Wat wordt bedoelt met ‘inlener’ in de uitzendbranche?

Het woord ‘inlener’ wordt in de uitzendbranche regelmatig gebruikt. Het woord wordt onder andere gebruikt in termen zoals inlenersbeloning en inlenersaansprakelijkheid. Voordat men de betekenis van deze termen gaat opzoeken is het belangrijk dat men weet wat met de ‘inlener’ of ‘inlenende partij’ wordt bedoelt. De inlener en het uitzendbureau zijn twee partijen die met elkaar tot overeenkomst zijn gekomen over het bemiddelen en te werk stellen van uitzendkrachten of gedetacheerden.

Opdrachtgevers van uitzendbureaus en detacheringsbureaus
Uitzendbureaus en detacheringsbureaus bemiddelen flexibel personeel. Dit personeel blijft gedurende de uitzendperiode of de detachering in dienst bij het uitzendbureau en detacheringsbureau. Het personeel dat deze bureaus bemiddelen is echter zelden binnen het desbetreffende bureau werkzaam. In plaats daarvan wordt het personeel uitgeleend aan andere bedrijven. Deze bedrijven worden door de uitzendbureaus en detacheringsbureaus benadert met de vraag of ze vacatures hebben voor de uitzendkrachten en het detacheringspersoneel.

Bedrijven kunnen aan uitzendbureaus en detacheringsbureaus een opdracht geven om op zoek te gaan naar tijdelijke krachten voor bepaalde vacatures. Deze tijdelijke krachten worden ook wel flexwerkers genoemd en zijn zeer geschikt om een tijdelijke piek in de productie van opdrachtgevers op te vangen. Het is echter ook mogelijk dat opdrachtgevers voor langere tijd een uitzendkracht of een detacheringskracht zoeken. In dat geval heeft een opdrachtgever vaak de keuze of hij of zij de uitzendkracht voor langere tijd inleent of een werving en selectiebedrag gaat betalen aan het uitzendbureau waarmee de desbetreffende arbeidskracht meteen bij het bedrijf in dienst kan treden. Opdrachtgevers kunnen er ook voor kiezen om zogenoemde headhuntersbureaus in te zetten. Deze bureaus werken over het algemeen op basis van werving en selectie afkoopsommen.

Als een opdrachtgever er voor kiest om uitzendkrachten of detacheringskrachten in te lenen verandert hij van opdrachtgever in inlener. Het bedrijf leent op het moment dat hij of zij de overeenkomst sluit met het uitzendbureaus of detacheringsbureau namelijk de desbetreffende flexwerker in.

Verhouding tussen inlener en uitzendbureau
De verhouding tussen de inlener en het uitzendbureau is bijzonder. Formeel is het uitzendbureau de werkgever maar in de praktijk wordt de flexkracht door de inlener aangestuurd in de uitvoer van de dagelijkse werkzaamheden. De inlener is daarom verantwoordelijk voor de begeleiding en aansturing van de werknemer. Ook een eventueel inwerktraject dient door de inlener te worden uitgevoerd in samenwerking met de desbetreffende flexkracht.

De inlener draagt echter nauwelijks risico’s. Omdat de flexkracht in dienst is bij het uitzendbureau draagt het uitzendbureau het risico met betrekking tot ziekte en arbeidsongeschiktheid. Uiteraard dient het uitzendbureau hiervoor afdoende verzekerd te zijn. Verder is het uitzendbureau eveneens verantwoordelijk voor de juiste afdrachten en het betalen van het loon.

Inlenersaansprakelijkheid
Het woord inlenersaansprakelijkheid houdt verband met het toezicht en de controle van de inlener met betrekking tot de werkzaamheden en arbeidsomstandigheden van de werknemer. De inlener is verantwoordelijk voor een veilige werkplek en dient er voor te zorgen dat de werknemer goed wordt geïnstrueerd indien deze in een omgeving gaat werken met specifieke risico’s. Hierbij kan bijvoorbeeld worden gedacht aan werken met machines of werken met gevaarlijke stoffen. Bedrijven dienen op de hoogte te zijn van de risico’s die op de werkplek aanwezig zijn. Deze dienen ze volgens de wet schriftelijk vast te leggen in een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E). Hieruit volgt een plan van aanpak om de risico’s te reduceren of indien mogelijk geheel te verwijderen van de werkplek.

Dat laatste is niet altijd mogelijk. Daarom dienen werknemers op de hoogte te zijn welke risico’s nog aanwezig zijn op de werkplek. Een werkgever (die tevens de inlener is) dient zowel haar eigen personeel als de flexkrachten duidelijk te instrueren over de risico’s en de manier waarop met die risico’s om gegaan dient te worden. Waarschuwingsmarkeringen en het verstrekken van persoonlijke beschermingsmiddelen zijn hier een aantal voorbeelden van. Voor het werken met hoogwerkers en heftruck dienen werkgevers (dus ook inleners)  aan te kunnen tonen dat de werknemers voldoende zijn geïnstrueerd. Veel werkgevers kiezen er voor om de werknemers en flexkrachten hiervoor een heftruckcertificaat of een certificaat ‘veilig werken met een hoogwerker’ te laten behalen. Er zijn echter nog veel meer veiligheidscertificaten die door werkgevers/ inleners kunnen worden verstrekt aan werknemers zoals:

  • ‘veilig hijsen’ voor het veilig verplaatsen van lasten.
  • NEN 3140 voor het veilig werken in een omgeving met elektriciteit.
  • VCA voor de veiligheid van de werknemers op bouwplaatsen en andere technische werkplekken.

Technische uitzendbureaus ondersteunen de inleners, waar ze hun uitzendkrachten aan het werk hebben, vaak met het verstrekken van cursussen en opleidingen die de veiligheid op de werkplek vergroten. De uitzendbureaus zijn echter zelf niet verantwoordelijk. Indien een uitzendbureau VCU gecertificeerd is kan van dat bureau wel worden verwacht dat ze een goede controle houdt op het naleven van de veiligheid op de werkplek.

Inlenersbeloning en equal pay
Vanaf 30 maart 2015 is de inlenersbeloning vanaf de eerste werkdag van toepassing voor uitzendkrachten die bij een inlener te werk worden gesteld. Voor vakkrachten gold deze regeling al sinds medio 2014. Een vakkracht is iemand die in een cao van de inlener als vakkracht wordt aangemerkt vanwege een bepaald opleidingsniveau of ervaringsniveau. Op 30 maart 2015 dient echter de inlenersbeloning voor elke uitzendkracht te worden ingevoerd. Deze inlenersbeloning wordt ook wel equal pay genoemd. Uitzendbureaus dienen voordat ze de uitzendkracht/ flexwerker uitlenen aan de inlener goed na te gaan onder welke cao de inlener valt.

Daarbij dienen ze de uitzendkracht op een gelijkwaardige manier te belonen als het overige personeel dat rechtstreeks bij de inlener werkzaam is. Hierdoor wordt scheefgroei voorkomen. Equal pay schept zowel verplichtingen aan het uitzendbureau als aan de inlener. Van de inlener wordt namelijk verwacht dat deze zich ook houdt aan de equal pay richtlijnen. Als de inlener misbruik vermoed dient deze dat bij de juiste instanties aan te geven. Bij zeer lage tarieven voor uitzendkrachten en andere flexwerkers dient de inlener dus actie te ondernemen en na te gaan of de inlenersbeloning wel correct is ingevoerd. Een gemakkelijke houding van de inlener wordt in 2015 niet meer getolereerd door de overheid. Uitzendbureaus die zich niet aan de equal pay houden kunnen fixe boetes verwachten en inleners ook. Door equal pay wordt de arbeidsmarkt transparanter en eerlijker aldus de overheid. De inlenersbeloning/ equal pay is een gedeelde verantwoordelijkheid tussen uitzendbureau en inlener.

Technische uitzendbranche begin april 2014

De eerste drie maanden van 2014 verliepen goed voor uitzendbureaus in de techniek. Er blijkt een groeiende vraag naar technisch personeel op de arbeidsmarkt aanwezig te zijn. Dit heeft vooral te maken met de toenemende drukte bij technische bedrijven. De toenemende drukte en het stijgende  productieniveau is echter niet bij elk bedrijf aanwezig. Met name specialistische bedrijven in de techniek merken een toenemende vraag. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan bedrijven die machines en apparaten ontwerpen en bouwen voor sectoren zoals ziekenhuizen en de procesindustrie. Deze sectoren blijven altijd aanwezig in de maatschappij daarom zullen bedrijven die producten en technische oplossingen bedenken voor deze sectoren met regelmaat nieuwe opdrachten krijgen.

Er ontstaat een kettingreactie in de techniek omdat de meeste machinebouwers samenwerkingsverbanden hebben met andere bedrijven. Hierdoor kunnen ze bijvoorbeeld plaatbewerking, verspaning en constructie voor een deel uitbesteden. Dit zorgt er voor dat specialistische bedrijven in de techniek geen enorme investeringen hoeven te doen in een machinepark dat ze nauwelijks gebruiken. Daarvoor kunnen ze de samenwerking met toeleveranciers benutten.

De bouwsector krabbelt aan het begin van 2014 langzamerhand overeind. Deze sector is echter nog niet hersteld van de schade die de economische crisis heeft veroorzaakt. Het stijgende consumentenvertrouwen zorgt er voor dat de woningmarkt verbetert. Er worden meer huizen verkocht. Dit resulteert niet direct in een toename van het aantal nieuwbouwprojecten. Over het algemeen ijlt de woningbouw na op de huizenverkoop. Toch kan ook de bouwsector de rest van 2014 en 2015 met een toenemend vertrouwen tegemoet zien.

Technisch recruitment en technisch uitzenden
Uitzendbureaus en recruitmentbureaus in de techniek merken een stijgende vraag naar technisch personeel. Aan dit personeel worden zeer hoge eisen gesteld. Veel bedrijven aarzelen om technisch personeel aan te nemen. Ze besluiten meestal op het allerlaatste moment om externe technici in te zetten. Dit zorgt er voor dat uitzendkrachten en detacheringspersoneel weinig mogelijkheden en weinig tijd krijgen om goed ingewerkt te worden. Ze moeten meteen volledig inzetbaar zijn. Professioneel recruitment in de techniek krijgt bij technische uitzendbureaus en andere bureaus die gericht zijn op technisch recruitment de volle aandacht.

Met name ervaren technische arbeidsbemiddelingsbureaus weten de kansen in de technische branche goed te benutten. Kennis van de klantenkring en een goed personeelsbestand met gekwalificeerde technici is van groot belang om snel een goede ‘match’ te maken tussen vraag en aanbod op de technische arbeidsmarkt in 2014. Net als reguliere bedrijven staan ook technische uitzendbureaus en technische recruitmentbureaus onder druk. Ze moeten zo snel mogelijk goed gekwalificeerd personeel leveren. Een zogenoemde ‘mis-match’ moet zoveel mogelijk worden uitgesloten. Bedrijven willen over het algemeen een korte sollicitatieronde met goede kandidaten. De reden hiervoor is dat bedrijven over het algemeen willen dat het nieuwe technische personeel zo snel mogelijk aan de slag gaat.

Zoeken naar technisch personeel
Technisch recruitment vindt overal plaats. Niet alleen op vacaturebanken zoeken technische arbeidsbemiddelaars naar personeel ook social media wordt regelmatig als bron aangeboord.  Daarnaast maken veel uitzendbureaus en recruitmentbureaus in de techniek ook gebruik van hun eigen klantenbestand en kennissenkring. Een ervaren technische arbeidsbemiddelaar heeft hierbij een voordeel ten opzichte van onervaren medewerkers bij technische uitzendbureaus en recruitmentbureaus. Hoe sneller iemand kan ‘schakelen’ op een bureau hoe beter het is. Ervaren technisch personeel is in de meeste gevallen aan het werk. Daarom zoeken met name headhunters bij veel bedrijven naar geschikte kandidaten. Dit wordt meestal niet in dank afgenomen door bedrijven die het personeel zien vertrekken door de bemiddeling van headhuntersbureaus. Daarnaast zorgt deze ontwikkeling er wel voor dat bedrijven er alles aan zullen doen om waardevolle technici binnen het bedrijf te houden.

Ontwikkelingen in de techniek
De techniek neemt een steeds belangrijker plaats in op de wereldmarkt. Bedrijven concurreren met elkaar op het gebied van technologie. De prijs speelt nog wel een belangrijke rol maar de prijsverschillen zullen in de toekomst steeds kleiner worden. Oost-Europese landen en landen zoals China en India ontkomen er niet aan om god gekwalificeerd technisch personeel een degelijk salaris te geven. De arbeidsmarkt kent namelijk geen fysieke grenzen meer. Dit houdt in dat veel goed opgeleide technici bereid zijn om te emigreren wanneer ze in andere landen wel een goed salaris kunnen verdienen en een uitdagende baan kunnen krijgen.

In Nederland is er ook een groeiende vraag naar technische personeel dat in staat is om nieuwe producten te bedenken en te ontwerpen. De maakindustrie van Nederland moet een nieuwe impuls krijgen. Op scholen probeert men in Nederland het kennisniveau van de leerlingen omhoog te krijgen. Er wordt de nadruk gelegd op exacte vakken. De zogenoemde bètavakken worden op scholen meer gepromoot.  In het verleden studeerde men vooral in een richting die men ‘leuk’ vond. Tegenwoordig ligt de nadruk vooral op het ontwikkelen van jezelf door nieuwe producten en technologieën te ontwikkelen.

Duurzame energie zal een belangrijk rol gaan spelen bij de technologische ontwikkelingen in de toekomst. We zijn in Nederland nog sterk afhankelijk van fossiele brandstoffen. Deze brandstoffen haalt Nederland vooral uit het buitenland. Dit staat de zelfvoorziening in de weg en maakt Nederland afhankelijk van het buitenland. Op zich is het niet verkeerd om brandstoffen van andere landen in te kopen en te transporteren naar eigen bodem. Toch wijzen de recente politieke ontwikkelingen Nederland weer op de feiten. Veel fossiele brandstoffen worden gewonnen in landen die politiek instabiel of riskant zijn. Door afhankelijk te zijn van riskante landen met autoritaire regimes gaat Nederland een risico aan.

Dit kan beter uit de weg worden gegaan door zelf voldoende voorzieningen te hebben op het gebied van energiewinning. Duurzame energie is hierbij de meest ideale oplossing. Nederland dreigt op dit gebied achter te lopen op andere landen. Door samenwerkingsverbanden tussen landen aan te gaan kunnen landen van elkaars ontwikkelingen gebruik maken. Nederland heeft op dat gebied veel te bieden. De technische universiteiten van Nederland zijn druk bezig met het verbeteren van technieken in samenwerking met bedrijven. Deze ontwikkelingen zijn zeer belangrijk voor de toekomst van Nederland. Geen wonder dat veel bedrijven personeel werven van technische universiteiten. Deze vorm van technisch recruitment is zeer effectief. Het is wel belangrijk dat Nederlandse bedrijven voldoende uitdaging kunnen blijven bieden voor ingenieurs, constructeurs en engineers. Anders loopt ook Nederland de kans dat buitenlandse bedrijven succesvol technici gaan werven van Nederlandse technische universiteiten. Hierdoor stroomt de technische kennis naar het buitenland. Deze ontwikkeling is erg schadelijk voor de positie van Nederland in de wereldwijde kenniseconomie.