Wat is een leer-werkovereenkomst of leerovereenkomst?

Een leer-werkovereenkomst, leerarbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst is een overeenkomst tussen een werkgever en een leerling, waarin de leerling gedurende een bepaalde periode gaat werken en leren bij een werkgever om zodoende de vaardigheden en competenties in een bepaald vakgebied te leren. De leer-werkovereenkomst niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Het verschil tussen een leer-werkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst zit in het doel van de overeenkomst. De leer-werkovereenkomst is in de eerste plaatst gericht op het ontwikkelen van de leerling zodat hij of zij de opleiding goed kan afronden. Om die reden staat het leren meer centraal dan de arbeid. Dat betekent overigens ook dat een leerling van de werkgever ook een bepaalde begeleiding kan en mag verwachten tijdens het uitvoeren van werkzaamheden.

Leer-werkovereenkomst en arbeidsovereenkomst
In de eerste alinea werd duidelijk dat een leerovereenkomst of leer-werkovereenkomst primair bedoelt is voor de ontwikkeling van de leerling. Wanneer een werkgever en een leerling/ werknemer er voor kiezen dat de arbeid meer centraal moet staan en dat het leren van ondergeschikt belang is dan kan men er voor kiezen om toch een arbeidsovereenkomst op te stellen. Het verschil tussen deze arbeidsovereenkomst en de leer-werkovereenkomst is dat de leerling in feite meer als werknemer wordt beschouwd en dat er van hem of haar ook een bepaalde kwantiteit en kwaliteit in het werk wordt verwacht door de werkgever.

Men kan er ook voor kiezen om een leerovereenkomst en een arbeidsovereenkomst te sluiten. In dat geval is het heel belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wat men van elkaar kan verwachten tijdens het dienstverband. Daarbij kun je denken aan de tijd die de werknemer of leerling mag besteden aan het leren van nieuwe vaardigheden. Ook moeten er afspraken worden gemaakt over de begeleiding en de instructies op de werkvloer. Voor werkgevers is het belangrijk om te weten dat voor werknemers loonbelasting en premies volksverzekering moeten worden ingehouden op het loon en tevens de premies werknemersverzekering.

Werken en leren of BBL
Leer-werkovereenkomsten worden over het algemeen afgesloten in het kader van werken en leren. Een voorbeeld van werken en leren zijn de zogenaamde BBL trajecten. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. In feite leert een leerling via BBL een specifiek beroep door naast een theoretische ondersteuning op het opleidingsinstituut ook praktijk ondersteuning te krijgen bij een erkend leerbedrijf. Daarbij wordt er een leer-werkovereenkomst gesloten waarin vaak ook het opleidingsinstituut wordt benoemd. Dat houdt in dat een leer-werkovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst door drie partijen wordt getekend: de leerling, het erkend leerbedrijf en het opleidingsinstituut waar de BBL opleiding wordt gevolgd.

Informatie over concurrentiebeding

Een concurrentiebeding is een begrip dat wel gebruikt wordt in een arbeidsrelatie tussen een werkgever en een werknemer. Over het algemeen heeft de werkgever een bepaald belang bij het opnemen van een concurrentiebeding. Binnen een arbeidsovereenkomst kan een concurrentiebeding worden opgenomen door de werkgever. De werkgever kan met het opnemen van een concurrentiebeding trachten te voorkomen dat de werknemer wanneer deze de organisatie verlaat aan de slag gaat bij een concurrent. Op die manier kan de (voormalig) werkgever worden benadeeld. In deze tekst heeft student Tjerk van de Meij informatie verzameld over het begrip concurrentiebeding. Deze informatie heeft hij gebruikt voor de onderzoeken die hij heeft gedaan tijdens zijn opleiding Human Resource Management aan de Noordelijke Hogeschool in Leeuwarden.

Concurrentiebeding van toepassing?
Een concurrentiebeding zal pas van toepassing zijn nadat een arbeidsovereenkomst eindigt en is een bescherming voor de werkgever. Een concurrentiebeding stelt volgens artikel 7:653 van het burgerlijk wet boek dat, over de door beide partijen overeengekomen periode, de werknemer na het verlaten van de organisatie niet bij een directe concurrent in dienst mag treden. Dit om eventuele financieel schade voor de voormalige werkgever te doen voorkomen. Bij een overtreding van het concurrentiebeding kan er een boete ten laste van de werknemer worden opgelegd.

Schriftelijk concurrentiebeding
De auteurs van het boek “Arbeidsrecht begrepen” spreken van een tegenstelling in de wet. Zoals hiervoor genoemd legt een concurrentiebeding beperkingen op bij de werknemer, terwijl de vrijheid op arbeid is geregeld in de Nederlandse grondwet. Dit is de reden waarom een werknemer schriftelijk met een concurrentiebeding akkoord moet gaan. Echter, is dit in de praktijk vaak niet te weigeren voor de werknemer. Een concurrentiebeding is veelal een deel van de arbeidsovereenkomst, als de werknemer niet met dit beding instemt wordt in het algemeen de gehele arbeidsovereenkomst niet getekend. Een mondelinge overeenkomst tot een concurrentiebeding is nooit rechtsgeldig.

Beperkingen concurrentiebeding
Doordat een werknemer in het algemeen met een concurrentiebeding dient in te stemmen, heeft de overheid bepaald beperkingen gesteld aan het concurrentiebeding. Een organisatie mag een concurrentiebeding opstellen voor een bepaalde geldigheidsduur, of een bepaalde regio, of alleen voor bepaalde functies binnen de organisatie. Een algemeen concurrentiebeding voor onbepaalde tijd zoals deze in het verleden wel werd opgenomen in een arbeidsovereenkomst kan dus niet meer.

Concurrentiebeding en een contract voor onbepaalde tijd
Concurrentiebedingen worden hoofdzakelijke opgenomen in een arbeidsovereenkomst van onbepaalde tijd, dus een vast contract. Bij een contract van bepaalde tijd mag door de werkgever een concurrentiebeding worden opgenomen, dit alleen als de werkgever dit sterk kan motiveren door middel van een schriftelijke motivatie. Dit wordt vanuit de wetgeving de motivatieplicht genoemd en mag alleen worden toegepast bij sterk wegende bedrijfsbelangen.

Concurrentiebeding en bijbanen
Stagiairs en werknemers die een bijbaan hebben krijgen in de praktijk zelden te maken met het begrip concurrentiebeding. Doordat de stagiairs tussen 480 – 960 uren toegewezen krijgen om stage te lopen, is er geen sprake van een contract van onbepaalde tijd en dus geen concurrentiebeding. De stagiaires lopen daardoor geen risico bij hun eventueel momentele werkgever. Het zou kunnen voorkomen dat een stagiair wegens een concurrentiebeding zijn huidige (bij-) baan zou moeten opzeggen. Dit is bij een tijdelijk contract niet het geval.

Aandachtspunten bij arbeidsovereenkomsten

In Nederland worden dagelijks arbeidsovereenkomsten gesloten tussen werkgevers en werknemers. Voorafgaand aan het daadwerkelijk sluiten van een arbeidsovereenkomst wordt vaak eerst een zoektocht uitgevoerd naar een geschikte kandidaat. Dit wordt ook wel een wervingsprocedure genoemd en kan worden uitgevoerd door de werkgever zelf, een headhuntersbureau, een werving en selectiebureau of een uitzendbureau. Welke constructie het bedrijf ook kiest uiteindelijk is het de bedoeling dat de juiste kandidaat wordt geselecteerd voor de functie. Als dat gedaan is kan een arbeidsovereenkomst met de werknemer worden aangegaan. In onderstaande alinea’s heeft Tjerk van der Meij in het kort uitgelegd welke aspecten aan de orde komen bij het sluiten van een arbeidsovereenkomst.

Het sluiten van arbeidsovereenkomsten
Een bedrijf zal na een periode van werving en selectie als het goed is de juiste kandidaat hebben gevonden. Althans in ieder geval een kandidaat die geschikt genoeg is om de functie van de vacature te bekleden. Na het opstellen van de arbeidsovereenkomst kan de werknemer starten met zijn of haar werkzaamheden. Het opstellen van de arbeidsovereenkomst is de laatste stap in het aan nemen van de nieuwe werknemer.

Voorafgaand aan het opstellen van de arbeidsovereenkomst vindt een arbeidsvoorwaarden gesprek plaats waarin onder andere het salaris, vakantie dagen, werkuren en andere arbeidsvoorwaarden worden besproken. Na afloop van dit gesprek staat zwart op wit dat de werknemer arbeid verricht in ruil voor een bepaald loon. In de arbeidsovereenkomst wordt de werknemer verplicht gesteld aan arbeid die hij of zij zelf moet doen. Bij een arbeidsovereenkomst is het dus een vereiste dat de werknemer zijn werk niet mag laten doen door een andere persoon. Als dat het geval is zal er sprake zijn van een opdrachtovereenkomst of een aannemersovereenkomst.

De andere partij, de werkgever, wordt verplicht gesteld om loon te geven in ruil voor deze arbeid. Een derde vereiste of voorwaarde van een arbeidsovereenkomst is dat er sprake moet zijn in de arbeidsovereenkomst van een gezagsverhouding. Dus een verhouding waarin de werkgever boven de werknemer staat, waarin de werknemer verplicht is de opdrachten van de werkgever uit te voeren indien dit redelijkerwijs van de werknemer kan worden verwacht. Uiteindelijk bestaat de overeenkomst uit de onderwerpen die zijn besproken in het arbeidsvoorwaardengesprek.

Gegevensbeheer en wetgeving
Er zijn een aantal regels en wetten voor de werkgever als het op arbeidsovereenkomsten aankomt. Waar onder ander in staat dat de werkgever de arbeidsovereenkomst opslaat in zijn gegevensbeheer. Andere regels met betrekking tot de arbeidsovereenkomsten zijn wettelijk bepaald. Voornamelijk in het burgerlijk wetboek is veel vastgelegd over de proeftijd, vakantie en zaken met betrekking tot de CAO. Andere geregelde zaken zijn de wet minimumloon en vakantiebijslag, wet gelijke behandeling en buitengewoon besluit arbeidsverhoudingen, waarin voornamelijk wordt gesproken over de regels van ontslag.  Van de werkgever wordt vereist een aantal gegevens duidelijk in de overeenkomst op te nemen, bijvoorbeeld: de arbeidsduur, de cao, eventuele proeftijd, de functie van de werknemer, datum waarop werknemer begint, enz.

Wat is de Ambtenarenwet?

De Ambtenarenwet is een Nederlandse wet waarin alle rechten en plichten van ambtenaren zijn vastgelegd met als doel de rechtspositie van ambtenaren te regelen. De Ambtenarenwet is vastgesteld in 1929. Deze rechtspositie van ambtenaren is in een aparte wet geregeld omdat ambtenaren niet onder de burgerlijke wet vallen. Ambtenaren worden door de overheid of een overheidsinstelling eenzijdig aangesteld.

Een aanstelling of arbeidsovereenkomst
Met een ambtenaar wordt dus geen arbeidsovereenkomst in de burgerlijke zin gesloten. Arbeidsovereenkomsten worden gesloten door bedrijven tussen werknemers en werkgevers en zijn tweezijdig. Dit houdt in dat arbeidsovereenkomsten door de twee partijen gezamenlijk worden ondertekend. Een ambtenaar wordt door de overheid eenzijdig aangesteld maar dat gebeurd uiteraard wel in overleg met de (toekomstige) ambtenaar. Dit houdt in dat er met (kandidaat) ambtenaren of mensen die solliciteren bij de overheid ook sollicitatiegesprekken worden gevoerd.

Verschillen in rechtspositie
Een ambtenaar heeft in de praktijk een andere rechtspositie dan werknemers met een arbeidsovereenkomst. De verschillen zitten in de volgende punten:

  • Ambtenaren worden door de overheid aangesteld en deze aanstelling is eenzijdig.
  • Ambtenaren hebben een rechtsbescherming via de bestuursrechter. Werknemers die werken op basis van een arbeidscontract hebben rechtsbescherming via de kantonrechter.
  • Er zijn voor ambtenaren publiekrechtelijke regelingen met betrekking tot de  arbeidsvoorwaarden. Werknemers die werkzaam zijn bij reguliere bedrijven op basis van een arbeidscontract werken op basis van een CAO.

Sollicitatiegesprek en arbeidsvoorwaardengesprek
Tijdens sollicitatiegesprekken voor overheidsfuncties worden de arbeidsvoorwaarden besproken en heeft de sollicitant uiteraard de mogelijkheid om hierop te reageren. Tijdens een arbeidsvoorwaardengesprek zullen de arbeidsvoorwaarden nogmaals worden benoemd. Het arbeidsvoorwaardengesprek vind meestal plaats met de (toekomstig) ambtenaar wanneer deze succesvol de sollicitatieronde is doorgekomen. Niet voor alle overheidsfunctionarissen gelden dezelfde bepalingen. Zo zijn er voor burgemeesters en ministers vaak afwijkende bepalingen.

Verplichtingen voor de overheid
De ambtenarenwet zorgt er voor dat overheden aan bepaalde verplichtingen moeten voldoen. Deze verplichtingen zorgen er voor dat het werken bij de overheid eerlijker en transparanter kan verlopen. Ook tracht men vriendjespolitiek en andere ongewenste zaken te vermijden. Daarom is een overheidsinstelling verplicht om de volgende aspecten door te voeren:

  • een gedragscode
  • een integriteitsbeleid
  • een ambtseed bij aanstelling
  • een klokkenluidersregeling
  • openbaarmaking nevenfuncties
  • een terugkommogelijkheid als men de politiek ingaat

Maximale transitievergoeding in 2017 verhoogd naar € 77.000,-

Transitievergoeding is een bedrag dat werkgevers moeten betalen aan werknemers indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door ontslag of omdat de einddatum van de arbeidsovereenkomst is verstreken.  De transitievergoeding is van kracht gegaan op 1 juli 2015 en er zijn verschillende voorwaarden door de overheid geformuleerd die bepalen of een werknemer juist wel of juist niet voor een transitievergoeding in aanmerking komt. De voorwaarden voor een transitievergoeding staan in een ander artikel op deze website, technischwerken.nl.

Omdat de lonen stijgen heeft dat ook invloed op de hoogte van de maximale transitievergoeding. Dit zorgt er voor dat de transitievergoeding in 2017 maximaal € 77.000 is geworden. In 2016 was deze vergoeding nog maximaal € 76.000 en in 2015 was dit bedrag nog € 75.000. Vanaf 1 januari 2017 is de maximale transitievergoeding dus maximaal 77.000 euro of een jaarsalaris indien dit hoger uitvalt dan dit bedrag.

Transitievergoeding berekenen
De transitievergoeding kun je zelf berekenen door gebruik te maken van een aantal rekenregels. Allereerst moet je goed nagaan of je in aanmerking komt voor de transitievergoeding. Zo moet je minimaal 2 jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn geweest en mag de onderbreking tussen je tijdelijke contracten niet langer dan zes maanden zijn geweest. Als dit het geval is kun je in aanmerking komen voor deze vergoeding. De basisregel voor het berekenen van deze vergoeding is dat de werknemer  1/6 maandsalaris kan ontvangen voor elke volle periode van zes maanden die de werknemer bij de werkgever heeft gewerkt. Deze eerste rekenregel heeft betrekking op de eerste tien jaar van het dienstverband van de werknemer.

Werknemers die langer dan tien jaar in dienst zijn geweest bij hun werkgever krijgen vanaf het tiende dienstjaar een hogere vergoeding uitgekeerd. Vanaf dit tiende dienstjaar is de opbouw van de transitievergoeding namelijk 1/4 maandsalaris per periode van zes maanden. Deze opbouw kan bovenop de opbouw van de eerste tien jaar dienstverband worden opgeteld om tot een totale transitievergoeding te komen.

Arbeidsovereenkomsten volgens regulier arbeidsrecht

In Nederland kunnen werknemers en werkgevers op verschillende manieren tot overeenstemming komen in een arbeidsrelatie. We kennen 3 veel voorkomende vormen van overeenkomsten tot het verrichten van werk. Deze verschillende overeenkomsten zijn hieronder in een aantal alinea’s in de vorm van een samenvatting uitgewerkt.

Overeenkomst van aanneming werk
De definitie van overeenkomst van ‘aanneming van werk’ is als volgt. Aanneming van werk is een overeenkomst waarbij de ene partij (aannemer) zich jegens een andere partij (de opdrachtgever) verbindt om een werk van stoffelijke aard tot stand te brengen. Dit houdt in dat iemand die deze opdracht aanneemt (aannemer) daadwerkelijk een tastbaar resultaat produceert. Hieronder staan een aantal eigenschappen van een overeenkomst van aanneming van werk:

  • Buiten arbeidsovereenkomst
  • Geen persoonlijke arbeidsverplichting
  • Een werk van stoffelijke aard
  • Een prijs in geld

Voorbeelden van aanneming van werk:

  • Een loodgieter die sanitair aanbrengt in een badkamer aanbrengt
  • Een elektromonteur die meterkast installeert in een woning
  • Een stratemaker die een oprit legt
  • Een schilder die de kozijnen van een woning van nieuwe verf voorziet

Overeenkomst van opdracht
Bij de hiervoor genoemde arbeidsovereenkomst is er sprake van een daadwerkelijk tastbaar resultaat. Er kan echter ook arbeid worden verricht die niet direct een tastbaar resultaat tot gevolg heeft. In dat geval heeft men het vaak over werkzaamheden in de diensten sector. Maar een overeenkomst van opdracht kan ook in andere sectoren voorkomen.

Een overeenkomst van opdracht kan als volgt worden gedefinieerd: een overeenkomst van opdracht wordt gesloten tussen een opdrachtgever die zich jegens de andere partij, de opdrachtnemer, verbindt om werkzaamheden te laten uitvoeren die anders zijn dan van stoffelijke aard.

Er zijn een aantal eigenschappen van een overeenkomst van opdracht, dit zijn de volgende:

  • Buiten arbeidsovereenkomst
  • Geen stoffelijk werk
  • Beloning niet noodzakelijk
  • Persoonlijke arbeidsverplichting niet noodzakelijk
  • Geen gezagsverhouding

Voorbeeld van een overeenkomst van opdracht:

  • Een opdrachtovereenkomst die ZZP-er heeft gesloten met een opdrachtgever over de afspraken rond de opdracht, werkzaamheden en tarief.

Arbeidsovereenkomst (is ook een uitzendovereenkomst)
Een arbeidsovereenkomst komt veel voor op de arbeidsmarkt. De meeste overeenkomsten de tussen werknemers en werkgevers worden gesloten vallen onder deze vorm van dienstverband. Een arbeidsovereenkomst kan worden gedefinieerd als een overeenkomst wanneer de ene partij (de werknemer) zich verbindt om in dienst van de andere partij (werkgever) tegen loon gedurende een zekere tijd (dienstperiode) arbeid te verrichten. Een arbeidsovereenkomst heeft de volgende kenmerken:

  • Er wordt een duidelijk koon afgesproken
  • Er is sprake van persoonlijke arbeidsverplichting. De werknemer dient zelf werk verrichten.
  • De arbeid wordt gedaan gedurende een zekere tijd. Dit houdt in dat de werknemer van de werkgever de uren of het rooster door krijgt waarop hij of zij de werkzaamheden moet verrichten. De werknemer kan niet zelf bepalen wanneer er gewerkt moet worden.
  • Er is spraken van een gezagsverhouding. In dit geval is de werknemer ondergeschikt aan gezag werkgever.

Voorbeelden van een arbeidsovereenkomst:

  • Een overeenkomst tussen een bouwbedrijf en een timmerman die een jaarcontract (contract voor bepaalde tijd) heeft gekregen om als timmerman aan de slag te gaan op fulltime basis (40 uur per week).
  • Een lasser gaat als uitzendkracht via een uitzendbureau aan de slag bij een metaalbedrijf. De uitzendkracht sluit een uitzendovereenkomst met het uitzendbureau. Dit is ook een arbeidsovereenkomst. De duur van de tewerkstelling van de uitzendkracht kan verschillen. Sommige uitzendkrachten worden gedetacheerd en ontvangen een detacheringscontract waardoor ze verzekerd zijn van loon en werkzaamheden gedurende de contractperiode.

Wat is een bemiddelingsovereenkomst?

Bemiddeling is een vorm van zakelijke dienstverlening die tussenpersonen of intermediairs aanbieden aan hun cliënten en potentiële opdrachtgevers. Bemiddeling kan op verschillende manieren gebeuren. De opdrachtgever schakelt een intermediair of tussenpersoon in om een overeenkomst te sluiten met een derde partij. Men kan hierbij bijvoorbeeld denken aan een makelaar. De makelaar wordt door de verkoper van de woning ingeschakeld om een koper te vinden voor de woning.

Een ander voorbeeld is een wervingsbureau of headhunter die in opdracht van een bedrijf een geschikte kandidaat moet vinden voor een bepaalde functie. Het is belangrijk dat de tussenpersoon in dit geval de makelaar of het wervingsbureau duidelijke afspraken maakt met de opdrachtgever. Deze afspraken worden vastgelegd in een bemiddelingsovereenkomst.

Definitie bemiddelingsovereenkomst volgens de wet
In artikel 7:425 Burgerlijk Wetboek van Nederland wordt de volgende definitie gegeven over een bemiddelingsovereenkomst:

De bemiddelingsovereenkomst is de overeenkomst van opdracht waarbij de ene partij, de opdrachtnemer, zich tegenover de andere partij, de opdrachtgever, verbindt tegen loon als tussenpersoon werkzaam te zijn bij het tot stand brengen van een of meer overeenkomsten tussen de opdrachtgever en derden.

Wat staat er in een bemiddelingsovereenkomst?
Een bemiddelingsovereenkomst is een schriftelijk of digitaal document waarin genoteerd is wie de opdrachtgever en de opdrachtnemer is. Daarnaast is aangegeven welke prestaties verricht dienen te worden door de opdrachtgever. Zowel de prestaties en tegenprestaties worden genoteerd. De prestaties worden geleverd door de opdrachtnemer. Dit is de intermediair of tussenpersoon. De prestaties zijn meestal diensten (bemiddeling).

Deze diensten moeten goed omschreven worden en het resultaat van de diensten moet meetbaar zijn. Als dit het geval is kan men ook een passende beloning bieden aan degene die de opdracht moet uitvoeren. De beloning wordt meestal in geld uitgedrukt. Vaak gebruikt men in dit verband woorden als commissie, fee, provisie of bemiddelingsvergoeding. Werving en selectiebureaus hebben het dan ook wel over een werving en selectiefee. Dit zijn meestal eenmalige bedragen.

Betaling van een bemiddelingsvergoeding
Het bemiddelingsbureau wordt meestal betaald op basis van een resultaat. Als er dus geen geschikte kandidaat wordt gevonden voor een vacature of geen koop wordt gesloten voor een woning dan krijgt het werving en selectiebureau of de makelaar meestal geen bemiddelingsvergoeding. Daardoor werken deze bureaus vaak hard om aan de wensen van hun opdrachtgever te voldoen.

Beëindiging van de bemiddelingsovereenkomst
In de bemiddelingsovereenkomst is naast het beoogde resultaat ook vermeld wat de looptijd is van de overeenkomst en welke verplichtingen de opdrachtgever en de opdrachtnemer aan elkaar hebben. Daarbij wordt ook ingegaan op de manier waarop de opdracht ten einde zal komen. Ook de aansprakelijkheidsverdeling komt aan bod en een geschillenregeling waardoor men bij een eventueel conflict alles van te voren goed heeft gekaderd. Een bemiddelingsovereenkomst is een belangrijk document. Zonder dit document kunnen er snel discussies ontstaat over de verantwoordelijkheden van de betrokken partijen. Dat moet worden voorkomen door van te voren alles vast te leggen op schrift.

Mogen uitzendkrachten werken tijdens een staking?

Uitzendkrachten kunnen om verschillende redenen worden ingezet door opdrachtgevers. Meestal worden uitzendkrachten ingeleend door bedrijven omdat er sprake is van een (tijdelijke) vraag naar personeel. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als het bedrijf meer orders krijgt van klanten en het aanwezige personeelsbestand onvoldoende is om in de behoefte van de klanten te voorzien. In een piekproductie lenen bedrijven uitzendkrachten en andere flexibel personeel in om er voor te zorgen dat het huidige personeel niet (te veel) hoeft over te werken.

Stakingen
Vakbonden gebruiken een staking regelmatig als middel om de druk op werkgevers op te voeren en ze te dwingen tot beslissingen omtrent arbeidsvoorwaarden. Dit middel blijkt in de praktijk effectief en het houden van een staking is onder bepaalde voorwaarden een recht van werknemers.

Uitzendkrachten en staking
Voor bedrijven kan het misschien aantrekkelijk zijn om de lege plekken die ontstaan tijdens stakingen op te vullen met tijdelijk personeel. Op die manier kan de productie van het bedrijf gehandhaafd blijven en is het pressiemiddel in de vorm van stakingen eigenlijk helemaal niet zo schadelijk voor bedrijven. het inlenen van flexwerkers puur ter vervanging van stakers is echter verboden.

Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs (Waadi)
het verbod op het inzetten van flexkrachten tijdens een staking is vastgelegd in de Wet allocatie arbeidskrachten door intermediairs. Deze wet wordt ook wel afgekort met Waadi. In de Waadi wordt het verbod op het inlenen van flexkrachten tijdens een staking ook wel het onderkruipersverbod genoemd.

Als een uitzendkracht al bij het bedrijf werkzaam is?
Het is echter mogelijk dat een uitzendkracht al bij een inlener werkzaam is en dat er na verloop van tijd stakingen worden gehouden. In dat geval wordt de desbetreffende uitzendkracht niet specifiek ingezet om het effect van een staking te beperken. Daarom mogen uitzendkrachten in die situatie wel doorwerken tijdens een staking. Het moet echter wel zo zijn dat het verloop van de staking niet moet worden beïnvloed door de werkzaamheden van de flexkracht. De flexkracht mag dus niet het werk van de stakende werknemers overnemen.

Principe-akkoord over cao Metaal & Techniek 2015-2017

Woensdag 14 oktober 2015 werd bekend gemaakt dat er een principe akkoord is gesloten over de cao Metaal & Techniek 2015-2017. De beoogde looptijd is van 1 maart 2015 tot 1 mei 2017. Hieronder staan de afspraken waarover het akkoord is gesloten:

Salarisafspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
De metaalarbeiders eisten met stakingen onder andere een loonsverhoging. Deze loonsverhoging is in het principe-akkoord ook vastgelegd. Werknemers die onder de  cao Metaal & Techniek vallen gaan er in loon 4,05% op vooruit in 26 maanden. Daarnaast krijgen ze een eenmalige uitkering van 0,65%. Dit is omgerekend 1,87% per 12 maanden. De jeugdschalen van  de cao van jongeren tot 23 jaar met een vakdiploma of voortgezet vakdiploma worden verhoogd per  1 september 2016 met een bedrag van €38. Voor de laagste jeugdschalen ontstaat een extra verhoging van 5 procent en voor de hoogste jeugdlonen een verhoging van 2 procent.

Overige afspraken cao Metaal & Techniek 2015-2017
Naast de afspraken over de salarissen zijn er ook afspraken vastgelegd over vakantiedagen en seniorendagen. Zo krijgen alle metaalarbeiders die onder deze cao vallen er een extra vakantiedag bij. De seniorendagen worden naar een iets hogere leeftijd verschoven. Daarnaast worden deze seniorendagen met één dag verminderd. Door de extra vakantiedag blijft het totale aantal vrije dagen voor vijftigplussers gelijk.

Verder mogen werknemers ook vakantiedagen en dagen/ uren uit andere regelingen inzetten voor vrije tijd zodat ze vaker vier dagen per week kunnen werken om zodoende het voltijds dienstverband te kunnen behouden. De cao Metaal & Techniek 2015-2017 gaat niet langer negatief van de wet afwijken. Flexkrachten en andere tijdelijk krachten kunnen conform de Wet Werk en Zekerheid eerder aanspraak maken op een vast contract oftewel een contract voor onbepaalde tijd.

Wat is fulltime of voltijd werk?

Fulltime werk wordt ook wel voltijd  werk genoemd. Fulltime is een term die over het algemeen wordt gebruikt om aan te duiden om wat voor soort functie het gaat in het kader van tijdsbestek dat men werkt. Hierbij wordt gekeken naar een werkweek. Iemand die fulltime werkt heeft een dienstverband van 36 tot 40 uur per week. Fulltime wordt in verschillende vormen gebruikt. Zo spreekt men wel van een fulltime baan of fulltime job. Daarnaast wordt iemand die fulltime werkt ook wel fulltime genoemd. De tegenhanger van fulltime werk is parttime of deeltijd werk. Bij parttime werkt men minimaal 12 uur en maximaal 36 uur omdat men boven de 36 uur fulltime werkt en onder de 12 uur volgens het CBS niet tot de werkzame beroepsbevolking behoort.

Fulltime-equivalent FTE
De afkorting FTE wordt ook door bedrijven, leidinggevenden en personeelsfunctionarissen gebruikt. Deze afkorting staat voor fulltime-equivalent. FTE is een rekeneenheid waarin de omvang van personeelsbezetting of dienstverband in kaart kan worden gebracht. Zo wordt FTE gebruikt om helderheid te verschaffen over het aantal arbeidsuren dat binnen een bedrijf beschikbaar is. Hierbij rekent men meestal het aantal beschikbare arbeidsuren per week. Als men het heeft over één FTE dan heeft men het over het aantal arbeidsuren dat één personeelslid per volledige week kan werken. Dit komt in de praktijk neer op 36 tot 40 uur afhankelijk van de dienstverbanden en bedrijfsbeleid binnen de desbetreffende organisatie.

Kan een werknemer meer werken dan fulltime?
Het kan voorkomen dat werknemers meer uren maken dan 40 uur per week. De uren die extra bovenop de 40 uur worden gewerkt noemt men ook wel overuren. Meestal krijgen werknemers een toeslag over deze uren uitbetaald. Deze toeslagen zijn over het algemeen ontleend aan cao’s en worden vastgelegd in contracten en andere schriftelijke arbeidsovereenkomsten zoals uitzendovereenkomsten. Meer werken dan 40 uur mag maar men dient zich wel te houden aan de arbeidstijdenwet. Hierin is onder andere vastgelegd dat men maximaal 12 uur per dienst mag werken en 60 uur per week. De arbeidstijdenwet staat boven de cao. Dit houdt in dat er in de cao geen afspraken mogen worden gemaakt waarmee de arbeidstijdenwet wordt overtreden.

Wat is een concurrentiebeding in een arbeidsovereenkomst?

In verschillende markten is sprake van concurrentie. Werkgevers willen voorkomen dat werknemers de kennis, innovaties, ideeën en klantenkring van het bedrijf na het verlaten van het bedrijf gaan gebruiken bij een andere werkgever om daar hun voordeel mee te doen. Om te voorkomen dat een werkgever wordt beconcurreerd door voormalige werknemers wordt er vaak een concurrentiebeding opgenomen in een arbeidsovereenkomst.

Wat is een concurrentiebeding?
Een concurrentiebeding is een bepaling in een arbeidsovereenkomst die tussen een werkgever en werknemer worden gesloten. De wijze waarop het concurrentiebeding wordt omschreven kan verschillen. Meestal gaat het om een verbod voor de werknemer om binnen een bepaalde periode na het verlaten van de organisatie werkzaamheden bij een andere werkgever te verrichten die als concurrerend kunnen worden beschouwd door de huidige werkgever.

Door bijvoorbeeld in dienst te treden bij een directe concurrent van de werkgever kan de werknemer in strijd met het concurrentiebeding handelen. Meestal is een concurrentiebeding aan een bepaalde tijdslimiet gekoppeld. Dit kan bijvoorbeeld een jaar zijn. Het concurrentiebeding  is dan een jaar na het verlaten van de organisatie van toepassing. Ook kan een geografische limiet worden vastgelegd. Dit kan bijvoorbeeld een bepaalde straal rondom het bedrijf zijn, een bepaalde provincie of andere afgebakende regio. Werknemers die de organisatie verlaten mogen dan meestal niet bij een concurrerend bedrijf werken binnen de straal die in het concurrentiebeding is opgenomen.

Beperkingen voor de werknemer door concurrentiebeding
Een concurrentiebeding zorgt voor beperkingen van de werknemer op de arbeidsmarkt indien hij of zij de organisatie gaat verlaten waar de arbeidsovereenkomst met het concurrentiebeding mee gesloten is. Een concurrentiebeding is een beperking omdat een werknemer door het ondertekenen van dit beding niet met elke organisatie een arbeidsovereenkomst kan sluiten binnen bepaalde periode en/ of straal als zijn of haar dienstverband om wat voor reden dan ook ten einde komt.

Een concurrentiebeding wordt in de praktijk vaak gecombineerd verschillende andere bedingen die beperkend zijn voor de werknemers. Hieronder staan een aantal voorbeelden van de beperkende bedingen die tussen werkgever en werknemer overeengekomen kunnen worden.

  • Relatiebeding: door het ondertekenen van een relatiebeding zijn de werkgever en werknemer schriftelijk overeengekomen dat de voormalig werknemer na het verlaten van de organisatie geen zakenpartners van de vorige werkgever mag benaderen.
  • Non-sollicitatiebeding: met het ondertekenen van een non-sollicitatiebeding legt een werknemer vast dat hij of zij geen voormalige collega’s gaat benaderen om bij het te solliciteren.
  • Geheimhoudingsbeding: een geheimhoudingsbeding kan eveneens in een arbeidsovereenkomst worden opgenomen. Als het geheimhoudingsbeding door de werknemer is ondertekend mag deze geen vertrouwelijke informatie openbaar maken.

Concurrentiebeding en boetes
Een concurrentiebeding is een beperking van de werknemer. Om er voor te zorgen dat werknemers zich aan het concurrentiebeding gaan houden wordt er meestal een bepaalde boete genoemd in het beding. Deze boete dient de werknemer te betalen indien hij of zij de richtlijnen van het concurrentiebeding niet naleeft. Hierdoor wordt de positie van de werkgever ten opzichte van de werknemer nog verder verstevigd.

Boete concurrentiebeding ter discussie
De schade die een werkgever lijdt doordat de werknemer het concurrentiebeding overtreed is meestal moeilijk te bepalen. Ondanks dat kan de rechter meestal de boete wel aan de werknemer opleggen indien hij of zij daadwerkelijk het genoemde beding heeft overtreden. Daarvoor moet het concurrentiebeding echter wel ondertekend zijn door de werknemer. Een werkgever moet dan wel kunnen aantonen dat de voormalig werknemer het concurrentiebeding daadwerkelijk heeft overtreden. Een werkgever hoeft de schade van de overtreding niet beslist aan te tonen omdat dit erg lastig is.

Concurrentiebeding vanaf 1 januari 2015
Vanaf 1 januari 2015 veranderen er een aantal dingen op de arbeidsmarkt. Het concurrentiebeding is één van de aspecten van de arbeidsmarkt die gaat veranderen. Vanaf 1 januari 2015 mogen werkgevers geen concurrentiebeding meer opnemen in tijdelijke contracten tenzij daarvoor aantoonbaar dringende redenen zijn. De dringende redenen dienen verband te houden met het bedrijfsbelang of het dienstbelang.

Een werkgever zal bij tijdelijke contracten een schriftelijke motivering moeten verstrekken indien hij of zij een concurrentiebeding in het contract heeft opgenomen. Deze schriftelijke motivering moet de noodzaak van het concurrentiebeding in het contract aantonen. Bij een onvoldoende motivering kan de rechter alsnog het concurrentiebeding ‘nietig’ verklaren. In het geval van een nietigverklaring is er in feite geen sprake van een rechtsgeldig concurrentiebeding en kan de (voormalig)  werknemer dus ook niet aan het concurrentiebeding gehouden worden.

In België is het overigens voor werkgevers niet toegestaan om een concurrentiebeding met werknemers overeen te komen als een werknemer een salaris heeft onder een bepaald bedrag.

Concurrentiebeding in tijdelijke contracten is vanaf 1 januari 2015 niet meer toegestaan

Vanaf 1 januari 2015 worden verschillende veranderingen door de overheid doorgevoerd waarmee de arbeidsmarkt wordt hervormd. Een voorbeeld van een verandering is de aanzegtermijn waaraan werkgevers zich moeten houden. Werknemers met een tijdelijk contract dienen uiterlijk een maand voor de einddatum van het contract van de werknemer schriftelijk een aanzegging te ontvangen.

In de aanzegging dient de werkgever duidelijk te maken of de werknemer een nieuw contract ontvangt van de werkgever of niet. Dit is slechts één wijziging die ingaat per 1 januari 2015. Een andere wijziging die ingaat op dezelfde datum is het verbod op het opnemen van een concurrentiebeding in tijdelijke contracten. Hierover is hieronder meer informatie weergegeven.

Concurrentiebeding in tijdelijke contracten
Werkgevers mogen vanaf 1 januari 2015 niet zonder ongegronde redenen een concurrentiebeding opnemen in tijdelijke contracten. Vanaf die datum is het alleen nog maar mogelijk om een concurrentiebeding op te nemen in arbeidsovereenkomsten voor onbepaalde tijd.

Uitzondering voor concurrentiebeding in tijdelijke contracten
Er is echter een uitzondering. Werkgevers kunnen ook in tijdelijke contracten een concurrentiebeding opnemen als daarvoor zwaarwegende redenen zijn. Bij het concurrentiebeding dient dan door de werkgever een schriftelijke motivering te worden verstrekt waaruit blijkt dat het concurrentiebeding inderdaad noodzakelijk is in verband met zwaarwegende dienstbelangen en bedrijfsbelangen.

Noodzaak van concurrentiebeding
Het is belangrijk dat de noodzaak van het concurrentiebeding niet alleen aan de orde is op het moment waarop het concurrentiebeding wordt aangegaan. Ook op het moment dat de werkgever zich zou moeten beroepen op het concurrentiebeding dienen de zwaarwegende bedrijfsbelangen of dienstbelangen van dusdanige aard te zijn dat het concurrentiebeding noodzakelijk kan worden geacht.

Nietig verklaren van concurrentiebeding
Een werkgever moet van te voren goed nagaan of het concurrentiebeding wel écht noodzakelijk is. Er dient een goede motivatie door de werkgever te worden opgesteld. Als deze motivatie niet bij het concurrentiebeding wordt opgenomen is het concurrentiebeding niet rechtsgeldig. Ook als de motivering van het concurrentiebeding onvoldoende is in de ogen van de rechter kan het concurrentiebeding alsnog nietig worden verklaard. Een werknemer kan eveneens bij de rechter een verzoek indienen om het concurrentiebeding nietig te laten verklaren. Hierbij dient te worden aangetoond dat er geen sprake is van zwaarwichtige dienstbelangen of bedrijfsbelangen.

Wat wordt bedoelt met aanzegtermijn in de Wet Werk en Zekerheid?

De Wet Werk en Zekerheid zorgt voor een aantal belangrijke veranderingen in de arbeidsmarkt. Doelstelling van de wet werk en zekerheid is het verstevigen van de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt. Een aantal veranderingen gaan in per 1 januari 2015 een voorbeeld hiervan is de aanzegtermijn.  De aanzegtermijn is een nieuwe verplichting voor werkgevers die voor 1 januari 2015 nog niet was opgenomen in het Nederlandse arbeidsrecht.

Tot 1 januari 2015 eindigde een arbeidsovereenkomst van rechtswegen op de datum die in de arbeidsovereenkomst was vastgelegd. Werkgevers waren juridisch gezien niet verplicht om werknemers op de hoogte te brengen of het dienstverband na het aflopen van het contract werd voortgezet of niet.

Veel werkgevers gaven in de praktijk meestal ruim van te voren bij hun werknemers aan wat er met het dienstverband zou gebeuren zodra het bepaalde tijd contract zou aflopen, maar een aantal werkgevers maakte dit pas vlak voor het aflopen van de contracttermijn bekend. Dit zorgde voor onzekerheid bij desbetreffende werknemers. Het kabinet probeert deze onzekerheid weg te nemen door werkgevers te verplichten om een aanzegtermijn te hanteren.

Wat is de aanzegtermijn?
De aanzegtermijn is een verplichting waar de werkgever zich aan dient te houden bij contracten die aan werknemers worden versterkt waarbij de contractuur langer is dan zes maanden. De aanzegtermijn houdt in dat een werkgever uiterlijk 1 maand voor de daadwerkelijke einddatum van het contract aan de werknemer duidelijk maakt of het dienstverband wordt voortgezet of niet. Dit dient de werkgever op schrift vast te leggen en te overhandigen aan de werknemer. Daarbij dient de werkgever, in het geval van een voortzetting van het dienstverband, ook duidelijk te maken onder welke voorwaarden de werkgever het dienstverband wil voortzetten.

Wat gebeurd er als de werkgever de aanzegging niet tijdig doet?
Het hanteren van een aanzegtermijn is een verplichting waar een werkgever zich moet houden. Als de werkgever dat niet doet heeft dat gevolgen. De aanzegtermijn is minimaal een maand voor de einddatum van het contract. Als de werkgever heeft verzuimd om tijdig op schrift aan de werknemer duidelijk te maken wat zijn voornemen is met betrekking tot het dienstverband van de werknemer zal hij aan de werknemer een vergoeding moeten betalen. Deze vergoeding is 1 maandsalaris als de werkgever geheel heeft verzuimd om de aanzegtermijn te hanteren. Als de werkgever een aanzegtermijn heeft gehanteerd die korter is dan 1 maand zal de verschuldigde vergoeding naar ratio worden bepaald.  In beide gevallen blijft echter de einddatum van het contract wel staan en is de arbeidsovereenkomst gewoon afgelopen op de einddatum die in het contract is opgenomen.

Belangrijk
De aanzegtermijn is van toepassing op alle tijdelijke contracten die tussen werkgevers en werknemers worden gesloten na 1 januari 2015. Daarnaast is de aanzegtermijn ook van toepassing op alle contracten die voor 1 januari 2015 zijn gesloten indien deze een einddatum hebben op of na 1 januari 2015.

Omdat de werkgever moet kunnen aantonen dat hij de werknemer daadwerkelijk op tijd op de hoogte heeft gebracht over het voortzetten van zijn of haar dienstverband na afloop van het contract, doet de werkgever er verstandig aan om de aanzegging aangetekend naar de werknemer te versturen.

Wat bedoelt men met aanneming van werk?

Een overeenkomst op basis van aanneming is een bijzondere overeenkomst. Onder aanneming van werk wordt een overeenkomst verstaan tussen een aannemer en een opdrachtgever. Deze overeenkomst gaat over werk van stoffelijke aard dat door de aannemer moet worden verricht voor een opdrachtgever. Hiervoor ontvangt een aannemer een bepaalde prijs die van te voren is afgesproken. Het werk dat door een aannemer wordt verricht gebeurd niet op basis van een bepaalde dienstbetrekking. Het gaat dus puur om een bepaald object te bouwen of op andere wijze samen te stellen of te bewerken. Dit kan bijvoorbeeld het plaatsen van een badkamer zijn, of het metselen van muren.  Echter ook drukwerk en het maken van een website kan onder een overeenkomst tot aanneming van werk worden gedaan.

Aanneming van werk en de Nederlandse wet
In de Nederlandse wet is informatie over aanneming van werk weergegeven in titel 12 van boek 7 van het Nederlandse Burgerlijk Wetboek. In het wetboek staan algemene regels omtrent aanneming van werk. Deze regels zijn van toepassing op iedere aanneming. Verder is er een apart gedeelte over de bouw van een woning beschreven voor een natuurlijk persoon als deze niet handelt in de uitoefening van een beroep of bedrijf. Vanaf 30 januari 2012 gelden hierbij Uniforme Administratieve Voorwaarden voor het uitvoeren van werken. Deze zijn verankerd in het bouwrecht.

Overeenkomst van opdracht
Het is ook mogelijk dat arbeid die wordt verricht niet leidt tot werk van stoffelijke aard. In dat geval wordt er een dienst verricht. Ook hiervoor is een speciale overeenkomst die ook wel de overeenkomst van opdracht wordt genoemd of een overeenkomst tot het verrichten van diensten. Het resultaat van de aannemer van deze opdracht is vaak moeilijker te bepalen dan bij aanneming van werk. Bij aanneming van werk is er namelijk wel sprake van een resultaat van stoffelijke aard.

Wanneer heb je recht op transitievergoeding volgens de Wet werk en zekerheid?

De Wet werk en zekerheid is in 2014 ontstaan en heeft tot doel de ontslagprocedures in Nederland, eerlijker, sneller en goedkoper te maken. De overheid wil met deze wet meer mensen uit de WW-uitkering houden. Daarnaast wordt de positie van flexwerkers op de arbeidsmarkt versterkt door de bepalingen in de Wet werk en zekerheid.

Volgens de Wet werk en zekerheid moet de werkgever een transitievergoeding betalen aan een werknemer als de arbeidsovereenkomst met de desbetreffende werknemer minimaal 24 maanden heeft geduurd. De werkgever hoeft echter niet in alle gevallen een transitievergoeding aan de werknemer te betalen. Het betalen van de transitievergoeding is alleen van toepassing als:

  • de arbeidsovereenkomst door de werkgever is op gezegd.
  • de arbeidsovereenkomst op verzoek van de werkgever is ontbonden.
  • de arbeidsovereenkomst eindigt van rechtswege op initiatief van de werkgever en er wordt niet aansluitend een nieuw contract door de werkgever verstrekt.

De transitievergoeding dient ook door de werkgever te worden betaald als de werkgever ernstig verwijtbaar heeft gehandeld of ernstig nalatig is geweest en dat daardoor:

  • de werknemer de arbeidsovereenkomst heeft opgezegd.
  • het contract op verzoek van de werknemer is ontbonden.
  • de werknemer op grond van de nalatigheid of verwijtbaar handelen van de werkgever er voor kiest om na een contractbeëindiging op basis van rechtswege geen nieuw contract met de desbetreffende werkgever te sluiten.

Wanneer treed de transitievergoeding in?
De Kantonrechtersformule (AxBxC) is afgeschaft per 1 juli 2015. Vanaf dat moment treed de transitievergoeding in er is namelijk door de overheid geen overgangsregeling benoemd.  De transitievergoeding is maximaal een bedrag van 75.000 euro of maximaal 1 jaarsalaris als dat bedrag hoger uitvalt dan 75.000 euro. Als de werknemer echter ernstig verwijtbaar heeft gehandeld hoeft de werkgever hem of haar geen transitievergoeding te betalen.

Bij de transitievergoeding wordt het uitgangspunt gehanteerd dat elke werknemer tot zijn of haar 10e dienstjaar 1/3 maandsalaris per jaar opbouwt. Na het 10e dienstjaar bouwt de werknemer een ½ maandsalaris per jaar op.

Wat is een dienstbetrekking en wanneer spreekt men van een dienstbetrekking?

In het arbeidsrecht in Nederland worden verschillende begrippen gebruikt. Een begrip dat onder andere aan de orde komt in het arbeidsrecht is het begrip ‘dienstbetrekking’. Dit begrip komt ook aan de orde in het fiscale recht en wordt daar met name gebruikt in het kader van de loon belasting.

Wanneer is er sprake van dienstbetrekking?
Als men wil spreken van een dienstbetrekking moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De volgende voorwaarden zijn hiervoor van toepassing.

  1. De werknemer moet persoonlijk de arbeid verrichten. Het moet hierbij dus niet gaan om werkzaamheden die redelijkerwijs ook door anderen kunnen worden verricht.
  2. De werkgever betaald loon aan de werknemer. Dit loon kan op verschillende manieren worden uitbetaald en kan zowel loon in geld zijn als loon in natura. Ook andere beloningssystemen kunnen worden gebruikt. Vrijwilligerswerk waarbij geen loon of salaris wordt uitgekeerd valt niet onder een dienstbetrekking.
  3. Als men van een dienstbetrekking wil spreken moet er ook sprake zijn van een gezagsverhouding tussen de werknemer en werkgever.

Bovenstaande voorwaarden zijn van toepassing op een dienstbetrekking. Een dienstbetrekking is een arbeidsverhouding die gebaseerd is op een arbeidsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen een werkgever en een werknemer. In artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek is de arbeidsovereenkomst juridisch beschreven.

Wat is arbeidsrecht en wat is hierin vastgelegd?

Arbeidsrecht is een onderdeel van het recht dat gericht is op de arbeidsrelaties tussen werkgevers en werknemers. Iemand is een werknemer of werkneemster wanneer hij of zij zich of haar doormiddel van een arbeidsovereenkomst verbindt aan een werkgever, om onder zijn of haar gezag werkzaamheden te verrichten in ruil voor een beloning. Arbeidsrecht is een integraal onderdeel van het sociaal recht en kan worden opgedeeld in individueel en het collectief arbeidsrecht.

Waarom arbeidsrecht?
Aan het begin van de twintigste eeuw was de positie van de werknemer zwak ten opzichte van de werkgever. De contractpartijen konden in die tijd onderling de contractvoorwaarden bepalen. Dit betekende in de praktijk vaak dat de werkgevers de voorwaarden bepaalden waaronder de werknemers de werkzaamheden moesten verrichten.  Dit zorgde voor mistanden op de arbeidsmarkt. Grote industriële bedrijven gebruikten hun invloed om werknemers tegen zo weinig mogelijk loon aan het werk te zetten. Vanuit de werknemers ontstond kritiek en de werknemers gingen zich met elkaar verenigen in vakbonden. De vakbonden kregen meer invloed en zorgden en probeerden meer rechten voor werknemers vast te leggen in de wet. De wetgeving zorgde er in Nederland voor dat de werkgevers zich aan richtlijnen moesten houden. Het arbeidsrecht kreeg door de jaren heen een steeds duidelijker vorm.

In de 21ste eeuw is er maar weinig contractvrijheid. De werknemers krijgen veel bescherming door het arbeidsrecht. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan sociale zekerheid, arbeidsongevallenverzekering en ontslagbescherming.

Wat staat er in het arbeidsrecht?
Iedereen die in Nederland een arbeidsovereenkomst heeft gesloten krijgt te maken met rechten en plichten. Deze rechten en plichten zijn vastgelegd in het arbeidsrecht. Ambtenaren en uitzendkrachten krijgen eveneens te maken met aspecten die uit het arbeidsrecht naar voren komen.

De kern van het arbeidsrecht is boek 7 van het Nieuw Burgerlijk Wetboek betreffende Bijzondere overeenkomsten, onder titel 10 de Arbeidsovereenkomst. Onder deze titel staan in afdeling 11 een aantal bijzondere bepalingen die betrekking hebben tot de uitzendovereenkomst.

Een aantal belangrijke antwoorden met betrekking tot vragen over het arbeidsrecht kunnen in boek 7 van het BW worden gevonden. Voorbeelden van deze vragen zijn:

  • Wanneer is er sprake van een arbeidsovereenkomst?
  • Wanneer is de proeftijd van toepassing?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werknemer?
  • Wat zijn de verplichtingen van de werkgever?
  • Welke verplichtingen heeft een werkgever met betrekking tot de loonbetaling?
  • Welke regels zijn er met betrekking tot verlof?
  • Wat is er vastgelegd over gelijke behandeling van werknemers?
  • Hoe kan een arbeidsovereenkomst worden beëindigd?
  • Wat zijn de-integratieverplichtingen van de werknemer?

Wat is een nulurencontract?

Een nulurencontract is een arbeidsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen een werkgever en een werknemer. Kenmerkend voor een nulurencontract is dat er geen vast aantal uren in het contract is opgenomen voor de werknemer. Daarnaast is er in een nulurencontract ook geen minimaal aantal uren werk gegarandeerd voor de werknemer. Een werknemer kan gedurende de contractduur door de werkgever opgeroepen worden. Dit vereist van de werknemer maximale flexibiliteit. De werkgever beperkt doormiddel van een nulurencontract het risico dat hij de werknemer moet doorbetalen wanneer er weinig werk is. Als de werknemer wordt opgeroepen dient hij of zij onder de voorwaarden en het loon van het nulurencontract arbeid te verrichten. Een nulurencontract kan voor bepaalde en onbepaalde tijd zijn. Een werknemer die op basis van een nulurencontract werkt is een flexibele arbeidskracht en wordt ook wel een flexwerker genoemd. Er zijn echter meerdere varianten van flexwerk en flexibele arbeid. Hieronder is meer informatie weergegeven over nulurencontracten.

Aandachtspunten bij nulurencontracten
Nulurencontracten zijn geschikt voor organisaties die een grote mate van flexibiliteit eisen van het personeel. Dit kunnen organisaties zijn die te maken hebben met grote pieken en dalen in de productie. Als er een piek in de productie is kunnen bedrijven medewerkers met een nulurencontract oproepen. Als er een dal volgt in de productie kunnen ze de medewerkers thuis laten zitten. Voor werknemers is een nulurencontract een onzekere arbeidsrelatie.

Werknemers met een nulurencontract hebben weliswaar een contract maar de hoeveelheid werk die ze verrichten is onzeker. Daardoor zijn de inkomsten van deze werknemers vaak ook onzeker terwijl ze wel werkloosheidsstatistieken verdwijnen.

Geen werk is geen loon?
De Nederlandse overheid wil misbruik van nulurencontracten tegengaan. Daarom heeft de overheid een maximale periode in de wet vastgelegd waarbinnen een medewerker kan werken onder de conditie: geen werk is geen loon’. Deze periode is maximaal zes maanden en dient schriftelijk in het nulurencontract te worden vastgelegd. Na afloop van deze zes maanden moet de werkgever het loon doorbetalen indien de werknemer onder het nulurencontract werkzaam blijft bij het bedrijf. De doorbetaling is ook van toepassing als er voor de werknemer niet of nauwelijks werk is gedurende de contractduur. De hoogte van de doorbetalingsplicht van de werkgever is afhankelijk van het gemiddelde aantal uren en het gemiddelde inkomen dat de werknemer de laatste drie maanden heeft genoten. De exacte regels zijn afhankelijk van de afspraken die zijn opgenomen in de cao waaronder het bedrijf valt.

Wat is een leerarbeidsovereenkomst en is deze overeenkomst een arbeidsovereenkomst?

Naast een leerovereenkomst (LOK) worden in de praktijk aan beginnende beroepsbeoefenaars ook leerarbeidsovereenkomsten geboden. Doormiddel van leerarbeidsovereenkomsten wordt werk gecombineerd met leren. Deze overeenkomsten worden veel toegepast in de zorg en de bouw. Op de werkvloer krijgen leerlingen doormiddel van een leerarbeidsovereenkomst de gelegenheid om een bepaald vak te leren. Leerlingen voeren op de werkvloer werkzaamheden uit. Daardoor kan de vraag naar boven komen of een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is of dat er in feite toch sprake is van een leerarbeidsovereenkomst. Deze vraag is onder andere belangrijk bij de ketenopbouw van contracten. Bedrijven kunnen aan werknemers over het algemeen drie bepaalde tijdscontracten bieden. Moet een leerarbeidsovereenkomst worden beschouwd als een bepaalde tijdscontract die in de ketenopbouw moet worden meegenomen?

Is een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst of niet?
Hierover zijn verschillende juridische uitspraken (jurisprudentie) genoemd. Deze uitspraken zijn te vinden op internet en zijn uitgesproken in diverse rechtszaken. Wat opvalt is dat er verschillende antwoorden op zijn geformuleerd. In sommige gevallen wordt door de rechter de uitspraak gedaan dat een leerarbeidsovereenkomst in feite een arbeidsovereenkomst is. In andere gevallen is door de rechter aangegeven dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De rechter beoordeeld de leerarbeidsovereenkomst tijdens een rechtszitting op verschillende punten. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de inhoud van de leerarbeidsovereenkomst.

Wanneer in deze overeenkomst het leren en het opdoen van praktijkkennis door de leerling centraal staat wordt de leerarbeidsovereenkomst doorgaans niet als arbeidsovereenkomst beschouwd. Wanneer echter de arbeid of de werkzaamheden centraal staan in deze overeenkomst kan de rechter beslissen dat het wel degelijk gaat om een arbeidsovereenkomst. Daarnaast wordt door de rechter gekeken naar het doel waarmee de overeenkomst werd gesloten en wat de partijen voor ogen hadden toen ze de overeenkomst opstelden en ondertekenden.  

Tot slot kijkt de rechter ook naar andere omstandigheden. Zo wordt er gekeken naar de manier waarop feitelijk invulling is gegeven aan de invulling van de overeenkomst. Welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden heeft de leerling daadwerkelijk op de werkvloer gehad? Heeft de werkzaamheden tijdens deze werkzaamheden meer verantwoordelijkheid gedragen dan kan worden verwacht van een leerling? Dit zijn vragen die de rechter graag beantwoord wil zien. Hierbij kan namelijk het organisatiebelang voorop staan in plaats van het belang van de leerling. Wanneer dat het geval is kan de rechter alsnog oordelen dat de leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is. Bij het opstellen en invulling geven aan een leerarbeidsovereenkomst moeten het bedrijf en de leerling goed nagaan wat ze met de overeenkomst van elkaar verwachten. Door goed aandacht te besteden aan de overeenkomst kunnen misverstanden tijdens de contractduur worden voorkomen.

Wat is een leerovereenkomst en welke afspraken staan er in een leerovereenkomst?

Een leerovereenkomst, wordt ook wel afgekort met LOK, is een schriftelijke overeenkomst die wordt gesloten tussen een leerling of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger en een werkgever. Daarnaast is bij het opstellen van een leerovereenkomst een opleidingsinstelling betrokken. In totaal zijn er bij het opstellen van een leerovereenkomst drie partijen betrokken. Een leerling kan doormiddel van een leerovereenkomst bij een werkgever werken en daarnaast scholing volgen via een opleidingsinstituut. Door het werk bij een werkgever krijgt een leerling praktijkkennis. Het volgen van een opleiding zorgt er voor dat de leerling ook theoretische kennis krijgt. Hierdoor kan een leerling zich goed voorbereiden op zijn of haar toekomst in een bepaald beroep. Het leren en de ontwikkeling van de leerling staat hierbij centraal. Voorheen noemde men deze samenwerking tussen leerling, bedrijf en opleidingsinstantie het mbo leerlingwezen. Sinds 1997 noemt men dit beroepspraktijkvorming BPV of beroepsbegeleidende leerweg BBL.  

Doel van de leerovereenkomst
Een belangrijk doel van leerovereenkomsten is het schriftelijk vastleggen van afspraken tussen werkgever met betrekking tot de praktijkontwikkeling van een leerling. Een jongere die niet meer leerplichtig is krijgt doormiddel van een leerovereenkomst een kans om zichzelf doormiddel van een beroepsopleiding te ontwikkelen in een specifiek beroep of beroepenveld.

Wat staat er in een leerovereenkomst?
In een leerovereenkomst worden verschillende afspraken vastgelegd. Zo wordt er in deze overeenkomst vastgelegd dat een leerling in de praktijk wordt opgeleid in een specifiek beroep of beroepenveld. Daarnaast is in deze overeenkomst vastgelegd dat de leerling onderwijs volgt aan een opleidingsinstantie die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Deze opleidingsinstantie wordt met naam genoemd. Daarbij is duidelijk aangegeven welke opleiding door de opleidingsinstantie wordt geboden en welk opleidingsniveau daaraan verbonden is. In een leerovereenkomst kunnen afspraken over eventuele vergoedingen schriftelijk worden vastgelegd. Daarnaast kunnen ook afspraken worden genoteerd over het gebruik van leermiddelen zoals boeken, schrijfmateriaal en andere materialen die nodig zijn voor het voltooien van de opleiding. Uiteraard is ook de duur van de overeenkomst aangegeven in de leerovereenkomst. Tot slot wordt in de leerovereenkomst aangegeven hoe de overeenkomst kan worden beëindigd en op welke gronden dat kan gebeuren.

Leerovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst
De kern van leerovereenkomst is de ontwikkeling van een beginnend beroepsbeoefenaar. Daarom noemt men deze overeenkomst een leerovereenkomst. Het leren dient centraal te staan. Toch komt het in de praktijk soms voor dat de arbeid en de werkzaamheden centraal staan. In dat geval wordt een leerovereenkomst meer gebruikt als een arbeidsovereenkomst.