Wat is een startkwalificatie en waarom is een startkwalificatie van belang?

Startkwalificatie is een woord dat regelmatig wordt gebruikt in verband met jongeren en de arbeidsmarkt. De Nederlandse overheid heeft het woord startkwalificatie ingevoerd om daarmee het minimale onderwijsniveau aan te duiden waarover een jongere moet beschikken om een goede kans te maken op duurzaam geschoold werk in Nederland.

Voortijdig schoolverlaters
Als men het heeft over startkwalificatie heeft men het ook vaak over voortijdig schoolverlaters. Niet iedereen in Nederland beschikt namelijk over een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. Er zijn ook mensen die worden aangemerkt als niet in het bezit van een startkwalificatie. Dit zijn jongeren in de leeftijd tot 23 jaar die niet over een afgeronde opleiding beschikken die voldoende wordt geacht om voor een startkwalificatie in aanmerking te komen. Deze jongeren worden ook wel aangeduid met voortijdige schoolverlaters. Deze voortijdige schoolverlaters ondervinden vaak moeilijkheden bij het vinden van betaald werk omdat ze over te weinig opleidingsniveau beschikken. Om te voorkomen dat deze voortijdige schoolverlaters langdurig in een uitkeringspositie terecht komen zijn er door de overheid verschillende maatregelen genomen om deze groep aan het werk te helpen.

Het voorkomen dat leerlingen of deelnemers voortijdig een school verlaten heeft bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een grote prioriteit. Dit ministerie heeft als doelstelling een zo groot mogelijk aantal schoolverlaters zonder startkwalificatie weer een opleiding te laten volgen die waardevol is op de arbeidsmarkt.

Wanneer beschik je over een startkwalificatie?
Een jonge werkzoekende heeft een startkwalificatie als hij of zij over voldoende opleidingsniveau beschikt. Een havo-diploma of  vwo-diploma wordt gezien als startkwalificatie. Een vmbo-diploma valt niet onder de norm startkwalificatie maar geeft wel de mogelijkheid om door te stromen naar een vervolgopleiding op mbo-niveau. Een opleiding op mbo-niveau 1 wordt niet gezien als startkwalificatie maar de mbo-niveaus 2, 3 en 4 vallen wel onder de startkwalificatie. Deelnemers met mbo-niveau 1 worden nog aangeduid als assistent beroepsbeoefenaar terwijl deelnemers in de hogere niveaus in de praktijk zelfstandiger aan de slag kunnen.

Kwalificerende leerplicht
Vanaf 1 augustus 2007 geldt er in Nederland een leerplicht voor leerlingen van 5 tot 18 jaar. Dit is de zogenaamde kwalificerende leerplicht. Deze kwalificatieplicht moet er voor zorgen dat meer leerlingen in Nederland een startkwalificatie gaan behalen zodat de kans op werk voor deze groep mensen wordt vergroot.

Niveauverschillen binnen de startkwalificatie
Er zijn verschillende opleidingen waarmee een jongere onder de norm startkwalificatie kan vallen. Men kan hierbij echter niet de conclusie trekken dat alle jongeren met een startkwalificatie over hetzelfde niveau beschikken. Een werkzoekende met mbo-niveau 2 heeft een ander opleidingsniveau dan een werkzoekende met een havo of vwo diploma. Als men de  kwalificerende opleidingen in relatie tot leerplichtgrens noteert ziet dit er als volgt uit:

  • vmbo-advies: 12 + 4 jaar vmbo + 2 jaar mbo = 18 jaar (leerplicht voldaan, geen toegang hbo)
  • vmbo-advies: 12 + 4 jaar vmbo + 4 jaar mbo (niveau 4) = 20 jaar (leerplicht voldaan, geeft toegang hbo)
  • havo-advies: 12 + 5 jaar havo = 17 jaar (leerplicht voldaan, geeft toegang hbo)
  • vwo-advies: 12 + 6 jaar vwo = 18 jaar (leerplicht voldaan, geeft toegang hbo en universiteit)

Wat is beroepsonderwijs en wat zijn de kenmerken van beroepsonderwijs?

Beroepsonderwijs is een onderwijsvorm die gericht is op de praktische en theoretische voorbereiding met betrekking tot de uitoefening van een beroep in de praktijk. Er zijn in Nederland een aantal wetten van toepassing op het beroepsonderwijs. Dit zijn de volgende wetten:

  • De Wet educatie en beroepsonderwijs
  • De Wet educatie en beroepsonderwijs BES
  • De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)

Voor verschillende beroepen is in Nederland beroepskwalificerende opleiding vereist of gewenst. Het beroepsonderwijs kan er voor zorgen dat leerlingen en studenten een beroep leren. Dit is echter niet de enige taak van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs is er op ook gericht om haar studenten en leerlingen te ondersteunen op het gebied van persoonlijke ontplooiing en het succesvol functioneren van de leerlingen en studenten in de praktijk.

VBO en VMBO
Het beroeps onderwijs is een onderwijsvorm die al lang in Nederland wordt toegepast als educatievorm. In het verleden had men bijvoorbeeld het Voorbereidend Beroepsonderwijs (vo). Dit was na de Basisschool het voortgezet onderwijs waar leerlingen een beroep konden leren in bijvoorbeeld de verzorging, metaal, hout, schilderen en de administratie. Later werden in 1999 VMBO-scholen opgericht. Deze scholen ontstonden uit een samenvoeging van de mavo en het vbo. De afkorting VMBO staat voor Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs. VMBO scholen bevatten opleidingen op vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen zijn de volgende:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB)
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB)
  • Gemengde leerweg (GL)
  • Theoretische leerweg (TL)

Aansluiting opleiding in beroepsopleidingen
De doelstelling van het opleidingsbeleid in Nederland is gericht op het zo zorgvuldig mogelijk laten aansluiten van opleidingen van een lager niveau naar een hoger opleidingsniveau. Het VMBO bevat vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen dienen aan te sluiten op het opleidingsaanbod van het Middelbaar Beroeps Onderwijs oftewel het mbo. Ook het mbo kent niveauverschillen. Dit zijn der volgende:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot hbo.

Hierboven is aangegeven op welk niveau afgestudeerde mbo leerlingen in de praktijk kunnen uitstromen naar een baan. Na het mbo kunnen leerlingen nog doorstuderen naar het HBO oftewel het Hoger Beroeps Onderwijs. HBO hoort tot het hoger onderwijs net zoals het wetenschappelijk onderwijs WO. Iemand die een opleiding heeft gedaan op hbo of WO heeft in een bepaalde beroepsgroep het hoogst haalbare opleidingsniveau behaald. Deze afgestudeerden kunnen worden ingezet in een (junior) functie in het management, op een staffunctie of in de werkvoorbereiding en enginering binnen een bepaalde beroepsgroep.

Verschillende niveaus in beroepsopleidingen
Uit bovenstaande alinea’s blijkt dat er verschillende niveaus bestaan in beroepsopleidingen in Nederland. De opbouw in niveaus begint bij de basisberoepsgerichte leerweg van het VMBO. Daarna kunnen leerlingen doorstuderen naar het middelbaar beroepsonderwijs en tot slot kan men ook een opleiding volgen op het hoger beroepsonderwijs.

Verschillende richtingen in beroepsopleidingen in de techniek
Beroepsleidingen kunnen in verschillende richtingen worden gevolgd. Het is belangrijk dat een weloverwogen keuze wordt gemaakt door de leerling of student. Het kiezen van een opleidingsrichting begint tegenwoordig al vanaf de basisschool. Op het vmbo geven leerlingen al gestalte aan hun beroepskeuze. Daarna gaan ze verder op het mbo. Als men al jong kiest voor de metaalsector is het belangrijk dat men deze opleidingsrichting aanhoudt en zich verder gaat specialiseren naarmate men een beroepsopleiding op een hoger niveau gaat volgen.

Het aantal opleidingsrichtingen in het beroepsonderwijs is enorm. Daarom hebben leerlingen vaak ondersteuning nodig bij het kiezen van de juiste opleiding. Bij veel opleidingen hebben leerlingen niet of nauwelijks een beeldvorming en daar moet aan gewerkt worden door bijvoorbeeld decanen en loopbaanbegeleiders. Vanuit de regering komen langzamerhand opmerkingen dat het beroepsonderwijs transparanter moet worden.

Het keuze aanbod moet worden beperkt en er moet eenduidigheid komen in de benaming van opleidingen. Daarnaast willen sommige instanties ook weer terug naar de oude leerling-gezel methode waarbij een leerling het vak of beroep leert van een ervaren iemand in een bepaald beroepsgroep. Beroepsonderwijs blijft in ontwikkeling in Nederland.