Waarom BBL?

BBL oftewel de Beroeps Begeleidende Leerweg is een opleidingsvariant van het mbo. In de praktijk wordt BBL ook wel werken en leren genoemd. Deze benaming is niet verwonderlijk want in feite is een BBL-er door de week meer op zijn of haar werk te vinden dan bij het opleidingsinstituut zelf. Dat komt omdat een BBL leerling vaak 1 dag per week naar school gaat en 3 tot 4 dagen per week werkt bij een erkend leerbedrijf. Een BBL-opleiding is interessant maar niet voor iedereen geschikt.

Waarom zou ik een BBL-opleiding moeten volgen?
Een BBL-opleiding is vooral interessant voor de praktisch ingestelde leerlingen. Leerlingen die een echte doenersmentaliteit hebben. Dit zijn meestal de leerlingen die het niet prettig vinden om hele dagen naar school te gaan. Ook heeft de doorsnee BBL-er minder interesse in de theorie. In plaats daarvan wil hij of zij kennis toepassen en leren door te doen. Geen wonder dat in de techniek en de bouw veel BBL-leerlingen werken en leren. Er is in de techniek volop keuze uit technische BBL-opleidingen. Deze opleidingen kunnen door heel Nederland worden gevolgd. Dit kan rechtstreeks bij een bedrijf maar kan ook in samenwerking met een technisch uitzendbureau of VCU-uitzendbureau.

Erkend leerbedrijf
Er zijn veel technische bedrijven die door de Stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB) als erkend leerbedrijf zijn aangemerkt. Er zijn echter wel verschillen tussen de erkende leerbedrijven. Daarvan moet iemand zich goed bewust zijn voordat hij of zij een BBL traject gaat volgen en bij een erkend leerbedrijf aan de slag gaat. Er zijn grote bedrijven maar ook kleine bedrijven in de techniek. In kleine bedrijven kun je misschien wat meer allround worden dan in grote technische bedrijven die vaak productiematig werken en gestandaardiseerde procedures hebben. De keuze tussen erkende leerbedrijven is groot. Ook het aantal BBL-opleidingen dat beschikbaar is zorgt er voor dat er wat te kiezen is voor de (aankomend) BBL-er. Verschillende BBL-ers kiezen er daarom voor om hulp in te schakelen van een arbeidsbemiddelaar. Dit is meestal een technisch uitzendbureau of een VCU uitzendbureau.

BBL via een technisch uitzendbureau
Hert volgen van een BBL traject via een technisch uitzendbureau kan een uitstekende oplossing zijn voor BBL-ers die hulp nodig hebben bij het vinden van een interessant leerbedrijf dat aansluit bij hun specifieke leerbehoeften. Veel uitzendbureaus in de techniek hebben een brede kennis van de markt. Bovendien kennen ze de bedrijven vaak goed en weten ze ook welke bedrijven erkende leerbedrijven zijn en welke niet. Ook weet een uitzendbureau vaak prima te benoemen welke technieken binnen een bedrijf worden uitgevoerd en hoe de begeleiding van de BBL leerling doorgaans is geregeld. Deze informatie krijg een uitzendbureau van de bedrijven zelf maar ook dikwijls van de BBL leerlingen. Iemand die daarom een BBL traject in de techniek zou willen volgen doet er goed aan om contact op te nemen met een technische uitzendorganisatie.

BBL via Technicum
Technicum uitzendbureau is landelijk actief in het bemiddelen van technisch personeel en BBL-leerlingen. Dat betekend dat dit uitzendbureau een goed beeld heeft van de markt en een BBL leerling goed kan begeleiden naar een interessante BBL-plek bij hem of haar in de buurt. Bovendien heeft Technicum speciale begeleiders in dienst die de BBL-er ondersteunen in zijn of haar contact met school maar ook met het erkende leerbedrijf. Omdat Technicum ook nog VCU gecertificeerd is kan men er zeker van zijn dat naast kwaliteit ook veiligheid centraal staat. Als je in aanmerking wilt komen voor een BBL traject via Technicum kun je klikken op ‘contact’ en het contactformulier invullen. Ook is er een speciale knop met de tekst ‘BBL’. Als je daar op drukt kun je een rechtstreekse aanmelding voor een BBL-traject indienen. Een opleidingscoördinator of een consultant van Technicum zal dan contact met je opnemen.

Wat is BBL?

BBL is een afkorting die staat voor Beroeps Begeleidende Leerweg waarin werken en leren met elkaar worden gecombineerd. De leerling die een BBL opleiding volgt is in dienst van het bedrijf en volgt daarnaast een opleiding. De Beroeps Begeleidende leerweg is de tegenhanger van de Beroeps Opleidende Leerweg (BOL). Het grote verschil tussen deze twee leerwegen zit in het praktijkdeel. Een leerling die een BBL opleiding volgt werkt drie of vier dagen in de praktijk terwijl een leerling van een BOL opleiding vrijwel alleen doormiddel van vaak onbetaalde stages met de praktijk in aanraking komt.

Welk niveau heeft een BBL opleiding?
BBL-opleidingen kunnen verschillende niveaus hebben. In feite zijn BBL-opleidingen mbo-opleidingen alleen is er sprake van werken en leren. Omdat BBL verder gelijkwaardig is aan een BOL opleiding is er ook sprake van dezelfde indeling in niveaus. Zo zijn er BBL opleidingen van niveau 1 tot en met niveau 4. Daarbij is er ook de mogelijkheid tot een specialistenopleiding op niveau 5. Deze opleidingen zijn dus mbo niveau 1 tot en met mbo niveau 4 (of 5). Voor elk niveau heeft men echter een andere vooropleiding nodig. Hieronder is in een kort overzicht weergegeven welke BBL niveaus er zijn en hoe je kunt instromen in dit opleidingsniveau.

BBL niveau 1.
Is het instroomniveau en wordt ook wel de entreeopleiding genoemd. Deze entreeopleiding zorgt er voor dat leerlingen worden voorbereid op een beroep op de arbeidsmarkt. Voor dit niveau is geen vooropleiding of diploma vereist. Dat betekend dat je aan een BBL opleiding niveau 1 mag beginnen zonder diploma. De entreeopleiding duurt 1 jaar. Daarna kun je als de entreeopleiding goed is afgerond doorstromen naar BBL niveau 2.

BBL niveau 2
Dit niveau wordt ook wel de basisberoepsgerichte leerweg genoemd of basisberoepsopleiding. Hiervoor is wel een vooropleiding vereist. Je kunt op BBL niveau 2 instromen met een vmbo opleiding in de kaderberoepsgerichte-, gemengde- en theoretische leerweg.

BBL niveau 3

Dit BBL-niveau staat voor kaderberoepsgerichte leerweg en wordt ook wel een vakopleiding genoemd. leerlingen leren op dit niveau op zelfstandig werkzaamheden uit te voeren. Een BBL-er leert in de praktijk opdrachten uit te voeren en werkzaamheden te verrichten zonder directe begeleiding en aansturing. Uiteraard is er altijd een collega in de buurt die de BBL-er kan ondersteunen als hij of zij er niet uit komt. Als je op BBL niveau 3 wil instromen heb je een Havo of vwo ongediplomeerd overgangsbewijs nodig van klas 3 naar 4. Ook de gemengde leerweg, theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo worden geaccepteerd als vooropleiding.

BBL niveau 4

Een BBL niveau 4 staat voor theoretische leerweg. Dit wordt ook wel de middenkaderopleiding genoemd. De vereiste vooropleidingen hiervoor zijn de gemengde leerweg, de theoretische leerweg en kadergerichte leerweg aan het vmbo, of havo. Na het afronden van het opleidingsniveau BB niveau 4/ mbo niveau 4 kun je doorstromen naar het HBO. Houdt er dan wel rekening mee dat HBO geen werken en leren kent. Dat betekend dat het praktijkgerichte aspect van het BBL verdwijnt op de HBO opleiding en dat er meer vanuit een collegevorm of een projectmatige vorm wordt geleerd en gestudeerd. Er zijn verschillende mbo-opleidingen die maximaal een niveau 4 hebben.

Specialistenopleiding niveau 5
Naast de hiervoor genoemde mbo-opleidingsniveaus is er ook nog een niveau 5. Dit niveau wordt ook wel de specialistenopleiding genoemd. De specialistenopleiding is bestemd voor leerlingen die al een vakopleiding (niveau 3) hebben gevolgd. De opleidingsduur van de is specialistenopleiding 1 jaar. Niet voor alle mbo-opleidingen en opleidingsrichtingen is er een niveau 5 beschikbaar. Dat verschilt per mbo-opleiding.

BBL en naar school gaan
Een BBL-er doet een groot deel van zijn of haar opleiding op de werkplek. Dit is het werkend leren. Tijdens het werk worden vaardigheden toegepast in de praktijk, de leerling leert een vak door te doen. Toch zal ook een BBL-er naar school moeten gaan voor het theoretische deel van de opleiding. Daarbij worden ook vaak op school nog praktijklessen gegeven. Een BBL-er houdt tijdens zijn of haar BBL-opleiding een overzicht bij waarin de vaardigheden staan die in de praktijk zijn toegepast en de werkstukken die zijn gemaakt. Dit overzicht wordt ook wel een portfolio genoemd.

Portfolio voor een BBL-opleiding
Tegenwoordig is het woord ‘portfolio’ redelijk bekend geworden onder vmbo en mbo leerlingen. Tien jaar geleden werd de term portfolio voornamelijk gebruikt op hbo opleidingen en wo opleidingen. Ook tijdens de meeste BBL-opleidingen wordt er gewerkt met een portfolio. Een portfolio is een overzicht waarin wordt bijgehouden wat een BBL-er allemaal heeft gedaan in een week op het werk maar ook op school. Daardoor geeft een porfolio inzicht in de vorderingen die de BBL-er heeft gemaakt tijdens de BBL-opleiding. In een BBL opleiding vormt het portfolio een belangrijke verslaglegging waarin vaak ook foto’s van praktijkopdrachten zijn opgenomen. Dat zorgt er voor dat de BBL-er niet alleen aan school maar ook aan bedrijven kan laten zien wat hij of zij in de praktijk heeft gemaakt of gedaan. Dat is ook handig tijdens een sollicitatie.

BBL-er
Een leerling die een BBL opleiding volgt wordt ook wel een BBL-er of BBL’er genoemd. De meeste BBL-ers maken een bewuste keuze om een opleiding in de vorm van werken en leren te volgen. De motivatie voor deze keuze is in de praktijk wel vaak verschillend. Zo kiezen sommige BBL-ers voor een BBL-opleiding omdat ze graag geld willen verdienen. Andere BBL-ers vinden het prettig om in de praktijk te werken en hebben minder interesse in het naar school gaan. Een BBL-er kan echter niet bij elk bedrijf aan de slag gaan. Het is belangrijk dat de BBL-er tijdens zijn of haar werk de juiste vaardigheden aanleert en de theorie van de opleiding in de praktijk kan toepassen. Daarom vereist een opleidingsinstituut dat de BBL-er aan de slag gaat bij een erkend leerbedrijf.

Erkend leerbedrijf
Niet alle bedrijven in Nederland zijn een erkend leerbedrijf. Een erkend leerbedrijf kun je pas worden als je aan een aantal eisen voldoet. Uiteraard moet een bedrijf in staat zijn om de BBL-er goed te begeleiden op de werkplek. De werkplek moet veilig zijn en voldoende ruimte bieden om de BBL-er te ontwikkelen tot een vakkracht. Bedrijven die een erkend leerbedrijf willen worden moeten eerst om een erkenning vragen. Daarbij moeten bedrijven een vragenlijst doorlopen dit kan via de website van de Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven (SBB).
Na de vragenlijst kan het bedrijf doorgaan met de echte aanvraag. Na afloop van de aanvraag wordt het bedrijf binnen tien dagen benaderd door een adviseur praktijkleren van SBB. Deze advisieur gaat vervolgens de aanvraag met het bedrijf bespreken. Er zullen meerdere gesprekken volgen en uiteraard zal ook de werkplek voor de BBL-er worden beoordeeld. Als een bedrijf een erkend leerbedrijf wordt krijgt deze het beeldmerk van SBB.

Praktijkovereenkomst of bpv-overeenkomst
Als een BBL-er een erkend leerbedrijf heeft gevonden waar hij of zij een BBL-opleiding kan volgen zullen er een aantal zaken geregeld moeten worden. Er moeten uiteraard afspraken worden gemaakt met betrekking tot de begeleiding van de BBL-er. Deze afspraken liggen vast in een praktijkovereenkomst. Deze praktijkovereenkomst wordt ook wel een beroepspraktijkvormingsovereenkomst of bpv-overeenkomst genoemd. Het mbo-opleidingsinstituut zorgt er voor dat deze overeenkomst tot stand komt.

BBL via een uitzendbureau
Verschillende uitzendbureaus bieden ook BBL opleidingen aan. Daarvoor hebben deze uitzendbureaus vaak samenwerkingsverbanden gesloten met het middelbaar beroepsonderwijs. Professionele uitzendbureaus hebben ook hun eigen opleidingsadviseurs en (loopbaan)begeleiders in dienst. Deze kunnen de BBL-er of aankomend leerling ondersteunen bij het vinden van een passend erkend leerbedrijf. Steeds meer uitzendbureaus bieden BBL opleidingen aan. Met name in de techniek blijkt er een groot tekort aan uitvoerend personeel. Vakmensen zijn schaars en er is sprake van vergrijzing. Dat zorgt er voor dat veel werknemers met jarenlange technische ervaring straks de arbeidsmarkt gaan verlaten zonder dat ze deze technische kennis hebben overgedragen aan jongere personeelsleden zoals BBL-ers. Technische uitzendbureaus waaronder VCU uitzendbureaus proberen doormiddel van BBL trajecten jongeren praktisch op te leiden voor een uitdagende baan in de techniek of bouw. Technische uitzendbureaus vormen daardoor net als reguliere technische bedrijven een belangrijk factor op de arbeidsmarkt op het gebied van de ontwikkeling van personeel.

Aanmelden voor een BBL traject via een uitzendbureau?
Technischwerken.nl heeft een samenwerkingsverband afgesloten met Technicum uitzendbureau. Als je interesse hebt in een technisch BBL-traject dan kun je jezelf aanmelden via de knop ‘BBL’ of via het algemene contactformulier op deze website. Dit formulier komt binnen bij de websitebeheerder en wordt vervolgens doorgestuurd naar een Technicum vestiging bij jou in de buurt. Deze Technicum vestiging zal dan vervolgens contact met jou opnemen voor een afspraak en een advies met betrekking tot een BBL-traject.

Wat is STOOF?

STOOF (Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche) is een stichting voor zowel uitzendkrachten als vaste medewerkers. Zoals de naam doet vermoeden is het een stichting die opleidingen en ontwikkelingstrajecten verschaft aan voornamelijk uitzendkrachten en daarnaast vaste medewerkers. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn HBO stage voor de opleiding HRM. Deze stage hield Tjerk in 2017 bij Unique Technicum uitzendbureau. Hieronder staat een korte samenvatting van de informatie die Tjerk heeft verzameld en samengevat over STOOF.

Waar kan STOOF bieden?
STOOF staat voor werknemers paraat met de volgende middelen:

  • Financiële tegemoetkomingen op het gebied van opleiding en ontwikkeling
  • Advies
  • Subsidies
  • Praktische ondersteuning
  • Opleiding
  • Onderzoeken binnen de branche

STOOF is als stichting opgericht in 2004 door een tal van vakbonden:

  • ABU (Algemene Bond Uitzendorganisaties)
  • FNV (Federatie Nederlandse Vakbeweging)
  • CNV (Christelijk Nationaal Vakverbond)
  • Dienstenbond
  • De Unie

En sinds 2008 zijn daar de volgende organisaties aan toegevoegd:

  • NBBU (Nederlandse Bond van Bemiddelings- en Uitzendondernemingen)
  • LBV (Landelijke Belangen Vereniging)

Uitzendorganisaties kunnen gebruik maken van de diensten van de STOOF wanneer zij 0.2% van de loonsom afdragen aan het sociaal fonds uitzendbranche (SFU). De STOOF werk landelijk samen met verscheidene uitzendorganisaties, kenniscentra, ROC (regionale opleidingscentrum) , fondsen, gemeenten en EVC-aanbieders.

Uitzendkracht
De STOOF is hoofdzakelijk in het leven geroepen ter bevordering van de ontwikkeling van de uitzendkracht. Wanneer een (ex-) uitzendkracht een opleiding wil volgen kan dit via het STOOF. Wanneer de uitzendkracht geen hogere opleiding heeft genoten dan mbo 4 is het mogelijk om een scholingsvoucher ter waarde van €500,- bij de STOOF aan te vragen. De uitzendkracht kan vervolgens zelf kiezen aan welke opleiding hij of zij het geld van de scholingsvoucher wil gaan spenderen. De enige voorwaarde die hieraan gesteld wordt is dat de opleiding relevant moet zijn aan het segment of het vakgebied waarin de uitzendkracht werkzaam is. De opleiding moet loopbaangericht zijn, echter hoeft de opleiding niet functiegericht te zijn.

Vergoedingen
STOOF verstrekt een aantal vergoedingen waarmee de opleidingskosten of de ontwikkeling van de uitzendkracht kan worden betaald. Er zijn 3 soorten vergoedingen die de stichting verstrekt, dit zijn de volgende:

  • Scholingsvoucher
  • Mentorvergoeding
  • EVC-vergoeding (Ervaringscertificaat)

De scholingsvoucher (als hiervoor beschreven) geeft de uitzendkracht een kans om een investering te doen in zijn of haar toekomst door een opleiding of een andere vorm van scholing te volgen.

De mededelende uitzendorganisatie die een uitzendkracht in een BBL-traject plaatst (BBL is Beroeps Begeleidende Leerweg) kan aanspraak maken op een vergoeding van de STOOF. Wanneer de uitzendorganisatie de leerling begeleidt en de verantwoordelijkheden neemt voor het opleidingstraject heeft de uitzendorganisatie recht op €400,- per uitzendkracht per jaar.

Daarnaast reikt de STOOF ook EVC-vergoedingen uit. Het EVC oftewel het Ervaringscertificaat is een certificaat waarin de eerder verworven competenties van de uitzendkracht op papier worden gezet en daarmee in kaart worden gebracht. Wanneer een uitzendkracht een EVC bezit is hij of zij beter inzetbaar op de arbeidsmarkt. Toekomstige werkgevers kunnen dan namelijk zien over welke competenties de uitzendkracht of reguliere werknemer beschikt. Wanneer een organisatie een uitzendkracht in de EVC-procedure plaatst biedt STOOF maximaal €1500,- per uitzendkracht. Het maximum bedraagt 5 vergoedingen per jaar, waarvan 4 flexkrachten en een vaste werknemer.

Tot slot
De STOOF is een stichting die zich focust op de ontwikkeling van uitzendkrachten en vaste medewerkers. Dit doet STOOF door deze werknemers op te leiden en te ontwikkelen om deze krachten daarmee beter inzetbaar te laten worden op de arbeidsmarkt. De STOOF helpt uitzendkrachten en -organisaties doormiddel van investeringen in de toekomst van de medewerkers.

Wat is het LeerWerkLoket?

Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband in geheel Nederland tussen het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), SBB (stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven), scholen, werkgevers, kenniscentra en gemeenten. Het LeerWerkLoket is ontstaan in 2009 en beschikt tegenwoordig over 30 vestigingen die verspreid over heel Nederland ieder hun eigen regio bedienen. Het LeerWerkLoket wordt vanuit de overheid gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) en partners uit de regio. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage HRM die hij heeft uitgevoerd bij Unique Technicum uitzendbureau.

Doel van LeerWerkLoket
Het doel van het LeerWerkLoket is werkzoekenden aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Het loket is dus niet alleen gericht op het aan het werk helpen van werkzoekenden maar ook op het aan het werk houden van de werkzoenenden in hun nieuwe baan. Door een visie naar de toekomst proberen de samenwerkende organisaties een strakke aansluiting tussen onderwijs en arbeid te vormen. Het LeerWerkLoket houdt zich voornamelijk bezig met 3 aspecten:

  • Werkend leren
  • Loopbaanadvies
  • Gebruik van Ervaringscertificaten (EVC)

Deze aspecten zijn allemaal gericht op de loopbaanontwikkeling van werkzoekenden. Het stopt namelijk niet bij het vinden van een baan. Het vinden van een baan is meestal een vertrekpunt. Vanaf dat punt zal een werkzoekende een werknemer of werkneemster worden en een bijdrage moeten leveren aan het bedrijf. Daarbij is een voortdurende ontwikkeling van belang voor zowel het bedrijf als de werknemer. De werknemer kan zijn werkervaring en competenties voor een deel verzilveren in Ervaringscertificaten die ook wel afgekort worden EVC. Sommige werkzoekenden hebben loopbaanadvies nodig. Zij worden ondersteund als ze hun loopbaan een andere wending moeten geven of willen geven.

Doelgroep
De doelgroep van het LeerWerkLoket is uiteraard de werkzoekende, maar ook de werkgever. Wanneer je werkzoekende bent kun je het LeerWerkLoket gaan bezoek of je online inschrijven. Vervolgens gaat het LeerWerkLoket aan de slag om een passende vacature voor je zoeken met een bijpassend opleidingstraject. Werkgevers hebben de mogelijkheid om zich in te schrijven bij het LeerWerkLoket om deel uit te maken van het netwerk van organisaties. Op die manier worden via het LeerWerkLoket de werkzoekenden en de werkgevers bij elkaar gebracht.

Werknemers
Werkzoekenden kunnen zich in laten schrijven bij het LeerWerkLoket om in aanmerking te komen voor een leer/werk traject. Werknemers worden hoofdzakelijk geholpen vanuit de gemeente door middel van:

  • Startersbeurs
  • Loonkosten subsidie
  • Begeleiding
  • Proefplaatsing
  • Participatieplaats

Deze verschillende punten zijn hieronder in verschillende alinea’s nader omschreven.

Startersbeurs
De startersbeurs biedt de werkgevers de kans om jongeren (in de leeftijd 18 t/m 26 jaar) in dienst te nemen voor geringe kosten. De startersbeurs is van kracht gedurende de eerst 6 maanden van het dienstverband. Zo kan de startende werknemer zich oriënteren op de arbeidsmarkt en aan zijn of haar kwaliteiten werken. De werknemer krijgt hiervoor een vergoeding van minimaal 500 euro per maand. Werknemers in dit traject kunnen naast de 500 euro ook 100 euro per maand opsparen voor een opleiding. De startersbeurs is niet bij alle gemeenten van toepassing.

Loonkostensubsidie
Werkgevers worden gecompenseerd vanuit de gemeente middels de loonkostensubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt om de lonen te verhogen voor werknemers die niet met een fulltime baan op het minimumloon zitten. Met andere woorden de lonen worden opgehoogd naar minimum loon door de gemeente.

Begeleiding
De gemeente verstrekt aan de werknemer begeleiding op het gebied van re-integratie. De werknemer wordt op deze wijze begeleidt door een jobcoach. 

Proefplaatsing
Een proefplaatsing kan ingezet worden als de werknemer aan de slag gaat bij een organisatie en er gegronde redenen zijn om een proefplaatsing in te zetten. De werknemer kan bijvoorbeeld een lange afstand hebben tot de arbeidsmarkt of de werkzaamheden kunnen voor hem of haar dusdanig onbekend zijn dat een bedrijf van te voren niet met zekerheid kan zeggen dat de nieuwe werknemer de werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. In overleg met de gemeente kan dan een proefplaatsing worden aangegaan. Tijdens een proefplaatsing kan de werknemer maximaal de eerste 2 maanden dat de hij of zij werkzaam is bij een bedrijf nog steeds aanspraak op een uitkering. Ook hoeft de werkgever in de proefplaatsing van 2 maanden geen loon te betalen. De overheid controleert echter wel of er geen misbruik van de proefplaatsing wordt gemaakt door de werkgevers.

Participatieplaats
De gemeente biedt een participatieplaats voor WW-gerechtigden, door ze meer kansen te bieden doormiddel van een 2-jarig traject van onbetaalde arbeid om kennis en ervaring op te doen. Hierdoor leren de werknemers op een participatieplaats nieuwe vaardigheden aan.

Werkgevers
Een werkgever krijgt toegang tot allerlei voordelen wanneer hij besluit zich aan te sluiten bij het LeerWerkLoket om werken & leren trajecten te stimuleren bij de organisaties. Een aantal voordelen ondervindt de werkgever in de belastingen. Als een werkgever een leer/werk-traject aan een werkzoekende verschaft kan hij aanspraak maken op het volgende:

  • Mobiliteitsbonus
  • Subsidies voor praktijkleren
  • Subsidies voor taalscholing
  • Lage-inkomstenvoordeel

Al deze verschillende aspecten worden meestal niet in elke situatie verstrekt. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat de werkgever deze subsidies en bonussen ontvangt. Hieronder zijn de verschillende subsidies en bonussen nader omschreven.

Mobiliteitsbonus
Wanneer de werkgever in aanmerking komt voor de mobiliteitsbonus krijgt de desbetreffende werkgever korting op de premies wanneer hij iemand werkzaam heeft die 56 of ouder is. Daardoor vallen de kosten voor het in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers lager uit.

Subsidies voor praktijkleren
De subsidies voor praktijkleren zijn van kracht wanneer de werkgever praktijkbegeleiding verstrekt aan de werknemers binnen het leer/werk-traject. De werkgever moet namelijk inspanning verrichten om de werknemer in de praktijk een bepaald vak of bepaalde technieken te leren.

Subsidies voor taalscholing
Ook kan de werkgever aanspraak maken op subsidies voor taalscholing wanneer hij taallessen verstrekt binnen zijn organisatie. Deze taallessen kunnen er voor zorgen dat de werknemer ook in de toekomst makkelijker een baan kan vinden of langer zijn of haar baan kan behouden.

Lage-inkomstenvoordeel
Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers om arbeidsparticipatie te stimuleren binnen de lage klassen van de maatschappij.

Regelingen vanuit het UWV
Voor de werkgevers gelden nog een aantal regelingen van het UWV die het aannemen van personeel bij de werkgever stimuleren. De volgende 4 regelingen zijn getroffen vanuit het UWV:

  • Proefplaatsing (als hiervoor besproken)
  • No riskpolis
  • Protocol scholing
  • Brug-WW

De proefplaatsing is een aantal alinea’s terug al besproken. Daarom is hieronder alleen informatie weergegeven over de overige drie mogelijkheden die werkgevers vanuit het UWV kunnen aanspreken.

No riskpolis
De no riskpolis is van toepassing wanneer een zieke, of gehandicapte werknemer in dienst treedt. Als een werkgever een zieke werknemer aanneemt die in de ziektewet zit, zal het UWV het loon grotendeels betalen. 

Protocol scholing
Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking heeft om een groot aantal redenen een afstand tot de arbeidsmarkt. Het UWV maakt het mogelijk voor deze werkzoekenden om de arbeidsmarkt dichterbij te krijgen doormiddel van het protocol scholing. Het UWV voert van uit het protocol school re-integratie werkzaamheden uit om dit deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt te helpen.

Brug-WW
Tot slot kennen we de brug-WW. Dit biedt werknemers die zich laten omscholen een mogelijkheid om hun WW-uitkering te kunnen behouden. Zij behouden gedurende twee maanden nog hun WW.

Slotwoord over LeerWerkLoket
Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband tussen verschillende instanties op de arbeidsmarkt, de overheid en het bedrijfsleven. De doelstelling van dit loket is dat werkzoekenden aan het werk worden geholpen en aan het werk worden gehouden. Daarvoor zijn veel verschillende mogelijkheden bedacht. Deze mogelijkheden kunnen echter veranderen omdat de arbeidsmarkt verandert en de wet en regelgeving ook regelmatig wijzigt. De informatie in deze tekst is gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2017. Hou er rekening dat wijzigingen na die datum niet in deze tekst zijn geïmplementeerd.

Beschutte werkplek of leerwerkplek?

Op de arbeidsmarkt zijn naast reguliere arbeidsplaatsen en functies ook een aantal bijzondere werkplekken ontstaan. Deze werkplekken wijken in doel en uitvoering iets af van de reguliere werkplekken. Voorbeelden hiervan zijn de leerwerkplekken en beschutte werkplekken.  Omdat deze twee verschillende werkplekken regelmatig in het nieuws en op de arbeidsmarkt worden genoemd is het belangrijk om het verschil tussen deze twee werkplekken helder voor ogen te krijgen. Onderstaande alinea’s maken het een en ander duidelijk over het verschil tussen een leerwerkplek en een beschutte werkplek.

Leerwerkplek

Op een leerwerkplek staat naast het uitvoeren van werkzaamheden het leerproces van de werknemer of kandidaat centraal. Het doel van een leerwerkplek is het kennisniveau en de vaardigheden van de werknemer te ontwikkelen zodat zijn of haar waarde op de arbeidsmarkt wordt vergroot.  Meestal is er sprake van een werken en leren. In deze trajecten leert de werknemer op school de theorie van de opleiding en past hij of zij dit op de leerwerkplek toe in de praktijk. Op die manier onstaat een ideale combinatie tussen werken en leren.

Op een leerwerkplek werken en leren vaak jongeren in bijvoorbeeld een BBL traject. Zij werken bijvoorbeeld 4 dagen en gaan 1 of een halve dag naar school. Ook werkzoekenden in omscholingstrajecten kunnen gaan werken en leren om nieuwe competenties en vaardigheden te ontwikkelen. Werknemers op een leerwerkplek krijgen meestal gewoon loon maar vallen dan vaak wel onderin de loonschaal. Dit komt omdat mensen op een leerwerkplek meestal geen of weinig ervaring hebben en ook geen of weinig relevante opleidingen hebben gevolgd of afgerond.

Belangrijk is dat de persoon op een leerwerkplek wel fysiek en mentaal in staat is om de werkzaamheden naar behoren uit te voeren in de praktijk. Er is behalve het gebrek aan kkennis en ervaring geen belemmering om het werk in de desbetreffende beroepsgroep uit te voeren.

Beschutte werkplek

Bij beschut werk is er echter wel sprake van complicaties of ern handicap op fysiek of mentaal gebied. Deze handicap is van dusdanige aard dat de persoon ernstig wordt gehinderd om zijn of haar werk op een reguliere werkplek uit te voeren. Men moet dus aangepast werk doen in een aangepaste werkomgeving.  Deze werkomgeving noemt men ook wel een beschutte werkplek. Het zijn werkplekken waar extra aandacht en begeleiding wordt gegeven aan de arbeidskracht.

De arbeidskrachten op een beschutte werkplek krijgen meestal een uitkering met eventueel een aanvulling om bijvoorbeeld reiskosten te dekken. Iemand op een beschutte werkplek heeft een indicatie.  Het UWV bepaald wie voor beschut werk op een beschutte werkplek in aanmerking komt. Daarvoor krijgt het UWV kandidaten aangeleverd van de gemeente. De gemeente heeft contact met bedrijven in haar regio om te kijken en bespreken of deze bedrijven een beschutte werkplek beschikbaar hebben.

Wat is Machine Learning of Machinaal Leren?

Machine Learning is een wetenschappelijk onderzoeksveld dat zich bevind in de kunstmatige intelligentie. Machine Learning is onder andere gericht op het ontwikkelen van algoritmes. Met deze algoritmes kunnen computers patronen ontdekken in grote databestanden (zogenaamde Big Data). Door het ontdekken van deze patronen kunnen computers of machines zichzelf ontwikkelen en dus leren. Computers leren nieuwe patronen ontdekken wanneer weer nieuwe gegevens worden toegevoegd aan de database. Voor mensen is het vaak onmogelijk om enorme hoeveelheden data te verwerken, computers doen dit veel sneller en maken daarbij steeds minder fouten. Daarom is Machine Learning interessant. Machine Learning is gerelateerd aan data mining, hierbij worden op een geautomatiseerde manier patronen, verbanden en relaties gezocht in grote hoeveelheden data.

Methoden voor Machine Learning
De methodes die gebruikt worden voor Machine Learning kunnen grofweg in twee grote categorieën worden ingedeeld:

  • Aanleidinggevend. De aanleidinggevende mehodes vormen computerprogramma’s door het maken van regels of het extraheren van patronen uit data.
  • Deductief. Bij een deductieve methode is het resultaat een functie net zo generiek is als de invoerdata.

Hoe werkt Machine Learning?
Bij Machine Learning wordt een machine of programma getraind om verbanden te zien. Dit gebeurd vaak gecontroleerd. Daarbij krijgt een algoritme voorbeelden van gegevens die worden aangeleverd of ingevoerd en voorbeelden van bijbehorende of gewenste uitvoer. Het systeem krijgt regelmatig deze voorbeelden waardoor het leert om bepaalde verbanden te zien tussen ingevoerde gegevens en de uitvoer. Als het Machine Learningproces goed wordt doorlopen zal het systeem steeds minder fouten maken en kan het systeem op basis van nieuwe invoer zelfstandig de juiste uitvoer produceren.

Naast gecontroleerde Machine Learningprocessen zijn er ook ongecontroleerde processen. Hierbij wordt geen sturing geboden door voorbeelden in te sturen met een gewenste uitvoer. Bij een ongecontroleerde learningprocessen  zal het algoritme op den duur zelf een structuur ontdekken in de gegevens die worden ingevoerd. Tijdens dit proces zal het programma zelf de invoer verdelen in categrorieen. Hierin worden dan elementen geplaatst met gegevens die sterk op elkaar lijken.

Hoe wordt Machine Learning toegepast?
Machine Learning wordt vrij breed toegepast, maar dit gebeurd verborgen. Zo wordt dit systeem bijvoorbeeld toegepast in de zoekmachines van vacaturebanken. In bepaalde vacaturebanken en cv-databanken kunnen mensen gegevens zoeken of beter gezegd laten matchen met profielen. Voordat dit systeem goed werkt zal men het matchsysteem moeten laten wennen aan het maken van verbanden tussen bijvoorbeeld cv’s en vacatures.

Veel grote webshops verzamelen ook gegevens van bezoekers en slaan deze gegevens op. Door deze opgeslagen gegevens kunnen de webshops inspelen op de interesse van de potentiële klanten. Men kan door dit systeem trachten klantengedrag te voorspellen en daarnaast gerichte aanbiedingen bij klanten onder de aandacht brengen.

Ook bij de ontwikkeling van software voor zelfrijdende auto’s wordt gebruik gemaakt Machine Learning. Hierbij worden allemaal afbeeldingen van verkeerssituaties ingevoerd in een systeem. Aan deze afbeeldingen worden dan waardes gegeven. Bepaalde situaties zijn bijvoorbeeld gevaarlijk en andere situaties niet. Uiteindelijk moet de software van zelfrijdende auto’s zelf beslissingen nemen of er geremd moet worden voor bepaalde situaties of niet. Omdat er enorm veel verschillende situaties op de weg plaats kunnen vinden is er een zeer grote database gekoppeld aan deze variant van Machine Learning. Daarom is het voor mensen onmogelijk om van elke situatie een foto te maken en daar een waarde aan te koppelen. In plaats daarvan maakt men gebruik van situaties uit computergames zoals Grand Theft Auto.

Wat zijn leerbanen?

Leerbanen zijn speciale dienstverbanden waarbij iemand werkzaam is bij een bedrijf en tevens een opleiding volgt. De term leerbaan is een  algemene term net zoals  “ werken en leren” . Een leerbaan is een baan die vooral gericht is op de ontwikkeling van de werknemer die werkzaam is op de leerwerkplek. Door te werken en te leren zal deze werknemer zijn of haar vaardigheden verder ontwikkelen waardoor de meerwaarde van deze werknemer voor de werkgever en de arbeidsmarkt wordt vergroot. De opleidingen die gekoppeld zijn aan leerbanen kunnen op verschillende niveaus zijn. er zijn leerbanen op mbo niveau maar ook op hbo niveau. Uiteraard is de functie-inhoud daar ook op aangepast.

Leerbaan bij een erkend leerbedrijf
Het volgen van een leerbaan op een leerwerkplek kan niet overal. Een leerwerkbaan kan men uitvoeren bij een officieel erkend leerbedrijf. Erkende leerbedrijven worden aangemerkt met een beeldmerk . Sinds 1 augustus 2015 wordt hiervoor in Nederland één landelijk beeldmerk gehanteerd voor dat gebruikt wordt voor alle erkende leerbedrijven die leerwerkplekken aanbieden op mbo-niveau. Dit is het SBB beeldmerk. De letters SBB staan voor: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Mensen die een leerbaan zoeken kunnen zelf solliciteren bij een erkend leerbedrijf. Ook kunnen ze doormiddel van een uitzendbureau of een brancheorganisatie bij een leerbedrijf terecht komen. Sommige uitzendbureaus zijn zelf ook erkende leerbedrijven.

leerbanen met baangarantie
Voor bepaalde doelgroepen zijn er leerbanen met baangarantie. Deze mogelijkheid wordt vanuit de overheid geboden voor werklozen die in een uitkeringspositie zitten en recht hebben op een van de volgende uitkeringen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Naast deze uitkeringen zijn de volgende voorwaarden ook van belang:

  • Men zoekt actief naar werk en vindt geen werk op een reguliere manier.
  • Men heeft geen diploma’s of verouderde diploma’s met nauwelijks waarde op de arbeidsmarkt.
  • Men kan of mag de werkzaamheden waarin men ervaring heeft opgebouwd niet meer uitoefenen.

Leerbanen met baangarantie zijn grotendeels dezelfde leerbanen als de reguliere leerbanen behalve dan de speciale uitgangspositie van de werknemer. Iemand met een van de hiervoor genoemde uitkeringen heeft vaak een langere afstand tot de arbeidsmarkt dan een reguliere werkzoekende. Daar zijn de trajecten op het gebied van werken en leren ook op aangepast. Meestal gebeurd dit met behoud van uitkering of een andere financiële constructie waardoor de financiële lasten voor de werkgever kunstmatig laag gehouden worden. De werkgever moet echter wel een baangarantie verstrekken aan de werknemer op een leerwerkplek. Deze baangarantie is over het algemeen een bepaalde tijdscontract van minimaal zes maanden. Dit houdt in dat als de deelnemer gedurende een bepaalde periode een goede indruk heeft achter gelaten bij de werkgever er een contract wordt verstrekt en het dienstverband dan wordt doorgezet.

Baangarantie
Het woord baangarantie schept bij werkzoekenden een verwachting. Toch komt die verwachting in de praktijk niet altijd uit. Sommige werkgevers hebben wel de intentie om mensen een contract te geven maar zijn toch in de praktijk ontevreden over de inzet of kwaliteit van sommige medewerkers op een leerwerkplek. Dat zorgt er voor dat het voorkomt dat mensen met een leerwerkbaan niet altijd een contract krijgen hoewel ze wel op basis van een baangarantie werken. Daarnaast komt het voor dat werkgevers zelf onbetrouwbaar zijn en wel beloven om een contract te verstrekken maar dat in de praktijk niet doen. Dikwijls zoeken deze onbetrouwbare leerbedrijven naar redenen om toch geen contract te verstrekken. Deze oorzaken en redenen worden dan toegeschreven aan de kandidaat die werkzaam is op basis van een leerbaan op een leerwerkplek.