BBL de toekomst voor de techniek?

BBL oftewel de beroepsbegeleidende leerweg kan een belangrijk onderdeel vormen voor de toekomst van de techniek. In de techniek heeft men namelijk niet alleen te maken met technologie, innovatie en marktontwikkelingen. Ook het personeel vormt een belangrijk onderdeel van technische bedrijven. Er blijkt echter de afgelopen jaren een enorm tekort te zijn ontstaan aan technisch personeel. Dat betekent dat er de komende jaren aanzienlijk meer geïnvesteerd moet worden in technisch personeel. BBL kan hiervoor een prima oplossing zijn.

BBL
BBL wordt ook wel werken en leren genoemd. Iemand die aan een BBL opleiding deelneemt volgt in feite een opleiding op het middelbaarberoepsonderwijs oftewel een mbo-opleiding. Deze mbo-opleidingen zijn zeer praktijkgericht en zijn ontwikkeld om deelnemers of leerlingen te ondersteunen bij het ontwikkelen van vaardigheden. Tijdens een BBL-opleiding is de deelnemer grotendeels aanwezig bij een erkend leerbedrijf waar hij of zij daadwerkelijk meedraait met de werkzaamheden. Een BBL-er leert in de praktijk. Daarom is een BBL-opleiding een vorm van praktijkgericht leren. BBL-ers leren daardoor meteen de theorie toe te passen in de praktijk. Dat is een groot voordeel voor zowel de BBL-er die vaardigheden en competenties leert in een bepaald vakgebied als voor het bedrijf dat meteen wordt ondersteund met het uitvoeren van werkzaamheden.

Toekomst

Naarmate een BBL-er langer bij een bedrijf werkt vordert hij of zij in het BBL-traject. Een BBL-opleiding is zo opgebouwd dat men steeds meer vaardigheden zelfstandig uit kan voeren. Dat zorgt er voor dat de meerwaarde van de BBL-er steeds groter wordt. BBL is daardoor voor veel bedrijven een nuttig middel om het personeelstekort op langere termijn aan te pakken. Dat maakt BBL een oplossing voor het personeelsprobleem in de techniek. BBL is daarbij belangrijk voor de toekomst van de techniek in Nederland.  

Aanmelden voor carrousel BBL installatietechniek en BBL elektrotechniek

Heb je interesse in een baan in de installatietechniek of elektrotechniek, maar nog geen werkervaring? Dan is het BBL carrousel van Technicum een ideale oplossing. Technicum zoekt mensen die gemotiveerd zijn om aan de slag te gaan in de techniek. BBL staat voor Beroepsbegeleidende leerweg. Dat betekent dat er begeleiding plaatsvind in de ontwikkeling van de deelnemers aan de BBL opleiding. Werkervaring en een relevante opleidingsachtergrond zijn niet de belangrijkste punten waarop Technicum kandidaten voor het BBL carrousel selecteert. Het BBL traject is er namelijk op gericht om niet-technisch personeel te ontwikkelen tot vakkrachten. Daar is natuurlijk inspanning voor nodig. Het leren van een technisch beroep gaat natuurlijk niet vanzelf maar je staat er niet alleen voor! Technicum en de erkende leerbedrijven waarmee dit uitzendbureau samenwerkt zullen er alles aan doen om jou te laten slagen.

Begeleiding tijdens BBL
Gelukkig heeft Technicum voldoende ervaring in het begeleiden van sollicitanten en BBL-ers richting de techniek. Zo heeft Technicum specialisten in dienst die adviezen kunnen geven over opleidingen maar ook over leer-werkplekken. Daarnaast heeft Technicum consultants in dienst die veel van de arbeidsmarkt weten en je goed kunnen ondersteunen bij het kiezen van een BBL-opleiding die een grote kans biedt op een baan waarin je verzekerd bent van werk voor de toekomst. De installatietechniek en de elektrotechniek zijn voorbeelden van een branche waarin veel werkgelegenheid is en in de toekomst ook zal blijven. Daarom is het BBL carrousel specifiek voor deze sectoren gestart.

Wat is het BBL carrousel?
In het BBL carrousel krijgt een BBL-er de mogelijkheid om bij diverse bedrijven het praktijkdeel van de BBL-opleiding te volgen. Daardoor kan de BBL-er de inhoud van diverse functies ontdekken en zijn of haar vaardigheden ontwikkelen. Technicum is het enige uitzend- en detacheringsbureau op de technische arbeidsmarkt die het BBL carrousel aanbied. Dat is geen wonder want deze BBL-oplossing is door Technicum zelf bedacht en ontwikkeld. Tijdens het BBL carrousel gaan kandidaten tien weken bij drie verschillende erkende leerbedrijven werken. De doelstelling van Technicum is om ieder BBL-er zo in de belangrijkste werkomgevingen van de installatietechniek en elektrotechniek ervaring te laten opdoen. Tijdens het BBL-traject zal de BBL-er in de woningbouw en in de utiliteit gaan werken en leren. Door het roulatieproces krijgen BBL-ers een goed beeld van de diversiteit die de installatietechniek en elektrotechniek hen te bieden.

Meer weten over het BBL carrousel?
Als je meer wilt weten over het BBL-carrousel kun je een vraag indienen via de knop ‘BBL Technicum’ of een reactie insturen via het contactformulier van technischwerken.nl. Zodra het formulier binnen is zal er zo spoedig mogelijk contact met je worden opgenomen om je vraag te beantwoorden en je te helpen bij een verstandige BBL-loopbaankeuze.

BBL trajecten kunnen een oplossing vormen voor personeelstekort in techniek

Het tekort aan ervaren krachten in de techniek neemt toe. Veel bedrijven hebben tijdens de economische crisis ook bezuinigd op hun personeelsbestand. Ook technische bedrijven en bedrijven in de bouw hebben veel personeel noodgedwongen moeten laten vertrekken toen het slecht ging met de economie. Er werd in die crisistijd nauwelijks geïnvesteerd in instromers. Daarnaast zorgde de bezuinigingen van technische bedrijven en bouwbedrijven er voor dat er in de periode rond 2013 niet veel leerlingen kozen voor een technische opleiding. Het gevolg is dat dat er een tekort is aan personeel en dat dit tekort niet opgelost kan worden als men niet bereid is om alsnog te investeren in opleiding en ontwikkeling van instromers. BBL opleidingen zijn daarbij een effectief middel.

Wat is BBL?
BBL is de Beroepsbegeleidende leerweg en wordt ook wel werken en leren genoemd. Het is een vorm van het middelbaar beroepsonderwijs. BBL is de tegenhangen van BOL dat staat voor Beroepsopleidende leerweg. Een BOL opleiding vind, op een paar praktijkstages na, volledig op een opleidingsinstituut plaats bijvoorbeel een ROC. Een BBL traject is praktijkgerichter en dat maakt deze mbo-opleidingsvorm een uitstekend middel om iemand een ideale mix van praktijk en theorie te bieden tijdens een uitdagend opleidingstraject. In feite heb je voor een succesvolle BBL een goede begeleiding nodig vanuit school en op het werk. Daarom worden er wel eisen gesteld aan bedrijven die BBL-ers in dienst nemen. Bedrijven moeten gecertificeerd worden als erkend leerbedrijf. Praktijkopleiders van bedrijven kunnen de BBL-er op de werkplek ondersteunen bij het leren van de comptenties die nodig zijn in een technisch vakgebied.

BBL en de toekomst
De BBL-er zal tijdens zijn of haar BBL traject een groot deel op het werk aanwezig zijn. Een klein deel van de opleiding vind op school plaats waar de theoretische aspecten voornamelijk worden bijgebracht. Door BBL-ers in te laten stromen in technische bedrijven ontstaat er een nieuwe toestroom aan toekomstige vakkrachten. Het inwerken van BBL-ers kost natuurlijk tijd en wellicht ook capaciteit maar bedrijven krijgen er veel voor terug. Zonder nieuwe instromers in de techniek kunnen de personeelstekorten de komende jaren niet worden opgelost. Dat zorgt er voor dat bedrijven in de techniek steeds vaker er voor kiezen om erkend leerbedrijf te worden en BBL-ers aan te nemen. Ook steeds meer uitzendbureaus maken deze keuze. Zo kunnen de tekorten aan personeel in de bouw en de techniek de komende jaren worden aangepakt.

Wat is een leer-werkovereenkomst of leerovereenkomst?

Een leer-werkovereenkomst, leerarbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst is een overeenkomst tussen een werkgever en een leerling, waarin de leerling gedurende een bepaalde periode gaat werken en leren bij een werkgever om zodoende de vaardigheden en competenties in een bepaald vakgebied te leren. De leer-werkovereenkomst niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Het verschil tussen een leer-werkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst zit in het doel van de overeenkomst. De leer-werkovereenkomst is in de eerste plaatst gericht op het ontwikkelen van de leerling zodat hij of zij de opleiding goed kan afronden. Om die reden staat het leren meer centraal dan de arbeid. Dat betekent overigens ook dat een leerling van de werkgever ook een bepaalde begeleiding kan en mag verwachten tijdens het uitvoeren van werkzaamheden.

Leer-werkovereenkomst en arbeidsovereenkomst
In de eerste alinea werd duidelijk dat een leerovereenkomst of leer-werkovereenkomst primair bedoelt is voor de ontwikkeling van de leerling. Wanneer een werkgever en een leerling/ werknemer er voor kiezen dat de arbeid meer centraal moet staan en dat het leren van ondergeschikt belang is dan kan men er voor kiezen om toch een arbeidsovereenkomst op te stellen. Het verschil tussen deze arbeidsovereenkomst en de leer-werkovereenkomst is dat de leerling in feite meer als werknemer wordt beschouwd en dat er van hem of haar ook een bepaalde kwantiteit en kwaliteit in het werk wordt verwacht door de werkgever.

Men kan er ook voor kiezen om een leerovereenkomst en een arbeidsovereenkomst te sluiten. In dat geval is het heel belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wat men van elkaar kan verwachten tijdens het dienstverband. Daarbij kun je denken aan de tijd die de werknemer of leerling mag besteden aan het leren van nieuwe vaardigheden. Ook moeten er afspraken worden gemaakt over de begeleiding en de instructies op de werkvloer. Voor werkgevers is het belangrijk om te weten dat voor werknemers loonbelasting en premies volksverzekering moeten worden ingehouden op het loon en tevens de premies werknemersverzekering.

Werken en leren of BBL
Leer-werkovereenkomsten worden over het algemeen afgesloten in het kader van werken en leren. Een voorbeeld van werken en leren zijn de zogenaamde BBL trajecten. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. In feite leert een leerling via BBL een specifiek beroep door naast een theoretische ondersteuning op het opleidingsinstituut ook praktijk ondersteuning te krijgen bij een erkend leerbedrijf. Daarbij wordt er een leer-werkovereenkomst gesloten waarin vaak ook het opleidingsinstituut wordt benoemd. Dat houdt in dat een leer-werkovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst door drie partijen wordt getekend: de leerling, het erkend leerbedrijf en het opleidingsinstituut waar de BBL opleiding wordt gevolgd.

Voor- en nadelen BOL en BBL

Binnen het middelbaarberoepsonderwijs of MBO kan een student kiezen tussen twee onderwijsvormen: BOL (Beroeps opleidende leerweg) en BBL (Beroepsbegeleidende leerweg). Er zijn grote verschillen tussen deze onderwijsvormen. De BOL opleidingsvorm vindt hoofdzakelijk op school plaats in een combinatie met stages. De BBL vorm vindt plaats bij een bedrijf, men noemt dit dan ook wel werken en leren. Tijdens een BBL opleiding is de student veelal vier dagen aan het werk in een erkend leerbedrijf en gaat hij of zij een dag naar school. Sommige opleiding worden uitsluitend in een BBL of BOL vorm gegeven, bij andere opleidingen kan men een keuze maken tussen deze opleidingsvormen. Dit verschilt niet alleen per opleiding maar ook per opleidingsinstituut. Vee BBL en BOL opleidingen worden gegeven op een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) maar er worden ook BBL opleidingen gegeven op het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC).

Kiezen voor BBL of BOL
Om een keuze te maken moet de student goed afweging welke opleidingsvorm het beste aansluit bij zijn of haar toekomstvisie. Hierin kan een (toekomstige) student ook de voor- en nadelen van de twee opleidingsvormen in overweging nemen. De voor- en nadelen staan niet vast, maar zijn opgesteld naar de mening van Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL, schrijver van deze tekst.

Voor- en nadelen BOL
Zoals in voorgaande tekst werd uitgelegd, vindt de scholing van een BOL student hoofdzakelijk plaats op een opleidingsinstituut. Het is een opleiding van theoretische aard die wordt gegeven in combinatie met stages om de student van praktijk ervaring te voorzien.

Voordelen van een BOL opleiding:

  • Student krijgt veel theorie mee op school en kan daardoor een theoretische verdieping krijgen in de leerstof.
  • Student krijgt de kans stages te lopen bij een organisatie van zijn of haar keuze.
  • Student heeft recht op studiefinanciering, wanneer hij of zij 18 jaar of ouder is.
  • Door de stages of beroepspraktijkvorming heeft de student mogelijkheden om bij meerdere werkgevers te werken.
  • Naast de studiefinanciering heeft de student recht op een studentenreisproduct, vaak in de vorm van een OV-kaart.
  • Het is met een BOL-opleiding vaak eenvoudiger om door te stromen naar een hogere opleiding omdat die op het gebied van leervorm beter aansluiten dan de praktijkgerichte BBL-vorm.

Zo kent een BOL opleiding ook enige nadelen ten opzichte van de BBL opleidingen:

  • Student krijgt minder praktijk ervaring en leert vaak in mindere mate de ‘fijne kneepjes van het vak’.
  • Er zijn kosten verbonden aan de opleiding, zoals: boeken, lesgeld, etc.
  • De student weet minder van de arbeidsmarkt en minder van de werkprocessen.
  • In tegenstelling tot de BBL-variant is de beroepspraktijkvorming vaak onbetaald. Bij een BBL-opleiding ontvangt de BBL-er vaak salaris over de uren dat hij of zij werkt bij een erkend leerbedrijf.
  • En BOL-leerling of student heeft verhoudingsgewijs een korte praktijkervaring met een beroepspraktijkvorming en heeft daardoor minder ervaring met bedrijven en bedrijfscultuur.

Voor- en nadelen BBL
In tegenstelling tot de BOL opleidingen, is de student tijdens een BLL opleiding werkzaam bij een organisatie. Dit maakt BBL een opleidingsvorm van praktische aard.

Voordelen van een BBL opleiding:

  • De leerling doet veel werkervaring op bij een erkend leerbedrijf.
  • De leerling kan meteen geld verdienen tijdens het werken bij het erkend leerbedrijf.
  • School wordt in het algemeen gefinancierd door de organisatie waar de leerling werkt. Dit kan bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau zijn maar ook het erkend leerbedrijf.
  • Leerling wordt begeleid in het werk- en leerproces door een praktijkbegeleider en door school.
  • De leerling zal veel kennis opdoen van de werkprocessen, arbeidsmarkt en organisatiecultuur

Ook BBL kan nadelen hebben:

  • Doordat er (in het algemeen) maar één dag per week school is voor de leerling, vindt er minder theoretische scholing plaats. Het leren vanuit theorie wordt beperkt.
  • Bovenstaande heeft tot gevolg dat het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen vaak een grote stap is voor BBL-ers.
  • De leerling heeft geen recht op studiefinanciering.
  • De leerling heeft geen recht op een studenten reisproduct. Eventueel kan de leerling wel reiskostenvergoeding krijgen voor het woon-werkverkeer naar het erkend leerbedrijf.
  • Er zijn weinig mogelijkheden om bij meerdere werkgevers werkzaam te zijn. De BBL-er heeft vaak een overeenkomst met het erkende leerbedrijf om daar gedurende de opleiding en een bepaalde periode daarna aan de slag te blijven.

Samenvattend
Er is dus een groot verschil in BOL- en BBL opleidingen. Het grootste verschil zit hem in de mate van praktische en theoretische scholing. Een (aankomend) student die besluit een MBO opleiding te gaan volgen kan voor deze keuze komen te staan. Het is dan van belang dat er een weloverwogen keuze wordt gemaakt, voor nu en de toekomst. Wanneer een (aankomend) student niet uit de keuze kan komen, kan hij of zij de site van het dichtstbijzijnde opleidingsinstituut raadplegen. Ook kan men contact opnemen met de scholeninstellen, deze kunnen vaak helpen bij het maken van een keuze. Er zijn verschillende technische uitzendbureaus die ook advies bieden aan (aankomende) BBL-ers. Een voorbeeld hiervan is het uitzendbureau Technicum. Met dit uitzendbureau heeft Technischwerken.nl een samenwerkingsverband gesloten. Als je een BBL-opleiding wil gaan doen kun je dat kenbaar maken door het invullen van het contactformulier of het doen van een aanmelding op de hoofdpagina via de knop ‘BBL Technicum).

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

Wat is middelbaar beroepsonderwijs (mbo)?

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is een onderwijsvorm in Nederland. Met de benaming ‘beroepsonderwijs’ wordt duidelijk gemaakt dat een mbo er op gericht is om leerlingen op te leiden voor de uitoefening van een bepaald beroep. Mbo-opleidingen worden in Nederland vooral gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc). Dit is het geval met de mbo-opleidingen die gericht zijn op de techniek, bouw, sociale beroepen, zorg en economische beroepen. Deze mbo-opleidingen vallen onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Agrarische Opleidingscentra
Er zijn ook zogenoemde ‘groene opleidingen’ die gericht zijn op tuinbouw, bosbouw, akkerbouw/ landbouw en dierhouderij. Deze ‘groene opleidingen’ worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra (aoc). Deze groene opleidingen vallen onder het ministerie van Economische Zaken.

Vakinstellingen
Verder zijn er in Nederland vakinstellingen die ook mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Deze vakinstellingen bieden opleidingen in één specialistische branche. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld opleidingen gericht op grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum. Verder is er een Hout- en Meubileringscollege met specialistische opleidingen.

Particuliere opleidingsinstituten
In Nederland zijn er ook bijzonder instellingen die aan particulieren opleidingen bieden. Een aantal van deze bieden geaccrediteerde mbo-opleidingen. Leerlingen die een geaccrediteerde mbo-opleiding hebben behaald krijgen een erkend diploma. De particuliere opleidingsinstituten bieden vaak zeer specialistische opleidingen aan die gericht zijn op een bepaalde branche zoals kappersopleidingen en opleidingen die gericht zijn op uiterlijke verzorging zoals de opleidingen op particuliere schoonheidsinstituten.

Verschillende niveaus van mbo-opleidingen
Leerlingen kunnen een mbo-opleiding op verschillende niveaus volgen. De niveaus van mbo lopen van niveau 1 tot 4, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 4 het hoogste niveau. Hieronder staat en korte uitleg over de niveaus:

  • niveau 1: dit opleidingsniveau leidt een kandidaat op tot assistent beroepsbeoefenaar. Dit niveau biedt geen startkwalificatie.
  • niveau 2: is een opleidingsniveau tot medewerker of basisberoepsbeoefenaar.
  • niveau 3: met dit opleidingsniveau is een leerling opgeleid tot zelfstandig medewerker of zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dit wordt ook wel een vakopleiding genoemd.
  • niveau 4: is het hoogste mbo-niveau, leerlingen met dit opleidingsniveau zijn opgeleid tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot een hbo-opleiding.

Bol en bbl mbo-opleidingen
Mbo opleidingen worden in Nederland in twee vormen gegeven. Het verschil in deze twee vormen zit in de verdeling tussen theorie en praktijk. De twee vormen mbo zijn als volgt:

  • De beroepsbegeleidende leerweg (bbl). In deze variant van mbo doet de mbo-leerling ‘werken en leren’. De leerling dient voor een bbl-plek een dienstverband van minimaal 24 uur bij een relevant bedrijf te hebben. Een relevant bedrijf is een bedrijf waarin de bbl-er werkzaamheden kan uitvoeren die verband houden met zijn of haar opleidingsrichting. Per week gaat de bbl-er één dag naar school. In het verleden werd dit systeem ook wel vakschool of streekschool genoemd. Ook de naam leerlingstelsel was in gebruik.
  • De beroepsopleidende leerweg (bol) is de tweede variant van mbo-opleidingen. Bol-leerlingen gaan vier of vijf dagen per week naar school. De leerling heeft geen vast dienstverband bij een bedrijf en is gedurende de opleiding meer op school dan in de praktijk aan de slag. Om toch een goed beeld te krijgen van de praktijk volgt de medewerker een stage. Deze stage wordt ook wel de beroepspraktijkvorming genoemd en moet verplicht worden gevolgd en afgerond door de leerling. Een leerling die een bol-opleiding volgt krijgt gedurende de opleiding minimaal 850 klokuren les en begeleiding.

Toetsing en examens
In tegenstelling tot het voortgezet onderwijs kent het mbo geen centraal examen behalve voor de vakken Rekenen en Nederlands. De inhoud van de mbo-opleidingen is landelijk in eindtermen en competenties vastgelegd. Ieder mbo-opleidingsinstelling bepaald echter zelf hoe de examens worden afgelegd. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van zelf ontwikkelde toetsen en examens van landelijke organisaties. Uiteraard is het belangrijk dat het afstudeerniveau van mbo-opleidingen gewaarborgd blijft. Daarom houdt de Onderwijsinspectie toezicht op de examinering en de onderwijsprogrammering.

Toelatingseisen voor mbo
De toelatingseisen voor het mbo zijn afhankelijk van de vier verschillende niveaus waarin mbo-opleidingen worden ingedeeld. De toelatingseisen zijn als volgt:

  • voor mbo niveau 1 is er geen instoomdrempel. Op dit niveau kan in principe iedereen instromen.
  • voor mbo niveau 2 is er wel een instroomdrempel. Leerlingen die op dit niveau willen instromen moeten minimaal in bezit zijn van een vmbo-diploma Basisberoepsgerichte leerweg. In een aantal gevallen is er sprake van een drempelloze instroom voor niveau 2. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er geen verwante niveau 1 verbonden is aan de opleiding. De leerling dient dan in ieder geval minimaal 16 jaar oud te zijn. De drempelloze instroom kan echter worden afgeschaft zodra het wetsvoorstel Entree-opleidingen wordt aangenomen.
  • voor mbo niveau 3 en 4 is ten minste een vmbo-diploma Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg nodig om aan de instroomdrempel te voldoen. Of een leerling moet beschikken over een overgangsbewijs van havo/vwo 3 naar havo/vwo 4 nodig.

Als een leerling in bezit is van een havo-diploma of vwo-diploma kan hij of zij meestal aan een versneld opleidingstraject op mbo deelnemen.

Wat is een leerovereenkomst en welke afspraken staan er in een leerovereenkomst?

Een leerovereenkomst, wordt ook wel afgekort met LOK, is een schriftelijke overeenkomst die wordt gesloten tussen een leerling of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger en een werkgever. Daarnaast is bij het opstellen van een leerovereenkomst een opleidingsinstelling betrokken. In totaal zijn er bij het opstellen van een leerovereenkomst drie partijen betrokken. Een leerling kan doormiddel van een leerovereenkomst bij een werkgever werken en daarnaast scholing volgen via een opleidingsinstituut. Door het werk bij een werkgever krijgt een leerling praktijkkennis. Het volgen van een opleiding zorgt er voor dat de leerling ook theoretische kennis krijgt. Hierdoor kan een leerling zich goed voorbereiden op zijn of haar toekomst in een bepaald beroep. Het leren en de ontwikkeling van de leerling staat hierbij centraal. Voorheen noemde men deze samenwerking tussen leerling, bedrijf en opleidingsinstantie het mbo leerlingwezen. Sinds 1997 noemt men dit beroepspraktijkvorming BPV of beroepsbegeleidende leerweg BBL.  

Doel van de leerovereenkomst
Een belangrijk doel van leerovereenkomsten is het schriftelijk vastleggen van afspraken tussen werkgever met betrekking tot de praktijkontwikkeling van een leerling. Een jongere die niet meer leerplichtig is krijgt doormiddel van een leerovereenkomst een kans om zichzelf doormiddel van een beroepsopleiding te ontwikkelen in een specifiek beroep of beroepenveld.

Wat staat er in een leerovereenkomst?
In een leerovereenkomst worden verschillende afspraken vastgelegd. Zo wordt er in deze overeenkomst vastgelegd dat een leerling in de praktijk wordt opgeleid in een specifiek beroep of beroepenveld. Daarnaast is in deze overeenkomst vastgelegd dat de leerling onderwijs volgt aan een opleidingsinstantie die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Deze opleidingsinstantie wordt met naam genoemd. Daarbij is duidelijk aangegeven welke opleiding door de opleidingsinstantie wordt geboden en welk opleidingsniveau daaraan verbonden is. In een leerovereenkomst kunnen afspraken over eventuele vergoedingen schriftelijk worden vastgelegd. Daarnaast kunnen ook afspraken worden genoteerd over het gebruik van leermiddelen zoals boeken, schrijfmateriaal en andere materialen die nodig zijn voor het voltooien van de opleiding. Uiteraard is ook de duur van de overeenkomst aangegeven in de leerovereenkomst. Tot slot wordt in de leerovereenkomst aangegeven hoe de overeenkomst kan worden beëindigd en op welke gronden dat kan gebeuren.

Leerovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst
De kern van leerovereenkomst is de ontwikkeling van een beginnend beroepsbeoefenaar. Daarom noemt men deze overeenkomst een leerovereenkomst. Het leren dient centraal te staan. Toch komt het in de praktijk soms voor dat de arbeid en de werkzaamheden centraal staan. In dat geval wordt een leerovereenkomst meer gebruikt als een arbeidsovereenkomst.