Vacature installatiemonteur in energietransitie

Nederland wordt milieubewuster en daardoor is er volop werk voor installatiemonteurs. De installatietechniek is meer dan ook verbonden aan de toekomst van Nederland en de energietransitie die daar bij hoort. De energietransitie is de omschakeling van vervuilende brandstoffen en installaties naar schonere installaties. Er zijn echter installatiemonteurs nodig die deze energietransitie kunnen realiseren. Daarom zoeken we in heel Nederland voor verschillende installatiemonteurs die zich willen inzetten in de verduurzaming van installaties.

Wat vragen wij?
We zijn op zoek naar mensen die zich willen inzetten om verwarmingsinstallaties aan te leggen die toekomstbestendig zijn zodat de CO2 uitstoot omlaag gaat en de opwarming van de aarde wordt tegengegaan. Daarvoor zoeken wij mensen die:

  • In bezit zijn van VCA
  • In bezit zijn van een rijbewijs en bij voorkeur over een auto beschikken
  • Ervaring hebben met installatietechniek vanuit werk of hobby

Wij bieden werk en ontwikkeling
De installatietechniek is een uitdagende sector waarin voortdurend nieuwe duurzame technieken worden ingevoerd waarmee gebouwen kunnen worden verwarmd. Ook het gebied van watervoorziening zijn installatiemonteurs werkzaam. De technologie ontwikkeld zich verder en daardoor wordt het vakgebied van de installatiemonteur steeds uitdagender. Gelukkig bieden wij als organisatie onze monteurs volop de mogelijk om zichzelf te ontwikkelen. Daarvoor bieden we opleidingen aan over specifieke duurzame technieken zoals warmtepompen en geothermie tot complete BBL-opleidingen. Omdat wij ook BBL opleidingen aanbieden kunnen ook mensen met minder ervaring in de installatietechniek in aanmerking komen voor deze vacature.

Alle voordelen op een rij
We hebben niet alleen aandacht voor je loopbaanontwikkeling maar we bieden je ook:

  • Een goed salaris
  • Handgereedschap, elektrisch gereedschap en werkkleding
  • Uitdagende projecten
  • Werk bij jou in de buurt

Reageer meteen
Wil je zo snel mogelijk aan de slag reageer dan op de ‘Technicum vacatures’ knop in de menubalk of stuur een sollicitatie via het contactformulier.

Vacature elektromonteur energietechniek

Wil je aan de slag in de verduurzaming van de energievoorziening van woningen en utiliteit? Dan is deze vacature voor elektromonteur een ideale baan voor jou. Door heel Nederland zijn wij op zoek naar elektromonteurs die aan de slag willen in het plaatsen van zonnepanelen, ledverlichting en andere duurzame energieoplossingen.

Wat vragen wij?
Nederland moet duurzamer worden en jij kunt daar een bijdrage aan leveren als je aan (een deel) van de volgende functie-eisen kunt voldoen:

  • Je bent in bezit van een geldig VCA certificaat
  • Je bent in het bezit van een rijbewijs en een auto
  • Je hebt ervaring in de elektrotechniek (hobbymatig en/of werkervaring)

Wij bieden werk en opleiding
Een uitdagende functie in de energietransitie van elektrische installaties op verschillende locaties in heel Nederland. De elektrotechniek is een brede technische sector met veel afwisselende taken en installaties. Ook in de energietransitie is veel afwisseling en technologische vernieuwing. Vanwege die voortdurende vernieuwing zijn er volop opleidingsmogelijkheden waaronder NEN3140 maar ook complete BBL opleidingen te volgen in de elektrotechniek. Zo kun je ook als je wat minder ervaring hebt in elektrotechniek toch in aanmerking komen voor deze vacature.

Alle voordelen op een rij
Naast aandacht voor loopbaanontwikkeling bieden wij een uitdagende functie waarmee de energiedoelen van Nederland kunnen worden behaald. Verder krijg je:

  • Een goed salaris
  • Werkkleding en gereedschap
  • Uitdagende opdrachten
  • Werk bij jou in de buurt

Reageer meteen
Wil je zo snel mogelijk aan de slag reageer dan op de ‘Technicum vacatures’ knop in de menubalk of stuur een sollicitatie via het contactformulier.

BBL trajecten kunnen een oplossing vormen voor personeelstekort in techniek

Het tekort aan ervaren krachten in de techniek neemt toe. Veel bedrijven hebben tijdens de economische crisis ook bezuinigd op hun personeelsbestand. Ook technische bedrijven en bedrijven in de bouw hebben veel personeel noodgedwongen moeten laten vertrekken toen het slecht ging met de economie. Er werd in die crisistijd nauwelijks geïnvesteerd in instromers. Daarnaast zorgde de bezuinigingen van technische bedrijven en bouwbedrijven er voor dat er in de periode rond 2013 niet veel leerlingen kozen voor een technische opleiding. Het gevolg is dat dat er een tekort is aan personeel en dat dit tekort niet opgelost kan worden als men niet bereid is om alsnog te investeren in opleiding en ontwikkeling van instromers. BBL opleidingen zijn daarbij een effectief middel.

Wat is BBL?
BBL is de Beroepsbegeleidende leerweg en wordt ook wel werken en leren genoemd. Het is een vorm van het middelbaar beroepsonderwijs. BBL is de tegenhangen van BOL dat staat voor Beroepsopleidende leerweg. Een BOL opleiding vind, op een paar praktijkstages na, volledig op een opleidingsinstituut plaats bijvoorbeel een ROC. Een BBL traject is praktijkgerichter en dat maakt deze mbo-opleidingsvorm een uitstekend middel om iemand een ideale mix van praktijk en theorie te bieden tijdens een uitdagend opleidingstraject. In feite heb je voor een succesvolle BBL een goede begeleiding nodig vanuit school en op het werk. Daarom worden er wel eisen gesteld aan bedrijven die BBL-ers in dienst nemen. Bedrijven moeten gecertificeerd worden als erkend leerbedrijf. Praktijkopleiders van bedrijven kunnen de BBL-er op de werkplek ondersteunen bij het leren van de comptenties die nodig zijn in een technisch vakgebied.

BBL en de toekomst
De BBL-er zal tijdens zijn of haar BBL traject een groot deel op het werk aanwezig zijn. Een klein deel van de opleiding vind op school plaats waar de theoretische aspecten voornamelijk worden bijgebracht. Door BBL-ers in te laten stromen in technische bedrijven ontstaat er een nieuwe toestroom aan toekomstige vakkrachten. Het inwerken van BBL-ers kost natuurlijk tijd en wellicht ook capaciteit maar bedrijven krijgen er veel voor terug. Zonder nieuwe instromers in de techniek kunnen de personeelstekorten de komende jaren niet worden opgelost. Dat zorgt er voor dat bedrijven in de techniek steeds vaker er voor kiezen om erkend leerbedrijf te worden en BBL-ers aan te nemen. Ook steeds meer uitzendbureaus maken deze keuze. Zo kunnen de tekorten aan personeel in de bouw en de techniek de komende jaren worden aangepakt.

Technicum Techniek Academy een oplossing voor het tekort aan Technisch personeel

Het opleiden van technisch personeel wordt steeds belangrijker. De arbeidsmarkt heeft de komende jaren te maken met een oplopend tekort aan technisch personeel en de technologische ontwikkelingen worden steeds complexer. Techniek draait om kennis, veiligheid, innovatie en kwaliteit. Al deze aspecten zijn voortdurend in ontwikkeling en worden in technische opleidingen aangeboden. Technicum uitzendbureau levert met de Techniek Academy een speciale bijdrage aan het opleiden van vakkundig technisch personeel.

Dienstverlening aan bedrijven en leerlingen

De dienstverlening die Technicum levert doormiddel van de Techniek Academy bestaat uit het optimaal ontzorgen van technische bedrijven met betrekking tot de opleiding en ontwikkeling van technische werknemers. Met ‘ontzorgen’ wordt bedoelt dat Technicum een aantal tijdrovende en complexe taken van bedrijven over kan nemen in en rondom het opleidingsproces. Technicum zal met bedrijven afspraken maken of de dienstverlening die gewenst is. Zo kan Technicum verantwoordelijk worden gemaakt voor de werving van de leerlingen en de selectie van de juiste kandidaten die deelnemen aan een opleiding. Ook de begeleiding van de leerlingen kan Technicum uitstekend uitvoeren.

Focus op werving en selectie

Juist nu er op de arbeidsmarkt een steeds grotere krapte ontstaat aan ervaren technisch personeel is de focus en de aandacht voor het werven en selecteren van kandidaten voor opleidingstrajecten van groot belang. Er zijn voldoende werkzoekenden en werklozen op de arbeidsmarkt maar niet iedereen die tot deze groepen behoort is ook geschikt voor een technisch beroep. Daarnaast verschillende technische beroepen onderling en is er ook sprake van zogenaamde cultuurverschillen tussen de sectoren.

Denk hierbij het verschil tussen de bouwsector en de metaalbranche. Technicum is vrijwel in alle sectoren binnen de techniek vertegenwoordigd en kent daardoor de verschillen tussen de bedrijfsculturen maar ook de verschillen tussen de functies en de bijbehorende opleidingseisen. Deze aspecten zorgen er voor dat Technicum goed in staat is om voor bedrijven het juiste personeel en de juiste leerlingen te selecteren. Voor leerlingen betekent deze kennis en ervaring van Technicum een goede begeleiding naar het juiste leerbedrijf en een uitstekende ondersteuning in het leerproces. Door de bemiddeling van Technicum vind je de opleiding die bij je kennis, ervaring en ambities aansluit en heb je bovendien door de vakkundige begeleiding ook een zo groot mogelijke kans om de opleiding succesvol af te ronden.

Specifieke eigenschappen van de Technicum Academy
De Technicum Academy is een Engelse benaming voor de specifieke aanpak die het VCU gecertificeerde uitzendbureau Technicum hanteert om het succesvol leren van technische leerlingen te bevorderen bij leerbedrijven. Om de opleiding van de medewerker het beste aan te laten sluiten op zijn/ haar wensen ten aanzien van de loopbaan binnen de techniek en wat de arbeidsmarkt vraagt worden door Technicum de volgende stappen gehanteerd:

    1. Kennismaking. Technicum start met een persoonlijk opleidingsgesprek met de kandidaat leerling. Dit gesprek wordt gevoerd met een van de opleidingsadviseurs of ervaren consultants op een Technicum-vestiging. Uit dit gesprek ontstaat een duidelijk beeld van de wensen van de kandidaat en de manier waarop deze loopbaanwensen doormiddel van een opleiding verwezenlijkt kunnen worden.
    2. Aanmelding. Technicum biedt zelf opleidingen aan en heeft contact met vrijwel alle gangbare opleidingsinstituten in de techniek. De leerling kan samen met de consultant of opleidingadviseur van Technicum een startmoment bepalen. Technicum zal de leerling dan aanmelden bij de beste opleidingsinstantie. De medewerker komt voor de aanvang van de opleiding bij Technicum in dienst en gaat daarbij een leerwerkovereenkomst aan. Technicum zorgt er voor er een passende werkplek wordt gevonden bij een erkend leerbedrijf welke het beste bij de medewerker en de opleidingsrichting aansluit.
    3. Kosten. De kosten van de opleiding worden door Technicum betaald, zowel het lesgeld als de boeken.
    4. Leren en werken. De medewerker werkt 4 of 5 dagen in de praktijk bij een erkend leerbedrijf en gaat één dag of twee avonden in de week naar school.
    5. Veiligheid. Technicum is een VCU gecertificeerde uitzendorganisatie en daardoor gespecialiseerd in het bemiddelen van technisch personeel bij VCA gecertificeerde bedrijven. Naast de gebruikelijke doorgeleidingsplicht van veiligheidsregels en de werkinstructie zorgt Technicum doormiddel van de verstrekking van persoonlijke beschermingsmiddelen (pbm’s) en werkplekinspecties er voor dat de werknemers in een veilige omgeving werken. Doormiddel van veiligheidscertificaten zoals de NEN3140, NEN1010, het heftruckcertificaat, VCA Basis, VCA Vol en vele andere certificaten kunnen leerlingen en uitzendkrachten die via Technicum werken nog beter op de hoogte worden gebracht van de veiligheidsaspecten in een specifieke werkomgeving. Ook deze certificaten betaald Technicum.
    6. Een leven lang leren. De techniek is in ontwikkeling en het is daarom belangrijk dat je kennis en vaardigheden op niveau blijven. Werknemers die in dienst zijn van Technicum blijven zich in hun werk ontwikkelen en worden daarbij theoretisch en praktisch ondersteund door aanvullende opleidingen en cursussen.

Aanmelden voor de Technicum Academy?
Heb je interesse in werken en leren, BBL, of een andere opleidingsvariant binnen de Technicum Academy? Neem dan contact met ons op via het contactformulier of meld je direct aan voor een passend BBL traject doormiddel van het BBL aanmeldformulier. Binnen 2 werkdagen zal een opleidingsadviseur of consultant van Technicum met je contact opnemen voor een vrijblijvend gesprek over je mogelijkheden in de techniek en de bijbehorende opleidingen.

Aansprakelijkheid stagiairs tijdens stage

Jaarlijks lopen tienduizenden leerlingen een studenten een stage bij een leerbedrijf. Gelukkig verlopen de meeste stages zonder problemen maar er kunnen calamiteiten of schade ontstaan tijdens de stage. Deze schade of andere problemen kunnen door het personeel van het bedrijf ontstaan, door weersinvloeden en andere invloeden van buitenaf maar ook door de stageloper. Wanneer de stagiair betrokken is geweest bij een ongeval of ander incident met schade dan kan de aansprakelijkheid ter sprake komen.

Stage en aansprakelijkheid

Student Tjerk van de Meij heeft voor zijn stage bij uitzendbureau Technicum onderzocht hoe de aansprakelijkheid van stagiairs bij de wet is geregeld. Onderstaande informatie heeft hij over dit onderwerp verzameld.

Uit een artikel van de Vrije Universiteit van Amsterdam (2015) blijkt dat de aansprakelijkheid bij (bedrijfs-) ongevallen bij stagiaires overeenkomt met de aansprakelijkheid bij het inlenen van bijstandsgerechtigden en vrijwilligers, dit blijkt uit jurisprudentie van het Hof. Er wordt uitgelegd dat wanneer een stagiair slachtoffer is van een bedrijfsongeval, deze stagiair altijd net als reguliere medewerkers beroep kan doen op het goed werkgeverschap. Dit is benoemd in artikel 611 van het burgerlijk wetboek boek 7.
Net als de reguliere werknemer, moet de werkgever de stagiair voorzien van de in artikel 7:658 BW bepaalde elementen om schade te doen voorkomen.

  • De werkgever moet zorgen dat de werknemer/stagekracht geen schade kan oplopen door het gereedschap waar hij of zij mee werkt. Ook zonder notitie of werkinstructie moet dit gereedschap goed zijn en niet tot schade leiden. Wanneer dit gebeurt is de werkgever of stagegever aansprakelijk.
  • De werkgever is aansprakelijk wanneer de werknemer of stagiair schade ondervind tijdens het uitvoeren van zijn werkzaamheden.
  • De werknemer wordt ten alle tijden beschermd en mag niet worden benadeeld in de procedure met betrekking tot het onderzoek naar de schade en de afwikkeling daarvan.
  • Ook wanneer de werknemer of stagiair geen arbeidsovereenkomst heeft met de werkgever, is de werkgever wel aansprakelijk als er schade voordoet beschreven in de bovenstaande opsomming. De werkgever is aansprakelijk omdat er dan arbeid wordt verricht ten gunste van de werkgever.

Doorgeleidingsplicht
Wanneer een werknemer of stagiair zich roekeloos gedraagt en daardoor schade oploopt, is de werkgever niet aansprakelijk. Dit dient echter wel bewezen te worden. Daarbij is het ook belangrijk dat de werkgever kan aantonen dat hij de werknemer van te voren goed heeft geïnstrueerd. Wanneer een uitzendkracht werkt voor een uitzendbureau bij een ander bedrijf dan zal het uitzendbureau op basis van de doorgeleidingsplicht de stagiair van alle relevante informatie moeten voorzien met betrekking tot de werkzaamheden en de veiligheidsaspecten die daarbij aan de orde kunnen komen. Ook het uitzendbureau kan namelijk aansprakelijk worden gesteld wanneer deze nalatig is geweest op het gebied van de doorgeleidingsplicht voor de stagiair.

Wat is omscholen?

Omscholen is het geheel van opleidingen, trainingen, cursussen en andere activiteiten waarmee iemand nieuwe vaardigheden en kennis aanleert die hem of haar in staat stellen om een ander beroep uit te oefenen dan men tot op heden heeft uitgeoefend en waar men aanvankelijk voor is opgeleid. Deze definitie voor omscholen heeft schrijver Pieter Geertsma van Technischwerken.nl geformuleerd om het begrip omscholen te verduidelijken. Het is duidelijk dat omscholen zorgt voor een verandering in de loopbaanmogelijkheden van de desbetreffende persoon. Deze verandering vereist inspanning en wordt daarom met een reden of vanwege meerdere redenen in werking gezet. In de volgende alinea zijn een aantal redenen genoemd waarom iemand kiest voor omscholen.

Waarom omscholen?
Omscholen doet men meestal niet zomaar. Meestal kost omscholen geld en behoorlijk wat inspanning. Er worden andere keuzes gemaakt en men neemt vaak afscheid van een bepaald beroep of beroepsgroep. Voordat men dit doet moet men goed nadenken en de keuze voor een omscholing naar andere beroepsgroep goed motiveren. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand besluit tot omscholen. We zetten een aantal veelvoorkomende redenen op een rijtje:

  • Met de opleiding die men aanvankelijk heeft gevolgd heeft men geen mogelijkheden op een betaalde baan op de arbeidsmarkt.
  • Men ondervind fysieke of psychische klachten bij het uitoefenen van de huidige functie waardoor men een omscholingstraject nodig heeft om een andere baan te kunnen krijgen.
  • De huidige loopbaan biedt weinig perspectieven en heeft ongunstige arbeidsvoorwaarden.
  • Er ontstaan nieuwe functies en beroepen door nieuwe technologieën en andere ontwikkelingen die de interesse wekken en mensen laten overwegen om zich om te scholen.
  • Vrienden of kennissen maken iemand geïnteresseerd in andere functies waardoor men overweegt om een omscholingstraject in te gaan.
  • Door ontslag of door een reorganisatie raakt iemand zijn of haar functie kwijt en besluit hij of zij om de loopbaan en loopbaanperspectieven een nieuwe invalshoek te geven doormiddel van een omscholing.
  • Iemand komt er tijdens een gesprek of loopbaanbegeleidingstraject met een loopbaanbegeleider achter dat hij of zij toch geschikter is voor een andere functie dan hij of zij op dit moment uitoefent.

Hierboven staan een paar redenen voor omscholing. Zoals je ziet hebben veel redenen te maken met beeldvorming over beroepen en functies. Deze beeldvorming kan veranderen na verloop van tijd. Daarnaast veranderen functies ook. Doormiddel van nieuwe technologieën, gereedschappen, robotisering en automatisering verdwijnen functies, worden functies aangepast en komen er nieuwe functies bij. Omscholen en bijscholen worden daardoor steeds vaker ter sprake gebracht binnen bedrijven en bij loopbaanbegeleidingstrajecten.

Omscholen begint met kiezen
Omscholen begint in feite bij de werknemer of werkzoekende zelf en zijn of haar omgeving. Door veranderingen in de werksituatie en persoonlijke (lichamelijke en psychische) situatie kan er behoefte ontstaan aan omscholing. Zodra deze behoefte ontstaat is het belangrijk dat deze behoefte en veranderde beeldvorming getoetst wordt. Dit kan door een gesprek aan te gaan met een loopbaanbegeleider of met een decaan. Ook kan het nuttig zijn om op internet informatie te zoeken met betrekking tot opleidingen en beroepen. Vacatures en functieprofielen kunnen belangrijke informatie geven over wat werkgevers voor opleidingsachtergrond eisen in bepaalde beroepen. Een keuze voor omscholing is vaak een keuze voor een bepaald beroep of functie. De beeldvorming over dit beroep of deze functie moet goed worden getoetst bij werknemers die een dergelijk beroep uitoefenen. Werknemers die daadwerkelijk dezelfde functie uitoefenen kunnen vaak een eerlijk beeld geven van de positieve en negatieve aspecten van de functie. Zo kan men een helder beeld krijgen en een goede beslissing maken om juist wel of niet een omscholingstraject in te gaan. Als je niet zeker weet of je een omscholingstraject in wilt gaan is het verstandig om geen overhaaste beslissingen te nemen. Een omscholing naar een ander beroep kost vaak veel tijd en geld en daarom moet een omscholingstraject zorgvuldig in werking worden gezet.

Hoe werkt omscholen?
Omscholen doe je meestal niet alleen maar samen met je werkgever een outplacementbureau, het UWV of een andere instantie. Deze zal je vaak advies geven over de opleiding en het opleidingsinstituut waar je de opleiding zou kunnen volgen. Vaak kun je zelf afspraken maken met het opleidingsinstituut over de aanvang en duur van de opleiding. Ook weet het opleidingsinstituut vaak goed te vertellen wat de loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven zijn met een bepaalde opleiding. Omscholingstrajecten kun je fulltime doen maar ook naast je werk. Op die manier kun je naast je werk jezelf ontwikkelen voor een andere beroepsgroep. Denk hierbij aan avondstudies, werken en leren of zelfs BBL.

Vooropleiding voor omscholen
Er zijn veel opleidingen in Nederland. Toch kun je niet elke opleiding zomaar volgen. Meestal wordt er een vooropleiding vereist. Omdat er sprake is van een omscholingstraject is de kans groot dat iemand niet over de vereiste vooropleiding beschikt. Daarom wordt vaak gekeken naar het opleidingsniveau. Heeft iemand bijvoorbeeld een HBO niveau of een MBO niveau dan is het vaak mogelijk om op hetzelfde niveau een andere opleiding te volgen in een andere richting. Of iemand voor bepaalde modules en vakken vrijstelling kan krijgen is afhankelijk van de opleiding, het opleidingsinstituut en individuele afspraken die hierover gemaakt kunnen worden voordat men met de opleiding start. De meeste ROC’s en HBO-opleidingsinstituten hebben vaak duidelijke regels en voorschriften met betrekking tot vrijstelling en vooropleiding. Daarom is het belangrijk om met deze opleidingsinstituten hierover in contact te treden voordat men zich aanmeld voor een opleiding in het kader van omscholing.

Voor- en nadelen BOL en BBL

Binnen het middelbaarberoepsonderwijs of MBO kan een student kiezen tussen twee onderwijsvormen: BOL (Beroeps opleidende leerweg) en BBL (Beroepsbegeleidende leerweg). Er zijn grote verschillen tussen deze onderwijsvormen. De BOL opleidingsvorm vindt hoofdzakelijk op school plaats in een combinatie met stages. De BBL vorm vindt plaats bij een bedrijf, men noemt dit dan ook wel werken en leren. Tijdens een BBL opleiding is de student veelal vier dagen aan het werk in een erkend leerbedrijf en gaat hij of zij een dag naar school. Sommige opleiding worden uitsluitend in een BBL of BOL vorm gegeven, bij andere opleidingen kan men een keuze maken tussen deze opleidingsvormen. Dit verschilt niet alleen per opleiding maar ook per opleidingsinstituut. Vee BBL en BOL opleidingen worden gegeven op een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) maar er worden ook BBL opleidingen gegeven op het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC).

Kiezen voor BBL of BOL
Om een keuze te maken moet de student goed afweging welke opleidingsvorm het beste aansluit bij zijn of haar toekomstvisie. Hierin kan een (toekomstige) student ook de voor- en nadelen van de twee opleidingsvormen in overweging nemen. De voor- en nadelen staan niet vast, maar zijn opgesteld naar de mening van Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL, schrijver van deze tekst.

Voor- en nadelen BOL
Zoals in voorgaande tekst werd uitgelegd, vindt de scholing van een BOL student hoofdzakelijk plaats op een opleidingsinstituut. Het is een opleiding van theoretische aard die wordt gegeven in combinatie met stages om de student van praktijk ervaring te voorzien.

Voordelen van een BOL opleiding:

  • Student krijgt veel theorie mee op school en kan daardoor een theoretische verdieping krijgen in de leerstof.
  • Student krijgt de kans stages te lopen bij een organisatie van zijn of haar keuze.
  • Student heeft recht op studiefinanciering, wanneer hij of zij 18 jaar of ouder is.
  • Door de stages of beroepspraktijkvorming heeft de student mogelijkheden om bij meerdere werkgevers te werken.
  • Naast de studiefinanciering heeft de student recht op een studentenreisproduct, vaak in de vorm van een OV-kaart.
  • Het is met een BOL-opleiding vaak eenvoudiger om door te stromen naar een hogere opleiding omdat die op het gebied van leervorm beter aansluiten dan de praktijkgerichte BBL-vorm.

Zo kent een BOL opleiding ook enige nadelen ten opzichte van de BBL opleidingen:

  • Student krijgt minder praktijk ervaring en leert vaak in mindere mate de ‘fijne kneepjes van het vak’.
  • Er zijn kosten verbonden aan de opleiding, zoals: boeken, lesgeld, etc.
  • De student weet minder van de arbeidsmarkt en minder van de werkprocessen.
  • In tegenstelling tot de BBL-variant is de beroepspraktijkvorming vaak onbetaald. Bij een BBL-opleiding ontvangt de BBL-er vaak salaris over de uren dat hij of zij werkt bij een erkend leerbedrijf.
  • En BOL-leerling of student heeft verhoudingsgewijs een korte praktijkervaring met een beroepspraktijkvorming en heeft daardoor minder ervaring met bedrijven en bedrijfscultuur.

Voor- en nadelen BBL
In tegenstelling tot de BOL opleidingen, is de student tijdens een BLL opleiding werkzaam bij een organisatie. Dit maakt BBL een opleidingsvorm van praktische aard.

Voordelen van een BBL opleiding:

  • De leerling doet veel werkervaring op bij een erkend leerbedrijf.
  • De leerling kan meteen geld verdienen tijdens het werken bij het erkend leerbedrijf.
  • School wordt in het algemeen gefinancierd door de organisatie waar de leerling werkt. Dit kan bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau zijn maar ook het erkend leerbedrijf.
  • Leerling wordt begeleid in het werk- en leerproces door een praktijkbegeleider en door school.
  • De leerling zal veel kennis opdoen van de werkprocessen, arbeidsmarkt en organisatiecultuur

Ook BBL kan nadelen hebben:

  • Doordat er (in het algemeen) maar één dag per week school is voor de leerling, vindt er minder theoretische scholing plaats. Het leren vanuit theorie wordt beperkt.
  • Bovenstaande heeft tot gevolg dat het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen vaak een grote stap is voor BBL-ers.
  • De leerling heeft geen recht op studiefinanciering.
  • De leerling heeft geen recht op een studenten reisproduct. Eventueel kan de leerling wel reiskostenvergoeding krijgen voor het woon-werkverkeer naar het erkend leerbedrijf.
  • Er zijn weinig mogelijkheden om bij meerdere werkgevers werkzaam te zijn. De BBL-er heeft vaak een overeenkomst met het erkende leerbedrijf om daar gedurende de opleiding en een bepaalde periode daarna aan de slag te blijven.

Samenvattend
Er is dus een groot verschil in BOL- en BBL opleidingen. Het grootste verschil zit hem in de mate van praktische en theoretische scholing. Een (aankomend) student die besluit een MBO opleiding te gaan volgen kan voor deze keuze komen te staan. Het is dan van belang dat er een weloverwogen keuze wordt gemaakt, voor nu en de toekomst. Wanneer een (aankomend) student niet uit de keuze kan komen, kan hij of zij de site van het dichtstbijzijnde opleidingsinstituut raadplegen. Ook kan men contact opnemen met de scholeninstellen, deze kunnen vaak helpen bij het maken van een keuze. Er zijn verschillende technische uitzendbureaus die ook advies bieden aan (aankomende) BBL-ers. Een voorbeeld hiervan is het uitzendbureau Technicum. Met dit uitzendbureau heeft Technischwerken.nl een samenwerkingsverband gesloten. Als je een BBL-opleiding wil gaan doen kun je dat kenbaar maken door het invullen van het contactformulier of het doen van een aanmelding op de hoofdpagina via de knop ‘BBL Technicum).

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

SER: er moeten specifieke opleidingen komen voor de energietransitie vanaf 2018

De energietransitie is in feite de omschakeling van een vervuilende, milieubelastende energievoorziening naar een meer klimaat neutrale en schonere energievoorziening. Deze omschakeling of transitie krijgt wereldwijd meer aandacht. Ook in Nederland gaat er veel aandacht uit naar de energietransitie. Er worden innovatieve oplossingen bedacht waardoor de mensheid in de toekomst op een schonere manier aan energie kan komen en bovendien energie kan besparen. Daarvoor is technische kennis nodig en innovatieve slagkracht. Er moet ruimte zijn voor creativiteit en daarnaast zijn ook mensen nodig die daadwerkelijk over de juiste competenties beschikken om een bijdrage te leveren aan de engineering maar ook aan de uitvoering van alle aspecten die met de energietransitie gepaard gaan. De Sociaal Economische Raad (SER) heeft donderdag 19 april 2018 een advies uitgebracht met betrekking tot de energietransitie. Daarin is onder andere benoemd dat er meer aandacht moet worden besteed aan het opleiden van mensen in specifieke beroepen die nodig zijn om de energietransitie te laten slagen.

Opleiden voor een succesvolle energietransitie
De SER pleit in haar rapport voor meer opleidingen in het kader van de energietransitie. Volgens de Sociaal Economische Raad moeten er mensen omgeschoold, bijgeschoold en opgeleid worden voor specifieke beroepen. Voor sommige beroepen moeten er volgens de SER in de toekomst duizenden vacatures worden ingevuld. Hierbij kun je denken aan beroepen die gericht zijn op het plaatsen en aansluiten van zonnepanelen. Ook voor het bouwen van windmolens en warmtepompen zijn specialisten nodig die op dit moment nog veel te weinig aanwezig zijn op de arbeidsmarkt. Naast deze grote installaties zijn er nog verschillende beroepen die ook ontstaan uit de energietransitie. Hierbij kun je denken aan servicemonteurs die slimme meters plaatsen in woningen. Deze slimme meters maken het energieverbruik inzichtelijk en geven vaak ook duidelijk aan hoeveel energie wordt teruggeleverd aan het energienetwerk. Dat is belangrijk voor de energieafnemer maar ook voor de energieleverancier.

Naast het bouwen, installeren en onderhouden van installaties en andere energievoorzieningen zijn er ook meer bedrijven nodig die zich richten op isolatie van woningen en utiliteit zodat er ook minder energieverspilling optreed. Al deze bedrijven en technologieën vereisen echter vakkrachten. Deze vakkrachten zijn onvoldoende aanwezig om de energietransitie echt te laten werken. Er zijn ook in 2018 nog te weinig leerlingen die kiezen voor opleidingen die belangrijk zijn voor de energietransitie. Een tekort aan personeel is al aanwezig in de techniek en dit tekort zal alleen maar oplopen vanwege de toename in het aantal projecten in bijvoorbeeld en energietechniek, installatietechniek en elektrotechniek. In deze sectoren worden al BBL-trajecten gestart om jongeren te laten werken en leren in de techniek zodat er meer vakkrachten komen op de arbeidsmarkt.

BBL en BOL opleidingen in de energietransitie
Het plaatsen van zonnepanelen, het aanbrengen van hybride warmtepompen, hybrideketels, pelletketels en andere installaties is het werk van installateurs. Deze bedrijven hebben in 2018 al een aanzienlijk tekort aan gekwalificeerd personeel. Daarvan heeft brancheorganisatie UNETO VNI ook regelmatig een melding gedaan. Het tekort aan personeel ontstaat al door de toenamen in het aantal woningbouwprojecten vanaf 2017. Door de energietransitie wordt de werkdruk in de installatietechniek nog groter. Veel installatiebedrijven zijn erkende leerbedrijven en hebben BBL-ers in dienst zodat ze ook voor de toekomst gekwalificeerd personeel opleiden. De aandacht voor BBL is groot omdat deze mbo-leerlingen meteen kunnen meewerken met het ervaren installatiepersoneel van het bedrijf. Dat zorgt er voor dat het personeel ondersteund wordt en de BBL-er meteen een vak leert in de praktijk.
Naast BBL is er ook een mogelijkheid voor BOL. Bij deze opleiding is er geen sprake van werken en leren maar is er wel een praktijkstage die ook wel beroepspraktijkvorming wordt genoemd. Deze beroepspraktijkvorming is echter van korte duur. Installatiebedrijven leggen daarom de focus vaak op BBL. Er zijn echter nog niet veel BBL opleidingen die gericht zijn op de energietransitie in plaats daarvan zijn veel BBL-opleidingen nog algemene opleidingen richting de installatietechniek en elektrotechniek. uiteraard wordt er in die opleidingen wel steeds meer aandacht besteed aan bijvoorbeeld zonnepanelen, warmtepompen en andere energievoorzieningen. Bij het leerbedrijf leert de BBL-er ook in de praktijk deze energievoorzieningen te installeren. Zo worden vakkrachten ontwikkeld voor de toekomst.

Wat houdt bbl in?

BBL is de Beroepsbegeleidende Leerweg en is een Nederlandse, praktijkgerichte variant van het middelbaar beroepsonderwijs. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleidingsvorm ongeveer zeventig tot tachtig procent van zijn of haar opleiding in de praktijk aan de slag is bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig tot dertig procent is de leerling aanwezig op het mbo opleidingsinstituut om theorielessen en praktijklessen te volgen en toetsen en examens af te ronden. Het BBL onderwijs is de tegenhanger van het BOL onderwijs als het gaat om de verhouding tussen theorie en praktijk. Bij het BOL onderwijs gaat de deelnemer ongeveer tachtig procent van zijn of haar tijd naar het opleidingsinstituut en ongeveer twintig procent van de tijd zal worden besteed aan een praktijkstage die ook wel beroepspraktijkvorming (bpv) wordt genoemd.

BBL in de techniek
Kenmerkend voor de BBL variant van het mbo is dat deelnemers aan deze opleidingen vooral in de praktijk vaardigheden leren toepassen. Het is leren doormiddel van werken. Daarvoor is natuurlijk een erkend leerbedrijf nodig dat voldoende faciliteiten en personeelsleden heeft om de BBL-leerling goed te begeleiden. In de techniek zijn er steeds meer bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden. Daarvoor dienen deze bedrijven een aanvraag in bij de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Deze stichting gaat vervolgens toetsen of het bedrijf aan de eisen voldoet die aan een erkend leerbedrijf worden gesteld. Voor bedrijven is de titel ‘erkend leerbedrijf’ iets om trots op te zijn.

Het toont namelijk aan dat het bedrijf in staat is om een BBL-leerling te begeleiden in zijn of haar opleiding om een vakvolwassen kracht te worden. In de techniek is een tekort aan vakvolwassen krachten oftewel vakmensen. Dit tekort aan vakkrachten blijkt uit het grote aantal vacatures dat open staat in de techniek in 2018. Ook na dit jaar wordt er nog steeds krapte op de arbeidsmarkt verwacht. Deze krapte is in feite een tekort aan gekwalificeerd technisch personeel. Door te investeren in BBL-ers kan het tekort aan vakkrachten voor de toekomst worden beperkt. Investeren in de BBL is daardoor een investering in de toekomst van de techniek.

Waarom zou ik BBL gaan doen?

Leerlingen die van het vmbo afkomen kunnen zich afvragen welke opleiding ze zouden willen volgen. Een belangrijke afweging die dan gemaakt kan worden is wil je praktijkgericht leren of ben je meer theoretisch ingesteld. Als je theoretisch bent ingesteld is een BOL variant van het mbo verstandig. Praktijkgerichte mensen voelen zich vaak meer thuis op een BBL opleiding omdat ze dan met de handen kunnen werken. Bovendien verdien je tijdens een BBL-opleiding vaak een basissalaris bij een erkend leerbedrijf. Dit salaris is meestal niet heel hoog omdat je nog moet leren. Toch is het salaris tijdens een BBL-opleiding altijd meer dan de vaak bescheiden vergoeding die een BOL-leerling krijgt tijdens een stage of beroepspraktijkvorming. Het aanmelden voor een BBL opleiding heeft dus een aantal belangrijke voordelen. Verder heeft BBL ook overeenkomsten met BOL. Zo zijn beide opleidingsvarianten vaak in dezelfde opleidingsrichting. Er zijn BOL en BBL varianten in de elektrotechniek, werktuigbouwkunde, installatie techniek, de bouw en nog verschillende andere technische sectoren.

Aanmelden voor BBL
Iemand die een BBL opleiding wil doen kan zich aanmelden bij een ROC of informatie inwinnen bij een erkend leerbedrijf. Daarnaast is het ook mogelijk om je aan te melden voor een BBL traject in de techniek bij een technisch uitzendbureau. Technischwerken.nl heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten met VCU uitzendbureau Technicum. Dit uitzendbureau is VCU gecertificeerd en daardoor bevoegd om aan VCA gecertificeerde bedrijven personeel te leveren. Dat is een belangrijke meerwaarde want daardoor kan en mag Technicum vrijwel bij elk technisch bedrijf personeel bemiddelen dus ook BBL-ers. Via de knop ‘contact’ of ‘BBL Technicum’ op de homepage kan je jezelf aanmelden voor een BBL traject. Een opleidingscoördinator of een consultant neemt vervolgens contact met je op voor een adviesgesprek. Dit adviesgesprek is gericht op jouw wensen en mogelijkheden op de technische arbeidsmarkt. Aanmelden voor BBL via Technicum is vrijblijvend en er zijn geen kosten aan verbonden.

BBL afkorting

BBL is een afkorting die staat voor beroepsbegeleidende leerweg of Beroeps Begeleidende Leerweg (met hoofdletters) en is een Nederlandse variant van middelbaar beroepsonderwijs (mbo) in de vorm van werken en leren. In Nederland worden verschillende BBL opleidingen aangeboden door regionale opleidingscentrums die ook wel ROC’s worden genoemd. Ook een agrarisch opleidingscentrum (AOC) kan BBL opleidingen aanbieden op middelbaar beroepsniveau. De afkorting BBL maakt echter nog niet duidelijk welke opleidingsrichting iemand heeft gevolgd. Er zijn veel opleidingen op mbo niveau waar de afkorting BBL voor wordt gezet. Zo kun je bijvoorbeeld de opleiding BBL werktuigbouwkunde volgen of BBL mechatronica. De afkorting BBL maakt echter wel duidelijk op welke manier de leerling de opleiding heeft gevolgd. Daarover lees je hieronder meer.

BBL of leerlingwezen
Tegenwoordig gebruikt men de afkorting BBL wanneer men het over werken en leren of werkend leren heeft. Tot 1997 werd de combinatie van werken en leren ook wel het leerlingwezen of leerlingenstelsel genoemd. Tijdens een BBL-opleiding werkt de BBL-leerling bij een erkend leerbedrijf dat hem of haar ondersteund bij de ontwikkeling tot vakkracht. De BBL-leerling sluit voor zijn of haar opleiding een praktijkovereenkomst af met zowel het erkend leerbedrijf als met het opleidingsinstituut. Soms is er ook nog een derde partij betrokken zoals een uitzendbureau wanneer de BBL’er door het uitzendbureau wordt bemiddeld en betaald.

De BBL’er is door de week vaak op zijn of haar werk aanwezig. Daar worden vaardigheden en competenties ontwikkeld. Bovendien ontwikkelt de BBL’er ook een beroepshouding. Daarbij moeten vaak ook praktijkopdrachten worden gedaan waarin de BBL-leerling de vaardigheden die hij heeft geleerd op school ook in de praktijk kan toepassen. Tijdens een BBL-opleiding is het praktijkdeel ongeveer zestig tot tachtig procent en het gedeelte dat de leerling op school zit twintig tot veertig procent. Naast BBL is er ook de BOL opleidingsvariant. Deze variant van het middelbaar beroepsonderwijs is in de volgende alinea nader omschreven.

BBL of BOL?

Een leerling kan op het middelbaarberoepsonderwijs vaak kiezen om een opleiding in BBL of BOL variant te volgen. BOL is een afkorting die staat voor beroepsopleidende leerweg of Beroeps Opleidende Leerweg (met hoofdletters) en verschilt van BBL op een aantal punten. De BBL variant is de praktijkgerichte variant zoals je hiervoor hebt kunnen lezen. De BOL variant is minder praktijkgericht dan BBL. De verhouding tussen theorie en praktijk liggen bij de BOL variant ook anders. Tijdens de BOL opleiding is de leerling of deelnemer ongeveer tachtig procent van de tijd op school aanwezig om daar theorie maar ook praktijk te leren in een praktijklokaal. De overige twintig procent is het praktijkdeel van de opleiding dat gevolgd wordt tijdens een stage die ook wel beroepspraktijkvorming of bpv wordt genoemd. De stage die een leerling volgt tijdens een BOL opleiding is meestal onbetaald terwijl een BBL-leerling vaak wel loon krijgt over de uren dat hij of zij werkzaam is bij een erkend leerbedrijf. Dit is ook het geval wanneer de BBL’er via een uitzendbureau een BBL opleiding volgt bij een erkend leerbedrijf. In dat geval betaald het uitzendbureau aan de BBL’er een salaris dat is afgestemd met het erkend leerbedrijf waar de BBL’er zijn of haar werkzaamheden uitvoert.

Kiezen tussen BBL of BOL
Leerlingen die van het VMBO afkomen of voortijdig uitstromen uit de HAVO of VWO krijgen vaak de keuze tussen BBL of BOL wanneer ze naar een ROC of andere middelbare opleiding gaan. Veel leerlingen en hun ouders vragen zich dan af wat nu het beste is. Deze vraag kan echter alleen worden beantwoord wanneer men kijkt naar de manier waarop de persoon leert. Er zijn mensen die vooral goed leren door in de praktijk aan de slag te gaan. Deze praktisch ingestelde mensen kunnen wellicht beter op hun plek zijn op een BBL-opleiding. Daarnaast zijn er ook mensen die juist graag theoretisch les willen krijgen. Dit zijn mensen die van nature goed kunnen leren. Deze groep zou eventueel kunnen doorstromen baar een Hbo opleiding. De overstap van BBL naar Hbo is over het algemeen moeilijker dan van een BOL naar het Hbo omdat de leerwijze op het Hbo meer overeenstemming heeft met de leerwijze op het BOL dan met BBL. Ook de toekomstplannen van de (aankomend) leerling spelen daarom een rol bij de keuze tussen BBL en BOL.

Waarom BBL?

BBL oftewel de Beroeps Begeleidende Leerweg is een opleidingsvariant van het mbo. In de praktijk wordt BBL ook wel werken en leren genoemd. Deze benaming is niet verwonderlijk want in feite is een BBL-er door de week meer op zijn of haar werk te vinden dan bij het opleidingsinstituut zelf. Dat komt omdat een BBL leerling vaak 1 dag per week naar school gaat en 3 tot 4 dagen per week werkt bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-opleiding is interessant maar niet voor iedereen geschikt.

Waarom zou ik een BBL-opleiding moeten volgen?
Een BBL-opleiding is vooral interessant voor de praktisch ingestelde leerlingen. Leerlingen die een echte doenersmentaliteit hebben. Dit zijn meestal de leerlingen die het niet prettig vinden om hele dagen naar school te gaan. Ook heeft de doorsnee BBL-er minder interesse in de theorie. In plaats daarvan wil hij of zij kennis toepassen en leren door te doen. Geen wonder dat in de techniek en de bouw veel BBL-leerlingen werken en leren. Er is in de techniek volop keuze uit technische BBL-opleidingen. Deze opleidingen kunnen door heel Nederland worden gevolgd. Dit kan rechtstreeks bij een bedrijf maar kan ook in samenwerking met een technisch uitzendbureau of VCU-uitzendbureau.

Erkend leerbedrijf
Er zijn veel technische bedrijven die door de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) als erkend leerbedrijf zijn aangemerkt. Er zijn echter wel verschillen tussen de erkende leerbedrijven. Daarvan moet iemand zich goed bewust zijn voordat hij of zij een BBL traject gaat volgen en bij een erkend leerbedrijf aan de slag gaat. Er zijn grote bedrijven maar ook kleine bedrijven in de techniek. In kleine bedrijven kun je misschien wat meer allround worden dan in grote technische bedrijven die vaak productiematig werken en gestandaardiseerde procedures hebben. De keuze tussen erkende leerbedrijven is groot. Ook het aantal BBL-opleidingen dat beschikbaar is zorgt er voor dat er wat te kiezen is voor de (aankomend) BBL-er. Verschillende BBL-ers kiezen er daarom voor om hulp in te schakelen van een arbeidsbemiddelaar. Dit is meestal een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau.

BBL via een technisch uitzendbureau
Hert volgen van een BBL traject via een technisch uitzendbureau kan een uitstekende oplossing zijn voor BBL-ers die hulp nodig hebben bij het vinden van een interessant leerbedrijf dat aansluit bij hun specifieke leerbehoeften. Veel uitzendbureaus in de techniek hebben een brede kennis van de markt. Bovendien kennen ze de bedrijven vaak goed en weten ze ook welke bedrijven erkende leerbedrijven zijn en welke niet. Ook weet een uitzendbureau vaak prima te benoemen welke technieken binnen een bedrijf worden uitgevoerd en hoe de begeleiding van de BBL leerling doorgaans is geregeld. Deze informatie krijg een uitzendbureau van de bedrijven zelf maar ook dikwijls van de BBL leerlingen. Iemand die daarom een BBL traject in de techniek zou willen volgen doet er goed aan om contact op te nemen met een technische uitzendorganisatie.

BBL via Technicum
Technicum uitzendbureau is landelijk actief in het bemiddelen van technisch personeel en BBL-leerlingen. Dat betekend dat dit uitzendbureau een goed beeld heeft van de markt en een BBL leerling goed kan begeleiden naar een interessante BBL-plek bij hem of haar in de buurt. Bovendien heeft Technicum speciale begeleiders in dienst die de BBL-er ondersteunen in zijn of haar contact met school maar ook met het erkende leerbedrijf. Omdat Technicum ook nog VCU gecertificeerd is kan men er zeker van zijn dat naast kwaliteit ook veiligheid centraal staat. Als je in aanmerking wilt komen voor een BBL traject via Technicum kun je klikken op ‘contact’ en het contactformulier invullen. Ook is er een speciale knop met de tekst ‘BBL’. Als je daar op drukt kun je een rechtstreekse aanmelding voor een BBL-traject indienen. Een opleidingscoördinator of een consultant van Technicum zal dan contact met je opnemen.

Werkgevers zijn positief over afgestudeerde mbo’ers in 2018

Het bedrijfsleven in Nederland is positief gestemd over de afgestudeerde mbo’ers die bij hen in dienst zijn. In totaal geeft tachtig procent van de werkgevers in Nederland aan dat de beroepsvaardigheden van net afgestudeerde mbo’ers goed tot zeer goed zijn. Dit komt naar voren uit een rapport van de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) dat vrijdag 13 april 2018 is gepubliceerd. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Tijdens het onderzoek werd aan werkgevers gevraagd wat ze vinden van de kwaliteit van mbo’ers die net zijn afgestudeerd en werkzaam zijn binnen hun bedrijf. Daarbij werden zeven criteria gehanteerd. Dit onderzoek wordt iedere twee jaar in Nederland uitgevoerd.

Mbo’ers scoren goed
Van de werkgevers die deelnamen aan het onderzoek is een groot deel vooral tevreden het criteria ‘omgang met collega’s en leidinggevenden’. Ook op het gebied van motivatie oftewel de ‘bereidheid zich in te zetten voor het bedrijf’ scoorden mbo’ers goed. Respectievelijk 87 procent en 88 procent van de werkgevers vindt mbo’ers op dit gebied goed scoren. Toch zijn de werkgevers niet over elk criterium even positief. Op het gebied van ‘taal- en rekenvaardigheden’ zijn werkgevers minder tevreden over het niveau van de mbo-ers. Van de werkevers geeft toch nog 64 procent aan dat de mbo’ers die bij hun bedrijf werkzaam zijn goed tot zeer goed scoren op dit aspect. Naarmate het opleidingsniveau van de mbo’er hoger ligt zijn ook de werkgevers meer tevreden. Mbo-opleidingen lopen op van niveau 1 tot niveau 4. Er zijn zelfs mbo-opleidingen met een niveau 5 dat ook wel de specialistenopleiding wordt genoemd.

BOL en BBL
Veel mbo-opleidingen zijn er in een Bol variant en een BBL variant. De afkorting BOL staat voor Beroeps Opleidende Leerweg. Iemand die deze mbo-variant volgt is het grootste deel van de opleiding op school aanwezig. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. Een BBL opleiding is een combinatie van werken en leren. Een BBL’er is niet het grootste deel van zijn of haar opleiding op school maar juist aan het werk bij een erkend leerbedrijf. De kwaliteit van mbo-opleidingen neemt toe omdat er meer wordt gekeken naar de specifieke wensen en kwaliteiten van de leerling. Er zijn leerlingen die liever in de praktijk werken. Daarvoor is BBL zeer geschikt. Andere leerlingen zijn wat meer theoretisch ingesteld. Deze leerlingen kunnen vaak beter de BOL variant volgen.

Interesse in BBL?
Wanneer je interesse hebt in een BBL opleiding kun je contact opnemen met mbo opleidingsinstituut bij jou in de buurt. Mocht je interesse hebben in een BBL-opleiding bij een technisch bedrijf of een bedrijf in de bouw dan kun je ook het contactformulier van deze website gebruiken om je via Technicum aan te melden voor een BBL-traject. Daarvoor kun je ook de knop ‘BBL’ gebruiken.

Wat is BBL?

BBL is een afkorting die staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg waarin werken en leren met elkaar worden gecombineerd. De leerling die een BBL opleiding volgt is in dienst van het bedrijf en volgt daarnaast een opleiding. De Beroeps Begeleidende leerweg is de tegenhanger van de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL). Het grote verschil tussen deze twee leerwegen zit in het praktijkdeel. Een leerling die een BBL opleiding volgt werkt drie of vier dagen in de praktijk terwijl een leerling van een BOL opleiding vrijwel alleen doormiddel van vaak onbetaalde stages met de praktijk in aanraking komt.

Welk niveau heeft een BBL opleiding?
BBL-opleidingen kunnen verschillende niveaus hebben. In feite zijn BBL-opleidingen mbo-opleidingen alleen is er sprake van werken en leren. Omdat BBL verder gelijkwaardig is aan een BOL opleiding is er ook sprake van dezelfde indeling in niveaus. Zo zijn er BBL opleidingen van niveau 1 tot en met niveau 4. Daarbij is er ook de mogelijkheid tot een specialistenopleiding op niveau 5. Deze opleidingen zijn dus mbo niveau 1 tot en met mbo niveau 4 (of 5). Voor elk niveau heeft men echter een andere vooropleiding nodig. Hieronder is in een kort overzicht weergegeven welke BBL niveaus er zijn en hoe je kunt instromen in dit opleidingsniveau.

BBL niveau 1.
Is het instroomniveau en wordt ook wel de entreeopleiding genoemd. Deze entreeopleiding zorgt er voor dat leerlingen worden voorbereid op een beroep op de arbeidsmarkt. Voor dit niveau is geen vooropleiding of diploma vereist. Dat betekend dat je aan een BBL opleiding niveau 1 mag beginnen zonder diploma. De entreeopleiding duurt 1 jaar. Daarna kun je als de entreeopleiding goed is afgerond doorstromen naar BBL niveau 2.

BBL niveau 2
Dit niveau wordt ook wel de basisberoepsgerichte leerweg genoemd of basisberoepsopleiding. Hiervoor is wel een vooropleiding vereist. Je kunt op BBL niveau 2 instromen met een vmbo opleiding in de kaderberoepsgerichte-, gemengde- en theoretische leerweg.

BBL niveau 3

Dit BBL-niveau staat voor kaderberoepsgerichte leerweg en wordt ook wel een vakopleiding genoemd. leerlingen leren op dit niveau op zelfstandig werkzaamheden uit te voeren. Een BBL-er leert in de praktijk opdrachten uit te voeren en werkzaamheden te verrichten zonder directe begeleiding en aansturing. Uiteraard is er altijd een collega in de buurt die de BBL-er kan ondersteunen als hij of zij er niet uit komt. Als je op BBL niveau 3 wil instromen heb je een Havo of vwo ongediplomeerd overgangsbewijs nodig van klas 3 naar 4. Ook de gemengde leerweg, theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo worden geaccepteerd als vooropleiding.

BBL niveau 4

Een BBL niveau 4 staat voor theoretische leerweg. Dit wordt ook wel de middenkaderopleiding genoemd. De vereiste vooropleidingen hiervoor zijn de gemengde leerweg, de theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo, of havo. Na het afronden van het opleidingsniveau BB niveau 4/ mbo niveau 4 kun je doorstromen naar het HBO. Houdt er dan wel rekening mee dat HBO geen werken en leren kent. Dat betekend dat het praktijkgerichte aspect van het BBL verdwijnt op de HBO opleiding en dat er meer vanuit een collegevorm of een projectmatige vorm wordt geleerd en gestudeerd. Er zijn verschillende mbo-opleidingen die maximaal een niveau 4 hebben.

Specialistenopleiding niveau 5
Naast de hiervoor genoemde mbo-opleidingsniveaus is er ook nog een niveau 5. Dit niveau wordt ook wel de specialistenopleiding genoemd. De specialistenopleiding is bestemd voor leerlingen die al een vakopleiding (niveau 3) hebben gevolgd. De opleidingsduur van de is specialistenopleiding 1 jaar. Niet voor alle mbo-opleidingen en opleidingsrichtingen is er een niveau 5 beschikbaar. Dat verschilt per mbo-opleiding.

BBL en naar school gaan
Een BBL-er doet een groot deel van zijn of haar opleiding op de werkplek. Dit is het werkend leren. Tijdens het werk worden vaardigheden toegepast in de praktijk, de leerling leert een vak door te doen. Toch zal ook een BBL-er naar school moeten gaan voor het theoretische deel van de opleiding. Daarbij worden ook vaak op school nog praktijklessen gegeven. Een BBL-er houdt tijdens zijn of haar BBL-opleiding een overzicht bij waarin de vaardigheden staan die in de praktijk zijn toegepast en de werkstukken die zijn gemaakt. Dit overzicht wordt ook wel een portfolio genoemd.

Portfolio voor een BBL-opleiding
Tegenwoordig is het woord ‘portfolio’ redelijk bekend geworden onder vmbo en mbo leerlingen. Tien jaar geleden werd de term portfolio voornamelijk gebruikt op hbo opleidingen en wo opleidingen. Ook tijdens de meeste BBL-opleidingen wordt er gewerkt met een portfolio. Een portfolio is een overzicht waarin wordt bijgehouden wat een BBL-er allemaal heeft gedaan in een week op het werk maar ook op school. Daardoor geeft een porfolio inzicht in de vorderingen die de BBL-er heeft gemaakt tijdens de BBL-opleiding. In een BBL opleiding vormt het portfolio een belangrijke verslaglegging waarin vaak ook foto’s van praktijkopdrachten zijn opgenomen. Dat zorgt er voor dat de BBL-er niet alleen aan school maar ook aan bedrijven kan laten zien wat hij of zij in de praktijk heeft gemaakt of gedaan. Dat is ook handig tijdens een sollicitatie.

BBL-er
Een leerling die een BBL opleiding volgt wordt ook wel een BBL-er of BBL’er genoemd. De meeste BBL-ers maken een bewuste keuze om een opleiding in de vorm van werken en leren te volgen. De motivatie voor deze keuze is in de praktijk wel vaak verschillend. Zo kiezen sommige BBL-ers voor een BBL-opleiding omdat ze graag geld willen verdienen. Andere BBL-ers vinden het prettig om in de praktijk te werken en hebben minder interesse in het naar school gaan. Een BBL-er kan echter niet bij elk bedrijf aan de slag gaan. Het is belangrijk dat de BBL-er tijdens zijn of haar werk de juiste vaardigheden aanleert en de theorie van de opleiding in de praktijk kan toepassen. Daarom vereist een opleidingsinstituut dat de BBL-er aan de slag gaat bij een erkend leerbedrijf.

Erkend leerbedrijf
Niet alle bedrijven in Nederland zijn een erkend leerbedrijf. Een erkend leerbedrijf kun je pas worden als je aan een aantal eisen voldoet. Uiteraard moet een bedrijf in staat zijn om de BBL-er goed te begeleiden op de werkplek. De werkplek moet veilig zijn en voldoende ruimte bieden om de BBL-er te ontwikkelen tot een vakkracht. Bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden moeten eerst om een erkenning vragen. Daarbij moeten bedrijven een vragenlijst doorlopen dit kan via de website van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
Na de vragenlijst kan het bedrijf doorgaan met de echte aanvraag. Na afloop van de aanvraag wordt het bedrijf binnen tien dagen benaderd door een adviseur praktijkleren van SBB. Deze advisieur gaat vervolgens de aanvraag met het bedrijf bespreken. Er zullen meerdere gesprekken volgen en uiteraard zal ook de werkplek voor de BBL-er worden beoordeeld. Als een bedrijf een erkend leerbedrijf wordt krijgt deze het beeldmerk van SBB.

Praktijkovereenkomst of bpv-overeenkomst
Als een BBL-er een erkend leerbedrijf heeft gevonden waar hij of zij een BBL-opleiding kan volgen zullen er een aantal zaken geregeld moeten worden. Er moeten uiteraard afspraken worden gemaakt met betrekking tot de begeleiding van de BBL-er. Deze afspraken liggen vast in een praktijkovereenkomst. Deze praktijkovereenkomst wordt ook wel een beroepspraktijkvormingsovereenkomst of bpv-overeenkomst genoemd. Het mbo-opleidingsinstituut zorgt er voor dat deze overeenkomst tot stand komt.

BBL via een uitzendbureau
Verschillende uitzendbureaus bieden ook BBL opleidingen aan. Daarvoor hebben deze uitzendbureaus vaak samenwerkingsverbanden gesloten met het middelbaar beroepsonderwijs. Professionele uitzendbureaus hebben ook hun eigen opleidingsadviseurs en (loopbaan)begeleiders in dienst. Deze kunnen de BBL-er of aankomend leerling ondersteunen bij het vinden van een passend erkend leerbedrijf. Steeds meer uitzendbureaus bieden BBL opleidingen aan. Met name in de techniek blijkt er een groot tekort aan uitvoerend personeel. Vakmensen zijn schaars en er is sprake van vergrijzing. Dat zorgt er voor dat veel werknemers met jarenlange technische ervaring straks de arbeidsmarkt gaan verlaten zonder dat ze deze technische kennis hebben overgedragen aan jongere personeelsleden zoals BBL-ers. Technische uitzendbureaus waaronder VCU uitzendbureaus proberen doormiddel van BBL trajecten jongeren praktisch op te leiden voor een uitdagende baan in de techniek of bouw. Technische uitzendbureaus vormen daardoor net als reguliere technische bedrijven een belangrijk factor op de arbeidsmarkt op het gebied van de ontwikkeling van personeel.

Aanmelden voor een BBL traject via een uitzendbureau?
Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband afgesloten met Technicum uitzendbureau. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject dan kun je jezelf aanmelden via de knop ‘BBL’ of via het algemene contactformulier op deze website. Dit formulier komt binnen bij de websitebeheerder en wordt vervolgens doorgestuurd naar een Technicum vestiging bij jou in de buurt. Deze Technicum vestiging zal dan vervolgens contact met jou opnemen voor een afspraak en een advies met betrekking tot een BBL-traject.

Opleiding middenkader engineering niveau 4

De opleiding middenkader engineering is vrij nieuw in het opleidingsaanbod van Nederland. Deze opleiding is een technische opleiding op mbo niveau vier. In tegenstelling tot de meeste mbo-opleidingen in de techniek is de opleiding middenkaderengineering meer gericht op kantoorfuncties dan op uitvoerende functies op de werkvloer of fabriek. Men zou ook kunnen zeggen dat middenkader engineering meer gericht is op de zogenoemde ‘witte boorden’ dan op de ‘blauwe boorden’. Met blauwe boorden wordt over het algemeen het personeel op de werkvloer bedoelt.

Wat leer je in de opleiding middenkader engineering?
De opleiding middenkader engineering is gericht op kantoorfuncties in de techniek. Deelnemers aan deze opleiding leren verschillende facetten die bij het kantoorwerk in de technische branche aan de orde komen. Zo leren deelnemers machines en constructies ontwerpen en verkopen. Daarbij komt ook calculatie aan de orde. Om toch raakvlakken met de praktijk te houden leren deelnemers ook producten vervaardigen. Maatvoering en tekeningen maken en tekeningen lezen zijn ook facetten die aan bod komen. Verder is er ook aandacht voor materiaalkunde. De opleiding middenkader engineering wordt door verschillende opleidingsinstituten aangeboden. De inhoud van de opleiding kan verschillen.

Voltijd BOL of BBL en deeltijd BOL:
De opleiding middenkader engineering kan men Voltijd BOL, BBL, of deeltijd BOL volgen. Dit is afhankelijk van de wensen van de deelnemer. Daarnaast dient het ook in combinatie met een geschikt bedrijf mogelijk te zijn om een BBL traject in te gaan. Niet elk bedrijf is geschikt om als BBL plek te dienen voor iemand die een BBL opleiding middenkader engineering volgt.

Wat kun je met de opleiding middenkader engineering?
De kantoorfuncties die in de techniek worden uitgevoerd zijn breed. Er zijn werkvoorbereiders, tekenaars, calculators en engineers werkzaam in middenkaderfuncties. Met de opleiding middenkader engineering zou je in één van deze functies aan de slag kunnen. Het is echter wel mogelijk dat bedrijven voor deze functies specifiek om een hbo-geschoold persoon vragen.

Bedrijven moeten soms nog wennen aan het idee om mbo geschoold personeel in te zetten in het middenkader. Voor functies op het gebied van engineering en research en development moet men vaak nog wel aanvullende opleidingen volgen voordat men aan de slag kan. Meestal vragen bedrijven voor ontwerpfuncties hbo werktuigbouwkunde of de voormalige hts werktuigbouwkunde. De opleiding mbo middenkader engineering biedt voor deze opleiding wel een mooie opstap.  Daarnaast kan iemand met een diploma middenkader engineering ook verder studeren op het gebied van: commerciële  techniek, industrieel design,  elektrotechniek, installatietechniek en mechatronica.

Wat is Opleidingsbedrijf InstallatieWerk Nederland en wat doet deze instantie?

Opleidingsbedrijf InstallatieWerk is een samenwerkingsverband tussen installatiebedrijven. Deze instantie is gericht op het zoeken van technisch personeel. Daarnaast richt het Opleidingsbedrijf InstallatieWerk zich ook op het opleiden van personeel zodat er voldoende gediplomeerd personeel beschikbaar is voor installatiebedrijven. VEV werft technisch talent vanuit VMBO-opleidingen en Havo-opleidingen.

Wat doet Opleidingsbedrijf InstallatieWerk
Deze technische talenten kunnen een beroepsbegeleidende leerweg (bbl) volgen op verschillende niveaus. Opleidingsbedrijf InstallatieWerk zorgt er met alle partijen in hun netwerk voor dat geschikt personeel bij bedrijven wordt geplaatst. Bedrijven krijgen door de bemiddeling van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk gemotiveerd technisch personeel en deelnemers aan een technische opleiding krijgen een geschikte leerwerkplek waar ze hun opleiding kunnen volgen en afronden.

Werkgelegenheid
Ook de overheid is gebaat bij de activiteiten van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk. Dit samenwerkingsverband zorgt er namelijk ook voor dat deelnemers aan opleidingenvoldoende aansluiting hebben met de bedrijfswereld. Dit voorkomt uitval tijdens opleidingen en werkloosheid na het afronden van een opleiding. De werkzaamheden van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk zijn dus goed voor de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid.

Omvangrijk netwerk
Opleidingsbedrijf InstallatieWerk  heeft meer dan 3.500 leerlingen en bevat ongeveer 2.000 aangesloten bedrijven. Door dit omvangrijke netwerk is dit samenwerkingsverband de grootste opleider in de installatiebranche. Hiervan profiteren de deelnemers die een opleiding volgen en de bedrijven die de deelnemers in dienst hebben. Ook de Regionale Opleidingsinstituten hebben baad bij de coördinerende rol van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk omdat ze hierdoor nieuwe deelnemers aan opleidingen krijgen.

Doel van Opleidingsbedrijf InstallatieWerk
Doormiddel van een breed scala aan activiteiten tracht Opleidingsbedrijf InstallatieWerk de arbeidsmarkt te voorzien van gediplomeerd en ervaren personeel op elektrotechnisch gebied en op het gebied van installatietechniek.

Leerarbeidsovereenkomst
Opleidingsbedrijf InstallatieWerk werkt samen met Regionale Opleidingsinstituten, de zogenoemde ROC’s. De opleidingen van het Opleidingsbedrijf Installatiewerk worden uitgevoerd in het kader van de Beroepsbegeleidende Leerwerg (bbl). De deelnemers aan de opleiding werken en leren, daarom wordt dit opleidingssysteem ook wel ‘werken en leren’ genoemd.

Dit houdt ook in dat de deelnemers een leer-arbeidsovereenkomst sluiten. Deze overeenkomst wordt gesloten met het Opleidingsbedrijf Installatiewerk. Deze instantie is hierdoor de werkgever voor de deelnemer en zorgt er voor dat de deelnemer wordt geplaatst bij een erkend leerbedrijf.  Het Opleidingsbedrijf Installatiewerk ondersteund daarna de deelnemer met de praktijkopdrachten, de beroepsopdrachten en de beroepspraktijkvorming. Het ROI betaald het salaris of de stagevergoeding aan de werknemer uit. Op dit opleidingsinstituut volgt de deelnemer ook het theoretische deel van de opleiding.

Wat is een VEV-opleiding of een VEV-erkend leerbedrijf?

De afkorting VEV staat voor Vereniging tot bevordering van Elektrotechnisch Vakonderwijs, het wordt ook wel kortweg vertaald met Vereniging Elektrotechnisch Vakonderwijs. Dit is een vereniging die al meer dan negentig jaar een belangrijke positie inneemt op het gebied van onderwijs in de elektrotechniek. De VEV richt zich op het verbeteren van de kwaliteit van opleidingen in de elektrotechniek. De instantie ontwikkelt hiervoor vakopleidingen. Daarnaast ontwikkelt en verzorgt de VEV lesmaterialen, cursussen en examens.

VEV zorgt voor afstemming van belangen
De VEV wil dat opleidingen in de elektrotechniek goed aansluiten op de praktijk. Daarom werk de VEV veel samen met werkgeverorganisaties. Daarnaast werkt de vereniging ook samen met werknemersorganisaties en onderwijsinstellingen. Deze verschillende organisaties en belangengroepen bekijken de elektrotechniek van verschillende kanten. Werkgevers hebben belang bij goed personeel maar letten ook op de kosten. Personeel wil graag over voldoende kennis beschikken maar heeft wel de ruimte nodig van bedrijven om te leren en te werken.

Bedrijven zullen dus moeten investeren in personeel. Personeel zal zich moeten inzetten op het opleidingsinstituut en zal daarnaast ook effectief en professioneel moeten werken in het bedrijf. Opleidingsinstellingen willen professionele opleidingen aanbieden maar letten tegenwoordig ook veel op de kosten die verbonden zijn aan onderwijs. Ook moeten opleidingsinstellingen regelmatig hun opleidingsinhoud aanpassen op de nieuwe technieken en methodes die in de praktijk worden toegepast.

VEV-erkenning
Bedrijven die actief zijn in de elektrotechniek kunnen bij VEV een verzoek indienen om een erkend leerbedrijf te worden. VEV kan bedrijven als erkend leerbedrijf. Dit doet de vereniging op basis van de werkzaamheden die het bedrijf uitvoert en begeleiding die het bedrijf aan leerlingen kan bieden. Op basis hiervan stelt de VEV samen met het bedrijf een lijst op van opleidingen die bij het bedrijf gevolgd kunnen worden met VEV-erkenning. Voor onderstaande BBL en BOL opleidingen kan een bedrijf worden aangemerkt als ‘VEV-erkend Leerbedrijf’.

  • AMSI – Assistent Monteur Sterkstroom Installaties
  • MSI – Monteur Sterkstroom Installaties
  • Elektromonteur
  • MBI – Monteur elektrische Bedrijfs Installaties
  • EMSI – Eerste Monteur Sterkstroom Installaties
  • EMBI – Eerste Monteur elektrische Bedrijfs Installaties
  • TSI – Technicus Sterkstroom Installaties
  • MK-EIT – MiddenKaderfunct. Elektrotechn. Installatie Techniek
  • Elektromonteur differentiatie industriële installaties
  • Alg. vaardigheden Middenkaderfunc. Elektrotechniek
  • Installeren elektrotechnische installaties

Wat is middelbaar beroepsonderwijs (mbo)?

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is een onderwijsvorm in Nederland. Met de benaming ‘beroepsonderwijs’ wordt duidelijk gemaakt dat een mbo er op gericht is om leerlingen op te leiden voor de uitoefening van een bepaald beroep. Mbo-opleidingen worden in Nederland vooral gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc). Dit is het geval met de mbo-opleidingen die gericht zijn op de techniek, bouw, sociale beroepen, zorg en economische beroepen. Deze mbo-opleidingen vallen onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Agrarische Opleidingscentra
Er zijn ook zogenoemde ‘groene opleidingen’ die gericht zijn op tuinbouw, bosbouw, akkerbouw/ landbouw en dierhouderij. Deze ‘groene opleidingen’ worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra (aoc). Deze groene opleidingen vallen onder het ministerie van Economische Zaken.

Vakinstellingen
Verder zijn er in Nederland vakinstellingen die ook mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Deze vakinstellingen bieden opleidingen in één specialistische branche. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld opleidingen gericht op grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum. Verder is er een Hout- en Meubileringscollege met specialistische opleidingen.

Particuliere opleidingsinstituten
In Nederland zijn er ook bijzonder instellingen die aan particulieren opleidingen bieden. Een aantal van deze bieden geaccrediteerde mbo-opleidingen. Leerlingen die een geaccrediteerde mbo-opleiding hebben behaald krijgen een erkend diploma. De particuliere opleidingsinstituten bieden vaak zeer specialistische opleidingen aan die gericht zijn op een bepaalde branche zoals kappersopleidingen en opleidingen die gericht zijn op uiterlijke verzorging zoals de opleidingen op particuliere schoonheidsinstituten.

Verschillende niveaus van mbo-opleidingen
Leerlingen kunnen een mbo-opleiding op verschillende niveaus volgen. De niveaus van mbo lopen van niveau 1 tot 4, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 4 het hoogste niveau. Hieronder staat en korte uitleg over de niveaus:

  • niveau 1: dit opleidingsniveau leidt een kandidaat op tot assistent beroepsbeoefenaar. Dit niveau biedt geen startkwalificatie.
  • niveau 2: is een opleidingsniveau tot medewerker of basisberoepsbeoefenaar.
  • niveau 3: met dit opleidingsniveau is een leerling opgeleid tot zelfstandig medewerker of zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dit wordt ook wel een vakopleiding genoemd.
  • niveau 4: is het hoogste mbo-niveau, leerlingen met dit opleidingsniveau zijn opgeleid tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot een hbo-opleiding.

Bol en bbl mbo-opleidingen
Mbo opleidingen worden in Nederland in twee vormen gegeven. Het verschil in deze twee vormen zit in de verdeling tussen theorie en praktijk. De twee vormen mbo zijn als volgt:

  • De beroepsbegeleidende leerweg (bbl). In deze variant van mbo doet de mbo-leerling ‘werken en leren’. De leerling dient voor een bbl-plek een dienstverband van minimaal 24 uur bij een relevant bedrijf te hebben. Een relevant bedrijf is een bedrijf waarin de bbl-er werkzaamheden kan uitvoeren die verband houden met zijn of haar opleidingsrichting. Per week gaat de bbl-er één dag naar school. In het verleden werd dit systeem ook wel vakschool of streekschool genoemd. Ook de naam leerlingstelsel was in gebruik.
  • De beroepsopleidende leerweg (bol) is de tweede variant van mbo-opleidingen. Bol-leerlingen gaan vier of vijf dagen per week naar school. De leerling heeft geen vast dienstverband bij een bedrijf en is gedurende de opleiding meer op school dan in de praktijk aan de slag. Om toch een goed beeld te krijgen van de praktijk volgt de medewerker een stage. Deze stage wordt ook wel de beroepspraktijkvorming genoemd en moet verplicht worden gevolgd en afgerond door de leerling. Een leerling die een bol-opleiding volgt krijgt gedurende de opleiding minimaal 850 klokuren les en begeleiding.

Toetsing en examens
In tegenstelling tot het voortgezet onderwijs kent het mbo geen centraal examen behalve voor de vakken Rekenen en Nederlands. De inhoud van de mbo-opleidingen is landelijk in eindtermen en competenties vastgelegd. Ieder mbo-opleidingsinstelling bepaald echter zelf hoe de examens worden afgelegd. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van zelf ontwikkelde toetsen en examens van landelijke organisaties. Uiteraard is het belangrijk dat het afstudeerniveau van mbo-opleidingen gewaarborgd blijft. Daarom houdt de Onderwijsinspectie toezicht op de examinering en de onderwijsprogrammering.

Toelatingseisen voor mbo
De toelatingseisen voor het mbo zijn afhankelijk van de vier verschillende niveaus waarin mbo-opleidingen worden ingedeeld. De toelatingseisen zijn als volgt:

  • voor mbo niveau 1 is er geen instoomdrempel. Op dit niveau kan in principe iedereen instromen.
  • voor mbo niveau 2 is er wel een instroomdrempel. Leerlingen die op dit niveau willen instromen moeten minimaal in bezit zijn van een vmbo-diploma Basisberoepsgerichte leerweg. In een aantal gevallen is er sprake van een drempelloze instroom voor niveau 2. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er geen verwante niveau 1 verbonden is aan de opleiding. De leerling dient dan in ieder geval minimaal 16 jaar oud te zijn. De drempelloze instroom kan echter worden afgeschaft zodra het wetsvoorstel Entree-opleidingen wordt aangenomen.
  • voor mbo niveau 3 en 4 is ten minste een vmbo-diploma Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg nodig om aan de instroomdrempel te voldoen. Of een leerling moet beschikken over een overgangsbewijs van havo/vwo 3 naar havo/vwo 4 nodig.

Als een leerling in bezit is van een havo-diploma of vwo-diploma kan hij of zij meestal aan een versneld opleidingstraject op mbo deelnemen.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV en is het volgen daarvan verplicht?

In Nederland zijn verschillende opleidingsinstituten die Mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Het aantal verschillende Mbo-opleidingen in Nederland is groot. Ook in de techniek zijn veel verschillende opleidingen door leerlingen te volgen. Er zijn bijvoorbeeld opleidingen die gericht zijn op elektrotechniek, werktuigbouwkundige installaties, mechatronica en constructiebankwerken. Mbo staat voor Middelbaar Beroepsonderwijs. Op deze opleidingen leren leerlingen een beroep. Een beroep leer je echter niet alleen in de schoolbanken. Daarvoor is ook praktijkkennis nodig. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde in de Beroepspraktijkvorming BPV. De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB heeft een belangrijk invloed op de BPV.

Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB
Binnen Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB worden afspraken gemaakt tussen onderwijs en de bedrijven. De SBB is een stichting. Hierin zijn de sociale partners, VNO-NCW, MKB-Nederland, Colo en de MBO Raad verenigd. De SBB is in januari 2012 opgericht en werkt sinds de oprichting met steeds meer bedrijven en opleidingsinstanties samen. Op dit moment zijn er ongeveer zeventig onderwijsinstellingen die Mbo-opleidingen aanbieden. Hieronder vallen de regionale opleidingscentra en Agrarische opleidingscentra. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Waar Mbo-leerlingen hun beroepspraktijkvorming kunnen volgen. Er worden afspraken gemaakt binnen SBB met bedrijven en onderwijs over de beroepspraktijkvorming.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV?
Vanuit de SBB zijn richtlijnen naar voren gekomen voor Mbo-opleidingen. Hierin wordt onder andere het belang genoemd van het afstemmen van de leerstof op de praktijk. Mbo-opleidingen moeten leerlingen datgene leren wat in de praktijk wordt toegepast. Dit is niet alleen de wens van opleidingsinstituten, ook het MKB (het Midden en Klein Bedrijf) pleit voor het opdoen van praktijkervaring door Mbo-leerlingen in het bedrijfsleven. Daarom is het belangrijk dat de kennisoverdracht op een Mbo-opleiding praktijkgericht is.

Op een Mbo-opleiding wordt niet alleen gekeken naar de theoretische aspecten van een beroep. Ook de praktische aspecten zijn van groot belang. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde tijdens stages. Deze stages worden Beroepspraktijkvorming genoemd. Dit word ook wel afgekort met BPV. Elke Mbo-opleiding maakt gebruik van een BPV.

Twee soorten Beroepspraktijkvorming BPV
Er zijn  twee verschillende soorten Beroepspraktijkvorming BPV. De eerste variant is de variant die wordt gedaan bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit wordt ook wel werkplekleren genoemd. Bij deze BPV-vorm werkt een leerling voornamelijk binnen het leerbedrijf. Dit is de meest praktijkgerichte vorm van MBO en wordt veel toegepast in de techniek. Daarnaast is er en tweede vorm van BPV. Dit is de vorm die wordt gedaan bij de beroepsopleidende leerweg (BOL). De BPV tijdens een BOL-opleiding is korter en wordt ook gedaan in een leerbedrijf.

Is het volgen van een BPV verplicht?
Het volgen van een BPV is voor Mbo-leerlingen verplicht. Het MKB wil dat opleidingsinstituten de leerlingen zoveel mogelijk ondersteunen bij de Beroepspraktijkvorming. De werkgevers willen hiervan zo weinig mogelijk administratieve last van ondervinden. Ondanks de taken die een Mbo-opleidingsinstituut overneemt kunnen niet alle bedrijven Mbo-leerlingen inzetten om hun BPV af te ronden. Alleen bij erkende leerbedrijven mogen Mbo-leerlingen hun Beroepspraktijkvorming volgen.

Erkende leerbedrijven
Niet alle bedrijven voldoen aan de richtlijnen die aan een leerbedrijf worden gesteld. Voordat een bedrijf een erkend leerbedrijf is moet aan een aantal eisen worden voldaan. Of een bedrijf aan de eisen voldoet is ter beoordeling van een kenniscentrum voor beroepsonderwijs bedrijfsleven. Er zijn in Nederland verschillende kenniscentra aanwezig. Voor de techniek is het kenniscentrum Kenteq. Dit is het Kennis- en adviescentrum voor technisch vakmanschap. Kenteq beoordeelt of een bedrijf aan de voorwaarden voldoet om een leerling op te leiden in een bepaald beroep of vak. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de deskundigheid van de praktijkopleider die de leerlingen het vak moet leren. Daarnaast word aandacht besteed aan de leeromgeving. De leeromgeving moet veilig zijn voor de leerling en moet daarnaast voldoende mogelijkheden bieden om het vak uit te kunnen oefenen. De werkzaamheden die worden uitgevoerd moeten passen bij de opleiding en het niveau van de leerling.