Mbo-stagiair moet evenveel stagevergoeding krijgen als hbo-stagiair vanaf 2019

Mbo’ers en hbo’ers moeten in Nederland tijdens hun opleiding vaak meerdere periodes stage lopen. Daarbij worden regelmatig vergoedingen verstrekt in plaats van loon. Deze vergoedingen worden ook wel stagevergoedingen genoemd en zijn in de praktijk vaak afhankelijk van de functie en werkzaamheden die de stagiair tijdens zijn of haar stage uitvoert.

Er is in de praktijk ook een duidelijk verschil tussen de stagevergoeding die leerlingen krijgen tijdens stage op mbo-opleidingen en tijdens stages op universitaire en hbo-opleidingen. Dat verschil moet anders vinden de politieke partijen D66 en PvdA. Deze partijen willen dat mbo’ers net zo’n hoge vergoeding krijgen tijdens hun stage als hbo’s ers. De mbo’ers zouden volgens de partijen in de praktijk “net zo hard werken en net zo veel uren maken als alle andere stagiairs”. Daarom pleiten de Kamerleden Kirsten van den Hul (PvdA) en Paul van Meenen (D66) voor gelijke behandeling oftewel voor equal pay voor stagiairs.

Dit bericht stond in een ingezonden stuk dat gepubliceerd werd in het Algemeen Dagblad (AD). Volgens de Kamerleden zijn er ook organisaties die al gelijke vergoedingen verstrekken ongeacht opleidingsachtergrond. De gemeente Leiden is een voorbeeld op het gebied voor equal pay voor stagiairs. Ze vragen aan minister Van Engelshoven vragen om het probleem aan te pakken tijdens een debat deze week in de Tweede Kamer.

Cursus Elektrisch Schakelen

De cursus Elektrisch Schakelen wordt door verschillende opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs gegeven en is specifiek ontwikkeld voor werknemers die meer vakkennis willen of moeten krijgen op het gebied van industriële elektrotechniek.

Wat leer je tijdens de cursus Elektrisch Schakelen?
Tijdens de cursus Elektrisch Schakelen leert de deelnemer elektrische componenten, te installeren, te vervangen en te repareren. Daarnaast leert een deelnemer storingen zoeken en verhelpen. Het lezen van elektrische schema’s behoort ook tot het opleidingsprogramma. In een tekening kunnen de elektrische bedrading, de elektrische schakelingen overige componenten schematisch worden weergegeven. Het is belangrijk dat een monteur deze tekeningen en schema’s goed kan lezen.

Verder wordt er in de cursus elektrisch schakelen ook aandacht besteed aan meetapparatuur en de manieren waarop men metingen moet verrichten aan elektrische systemen. Ook relais, schakelkasten, draaistroommotoren, draaistroommotorschakelingen, frequentieregelaars, softstarters en alle beveiligingssystemen die bij deze voorgenoemde systemen behoren komen aan de orde in de cursus Elektrisch Schakelen. Toch verschilt de cursusinhoud voor Elektrisch Schakelen per opleidingsinstituut. Daarom is het belangrijk om van te voren goed na te vragen wat de precieze cursusinhoud is als je Elektrisch Schakelen wil gaan volgen bij een bepaald opleidingsinstituut.

Voorkennis en vooropleiding
Voor de cursus Elektrisch Schakelen is een mbo-3 werk- of denkniveau gewenst. Ook is het belangrijk dat iemand die deelneemt aan deze cursus affiniteit heeft met de techniek of in de techniek werkzaam (is gewenst). Vooropleidingen in de elektrotechniek en/ of werktuigbouwkunde zorgen er voor dat de cursus elektrisch schakelen effectiever kan worden opgepakt. Iemand met deze opleidingsachtergrond zal namelijk bepaalde informatie uit de opleiding Elektrisch Schakelen herkennen.

Doelgroep voor Elektrisch Schakelen
De cursus elektrisch schakelen is ontwikkeld voor mensen die werkzaam zijn in de machinebouw of machineonderhoud. Onderhoudsmonteurs, installatiemonteurs, servicemonteurs en andere werknemers die werken in het assembleren of repareren en onderhouden van machines kunnen voordeel hebben met de opleiding Elektrisch Schakelen. De cursus vormt een goede aanvulling voor technici die alleen maar kennis hebben van de mechanische componenten van machines en installaties.

Geen volledige elektrotechnische opleiding
Elektrisch Schakelen is echter geen volledige opleiding in de elektrotechniek. Als iemand een elektrotechnisch onderhoudsmonteur wil worden dan zijn aanvullende opleidingen op het gebied van mechatronica, elektronica en elektrotechniek gewenst en noodzakelijk. Ook veiligheidstrainingen in de vorm van VCA of NEN 3140 vormen een belangrijke aanvulling voor mensen die een opleiding Elektrisch Schakelen hebben gevolgd.

Verschillen tussen BBL en traineeship

Een BBL-traject lijkt een beetje op een traineeship omdat beide opleidingstrajecten in de regel binnen een bedrijf worden gevolgd. Toch zijn er grote verschillen tussen een traineeship en een BBL-opleiding. Hieronder worden de belangrijkste verschillen benoemd en wordt een duidelijk beeld gegeven van de begrippen traineeship en BBL-traject.

Traineeship
Een traineeship is een bedrijfsgebonden ontwikkeltraject en wordt over het algemeen aangeboden om een werknemer zich te laten ontwikkelen binnen een bedrijf in een soort trainingsprogramma. Daardoor is een traineeship in de praktijk vaak sterk organisatiegericht. Over het algemeen heeft een bedrijf een traineeship ontwikkeld en wordt het traineeship gegeven door trainers die werkzaam zijn bij het bedrijf of door het bedrijf zijn ingehuurd. De inhoud van een traineeship is er op gericht om de deelnemer (trainee) kennis te laten maken met de organisatie en het takenpakket dat hem of haar wordt opgedragen. Daarbij komen vaak ook algemene sectorgebonden aspecten aan de orde zoals informatie over wet- en regelgeving. Ook worden tijdens een traineeship vaak vaardigheden en competenties getraind die nuttig zijn om het werk goed uit te kunnen voeren.

BBL trajecten

Bij een BBL traject wordt juist gebruik gemaakt van BBL-opleidingen van een ROC of ander mbo-opleidingsinstituut. BBL is de Beroeps Begeleidende Leerweg en is een opleidingsvorm die binnen het MBO wordt gehanteerd naast de BOL variant. BOL staat voor Beroeps Opleidende Leerweg en is met name de theoretische richting waarbij de deelnemers of leerlingen meer op school aanwezig zijn dan op een stage of beroepspraktijkvorming. BBL is juist de praktijkgerichte vorm waarvan het praktijkdeel wordt beschouwd als het grootste deel van de opleiding. Deze praktijk wordt gehouden bij een erkend leerbedrijf waar de leerling het grootste deel van de opleiding werkzaam zal zijn.

BBL en Bol zijn officiële opleidingsrichtingen binnen het mbo. Daardoor is een BBL-opleiding door de overheid erkend en dat is met een traineeship niet het geval. Bovendien duurt een volledige BBL-opleiding vaak langer dan een traineeship. Een volledige BBL-opleiding duurt drie tot vier jaar en een traineeship een half jaar tot een jaar gemiddeld. Dat is natuurlijk afhankelijk van het bedrijf en de functie. Over het algemeen heeft een BBL-opleiding een grotere meerwaarde op de arbeidsmarkt dan een traineeship. Toch kan een traineeship bij een groot gerenommeerd bedrijf er voor zorgen dat iemand zichzelf of haarzelf goed heeft ontwikkeld binnen een bepaalde beroepsgroep. Ook dat kan voor meerwaarde zorgen op de arbeidsmarkt.

Hybride leervorm, BBL en werken en leren

Een hybride leervorm is een leervorm waarbij gebruik wordt gemaakt van de praktijk als leeromgeving. Hybride leren is in feite werken en leren. Deze leervorm is vooral aanwezig in het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. Op het mbo is de Beroepsbegeleidende leerweg een typerende vorm van hybride leren. Tijdens een BBL opleiding is een deelnemer zoveel mogelijk op de werklocatie van het erkend leerbedrijf aanwezig. Daar leert hij of zij vaardigheden en competenties aan.

Praktijkgericht
Hybride leren is in tegenstelling tot het klassikaal leren, dat vooral bij de BOL (Beroepsopleidende leerweg) wordt gehanteerd, meer gericht op de praktijk. Daarom zal iemand met een hybride leervorm tijdens zijn of haar opleiding nauwelijks op het opleidingsinstituut aanwezig zijn maar juist meer op de werkvloer. Op de werkvloer kunnen opdrachten worden gemaakt en beoordeeld door praktijkbegeleiders. Niet alleen de praktijkbegeleiders maar ook de collega’s op de werkvloer zorgen er voor dat de deelnemers aan de hybride leervorm zichzelf kan ontwikkelen.

BBL
BBL wordt als hybride leervorm veelvuldig ingezet bij technische bedrijven. In de installatietechniek en elektrotechniek worden BBL opleidingen gebruikt als oplossing voor het tekort aan technisch personeel. Doormiddel van BBL opleidingstrajecten kunnen mensen zonder technische achtergrond toch ontwikkeld worden tot een techneut. Dit gebeurd op een praktijkgerichte opleiding in de vorm van werken en leren. BBL is bij uitstek geschikt voor mensen die leren door te doen en mensen die tijdens de opleiding graag willen werken en geld verdienen.

Een BBL opleiding is een effectieve weg naar de techniek in 2018

Er heerst een krapte op de arbeidsmarkt in 2018. Dat betekent dat er dit jaar veel vacatures zijn maar nauwelijks ervaren technische arbeidskrachten om deze vacatures in te vullen. Er zijn echter nog wel verschillende werkzoekenden in Nederland die een niet-technische achtergrond hebben. Een aantal van hen komt moeilijk aan het werk. Dat zorgt er voor dat er oplossingen bedacht moeten worden. Er is meer aandacht voor de ontwikkeling van aankomend technisch personeel. Daarbij is een BBL opleiding een effectief middel gebleken.

Erkende leerbedrijven
Veel erkende leerbedrijven bieden BBL opleidingen aan. Dat kunnen BBL opleidingen zijn in de installatietechniek of in de elektrotechniek zoals AMSI en MSI. Ook in de metaaltechniek worden verschillenden BBL opleidingen aangeboden. Een populaire opleiding is bijvoorbeeld mechatronica maar ook werktuigbouwkunde en verschillende opleidingen op het gebied van verspaning en constructiebankwerken worden in de praktijk veel gebruikt. Er zijn steeds meer technische sectoren die specialistische BBL opleidingen kunnen aanbieden omdat het opleidingsaanbod van ROC’s en andere mbo opleidingsinstellingen steeds beter wordt aangepast op de behoefte van technische bedrijven in de praktijk.

BBL is er voor alle leeftijden
Sommige mensen denken wel eens dat BBL alleen voor jongeren of jongvolwassenen is, dat is echter niet het geval. Ook oudere werkzoekenden kunnen voor een BBL opleiding in aanmerking komen. Vaak wordt dan wel gekeken naar de cv van de werkzoekende. Het is natuurlijk wel van belang dat iemand bewust kiest voor een specifiek technisch beroep en daarvoor een BBL opleiding gaat volgen. Affiniteit met een bepaalde technische sector wordt vaak wel als eis of voorwaarde gesteld. Tijdens een BBL traject investeert een opleidingsinstituut en een erkend leerbedrijf vaak veel geld en tijd in de ontwikkeling van kandidaten tot vakspecialisten. Daarbij wordt vooral gekeken naar het potentieel dat iemand heeft om in een bepaalde beroepsgroep succesvol te worden. Deze potentie is in feite een opsomming van de kennis en vaardigheden die een bepaald persoon heeft in combinatie met een goede motivatie.

Aanmelden voor BBL
Je kunt jezelf op verschillende manieren aanmelden voor BBL. Dat kan ook via deze website door het aanmeldformulier in te vullen en in te sturen. Technischwerken.nl werkt met Technicum samen op het gebied van opleidingen. Als je het aanmeldformulier invult zal een opleidingsdeskundige van Technicum contact met je opnemen en een afspraak met je maken voor een vrijblijvend opleidingsadvies in de techniek.

Wat is omscholen?

Omscholen is het geheel van opleidingen, trainingen, cursussen en andere activiteiten waarmee iemand nieuwe vaardigheden en kennis aanleert die hem of haar in staat stellen om een ander beroep uit te oefenen dan men tot op heden heeft uitgeoefend en waar men aanvankelijk voor is opgeleid. Deze definitie voor omscholen heeft schrijver Pieter Geertsma van Technischwerken.nl geformuleerd om het begrip omscholen te verduidelijken. Het is duidelijk dat omscholen zorgt voor een verandering in de loopbaanmogelijkheden van de desbetreffende persoon. Deze verandering vereist inspanning en wordt daarom met een reden of vanwege meerdere redenen in werking gezet. In de volgende alinea zijn een aantal redenen genoemd waarom iemand kiest voor omscholen.

Waarom omscholen?
Omscholen doet men meestal niet zomaar. Meestal kost omscholen geld en behoorlijk wat inspanning. Er worden andere keuzes gemaakt en men neemt vaak afscheid van een bepaald beroep of beroepsgroep. Voordat men dit doet moet men goed nadenken en de keuze voor een omscholing naar andere beroepsgroep goed motiveren. Er kunnen verschillende redenen zijn waarom iemand besluit tot omscholen. We zetten een aantal veelvoorkomende redenen op een rijtje:

  • Met de opleiding die men aanvankelijk heeft gevolgd heeft men geen mogelijkheden op een betaalde baan op de arbeidsmarkt.
  • Men ondervind fysieke of psychische klachten bij het uitoefenen van de huidige functie waardoor men een omscholingstraject nodig heeft om een andere baan te kunnen krijgen.
  • De huidige loopbaan biedt weinig perspectieven en heeft ongunstige arbeidsvoorwaarden.
  • Er ontstaan nieuwe functies en beroepen door nieuwe technologieën en andere ontwikkelingen die de interesse wekken en mensen laten overwegen om zich om te scholen.
  • Vrienden of kennissen maken iemand geïnteresseerd in andere functies waardoor men overweegt om een omscholingstraject in te gaan.
  • Door ontslag of door een reorganisatie raakt iemand zijn of haar functie kwijt en besluit hij of zij om de loopbaan en loopbaanperspectieven een nieuwe invalshoek te geven doormiddel van een omscholing.
  • Iemand komt er tijdens een gesprek of loopbaanbegeleidingstraject met een loopbaanbegeleider achter dat hij of zij toch geschikter is voor een andere functie dan hij of zij op dit moment uitoefent.

Hierboven staan een paar redenen voor omscholing. Zoals je ziet hebben veel redenen te maken met beeldvorming over beroepen en functies. Deze beeldvorming kan veranderen na verloop van tijd. Daarnaast veranderen functies ook. Doormiddel van nieuwe technologieën, gereedschappen, robotisering en automatisering verdwijnen functies, worden functies aangepast en komen er nieuwe functies bij. Omscholen en bijscholen worden daardoor steeds vaker ter sprake gebracht binnen bedrijven en bij loopbaanbegeleidingstrajecten.

Omscholen begint met kiezen
Omscholen begint in feite bij de werknemer of werkzoekende zelf en zijn of haar omgeving. Door veranderingen in de werksituatie en persoonlijke (lichamelijke en psychische) situatie kan er behoefte ontstaan aan omscholing. Zodra deze behoefte ontstaat is het belangrijk dat deze behoefte en veranderde beeldvorming getoetst wordt. Dit kan door een gesprek aan te gaan met een loopbaanbegeleider of met een decaan. Ook kan het nuttig zijn om op internet informatie te zoeken met betrekking tot opleidingen en beroepen. Vacatures en functieprofielen kunnen belangrijke informatie geven over wat werkgevers voor opleidingsachtergrond eisen in bepaalde beroepen. Een keuze voor omscholing is vaak een keuze voor een bepaald beroep of functie. De beeldvorming over dit beroep of deze functie moet goed worden getoetst bij werknemers die een dergelijk beroep uitoefenen. Werknemers die daadwerkelijk dezelfde functie uitoefenen kunnen vaak een eerlijk beeld geven van de positieve en negatieve aspecten van de functie. Zo kan men een helder beeld krijgen en een goede beslissing maken om juist wel of niet een omscholingstraject in te gaan. Als je niet zeker weet of je een omscholingstraject in wilt gaan is het verstandig om geen overhaaste beslissingen te nemen. Een omscholing naar een ander beroep kost vaak veel tijd en geld en daarom moet een omscholingstraject zorgvuldig in werking worden gezet.

Hoe werkt omscholen?
Omscholen doe je meestal niet alleen maar samen met je werkgever een outplacementbureau, het UWV of een andere instantie. Deze zal je vaak advies geven over de opleiding en het opleidingsinstituut waar je de opleiding zou kunnen volgen. Vaak kun je zelf afspraken maken met het opleidingsinstituut over de aanvang en duur van de opleiding. Ook weet het opleidingsinstituut vaak goed te vertellen wat de loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven zijn met een bepaalde opleiding. Omscholingstrajecten kun je fulltime doen maar ook naast je werk. Op die manier kun je naast je werk jezelf ontwikkelen voor een andere beroepsgroep. Denk hierbij aan avondstudies, werken en leren of zelfs BBL.

Vooropleiding voor omscholen
Er zijn veel opleidingen in Nederland. Toch kun je niet elke opleiding zomaar volgen. Meestal wordt er een vooropleiding vereist. Omdat er sprake is van een omscholingstraject is de kans groot dat iemand niet over de vereiste vooropleiding beschikt. Daarom wordt vaak gekeken naar het opleidingsniveau. Heeft iemand bijvoorbeeld een HBO niveau of een MBO niveau dan is het vaak mogelijk om op hetzelfde niveau een andere opleiding te volgen in een andere richting. Of iemand voor bepaalde modules en vakken vrijstelling kan krijgen is afhankelijk van de opleiding, het opleidingsinstituut en individuele afspraken die hierover gemaakt kunnen worden voordat men met de opleiding start. De meeste ROC’s en HBO-opleidingsinstituten hebben vaak duidelijke regels en voorschriften met betrekking tot vrijstelling en vooropleiding. Daarom is het belangrijk om met deze opleidingsinstituten hierover in contact te treden voordat men zich aanmeld voor een opleiding in het kader van omscholing.

Voor- en nadelen BOL en BBL

Binnen het middelbaarberoepsonderwijs of MBO kan een student kiezen tussen twee onderwijsvormen: BOL (Beroeps opleidende leerweg) en BBL (Beroepsbegeleidende leerweg). Er zijn grote verschillen tussen deze onderwijsvormen. De BOL opleidingsvorm vindt hoofdzakelijk op school plaats in een combinatie met stages. De BBL vorm vindt plaats bij een bedrijf, men noemt dit dan ook wel werken en leren. Tijdens een BBL opleiding is de student veelal vier dagen aan het werk in een erkend leerbedrijf en gaat hij of zij een dag naar school. Sommige opleiding worden uitsluitend in een BBL of BOL vorm gegeven, bij andere opleidingen kan men een keuze maken tussen deze opleidingsvormen. Dit verschilt niet alleen per opleiding maar ook per opleidingsinstituut. Vee BBL en BOL opleidingen worden gegeven op een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) maar er worden ook BBL opleidingen gegeven op het Agrarisch Opleidingscentrum (AOC).

Kiezen voor BBL of BOL
Om een keuze te maken moet de student goed afweging welke opleidingsvorm het beste aansluit bij zijn of haar toekomstvisie. Hierin kan een (toekomstige) student ook de voor- en nadelen van de twee opleidingsvormen in overweging nemen. De voor- en nadelen staan niet vast, maar zijn opgesteld naar de mening van Tjerk van der Meij, student HRM aan de NHL, schrijver van deze tekst.

Voor- en nadelen BOL
Zoals in voorgaande tekst werd uitgelegd, vindt de scholing van een BOL student hoofdzakelijk plaats op een opleidingsinstituut. Het is een opleiding van theoretische aard die wordt gegeven in combinatie met stages om de student van praktijk ervaring te voorzien.

Voordelen van een BOL opleiding:

  • Student krijgt veel theorie mee op school en kan daardoor een theoretische verdieping krijgen in de leerstof.
  • Student krijgt de kans stages te lopen bij een organisatie van zijn of haar keuze.
  • Student heeft recht op studiefinanciering, wanneer hij of zij 18 jaar of ouder is.
  • Door de stages of beroepspraktijkvorming heeft de student mogelijkheden om bij meerdere werkgevers te werken.
  • Naast de studiefinanciering heeft de student recht op een studentenreisproduct, vaak in de vorm van een OV-kaart.
  • Het is met een BOL-opleiding vaak eenvoudiger om door te stromen naar een hogere opleiding omdat die op het gebied van leervorm beter aansluiten dan de praktijkgerichte BBL-vorm.

Zo kent een BOL opleiding ook enige nadelen ten opzichte van de BBL opleidingen:

  • Student krijgt minder praktijk ervaring en leert vaak in mindere mate de ‘fijne kneepjes van het vak’.
  • Er zijn kosten verbonden aan de opleiding, zoals: boeken, lesgeld, etc.
  • De student weet minder van de arbeidsmarkt en minder van de werkprocessen.
  • In tegenstelling tot de BBL-variant is de beroepspraktijkvorming vaak onbetaald. Bij een BBL-opleiding ontvangt de BBL-er vaak salaris over de uren dat hij of zij werkt bij een erkend leerbedrijf.
  • En BOL-leerling of student heeft verhoudingsgewijs een korte praktijkervaring met een beroepspraktijkvorming en heeft daardoor minder ervaring met bedrijven en bedrijfscultuur.

Voor- en nadelen BBL
In tegenstelling tot de BOL opleidingen, is de student tijdens een BLL opleiding werkzaam bij een organisatie. Dit maakt BBL een opleidingsvorm van praktische aard.

Voordelen van een BBL opleiding:

  • De leerling doet veel werkervaring op bij een erkend leerbedrijf.
  • De leerling kan meteen geld verdienen tijdens het werken bij het erkend leerbedrijf.
  • School wordt in het algemeen gefinancierd door de organisatie waar de leerling werkt. Dit kan bijvoorbeeld een technisch uitzendbureau zijn maar ook het erkend leerbedrijf.
  • Leerling wordt begeleid in het werk- en leerproces door een praktijkbegeleider en door school.
  • De leerling zal veel kennis opdoen van de werkprocessen, arbeidsmarkt en organisatiecultuur

Ook BBL kan nadelen hebben:

  • Doordat er (in het algemeen) maar één dag per week school is voor de leerling, vindt er minder theoretische scholing plaats. Het leren vanuit theorie wordt beperkt.
  • Bovenstaande heeft tot gevolg dat het doorstromen naar hogere theoretische opleidingen vaak een grote stap is voor BBL-ers.
  • De leerling heeft geen recht op studiefinanciering.
  • De leerling heeft geen recht op een studenten reisproduct. Eventueel kan de leerling wel reiskostenvergoeding krijgen voor het woon-werkverkeer naar het erkend leerbedrijf.
  • Er zijn weinig mogelijkheden om bij meerdere werkgevers werkzaam te zijn. De BBL-er heeft vaak een overeenkomst met het erkende leerbedrijf om daar gedurende de opleiding en een bepaalde periode daarna aan de slag te blijven.

Samenvattend
Er is dus een groot verschil in BOL- en BBL opleidingen. Het grootste verschil zit hem in de mate van praktische en theoretische scholing. Een (aankomend) student die besluit een MBO opleiding te gaan volgen kan voor deze keuze komen te staan. Het is dan van belang dat er een weloverwogen keuze wordt gemaakt, voor nu en de toekomst. Wanneer een (aankomend) student niet uit de keuze kan komen, kan hij of zij de site van het dichtstbijzijnde opleidingsinstituut raadplegen. Ook kan men contact opnemen met de scholeninstellen, deze kunnen vaak helpen bij het maken van een keuze. Er zijn verschillende technische uitzendbureaus die ook advies bieden aan (aankomende) BBL-ers. Een voorbeeld hiervan is het uitzendbureau Technicum. Met dit uitzendbureau heeft Technischwerken.nl een samenwerkingsverband gesloten. Als je een BBL-opleiding wil gaan doen kun je dat kenbaar maken door het invullen van het contactformulier of het doen van een aanmelding op de hoofdpagina via de knop ‘BBL Technicum).

Beroepsbegeleidende leerweg BBL

De beroepsbegeleidende leerweg wordt ook wel afgekort met de hoofdletters BBL of met bbl en is een praktijkgerichte vorm van het middelbaar beroepsonderwijs oftewel het mbo. BBL wordt ook wel werken en leren genoemd omdat de deelnemer aan deze opleiding grotendeels werkzaam is in de praktijk bij een erkend leerbedrijf. BBL opleidingen worden aangeboden door Regionale OpleidingsCentrums (ROC) en Agrarische OpleidingsCentrums (AOC). Tijdens een BBL-opleiding werkt de leerling ongeveer 80 procent van zijn of haar tijd bij een erkend leerbedrijf. De overige twintig procent van de tijd is de leerling aanwezig op het opleidingsinstituut voor theorielessen, praktijklessen, toetsen en examens.

Werkend leren?
BBL is een combinatie tussen werken en leren. Dat betekend dat er op deze praktijkgerichte opleiding een bepaalde balans is tussen leren in de praktijk en leren op school. Dat is voor bepaalde leerlingen ideaal omdat niet iedereen het beste uit zichzelf haalt op school. Sommige mensen leren beter door te doen. Dat betekent dat deze mensen liever in de praktijk vaardigheden en competenties toepassen in een beroep. Het werkend leren is vooral interessant in echte doe-beroepen waarin assistenten of BBL-ers worden opgeleid tot vakmensen of vakvolwassen werknemers. Bovendien werkt men in de praktijk vaak anders dan in de theorie op school wordt aangegeven. Ervaren krachten hebben in de uitvoering van hun werk vaak vaardigheden en technieken aangeleerd die ze kunnen overbrengen op BBL-ers en andere aankomende vakkrachten. Dat zorgt er voor dat werken en leren in de vorm van BBL er voor zorgt dat er ook technische- en praktijkvaardigheden worden geleerd die niet eens in de theorie vermeld zijn.

Vooropleiding voor BBL
BBL-opleidingen zijn er op verschillende niveaus. Meestal kan je een BBL opleiding in een bepaalde richting volgen van niveau 1 tot en met niveau 4. Voor het instroomniveau is meestal geen vooropleiding vereist. Dit instroomniveau is niveau 1 en zorgt er voor dat je een assistent bent in een bepaalde beroepsgroep. Na niveau 1 volgen de hogere niveaus waarvoor een vmbo opleiding of een Havo opleiding als vooropleiding is vereist. Als je precies wilt weten welke vooropleiding je voor een bepaalde BBL-opleiding nodig hebt kun je dat vragen aan een ROC of AOC waar de desbetreffende BBL-opleiding wordt gegeven.

BBL in de techniek
Technischwerken.nl is een website met informatie over de techniek en de technische arbeidsmarkt. Geen wonder dat op deze website vooral wordt gekeken naar technische BBL opleidingen hoewel er ook andere BBL opleidingen zijn. In de techniek is vooral in de installatietechniek, elektrotechniek en de werktuigbouwkunde een groot tekort aan technisch personeel. De overheid en bedrijven proberen daarom leerlingen te werven voor BBL-trajecten zodat er voor de toekomst meer technisch personeel wordt opgeleid. Daarbij zijn ook vaak technische (VCU) uitzendbureaus aangesloten.

VCU uitzendbureaus en BBL
Technische uitzendorganisaties zoals Technicum leveren BBL opleidingen aan hun uitzendkrachten en gedetacheerd personeel. Daarvoor heeft Technicum opleidingscoördinators in dienst die adviezen geven over BBL trajecten en de BBL-ers ook daadwerkelijk begeleiden. Technicum heeft daarnaast ook een groot netwerk aan erkende leerbedrijven waar ze haar BBL-ers aan de slag laat gaan om te werken aan hun vakkennis en praktijkvaardigheden. Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband met Technicum op het gebied van BBL. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject kun je via het contactformulier je gegevens naar de websitebeheerder sturen of het BBL aanmeldformulier invullen. Dit aanmeldformulier voor BBl kan worden gevonden op de hoofdpagina van de website onder het knopje ‘BBL Technicum’.

Waarom BBL?

BBL oftewel de Beroeps Begeleidende Leerweg is een opleidingsvariant van het mbo. In de praktijk wordt BBL ook wel werken en leren genoemd. Deze benaming is niet verwonderlijk want in feite is een BBL-er door de week meer op zijn of haar werk te vinden dan bij het opleidingsinstituut zelf. Dat komt omdat een BBL leerling vaak 1 dag per week naar school gaat en 3 tot 4 dagen per week werkt bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-opleiding is interessant maar niet voor iedereen geschikt.

Waarom zou ik een BBL-opleiding moeten volgen?
Een BBL-opleiding is vooral interessant voor de praktisch ingestelde leerlingen. Leerlingen die een echte doenersmentaliteit hebben. Dit zijn meestal de leerlingen die het niet prettig vinden om hele dagen naar school te gaan. Ook heeft de doorsnee BBL-er minder interesse in de theorie. In plaats daarvan wil hij of zij kennis toepassen en leren door te doen. Geen wonder dat in de techniek en de bouw veel BBL-leerlingen werken en leren. Er is in de techniek volop keuze uit technische BBL-opleidingen. Deze opleidingen kunnen door heel Nederland worden gevolgd. Dit kan rechtstreeks bij een bedrijf maar kan ook in samenwerking met een technisch uitzendbureau of VCU-uitzendbureau.

Erkend leerbedrijf
Er zijn veel technische bedrijven die door de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) als erkend leerbedrijf zijn aangemerkt. Er zijn echter wel verschillen tussen de erkende leerbedrijven. Daarvan moet iemand zich goed bewust zijn voordat hij of zij een BBL traject gaat volgen en bij een erkend leerbedrijf aan de slag gaat. Er zijn grote bedrijven maar ook kleine bedrijven in de techniek. In kleine bedrijven kun je misschien wat meer allround worden dan in grote technische bedrijven die vaak productiematig werken en gestandaardiseerde procedures hebben. De keuze tussen erkende leerbedrijven is groot. Ook het aantal BBL-opleidingen dat beschikbaar is zorgt er voor dat er wat te kiezen is voor de (aankomend) BBL-er. Verschillende BBL-ers kiezen er daarom voor om hulp in te schakelen van een arbeidsbemiddelaar. Dit is meestal een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau.

BBL via een technisch uitzendbureau
Hert volgen van een BBL traject via een technisch uitzendbureau kan een uitstekende oplossing zijn voor BBL-ers die hulp nodig hebben bij het vinden van een interessant leerbedrijf dat aansluit bij hun specifieke leerbehoeften. Veel uitzendbureaus in de techniek hebben een brede kennis van de markt. Bovendien kennen ze de bedrijven vaak goed en weten ze ook welke bedrijven erkende leerbedrijven zijn en welke niet. Ook weet een uitzendbureau vaak prima te benoemen welke technieken binnen een bedrijf worden uitgevoerd en hoe de begeleiding van de BBL leerling doorgaans is geregeld. Deze informatie krijg een uitzendbureau van de bedrijven zelf maar ook dikwijls van de BBL leerlingen. Iemand die daarom een BBL traject in de techniek zou willen volgen doet er goed aan om contact op te nemen met een technische uitzendorganisatie.

BBL via Technicum
Technicum uitzendbureau is landelijk actief in het bemiddelen van technisch personeel en BBL-leerlingen. Dat betekend dat dit uitzendbureau een goed beeld heeft van de markt en een BBL leerling goed kan begeleiden naar een interessante BBL-plek bij hem of haar in de buurt. Bovendien heeft Technicum speciale begeleiders in dienst die de BBL-er ondersteunen in zijn of haar contact met school maar ook met het erkende leerbedrijf. Omdat Technicum ook nog VCU gecertificeerd is kan men er zeker van zijn dat naast kwaliteit ook veiligheid centraal staat. Als je in aanmerking wilt komen voor een BBL traject via Technicum kun je klikken op ‘contact’ en het contactformulier invullen. Ook is er een speciale knop met de tekst ‘BBL’. Als je daar op drukt kun je een rechtstreekse aanmelding voor een BBL-traject indienen. Een opleidingscoördinator of een consultant van Technicum zal dan contact met je opnemen.

Werkgevers zijn positief over afgestudeerde mbo’ers in 2018

Het bedrijfsleven in Nederland is positief gestemd over de afgestudeerde mbo’ers die bij hen in dienst zijn. In totaal geeft tachtig procent van de werkgevers in Nederland aan dat de beroepsvaardigheden van net afgestudeerde mbo’ers goed tot zeer goed zijn. Dit komt naar voren uit een rapport van de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) dat vrijdag 13 april 2018 is gepubliceerd. Het onderzoek is gedaan in opdracht van het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap (OCW). Tijdens het onderzoek werd aan werkgevers gevraagd wat ze vinden van de kwaliteit van mbo’ers die net zijn afgestudeerd en werkzaam zijn binnen hun bedrijf. Daarbij werden zeven criteria gehanteerd. Dit onderzoek wordt iedere twee jaar in Nederland uitgevoerd.

Mbo’ers scoren goed
Van de werkgevers die deelnamen aan het onderzoek is een groot deel vooral tevreden het criteria ‘omgang met collega’s en leidinggevenden’. Ook op het gebied van motivatie oftewel de ‘bereidheid zich in te zetten voor het bedrijf’ scoorden mbo’ers goed. Respectievelijk 87 procent en 88 procent van de werkgevers vindt mbo’ers op dit gebied goed scoren. Toch zijn de werkgevers niet over elk criterium even positief. Op het gebied van ‘taal- en rekenvaardigheden’ zijn werkgevers minder tevreden over het niveau van de mbo-ers. Van de werkevers geeft toch nog 64 procent aan dat de mbo’ers die bij hun bedrijf werkzaam zijn goed tot zeer goed scoren op dit aspect. Naarmate het opleidingsniveau van de mbo’er hoger ligt zijn ook de werkgevers meer tevreden. Mbo-opleidingen lopen op van niveau 1 tot niveau 4. Er zijn zelfs mbo-opleidingen met een niveau 5 dat ook wel de specialistenopleiding wordt genoemd.

BOL en BBL
Veel mbo-opleidingen zijn er in een Bol variant en een BBL variant. De afkorting BOL staat voor Beroeps Opleidende Leerweg. Iemand die deze mbo-variant volgt is het grootste deel van de opleiding op school aanwezig. De afkorting BBL staat voor Beroepsbegeleidende Leerweg. Een BBL opleiding is een combinatie van werken en leren. Een BBL’er is niet het grootste deel van zijn of haar opleiding op school maar juist aan het werk bij een erkend leerbedrijf. De kwaliteit van mbo-opleidingen neemt toe omdat er meer wordt gekeken naar de specifieke wensen en kwaliteiten van de leerling. Er zijn leerlingen die liever in de praktijk werken. Daarvoor is BBL zeer geschikt. Andere leerlingen zijn wat meer theoretisch ingesteld. Deze leerlingen kunnen vaak beter de BOL variant volgen.

Interesse in BBL?
Wanneer je interesse hebt in een BBL opleiding kun je contact opnemen met mbo opleidingsinstituut bij jou in de buurt. Mocht je interesse hebben in een BBL-opleiding bij een technisch bedrijf of een bedrijf in de bouw dan kun je ook het contactformulier van deze website gebruiken om je via Technicum aan te melden voor een BBL-traject. Daarvoor kun je ook de knop ‘BBL’ gebruiken.

Wat is BBL?

BBL is een afkorting die staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg waarin werken en leren met elkaar worden gecombineerd. De leerling die een BBL opleiding volgt is in dienst van het bedrijf en volgt daarnaast een opleiding. De Beroeps Begeleidende leerweg is de tegenhanger van de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL). Het grote verschil tussen deze twee leerwegen zit in het praktijkdeel. Een leerling die een BBL opleiding volgt werkt drie of vier dagen in de praktijk terwijl een leerling van een BOL opleiding vrijwel alleen doormiddel van vaak onbetaalde stages met de praktijk in aanraking komt.

Welk niveau heeft een BBL opleiding?
BBL-opleidingen kunnen verschillende niveaus hebben. In feite zijn BBL-opleidingen mbo-opleidingen alleen is er sprake van werken en leren. Omdat BBL verder gelijkwaardig is aan een BOL opleiding is er ook sprake van dezelfde indeling in niveaus. Zo zijn er BBL opleidingen van niveau 1 tot en met niveau 4. Daarbij is er ook de mogelijkheid tot een specialistenopleiding op niveau 5. Deze opleidingen zijn dus mbo niveau 1 tot en met mbo niveau 4 (of 5). Voor elk niveau heeft men echter een andere vooropleiding nodig. Hieronder is in een kort overzicht weergegeven welke BBL niveaus er zijn en hoe je kunt instromen in dit opleidingsniveau.

BBL niveau 1.
Is het instroomniveau en wordt ook wel de entreeopleiding genoemd. Deze entreeopleiding zorgt er voor dat leerlingen worden voorbereid op een beroep op de arbeidsmarkt. Voor dit niveau is geen vooropleiding of diploma vereist. Dat betekend dat je aan een BBL opleiding niveau 1 mag beginnen zonder diploma. De entreeopleiding duurt 1 jaar. Daarna kun je als de entreeopleiding goed is afgerond doorstromen naar BBL niveau 2.

BBL niveau 2
Dit niveau wordt ook wel de basisberoepsgerichte leerweg genoemd of basisberoepsopleiding. Hiervoor is wel een vooropleiding vereist. Je kunt op BBL niveau 2 instromen met een vmbo opleiding in de kaderberoepsgerichte-, gemengde- en theoretische leerweg.

BBL niveau 3

Dit BBL-niveau staat voor kaderberoepsgerichte leerweg en wordt ook wel een vakopleiding genoemd. leerlingen leren op dit niveau op zelfstandig werkzaamheden uit te voeren. Een BBL-er leert in de praktijk opdrachten uit te voeren en werkzaamheden te verrichten zonder directe begeleiding en aansturing. Uiteraard is er altijd een collega in de buurt die de BBL-er kan ondersteunen als hij of zij er niet uit komt. Als je op BBL niveau 3 wil instromen heb je een Havo of vwo ongediplomeerd overgangsbewijs nodig van klas 3 naar 4. Ook de gemengde leerweg, theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo worden geaccepteerd als vooropleiding.

BBL niveau 4

Een BBL niveau 4 staat voor theoretische leerweg. Dit wordt ook wel de middenkaderopleiding genoemd. De vereiste vooropleidingen hiervoor zijn de gemengde leerweg, de theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo, of havo. Na het afronden van het opleidingsniveau BB niveau 4/ mbo niveau 4 kun je doorstromen naar het HBO. Houdt er dan wel rekening mee dat HBO geen werken en leren kent. Dat betekend dat het praktijkgerichte aspect van het BBL verdwijnt op de HBO opleiding en dat er meer vanuit een collegevorm of een projectmatige vorm wordt geleerd en gestudeerd. Er zijn verschillende mbo-opleidingen die maximaal een niveau 4 hebben.

Specialistenopleiding niveau 5
Naast de hiervoor genoemde mbo-opleidingsniveaus is er ook nog een niveau 5. Dit niveau wordt ook wel de specialistenopleiding genoemd. De specialistenopleiding is bestemd voor leerlingen die al een vakopleiding (niveau 3) hebben gevolgd. De opleidingsduur van de is specialistenopleiding 1 jaar. Niet voor alle mbo-opleidingen en opleidingsrichtingen is er een niveau 5 beschikbaar. Dat verschilt per mbo-opleiding.

BBL en naar school gaan
Een BBL-er doet een groot deel van zijn of haar opleiding op de werkplek. Dit is het werkend leren. Tijdens het werk worden vaardigheden toegepast in de praktijk, de leerling leert een vak door te doen. Toch zal ook een BBL-er naar school moeten gaan voor het theoretische deel van de opleiding. Daarbij worden ook vaak op school nog praktijklessen gegeven. Een BBL-er houdt tijdens zijn of haar BBL-opleiding een overzicht bij waarin de vaardigheden staan die in de praktijk zijn toegepast en de werkstukken die zijn gemaakt. Dit overzicht wordt ook wel een portfolio genoemd.

Portfolio voor een BBL-opleiding
Tegenwoordig is het woord ‘portfolio’ redelijk bekend geworden onder vmbo en mbo leerlingen. Tien jaar geleden werd de term portfolio voornamelijk gebruikt op hbo opleidingen en wo opleidingen. Ook tijdens de meeste BBL-opleidingen wordt er gewerkt met een portfolio. Een portfolio is een overzicht waarin wordt bijgehouden wat een BBL-er allemaal heeft gedaan in een week op het werk maar ook op school. Daardoor geeft een porfolio inzicht in de vorderingen die de BBL-er heeft gemaakt tijdens de BBL-opleiding. In een BBL opleiding vormt het portfolio een belangrijke verslaglegging waarin vaak ook foto’s van praktijkopdrachten zijn opgenomen. Dat zorgt er voor dat de BBL-er niet alleen aan school maar ook aan bedrijven kan laten zien wat hij of zij in de praktijk heeft gemaakt of gedaan. Dat is ook handig tijdens een sollicitatie.

BBL-er
Een leerling die een BBL opleiding volgt wordt ook wel een BBL-er of BBL’er genoemd. De meeste BBL-ers maken een bewuste keuze om een opleiding in de vorm van werken en leren te volgen. De motivatie voor deze keuze is in de praktijk wel vaak verschillend. Zo kiezen sommige BBL-ers voor een BBL-opleiding omdat ze graag geld willen verdienen. Andere BBL-ers vinden het prettig om in de praktijk te werken en hebben minder interesse in het naar school gaan. Een BBL-er kan echter niet bij elk bedrijf aan de slag gaan. Het is belangrijk dat de BBL-er tijdens zijn of haar werk de juiste vaardigheden aanleert en de theorie van de opleiding in de praktijk kan toepassen. Daarom vereist een opleidingsinstituut dat de BBL-er aan de slag gaat bij een erkend leerbedrijf.

Erkend leerbedrijf
Niet alle bedrijven in Nederland zijn een erkend leerbedrijf. Een erkend leerbedrijf kun je pas worden als je aan een aantal eisen voldoet. Uiteraard moet een bedrijf in staat zijn om de BBL-er goed te begeleiden op de werkplek. De werkplek moet veilig zijn en voldoende ruimte bieden om de BBL-er te ontwikkelen tot een vakkracht. Bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden moeten eerst om een erkenning vragen. Daarbij moeten bedrijven een vragenlijst doorlopen dit kan via de website van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
Na de vragenlijst kan het bedrijf doorgaan met de echte aanvraag. Na afloop van de aanvraag wordt het bedrijf binnen tien dagen benaderd door een adviseur praktijkleren van SBB. Deze advisieur gaat vervolgens de aanvraag met het bedrijf bespreken. Er zullen meerdere gesprekken volgen en uiteraard zal ook de werkplek voor de BBL-er worden beoordeeld. Als een bedrijf een erkend leerbedrijf wordt krijgt deze het beeldmerk van SBB.

Praktijkovereenkomst of bpv-overeenkomst
Als een BBL-er een erkend leerbedrijf heeft gevonden waar hij of zij een BBL-opleiding kan volgen zullen er een aantal zaken geregeld moeten worden. Er moeten uiteraard afspraken worden gemaakt met betrekking tot de begeleiding van de BBL-er. Deze afspraken liggen vast in een praktijkovereenkomst. Deze praktijkovereenkomst wordt ook wel een beroepspraktijkvormingsovereenkomst of bpv-overeenkomst genoemd. Het mbo-opleidingsinstituut zorgt er voor dat deze overeenkomst tot stand komt.

BBL via een uitzendbureau
Verschillende uitzendbureaus bieden ook BBL opleidingen aan. Daarvoor hebben deze uitzendbureaus vaak samenwerkingsverbanden gesloten met het middelbaar beroepsonderwijs. Professionele uitzendbureaus hebben ook hun eigen opleidingsadviseurs en (loopbaan)begeleiders in dienst. Deze kunnen de BBL-er of aankomend leerling ondersteunen bij het vinden van een passend erkend leerbedrijf. Steeds meer uitzendbureaus bieden BBL opleidingen aan. Met name in de techniek blijkt er een groot tekort aan uitvoerend personeel. Vakmensen zijn schaars en er is sprake van vergrijzing. Dat zorgt er voor dat veel werknemers met jarenlange technische ervaring straks de arbeidsmarkt gaan verlaten zonder dat ze deze technische kennis hebben overgedragen aan jongere personeelsleden zoals BBL-ers. Technische uitzendbureaus waaronder VCU uitzendbureaus proberen doormiddel van BBL trajecten jongeren praktisch op te leiden voor een uitdagende baan in de techniek of bouw. Technische uitzendbureaus vormen daardoor net als reguliere technische bedrijven een belangrijk factor op de arbeidsmarkt op het gebied van de ontwikkeling van personeel.

Aanmelden voor een BBL traject via een uitzendbureau?
Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband afgesloten met Technicum uitzendbureau. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject dan kun je jezelf aanmelden via de knop ‘BBL’ of via het algemene contactformulier op deze website. Dit formulier komt binnen bij de websitebeheerder en wordt vervolgens doorgestuurd naar een Technicum vestiging bij jou in de buurt. Deze Technicum vestiging zal dan vervolgens contact met jou opnemen voor een afspraak en een advies met betrekking tot een BBL-traject.

MBO praktijkopleider niveau 4

De opleiding mbo praktijkopleider is een opleiding die kan worden gegeven aan werknemers die al een bepaalde functie hebben in een bedrijf of organisatie. De opleiding is bedoelt om de desbetreffende werknemer vaardigheden aan te  leren die hij of zij kan gebruiken om andere collega’s of stagiaires te begeleiden in hun leerproces. Op de opleiding mbo praktijkopleider wordt aandacht besteed aan de methodes die kunnen worden gehanteerd om leerlingen en stagiairs op de werkvloer te begeleiden.

Vaardigheden aanleren
Omdat het een opleiding praktijkopleider is wordt veel aandacht besteed aan de praktijk. Dit houdt in dit verband in dat men op de opleiding vooral praktische vaardigheden aanleert. Men krijgt informatie over hoe men het beste kennis kan overdragen op leerlingen en stagiairs. Ook leert men om deze aankomende vakkrachten te coachen en te ondersteunen bij hun leerproces. Daar komen persoonlijke didactische vaardigheden bij kijken maar men leert ook de bijbehorende administratie op orde te houden. Op de opleiding praktijkopleider leert men ook een opleidingsplan te schrijven voor werknemers die bijvoorbeeld een opleidingsvraagstuk hebben en zich breder willen ontwikkelen of zich willen specialiseren.

Praktijkbegeleiding in diverse sectoren
Praktijkopleiders zijn er in verschillende sectoren. Zo zijn er praktijkopleiders in de beveiligingssector en in de zorg. Ook in de techniek zijn veel praktijkopleiders werkzaam. Een mbo opleiding praktijkopleider richt zich op alle sectoren. Dit houdt in dat het een brede opleiding is waarbij vaardigheden worden aangeleerd die in verschillende sectoren kunnen worden toegepast. Daarom gaat men niet in op de technieken en processen die in een bedrijf worden uitgevoerd. Een voorman van een lasbedrijf die bijvoorbeeld praktijkopleider wil worden om leerlingen te ondersteunen bij het leren van lassen zal tijdens de opleiding tot praktijkopleider niet vaardigheden ontwikkelen over hoe hij het beste leerlingen kan ondersteunen bij het lasproces. Wel zal deze voorman leren hoe leerlingen het beste in het algemeen kunnen worden begeleid bij het aanleren van nieuwe vaardigheden (in de techniek).

Vooropleiding voor mbo praktijkopleider
Om een opleiding mbo praktijkopleider te volgen zal iemand minimaal een VMBO-diploma moeten hebben. Dit diploma kan zijn behaald in de Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg. Een aantal jaren HAVO of VWO evenals een overgangsbewijs van HAVO/VWO naar HAVO /VWO 4 is ook in de meeste gevallen voldoende. Voor specifieke vragen hierover kun je contact opnemen met een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) bij jou in de buurt.

Wat zijn leerbanen?

Leerbanen zijn speciale dienstverbanden waarbij iemand werkzaam is bij een bedrijf en tevens een opleiding volgt. De term leerbaan is een  algemene term net zoals  “ werken en leren” . Een leerbaan is een baan die vooral gericht is op de ontwikkeling van de werknemer die werkzaam is op de leerwerkplek. Door te werken en te leren zal deze werknemer zijn of haar vaardigheden verder ontwikkelen waardoor de meerwaarde van deze werknemer voor de werkgever en de arbeidsmarkt wordt vergroot. De opleidingen die gekoppeld zijn aan leerbanen kunnen op verschillende niveaus zijn. er zijn leerbanen op mbo niveau maar ook op hbo niveau. Uiteraard is de functie-inhoud daar ook op aangepast.

Leerbaan bij een erkend leerbedrijf
Het volgen van een leerbaan op een leerwerkplek kan niet overal. Een leerwerkbaan kan men uitvoeren bij een officieel erkend leerbedrijf. Erkende leerbedrijven worden aangemerkt met een beeldmerk . Sinds 1 augustus 2015 wordt hiervoor in Nederland één landelijk beeldmerk gehanteerd voor dat gebruikt wordt voor alle erkende leerbedrijven die leerwerkplekken aanbieden op mbo-niveau. Dit is het SBB beeldmerk. De letters SBB staan voor: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Mensen die een leerbaan zoeken kunnen zelf solliciteren bij een erkend leerbedrijf. Ook kunnen ze doormiddel van een uitzendbureau of een brancheorganisatie bij een leerbedrijf terecht komen. Sommige uitzendbureaus zijn zelf ook erkende leerbedrijven.

leerbanen met baangarantie
Voor bepaalde doelgroepen zijn er leerbanen met baangarantie. Deze mogelijkheid wordt vanuit de overheid geboden voor werklozen die in een uitkeringspositie zitten en recht hebben op een van de volgende uitkeringen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Naast deze uitkeringen zijn de volgende voorwaarden ook van belang:

  • Men zoekt actief naar werk en vindt geen werk op een reguliere manier.
  • Men heeft geen diploma’s of verouderde diploma’s met nauwelijks waarde op de arbeidsmarkt.
  • Men kan of mag de werkzaamheden waarin men ervaring heeft opgebouwd niet meer uitoefenen.

Leerbanen met baangarantie zijn grotendeels dezelfde leerbanen als de reguliere leerbanen behalve dan de speciale uitgangspositie van de werknemer. Iemand met een van de hiervoor genoemde uitkeringen heeft vaak een langere afstand tot de arbeidsmarkt dan een reguliere werkzoekende. Daar zijn de trajecten op het gebied van werken en leren ook op aangepast. Meestal gebeurd dit met behoud van uitkering of een andere financiële constructie waardoor de financiële lasten voor de werkgever kunstmatig laag gehouden worden. De werkgever moet echter wel een baangarantie verstrekken aan de werknemer op een leerwerkplek. Deze baangarantie is over het algemeen een bepaalde tijdscontract van minimaal zes maanden. Dit houdt in dat als de deelnemer gedurende een bepaalde periode een goede indruk heeft achter gelaten bij de werkgever er een contract wordt verstrekt en het dienstverband dan wordt doorgezet.

Baangarantie
Het woord baangarantie schept bij werkzoekenden een verwachting. Toch komt die verwachting in de praktijk niet altijd uit. Sommige werkgevers hebben wel de intentie om mensen een contract te geven maar zijn toch in de praktijk ontevreden over de inzet of kwaliteit van sommige medewerkers op een leerwerkplek. Dat zorgt er voor dat het voorkomt dat mensen met een leerwerkbaan niet altijd een contract krijgen hoewel ze wel op basis van een baangarantie werken. Daarnaast komt het voor dat werkgevers zelf onbetrouwbaar zijn en wel beloven om een contract te verstrekken maar dat in de praktijk niet doen. Dikwijls zoeken deze onbetrouwbare leerbedrijven naar redenen om toch geen contract te verstrekken. Deze oorzaken en redenen worden dan toegeschreven aan de kandidaat die werkzaam is op basis van een leerbaan op een leerwerkplek.

Welke technische opleiding moet ik kiezen in Nederland?

In Nederland zijn veel opleidingsinstituten gevestigd die technische opleidingen aanbieden. In de loop der tijd zijn er veel nieuwe opleidingen bedracht. Langzamerhand klinkt de roep om eenduidigheid tussen de opleidingen luider. Dat is logisch want bedrijven willen weten over welke kennis een afgestudeerde beschikt. Aan het einde van de twintigste eeuw ontstond er verandering in de structuur van technische scholen. Tot die tijd was jarenlang de volgende logische opbouw van lagere technische opleidingen naar hogere technische opleidingen

  • LTS, de lagere technische school.
  • MTS, de middelbare technische school.
  • HTS, de hogere technische school.
  • De technische universiteit.

Als een werkzoekende bijvoorbeeld op zijn of haar cv de MTS had staan kon een bedrijf goed inschatten wat zijn of haar vaardigheden waren als de vakken succesvol waren afgerond en het diploma was behaald. Tegenwoordig geven veel bedrijven aan dat ze moeite hebben met het inschatten van de kwaliteiten van werkzoekenden die recentelijk een opleiding hebben behaald. Dit is niet alleen nadelig voor bedrijven, ook de werkzoekenden ondervinden hinder van het gebrek aan transparante in de opleidingen.

Kies een opleiding die herkenbaar is

Een belangrijke tip voor het zoeken naar een opleiding is dat men moet kiezen voor een opleiding die herkenbaar is voor bedrijven. Een voorbeeld van een herkenbare opleiding is Mbo werktuigbouwkunde. Ook opleidingen zoals MSI oftewel monteur sterkstroominstallaties is herkenbaar voor bedrijven. Met een herkenbare opleiding kan men later doelgericht solliciteren. Opleidingen zoals mechatronica zijn in opkomst maar er zijn nog veel bedrijven die niet precies weten wat een mechatronicamonteur kan. Is dit bijvoorbeeld een werktuigbouwkundige, een elektromonteur of een combinatie tussen deze twee? Dat laatste benadert de werkelijkheid het meest, maar is dat gunstig? Zijn gecombineerde opleidingen waardevol?

Algemene brede opleidingen of specialistische?

Sommige bedrijven verlangen in de techniek breed inzetbaar personeel dat meerdere diciplines beheerst. Andere bedrijven geven er de voorkeur aan dat personeelsleden specialistische opleidingen hebben gevolgd en echt vakkennis hebben in een klein segment van de techniek.

Als je jezelf gaat oriënteren op een opleiding moet je er goed rekening mee houden dat er verschillende bedrijven zijn en dat de inzet van personeel in bedrijven divers is. Als je weet in welke sector je graag wilt werken dan kun je kijken naar de bedrijven die daarin actief zijn en de eisen die ze stellen aan personeel. In sommige werktuigbouwkundige bedrijven maakt men complete machines en daarom heeft men vaak allrounders nodig die verstand hebben van mechanische aspecten maar ook elektrotechnische componenten. Pas als bedrijven groot genoeg zijn kan men een duidelijke arbeidsverdeling maken tussen elektromonteurs, lassers, samenstellers en mechanisch monteurs. In dat geval zal men liever specialisten aannemen dan allrounders met weinig diepgaande kennis. Bij dit soort bedrijven xal men lever mensen met een specialistische opleiding aannemen.  Bij productiebedrijven waarbij veel verschillende eenvoudige producten worden gemaakt zal men eerder kiezen voor technici met een algemene brede technische opleiding.

Aanvullende opleidingen

Een combinatie tussen een algemen brede technische opleiding een een aantal specifieke technische opleidingen ziet men in de praktijk vaak op cv’s staan van techneuten. Deze hebben bijvoorbeeld een Mbo opleiding werktuigbouwkunde gedaan en hebben deze algemene kennis later aangevuld met een opleiding of cursus MIG/MAG, BMBE lasse of TIG lassen. Ook komt het voor dat men een aanvullende opleiding richting verspaning doet zoals draaien en frezen. Als men nog verder kijkt kan men zelfs buiten de mechanische techniek ook nog elektronische cursussen doen zoals elektrisch schakelen of zelfs PLC programmeren. Curussen op het gebied van hydraulica en pneumatiek zijn ook mogelijk. Al deze opleidingen en cursussen maken duidelijk welke specialistische kennis de techneut beheerst naast de algemene kennis.

De beste opleidingscombinatie?

Een moderne techneut is goed op de toekomst voorbereid en heeft een herkenbare technische opleiding. Dit kan een algemene technische opleiding zijn zoals Mbo werktuigbouwkunde. Om zijn of haar inzetbaarheid te vergroten en de specifieke kwaliteiten te onderstrepen zijn aanvullende opleidingen gevolgd En op het cv gezet. De beste opleiding? Die is voor iedereen anders maar herkenbaarheid is voor bedrijven van belang dus ook van belang voor de werkzoekende sollicitant.  De opleidingen moeten passen in het profiel van de sollicitant en een logische opbouw hebben, bijvoorbeeld van laag naar hoog en van algemeen naar specifiek. Een logische opleidingscombinatie die herkenbaar is voor bedrijven vergroot de kans op werk.

Wat is een startkwalificatie en waarom is een startkwalificatie van belang?

Startkwalificatie is een woord dat regelmatig wordt gebruikt in verband met jongeren en de arbeidsmarkt. De Nederlandse overheid heeft het woord startkwalificatie ingevoerd om daarmee het minimale onderwijsniveau aan te duiden waarover een jongere moet beschikken om een goede kans te maken op duurzaam geschoold werk in Nederland.

Voortijdig schoolverlaters
Als men het heeft over startkwalificatie heeft men het ook vaak over voortijdig schoolverlaters. Niet iedereen in Nederland beschikt namelijk over een startkwalificatie op de arbeidsmarkt. Er zijn ook mensen die worden aangemerkt als niet in het bezit van een startkwalificatie. Dit zijn jongeren in de leeftijd tot 23 jaar die niet over een afgeronde opleiding beschikken die voldoende wordt geacht om voor een startkwalificatie in aanmerking te komen. Deze jongeren worden ook wel aangeduid met voortijdige schoolverlaters. Deze voortijdige schoolverlaters ondervinden vaak moeilijkheden bij het vinden van betaald werk omdat ze over te weinig opleidingsniveau beschikken. Om te voorkomen dat deze voortijdige schoolverlaters langdurig in een uitkeringspositie terecht komen zijn er door de overheid verschillende maatregelen genomen om deze groep aan het werk te helpen.

Het voorkomen dat leerlingen of deelnemers voortijdig een school verlaten heeft bij het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap een grote prioriteit. Dit ministerie heeft als doelstelling een zo groot mogelijk aantal schoolverlaters zonder startkwalificatie weer een opleiding te laten volgen die waardevol is op de arbeidsmarkt.

Wanneer beschik je over een startkwalificatie?
Een jonge werkzoekende heeft een startkwalificatie als hij of zij over voldoende opleidingsniveau beschikt. Een havo-diploma of  vwo-diploma wordt gezien als startkwalificatie. Een vmbo-diploma valt niet onder de norm startkwalificatie maar geeft wel de mogelijkheid om door te stromen naar een vervolgopleiding op mbo-niveau. Een opleiding op mbo-niveau 1 wordt niet gezien als startkwalificatie maar de mbo-niveaus 2, 3 en 4 vallen wel onder de startkwalificatie. Deelnemers met mbo-niveau 1 worden nog aangeduid als assistent beroepsbeoefenaar terwijl deelnemers in de hogere niveaus in de praktijk zelfstandiger aan de slag kunnen.

Kwalificerende leerplicht
Vanaf 1 augustus 2007 geldt er in Nederland een leerplicht voor leerlingen van 5 tot 18 jaar. Dit is de zogenaamde kwalificerende leerplicht. Deze kwalificatieplicht moet er voor zorgen dat meer leerlingen in Nederland een startkwalificatie gaan behalen zodat de kans op werk voor deze groep mensen wordt vergroot.

Niveauverschillen binnen de startkwalificatie
Er zijn verschillende opleidingen waarmee een jongere onder de norm startkwalificatie kan vallen. Men kan hierbij echter niet de conclusie trekken dat alle jongeren met een startkwalificatie over hetzelfde niveau beschikken. Een werkzoekende met mbo-niveau 2 heeft een ander opleidingsniveau dan een werkzoekende met een havo of vwo diploma. Als men de  kwalificerende opleidingen in relatie tot leerplichtgrens noteert ziet dit er als volgt uit:

  • vmbo-advies: 12 + 4 jaar vmbo + 2 jaar mbo = 18 jaar (leerplicht voldaan, geen toegang hbo)
  • vmbo-advies: 12 + 4 jaar vmbo + 4 jaar mbo (niveau 4) = 20 jaar (leerplicht voldaan, geeft toegang hbo)
  • havo-advies: 12 + 5 jaar havo = 17 jaar (leerplicht voldaan, geeft toegang hbo)
  • vwo-advies: 12 + 6 jaar vwo = 18 jaar (leerplicht voldaan, geeft toegang hbo en universiteit)

Wat leer je op de opleiding servicetechnicus Electro STE?

De opleiding servicetechnicus Electro wordt ook wel afgekort met STE. Deze opleiding komt overeen met de Opleiding technicus instrumentatietechniek OTI. Op de meeste vacatures die gericht zijn op het onderhouden, reviseren, inregelen en het storing zoeken in instrumentatie kan men met beide opleidingen solliciteren. De opleiding servicetechnicus Electro STE is net als de OTI een opleiding op mbo-niveau 4. De opleiding wordt gegeven als een BBL-traject.

Dit houdt in dat de deelnemer aan de opleiding door de week werkzaam is bij een bedrijf en in de avond of op één doordeweekse dag naar een opleidingsinstituut moet voor de theoretische aspecten van de opleiding. Hiervoor dient de deelnemer aan de opleiding servicetechnicus Electro echter wel een relevante werkplek te hebben. Een BBL-traject wordt ook wel ‘werken en leren’ genoemd. Dit heeft voor de deelnemer een aantal voordelen. Zo verdient de BBL-er een salaris en wordt door de opleiding zijn of haar kennisniveau vergroot.

Vooropleiding voor opleiding servicetechnicus Electro STE
De opleiding servicetechnicus Electro is een mbo opleiding op niveau 4. Het is belangrijk dat deelnemers aan deze opleiding over voldoende niveau beschikken. De lesstof van de opleiding STE is zeer specialistisch en gericht op met name elektrotechniek. Daarom is een elektrotechnische opleiding op mbo niveau 3 minimaal vereist. Ook relevante opleidingen met vergelijkbare lesstof kunnen worden geaccepteerd als voldoende vooropleiding. Voor meer informatie over de vooropleiding kan men het beste contact opnemen met een opleidingsinstituut waar de opleiding servicetechnicus Electro wordt gehouden. Verder volgt er altijd een intakegesprek voordat men aan de opleiding mag beginnen.

Inhoud opleiding servicetechnicus Electro STE
De duur van de opleiding STE is twee jaar. De opleiding wordt in de middag of avond gegeven. Dit is meestal afhankelijk van het opleidingsinstituut. Gedurende de opleiding werkt de deelnemer ook bij een bedrijf in een relevante sector en doet de deelnemer ook relevante werkzaamheden. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven in de procesindustrie of andere bedrijven waar men zich richt op onderhoudstechniek en meet- en regeltechniek. Tijdens de werkzaamheden leert de deelnemer veel praktische vaardigheden aan die bij het beroep servicetechnicus Electro van toepassing zijn. Tijdens de leermomenten op school worden theoretische aspecten en achtergronden behandelt. Het practicum vindt meestal plaats in een speciaal praktijkcentrum dat gericht is op procesbesturing.

Tijdens de opleiding leert de deelnemer meet- en regelsystemen geïnstalleerd moeten worden. Naast het in bedrijfstellen van deze systemen leert de deelnemer deze systemen ook onderhouden en te kalibreren. Ook het werken met onderhoudsschema’s wordt geleerd zodat de aankomend servicetechnicus Electro in de praktijk methodisch aan de slag kan.

Een bijzonder aspect van de opleiding is gericht op het samenwerken met andere medewerkers binnen de procesindustrie. Een servicetechnicus Electro moet in de praktijk vaak nauw samenwerken met collega’s in verschillende functies. Hierbij kan gedacht worden aan mechanisch onderhoudsmonteurs maar ook aan operators en productiemedewerkers. In sommige gevallen zal de servicetechnicus Electro als een soort coördinator moeten werken bij het oplossen van storingen. Daarvoor moet hij of zij goed kunnen communiceren en samenwerken. Het overdragen van informatie is erg belangrijk bij het oplossen van storingen en het voorkomen van storingen in de instrumentatie en alle apparatuur die daarmee verbonden is. Daarom wordt aan dit aspect ook aandacht besteed tijdens de opleiding STE.

Verder is veiligheid een belangrijk aspect. Met name in de chemische sector kunnen de gevolgen van onachtzaam handelen zeer groot zijn. Daarom leren de deelnemers aan de opleiding verschillende veiligheidsaspecten die tijdens de uitvoering van het werk aan de orde kunnen komen.

De opleiding STE wordt afgesloten  met een Proeve van Bekwaamheid. Nadat de deelnemer deze succesvol heeft afgerond ontvang hij of zij het diploma servicetechnicus Electro. Dit is een mbo-diploma met waarde op de arbeidsmarkt.

Wat kun je met de opleiding servicetechnicus Electro STE?
De procesindustrie vormt een belangrijk onderdeel van het bedrijfsleven in Nederland. Verschillende bedrijven zijn actief in deze sector die ook wel de ‘maaksector’ wordt genoemd. In de procesindustrie worden namelijk verschillende producten gemaakt. Hierbij kan gedacht worden aan medicijnen, voedingsmiddelen, gebruiksvoorwerpen maar ook aan petrochemische producten. De fabrieken waarin deze producten worden geproduceerd zijn even divers als de producten zelf. Dit houdt in dat er verschillende systemen in de fabrieken aanwezig zijn die het proces aansturen, meten en controleren.

Met name op het gebied van meet- en regeltechniek is de servicetechnicus Electro inzetbaar. De meetapparatuur moet goed zijn afgesteld zodat precies de juiste hoeveelheden, de juiste snelheden of de juiste temperatuur wordt gemeten. Ook de samenstelling van producten en stoffen kan men meestal met meetapparatuur in kaart brengen. De afstelling van meetapparatuur wordt ook wel kalibratie of kalibreren genoemd. Een servicetechnicus Electro kan deze kalibratie uitvoeren en moet daarvoor zeer nauwkeurig te werk gaan.

Ook regelapparatuur is volop aanwezig in de procesindustrie. Doormiddel van deze apparatuur worden verschillende parameters van proces geregeld. De instrumentatie die hiervoor gebruikt wordt is zeer divers. Sommige instrumentatie is gericht op het verhogen van de temperatuur andere instrumentatie vergroot juist de snelheid van stoffen. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden op te noemen. Een servicetechnicus Electro kan deze regelapparatuur instellen en controleren. Dit is een belangrijke taak die grote gevolgen kan hebben voor het proces.

De geautomatiseerde installaties en apparaten worden door de servicetechnicus Electro ook geprogrammeerd. Hierbij komt besturingstechniek aan de orde met bijbehorende software zoals PLC’s en SCADA.

Een servicetechnicus Electro zal in de praktijk veel moeten samenwerken met andere collega’s zoals onderhoudsmonteurs, procesoperators, operators en productiepersoneel.

Ploegendienst en consignatie
In de procesindustrie draaien veel bedrijven volcontinue. Dit houdt in dat deze bedrijven dag en nacht doordraaien. De meeste processen zijn niet volautomatisch en er zal daardoor altijd personeel nodig zijn om processen in beweging te houden, te controleren en reparaties te verrichten. Ook de servicetechnicus Electro zal in de praktijk regelmatig nodig zijn buiten de gebruikelijke ‘kantooruren’. Deze monteurs werken daarom regelmatig in ploegendienst. Een ploegendienst is ingepland op een ploegenrooster. Er zijn verschillende ploegendiensten zoals tweeploegendienst, drieploegendienst, vierploegendienst en vijfploegendienst. De keuze voor een bepaalde ploegendienst is afhankelijk van het bedrijf en de processen die daarbij plaatsvinden.

Naast ploegendienst kan een servicetechnicus Electro ook consignatiediensten draaien. Deze diensten worden ingepland in een rooster. Tijdens een consignatiedienst is de STE oproepbaar bij storingen of calamiteiten. De STE moet tijdens deze diensten meestal binnen een bepaalde straal van het bedrijf verblijven. Als het bedrijf de monteur nodig heeft moet deze vaak binnen een half uur aanwezig zijn bij het bedrijf.

Wat leer je op de opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI?

De opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie wordt ook wel afgekort met OTI. Deze opleiding duurt 2,5 jaar en wordt gegeven aan verschillende opleidingsinstituten in Nederland. De opleiding OTI is BBL-opleiding dit houdt in dat deelnemers aan de opleiding werken en leren. De deelnemers zijn door de week werkzaam bij een bedrijf in een relevante sector en voeren werkzaamheden uit die verband houden met de opleiding. De theoretische aspecten en inhoud van de OTI opleiding leert de leerling op het opleidingsinstituut. De theorie van de opleiding kan in de avonduren worden gevolgd of één dag per week op het opleidingsinstituut. De overige dagen werkt de deelnemer gewoon bij het bedrijf.

Vooropleiding voor OTI
De opleiding OTI is een mbo opleiding op niveau 4. Voordat men aan deze opleiding kan deelnemen dient men te beschikken over een relevante vooropleiding. De opleiding OMEI op niveau 3 en niveau 3 Elektrotechniek worden als relevante vooropleidingen beschouwd. Ook andere opleidingen van soortgelijk niveau kunnen als relevante vooropleidingen worden beschouwd. Een opleidingsinstituut kan beoordelen of een opleiding relevant (genoeg) is.

Inhoud opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI
De opleiding OTI is een opleiding waarin verschillende technische aspecten worden aangeleerd met betrekking tot het inregelen en onderhouden van instrumentatie. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan onderhoudsmanagement. Ook PLC’s, logicaschema’s en bijbehorende besturingstechniek komen aan de orde. Instrumentatie kan op verschillende manieren worden voorzien van energie. Dit kan bijvoorbeeld elektrische energie zijn of pneumatische (lucht) druk. Tijdens de opleiding OTI wordt aan deze verschillende systemen aandacht besteed. Verder leren deelnemers tijdens de opleiding hoe ze meet- en regelapparatuur kunnen testen en gebruiken. Na afloop van de opleiding volgt een examen met een praktijkgedeelte en een theoretisch gedeelte. Als men het examen en praktijkproef heeft gehaald ontvangt men een diploma Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI. Dit is een mbo niveau 4 diploma.

Wat kun je met de opleiding OTI?
In de techniek draait bijna alles om kennis en meten is weten. Daarom is meet- en regeltechniek van groot belang. Met name in de (chemische) industrie en procesindustrie is veel instrumentatie aanwezig. In deze sector zijn onderhoudstechnici instrumentatie nodig voor het onderhoud aan instrumentatie en het inregelen daarvan. Ook het kalibreren en vervangen van instrumentatie wordt gedaan door een onderhoudstechnicus instrumentatie. Deze persoon is een specialist op het gebied van meet- en regeltechniek.

De onderhoudstechnicus instrumentatie kan in de praktijk zelfstandig werken of in teamverband. De bedrijven waar een OTI werkt bevinden zich over het algemeen in de procesindustrie. Deze bedrijven draaien meestal volcontinue. Dit houdt in dat de bedrijven dag en nacht doordraaien. Het personeel van deze bedrijven werkt daarom in ploegen. De onderhoudstechnicus instrumentatie zal daarom in de praktijk regelmatig in ploegen werken. Dit kunnen tweeploegen, drieploegen, vierploegen of vijfploegen zijn. Zowel dagdiensten als nachtdiensten komen hierbij aan de orde.

Daarnaast wordt de onderhoudstechnicus instrumentatie ook regelmatig ingezet in consignatiediensten. Een OTI moet in de praktijk dus een flexibele houding hebben met betrekking de uren dat hij of zij werkzaam is. Uiteraard wordt bij de inzetbaarheid altijd rekening gehouden met de Arbeidstijdenwet (ATW). Voor ploegendienst en consignatiediensten worden echter wel vergoedingen verstrekt aan de werknemers. Daardoor kan de OTI naast een goed salaris ook nog extra toelagen ontvangen.

Wat is middelbaar beroepsonderwijs (mbo)?

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is een onderwijsvorm in Nederland. Met de benaming ‘beroepsonderwijs’ wordt duidelijk gemaakt dat een mbo er op gericht is om leerlingen op te leiden voor de uitoefening van een bepaald beroep. Mbo-opleidingen worden in Nederland vooral gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc). Dit is het geval met de mbo-opleidingen die gericht zijn op de techniek, bouw, sociale beroepen, zorg en economische beroepen. Deze mbo-opleidingen vallen onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Agrarische Opleidingscentra
Er zijn ook zogenoemde ‘groene opleidingen’ die gericht zijn op tuinbouw, bosbouw, akkerbouw/ landbouw en dierhouderij. Deze ‘groene opleidingen’ worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra (aoc). Deze groene opleidingen vallen onder het ministerie van Economische Zaken.

Vakinstellingen
Verder zijn er in Nederland vakinstellingen die ook mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Deze vakinstellingen bieden opleidingen in één specialistische branche. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld opleidingen gericht op grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum. Verder is er een Hout- en Meubileringscollege met specialistische opleidingen.

Particuliere opleidingsinstituten
In Nederland zijn er ook bijzonder instellingen die aan particulieren opleidingen bieden. Een aantal van deze bieden geaccrediteerde mbo-opleidingen. Leerlingen die een geaccrediteerde mbo-opleiding hebben behaald krijgen een erkend diploma. De particuliere opleidingsinstituten bieden vaak zeer specialistische opleidingen aan die gericht zijn op een bepaalde branche zoals kappersopleidingen en opleidingen die gericht zijn op uiterlijke verzorging zoals de opleidingen op particuliere schoonheidsinstituten.

Verschillende niveaus van mbo-opleidingen
Leerlingen kunnen een mbo-opleiding op verschillende niveaus volgen. De niveaus van mbo lopen van niveau 1 tot 4, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 4 het hoogste niveau. Hieronder staat en korte uitleg over de niveaus:

  • niveau 1: dit opleidingsniveau leidt een kandidaat op tot assistent beroepsbeoefenaar. Dit niveau biedt geen startkwalificatie.
  • niveau 2: is een opleidingsniveau tot medewerker of basisberoepsbeoefenaar.
  • niveau 3: met dit opleidingsniveau is een leerling opgeleid tot zelfstandig medewerker of zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dit wordt ook wel een vakopleiding genoemd.
  • niveau 4: is het hoogste mbo-niveau, leerlingen met dit opleidingsniveau zijn opgeleid tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot een hbo-opleiding.

Bol en bbl mbo-opleidingen
Mbo opleidingen worden in Nederland in twee vormen gegeven. Het verschil in deze twee vormen zit in de verdeling tussen theorie en praktijk. De twee vormen mbo zijn als volgt:

  • De beroepsbegeleidende leerweg (bbl). In deze variant van mbo doet de mbo-leerling ‘werken en leren’. De leerling dient voor een bbl-plek een dienstverband van minimaal 24 uur bij een relevant bedrijf te hebben. Een relevant bedrijf is een bedrijf waarin de bbl-er werkzaamheden kan uitvoeren die verband houden met zijn of haar opleidingsrichting. Per week gaat de bbl-er één dag naar school. In het verleden werd dit systeem ook wel vakschool of streekschool genoemd. Ook de naam leerlingstelsel was in gebruik.
  • De beroepsopleidende leerweg (bol) is de tweede variant van mbo-opleidingen. Bol-leerlingen gaan vier of vijf dagen per week naar school. De leerling heeft geen vast dienstverband bij een bedrijf en is gedurende de opleiding meer op school dan in de praktijk aan de slag. Om toch een goed beeld te krijgen van de praktijk volgt de medewerker een stage. Deze stage wordt ook wel de beroepspraktijkvorming genoemd en moet verplicht worden gevolgd en afgerond door de leerling. Een leerling die een bol-opleiding volgt krijgt gedurende de opleiding minimaal 850 klokuren les en begeleiding.

Toetsing en examens
In tegenstelling tot het voortgezet onderwijs kent het mbo geen centraal examen behalve voor de vakken Rekenen en Nederlands. De inhoud van de mbo-opleidingen is landelijk in eindtermen en competenties vastgelegd. Ieder mbo-opleidingsinstelling bepaald echter zelf hoe de examens worden afgelegd. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van zelf ontwikkelde toetsen en examens van landelijke organisaties. Uiteraard is het belangrijk dat het afstudeerniveau van mbo-opleidingen gewaarborgd blijft. Daarom houdt de Onderwijsinspectie toezicht op de examinering en de onderwijsprogrammering.

Toelatingseisen voor mbo
De toelatingseisen voor het mbo zijn afhankelijk van de vier verschillende niveaus waarin mbo-opleidingen worden ingedeeld. De toelatingseisen zijn als volgt:

  • voor mbo niveau 1 is er geen instoomdrempel. Op dit niveau kan in principe iedereen instromen.
  • voor mbo niveau 2 is er wel een instroomdrempel. Leerlingen die op dit niveau willen instromen moeten minimaal in bezit zijn van een vmbo-diploma Basisberoepsgerichte leerweg. In een aantal gevallen is er sprake van een drempelloze instroom voor niveau 2. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er geen verwante niveau 1 verbonden is aan de opleiding. De leerling dient dan in ieder geval minimaal 16 jaar oud te zijn. De drempelloze instroom kan echter worden afgeschaft zodra het wetsvoorstel Entree-opleidingen wordt aangenomen.
  • voor mbo niveau 3 en 4 is ten minste een vmbo-diploma Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg nodig om aan de instroomdrempel te voldoen. Of een leerling moet beschikken over een overgangsbewijs van havo/vwo 3 naar havo/vwo 4 nodig.

Als een leerling in bezit is van een havo-diploma of vwo-diploma kan hij of zij meestal aan een versneld opleidingstraject op mbo deelnemen.

Wat was de hogere technische school (hts) voor onderwijstype?

De hogere technische school (hts) was een onderwijs vorm in Nederland. Deze onderwijsvorm kwam na de Tweede Wereldoorlog tot stand. Vlak na deze oorlog begon Nederland met de wederopbouw. Er was een grote behoefte aan technici. Deze technici moesten over voldoende technische kennis beschikken om een bijdrage te leveren aan de technische aspecten die verbonden zijn aan de wederopbouw. Vlak voor de Tweede Wereldoorlog werd de Uitgebreide Technische School (UTS) al ingevoerd. Deze moest er voor zorgen dat er een optimale aansluiting zou komen tussen de lagere school en de middelbare technische school (mts).Het technisch onderwijs in Nederland werd na de oorlog op verschillende niveaus hervormd. De ambachtsschool veranderde bijvoorbeeld in 1949 in de Lagere Technische School (LTS).  Vanaf 1957 werd de naam mts gebruikt als de nieuwe aanduiding voor de Uitgebreide Technische School. Daarnaast werd later in dat jaar de mts opgewaardeerd tot hogere technisch school (hts).

Toelatingseisen voor hts
Voordat een leerling werd toegelaten tot een opleiding aan de hts moest hij of zij aan een aantal toelatingseisen voldoen. Scholieren die een diploma hadden gehaald van de havo, atheneum of het gymnasium konden een opleiding volgen aan de hts. Leerlingen met een diploma van het voorbereidend wetenschappelijk onderwijs (vwo) konden eveneens een opleiding aan de hts volgen. Daarnaast was het ook voor leerlingen met een afgeronde mts opleiding mogelijk om door te stromen naar de hts. Verder was het geruime tijd mogelijk om eerst lts te volgen, dan schakelklas uts en vervolgens de schakelklas hts om aan de toelatingseisen van de hts te voldoen.

De duur van hts-opleidingen
De hts duurde vier jaar. Studenten die een opleiding volgden aan de hts hadden de eerste twee jaar van hun opleiding theorie- en praktijklessen. In het derde jaar van de hts volgden de studenten een stage bij een bedrijf dat aansloot bij hun opleidingsrichting. In het vierde jaar schreven de hts-studenten een afstudeeropdracht die werd beoordeeld. Als de afstudeeropdracht voldoende was en de student aan de verdere verplichtingen zoals het behalen van examens had voldaan kreeg hij of zij het hts-diploma. Een student die de hts had behaald mocht na het ontvangt van het hts-diploma de titel ingenieur (ing.) voor zijn of haar naam zetten.

Inhoud van hts-opleidingen
De hogere technische school had een grotere diversiteit aan vakgebieden dan de voormalige middelbare technische school. Op de hts kon men een hogere technische opleiding volgen in een specifiek vakgebied zoals:

  • Autotechniek
  • Bouwkunde
  • Chemische techniek
  • Civiele techniek
  • Economische bedrijfstechniek
  • Elektrotechniek
  • ICT
  • Scheepsbouwkunde
  • Technische bedrijfskunde
  • Technische natuurkunde
  • Vliegtuigbouwkunde
  • Werktuigbouwkunde

Binnen bovengenoemde vakgebieden was het op sommige hts-scholen mogelijk om in een specifieke richting af te studeren. Op de hts in Haarlem was het bijvoorbeeld mogelijk om binnen het vakgebied elektrotechniek de richting energietechniek te kiezen. Ook binnen andere vakgebieden was op sommige hts-scholen een specialisatie mogelijk.

Wat is de hts tegenwoordig?
Tegenwoordig is de naam hts niet meer in gebruik al staat deze naam natuurlijk nog wel op de diploma’s en cv’s van oud studenten die de hts hebben gevolgd. De hts is opgegaan in het hoger beroepsonderwijs hbo. Hogere technische opleidingen worden tegenwoordig ook wel onder de naam hoger technisch onderwijs (hto) geplaatst. Het hbo zelf is een breed opleidingsinstituut waarbinnen ook veel niet-technische opleidingen worden gegeven zoals bijvoorbeeld: economisch, administratief en pedagogisch onderwijs.

Hbo opleidingen worden vanwege de internationale transparantie op het gebied van opleidingsniveau ook wel bachelors genoemd. De diversiteit aan technische opleidingen is op het hbo zeer groot. Tegenwoordig zijn er nog steeds algemene technische hbo-opleidingen zoals:

  • HBO Electrotechniek
  • HBO Werktuigbouwkunde
  • HBO Bouwkunde
  • HBO Civiele Techniek

Er zijn echter vele nieuwe opleidingsrichtingen bijgekomen ten opzichte van de hts. Een voorbeeld hiervan zijn de Bachelor Industrieel Productontwerp, de Bachelor mechatronica en de Bachelor Technische Informatica. Ook tegenwoordig kan de afgestudeerde technische hbo-er de titel ingenieur gebruiken voor zijn of haar naam.

Wat was de middelbare technische school (mts) voor onderwijstype?

De middelbare technische school (mts) is een variant van technisch onderwijs die in het verleden gevolgd kon worden door studenten. In 1910 werden in Nederland de eerste middelbare technische scholen opgericht. De uitgebreide (lagere) technische scholen (uts/ults) werden na verloop van tijd bij bij de middelbare technische scholen betrokken. De naam mts werd een algemeen bekende naam voor middelbaar technisch onderwijs in Nederland.

Rond 1990 werd echter duidelijk dat de middelbare technische scholen niet meer in te passen waren in het Nederlandse onderwijs. Dit had te maken met de toenemende wet- en regelgeving op het gebied van het bekostigen van opleidingen vanuit de overheid. Daarnaast zorgden de veranderende eisen op het gebied van kennis en vaardigheden er voor dat het onderwijstype zoals de mts niet houdbaar was in het Nederlandse onderwijs.

Vanaf 1990 werden de middelbare technische scholen geïntegreerd in het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). Een diploma van een technische mbo-opleiding op niveau 4 kan worden vergeleken met een mts-diploma. De Wet Educatie en Beroepsonderwijs (WEB) zorgde voor een nieuwe fusiegolf. Hierdoor ontstonden de Regionale opleidingscentra (Regionaal opleidingencentrum) ROC’s. Meer dan vijfhonderd mbo’s werden samen gevoegd tot vijftig ROC’s.

Vakrichtingen
Middelbare technische scholen werden opgericht om leerlingen opleidingen aan te bieden in specifieke beroepsgroepen. De mts had in principe drie of in sommige gevallen vier verschillende vakrichtingen. Dit waren:

  • werktuigbouwkunde,
  • bouwkunde,
  • elektrotechniek,
  • procestechniek (niet op alle middelbare technische scholen)

Naast algemene middelbare technische scholen waren er ook specifieke ‘bijzondere’ vakscholen. Een voorbeeld hiervan is de instrumentmaker oftewel de Leidse instrumentenmakers school. Verder was bood de mts Schoonhoven een opleiding op het gebied van het ontwerpen en maken van sieraden en het verwerken van edelmetalen. Er waren ook diverse mts-en met een vakrichting autotechniek.

Op een mts kreeg de leerling drie jaar lang theorielessen en praktijklessen. Daarna volgde de leerling in het vierde jaar een stage in het bedrijfsleven. Tijdens dit stagejaar kon de leerling de kennis van de opleiding toepassen in een specifieke vakrichting.

Toelatingseisen voor de mts
Als leerlingen aan de mts een opleiding wilden volgens moesten ze voldoen aan toelatingseisen. Leerlingen die de lagere technische school (lts) hadden gevolgd en een diploma hadden vanuit de zogenoemde Theoriestroom of T-stroom voldeden aan de toelatingseisen van de mts. Lts-ers die geen diploma hadden vanuit de T-stroom konden soms ook toegelaten worden tot de mts via een bedrijfsschool. Ook een diploma van de mavo zorgde voor toelating tot de mts. Nadat een leerling de mts succesvol had afgerond gaf het mts-diploma de mogelijkheid om door te studeren.

De meest logische vervolgopleiding werd over het algemeen gevolgd aan een hogere technische school (hts). Verschillende middelbare technische scholen boden in het derde studiejaar extra theoretische diepgang door extra aandacht te besteden aan wiskunde en natuurkunde. Ook Engels en Nederlands werden extra bijgebracht aan mts-leerlingen. De reden voor dit verzwaarde theoretische pakket is de voorbereiding op de hts. Leerlingen die deel hadden genomen aan een theoretische pakket konden een voorbereidend jaar op de hts overslaan. Op de hts konden studenten de ingenieurstitel behalen.