Wat is SNA certificering en SNA-keurmerk?

SNA staat voor Stichting Normering Arbeid en brengt het SNA keurmerk uit aan ondernemingen die aan de eisen van het SNA-schema en de bijbehorende normeringen voldoen. De stichting is ontstaan op basis van de wens van de overheid om de zelfregulering in de uitzendsector doormiddel van een transparant systeem te bevorderen. Het gevolg was het invoeren van het SNA-keurmerk en bijbehorende normen voor bedrijven die personeel ter beschikking stellen of werk aannemen.

NEN 4400 norm
De NEN 4400 norm is gericht op uitleners en onderaannemers. Hieronder valt een specifieke norm die ontwikkeld is voor Nederlandse ondernemingen, deze ondernemingen vallen namelijk onder de NEN 4400-1 norm. Buitenlandse ondernemingen die op de Nederlandse markt actief zijn moeten voldoen aan de NEN 4400-2 norm. Deze normen zijn zoals eerder benoemd voor ondernemingen die personeel ter beschikking stellen of werk aannemen. Dit zijn bijvoorbeeld uitzendbureaus, detacheringsbureaus en andere intermediairs die personeel bemiddelen.

Bedrijven die onder de hiervoor genoemde normering vallen kunnen in het register van SNA worden opgenomen. Ze worden daarvoor periodiek gecontroleerd of ze aan de nomen voldoen. Een opname in het SNA register is alleen mogelijk wanneer bedrijven daadwerkelijk de eisen en de richtlijnen in de normering naleven.

Waarom is het SNA keurmerk interessant voor inleners?
De uitzendbranche is een sector waar de overheid de afgelopen jaren moeilijk grip op heeft gekregen. Er ontstonden verschillende misstanden op de arbeidsmarkt. Hierbij kan men denken aan uitbuiting van buitenlandse arbeidskrachten uit bijvoorbeeld Midden- en Oost- Europese landen. Het kwam en komt nog regelmatig voor dat uitzendbureaus arbeidskrachten uit deze MOE-landen geen marktconform salaris bieden. Ook de afdrachten die uitzendbureaus verplicht moeten betalen aan de overheid blijken in de praktijk niet altijd door uitzendbureaus te worden gedaan.

De roep om zelfregulering in de uitzendsector werd luider. Zelfregulering is echter niet eenvoudig en moet aan duidelijke kaders worden gebonden. Doormiddel van een duidelijk normering en certificering kan inzichtelijk worden gemaakt welke bedrijven aan de gestelde eisen voldoen. Daarvoor is het SNA keurmerk en het SNA register een duidelijke indicatie voor de spelers op de flexibele arbeidsmarkt. Het SNA-keurmerk zorgt voor transparantie op de uitzendmarkt. Inleners die uitzendkrachten in willen zetten kunnen aan het SNA-keurmerk zien of ze met een bonafide uitzendbureau zaken doen.

Inleners lopen namelijk risico als ze met malafide uitzendbureaus zaken doen. Als opdrachtgevers personeel inlenen van uitzendbureaus en onderaannemers die niet aan hun wettelijke verplichtingen voldoen op basis van hun afdrachten kunnen ze ook als opdrachtgever of (hoofd)aannemer aansprakelijk worden gesteld. Dit wordt ook wel de aansprakelijkheid van de inlener genoemd oftewel de inlenersaansprakelijkheid. Bedrijven die in bezit zijn van het SNA-keurmerk worden echter periodiek gecontroleerd op hun verplichtingen. Door deze controles hebben de inleners een duidelijke indicatie van de kwaliteit en betrouwbaarheid van hun toeleverancier op het gebied van personeel.

Waarom is het SNA keurmerk interessant voor uitzendbureaus?
Voor uitzendbureaus is het uiteraard van groot belang om in het SNA register te worden opgenomen. Het is namelijk een belangrijk middel om de kwaliteit en betrouwbaarheid aan (potentiële) opdrachtgevers te tonen. Daardoor kunnen deze uitzendbureaus in hun contact met opdrachtgevers inzichtelijk maken dat het inlenen van uitzendkrachten veilig en vertrouwd kan gebeuren en dat het uitzendbureau haar verplichtingen nakomt. Uitzendbureaus die in het SNA register staan hebben een voordeel ten opzichte van uitzendbureaus die (nog) niet geregistreerd staan in dit register.

Vrijwaring van inlenersaansprakelijkheid
De inleneraansprakelijkheid kan grote financiële gevolgen hebben voor opdrachtgevers die uitzendkrachten en andere personeelsleden inlenen van andere partijen. De meeste opdrachtgevers moeten er niet aan denken om naast het inleentarief te worden geconfronteerd met het betalen van alle financiële afdrachten die hun toeleverancier heeft verzuimd te betalen voor het flexpersoneel.

De inlener wil daarom de zekerheid hebben dat het uitzendbureau of de onderaannemer te vertrouwen is. Het SNA-keurmerk biedt op dit gebied gelukkig een uitkomst. Sinds 1 juli 2012 is er namelijk een fiscale vrijwaring met betrekking de inlenersaansprakelijkheid. Inleners die personeel inlenen van uitzendbureaus met het SNA-keurmerk kunnen gevrijwaard worden van eventuele aansprakelijkheidsstelling door de Belastingdienst met betrekking tot eventuele niet betaalde loonheffingen en niet betaalde omzetbelasting door de uitlener. Daarvoor zijn echter wel duidelijk omschreven voorwaarden opgesteld. De voorwaarden voor vrijwaring van de inlenersaansprakelijkheid kan men lezen in de ‘wijziging leidraad invordering 2008’ van 27 juni 2012.

Controle op basis van het SNA-keurmerk
Nederlandse ondernemingen worden voor het SNA-keurmerk gecontroleerd op basis van de NEN 4400-1 norm. Deze stelt eisen aan de volgende aspecten van de bedrijfsvoering van uitzendondernemingen:

  • Personeelsadministratie. Daarbij wordt ook gekeken naar het uitvoeren van identiteitscontrole. Ook wordt beoordeeld of door het uitzendbureau controle wordt gedaan op het gebied van het al dan niet gerechtigd zijn van de uitzendkracht tot het verrichten van arbeid in Nederland.
  • Loonadministratie en afdrachten. Hierbij wordt ook gekeken naar de Wet minimumloon en minimum vakantiebijslag;
  • Financiële administratie onder andere afdracht omzetbelasting.
  • Sectorspecifieke CAO-naleving (inlenersbeloning).
  • Specifieke situaties zoals het inlenen en doorlenen zzp-ers. Het uitzendbureaus moet hierbij nauwkeurig te werk gaan en aansprakelijkstelling en boetes die kunnen voortvloeien uit het inlenen en doorlenen of uitbesteden van werk voorkomen door aan de wettelijke verplichtingen op dit gebied te voldoen.

Het spreekt voor zich dat het uitzendbureau op basis van de hierboven genoemde controlepunten een zorgvuldige administratie moet onderhouden die goed gecontroleerd kan worden bij de SNA accreditatie. De benodigde documenten waarmee het naleven van de verplichtingen op het gebied van loonafdrachten, afdracht omzetbelasting, identiteitscontrole en inlenersbeloning kunnen worden ‘bewezen’ zullen door het uitzendbureau goed moeten worden geadministreerd. Voor het SNA-keurmerk worden (uitzend)ondernemingen beoordeeld op het nakomen van hun verplichtingen uit arbeid. Daarbij wordt ook de uitzendonderneming geïdentificeerd en beschreven. Als het uitzendbureau voldoet aan de NEN 4400-1 norm wordt het uitzendbureau genoteerd in het SNA-register.

Wat ketenaansprakelijkheid?

Ketenaansprakelijkheid is een vorm van aansprakelijkheid die bij de wet geregeld is. De Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) is een onderdeel van de invorderingswet 1990. De WKA is ingevoerd om de hoofdaannemers aansprakelijk te stellen als de onderaannemers de loonbelasting of premies niet betalen. Deze niet betaalde loonbelasting of premies worden in dat geval verhaald op de partij die de inleenkrachten heeft ingehuurd.

Waarom is de ketenaansprakelijkheid ingevoerd?
De ketenaansprakelijkheid is door de overheid ingevoerd omdat het in de praktijk nog wel eens voor kwam dat een onderaannemer failliet ging en daardoor de sociale verzekeringspremies en de belastingen niet betaalde. De belastingdienst liep hierdoor geld mis en wilde dit geld verhalen op de aannemers. De ketenaansprakelijkheid werd ingevoerd door de invorderingswet. Daardoor kon de belastingdienst alsnog het geld claimen bij de aannemer.

Waarom de naam ketenaansprakelijkheid?
De naam ketenaansprakelijkheid is bewust gekozen voor deze wettelijke vorm van aansprakelijkheid. Er kan namelijk in de praktijk doormiddel van inlenen en doorlenen een ketting of keten ontstaan. Een bouwbedrijf kan bijvoorbeeld een installatiebedrijf inhuren voor het installatiewerk dat op het bouwproject gedaan moet worden.

Het installatiebedrijf kan echter ook installatiemonteurs van een uitzendbureau inlenen. In dit geval zijn de uitzendkrachten in feite twee keer ingeleend namelijk door het installatiebedrijf en door de hoofdaannemer van het bouwproject. Zo ontstaat een keten in de verantwoordelijkheid voor de afdracht van premies en belastingen. Uiteindelijk is de hoofdaannemer aansprakelijk voor al deze onderaannemers. De inlenende partij moet er daarom alles aan doen om er voor te zorgen dat hij zaken doet met betrouwbare onderaannemers. Als de hoofdaannemer dit niet doet gaat hij een behoorlijk groot financieel en juridisch risico aan.

Wat is inlenersaansprakelijkheid?

Inlenersaansprakelijkheid is een wettelijke regeling die bepaald dat een inlenende partij verantwoordelijk gehouden kan worden voor het in gebreke blijven van een uitlener bij het uitbetalen van loonbelasting of premies. Even een voorbeeld om dit te illustreren:

Een bouwbedrijf leent van een uitzendbureau tien uitzendkrachten in. Het uitzendbureau blijft in deze situatie de feitelijke werkgever en is verantwoordelijk voor het betalen van loonbelasting of premies over deze uitzendkrachten. Als het uitzendbureau hierbij in gebreke blijft dan kan ook de inlenende partij, in dit geval het bouwbedrijf, hiervoor aansprakelijk worden gesteld. Dit houdt in dat het bouwbedrijf door de wet verplicht kan worden om deze premies en loonbelasting alsnog te voldoen.

Ketenaansprakelijkheid
De inlenersaansprakelijkheid is een Ketenaansprakelijkheid. Hierbij wordt de aansprakelijkheid in een keten doorgegeven van onderaannemer op de hoofdaannemer. In het geval van de inlenersaansprakelijkheid gaat het om de niet betaalde loonbelasting of premies te verhalen op de inlenende partij. De inlenersaansprakelijkheid is een onderdeel van de invorderingswet 1990.

Invorderingswet 1990
Deze wet is ingevoerd op 30 mei 1990 door de overheid omdat de belastingdienst in een aantal gevallen de premies en belastingen niet ontving van bedrijven. Dit kwam bijvoorbeeld omdat de onderaannemers of de uitlenende partijen zoals uitzendbureaus failliet gingen of om andere redenen hun verplichtingen niet nakwamen. De invorderingswet 1990 is overigens niet alleen gericht op de inlenersaansprakelijkheid.  Met de invorderingswet 1990 zijn de invordering van alle rijksbelastingen, met uitzondering van invoerrechten en accijnzen, geregeld.

Beperken risico inlenersaansprakelijkheid
De inlener draagt financiële risico’s door de inlenersaansprakelijkheid. Ondernemers willen over het algemeen risico’s beperken en dat is ook mogelijk in dit geval. Een opdrachtgever of aannemer kan een verklaring inzake betalingsgedrag verlangen van een uitlener (uitzendbureau onderaannemer).

Daarnaast kan een opdrachtgever ook een deel van het factuurbedrag voor de uitlener storten op een zogenoemde g-rekening. Hierop kan alleen het bedrag worden gestort dat bestemd is voor loonheffingen en omzetbelasting storten. De uitlener kan zelf niet aan het bedrag op de g-rekening komen omdat een g-rekening een geblokkeerde rekening is. De bedragen die op de g-rekening staan worden rechtstreeks aan de belastingdienst betaald. Er is hier wel een uitzondering op.

Als de uitlener de arbeidskrachten ook heeft ingeleend van een andere partij (andere uitlener) dan kan het bedrag op de g-rekening over worden gemaakt aan die uitlener. Zo verschuift het bedrag op de g-rekening naar een andere g-rekening om uiteindelijk te worden betaald aan de belastingdienst. Dit inlenen en doorlenen zorgt voor een zogenoemde keten. De aansprakelijkheid verschuift in deze keten door naarmate er meer ‘schakels’ worden toegevoegd. Daarom heeft men het ook wel over ketenaansprakelijkheid.

Wat is de inlenersaansprakelijkheidsregeling?

Bij de inlenersaansprakelijkheidsregeling is er sprake van drie partijen: de inlener, de uitlener en de inleenkracht. De inlener is een opdrachtgever die een werknemer van de uitlener inhuurt. Deze uitlener is bijvoorbeeld een uitzendbureau. Een inleenkracht kan een uitzendkracht zijn of een gedetacheerde. De overheid wil voorkomen dat uitleners zoals uitzendbureaus de afdracht van loonheffingen en omzetbelasting misbruiken of onjuist navolgen.

De overheid wil de uitlener dwingen om deze loonheffing en omzetbelasting af te dragen. Daarbij kijkt de overheid niet alleen naar de uitlener ook de inlener wordt aansprakelijk gehouden voor het onjuist naleven van de afdrachten van de uitlener. Dit noemt men ook wel de inlenersaansprakelijkheidsregeling.

De inlener aansprakelijk stellen
Doormiddel van de inlenersaansprakelijkheidsregeling wordt ook de inlener van inleenkrachten aansprakelijk gesteld voor de loonheffingen en omzetbelasting wanneer de uitlener van de werknemers deze heffingen niet betaalt of niet afdraagt. Door de inlenersaansprakelijkheidsregeling wordt ook de doorlener van arbeidskrachten aansprakelijk gesteld als de uitlener in gebreke blijft met het betalen van de loonheffingen en omzetbelasting.

Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA)
De Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA) is een wet die vorm geeft aan de inlenersaansprakelijkheid. In deze wet is vastgelegd dat een hoofdaannemer verantwoordelijk kan worden gesteld als een onderaannemer geen loonbelasting of geen premie volksverzekering en geen werknemersverzekering afdraagt.

In de naam “Wet Keten Aansprakelijkheid (WKA)” wordt duidelijk het woord ‘keten’ benoemd. Daarmee bedoelt men dat de aansprakelijkheid ook het geval is wanneer er een keten van een aantal aannemers wordt gevormd. Elke aannemer die gebruik maakt van ingeleend personeel draagt verantwoordelijkheid voor alle onderliggende ketenen. Het is echter mogelijk om de risico’s van de inlenersaansprakelijkheid te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door een verklaring betalingsgedrag en een zogenoemde g-rekening.

Verklaring betalingsgedrag
Zowel de inlener als de doorlener hebben de mogelijkheid om het risico van hun aansprakelijkheid te beperken. Dit kan bijvoorbeeld door een verklaring inzake betalingsgedrag van hun uitlener te vragen en daarnaast te voldoen aan hun administratieve verplichtingen.

G-rekening
Naast de verklaring betalingsgedrag bestaat er verder bij sommige uitleners en onderaannemers de mogelijkheid om een zogenoemde g-rekening te gebruiken. Een g-rekening is een geblokkeerde rekening en wordt gebruikt door inleners en uitleners van arbeidskrachten en aannemers en onderaannemers.

Op deze geblokkeerde rekening wordt het deel van het factuurbedrag dat is bestemd voor de loonheffingen en omzetbelasting gestort door de opdrachtgever of inlener. Daardoor kan de inlener de financiële gevolgen van een aansprakelijkstelling beperken.

Geld op de g-rekening
De g-rekening staat echter niet op naam van de opdrachtgever of inlener. De inlener of aannemer stort alleen het deel van de aanneemsom dat bestemd is voor loonheffingen en omzetbelasting op de g-rekening. De onderaannemer of uitlener kan vanaf de g-rekening  alleen geld overmaken naar de belastingdienst om de loonheffing te betalen van de uitgeleende krachten. Hierop kan een uitzondering plaatsvinden wanneer de onderaannemer of uitlener zelf het desbetreffende personeel ook via een andere uitlener inhuurt. Dan ontstaat er een zogenoemde keten met een ketenaansprakelijkheid. In dat geval mag de onderaannemer het bedrag van de g-rekening overmaken naar de g-rekening van de derde partij waar het personeel van wordt ingeleend.

Wat wordt bedoelt met ‘inlener’ in de uitzendbranche?

Het woord ‘inlener’ wordt in de uitzendbranche regelmatig gebruikt. Het woord wordt onder andere gebruikt in termen zoals inlenersbeloning en inlenersaansprakelijkheid. Voordat men de betekenis van deze termen gaat opzoeken is het belangrijk dat men weet wat met de ‘inlener’ of ‘inlenende partij’ wordt bedoelt. De inlener en het uitzendbureau zijn twee partijen die met elkaar tot overeenkomst zijn gekomen over het bemiddelen en te werk stellen van uitzendkrachten of gedetacheerden.

Opdrachtgevers van uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Uitzendbureaus en detacheringsbureaus bemiddelen flexibel personeel. Dit personeel blijft gedurende de uitzendperiode of de detachering in dienst bij het uitzendbureau en detacheringsbureau. Het personeel dat deze bureaus bemiddelen is echter zelden binnen het desbetreffende bureau werkzaam. In plaats daarvan wordt het personeel uitgeleend aan andere bedrijven. Deze bedrijven worden door de uitzendbureaus en detacheringsbureaus benadert met de vraag of ze vacatures hebben voor de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.

Bedrijven kunnen aan uitzendbureaus en detacheringsbureaus een opdracht geven om op zoek te gaan naar tijdelijke krachten voor bepaalde vacatures. Deze tijdelijke krachten worden ook wel flexwerkers genoemd en zijn zeer geschikt om een tijdelijke piek in de productie van opdrachtgevers op te vangen. Het is echter ook mogelijk dat opdrachtgevers voor langere tijd een uitzendkracht of een detacheringskracht zoeken. In dat geval heeft een opdrachtgever vaak de keuze of hij of zij de uitzendkracht voor langere tijd inleent of een werving en selectiebedrag gaat betalen aan het uitzendbureau waarmee de desbetreffende arbeidskracht meteen bij het bedrijf in dienst kan treden. Opdrachtgevers kunnen er ook voor kiezen om zogenoemde headhuntersbureaus in te zetten. Deze bureaus werken over het algemeen op basis van werving en selectie afkoopsommen.

Als een opdrachtgever er voor kiest om uitzendkrachten of detacheringskrachten in te lenen verandert hij van opdrachtgever in inlener. Het bedrijf leent op het moment dat hij of zij de overeenkomst sluit met het uitzendbureaus of detacheringsbureau namelijk de desbetreffende flexwerker in.

Verhouding tussen inlener en uitzendbureau
De verhouding tussen de inlener en het uitzendbureau is bijzonder. Formeel is het uitzendbureau de werkgever maar in de praktijk wordt de flexkracht door de inlener aangestuurd in de uitvoer van de dagelijkse werkzaamheden. De inlener is daarom verantwoordelijk voor de begeleiding en aansturing van de werknemer. Ook een eventueel inwerktraject dient door de inlener te worden uitgevoerd in samenwerking met de desbetreffende flexkracht.

De inlener draagt echter nauwelijks risico’s. Omdat de flexkracht in dienst is bij het uitzendbureau draagt het uitzendbureau het risico met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Uiteraard dient het uitzendbureau hiervoor afdoende verzekerd te zijn. Verder is het uitzendbureau eveneens verantwoordelijk voor de juiste afdrachten en het betalen van het loon.

Inlenersaansprakelijkheid
Het woord inlenersaansprakelijkheid houdt verband met het toezicht en de controle van de inlener met betrekking tot de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden van de werknemer. De inlener is verantwoordelijk voor een veilige werkplek en dient er voor te zorgen dat de werknemer goed wordt geïnstrueerd indien deze in een omgeving gaat werken met specifieke risico’s. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan werken met machines of werken met gevaarlijke stoffen. Bedrijven dienen op de hoogte te zijn van de risico’s die op de werkplek aanwezig zijn. Deze dienen ze volgens de wet schriftelijk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hieruit volgt een plan van aanpak om de risico’s te reduceren of indien mogelijk geheel te verwijderen van de werkplek.

Dat laatste is niet altijd mogelijk. Daarom dienen werknemers op de hoogte te zijn welke risico’s nog aanwezig zijn op de werkplek. Een werkgever (die tevens de inlener is) dient zowel haar eigen personeel als de flexkrachten duidelijk te instrueren over de risico’s en de manier waarop met die risico’s om gegaan dient te worden. Waarschuwingsmarkeringen en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hier een aantal voorbeelden van. Voor het werken met hoogwerkers en heftruck dienen werkgevers (dus ook inleners)  aan te kunnen tonen dat de werknemers voldoende zijn geïnstrueerd. Veel werkgevers kiezen er voor om de werknemers en flexkrachten hiervoor een heftruckcertificaat of een certificaat ‘veilig werken met een hoogwerker’ te laten behalen. Er zijn echter nog veel meer veiligheidscertificaten die door werkgevers/ inleners kunnen worden verstrekt aan werknemers zoals:

  • ‘veilig hijsen’ voor het veilig verplaatsen van lasten.
  • NEN 3140 voor het veilig werken in een omgeving met elektriciteit.
  • VCA voor de veiligheid van de werknemers op bouwplaatsen en andere technische werkplekken.

Technische uitzendbureaus ondersteunen de inleners, waar ze hun uitzendkrachten aan het werk hebben, vaak met het verstrekken van cursussen en opleidingen die de veiligheid op de werkplek vergroten. De uitzendbureaus zijn echter zelf niet verantwoordelijk. Indien een uitzendbureau VCU gecertificeerd is kan van dat bureau wel worden verwacht dat ze een goede controle houdt op het naleven van de veiligheid op de werkplek.

Inlenersbeloning en equal pay
Vanaf 30 maart 2015 is de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van toepassing voor uitzendkrachten die bij een inlener te werk worden gesteld. Voor vakkrachten gold deze regeling al sinds medio 2014. Een vakkracht is iemand die in een cao van de inlener als vakkracht wordt aangemerkt vanwege een bepaald opleidingsniveau of ervaringsniveau. Op 30 maart 2015 dient echter de inlenersbeloning voor elke uitzendkracht te worden ingevoerd. Deze inlenersbeloning wordt ook wel equal pay genoemd. Uitzendbureaus dienen voordat ze de uitzendkracht/ flexwerker uitlenen aan de inlener goed na te gaan onder welke cao de inlener valt.

Daarbij dienen ze de uitzendkracht op een gelijkwaardige manier te belonen als het overige personeel dat rechtstreeks bij de inlener werkzaam is. Hierdoor wordt scheefgroei voorkomen. Equal pay schept zowel verplichtingen aan het uitzendbureau als aan de inlener. Van de inlener wordt namelijk verwacht dat deze zich ook houdt aan de equal pay richtlijnen. Als de inlener misbruik vermoed dient deze dat bij de juiste instanties aan te geven. Bij zeer lage tarieven voor uitzendkrachten en andere flexwerkers dient de inlener dus actie te ondernemen en na te gaan of de inlenersbeloning wel correct is ingevoerd. Een gemakkelijke houding van de inlener wordt in 2015 niet meer getolereerd door de overheid. Uitzendbureaus die zich niet aan de equal pay houden kunnen fixe boetes verwachten en inleners ook. Door equal pay wordt de arbeidsmarkt transparanter en eerlijker aldus de overheid. De inlenersbeloning/ equal pay is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen uitzendbureau en inlener.