Overheid wil 600 euro compensatie voor ontslagen flexwerkers tijdens de coronacrisis

Flexwerkers hebben het zwaar tijdens de coronacrisis. Over het algemeen worden flexibele arbeidskrachten als eerste naar huis gestuurd als bedrijven minder productie draaien of als er minder omzet en marge binnenkomt. Er zijn verschillende oplossingen bedacht door de overheid om bedrijven en ook zelfstandigen zonder personeel (zzp’ers) te ondersteunen in deze zware tijd maar economische oplossingen voor flexwerkers worden nog niet geboden.

Compensatie voor flexwerkers

Daarom heeft het kabinet een plan uitgewerkt om flexwerkers die door de coronacrisis hun baan hebben verloren tegemoet te komen met een uitkering van 600 euro per maand. Het is echter nog onzeker of de uitkeringsinstantie UWV een dergelijke maatregel kan uitvoeren. Dit werd door bronnen benoemd aan de NOS.

Eisen aan de coronamaatregel

De compensatie voor flexwerkers is bedoeld voor studenten die naast hun studie als flexwerker werkzaam zijn. Ook uitzendkrachten en mensen die net zijn gestart in een flexibele functie op de arbeidsmarkt en hun baan tijdens de coronacrisis zijn verloren. Het is de bedoeling dat er wel voorwaarden worden gesteld aan de compensatie van de ontslagen flexkrachten. Zo moeten de flexwerkers die hun baan hebben verloren tijdens de coronacrisis kunnen aantonen dat ze voor de coronacrisis 600 euro of meer per maand verdienden. Voor veel studenten is deze spreekwoordelijke ‘lat’ te hoog omdat ze bijna nooit meer dan 600 euro per maand hebben bijverdiend als flexkracht.

UWV als uitvoeringsinstantie

Het UWV is volgens het kabinet de aangewezen instantie om uitvoering te geven aan deze maatregel. Er zijn echter twijfels of het UWV deze taak er wel bij kan dragen. Op dit moment wordt onderzocht of deze uitvoeringsinstantie een cruciale bijdrage kan leveren aan het uitvoeren van de voorgenomen maatregel voor flexwerkers. Als een uitvoering door het UWV niet mogelijk blijkt te zijn zal de maatregel voor flexwerkers niet doorgaan. Dan blijven veel flexwerkers dus tijdens de coronacrisis buiten de directe coronahulp vanuit de overheid. Een grote groep kan echter wel aanspraak maken op de WW. De WW is echter geen specifieke coronamaatregel.

Wat is ABU cao?

De ABU-cao is de cao die van toepassing is voor uitzendondernemingen. Wanneer je uitzendkracht bent val je onder de cao van de inlener of de cao voor uitzendkrachten, die ook wel de ABU-cao wordt genoemd. ABU staat voor algemene bond uitzendondernemingen. Hierbij zijn de meeste uitzendondernemingen in Nederland aangesloten. Ook als je als uitzendonderneming niet aangesloten bent bij de ABU geldt ook de cao voor de onderneming, omdat hij algemeen bindend is verklaard. Deze tekst gaat over een belangrijk deel van de ABU-cao namelijk het fasesysteem en de uitzendovereenkomsten.

De tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage bij Unique Technicum (een onderdeel van USG People). Door deze tekst heeft de schrijver meer inzicht gekregen in het fasesysteem van uitzendbureaus en de verschillende soorten dienstverbanden die uitzendkrachten kunnen aangaan met een uitzendonderneming. Hij heeft de tekst aan technischwerken.nl verstrekt zodat ook andere lezers op internet zijn samenvatting kunnen lezen.

Inlenersbeloning
De ABU-cao is door de invoering van de inlenersbeloning (30-03-2015) niet bij elke uitzending van uitzendkrachten volledig van toepassing. Met name de beloningsmethodieken van het inleende bedrijf dienen door de uitzendonderneming overgenomen te worden. Dit houdt in dat in het kader van de inlenersbeloning de uitzendkracht dient ingeschaald te worden in de loonschalen die gehanteerd worden door het inlenend bedrijf. De uitzendkracht dient de volgende componenten voor zij beloning in ieder geval op het zelfde niveau te ontvangen als een werknemer die rechtstreeks bij het bedrijf in dienst is in dezelfde functie:

  • Het bruto loon conform de cao loonschaal van de inlener.
  • ATV en ADV toeslagen
  • Toeslagen voor overwerk
  • Toeslagen voor onregelmatige uren
  • Onkostenvergoedingen
  • Initiële loonsverhogingen die gebruikelijk zijn bij de inlener
  • Periodieken

De inlenersbeloning is zoals u leest puur gericht op de beloning van de uitzendkracht. Dit zorgt er voor dat de ABU-cao, die hier onder verder beschreven is, grotendeels gehanteerd wordt behalve op het gebied van de beloning en de inschaling van de uitzendkracht.  Mocht de organisatie geen cao hebben, dan geldt de ABU-cao.  

De opdrachtgever wordt geacht om de uitzendkracht vanaf de eerste werkdag te belonen conform de inlenersbeloning te geven. Een uitzendbureau zal echter feitelijk het loon uitbetalen aan de uitzendkracht. Daarom moeten uitzendbureaus navraag doen bij het inlenende bedrijf met betrekking tot de beloning van de uitzendkracht.

Uitzendovereenkomsten
Als uitzendkracht ben je werkzaam op grond van een uitzendovereenkomst, dit is een arbeidsovereenkomst die wordt getekend door de opdrachtgever (uitzendbureau) en de werknemer in dit geval de uitzendkracht. De uitzendkracht wordt uitgezonden naar een inlenende partij bijvoorbeeld een staalconstructiebedrijf. In dit artikel ga ik vooral dieper in op de soorten uitzendovereenkomsten en de bijbehorende fasensystemen.

Als uitzendkracht krijg je te maken met 3 soorten uitzendovereenkomsten:

  • Uitzendovereenkomst met uitzendbeding.
  • Detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd.
  • Detacheringsovereenkomst voor onbepaalde tijd.

De uitzendovereenkomst met uitzendbeding is een overeenkomst die vaak in fase A wordt gegeven. Samen met de opdrachtgever wordt een einddatum vastgesteld waarop de opdracht eindigt. Na het eindigen van de uitzendovereenkomst eindigt het dienstverband van de uitzendkracht bij het uitzendbureau automatisch.

Een detacheringsovereenkomst kan gelden voor een bepaalde tijd of een onbepaalde tijd. Bij een detacheringsovereenkomst van bepaalde tijd is een datum opgenomen wanneer het project of de opdracht eindigt. Bij een detacheringovereenkomst voor onbepaalde tijd is geen einddatum vastgesteld men heeft het dan over een vast dienstverband bij een uitzendbureau.

Fasensysteem
Als uitzendkracht val je in het fasensysteem, ook al val je binnen de cao van je inlener. De ABU-cao kent 3 fasen.

  • Fase A
  • Fase B
  • Fase C

In al de drie fasen gelden andere arbeidsvoorwaarden waar we straks dieper op ingaan.

Wanneer je start met werken als uitzendkracht voor een uitzendbureau begin je in fase A. Je bent werkzaam in fase A voor de eerste 78 weken. Er geldt geen minimum of maximum voor het aantal te werken uren in deze 78 weken. Of je nu 1 of 40 uren per week werkt voor een uitzendbureau maakt in principe niet uit voor de opbouw van 78 weken. Als je 78 weken hebt gewerkt is fase A compleet. Fase A gaat uit van het uitzendbureau, het maakt dus ook niet uit bij welke inlener je werkt zolang je maar voor het zelfde uitzendbureau werkt. In fase A wordt je alleen betaald voor de daadwerkelijk gewerkte uren, dit zal in fase B veranderen. Als fase wordt onderbroken en je gaat na 6 maanden weer opnieuw aan de slag voor dezelfde opdrachtgever kom je weer terug in begin fase A. Is de onderbreking korter dan 6 maanden dan telt het fasensysteem gewoon door.

Na afloop van fase A kun je naar fase B gaan. Je gaat naar fase B als fase A is afgelopen en het uitzendbureau een nieuw contract geeft binnen de zes maanden na afloop van fase A. Fase B duurt, in tegenstelling tot fase A, veel langer; namelijk 4 jaar. Als je werkzaam bent in fase B ben je werkzaam op grond van een detacheringsovereenkomst voor bepaalde tijd. Fase B heeft 2 maten van duur:

  • Een periode van 4 jaar
  • Of 6 overeenkomsten van bepaalde tijd. De 6 detacheringsovereenkomsten kunnen ook korter duren dan 4 jaar, als je 6 detacheringsovereenkomsten krijgt van 3 maanden elk duurt fase B maar 18 maanden.

Het uitzendbeding is niet meer van toepassing in fase B. Dit houdt in dat als een uitzendkracht gedurende de contracturen, die zijn overeengekomen met het uitzendbureau, geen werk aangeboden krijgt van het uitzendbureau er toch loon (leegloop) moet worden betaald aan de uitzendkracht.

Na fase B komt fase C. Ook hier geldt weer dat het contract binnen 6 maanden na het eindigen van fase B moet worden verlengt om in face C te komen. Voor het gemak staat het hier onder beschreven in een beknopt schema.

Onderbrekingen
Bij fase A geldt bij een onderbreking van 6 maand of minder dat er wordt doorgeteld in het fasensysteem, de onderbrekingsperiode wordt niet meegeteld. Bij een onderbreking van meer dan 6 maand valt de uitzendkracht terug in begin fase A en begint de telling opnieuw.

Bij onderbreking van zes maand of minder in fase B wordt ook doorgeteld in het fasensysteem, de onderbrekingsperiode wordt ook hier niet meegeteld. Als de onderbreking langer is dan 6 maand gaat de uitzendkracht terug naar begin fase A .Hier wordt de onderbrekingsperiode uiteraard niet meegeteld omdat de uitzendkracht weer aan het begin van fase A terecht komt.

Wordt een uitzendkracht in C ontslagen en hij wordt weer aangenomen door hetzelfde uitzendbureau dan geldt bij een onderbreking van 6 maand of minder dat de uitzendkracht weer begint in fase B en zal de telling opnieuw beginnen. Als de onderbreking langer duurt dan 6 maand gaat de uitzendkracht terug naar fase A en zal ook in dit geval de telling opnieuw beginnen. In de praktijk komt het echter bijna nooit voor dat uitzendkrachten met een vast contract worden ontslagen door het uitzendbureau om vervolgens opnieuw door hetzelfde uitzendbureau weer een contract te krijgen.

Voor de verschillende fasen gelden nog een klein aantal onderbrekingsregels die van toepassing zijn binnen de 6 maanden na het eindigen van een overeenkomst. Als binnen de 6 maanden na het beëindigen van de overeenkomst weer een nieuwe arbeidsbetrekking wordt aangegaan met het uitzendbureau dan wordt er altijd doorgeteld in het fasensysteem. Als na het eindigen van het contract na 6 maanden een nieuw dienstverband wordt aangegaan met het uitzendbureau dan komt de uitzendkracht weer terecht in fase A.

Detacheringsovereenkomst beëindigen
De werkgever kan elk moment het detacheringscontract opzeggen binnen fase A en B. Echter geldt er voor de werkgever maar ook voor de werknemer een wettelijk opzegtermijn. Soms komt het voor dat een detacheringsovereenkomst in fase A en B niet kan worden beëindigt, dit komt alleen voor als dit in het contract is opgenomen. Hier onder staan de opzegtermijnen voor zowel de werkgever als de werknemer.

Opzegtermijnen

  • Detacheringsovereenkomst ≤ 3 maanden opzegtermijn voor uitzendkracht 7 kalenderdagen.
  • Detacheringsovereenkomst > 3 maanden < 6 maanden opzegtermijn voor uitzendkracht 14 kalenderdagen.
  • Detacheringsovereenkomst ≥ 6 maanden of langer opzegtermijn voor uitzendkracht 28 kalenderdagen.

Voor al deze detacheringsovereenkomsten geldt voor de uitzendonderneming een opzegtermijn van 1 maand.

Beëindiging van de detacheringsovereenkomst in fase C
Wanneer je in fase C zit heb je een contract van onbepaalde tijd. Je kunt fase C zien als een vaste aanstelling bij het uitzendbureau. Net als bij elke werkgever valt een contract voor onbepaalde tijd niet zomaar te beëindigen door de werkgever. Als een vaste uitzendkracht wordt je gedetacheerd bij één of meerdere opdrachtgevers. Als een detachering bij een organisatie niet helemaal soepel verloopt wordt van de gedetacheerde dat hij of zij een herplaatsingsgesprek aangaat. Daarbij wordt naar mogelijkheden gekeken om de vaste detacheringskracht te herplaatsen bij een nieuwe inlener. Wanner er geen mogelijkheden zijn voor een nieuwe plaatsing heeft de opdrachtgever toestemming nodig van UWV om de overeenkomst te laten ontbinden. 

Samenvatting over ABU cao
De cao zal evenals de wetgevingen en de arbeidsomstandigheden met tijd worden verandert. Bovenstaande informatie is van toepassing op de richtlijnen zoals die in 2017 door ABU-cao worden gehanteerd. In de Tweede Kamer wordt de Nederlandse wetgeving met betrekking tot de arbeidsmarkt in de toekomst waarschijnlijk weer gewijzigd als er een nieuw kabinet wordt gevormd. Verder zorgen ook de vakbonden en de werkgeversorganisaties er voor dat er regelmatig veranderingen in de cao worden doorgevoerd.

Wat is werk voor langere tijd?

Veel uitzendkrachten en andere flexkrachten krijgen te horen dat een uitzendbureau of werkgever “werk voor langere tijd” heeft. Dit “werk voor langere tijd” wordt meestal niet duidelijk gedefinieerd. Men weet dus vaak niet hoe lang een klus precies duurt als men te horen krijgt dat het werk is voor langere tijd. Deze onduidelijkheid kan bij uitzendkrachten voor onzekerheid zorgen. Er zullen uitzendkrachten zijn die uitgaan van het beste scenario en dat is dat ze uiteindelijk overgenomen zullen worden door het bedrijf waar ze werken.

Andere uitzendkrachten hechten geen waarde aan de opmerking dat het werk voor langere tijd is. Deze groep ziet wel hoe lang de klus daadwerkelijk duurt. De groep uitzendkrachten die deze houding heeft ten opzichte van het uitzendwerk spreekt vaak uit ervaring. Het komt in de praktijk namelijk helaas vaak voor dat uitzendkrachten wel de belofte krijgen dat ze voor langere tijd kunnen werken maar dat ze na een paar weken te horen krijgen dat de klus bijna is afgerond. Uitzendkrachten kunnen door deze ervaringen teleurgesteld en wantrouwend worden naar uitzendbureaus en opdrachtgevers.

Als je dus hoort dat er werk wordt geboden voor langere tijd dan is het belangrijk dat je duidelijk krijgt hoe lang het werk precies duurt tenzij je deze onzekere factor accepteert. Als je geen genoegen neemt met de uitdrukking “werk voor langere tijd” dan zal je moeten proberen om een bepaalde tijdsduur vast te leggen op papier. Dat doen ze meestal niet voor uitzendkrachten maar als je overtuigd bent dat jij een grote toegevoegde waarde hebt voor het bedrijf en dat de vacature moeilijk met iemand anders ingevuld kan worden dan heb je een goede onderhandelingspositie.

Je kunt dan trachten zekerheid af te dwingen bij het uitzendbureau of het inlenende bedrijf vooral wanneer je meerdere aanbiedingen van andere uitzendbureaus en andere werkgevers hebt gekregen. In dat geval kun je proberen om in een detacheringscontract voor bepaalde tijd de arbeidsduur vast te leggen. Dan heb je zekerheid voor een bepaalde periode. Voor de meeste flexkrachten is deze zekerheid een zeer welkome factor.

Uitzendwerk noodzakelijk?

Vanuit de Nederlandse overheid lijkt men er alles aan te doen om het flexwerk in Nederland zoveel mogelijk te beperken.  De Wet Werk en Zekerheid werd in 2015 ingevoerd om werknemers meer “zekerheid” te bieden op de arbeidsmarkt. Werknemers zouden eerder een vast contract moeten krijgen van werkgevers omdat de minister van mening is dat bijna iedereen op de arbeidsmarkt liever een vast contract heeft dan op flexibele basis werk. Dat kan de minister nu wel zeggen, maar is dat eigenlijk wel zo? Daarnaast zijn er nog de bedrijven die in veel gevallen liever kiezen voor flexwerkers, zoals uitzendkrachten, dan voor het verstrekken van nieuwe vast contracten.

Flexibele bedrijfsvoering

Het bekende vaste contract biedt lang niet meer de zekerheid die men er vroeger aan ontleende. De economie verandert voortdurend en bedrijven veranderen mee. Het ene jaar draait een bedrijf een topproductie omdat er veel vraag is naar de producten en het volgende jaar kan dat wel weer heel anders wezen. Bedrijven moeten zich aanpassen aan de veranderende vraag van potentiële klanten. Daarnaast zorgt de internationale concurrentie er voor dat bedrijven voortdurend  nieuwe innovaties toe moeten passen om hun producten te produceren.

Daarnaast moeten de producten zelf ook innovatiever zijn dan de concurrent.  Bovendien veranderen de wetten en regels voortdurend waardoor producten steeds veiliger en duurzamer moeten worden gemaakt. Dit alles zorgt er voor dat bedrijven flexibel in moeten spelen op de markt. De kosten voor de productie moeten voortdurend worden gereduceerd.  Dat vergt wat van de bedrijfsvoering maar ook van de dynamiek van het personeelsbestand.

Flexwerkers als oplossing

Flexibel personeel zoals uitzendkrachten zijn voor bedrijven een ideale oplossing om in te spelen op de veranderende markt. Als bedrijven het druk krijgen nemen ze meer flexwerkers aan en als ze het minder druk krijgen nemen ze afscheid vanuitzendkrachten en aandere flexwerkers.  Dit zorgt er voor dat bedrijven zichzelf kunnen aanpassen aan hun omgeving.  Bovendien kan een bedrijf met uitzendkracht ook voortdurend vernieuwde invloeden binnen het bedrijf brengen. Uitzendkrachten hebben dikwijls bij meerdere bedrijven gewerkt waardoor ze veel kennis hebben van bedrijfsculturen en verschillende werkmethoden.  Met deze kennis kan het inlenende bedrijf haar voordeel doen. Flexwerk is niet slecht voor de economie of arbeidsmarkt het is juist een noodzakelijke oplossing voor bedrijven in een dynamische markt.

Principe-akkoord over cao Metaal & Techniek 2015-2017

Woensdag 14 oktober 2015 werd bekend gemaakt dat er een principe akkoord is gesloten over de cao Metaal & Techniek 2015-2017. De beoogde looptijd is van 1 maart 2015 tot 1 mei 2017. Hieronder staan de afspraken waarover het akkoord is gesloten:

Salarisafspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
De metaalarbeiders eisten met stakingen onder andere een loonsverhoging. Deze loonsverhoging is in het principe-akkoord ook vastgelegd. Werknemers die onder de  cao Metaal & Techniek vallen gaan er in loon 4,05% op vooruit in 26 maanden. Daarnaast krijgen ze een eenmalige uitkering van 0,65%. Dit is omgerekend 1,87% per 12 maanden. De jeugdschalen van  de cao van jongeren tot 23 jaar met een vakdiploma of voortgezet vakdiploma worden verhoogd per  1 september 2016 met een bedrag van €38. Voor de laagste jeugdschalen ontstaat een extra verhoging van 5 procent en voor de hoogste jeugdlonen een verhoging van 2 procent.

Overige afspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
Naast de afspraken over de salarissen zijn er ook afspraken vastgelegd over vakantiedagen en seniorendagen. Zo krijgen alle metaalarbeiders die onder deze cao vallen er een extra vakantiedag bij. De seniorendagen worden naar een iets hogere leeftijd verschoven. Daarnaast worden deze seniorendagen met één dag verminderd. Door de extra vakantiedag blijft het totale aantal vrije dagen voor vijftigplussers gelijk.

Verder mogen werknemers ook vakantiedagen en dagen/ uren uit andere regelingen inzetten voor vrije tijd zodat ze vaker vier dagen per week kunnen werken om zodoende het voltijds dienstverband te kunnen behouden. De cao Metaal & Techniek 2015-2017 gaat niet langer negatief van de wet afwijken. Flexkrachten en andere tijdelijk krachten kunnen conform de Wet Werk en Zekerheid eerder aanspraak maken op een vast contract oftewel een contract voor onbepaalde tijd.

Wat wordt bedoelt met ‘inlener’ in de uitzendbranche?

Het woord ‘inlener’ wordt in de uitzendbranche regelmatig gebruikt. Het woord wordt onder andere gebruikt in termen zoals inlenersbeloning en inlenersaansprakelijkheid. Voordat men de betekenis van deze termen gaat opzoeken is het belangrijk dat men weet wat met de ‘inlener’ of ‘inlenende partij’ wordt bedoelt. De inlener en het uitzendbureau zijn twee partijen die met elkaar tot overeenkomst zijn gekomen over het bemiddelen en te werk stellen van uitzendkrachten of gedetacheerden.

Opdrachtgevers van uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Uitzendbureaus en detacheringsbureaus bemiddelen flexibel personeel. Dit personeel blijft gedurende de uitzendperiode of de detachering in dienst bij het uitzendbureau en detacheringsbureau. Het personeel dat deze bureaus bemiddelen is echter zelden binnen het desbetreffende bureau werkzaam. In plaats daarvan wordt het personeel uitgeleend aan andere bedrijven. Deze bedrijven worden door de uitzendbureaus en detacheringsbureaus benadert met de vraag of ze vacatures hebben voor de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.

Bedrijven kunnen aan uitzendbureaus en detacheringsbureaus een opdracht geven om op zoek te gaan naar tijdelijke krachten voor bepaalde vacatures. Deze tijdelijke krachten worden ook wel flexwerkers genoemd en zijn zeer geschikt om een tijdelijke piek in de productie van opdrachtgevers op te vangen. Het is echter ook mogelijk dat opdrachtgevers voor langere tijd een uitzendkracht of een detacheringskracht zoeken. In dat geval heeft een opdrachtgever vaak de keuze of hij of zij de uitzendkracht voor langere tijd inleent of een werving en selectiebedrag gaat betalen aan het uitzendbureau waarmee de desbetreffende arbeidskracht meteen bij het bedrijf in dienst kan treden. Opdrachtgevers kunnen er ook voor kiezen om zogenoemde headhuntersbureaus in te zetten. Deze bureaus werken over het algemeen op basis van werving en selectie afkoopsommen.

Als een opdrachtgever er voor kiest om uitzendkrachten of detacheringskrachten in te lenen verandert hij van opdrachtgever in inlener. Het bedrijf leent op het moment dat hij of zij de overeenkomst sluit met het uitzendbureaus of detacheringsbureau namelijk de desbetreffende flexwerker in.

Verhouding tussen inlener en uitzendbureau
De verhouding tussen de inlener en het uitzendbureau is bijzonder. Formeel is het uitzendbureau de werkgever maar in de praktijk wordt de flexkracht door de inlener aangestuurd in de uitvoer van de dagelijkse werkzaamheden. De inlener is daarom verantwoordelijk voor de begeleiding en aansturing van de werknemer. Ook een eventueel inwerktraject dient door de inlener te worden uitgevoerd in samenwerking met de desbetreffende flexkracht.

De inlener draagt echter nauwelijks risico’s. Omdat de flexkracht in dienst is bij het uitzendbureau draagt het uitzendbureau het risico met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Uiteraard dient het uitzendbureau hiervoor afdoende verzekerd te zijn. Verder is het uitzendbureau eveneens verantwoordelijk voor de juiste afdrachten en het betalen van het loon.

Inlenersaansprakelijkheid
Het woord inlenersaansprakelijkheid houdt verband met het toezicht en de controle van de inlener met betrekking tot de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden van de werknemer. De inlener is verantwoordelijk voor een veilige werkplek en dient er voor te zorgen dat de werknemer goed wordt geïnstrueerd indien deze in een omgeving gaat werken met specifieke risico’s. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan werken met machines of werken met gevaarlijke stoffen. Bedrijven dienen op de hoogte te zijn van de risico’s die op de werkplek aanwezig zijn. Deze dienen ze volgens de wet schriftelijk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hieruit volgt een plan van aanpak om de risico’s te reduceren of indien mogelijk geheel te verwijderen van de werkplek.

Dat laatste is niet altijd mogelijk. Daarom dienen werknemers op de hoogte te zijn welke risico’s nog aanwezig zijn op de werkplek. Een werkgever (die tevens de inlener is) dient zowel haar eigen personeel als de flexkrachten duidelijk te instrueren over de risico’s en de manier waarop met die risico’s om gegaan dient te worden. Waarschuwingsmarkeringen en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hier een aantal voorbeelden van. Voor het werken met hoogwerkers en heftruck dienen werkgevers (dus ook inleners)  aan te kunnen tonen dat de werknemers voldoende zijn geïnstrueerd. Veel werkgevers kiezen er voor om de werknemers en flexkrachten hiervoor een heftruckcertificaat of een certificaat ‘veilig werken met een hoogwerker’ te laten behalen. Er zijn echter nog veel meer veiligheidscertificaten die door werkgevers/ inleners kunnen worden verstrekt aan werknemers zoals:

  • ‘veilig hijsen’ voor het veilig verplaatsen van lasten.
  • NEN 3140 voor het veilig werken in een omgeving met elektriciteit.
  • VCA voor de veiligheid van de werknemers op bouwplaatsen en andere technische werkplekken.

Technische uitzendbureaus ondersteunen de inleners, waar ze hun uitzendkrachten aan het werk hebben, vaak met het verstrekken van cursussen en opleidingen die de veiligheid op de werkplek vergroten. De uitzendbureaus zijn echter zelf niet verantwoordelijk. Indien een uitzendbureau VCU gecertificeerd is kan van dat bureau wel worden verwacht dat ze een goede controle houdt op het naleven van de veiligheid op de werkplek.

Inlenersbeloning en equal pay
Vanaf 30 maart 2015 is de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van toepassing voor uitzendkrachten die bij een inlener te werk worden gesteld. Voor vakkrachten gold deze regeling al sinds medio 2014. Een vakkracht is iemand die in een cao van de inlener als vakkracht wordt aangemerkt vanwege een bepaald opleidingsniveau of ervaringsniveau. Op 30 maart 2015 dient echter de inlenersbeloning voor elke uitzendkracht te worden ingevoerd. Deze inlenersbeloning wordt ook wel equal pay genoemd. Uitzendbureaus dienen voordat ze de uitzendkracht/ flexwerker uitlenen aan de inlener goed na te gaan onder welke cao de inlener valt.

Daarbij dienen ze de uitzendkracht op een gelijkwaardige manier te belonen als het overige personeel dat rechtstreeks bij de inlener werkzaam is. Hierdoor wordt scheefgroei voorkomen. Equal pay schept zowel verplichtingen aan het uitzendbureau als aan de inlener. Van de inlener wordt namelijk verwacht dat deze zich ook houdt aan de equal pay richtlijnen. Als de inlener misbruik vermoed dient deze dat bij de juiste instanties aan te geven. Bij zeer lage tarieven voor uitzendkrachten en andere flexwerkers dient de inlener dus actie te ondernemen en na te gaan of de inlenersbeloning wel correct is ingevoerd. Een gemakkelijke houding van de inlener wordt in 2015 niet meer getolereerd door de overheid. Uitzendbureaus die zich niet aan de equal pay houden kunnen fixe boetes verwachten en inleners ook. Door equal pay wordt de arbeidsmarkt transparanter en eerlijker aldus de overheid. De inlenersbeloning/ equal pay is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen uitzendbureau en inlener.

Wat benoemt de WAADI over gelijke behandeling en gelijke beloning / equal pay?

In hoofdstuk 3 Ter beschikking stellen van arbeidskrachten van de WAADI staat onder Artikel 8 op welke manier een uitzendkracht beloont dient te worden door het uitzendbureau. De beloning dient te gebeuren op basis van gelijke behandeling. Artikel 8 wordt ook wel loonverhoudingsvoorschrift of loonverhoudingsnorm genoemd.

Artikel 8 gelijke behandeling
In artikel 8 van de WAADI lid 1 is beschreven dat arbeidskrachten die ter beschikking  worden gesteld aan inleners recht hebben op ten minste dezelfde arbeidsvoorwaarden als de werknemers die rechtstreeks in dienst zijn bij het bedrijf. Hierbij worden de arbeidskrachten die ter beschikking worden gesteld vergeleken met werknemers in rechtstreekse dienst in een gelijke of gelijkwaardige functie.

Bij de vergelijking dient de ter beschikking gestelde arbeidskracht minimaal hetzelfde loon te ontvangen als rechtstreeks personeel. Ook overige vergoedingen die tot de beloning van de werknemers behoren dienen hetzelfde te zijn.

Ook op andere gebieden dan beloning dient de ter beschikking gestelde arbeidskracht gelijkwaardig behandelt te worden door het inlenende bedrijf. Hierbij kan gedacht worden aan afspraken met betrekking tot arbeidstijden, rusttijden, overwerk, nachtdiensten en de duur van vakanties. Ook met betrekking tot werken op feestdagen dient een ter beschikking gestelde arbeidskracht gelijkwaardig behandelt te worden. het gaat hierbij om bepalingen met betrekking tot de collectieve arbeidsovereenkomst van het inlenende bedrijf en andere niet wettelijke bepalingen die van toepassing zijn op het personeel dat binnen de inlenende partij werkzaam is.

Equal pay en inlenersbeloning
In de praktijk is volgens de overheid gebleken dat niet in alle situaties waarin personeel ter beschikking werd gesteld correct met de wetgeving omtrent gelijke beloning wordt omgegaan. Daarom heeft de overheid bepaald dat uitzendondernemingen en andere ondernemingen die personeel ter beschikking stellen vanaf 30 maart 2015 de beloningssystematiek van de inlener moeten navolgen. Dit houdt in dat ingeleend personeel voor hetzelfde werk dezelfde beloning moet ontvangen als het personeel dat rechtstreeks bij de desbetreffende organisatie werkt. Dit wordt ook wel inlenersbeloning genoemd. De inlenersbeloning is een onderdeel van het Equal pay beleid van de overheid. De overheid zal ook in 2015 controles uitoefenen of uitzendbureaus het Equal pay beleid naleven.

Wat verstaat men onder equal pay of gelijke beloning?

Equal pay is een term die steeds vaker in het nieuws wordt gehoord. Equal pay is een Engelse uitdrukking die in het Nederlands letterlijk vertaald kan worden met ‘gelijke beloning’. Equal pay heeft te maken met de beloning van werknemers. Werkgevers dienen werknemers die dezelfde werkzaamheden verrichten op hetzelfde niveau en dezelfde verantwoordelijkheden dragen ook gelijk te behandelen. Ook op het gebied van beloning mag een werknemer geen onderscheid maken tussen de achtergrond van de werknemers.

Gelijke beloning voor mannen en vrouwen
Gelijke beloning wordt vaak genoemd in het streven naar het beperken van de verschillen tussen de beloning van mannelijke en vrouwelijke werknemers. Tussen de beloning van mannen en vrouwen kan op de werkvloer een verschil aanwezig zijn. Dit verschil in beloning wordt inzichtelijk wanneer men het gemiddelde uurloon van vrouwen en mannen tegen elkaar afzet. Daarbij dient men rekening te houden met de functies en achtergrondkenmerken van de personen waarvan het salaris wordt vergeleken. De aspecten die beoordeeld dienen te worden zijn dienstjaren, arbeidsduur, opleidingsrichting, opleidingsniveau en werkervaring.

Equal Pay voor flexkrachten en flexpersoneel
De term Equal pay wordt ok gebruikt voor de uitzendbranche. In dit verband bedoelt men met Equal pay de gelijke beloning van een uitzendkracht ten opzichte van het personeel dat vast in dienst is bij de inlener waar de uitzendkracht wordt ingezet. Dit wordt ook wel de inlenersbeloning bedoelt. Uitzendbureaus moeten vanaf 30 maart 2015 de inlenersbeloning hanteren voor  uitzendkrachten die ze aan het werk helpen. Dit houdt in dat uitzendbureaus de beloningssystematiek moeten overnemen van het bedrijf waar de uitzendkrachten of andere flexkrachten te werk worden gesteld. Daarvoor moet het uitzendbureau informatie inwinnen bij het bedrijf waar het flexpersoneel aan de slag gaat. De volgende componenten worden in de inlenersbeloning meegenomen:

  • Het bruto loon van de werknemer in een gelijkwaardige functie met dezelfde opleidingsachtergrond en werkervaring.
  • Arbeidsduurbepalingen zoals ADV.
  • Toeslagen die van toepassing zijn in de desbetreffende functie. Zoals toeslagen voor overwerk.
  • Periodieken, hoogte en tijdstip als bij de inlener bepaald.
  • Initiële loonsverhogingen moeten voor de flexkracht op het gebied van de hoogte en het tijdstip gelijkwaardig zijn met het personeel dat rechtstreeks in dienst is bij het bedrijf.
  • Kostenvergoedingen zoals reiskosten, pensioenkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie moeten eveneens gelijkwaardig worden vergoed of afgedragen.

Wat is Equal Pay en vanaf welke datum moeten bedrijven zich hier aan houden?

Op 30 maart 2015 hebben nagenoeg alle uitzendkrachten recht op Equal Pay (inlenersbeloning). Dit betekent dat uitzendkrachten vanaf de eerste werkdag recht hebben op dezelfde beloning als de medewerkers die rechtsreeks in dienst zijn bij een bedrijf dat uitzendkrachten inleend. Dat zijn de bonden en de ABU overeengekomen in hun principeakkoord op 30 september jl. Dit betekent dat uitzendkrachten vanaf de eerste werkdag recht hebben op dezelfde beloning als de medewerkers die rechtsreeks in dienst zijn bij de inlener.

Bij Equal Pay is in feite de inlenersbeloning. De inlenersbeloning is van toepassing op een aantal onderdelen van de beloning van de werknemer. Deze onderdelen van de beloning staan hieronder:

  • Het bruto loon.
  • ADV en andere arbeidsduurbepalingen voor zover deze van rechtstreekse invloed zijn op de hoogte vastgestelde loon.
  • Toeslagen voor overwerk, verschoven uren, onregelmatigheid (waaronder feestdagentoeslag) en ploegentoeslag.
  • Initiële loonsverhoging (hoogte en tijdstip).
  • Kostenvergoedingen zoals reiskosten, pensioenkosten en andere kosten noodzakelijk vanwege de uitoefening van de functie.
  • Periodieken, hoogte en tijdstip als bij de inlener bepaald.

Naast Equal Pay zijn er binnen het principeakkoord de volgende afspraken gemaakt:

  • Geen Equal Pay voor doelgroepen (maximaal 1, en onder voorwaarden 2 jaar). Dit geldt o.a. voor langdurig werklozen, re-integratiegroepen, doelgroep participatiewet, schoolverlaters, vakantiekrachten en herintreders.
  • Geen Equal Pay voor uitzendkrachten die binnen een Fase C overeenkomst in dienst zijn van het uitzendbureau.
  • Uitbreiding van fase B, per 1 juli 2015, van 8 contracten in 2 jaar naar 6 contracten in 4 jaar. De overgangsregeling is nog niet bekend.
  • Per 1 juli 2015 beperking in het gebruik van repeterende korte contracten (dag- en weekcontracten) met o.a. uitzondering voor scholieren, studenten en vakantiekrachten.
  • Per 29 december 2014 geldt (week 1) een ABU cao loonsverhoging op alleen de feitelijke lonen van 1,8%.

Wat betekent dit voor de werkgevers die uitzendkrachten inlenen?

De beloningssystematiek zoals inleners deze kennen vanuit de cao voor Uitzendkrachten komt te vervallen, tenzij de werkgever flexmedewerkers aan het werk heeft die onder bovenstaande doelgroepen vallen (instroomtabel) of flexmedewerkers met een contract voor onbepaalde tijd (Fase C) te werk worden gesteld.

Wat is het verschil tussen uitzenden en detacheren?

In Nederland kun je als flexibele arbeidskracht door verschillende arbeidsbemiddelingsbureaus aan een baan worden geholpen. Er zijn verschillende vormen van flexibele arbeid waarvan uitzenden en detacheren wel de meest bekende varianten zijn. Hieronder is bondig beschreven wat uitzenden en detacheren is en wat de verschillen tussen deze vormen van flexibele arbeid zijn.

Wat is uitzenden?
Een flexibele arbeidskracht die op uitzendbasis aan het werk gaat wordt ook wel een uitzendkracht genoemd. Deze medewerker werkt op basis van een uitzendcontract. Dit is een overeenkomst die niet verward moet worden met een contract voor bepaalde tijd of contract voor onbepaalde tijd. Een uitzendcontract wordt daarom ook wel uitzendovereenkomst genoemd of een overeenkomst op basis van het uitzendbeding. Een uitzendkracht doet over het algemeen tijdelijk werk bij een bedrijf terwijl hij of zij feitelijk in dienst is van het uitzendbureau. Uitzenden op basis van uitzendbeding houdt in dat de overeenkomst met het uitzendbureau wordt beëindigd zodra de werkzaamheden stoppen. Over het algemeen wordt bij langdurig uitzenden welk een opzegtermijn gehanteerd maar dit is niet altijd verplicht.

Uitzendwerk hoeft niet altijd voor korte duur te zijn. Sommige bedrijven hebben uitzendkrachten voor lange periodes nodig. De uitzendkracht zal in zijn of haar uitzendperiode steeds meer rechten opbouwen. Na 78 gewerkte weken bij één uitzendbureau te hebben gewerkt komt de uitzendkracht in fase B. Dit houdt in dat de uitzendkracht een bepaalde tijdscontract moet krijgen indien zijn of haar dienstverband wordt voortgezet en niet wordt onderbroken door een periode van 26 weken of langer. In fase B heeft een uitzendkracht meer binding met het uitzendbureau en heeft de uitzendkracht een contract voor bepaalde of onbepaalde tijd.

Wat is detacheren?
Een uitzendbureau of detacheringsbureau is verplicht om medewerkers in fase B en C van de ABU cao een detacheringscontract te bieden. De fase B en C van ABU cao zijn vergelijkbaar met de fase 3 en 4 van de NBBU cao. Ondanks dat kan een uitzendbureau of detacheringsbureau er voor kiezen om flexibele arbeidskrachten in fase A of fase 1 een contract te bieden. In dat geval is een uitzendkracht in feite een gedetacheerde kracht met een contract zonder uitzendbeding. Einde opdracht houdt dan niet automatisch einde dienstverband in. Een gedetacheerde flexibele arbeidskracht heeft meer zekerheid dan een uitzendkracht die op basis van fase A tewerk wordt gesteld. Een gedetacheerde arbeidskracht heeft namelijk een arbeidsrelatie met het detacheringsbureau voor de duur van het detacheringscontract. Een detacheringscontract kan voor bepaalde tijd zijn of voor onbepaalde tijd. Detacheringspersoneel kan via het detacheringsbureau bij verschillende opdrachtgevers worden gedetacheerd gedurende de termijn van het contract.

Wat zijn de verschillen tussen uitzenden en detacheren?
Hierboven staan de kenmerken of eigenschappen van uitzenden en detacheren. Hieruit komt naar voren dat het verschil tussen uitzenden en detacheren vooral de aard van het dienstverband is dat de flexibele medewerker heeft bij het uitzendbureau of detacheringsbureau. Een gedetacheerde arbeidskracht heeft over het algemeen meer zekerheid over de duur van zijn of haar dienstverband bij het detacheringsbureau. Dit komt omdat gedetacheerd personeel een contract heeft voor een bepaalde tijd of onbepaalde tijd. Dit contract blijf bestaan ook wanneer de duur van de werkzaamheden bij een opdrachtgever korter is dan de contractduur die is overeengekomen met het detacheringsbureau. Een detacheringsbureau is verplicht om salaris door te betalen aan haar detacheringskrachten ook wanneer er geen opdrachtgevers zijn waar deze krachten tewerk gesteld kunnen worden. Dit brengt financiële risico’s met zich mee. Deze financiële risico’s dekt het detacheringsbureau af in het tarief dat dit bureau doorberekend aan haar klanten.

Detacheringpersoneel wordt over het algemeen voor langere projecten ingezet dan projecten waar uitzendkracht tewerk worden gesteld. Detacheringsprojecten duren over het algemeen een half jaar of langer. Omdat detacheringspersoneel over het algemeen langdurig voor een detacheringsbureau werkt wordt er in detacheringspersoneel verhoudingsgewijs veel geïnvesteerd. Hierbij kan gedacht worden aan leaseauto’s, trainingen en opleidingen. De arbeidsvoorwaarden voor detacheringpersoneel zijn over het algemeen gunstiger dan de arbeidsvoorwaarden voor uitzendkrachten. Detacheringsbureaus zijn overigens niet de enige bureaus die detacheren, ook uitzendbureaus en bedrijven kunnen detacheren.

Wat is detachering en wat doet een detacheringsbureau?

Er zijn in Nederland verschillende vormen van flexibele arbeid. Bedrijven kunnen er onder andere voor kiezen om uitzendkrachten in te lenen. Het is echter ook mogelijk om gedetacheerd personeel in te zetten. Uitzendbureaus en detacheringsbureaus zijn niet precies hetzelfde. Een detacheringsbureau heeft al haar gedetacheerden op contract. Een uitzendbureau heeft een groot deel van haar personeelsbestand in fase A zonder contract. Uitzendkrachten die in fase A zitten en geen contract hebben vallen onder het uitzendbeding. Deze uitzendkrachten hebben geen contract met het uitzendbureau, wanneer de werkzaamheden bij de opdrachtgever stoppen heeft het uitzendbureau daarom geen doorbetaalverplichting.

Contracten bij detacheringsbureau
Een detacheringsbureau heeft haar detacheringspersoneel echter wel op contract. Dit zorgt er voor dat het detacheringsbureau voortdurend nieuwe opdrachten voor haar personeel moet zoeken. Als detacheringspersoneel geen opdrachten hebben, maar nog wel over een lopend contract bij de detacheerder beschikken, dan is de detacheerder verplicht om loon door te betalen gedurende de duur van het contract. Dit wordt ook wel leegloop genoemd.

Veiligheid en gezondheid flexpersoneel
Uitzendbureaus die medewerkers in fase B of fase C hebben, kunnen met deze zelfde situatie in aanraking komen. Uitzendkrachten in fase B of fase C zijn in feite detacheringspersoneel. Met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van flexibel personeel is er wel een verschil tussen uitzendbureaus en detacheringsbureaus. Uitzendbureaus leggen veel verantwoordelijkheden met betrekking tot de veiligheid en de gezondheid van hun flexpersoneel bij de opdrachtgevers. Uitzendbureaus die flexkrachten uitzenden in de bouw of techniek dienen hiervoor een VCU certificaat te behalen. VCU staat voor ‘Veiligheids Checklist Uitzendorganisaties’.

Wat doet een detacheringsbureau?
Een detacheringsbureau leent personeel uit aan een opdrachtgever. Zowel het detacheringsbureau als de opdrachtgever zijn verantwoordelijk voor de veiligheid van de gedetacheerden. Beide organisaties moeten hun verantwoordelijkheden en taken goed op orde hebben. Deze aspecten zijn vastgelegd in VCA, ‘Veiligheid, gezondheid en milieu Checklist Aannemers’ (VCA).

Een detacheringsbureau schrijft mensen in en beoordeeld deze mensen op hun geschiktheid voor het marktsegment waar het detacheringsbureau op gericht is. Meestal trekken detacheringsbureaus meerdere referenties na van de mensen die zich bij hun laten inschrijven. Een detacheringsbureau wil namelijk goed weten of de kandidaten betrouwbaar zijn en goede kwaliteit leveren. Verder is het belangrijk dat een detacheringsbureau een aantal opdrachten heeft van opdrachtgevers waar ze mensen voor zoeken. Hierdoor kan nieuw detacheringspersoneel spoedig op gesprek bij opdrachtgevers.

De opdrachtgevers beoordelen of de kandidaten die door het detacheringsbureau worden aangeleverd van voldoende kwaliteit zijn om de opdrachten uit te voeren. Pas als dat het geval is kan een gedetacheerde een contract tekenen bij een detacheringsbureau. Het is echter ook mogelijk dat het detacheringsbureau van te voren een contract tekent met een kandidaat. Een detacheringsbureau zal er voortdurend voor moeten zorgen dat haar detacheringspersoneel een plek heeft bij opdrachtgevers. Leegloop is een groot financieel risico. Dit risico wordt meestal afgedekt met hoge omrekeningsfactoren en kostprijsfactoren. Daarom is de uurprijs van gedetacheerden meestal hoger dan de prijs van uitzendkrachten die onder het uitzendbeding vallen.