Wat is een bijbaan?

Een bijbaan is een betaalde deeltijdbaan die iemand naast zijn of haar andere activiteiten, zoals studie of een opleiding, heeft om geld te verdienen. Over het algemeen hebben daarom studenten en scholieren een bijbaan. Iemand die een bijbaan heeft gebruikt deze baan over het algemeen alleen om geld te verdienen. Bijbanen hoeven dus geen loopbaanperspectieven te bieden. Ook hoeft een bijbaan niet bij de te dragen aan de ontwikkeling van de persoon die de bijbaan heeft. Een bijbaan is dus geen stage of beroepspraktijkvorming.

Iemand met een bijbaan kan het geld dat hij of zij daar mee verdient bijvoorbeeld gebruiken om een deel van de studie of opleiding te betalen. Voor een bijbaan worden vaak geen of nauwelijks diploma’s gevraagd. Het gaat bij de meeste bijbanen om laaggeschoold werk. Daarbij kun je denken aan vakkenvullen, schoonmaken of seizoenswerk in de agrarische sector. In sommige gevallen is het mogelijk dat leerlingen meer uren gaan draaien tijdens vakantieperiodes. Dat zorgt er voor dat een bijbaan niet altijd het zelfde werkrooster heeft. Ook de verdiensten verschillen per bijbaan.

Verschillen tussen BBL en traineeship

Een BBL-traject lijkt een beetje op een traineeship omdat beide opleidingstrajecten in de regel binnen een bedrijf worden gevolgd. Toch zijn er grote verschillen tussen een traineeship en een BBL-opleiding. Hieronder worden de belangrijkste verschillen benoemd en wordt een duidelijk beeld gegeven van de begrippen traineeship en BBL-traject.

Traineeship
Een traineeship is een bedrijfsgebonden ontwikkeltraject en wordt over het algemeen aangeboden om een werknemer zich te laten ontwikkelen binnen een bedrijf in een soort trainingsprogramma. Daardoor is een traineeship in de praktijk vaak sterk organisatiegericht. Over het algemeen heeft een bedrijf een traineeship ontwikkeld en wordt het traineeship gegeven door trainers die werkzaam zijn bij het bedrijf of door het bedrijf zijn ingehuurd. De inhoud van een traineeship is er op gericht om de deelnemer (trainee) kennis te laten maken met de organisatie en het takenpakket dat hem of haar wordt opgedragen. Daarbij komen vaak ook algemene sectorgebonden aspecten aan de orde zoals informatie over wet- en regelgeving. Ook worden tijdens een traineeship vaak vaardigheden en competenties getraind die nuttig zijn om het werk goed uit te kunnen voeren.

BBL trajecten

Bij een BBL traject wordt juist gebruik gemaakt van BBL-opleidingen van een ROC of ander mbo-opleidingsinstituut. BBL is de Beroeps Begeleidende Leerweg en is een opleidingsvorm die binnen het MBO wordt gehanteerd naast de BOL variant. BOL staat voor Beroeps Opleidende Leerweg en is met name de theoretische richting waarbij de deelnemers of leerlingen meer op school aanwezig zijn dan op een stage of beroepspraktijkvorming. BBL is juist de praktijkgerichte vorm waarvan het praktijkdeel wordt beschouwd als het grootste deel van de opleiding. Deze praktijk wordt gehouden bij een erkend leerbedrijf waar de leerling het grootste deel van de opleiding werkzaam zal zijn.

BBL en Bol zijn officiële opleidingsrichtingen binnen het mbo. Daardoor is een BBL-opleiding door de overheid erkend en dat is met een traineeship niet het geval. Bovendien duurt een volledige BBL-opleiding vaak langer dan een traineeship. Een volledige BBL-opleiding duurt drie tot vier jaar en een traineeship een half jaar tot een jaar gemiddeld. Dat is natuurlijk afhankelijk van het bedrijf en de functie. Over het algemeen heeft een BBL-opleiding een grotere meerwaarde op de arbeidsmarkt dan een traineeship. Toch kan een traineeship bij een groot gerenommeerd bedrijf er voor zorgen dat iemand zichzelf of haarzelf goed heeft ontwikkeld binnen een bepaalde beroepsgroep. Ook dat kan voor meerwaarde zorgen op de arbeidsmarkt.

Wat is een leer-werkovereenkomst of leerovereenkomst?

Een leer-werkovereenkomst, leerarbeidsovereenkomst of een leerovereenkomst is een overeenkomst tussen een werkgever en een leerling, waarin de leerling gedurende een bepaalde periode gaat werken en leren bij een werkgever om zodoende de vaardigheden en competenties in een bepaald vakgebied te leren. De leer-werkovereenkomst niet hetzelfde als een arbeidsovereenkomst. Het verschil tussen een leer-werkovereenkomst en een arbeidsovereenkomst zit in het doel van de overeenkomst. De leer-werkovereenkomst is in de eerste plaatst gericht op het ontwikkelen van de leerling zodat hij of zij de opleiding goed kan afronden. Om die reden staat het leren meer centraal dan de arbeid. Dat betekent overigens ook dat een leerling van de werkgever ook een bepaalde begeleiding kan en mag verwachten tijdens het uitvoeren van werkzaamheden.

Leer-werkovereenkomst en arbeidsovereenkomst
In de eerste alinea werd duidelijk dat een leerovereenkomst of leer-werkovereenkomst primair bedoelt is voor de ontwikkeling van de leerling. Wanneer een werkgever en een leerling/ werknemer er voor kiezen dat de arbeid meer centraal moet staan en dat het leren van ondergeschikt belang is dan kan men er voor kiezen om toch een arbeidsovereenkomst op te stellen. Het verschil tussen deze arbeidsovereenkomst en de leer-werkovereenkomst is dat de leerling in feite meer als werknemer wordt beschouwd en dat er van hem of haar ook een bepaalde kwantiteit en kwaliteit in het werk wordt verwacht door de werkgever.

Men kan er ook voor kiezen om een leerovereenkomst en een arbeidsovereenkomst te sluiten. In dat geval is het heel belangrijk om duidelijke afspraken te maken over wat men van elkaar kan verwachten tijdens het dienstverband. Daarbij kun je denken aan de tijd die de werknemer of leerling mag besteden aan het leren van nieuwe vaardigheden. Ook moeten er afspraken worden gemaakt over de begeleiding en de instructies op de werkvloer. Voor werkgevers is het belangrijk om te weten dat voor werknemers loonbelasting en premies volksverzekering moeten worden ingehouden op het loon en tevens de premies werknemersverzekering.

Werken en leren of BBL
Leer-werkovereenkomsten worden over het algemeen afgesloten in het kader van werken en leren. Een voorbeeld van werken en leren zijn de zogenaamde BBL trajecten. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. In feite leert een leerling via BBL een specifiek beroep door naast een theoretische ondersteuning op het opleidingsinstituut ook praktijk ondersteuning te krijgen bij een erkend leerbedrijf. Daarbij wordt er een leer-werkovereenkomst gesloten waarin vaak ook het opleidingsinstituut wordt benoemd. Dat houdt in dat een leer-werkovereenkomst of leerarbeidsovereenkomst door drie partijen wordt getekend: de leerling, het erkend leerbedrijf en het opleidingsinstituut waar de BBL opleiding wordt gevolgd.

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

Wat houdt bbl in?

BBL is de Beroepsbegeleidende Leerweg en is een Nederlandse, praktijkgerichte variant van het middelbaar beroepsonderwijs. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleidingsvorm ongeveer zeventig tot tachtig procent van zijn of haar opleiding in de praktijk aan de slag is bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig tot dertig procent is de leerling aanwezig op het mbo opleidingsinstituut om theorielessen en praktijklessen te volgen en toetsen en examens af te ronden. Het BBL onderwijs is de tegenhanger van het BOL onderwijs als het gaat om de verhouding tussen theorie en praktijk. Bij het BOL onderwijs gaat de deelnemer ongeveer tachtig procent van zijn of haar tijd naar het opleidingsinstituut en ongeveer twintig procent van de tijd zal worden besteed aan een praktijkstage die ook wel beroepspraktijkvorming (bpv) wordt genoemd.

BBL in de techniek
Kenmerkend voor de BBL variant van het mbo is dat deelnemers aan deze opleidingen vooral in de praktijk vaardigheden leren toepassen. Het is leren doormiddel van werken. Daarvoor is natuurlijk een erkend leerbedrijf nodig dat voldoende faciliteiten en personeelsleden heeft om de BBL-leerling goed te begeleiden. In de techniek zijn er steeds meer bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden. Daarvoor dienen deze bedrijven een aanvraag in bij de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB). Deze stichting gaat vervolgens toetsen of het bedrijf aan de eisen voldoet die aan een erkend leerbedrijf worden gesteld. Voor bedrijven is de titel ‘erkend leerbedrijf’ iets om trots op te zijn.

Het toont namelijk aan dat het bedrijf in staat is om een BBL-leerling te begeleiden in zijn of haar opleiding om een vakvolwassen kracht te worden. In de techniek is een tekort aan vakvolwassen krachten oftewel vakmensen. Dit tekort aan vakkrachten blijkt uit het grote aantal vacatures dat open staat in de techniek in 2018. Ook na dit jaar wordt er nog steeds krapte op de arbeidsmarkt verwacht. Deze krapte is in feite een tekort aan gekwalificeerd technisch personeel. Door te investeren in BBL-ers kan het tekort aan vakkrachten voor de toekomst worden beperkt. Investeren in de BBL is daardoor een investering in de toekomst van de techniek.

Waarom zou ik BBL gaan doen?

Leerlingen die van het vmbo afkomen kunnen zich afvragen welke opleiding ze zouden willen volgen. Een belangrijke afweging die dan gemaakt kan worden is wil je praktijkgericht leren of ben je meer theoretisch ingesteld. Als je theoretisch bent ingesteld is een BOL variant van het mbo verstandig. Praktijkgerichte mensen voelen zich vaak meer thuis op een BBL opleiding omdat ze dan met de handen kunnen werken. Bovendien verdien je tijdens een BBL-opleiding vaak een basissalaris bij een erkend leerbedrijf. Dit salaris is meestal niet heel hoog omdat je nog moet leren. Toch is het salaris tijdens een BBL-opleiding altijd meer dan de vaak bescheiden vergoeding die een BOL-leerling krijgt tijdens een stage of beroepspraktijkvorming. Het aanmelden voor een BBL opleiding heeft dus een aantal belangrijke voordelen. Verder heeft BBL ook overeenkomsten met BOL. Zo zijn beide opleidingsvarianten vaak in dezelfde opleidingsrichting. Er zijn BOL en BBL varianten in de elektrotechniek, werktuigbouwkunde, installatie techniek, de bouw en nog verschillende andere technische sectoren.

Aanmelden voor BBL
Iemand die een BBL opleiding wil doen kan zich aanmelden bij een ROC of informatie inwinnen bij een erkend leerbedrijf. Daarnaast is het ook mogelijk om je aan te melden voor een BBL traject in de techniek bij een technisch uitzendbureau. Technischwerken.nl heeft hiervoor een samenwerkingsovereenkomst gesloten met VCU uitzendbureau Technicum. Dit uitzendbureau is VCU gecertificeerd en daardoor bevoegd om aan VCA gecertificeerde bedrijven personeel te leveren. Dat is een belangrijke meerwaarde want daardoor kan en mag Technicum vrijwel bij elk technisch bedrijf personeel bemiddelen dus ook BBL-ers. Via de knop ‘contact’ of ‘BBL Technicum’ op de homepage kan je jezelf aanmelden voor een BBL traject. Een opleidingscoördinator of een consultant neemt vervolgens contact met je op voor een adviesgesprek. Dit adviesgesprek is gericht op jouw wensen en mogelijkheden op de technische arbeidsmarkt. Aanmelden voor BBL via Technicum is vrijblijvend en er zijn geen kosten aan verbonden.

Wat doet een praktijkopleider?

Praktijkopleiders zijn werkzaam bij erkende bedrijven en hebben de verantwoordelijkheid om stagiaires en leerlingen te begeleiden bij hun beroepspraktijkvorming (BPV). Dit houdt in dat de een praktijkopleider op het werk aankomende vakkrachten ondersteund en coacht bij hun ontwikkeling. De praktijkopleider heeft te maken met verschillende personen zowel met de BPV-docent van het roc als de leerling.

Ook kan de praktijkopleider contact hebben met het uitzendbureau als de leerling via een uitzendbureau bij de organisatie werkzaam is. Praktijkopleiders hebben meestal een specifieke opleiding gevolgd die voor een theoretisch en praktisch kader zorgt waardoor ze de begeleiding van de leerlingen zo goed mogelijk kunnen uitvoeren. Deze opleiding is op mbo-niveau en heeft de naam: ‘mbo praktijkopleider niveau 4’.

Een praktijkopleider heeft naast het begeleiden van leerlingen ook een andere (hoofd) functie binnen een bedrijf. Dit kunnen verschillende functies zijn. Zo kan een praktijkopleider bijvoorbeeld de functie voorman hebben of een medewerker personeelszaken zijn. In sommige, meestal wat kleinere bedrijven, is de directeur of eigenaar meestal de persoon die leerlingen helpt met de beroepspraktijkvorming. De begeleiding van leerlingen is daardoor vaak een neventaak of een nevenfunctie van een werknemer die als praktijkopleider is aangemerkt.

Taken van de praktijkopleider
De praktijkopleider heeft een breed takenpakket. Dit komt doordat iemand met deze (neven)functie met verschillende personen contacten moet onderhouden. Dit vereist wat van de communicatieve vaardigheden van de persoon in kwestie. Deze persoon moet namelijk met zowel docenten van een opleidingsinstituut communiceren als met leerlingen op de werkvloer. Hij of zij moet daardoor schakelen tussen verschillende communicatiestijlen. Verder moet de praktijkopleider ook in staat zijn om leerlingen te beoordelen en eventueel te sturen of te berispen als ongewenst gedrag wordt vertoond of als er grove fouten worden gemaakt door de leerling. De praktijkopleider heeft de volgende taken:

  • Selecteert de kandidaten  voor een BBL-plek en voert intakegesprekken met hen.
  • Organiseert  activiteiten rondom de introductie van leerlingen binnen het bedrijf.
  • Begeleidt de leerlingen bij het leren van nieuwe werkzaamheden.
  • Onderhoudt contacten met het opleidingsinstituut.
  • Houdt vorderingen bij en bijzonderheden omtrent de ontwikkeling van de leerling.
  • Beoordeelt en bespreekt de vorderingen van de leerling.
  • Coördineert de beroepspraktijkvorming van de leerlingen.
  • Bevordert de integratie tussen theorie en praktijk op de werkvloer.
  • Voert daarnaast ook administratieve taken uit die horen bij de praktijkbegeleiding.

MBO praktijkopleider niveau 4

De opleiding mbo praktijkopleider is een opleiding die kan worden gegeven aan werknemers die al een bepaalde functie hebben in een bedrijf of organisatie. De opleiding is bedoelt om de desbetreffende werknemer vaardigheden aan te  leren die hij of zij kan gebruiken om andere collega’s of stagiaires te begeleiden in hun leerproces. Op de opleiding mbo praktijkopleider wordt aandacht besteed aan de methodes die kunnen worden gehanteerd om leerlingen en stagiairs op de werkvloer te begeleiden.

Vaardigheden aanleren
Omdat het een opleiding praktijkopleider is wordt veel aandacht besteed aan de praktijk. Dit houdt in dit verband in dat men op de opleiding vooral praktische vaardigheden aanleert. Men krijgt informatie over hoe men het beste kennis kan overdragen op leerlingen en stagiairs. Ook leert men om deze aankomende vakkrachten te coachen en te ondersteunen bij hun leerproces. Daar komen persoonlijke didactische vaardigheden bij kijken maar men leert ook de bijbehorende administratie op orde te houden. Op de opleiding praktijkopleider leert men ook een opleidingsplan te schrijven voor werknemers die bijvoorbeeld een opleidingsvraagstuk hebben en zich breder willen ontwikkelen of zich willen specialiseren.

Praktijkbegeleiding in diverse sectoren
Praktijkopleiders zijn er in verschillende sectoren. Zo zijn er praktijkopleiders in de beveiligingssector en in de zorg. Ook in de techniek zijn veel praktijkopleiders werkzaam. Een mbo opleiding praktijkopleider richt zich op alle sectoren. Dit houdt in dat het een brede opleiding is waarbij vaardigheden worden aangeleerd die in verschillende sectoren kunnen worden toegepast. Daarom gaat men niet in op de technieken en processen die in een bedrijf worden uitgevoerd. Een voorman van een lasbedrijf die bijvoorbeeld praktijkopleider wil worden om leerlingen te ondersteunen bij het leren van lassen zal tijdens de opleiding tot praktijkopleider niet vaardigheden ontwikkelen over hoe hij het beste leerlingen kan ondersteunen bij het lasproces. Wel zal deze voorman leren hoe leerlingen het beste in het algemeen kunnen worden begeleid bij het aanleren van nieuwe vaardigheden (in de techniek).

Vooropleiding voor mbo praktijkopleider
Om een opleiding mbo praktijkopleider te volgen zal iemand minimaal een VMBO-diploma moeten hebben. Dit diploma kan zijn behaald in de Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg. Een aantal jaren HAVO of VWO evenals een overgangsbewijs van HAVO/VWO naar HAVO /VWO 4 is ook in de meeste gevallen voldoende. Voor specifieke vragen hierover kun je contact opnemen met een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) bij jou in de buurt.

Wat is een stagiair of stagiaire?

Een stagiair is een persoon die een stage volgt voor een opleiding. Een stage is een praktijkdeel van een opleiding en wordt meestal bij een externe organisatie uitgevoerd. De stagiair is tijdens een stage geen werknemer van de organisatie waar de stage wordt gehouden. Wel kan een stagiair een vergoeding krijgen voor de werkzaamheden die tijdens de stage worden verricht. Deze vergoeding kan bijvoorbeeld reiskosten zijn maar het is ook mogelijk dat er een bescheiden uurvergoeding wordt betaald. De vrouwelijke vorm van stagiair is stagiaire. In de praktijk gebruikt men de benaming stagiair en stagiaire dikwijls door elkaar heen.

Leerproces centraal
Een stagiair of stagiaire volgt een stage vooral om te leren. Hij of zij leert de theorie van de opleiding toe te passen in de praktijk. Daarvoor is echter wel begeleiding nodig. Deze begeleiding wordt vaak geboden door het bedrijf waar de stage wordt gehouden. De zogenaamde stagebegeleider is over het algemeen iemand met ruime ervaring binnen het bedrijf zodat de stagiair goed van hem of haar kan leren en eventueel vragen kan stellen als dat nodig is.

Stagebegeleider
Meestal krijgt een stagiair ook vanuit de opleiding een begeleider toegewezen. Dit is over het algemeen een docent. De docent ondersteund de stagiair vooral op theoretisch gebied en hoort de voortgang in de gaten met betrekking tot de opdrachten die de stagiair voor de opleiding moet afronden. Op stages worden vooral praktijkopdrachten gedaan. Dit zijn doe-opdrachten waarbij een stagiair daadwerkelijk taken moet uitvoeren in de praktijk. Deze taken moeten passen bij de opleiding en het opleidingsniveau van de stagiair.

Beroepspraktijkvorming
Van de (praktijk)opdrachten worden reflectieverslagen gemaakt zodat de stagiair leert te evalueren wat hij of zij heeft gedaan ter voorbereiding en tijdens het daadwerkelijk uitvoeren van de taak. De stagiair brengt in kaart wat goed is gegaan en wat in de toekomst beter gedaan kan worden. Zo leert de stagiair om zijn of haar eigen beroepshouding te ontwikkelen. Een stage wordt door sommige opleidingsinstituten ook wel beroepspraktijkvorming genoemd. Omdat men van dat woord moeilijk een benaming van een persoon kan maken ( het is vrij lastig om beroepspraktijkvormingskandidaat te zeggen) gebruikt men in de praktijk vaak nog het woord stagiair of stagiaire.

Wat is beroepsonderwijs en wat zijn de kenmerken van beroepsonderwijs?

Beroepsonderwijs is een onderwijsvorm die gericht is op de praktische en theoretische voorbereiding met betrekking tot de uitoefening van een beroep in de praktijk. Er zijn in Nederland een aantal wetten van toepassing op het beroepsonderwijs. Dit zijn de volgende wetten:

  • De Wet educatie en beroepsonderwijs
  • De Wet educatie en beroepsonderwijs BES
  • De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)

Voor verschillende beroepen is in Nederland beroepskwalificerende opleiding vereist of gewenst. Het beroepsonderwijs kan er voor zorgen dat leerlingen en studenten een beroep leren. Dit is echter niet de enige taak van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs is er op ook gericht om haar studenten en leerlingen te ondersteunen op het gebied van persoonlijke ontplooiing en het succesvol functioneren van de leerlingen en studenten in de praktijk.

VBO en VMBO
Het beroeps onderwijs is een onderwijsvorm die al lang in Nederland wordt toegepast als educatievorm. In het verleden had men bijvoorbeeld het Voorbereidend Beroepsonderwijs (vo). Dit was na de Basisschool het voortgezet onderwijs waar leerlingen een beroep konden leren in bijvoorbeeld de verzorging, metaal, hout, schilderen en de administratie. Later werden in 1999 VMBO-scholen opgericht. Deze scholen ontstonden uit een samenvoeging van de mavo en het vbo. De afkorting VMBO staat voor Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs. VMBO scholen bevatten opleidingen op vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen zijn de volgende:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB)
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB)
  • Gemengde leerweg (GL)
  • Theoretische leerweg (TL)

Aansluiting opleiding in beroepsopleidingen
De doelstelling van het opleidingsbeleid in Nederland is gericht op het zo zorgvuldig mogelijk laten aansluiten van opleidingen van een lager niveau naar een hoger opleidingsniveau. Het VMBO bevat vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen dienen aan te sluiten op het opleidingsaanbod van het Middelbaar Beroeps Onderwijs oftewel het mbo. Ook het mbo kent niveauverschillen. Dit zijn der volgende:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot hbo.

Hierboven is aangegeven op welk niveau afgestudeerde mbo leerlingen in de praktijk kunnen uitstromen naar een baan. Na het mbo kunnen leerlingen nog doorstuderen naar het HBO oftewel het Hoger Beroeps Onderwijs. HBO hoort tot het hoger onderwijs net zoals het wetenschappelijk onderwijs WO. Iemand die een opleiding heeft gedaan op hbo of WO heeft in een bepaalde beroepsgroep het hoogst haalbare opleidingsniveau behaald. Deze afgestudeerden kunnen worden ingezet in een (junior) functie in het management, op een staffunctie of in de werkvoorbereiding en enginering binnen een bepaalde beroepsgroep.

Verschillende niveaus in beroepsopleidingen
Uit bovenstaande alinea’s blijkt dat er verschillende niveaus bestaan in beroepsopleidingen in Nederland. De opbouw in niveaus begint bij de basisberoepsgerichte leerweg van het VMBO. Daarna kunnen leerlingen doorstuderen naar het middelbaar beroepsonderwijs en tot slot kan men ook een opleiding volgen op het hoger beroepsonderwijs.

Verschillende richtingen in beroepsopleidingen in de techniek
Beroepsleidingen kunnen in verschillende richtingen worden gevolgd. Het is belangrijk dat een weloverwogen keuze wordt gemaakt door de leerling of student. Het kiezen van een opleidingsrichting begint tegenwoordig al vanaf de basisschool. Op het vmbo geven leerlingen al gestalte aan hun beroepskeuze. Daarna gaan ze verder op het mbo. Als men al jong kiest voor de metaalsector is het belangrijk dat men deze opleidingsrichting aanhoudt en zich verder gaat specialiseren naarmate men een beroepsopleiding op een hoger niveau gaat volgen.

Het aantal opleidingsrichtingen in het beroepsonderwijs is enorm. Daarom hebben leerlingen vaak ondersteuning nodig bij het kiezen van de juiste opleiding. Bij veel opleidingen hebben leerlingen niet of nauwelijks een beeldvorming en daar moet aan gewerkt worden door bijvoorbeeld decanen en loopbaanbegeleiders. Vanuit de regering komen langzamerhand opmerkingen dat het beroepsonderwijs transparanter moet worden.

Het keuze aanbod moet worden beperkt en er moet eenduidigheid komen in de benaming van opleidingen. Daarnaast willen sommige instanties ook weer terug naar de oude leerling-gezel methode waarbij een leerling het vak of beroep leert van een ervaren iemand in een bepaald beroepsgroep. Beroepsonderwijs blijft in ontwikkeling in Nederland.

Wat doet de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB?

De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB is sinds 1 januari 2012 actief. Deze stichting verbindt het georganiseerd bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De vereniging van 17 kenniscentra is overgegaan naar het SBB. Hierdoor is het SBB een belangrijk kennisbaken tussen bedrijven en mbo opleidingen. Het bedrijfsleven en het mbo werken nauw met elkaar samen. Dit is belangrijk omdat bedrijven goed personeel willen hebben die over voldoende kennis beschikt voor de uitvoering van de taken. Mbo opleidingen moeten er voor zorgen dat de studenten de gewenste kennis en vaardigheden aanleren. Er zijn in Nederland bijna 70 onderwijs-instellingen, dit zijn aoc’s, roc’s en vakscholen. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Al deze instanties leiden mbo’ers op tot vakkrachten.

Eisen aan opleidingen veranderen
De eisen aan personeel veranderen voortdurend. In bijvoorbeeld de techniek en ICT zijn er veel technische ontwikkelingen die er voor zorgen dat studenten nieuwe vaardigheden en kennis nodig hebben om effectief in de praktijk te kunnen werken. Bedrijven stellen door deze ontwikkelingen voortdurend hun eisen bij in de vraag naar personeel. Opleidingen moeten er voor zorgen dat met de eisen uit het bedrijfsleven rekening wordt gehouden. Daarom passen opleidingen regelmatig hun lesstof aan zodat leerlingen waardevolle diploma’s krijgen voor de arbeidsmarkt. Daarnaast moeten opleidingen ook goed op elkaar aansluiten. Zo moeten leerlingen met een vmbo opleiding een goede aansluiting hebben op de lesstof van een mbo opleiding. Studenten met een mbo opleiding op zak moeten vervolgens weer goede aansluiting hebben met hbo opleidingen indien ze door willen leren. Het SBB houdt zich bezig met deze aansluiting en adviseert de minister van OCW.

Wat doet het SBB?
De SBB voert verschillende taken uit. Zo maakt deze stichting afspraken over de inhoud van opleidingen. In kwalificatiedossiers worden de wensen van de arbeidsmarkt vastgelegd. Met deze kwalificatiedossiers kunnen scholen een goed beeld vormen over de arbeidsmarkt en studenten goed adviseren over hun loopbaanmogelijkheden. Scholen kunnen eveneens met deze dossiers bekijken of de lesstof goed aansluit op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. In de dossiers staan afspraken tussen het onderwijs en het bedrijfsleven over de examinering. De belangrijkste doelstelling van de samenwerking binnen het SBB is het ontwikkelen van een doelmatig  opleidingsaanbod.

Beroepspraktijkvorming
In een mbo opleiding moet een student ook vaardigheden aanleren voor de praktijk. Deze praktijkervaring kan een student opdoen in een stage of leerbaan. Een stage bij een bedrijf in de praktijk zorgt er voor dat een student werkt aan zijn of haar ‘beroepspraktijkvorming’. De beroepspraktijkvorming is zeer belangrijk. Door de SBB worden afspraken gemaakt over de beroepspraktijkvorming. Deze afspraken zijn geldig voor een hele bedrijfstak waarop de beroepspraktijkvorming is gericht. Er is bijvoorbeeld een beroepspraktijkvorming voor de bouw, metaal of zorg.

Door de school, de student en het leerbedrijf worden afspraken gemaakt over de taken en verantwoordelijkheden die de student, de school en het leerbedrijf hebben tijdens de stage. Deze individuele afspraken zijn afgestemd op de landelijk afspraken die zijn opgenomen in de beroepspraktijkvorming van de desbetreffende sector.

SBB  en de toekomst
De samenwerking binnen de SBB zorgt er voor dat bedrijven meer invloed krijgen op de kwaliteit en lesstof van opleidingen. Bedrijven krijgen meer verantwoordelijkheid bij het opleiden van mbo-ers. Door de grotere invloed van bedrijven sluit de inhoud en de omvang van het onderwijsaanbod in Nederland in de toekomst nog beter aan bij de behoeften van het bedrijfsleven. Hierdoor krijgen mbo-leerlingen een waardevoller diploma en zullen ze in een functie meer herkennen van hun lesstof.

Onderwijsinstellingen krijgen meer zeggenschap over de kwalificatiedossiers. Door deze wederzijdse invloed zijn de wensen en mogelijkheden van het onderwijs goed afgestemd op de wensen van het bedrijfsleven.

SBB en afstemming
In de alinea’s hierboven komt duidelijk naar voren dat de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven vooral gericht is op onderlinge afstemming tussen de wensen en mogelijkheden van scholen en bedrijven. Scholen zullen intensief met elkaar moeten samenwerken. Communicatie is hierbij van groot belang. Ook hierin heeft de stichting SBB een belangrijke rol.

Wat is een leerarbeidsovereenkomst en is deze overeenkomst een arbeidsovereenkomst?

Naast een leerovereenkomst (LOK) worden in de praktijk aan beginnende beroepsbeoefenaars ook leerarbeidsovereenkomsten geboden. Doormiddel van leerarbeidsovereenkomsten wordt werk gecombineerd met leren. Deze overeenkomsten worden veel toegepast in de zorg en de bouw. Op de werkvloer krijgen leerlingen doormiddel van een leerarbeidsovereenkomst de gelegenheid om een bepaald vak te leren. Leerlingen voeren op de werkvloer werkzaamheden uit. Daardoor kan de vraag naar boven komen of een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is of dat er in feite toch sprake is van een leerarbeidsovereenkomst. Deze vraag is onder andere belangrijk bij de ketenopbouw van contracten. Bedrijven kunnen aan werknemers over het algemeen drie bepaalde tijdscontracten bieden. Moet een leerarbeidsovereenkomst worden beschouwd als een bepaalde tijdscontract die in de ketenopbouw moet worden meegenomen?

Is een leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst of niet?
Hierover zijn verschillende juridische uitspraken (jurisprudentie) genoemd. Deze uitspraken zijn te vinden op internet en zijn uitgesproken in diverse rechtszaken. Wat opvalt is dat er verschillende antwoorden op zijn geformuleerd. In sommige gevallen wordt door de rechter de uitspraak gedaan dat een leerarbeidsovereenkomst in feite een arbeidsovereenkomst is. In andere gevallen is door de rechter aangegeven dat er geen sprake was van een arbeidsovereenkomst. De rechter beoordeeld de leerarbeidsovereenkomst tijdens een rechtszitting op verschillende punten. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de inhoud van de leerarbeidsovereenkomst.

Wanneer in deze overeenkomst het leren en het opdoen van praktijkkennis door de leerling centraal staat wordt de leerarbeidsovereenkomst doorgaans niet als arbeidsovereenkomst beschouwd. Wanneer echter de arbeid of de werkzaamheden centraal staan in deze overeenkomst kan de rechter beslissen dat het wel degelijk gaat om een arbeidsovereenkomst. Daarnaast wordt door de rechter gekeken naar het doel waarmee de overeenkomst werd gesloten en wat de partijen voor ogen hadden toen ze de overeenkomst opstelden en ondertekenden.  

Tot slot kijkt de rechter ook naar andere omstandigheden. Zo wordt er gekeken naar de manier waarop feitelijk invulling is gegeven aan de invulling van de overeenkomst. Welke werkzaamheden en verantwoordelijkheden heeft de leerling daadwerkelijk op de werkvloer gehad? Heeft de werkzaamheden tijdens deze werkzaamheden meer verantwoordelijkheid gedragen dan kan worden verwacht van een leerling? Dit zijn vragen die de rechter graag beantwoord wil zien. Hierbij kan namelijk het organisatiebelang voorop staan in plaats van het belang van de leerling. Wanneer dat het geval is kan de rechter alsnog oordelen dat de leerarbeidsovereenkomst een arbeidsovereenkomst is. Bij het opstellen en invulling geven aan een leerarbeidsovereenkomst moeten het bedrijf en de leerling goed nagaan wat ze met de overeenkomst van elkaar verwachten. Door goed aandacht te besteden aan de overeenkomst kunnen misverstanden tijdens de contractduur worden voorkomen.

Wat is een leerovereenkomst en welke afspraken staan er in een leerovereenkomst?

Een leerovereenkomst, wordt ook wel afgekort met LOK, is een schriftelijke overeenkomst die wordt gesloten tussen een leerling of zijn of haar wettelijke vertegenwoordiger en een werkgever. Daarnaast is bij het opstellen van een leerovereenkomst een opleidingsinstelling betrokken. In totaal zijn er bij het opstellen van een leerovereenkomst drie partijen betrokken. Een leerling kan doormiddel van een leerovereenkomst bij een werkgever werken en daarnaast scholing volgen via een opleidingsinstituut. Door het werk bij een werkgever krijgt een leerling praktijkkennis. Het volgen van een opleiding zorgt er voor dat de leerling ook theoretische kennis krijgt. Hierdoor kan een leerling zich goed voorbereiden op zijn of haar toekomst in een bepaald beroep. Het leren en de ontwikkeling van de leerling staat hierbij centraal. Voorheen noemde men deze samenwerking tussen leerling, bedrijf en opleidingsinstantie het mbo leerlingwezen. Sinds 1997 noemt men dit beroepspraktijkvorming BPV of beroepsbegeleidende leerweg BBL.  

Doel van de leerovereenkomst
Een belangrijk doel van leerovereenkomsten is het schriftelijk vastleggen van afspraken tussen werkgever met betrekking tot de praktijkontwikkeling van een leerling. Een jongere die niet meer leerplichtig is krijgt doormiddel van een leerovereenkomst een kans om zichzelf doormiddel van een beroepsopleiding te ontwikkelen in een specifiek beroep of beroepenveld.

Wat staat er in een leerovereenkomst?
In een leerovereenkomst worden verschillende afspraken vastgelegd. Zo wordt er in deze overeenkomst vastgelegd dat een leerling in de praktijk wordt opgeleid in een specifiek beroep of beroepenveld. Daarnaast is in deze overeenkomst vastgelegd dat de leerling onderwijs volgt aan een opleidingsinstantie die aan de gestelde kwaliteitseisen voldoet. Deze opleidingsinstantie wordt met naam genoemd. Daarbij is duidelijk aangegeven welke opleiding door de opleidingsinstantie wordt geboden en welk opleidingsniveau daaraan verbonden is. In een leerovereenkomst kunnen afspraken over eventuele vergoedingen schriftelijk worden vastgelegd. Daarnaast kunnen ook afspraken worden genoteerd over het gebruik van leermiddelen zoals boeken, schrijfmateriaal en andere materialen die nodig zijn voor het voltooien van de opleiding. Uiteraard is ook de duur van de overeenkomst aangegeven in de leerovereenkomst. Tot slot wordt in de leerovereenkomst aangegeven hoe de overeenkomst kan worden beëindigd en op welke gronden dat kan gebeuren.

Leerovereenkomst is geen arbeidsovereenkomst
De kern van leerovereenkomst is de ontwikkeling van een beginnend beroepsbeoefenaar. Daarom noemt men deze overeenkomst een leerovereenkomst. Het leren dient centraal te staan. Toch komt het in de praktijk soms voor dat de arbeid en de werkzaamheden centraal staan. In dat geval wordt een leerovereenkomst meer gebruikt als een arbeidsovereenkomst.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV en is het volgen daarvan verplicht?

In Nederland zijn verschillende opleidingsinstituten die Mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Het aantal verschillende Mbo-opleidingen in Nederland is groot. Ook in de techniek zijn veel verschillende opleidingen door leerlingen te volgen. Er zijn bijvoorbeeld opleidingen die gericht zijn op elektrotechniek, werktuigbouwkundige installaties, mechatronica en constructiebankwerken. Mbo staat voor Middelbaar Beroepsonderwijs. Op deze opleidingen leren leerlingen een beroep. Een beroep leer je echter niet alleen in de schoolbanken. Daarvoor is ook praktijkkennis nodig. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde in de Beroepspraktijkvorming BPV. De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB heeft een belangrijk invloed op de BPV.

Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB
Binnen Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB worden afspraken gemaakt tussen onderwijs en de bedrijven. De SBB is een stichting. Hierin zijn de sociale partners, VNO-NCW, MKB-Nederland, Colo en de MBO Raad verenigd. De SBB is in januari 2012 opgericht en werkt sinds de oprichting met steeds meer bedrijven en opleidingsinstanties samen. Op dit moment zijn er ongeveer zeventig onderwijsinstellingen die Mbo-opleidingen aanbieden. Hieronder vallen de regionale opleidingscentra en Agrarische opleidingscentra. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Waar Mbo-leerlingen hun beroepspraktijkvorming kunnen volgen. Er worden afspraken gemaakt binnen SBB met bedrijven en onderwijs over de beroepspraktijkvorming.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV?
Vanuit de SBB zijn richtlijnen naar voren gekomen voor Mbo-opleidingen. Hierin wordt onder andere het belang genoemd van het afstemmen van de leerstof op de praktijk. Mbo-opleidingen moeten leerlingen datgene leren wat in de praktijk wordt toegepast. Dit is niet alleen de wens van opleidingsinstituten, ook het MKB (het Midden en Klein Bedrijf) pleit voor het opdoen van praktijkervaring door Mbo-leerlingen in het bedrijfsleven. Daarom is het belangrijk dat de kennisoverdracht op een Mbo-opleiding praktijkgericht is.

Op een Mbo-opleiding wordt niet alleen gekeken naar de theoretische aspecten van een beroep. Ook de praktische aspecten zijn van groot belang. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde tijdens stages. Deze stages worden Beroepspraktijkvorming genoemd. Dit word ook wel afgekort met BPV. Elke Mbo-opleiding maakt gebruik van een BPV.

Twee soorten Beroepspraktijkvorming BPV
Er zijn  twee verschillende soorten Beroepspraktijkvorming BPV. De eerste variant is de variant die wordt gedaan bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit wordt ook wel werkplekleren genoemd. Bij deze BPV-vorm werkt een leerling voornamelijk binnen het leerbedrijf. Dit is de meest praktijkgerichte vorm van MBO en wordt veel toegepast in de techniek. Daarnaast is er en tweede vorm van BPV. Dit is de vorm die wordt gedaan bij de beroepsopleidende leerweg (BOL). De BPV tijdens een BOL-opleiding is korter en wordt ook gedaan in een leerbedrijf.

Is het volgen van een BPV verplicht?
Het volgen van een BPV is voor Mbo-leerlingen verplicht. Het MKB wil dat opleidingsinstituten de leerlingen zoveel mogelijk ondersteunen bij de Beroepspraktijkvorming. De werkgevers willen hiervan zo weinig mogelijk administratieve last van ondervinden. Ondanks de taken die een Mbo-opleidingsinstituut overneemt kunnen niet alle bedrijven Mbo-leerlingen inzetten om hun BPV af te ronden. Alleen bij erkende leerbedrijven mogen Mbo-leerlingen hun Beroepspraktijkvorming volgen.

Erkende leerbedrijven
Niet alle bedrijven voldoen aan de richtlijnen die aan een leerbedrijf worden gesteld. Voordat een bedrijf een erkend leerbedrijf is moet aan een aantal eisen worden voldaan. Of een bedrijf aan de eisen voldoet is ter beoordeling van een kenniscentrum voor beroepsonderwijs bedrijfsleven. Er zijn in Nederland verschillende kenniscentra aanwezig. Voor de techniek is het kenniscentrum Kenteq. Dit is het Kennis- en adviescentrum voor technisch vakmanschap. Kenteq beoordeelt of een bedrijf aan de voorwaarden voldoet om een leerling op te leiden in een bepaald beroep of vak. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de deskundigheid van de praktijkopleider die de leerlingen het vak moet leren. Daarnaast word aandacht besteed aan de leeromgeving. De leeromgeving moet veilig zijn voor de leerling en moet daarnaast voldoende mogelijkheden bieden om het vak uit te kunnen oefenen. De werkzaamheden die worden uitgevoerd moeten passen bij de opleiding en het niveau van de leerling.

Wat is opleiding Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent (AKA) en wat kun je er mee?

De opleiding Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent wordt ook wel afgekort met AKA. Deze opleiding is bedoeld voor jongeren. Met een AKA opleiding kunnen jongeren die geen of nauwelijks opleiding hebben gehad toch een basisberoep aanleren om op de arbeidsmarkt aan de slag te gaan. Vaak nemen jongeren aan een AKA opleiding deel wanneer ze geen afgeronde MBO opleiding hebben gehad. De AKA opleidingen zijn over het algemeen praktijkgericht. Het zijn opleidingen waarin de leerlingen vaardigheden aanleren die ze in de praktijk kunnen toepassen. Een belangrijk onderdeel van AKA opleidingen is de stage. De stage wordt in een AKA opleiding ook wel beroepspraktijkvorming (BPV) genoemd. Tijdens de BPV  leren de leerlingen hun vaardigheden in de praktijk brengen bij een bedrijf. Na het afronden van een AKA opleiding heeft de leerling een grotere kans op werk in de arbeidsmarkt.

Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent
De opleidingen die onder Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent vallen zijn divers. Het zijn opleidingen op MBO niveau 1. De AKA opleidingen zijn gericht op een bepaalde sector of branche. Deelnemers aan de opleiding leren om te werken binnen een bedrijf. Naast de algemene vaardigheden en beroepshouding die nodig zijn om binnen een bedrijf te functioneren is het ook belangrijk dat de deelnemers specifieke vaardigheden aanleren om in een bedrijf aan de slag te kunnen. Deze vaardigheden verschillen per AKA opleiding. AKA leerlingen werken onder begeleiding van ervaren collega. Deze collega zorgt voor opdrachten.

Een AKA leerling leert opdrachten uit te voeren en de benodigde materialen en gereedschappen daarvoor te verzamelen. De opdrachten moeten binnen een bepaald tijdsbestek worden uitgevoerd. Hierdoor moet een leerling goed leren plannen en moet hij of zij kunnen bedenken welke werkzaamheden het eerst moeten worden uitgevoerd en wat de daarop volgende werkzaamheden zijn. Daarbij moet natuurlijk ook rekening worden gehouden met de werkzaamheden en de belangen van collega’s.

Opdrachten moeten zowel zelfstandig als in teamverband worden afgerond. De AKA opleidingen besteden veel aandacht aan het leren van een goede beroepshouding. Daarnaast zijn er verschillende beroepen die met een AKA opleiding kunnen worden uitgevoerd. Deze beroepen zijn afhankelijk van de uitstroomrichting. Er zijn een aantal verschillende uitstroomrichtingen waar de techniek er één van is. Na het afronden van een AKA opleiding krijgt de deelnemer of deelneemster een diploma assistent.

Voor wie is een AKA opleiding geschikt?
De opleiding Arbeidsmarktgekwalificeerd assistent is geschikt voor leerlingen vanaf 16 jaar die weinig aanleg hebben om te leren. Vooral leerlingen die graag met hun handen werken kunnen op een AKA opleiding goed nieuwe vaardigheden aanleren zonder dat ze voortdurend in boeken moeten lezen en studeren. Een AKA opleiding is praktijkgericht. Daarom hebben de meeste leerlingen die zich aanmelden voor een AKA opleiding Praktijkonderwijs gevolgd of een VMBO –diploma. Ook zonder diploma kan iemand zich aanmelden voor een AKA opleiding. Meestal duurt de opleiding één jaar maar er zijn ook mogelijkheden om AKA opleidingen in twee jaar af te ronden.

Wat kun je met een AKA opleiding in de techniek?
Een AKA opleiding is een MBO niveau 1 opleiding na deze opleiding kun je verder leren naar een hoger niveau of je kunt in de praktijk aan de slag. Vaak zal je met een AKA opleiding aan het werk gaan als assistent. Hierbij kan gedacht worden aan een assistentenfunctie op de bouw in de installatietechniek, elektrotechniek of timmeren. Van een ervaren collega leert een assistent in de praktijk tijdens de uitoefening zijn of haar beroep nog beter de vaardigheden van de opleiding toepassen. Hierdoor kan een assistent na verloop van tijd zelfstandiger werken en verantwoordelijkheid dragen voor montageklussen. Door deze werkervaring kunnen assistenten in de praktijk ook zelfstandig monteurs worden. Vaak moeten hiervoor nog wel aanvullende cursussen en opleidingen worden gevolgd. Wanneer dat niet binnen de mogelijkheden van de assistent ligt zal de assistent alleen werkzaamheden onder toezicht kunnen verrichten.