Wat zijn Excellente scholen?

Excellente scholen zijn scholen die zich op een positieve manier onderscheiden in de kwaliteit van hun opleidingen en de begeleiding van de leerlingen.  Scholen en die excellent zijn bieden goed onderwijs aan hun leerlingen en hebben daarnaast ook elementen waarmee zij zich verbijzonderen ten opzichte van andere scholen. Dit komt naar voren in een excellentieprofiel. Uiteraard wil elke school natuurlijk graag toonaangevend en excellent worden genoemd. Dit is goed voor de naamsbekendheid van de school en geeft de directeur en de leerkrachten natuurlijk een goed gevoel. Een school kan echter niet zelf bepalen of ze excellent is of niet. Daarvoor is een jury die onafhankelijk is.

Jury Excellente scholen
Een onafhankelijke jury beoordeelt of een school een excellente school is of niet. Deze jury bestaat uit een voorzitter en daarnaast een drietal deeljury’s. Deze deeljury’s richten zich elk op een speciale groep van het onderwijs namelijk:

  • primair onderwijs (basis onderwijs)
  • voortgezet onderwijs en (voortgezet onderwijs:  vmbo, havo, vwo)
  • speciaal onderwijs.

De juryleden worden door de inspecteur-generaal van het Onderwijs benoemt. Met is jurylid voor een periode van 3 jaar. Het spreekt voor zich dat de juryleden voor een goede beoordeling veel verstand moeten hebben van het onderwijs. Daarom hebben alle leden van de jury zelf ervaring op het gebied van onderwijs. Op die manier kunnen ze tot een goede beoordeling komen.

Excellentieprofiel
Als een school in aanmerking wil komen voor een traject Excellente scholen dan zal de school een zogenaamd excellentieprofiel moeten hebben. Dit excellentieprofiel moet een duidelijk omschreven plan zijn waarmee de school zich op het gebied van onderwijs onderscheid van andere scholen. Uiteraard dient dit excellentieprofiel duidelijk geborgd te zijn en regelmatig te worden geëvalueerd en indien nodig geoptimaliseerd. Het bijzondere van het excellentieprofiel is dat deze uniek is. Dit houdt in dat de excellentieprofielen van scholen in de praktijk van elkaar verschillen.

Er is daarom geen draaiboek of stappenplan waarmee een school best practices van andere scholen kan navolgen om een excellente school te kunnen worden. In plaats daarvan moet een school zelf toonaangevend zijn, vernieuwend en innovatief. Dit kan natuurlijk op verschillende manieren. Zo kunnen scholen bijvoorbeeld een bijzondere aanpak hebben om leerlingen kennis over de techniek bij te brengen. Ook kunnen ze zich onderscheiden in de ondersteuning van moeilijk lerende leerlingen. Dit zijn echter slechts een paar voorbeelden. In de praktijk kunnen uiteenlopende excellentieprofielen worden aangeleverd bij de jury van Excellente scholen in Nederland. Door deze jury wordt elk excellentieprofiel afzonderlijk beoordeeld.

Hoe wordt je een excellente school?
Een excellente school wordt je in eerste instantie door beleving en enthousiasme voor het onderwijs. Excellente scholen gebruiken naast dit enthousiasme ook kennis, creativiteit en innovatie om nét iets meer te bieden aan leerlingen dan andere scholen. Uiteraard dient hierbij sprake te zijn van een structurele aanpak zodat leerlingen en hun ouders weten dat deze aanpak gehandhaafd blijft en zal worden geoptimaliseerd. Daarom dien je als school je excellente werkwijze ook te borgen.

Als de school dit heeft gedaan en de aanpak is intern en extern goed bekend dan kan de school haar aanmelden voor een traject Excellente Scholen. Daarvoor kunnen primaire scholen en scholen in het voortgezet onderwijs en het speciaal onderwijs zich ieder voorjaar aanmelden. De jury van Excellente scholen onderzoekt eerst de algemene onderwijskwaliteit. Ook de excellentieprofielen worden door een onafhankelijk jury beoordeeld. Als een school als excellent wordt beoordeeld zal deze aan het begin van het daarop volgende jaar het predicaat ‘Excellent’ ontvangen. Kijk voor meer informatie op de website excellentescholen.nl.

Wat is beroepsonderwijs en wat zijn de kenmerken van beroepsonderwijs?

Beroepsonderwijs is een onderwijsvorm die gericht is op de praktische en theoretische voorbereiding met betrekking tot de uitoefening van een beroep in de praktijk. Er zijn in Nederland een aantal wetten van toepassing op het beroepsonderwijs. Dit zijn de volgende wetten:

  • De Wet educatie en beroepsonderwijs
  • De Wet educatie en beroepsonderwijs BES
  • De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)

Voor verschillende beroepen is in Nederland beroepskwalificerende opleiding vereist of gewenst. Het beroepsonderwijs kan er voor zorgen dat leerlingen en studenten een beroep leren. Dit is echter niet de enige taak van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs is er op ook gericht om haar studenten en leerlingen te ondersteunen op het gebied van persoonlijke ontplooiing en het succesvol functioneren van de leerlingen en studenten in de praktijk.

VBO en VMBO
Het beroeps onderwijs is een onderwijsvorm die al lang in Nederland wordt toegepast als educatievorm. In het verleden had men bijvoorbeeld het Voorbereidend Beroepsonderwijs (vo). Dit was na de Basisschool het voortgezet onderwijs waar leerlingen een beroep konden leren in bijvoorbeeld de verzorging, metaal, hout, schilderen en de administratie. Later werden in 1999 VMBO-scholen opgericht. Deze scholen ontstonden uit een samenvoeging van de mavo en het vbo. De afkorting VMBO staat voor Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs. VMBO scholen bevatten opleidingen op vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen zijn de volgende:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB)
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB)
  • Gemengde leerweg (GL)
  • Theoretische leerweg (TL)

Aansluiting opleiding in beroepsopleidingen
De doelstelling van het opleidingsbeleid in Nederland is gericht op het zo zorgvuldig mogelijk laten aansluiten van opleidingen van een lager niveau naar een hoger opleidingsniveau. Het VMBO bevat vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen dienen aan te sluiten op het opleidingsaanbod van het Middelbaar Beroeps Onderwijs oftewel het mbo. Ook het mbo kent niveauverschillen. Dit zijn der volgende:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot hbo.

Hierboven is aangegeven op welk niveau afgestudeerde mbo leerlingen in de praktijk kunnen uitstromen naar een baan. Na het mbo kunnen leerlingen nog doorstuderen naar het HBO oftewel het Hoger Beroeps Onderwijs. HBO hoort tot het hoger onderwijs net zoals het wetenschappelijk onderwijs WO. Iemand die een opleiding heeft gedaan op hbo of WO heeft in een bepaalde beroepsgroep het hoogst haalbare opleidingsniveau behaald. Deze afgestudeerden kunnen worden ingezet in een (junior) functie in het management, op een staffunctie of in de werkvoorbereiding en enginering binnen een bepaalde beroepsgroep.

Verschillende niveaus in beroepsopleidingen
Uit bovenstaande alinea’s blijkt dat er verschillende niveaus bestaan in beroepsopleidingen in Nederland. De opbouw in niveaus begint bij de basisberoepsgerichte leerweg van het VMBO. Daarna kunnen leerlingen doorstuderen naar het middelbaar beroepsonderwijs en tot slot kan men ook een opleiding volgen op het hoger beroepsonderwijs.

Verschillende richtingen in beroepsopleidingen in de techniek
Beroepsleidingen kunnen in verschillende richtingen worden gevolgd. Het is belangrijk dat een weloverwogen keuze wordt gemaakt door de leerling of student. Het kiezen van een opleidingsrichting begint tegenwoordig al vanaf de basisschool. Op het vmbo geven leerlingen al gestalte aan hun beroepskeuze. Daarna gaan ze verder op het mbo. Als men al jong kiest voor de metaalsector is het belangrijk dat men deze opleidingsrichting aanhoudt en zich verder gaat specialiseren naarmate men een beroepsopleiding op een hoger niveau gaat volgen.

Het aantal opleidingsrichtingen in het beroepsonderwijs is enorm. Daarom hebben leerlingen vaak ondersteuning nodig bij het kiezen van de juiste opleiding. Bij veel opleidingen hebben leerlingen niet of nauwelijks een beeldvorming en daar moet aan gewerkt worden door bijvoorbeeld decanen en loopbaanbegeleiders. Vanuit de regering komen langzamerhand opmerkingen dat het beroepsonderwijs transparanter moet worden.

Het keuze aanbod moet worden beperkt en er moet eenduidigheid komen in de benaming van opleidingen. Daarnaast willen sommige instanties ook weer terug naar de oude leerling-gezel methode waarbij een leerling het vak of beroep leert van een ervaren iemand in een bepaald beroepsgroep. Beroepsonderwijs blijft in ontwikkeling in Nederland.