen dient hij of zij onder de voorwaarden en het loon van het nulurencontract arbeid te verrichten. Een nulurencontract kan voor bepaalde en onbepaalde tijd zijn. Een werknemer die op basis van een nulurencontract werkt is een flexibele arbeidskracht en wordt ook wel een flexwerker genoemd. Er zijn echter meerdere varianten van flexwerk en flexibele arbeid. Hieronder is meer informatie weergegeven over nulurencontracten.

Aandachtspunten bij nulurencontracten
Nulurencontracten zijn geschikt voor organisaties die een grote mate van flexibiliteit eisen van het personeel. Dit kunnen organisaties zijn die te maken hebben met grote pieken en dalen in de productie. Als er een piek in de productie is kunnen bedrijven medewerkers met een nulurencontract oproepen. Als er een dal volgt in de productie kunnen ze de medewerkers thuis laten zitten. Voor werknemers is een nulurencontract een onzekere arbeidsrelatie.

Werknemers met een nulurencontract hebben weliswaar een contract maar de hoeveelheid werk die ze verrichten is onzeker. Daardoor zijn de inkomsten van deze werknemers vaak ook onzeker terwijl ze wel werkloosheidsstatistieken verdwijnen.

Geen werk is geen loon?
De Nederlandse overheid wil misbruik van nulurencontracten tegengaan. Daarom heeft de overheid een maximale periode in de wet vastgelegd waarbinnen een medewerker kan werken onder de conditie: geen werk is geen loon’. Deze periode is maximaal zes maanden en dient schriftelijk in het nulurencontract te worden vastgelegd. Na afloop van deze zes maanden moet de werkgever het loon doorbetalen indien de werknemer onder het nulurencontract werkzaam blijft bij het bedrijf. De doorbetaling is ook van toepassing als er voor de werknemer niet of nauwelijks werk is gedurende de contractduur. De hoogte van de doorbetalingsplicht van de werkgever is afhankelijk van het gemiddelde aantal uren en het gemiddelde inkomen dat de werknemer de laatste drie maanden heeft genoten. De exacte regels zijn afhankelijk van de afspraken die zijn opgenomen in de cao waaronder het bedrijf valt.

Vakbonden overleggen opnieuw over cao grootmetaal

Sinds 20 september 2013 houden metaalmedewerkers in de grootmetaal in verschillende metaalbedrijven stakingen voor gunstiger arbeidsvoorwaarden. De stakingen worden gehouden op maandag en vrijdag. maandag 21 oktober 2013 hebben metaalbewerkers in verschillende steden van Nederland gestaakt in metaalbedrijven die onder de cao grootmetaal vallen.

Overleg hervat
Dinsdag worden de onderhandelingen over de cao grootmetaal door de vakbonden hervat. Eerder dit jaar, op 11 oktober, hadden de vakbonden met de werkgevers al een cao-akkoord behaald over de kleinmetaal. De stakingen in de grootmetaal gingen door.

FNV
De FNV gaf maandag aan dat het overleg dinsdag met de werkgevers wordt hervat. De werkgevers zijn volgens de bond in beweging gekomen door de stakingen. Medewerkers in de metaal willen onder andere loonsverhoging ontvangen en meer invloed hebben op het indelen van de werktijden.

Werkgevers organisatie FME-CWM
De werkgevers organisatie FME-CWM reageert positief. De organisatie vindt het goed nieuws dat de onderhandelingen met de vakbonden worden hervat. De stakingen zijn slecht voor bedrijven en de werkgelegenheid in de sector. De werkgeversorganisatie stond altijd open voor overleg aldus een woordvoerster van de FME-CWM.

Omvang van de grootmetaal
De grootmetaal telt in Nederland 150.000 werknemers. Onder de grootmetaal vallen verschillende bedrijven in de techniek. Voorbeelden van bedrijven die onder de grootmetaal kunnen vallen zijn de vliegtuigbouw, machinefabrieken, scheepsbouw en bedrijfswagenbouwers.

Reactie Technisch Werken
Het is begrijpelijk dat werknemers graag tegen goede arbeidsvoorwaarden werkzaamheden willen verrichten. Door de gevolgen van de economische crisis draaien veel bedrijven in de metaal echter slecht of minder goed. Hierdoor hebben bedrijven minder financiële middelen om aan de wensen van hun werknemers tegemoet te komen. De vraag blijft staan of deze crisistijd een handig moment is om werkgevers onder druk te zetten. Verschillende werknemers kiezen er toch voor om te blijven werken. Deze keuze is begrijpelijk. Loyaliteit en solidariteit met de werkgever is in een crisistijd belangrijk om de sfeer van de werkvloer naar de werkgever goed te houden. Dit werkt ook andersom. Als de economie weer aantrekt kan er weer geëist worden en kunnen werknemers weer om betere arbeidsvoorwaarden vragen. Een harde aanpak van werknemersorganisaties zou in deze crisistijd wel eens meer stuk kunnen maken dan heel.

Wat zijn arbeidsvoorwaarden en welke verschillende arbeidsvoorwaarden zijn er?

Iemand die solliciteert bij een bedrijf en in aanmerking komt voor een functie wil graag weten onder welke arbeidsvoorwaarden hij of zij aan de slag kan gaan bij een bedrijf. Arbeidsvoorwaarden zijn de voorwaarden waaronder een werknemer werkzaamheden verricht bij een bedrijf. Er zijn verschillende arbeidsvoorwaarden die schriftelijk kunnen worden vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Een collectieve arbeidsovereenkomst kan aan een bedrijf gebonden zijn of aan een gehele bedrijfstak. Een cao komt tot stand na overleg tussen één of meerdere werkgevers organisaties en één of meerdere werknemersorganisaties.  Een cao bevat alleen afspraken die voor de werknemer gunstiger zijn dan de richtlijnen die zijn omschreven in de Nederlandse wetten die verbonden zijn aan arbeid. Een cao bestaat uit arbeidsvoorwaarden die primair of secundair kunnen zijn.

Primaire arbeidsvoorwaarden en secundaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden verschillen onderling, er zijn arbeidsvoorwaarden die primair zijn en arbeidsvoorwaarden die secundair zijn. De primaire arbeidsvoorwaarden zijn duidelijke meestal; schriftelijke afspraken tussen de werkgever en werknemer. Deze afspraken gaan over het salaris en de arbeidsuren die de medewerknemer daarvoor moet verrichten.

Er kunnen ook afspraken in de cao worden vastgelegd die minder primair zijn. Deze secundaire arbeidsvoorwaarden komen bovenop de primaire arbeidsvoorwaarden. In een cao kunnen secundaire arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd over de volgende onderwerpen: reiskosten, opleidingsmogelijkheden, verlofdagen, auto van het bedrijf enz.

Tertiaire en Quartaire arbeidsvoorwaarden
Er kan ook sprake zijn van tertiaire arbeidsvoorwaarden. Deze gaan over bedrijfseigen zaken die door een werkgever ter beschikking worden gesteld aan de werknemers. De geldwaarde van tertiaire arbeidsvoorwaarden is moeilijk te bepalen en per medewerker moeilijk te berekenen. Deze arbeidsvoorwaarde zijn in hoofdzaak gericht op het welzijn van werknemers. Dit kunnen bijvoorbeeld studiereizen zijn, personeelsactiviteiten, kerspakketten, sportmogelijkheden of mogelijkheden om gebruik te maken van een bedrijfsrestaurant.

Quartaire arbeidsvoorwaarden zijn nog moeilijker vast te leggen deze voorwaarden gaan over een goede sfeer binnen het bedrijf en het gevoel dat medewerkers een bijdrage leveren aan maatschappij en milieu.

Flexibele secundaire arbeidsvoorwaarden
Werkgevers kunnen werknemers ook laten kiezen welke secundaire arbeidsvoorwaarden hun voorkeur hebben. Zo kunnen medewerkers zelf hun secundaire arbeidsvoorwaardenpakket samenstellen. Binnen een bedrijf waarin gewerkt wordt met flexibele arbeidsvoorwaarden kunnen de secundaire arbeidsvoorwaarden van medewerkers onderling verschillen. De waarde van de flexibele arbeidsvoorwaardenpakketten is echter min of meer gelijk.

Wat is een cao en wanneer van je onder een cao?

Cao is een afkorting die staat voor collectieve arbeidsovereenkomst. In een collectieve arbeidsovereenkomst zijn afspraken over arbeidsvoorwaarden schriftelijk vastgelegd. Er zijn verschillende cao’s die onder andere aan een bedrijfstak gekoppeld kunnen zijn. Een cao zorgt voor duidelijkheid voor werkgevers en werknemers. Er staan onder andere afspraken in over salaris, overwerktoeslagen, opzegtermijn, proeftijd, pensioen en bijzondere toeslagen of vergoedingen. Een werknemer kan bij de vakbond of bij de werkgever vragen onder welke cao hij of zij valt.

Hoe komt een cao tot stand?
Een cao komt tot stand door overleg tussen werkgevers en werknemers. Omdat werkgevers vaak gezamenlijke belangen hebben kunnen werkgevers zich verenigen in een werkgeversorganisatie. Ook werknemers hebben vaak gezamenlijke belangen en daarom verenigen zij zich in vakbonden en andere werknemersorganisaties. Aan cao-onderhandelingen moet in ieder geval één werkgever of werkgeversorganisatie deelnemen en daarnaast ook een werknemersorganisatie. Werkgevers hebben meestal andere belangen dan werknemers. Zo willen werkgevers graag de loonkosten van het personeel zo laag mogelijk houden omdat dit vaak de grootste kostenpost is voor een bedrijf. Werknemers willen juist een goed salaris dat per jaar procentueel met minimaal het inflatiepercentage verhoogd wordt.

Wanneer de werkgever(s) en de werknemers eisenpakketen hebben die sterk van elkaar verschillen kunnen cao-onderhandelingen moeizaam verlopen. Vakbonden kunnen stakingen als middel gebruiken om werkgevers meer onder druk te zetten om aan de eisen van de werknemers gehoor te geven. Wanneer uiteindelijk een akkoord is gesloten worden de afspraken schriftelijk vastgelegd. De cao komt dan tot stand.

Cao-afspraken en de wet
De Nederlandse wet bepaald waaraan bedrijven en werknemers zich moeten houden wanneer ze een overeenkomst met elkaar aangaan. Zo zijn er in de wet afspraken over het minimum loon maar ook over het minimale aantal vakantie uren dat aan medewerkers moet worden toegekend door werkgevers. De wet vormt daarmee de verplichte minimale ondergrens van de rechten voor de werknemers. De afspraken die in een cao zijn vastgelegd zijn meestal gunstiger voor de werknemers dan wat in de wet is geregeld. Het cao-loon is vaak hoger dan het minimumloon en de overige arbeidsvoorwaarden in een cao kunnen ook beter zijn.

De cao-afspraken mogen nooit strijdig zijn met bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek (BW), de Arbeidstijdenwet en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.  De werknemers gaan er daardoor meestal op vooruit ten opzichte van de wet wanneer cao-onderhandelingen plaatsvinden.

Soorten cao’s
Er zijn twee verschillende cao’s: de bedrijfstak-cao en de ondernemings-cao. Deze twee verschillende cao’s worden hieronder kort toegelicht.

Bedrijfstak-cao is een cao die binnen een sector van toepassing is. bij de totstandkoming van deze cao zijn vaak meerdere werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties, zoals vakbonden, betrokken. Wanneer de cao-afspraken na overleg schriftelijk zijn vastgelegd is de cao van toepassing voor de werkgevers en werknemers of hun vertegenwoordigers die betrokken zijn geweest bij de cao-onderhandelingen. Deze cao’s geven een minimum aan. Betrokken werkgevers mogen hun werknemers wel meer salaris betalen of betere secundaire arbeidsvoorwaarden bieden, maar minder mag niet. Wanneer bepaalde zaken volgens de wet zijn bepaald zoals zorgverlof wordt dit niet extra benoemd in de cao. De bedrijven zijn toch al verplicht om zich daaraan te houden.

Ondernemings-cao is een cao die van toepassing is op de werkgever en de werknemers van één organisatie. De afspraken in deze cao zijn daarmee verbonden aan één onderneming. Daarom wordt van een ondernemings-cao gesproken. Er neemt aan de onderhandelingen van deze cao één werkgever deel die namens de belangen van onderneming onderhandeld en daarnaast kunnen één of meerdere werknemersorganisaties deelnemen aan de onderhandelingen. De cao die hieruit voorkomt is niet van toepassing op andere (vergelijkbare) ondernemingen. Ook hierin geld dat in de cao de wettelijke richtlijnen als ondergrens worden gehanteerd en dat werknemers ten opzichte van de wet er meestal beter van worden.

Algemeen verbindend verklaring (AVV)
Werkgevers en werknemers kunnen na de totstandkoming van een bedrijfstak-cao naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaan en deze vragen of de bedrijfstak-cao voor de hele bedrijfstak mag gelden. Wanneer het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze aanvraag positief beoordeeld is een bedrijfstak-cao algemeen verbindend verklaard. Na het algemeen verbindend verklaren van een bedrijfstak-cao is deze cao van toepassing op de gehele bedrijfstak ongeacht of andere werkgevers bij de cao-onderhandelingen betrokken waren. Ook bedrijven die niet aan de cao-onderhandelingen van een bedrijfstak-cao hebben deelgenomen moeten zich aan de afspraken van deze cao houden. De meeste bedrijfstak-cao’s zijn door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) algemeen bindend verklaard. Wanneer een werkgever niet onder een bedrijfstak-cao wil vallen moet hij daarvoor een vrijstelling aanvragen. Dit wordt  dispensatie genoemd. Een werkgever kan dit doen doormiddel van het invullen en insturen van het formulier dispensatie van AVV.

Wanneer er geen cao is
Het kan voorkomen dat een medewerker werkzaam is bij een bedrijf die niet onder een cao valt. In dat geval maakt een werkgever samen met de werknemers afspraken over de arbeidsvoorwaarden zoals salaris, ploegentoeslag, vakantiedagen, adv enz. Uiteraard zijn bij deze afspraken de richtlijnen vanuit de wet van toepassing. De wet en regelgeving met betrekking tot arbeidsvoorwaarden is onder andere te vinden in de Wet minimumloon, de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet arbeid en zorg en in het Burgerlijk Wetboek. Wanneer werkgevers en werknemers afspraken maken over arbeidsvoorwaarden is het verstandig om deze afspraken schriftelijk vast te leggen. Mondelinge afspraken kunnen laten (onbedoeld) vergeten of verdraait worden.