Wat is omscholen?

Omscholen is het geheel van opleidingen, trainingen, cursussen en andere activiteiten waarmee iemand nieuwe vaardigheden en kennis aanleert die hem of haar in staat stellen om een ander beroep uit te oefenen dan men tot op heden heeft uitgeoefend en waar men aanvankelijk voor is opgeleid. Deze definitie voor omscholen heeft schrijver Pieter Geertsma van Technischwerken.nl geformuleerd om het begrip omscholen te verduidelijken. Het is duidelijk dat omscholen zorgt voor een verandering in de loopbaanmogelijkheden van de desbetreffende persoon. Deze verandering vereist inspanning en wordt daarom met een reden of vanwege meerdere redenen in werking gezet. In de volgende alinea zijn een aantal redenen genoemd waarom iemand kiest voor omscholen.

Waarom omscholen?
Omscholen doet men meestal niet zomaar. Meestal kost omscholen geld en behoorlijk wat inspanning. Er worden andere keuzes gemaakt en men neemt vaak afscheid van een bepaald beroep of beroepsgroep. Voordat men dit doet moet men goed nadenken en de keuze voor een omscholing naar andere beroepsgroep goed motiveren. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand besluit tot omscholen. We zetten een aantal veelvoorkomende redenen op een rijtje:

  • Met de opleiding die men aanvankelijk heeft gevolgd heeft men geen mogelijkheden op een betaalde baan op de arbeidsmarkt.
  • Men ondervind fysieke of psychische klachten bij het uitoefenen van de huidige functie waardoor men een omscholingstraject nodig heeft om een andere baan te kunnen krijgen.
  • De huidige loopbaan biedt weinig perspectieven en heeft ongunstige arbeidsvoorwaarden.
  • Er ontstaan nieuwe functies en beroepen door nieuwe technologieën en andere ontwikkelingen die de interesse wekken en mensen laten overwegen om zich om te scholen.
  • Vrienden of kennissen maken iemand geïnteresseerd in andere functies waardoor men overweegt om een omscholingstraject in te gaan.
  • Door ontslag of door een reorganisatie raakt iemand zijn of haar functie kwijt en besluit hij of zij om de loopbaan en loopbaanperspectieven een nieuwe invalshoek te geven doormiddel van een omscholing.
  • Iemand komt er tijdens een gesprek of loopbaanbegeleidingstraject met een loopbaanbegeleider achter dat hij of zij toch geschikter is voor een andere functie dan hij of zij op dit moment uitoefent.

Hierboven staan een paar redenen voor omscholing. Zoals je ziet hebben veel redenen te maken met beeldvorming over beroepen en functies. Deze beeldvorming kan veranderen na verloop van tijd. Daarnaast veranderen functies ook. Doormiddel van nieuwe technologieën, gereedschappen, robotisering en automatisering verdwijnen functies, worden functies aangepast en komen er nieuwe functies bij. Omscholen en bijscholen worden daardoor steeds vaker ter sprake gebracht binnen bedrijven en bij loopbaanbegeleidingstrajecten.

Omscholen begint met kiezen
Omscholen begint in feite bij de werknemer of werkzoekende zelf en zijn of haar omgeving. Door veranderingen in de werksituatie en persoonlijke (lichamelijke en psychische) situatie kan er behoefte ontstaan aan omscholing. Zodra deze behoefte ontstaat is het belangrijk dat deze behoefte en veranderde beeldvorming getoetst wordt. Dit kan door een gesprek aan te gaan met een loopbaanbegeleider of met een decaan. Ook kan het nuttig zijn om op internet informatie te zoeken met betrekking tot opleidingen en beroepen. Vacatures en functieprofielen kunnen belangrijke informatie geven over wat werkgevers voor opleidingsachtergrond eisen in bepaalde beroepen. Een keuze voor omscholing is vaak een keuze voor een bepaald beroep of functie. De beeldvorming over dit beroep of deze functie moet goed worden getoetst bij werknemers die een dergelijk beroep uitoefenen. Werknemers die daadwerkelijk dezelfde functie uitoefenen kunnen vaak een eerlijk beeld geven van de positieve en negatieve aspecten van de functie. Zo kan men een helder beeld krijgen en een goede beslissing maken om juist wel of niet een omscholingstraject in te gaan. Als je niet zeker weet of je een omscholingstraject in wilt gaan is het verstandig om geen overhaaste beslissingen te nemen. Een omscholing naar een ander beroep kost vaak veel tijd en geld en daarom moet een omscholingstraject zorgvuldig in werking worden gezet.

Hoe werkt omscholen?
Omscholen doe je meestal niet alleen maar samen met je werkgever een outplacementbureau, het UWV of een andere instantie. Deze zal je vaak advies geven over de opleiding en het opleidingsinstituut waar je de opleiding zou kunnen volgen. Vaak kun je zelf afspraken maken met het opleidingsinstituut over de aanvang en duur van de opleiding. Ook weet het opleidingsinstituut vaak goed te vertellen wat de loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven zijn met een bepaalde opleiding. Omscholingstrajecten kun je fulltime doen maar ook naast je werk. Op die manier kun je naast je werk jezelf ontwikkelen voor een andere beroepsgroep. Denk hierbij aan avondstudies, werken en leren of zelfs BBL.

Vooropleiding voor omscholen
Er zijn veel opleidingen in Nederland. Toch kun je niet elke opleiding zomaar volgen. Meestal wordt er een vooropleiding vereist. Omdat er sprake is van een omscholingstraject is de kans groot dat iemand niet over de vereiste vooropleiding beschikt. Daarom wordt vaak gekeken naar het opleidingsniveau. Heeft iemand bijvoorbeeld een HBO niveau of een MBO niveau dan is het vaak mogelijk om op hetzelfde niveau een andere opleiding te volgen in een andere richting. Of iemand voor bepaalde modules en vakken vrijstelling kan krijgen is afhankelijk van de opleiding, het opleidingsinstituut en individuele afspraken die hierover gemaakt kunnen worden voordat men met de opleiding start. De meeste ROC’s en HBO-opleidingsinstituten hebben vaak duidelijke regels en voorschriften met betrekking tot vrijstelling en vooropleiding. Daarom is het belangrijk om met deze opleidingsinstituten hierover in contact te treden voordat men zich aanmeld voor een opleiding in het kader van omscholing.

Wat is STOOF?

STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche) is een stichting voor zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers. Zoals de naam doet vermoeden is het een stichting die opleidingen en ontwikkelingstrajecten verschaft aan voornamelijk uitzendkrachten en daarnaast vaste medewerkers. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn HBO stage voor de opleiding HRM. Deze stage hield Tjerk in 2017 bij Unique Technicum uitzendbureau. Hieronder staat een korte samenvatting van de informatie die Tjerk heeft verzameld en samengevat over STOOF.

Waar kan STOOF bieden?
STOOF staat voor werknemers paraat met de volgende middelen:

  • Financiële tegemoetkomingen op het gebied van opleiding en ontwikkeling
  • Advies
  • Subsidies
  • Praktische ondersteuning
  • Opleiding
  • Onderzoeken binnen de branche

STOOF is als stichting opgericht in 2004 door een tal van vakbonden:

  • ABU (Algemene Bond Uitzendorganisaties)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging)
  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • Dienstenbond
  • De Unie

En sinds 2008 zijn daar de volgende organisaties aan toegevoegd:

  • NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • LBV (Landelijke Belangen Vereniging)

Uitzendorganisaties kunnen gebruik maken van de diensten van de STOOF wanneer zij 0.2% van de loonsom afdragen aan het sociaal fonds uitzendbranche (SFU). De STOOF werk landelijk samen met verscheidene uitzendorganisaties, kenniscentra, ROC (regionale opleidingscentrum) , fondsen, gemeenten en EVC-aanbieders.

Uitzendkracht
De STOOF is hoofdzakelijk in het leven geroepen ter bevordering van de ontwikkeling van de uitzendkracht. Wanneer een (ex-) uitzendkracht een opleiding wil volgen kan dit via het STOOF. Wanneer de uitzendkracht geen hogere opleiding heeft genoten dan mbo 4 is het mogelijk om een scholingsvoucher ter waarde van €500,- bij de STOOF aan te vragen. De uitzendkracht kan vervolgens zelf kiezen aan welke opleiding hij of zij het geld van de scholingsvoucher wil gaan spenderen. De enige voorwaarde die hieraan gesteld wordt is dat de opleiding relevant moet zijn aan het segment of het vakgebied waarin de uitzendkracht werkzaam is. De opleiding moet loopbaangericht zijn, echter hoeft de opleiding niet functiegericht te zijn.

Vergoedingen
STOOF verstrekt een aantal vergoedingen waarmee de opleidingskosten of de ontwikkeling van de uitzendkracht kan worden betaald. Er zijn 3 soorten vergoedingen die de stichting verstrekt, dit zijn de volgende:

  • Scholingsvoucher
  • Mentorvergoeding
  • EVC-vergoeding (Ervaringscertificaat)

De scholingsvoucher (als hiervoor beschreven) geeft de uitzendkracht een kans om een investering te doen in zijn of haar toekomst door een opleiding of een andere vorm van scholing te volgen.

De mededelende uitzendorganisatie die een uitzendkracht in een BBL-traject plaatst (BBL is Beroeps Begeleidende Leerweg) kan aanspraak maken op een vergoeding van de STOOF. Wanneer de uitzendorganisatie de leerling begeleidt en de verantwoordelijkheden neemt voor het opleidingstraject heeft de uitzendorganisatie recht op €400,- per uitzendkracht per jaar.

Daarnaast reikt de STOOF ook EVC-vergoedingen uit. Het EVC oftewel het Ervaringscertificaat is een certificaat waarin de eerder verworven competenties van de uitzendkracht op papier worden gezet en daarmee in kaart worden gebracht. Wanneer een uitzendkracht een EVC bezit is hij of zij beter inzetbaar op de arbeidsmarkt. Toekomstige werkgevers kunnen dan namelijk zien over welke competenties de uitzendkracht of reguliere werknemer beschikt. Wanneer een organisatie een uitzendkracht in de EVC-procedure plaatst biedt STOOF maximaal €1500,- per uitzendkracht. Het maximum bedraagt 5 vergoedingen per jaar, waarvan 4 flexkrachten en een vaste werknemer.

Tot slot
De STOOF is een stichting die zich focust op de ontwikkeling van uitzendkrachten en vaste medewerkers. Dit doet STOOF door deze werknemers op te leiden en te ontwikkelen om deze krachten daarmee beter inzetbaar te laten worden op de arbeidsmarkt. De STOOF helpt uitzendkrachten en -organisaties doormiddel van investeringen in de toekomst van de medewerkers.

Wat is beroepsonderwijs en wat zijn de kenmerken van beroepsonderwijs?

Beroepsonderwijs is een onderwijsvorm die gericht is op de praktische en theoretische voorbereiding met betrekking tot de uitoefening van een beroep in de praktijk. Er zijn in Nederland een aantal wetten van toepassing op het beroepsonderwijs. Dit zijn de volgende wetten:

  • De Wet educatie en beroepsonderwijs
  • De Wet educatie en beroepsonderwijs BES
  • De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)

Voor verschillende beroepen is in Nederland beroepskwalificerende opleiding vereist of gewenst. Het beroepsonderwijs kan er voor zorgen dat leerlingen en studenten een beroep leren. Dit is echter niet de enige taak van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs is er op ook gericht om haar studenten en leerlingen te ondersteunen op het gebied van persoonlijke ontplooiing en het succesvol functioneren van de leerlingen en studenten in de praktijk.

VBO en VMBO
Het beroeps onderwijs is een onderwijsvorm die al lang in Nederland wordt toegepast als educatievorm. In het verleden had men bijvoorbeeld het Voorbereidend Beroepsonderwijs (vo). Dit was na de Basisschool het voortgezet onderwijs waar leerlingen een beroep konden leren in bijvoorbeeld de verzorging, metaal, hout, schilderen en de administratie. Later werden in 1999 VMBO-scholen opgericht. Deze scholen ontstonden uit een samenvoeging van de mavo en het vbo. De afkorting VMBO staat voor Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs. VMBO scholen bevatten opleidingen op vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen zijn de volgende:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB)
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB)
  • Gemengde leerweg (GL)
  • Theoretische leerweg (TL)

Aansluiting opleiding in beroepsopleidingen
De doelstelling van het opleidingsbeleid in Nederland is gericht op het zo zorgvuldig mogelijk laten aansluiten van opleidingen van een lager niveau naar een hoger opleidingsniveau. Het VMBO bevat vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen dienen aan te sluiten op het opleidingsaanbod van het Middelbaar Beroeps Onderwijs oftewel het mbo. Ook het mbo kent niveauverschillen. Dit zijn der volgende:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot hbo.

Hierboven is aangegeven op welk niveau afgestudeerde mbo leerlingen in de praktijk kunnen uitstromen naar een baan. Na het mbo kunnen leerlingen nog doorstuderen naar het HBO oftewel het Hoger Beroeps Onderwijs. HBO hoort tot het hoger onderwijs net zoals het wetenschappelijk onderwijs WO. Iemand die een opleiding heeft gedaan op hbo of WO heeft in een bepaalde beroepsgroep het hoogst haalbare opleidingsniveau behaald. Deze afgestudeerden kunnen worden ingezet in een (junior) functie in het management, op een staffunctie of in de werkvoorbereiding en enginering binnen een bepaalde beroepsgroep.

Verschillende niveaus in beroepsopleidingen
Uit bovenstaande alinea’s blijkt dat er verschillende niveaus bestaan in beroepsopleidingen in Nederland. De opbouw in niveaus begint bij de basisberoepsgerichte leerweg van het VMBO. Daarna kunnen leerlingen doorstuderen naar het middelbaar beroepsonderwijs en tot slot kan men ook een opleiding volgen op het hoger beroepsonderwijs.

Verschillende richtingen in beroepsopleidingen in de techniek
Beroepsleidingen kunnen in verschillende richtingen worden gevolgd. Het is belangrijk dat een weloverwogen keuze wordt gemaakt door de leerling of student. Het kiezen van een opleidingsrichting begint tegenwoordig al vanaf de basisschool. Op het vmbo geven leerlingen al gestalte aan hun beroepskeuze. Daarna gaan ze verder op het mbo. Als men al jong kiest voor de metaalsector is het belangrijk dat men deze opleidingsrichting aanhoudt en zich verder gaat specialiseren naarmate men een beroepsopleiding op een hoger niveau gaat volgen.

Het aantal opleidingsrichtingen in het beroepsonderwijs is enorm. Daarom hebben leerlingen vaak ondersteuning nodig bij het kiezen van de juiste opleiding. Bij veel opleidingen hebben leerlingen niet of nauwelijks een beeldvorming en daar moet aan gewerkt worden door bijvoorbeeld decanen en loopbaanbegeleiders. Vanuit de regering komen langzamerhand opmerkingen dat het beroepsonderwijs transparanter moet worden.

Het keuze aanbod moet worden beperkt en er moet eenduidigheid komen in de benaming van opleidingen. Daarnaast willen sommige instanties ook weer terug naar de oude leerling-gezel methode waarbij een leerling het vak of beroep leert van een ervaren iemand in een bepaald beroepsgroep. Beroepsonderwijs blijft in ontwikkeling in Nederland.

Technische opleiding kiezen

De technische branche draait om innovatie en kennis. De techniek is voortdurend in ontwikkeling en dat zorgt er voor dat opleidingsinstituten en bedrijven voortdurend op zoek zijn naar nieuwe informatie en oplossingen voor technische problemen. Leerlingen en technisch personeel moeten voortdurend nieuwe kennis en vaardigheden aanleren om effectief aan de vraag op de arbeidsmarkt te kunnen voldoen. Er zijn in de praktijk verschillende technische functies die uitgevoerd kunnen worden. De kans om werk te vinden wordt vergroot wanneer je over de juiste technische kennis en opleiding beschikt. Voordat je een opleiding kiest is het belangrijk om je goed te oriënteren. Hieronder staan een aantal tips die je bij deze oriëntatie kunt gebruiken.

Waar is behoefte aan op de arbeidsmarkt?
De arbeidsmarkt is niet altijd het zelfde en is nauw verbonden met de economische ontwikkelingen van een land of regio. Wanneer de overheid besluit om meer te investeren in de technische markt heeft dat gevolgen voor het opleidingsaanbod. Hou de nieuwsberichten goed in de gaten. Ook vacaturekranten en vacaturebanken op internet geven een duidelijk overzicht van de ontwikkelingen die zich afspelen op de arbeidsmarkt. Daarnaast is het ook verstandig om via sociale netwerken contacten te leggen met bedrijven en opleidingsinstituten. Via email kan veel informatie ingewonnen worden over opleidingen en de kans op werk. Daarnaast is het benaderen van bedrijven en opleidingsinstituten een belangrijke investering in je netwerk voor de toekomst wanneer je werk gaat zoeken. Uitzendbureaus hebben ook een goed beeld van de behoefte op de arbeidsmarkt. Voordat je een opleiding kiest kun je ook bij verschillende uitzendbureaus binnen stappen om meer informatie te vragen over beroepen en opleidingen waar op de arbeidsmarkt behoefte aan is.

Welke opleiding past bij mij?
Wanneer je duidelijk hebt gekregen welke opleidingen gewild zijn op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat je een goede keuze maakt. Een opleiding kost geld, tijd en inspanning. Deze investeringen doe je niet voor niets, je doet het voor je toekomst. Het uiteindelijke doel van een opleiding moet werk zijn of het vergroten van de kans op werk dat bij je past. Daarom moet je goed nagaan welk beroep bij je past. Informatie over bepaalde beroepen kun je hierbij gebruiken. Misschien heb je een kennis die een bepaald beroep heeft waar je interesse naar uit gaat. Vraag die kennis welke taken hij of zij uitvoert en hoe dat bevalt. Noteer voor jezelf de voor- en nadelen. Daarnaast kun je ook goed doorvragen of hij of zij een geschikte opleiding of opleidingsinstituut weet waar je een opleiding zou kunnen volgen die voor het beroep nodig is. Op internet hebben verschillende technische bedrijven de mogelijkheid om online filmpjes te bekijken van bepaalde beroepen. Ga bij jezelf goed na of een beroep echt bij je past. Vrienden en familieleden kennen je vaak goed en kunnen ook advies geven of ze een beroep wel of niet bij jezelf vinden passen. Wanneer je een beroep hebt gekozen en weet welke opleiding daarvoor nodig is kun je naar de volgende stap gaan.

Waar volg ik mijn opleiding?
Een opleidingsinstituut heeft als belangrijk doel: zoveel mogelijk mensen opleiden. Hoe meer mensen een opleiding volgen hoe meer een opleidingsinstituut verdient. Het advies van een opleidingsinstituut is daarom niet objectief maar bevat een commercieel belang. Je zult uiteindelijk zelf een opleidingsinstituut moeten kiezen die bij je past. Een aantal zaken kunnen daarbij een rol spelen:

  • De prijs van een opleiding bij een opleidingsinstituut.
  • De leermethode op een opleiding. Bijvoorbeeld BBL, BOL, thuisstudie of klassikaal.
  • De locatie van de opleiding.
  • Het lesmateriaal.
  • De naamsbekendheid van een bepaald opleidingsinstituut.
  • Samenwerkingsverbanden van een opleidingsinstituut met het bedrijfsleven
  • Startdatum van de opleiding

Bovenstaande punten zijn belangrijk voor je keuze voor een bepaald opleidingsinstituut. Je kunt aan de punten een waarde geven door ze op volgorde te zetten. Bovenaan het belangrijkste punt en onderaan het minst belangrijke punt. Kijk naar het opleidingspakket van verschillende opleidingsinstituten. Hou er daarbij rekening mee dat er soms verschillende namen zijn voor een bepaalde opleiding terwijl er in feite hetzelfde wordt bedoelt.

Tot slot
Wanneer je een opleiding en een opleidingsinstituut hebt gekozen kun je een planning maken. Deze planning begint op de startdatum van de opleiding. In de planning noteer je alle belangrijke stappen die je nodig hebt om een opleiding te halen. Tijdens je opleiding is het belangrijk om het netwerk dat je inde oriëntatieperiode hebt opgebouwd te onderhouden. Je kunt een half jaar voor de verwachte einddatum van je opleiding al beginnen met solliciteren.