Wat is dagloon?

Dagloon is het loon dat door het UWV als basis wordt gebruikt voor de berekening van de hoogte van een WW-uitkering. Voor de berekening van het dagloon kijkt het UWV naar het sociale verzekeringsloon dit wordt ook wel aangeduid met sv-loon. Als het UWV het dagloon gaat berekeningen zal deze uitkeringsinstantie niet alleen kijken naar het sv-loon maar ook naar de referteperiode. Ook deze term is belangrijk om een duidelijk beeld te krijgen van de totstandkoming van het dagloon. Daarom zijn deze begrippen hieronder in een aantal alinea’s uitgewerkt.

SV-loon
Het sv-loon is het loon waarover de sociale premies en de werknemersbelastingen worden betaald. Wanneer een werknemer werkloos wordt en een WW-uitkering aanvraagt bij het UWV dan kijkt het UWV naar het sv-loon dat deze werknemer had verdiend een jaar voordat hij of zij werkloos werd.

Referteperiode
Voor de berekening van het dagloon wordt naast het sv-loon ook de referteperiode gebruikt. De referteperiode is een periode van 1 jaar. De referteperiode eindigt op de laatste dag van de op 1 na laatste volledige maand die een werknemer of werkneemster heeft gewerkt. Daarnaast kan de referteperiode ook eindeigen op 1 na laatste volledige 4-wekenperiode dat iemand heeft gewerkt.

Berekening dagloon
Als het sv-loon duidelijk is en de referteperiode in kaart is gebracht. Dan kan het dagloon worden berekend. Hiervoor wordt het gemiddelde sv-loon over de hele referteperiode (1 jaar) gedeeld door het getal 261. Het getal 261 is het gemiddeld aantal uitkeringsdagen in een jaar. Wanneer het sv-loon over de periode van een jaar gedeeld wordt door 261 is de uitkomst het gemiddelde dagloon.

Dagloon en ziekte
Tot juli 2017 werd door het UWV geen rekening gehouden met het feit of een werknemer wel of niet ziek was in de referteperiode. Ziekte kan er voor zorgen dat het gemiddelde sv-loon in deze periode lager uitvalt. Op woensdag 19 juli 2017 was er echter een uitspraak in een rechtszaak die een uitkeringsgerechtigde aanspande tegen het UWV. Deze werknemer was ook langdurig ziek in de referteperiode en was het niet eens dat daardoor het sv-loon en dus ook het dagloon lager uitviel.

De Centrale Raad van Beroep (CRvB) gaf de werknemer gelijk. Aangezien er geen hoger beroep kan worden ingediend tegen de CRvB zal er waarschijnlijk op korte termijn jurisprudentie volgen. Wat er voor zorgt dat het UWV ook in de toekomst rekening zou moeten houden met langdurige ziekte van de werknemer in de referteperiode. Het UWV zal dan bijvoorbeeld moeten kijken naar de loonperiode van 4 weken of 1 maand voordat een persoon ziek werd. De kans is groot dat hier nog een officieel bericht van bekend wordt gemaakt door het UWV.

Beschutte werkplek of leerwerkplek?

Op de arbeidsmarkt zijn naast reguliere arbeidsplaatsen en functies ook een aantal bijzondere werkplekken ontstaan. Deze werkplekken wijken in doel en uitvoering iets af van de reguliere werkplekken. Voorbeelden hiervan zijn de leerwerkplekken en beschutte werkplekken.  Omdat deze twee verschillende werkplekken regelmatig in het nieuws en op de arbeidsmarkt worden genoemd is het belangrijk om het verschil tussen deze twee werkplekken helder voor ogen te krijgen. Onderstaande alinea’s maken het een en ander duidelijk over het verschil tussen een leerwerkplek en een beschutte werkplek.

Leerwerkplek

Op een leerwerkplek staat naast het uitvoeren van werkzaamheden het leerproces van de werknemer of kandidaat centraal. Het doel van een leerwerkplek is het kennisniveau en de vaardigheden van de werknemer te ontwikkelen zodat zijn of haar waarde op de arbeidsmarkt wordt vergroot.  Meestal is er sprake van een werken en leren. In deze trajecten leert de werknemer op school de theorie van de opleiding en past hij of zij dit op de leerwerkplek toe in de praktijk. Op die manier onstaat een ideale combinatie tussen werken en leren.

Op een leerwerkplek werken en leren vaak jongeren in bijvoorbeeld een BBL traject. Zij werken bijvoorbeeld 4 dagen en gaan 1 of een halve dag naar school. Ook werkzoekenden in omscholingstrajecten kunnen gaan werken en leren om nieuwe competenties en vaardigheden te ontwikkelen. Werknemers op een leerwerkplek krijgen meestal gewoon loon maar vallen dan vaak wel onderin de loonschaal. Dit komt omdat mensen op een leerwerkplek meestal geen of weinig ervaring hebben en ook geen of weinig relevante opleidingen hebben gevolgd of afgerond.

Belangrijk is dat de persoon op een leerwerkplek wel fysiek en mentaal in staat is om de werkzaamheden naar behoren uit te voeren in de praktijk. Er is behalve het gebrek aan kkennis en ervaring geen belemmering om het werk in de desbetreffende beroepsgroep uit te voeren.

Beschutte werkplek

Bij beschut werk is er echter wel sprake van complicaties of ern handicap op fysiek of mentaal gebied. Deze handicap is van dusdanige aard dat de persoon ernstig wordt gehinderd om zijn of haar werk op een reguliere werkplek uit te voeren. Men moet dus aangepast werk doen in een aangepaste werkomgeving.  Deze werkomgeving noemt men ook wel een beschutte werkplek. Het zijn werkplekken waar extra aandacht en begeleiding wordt gegeven aan de arbeidskracht.

De arbeidskrachten op een beschutte werkplek krijgen meestal een uitkering met eventueel een aanvulling om bijvoorbeeld reiskosten te dekken. Iemand op een beschutte werkplek heeft een indicatie.  Het UWV bepaald wie voor beschut werk op een beschutte werkplek in aanmerking komt. Daarvoor krijgt het UWV kandidaten aangeleverd van de gemeente. De gemeente heeft contact met bedrijven in haar regio om te kijken en bespreken of deze bedrijven een beschutte werkplek beschikbaar hebben.

Beschutte werkplek

Beschutte werkplekken zijn in feite werkplekken die gecreëerd zijn ter vervanging van sociale werkvoorziening.  Het aantal sociale werkplaatsen in Nederland zal steeds verder afnemen. Deze sociale werkplaatsen behoren tot de sociale werkvoorziening en hebben altijd tot doel gehad om mensen met een arbeidshandicap de mogelijkheid te bieden om werk te verrichten in de maatschappij.

Dit doel is natuurlijk uitstekend maar sociale werkplaatsen kosten veel geld. Ook was er bij een aantal sociale werkplaatsen sprake van oneerlijke concurrentie ten opzichte van reguliere bedrijven waar vergelijkbare producten werden geproduceerd en de werkgever de werknemers wel een marktconform salaris moest bieden. Uiteindelijk werd besloten om de sociale werkplaatsen stapsgewijs te sluiten. Dan komt men natuurlijk voor de vraag te staan wat men met al die welwillende werknemers met een arbeidshandicap moet doen. Daarvoor zijn de zogenaamde beschutte werkplekken bedacht.

Beschutte werkplek

Een beschutte werkplek is een arbeidsplaats die beschut is in de zin van beschermd en veilig. In het verleden werden complete gebouwen of grote delen van een gebouw omgebouwd tot sociale werkplaatsen, een beschutte werkplek kan echter ook een enkele werkplek zijn in een organisatie.  Dit houdt in dat bedrijven maar ook overheidsinstanties een beschutte werkplek beschikbaar kunnen stellen aan iemand die daarvoor in aanmerking komt.

Aan een beschutte werkplek worden wel eisen gesteld.  Zo moet een werknemer op deze werkplek vaak extra begeleiding kunnen krijgen. Er moet ook rekening worden gehouden met de beperking(en) van de persoon. Indien nodig moeten daarvoor speciale voorzieningen worden aangeboden.  Verder houdt men vaak rekening met het feit dat de werkdruk niet te hoog mag zijn zodat stress en andere complicaties kunnen worden voorkomen.

Voor wie is een beschutte werkplek?

De gemeente voert de regie op het gebied van beschutte werkplekken. Daarover houdt de gemeente contact met het bedrijfsleven in de gemeente. De gemeente selecteert ook de mensen die mogelijk voor een sociale werplek in aanmerking kunnen komen. De gemeente maakt echter niet de definitieve beslissing in dit proces. Dat doet het UWV. Het UWV krijgt van de gemeente de mogelijke kandidaten voor een beschutte werkplek doorgestuurd.  Het UWV beoordeelt deze aanvragen en wijs deze toe of af.

Wat zijn leerbanen?

Leerbanen zijn speciale dienstverbanden waarbij iemand werkzaam is bij een bedrijf en tevens een opleiding volgt. De term leerbaan is een  algemene term net zoals  “ werken en leren” . Een leerbaan is een baan die vooral gericht is op de ontwikkeling van de werknemer die werkzaam is op de leerwerkplek. Door te werken en te leren zal deze werknemer zijn of haar vaardigheden verder ontwikkelen waardoor de meerwaarde van deze werknemer voor de werkgever en de arbeidsmarkt wordt vergroot. De opleidingen die gekoppeld zijn aan leerbanen kunnen op verschillende niveaus zijn. er zijn leerbanen op mbo niveau maar ook op hbo niveau. Uiteraard is de functie-inhoud daar ook op aangepast.

Leerbaan bij een erkend leerbedrijf
Het volgen van een leerbaan op een leerwerkplek kan niet overal. Een leerwerkbaan kan men uitvoeren bij een officieel erkend leerbedrijf. Erkende leerbedrijven worden aangemerkt met een beeldmerk . Sinds 1 augustus 2015 wordt hiervoor in Nederland één landelijk beeldmerk gehanteerd voor dat gebruikt wordt voor alle erkende leerbedrijven die leerwerkplekken aanbieden op mbo-niveau. Dit is het SBB beeldmerk. De letters SBB staan voor: Samenwerkingsorganisatie Beroepsonderwijs Bedrijfsleven. Mensen die een leerbaan zoeken kunnen zelf solliciteren bij een erkend leerbedrijf. Ook kunnen ze doormiddel van een uitzendbureau of een brancheorganisatie bij een leerbedrijf terecht komen. Sommige uitzendbureaus zijn zelf ook erkende leerbedrijven.

leerbanen met baangarantie
Voor bepaalde doelgroepen zijn er leerbanen met baangarantie. Deze mogelijkheid wordt vanuit de overheid geboden voor werklozen die in een uitkeringspositie zitten en recht hebben op een van de volgende uitkeringen:

  • Wajong- uitkering,
  • WAO-uitkering,
  • WIA-uitkering,
  • WGA-uitkering,
  • ZW-uitkering.

Naast deze uitkeringen zijn de volgende voorwaarden ook van belang:

  • Men zoekt actief naar werk en vindt geen werk op een reguliere manier.
  • Men heeft geen diploma’s of verouderde diploma’s met nauwelijks waarde op de arbeidsmarkt.
  • Men kan of mag de werkzaamheden waarin men ervaring heeft opgebouwd niet meer uitoefenen.

Leerbanen met baangarantie zijn grotendeels dezelfde leerbanen als de reguliere leerbanen behalve dan de speciale uitgangspositie van de werknemer. Iemand met een van de hiervoor genoemde uitkeringen heeft vaak een langere afstand tot de arbeidsmarkt dan een reguliere werkzoekende. Daar zijn de trajecten op het gebied van werken en leren ook op aangepast. Meestal gebeurd dit met behoud van uitkering of een andere financiële constructie waardoor de financiële lasten voor de werkgever kunstmatig laag gehouden worden. De werkgever moet echter wel een baangarantie verstrekken aan de werknemer op een leerwerkplek. Deze baangarantie is over het algemeen een bepaalde tijdscontract van minimaal zes maanden. Dit houdt in dat als de deelnemer gedurende een bepaalde periode een goede indruk heeft achter gelaten bij de werkgever er een contract wordt verstrekt en het dienstverband dan wordt doorgezet.

Baangarantie
Het woord baangarantie schept bij werkzoekenden een verwachting. Toch komt die verwachting in de praktijk niet altijd uit. Sommige werkgevers hebben wel de intentie om mensen een contract te geven maar zijn toch in de praktijk ontevreden over de inzet of kwaliteit van sommige medewerkers op een leerwerkplek. Dat zorgt er voor dat het voorkomt dat mensen met een leerwerkbaan niet altijd een contract krijgen hoewel ze wel op basis van een baangarantie werken. Daarnaast komt het voor dat werkgevers zelf onbetrouwbaar zijn en wel beloven om een contract te verstrekken maar dat in de praktijk niet doen. Dikwijls zoeken deze onbetrouwbare leerbedrijven naar redenen om toch geen contract te verstrekken. Deze oorzaken en redenen worden dan toegeschreven aan de kandidaat die werkzaam is op basis van een leerbaan op een leerwerkplek.

Wat is de Wajong en wat betekent Wajong?

Wajong is een uitkering. Het woord Wajong bestaat uit twee delen “Wa” en “jong”. De eerste twee letters zijn een afkorting die staat voor Wet Arbeidsongeschiktheidsvoorziening. Het tweede deel is het woord “jong” dat in dit geval staat voor jonggehandicapten. De totale omschrijving van de Wajong is daardoor: Wet arbeidsongeschiktheidsvoorziening jonggehandicapten. Dit maakt een beetje duidelijk wat Wajong is en waar het voor staat. Wajong is namelijk een arbeidsongeschiktheidsvoorziening, in feite heeft men het over een uitkering.

Wajong uitkering
Deze uitkering is bedoeld voor jongeren met een arbeidshandicap. Dit betekent dat de jongeren die onder deze uitkering vallen een handicap hebben die er voor zorgt dat ze bepaalde werkzaamheden niet of minder goed kunnen uitvoeren. Deze arbeidshandicap zorgt er voor dat ze minder goede kansen hebben om werk te vinden op de arbeidsmarkt dan werkzoekenden die de desbetreffende arbeidshandicap niet hebben. De overheid vindt dat er aan iedere inwoner in Nederland mogelijkheden moeten worden geboden om inkomsten te ontvangen. Daarom geeft de overheid jongeren die onder de Wajong vallen een uitkering zodat ze in hun levensonderhoud kunnen voorzien. Niet iedereen kan in aanmerking komen voor een Wajonguitkering. Alleen mensen die vanaf een jonge leeftijd een ziekte of handicap hebben, waardoor ze niet kunnen werken of minder goed kunnen werken, kunnen in aanmerking komen voor een Wajong uitkering.

Vanaf 18 jaar
Deze uitkering is van toepassing op werkloze werkzoekenden in de leeftijd van 18 jaar en ouder. Iemand met een arbeidshandicap kan daarom niet voor de leeftijd van 18 jaar aanspraak maken op deze uitkering. Alleen na het behalen van deze leeftijd kan men in aanmerking komen voor een Wajong uitkering. Dit loopt echter via het UWV. Het UWV zal een arbeidsdeskundige en indien nodig een arts raadplegen. De arts geeft informatie aan het UWV zodat deze uitkeringsinstelling de beslissing kan nemen of het bieden van een Wajonguitkering de juiste oplossing is in de situatie van de jongere. De jongeren kan daarvoor een Beoordeling arbeidsvermogen aanvragen. Als het UWV op basis van de uitkomsten van deze aanvraag concludeert dat iemand onder de Wajong valt dan kan hij of zij een Wajong-uitkering ontvangen.

Moet je met Wajonguitkering werk zoeken?
De Wajong is niet een uitkering die er voor zorgt dat iemand geheel vrijgesteld is van werkzaamheden. Meestal wordt naar passende oplossingen gezocht om mensen die onder de Wajong vallen toch passende werkzaamheden te bieden. Door het uitvoeren van betaald werk vormt iemand een deel van de maatschappij en dat is gezond en belangrijk voor iemand zijn of haar eigenwaarde. Daarom biedt de overheid aan mensen in de Wajong vaak trajecten aan om zichzelf verder te ontwikkelen. Deze trajecten kunnen de inzetbaarheid van de Wajong-er vergroten op de arbeidsmarkt.

Loondispensatie
Ook voor werkgevers worden verschillende regelingen en subsidies geboden als deze besluit om iemand uit de Wajong in dienst te nemen. Een voorbeeld hiervan is loondispensatie. Het bieden van loondispensatie is een mogelijkheid waarmee de financiële lasten van een werkgever worden beperkt. Een werkgever hoeft als hij of zij de loondispensatieregel toepast minder loon te betalen voor een Wajongkracht als deze wordt inzet voor werkzaamheden. Werkgevers kunnen dit echter niet zelf beslissen.

Het UWV bepaalt in elke specifieke situatie hoeveel loondispensatie een werkgever mag toepassen op het loon van de Wajongmedewerker. Daarvoor zet het UWV een arbeidsdeskundige in die een inschatting maakt over het percentage waarvoor Wajongwerknemer is afgekeurd voor bepaalde werkzaamheden. Dit percentage mag vervolgens in mindering worden gebracht op het loon van de Wajongwerknemer. Loondispensatie geldt voor de periode van maximaal vijf jaar.

Wat is verdringing op de arbeidsmarkt?

Verdringing is een term die af en toe wordt genoemd op de arbeidsmarkt. Als men het woord ‘verdringing’ letterlijk gaat omschrijven dan staat het woord voor: wegduwen of wegdrukken. Met verdringing op de arbeidsmarkt doelt met dus op het wegduwen of wegdrukken van arbeidskrachten. Dit maakt op zich nog niet veel duidelijk. Daarom wordt verdringing vaak in één adem genoemd met ‘oneerlijke concurrentie’ op de arbeidsmarkt. Dan begrijpt men vaak wel waar het om gaat. Namelijk dat bepaalde groepen op de arbeidsmarkt op een oneerlijke manier voorrang krijgen op andere werkzoekenden.

Verdringing op de arbeidsmarkt in verschillende vormen
Verdringing kan op verschillende manieren plaatsvinden op de arbeidsmarkt. Over het algemeen gaat het bij verdringing om bepaalde groepen werkzoekenden die doormiddel van subsidies of met behoud van uitkering aan de slag kunnen bij een potentiële werkgever. Doordat deze werkzoekenden voor de werkgever financieel aantrekkelijker zijn krijgen ze vaak voorrang op andere werkzoekenden. Een subsidie of andere kostenbesparing wordt echter niet voor niets verstrekt aan een bedrijf. De werknemer die te werk wordt gesteld moet aan een aantal criteria voldoen. Deze criteria hebben te maken met zijn of haar inzetbaarheid. Deze inzetbaarheid is de optelsom van de volgende factoren:

  • Afstand tot de arbeidsmarkt
  • Scholing
  • Leeftijd
  • Fysieke capaciteit
  • Mentale capaciteit

Als verwacht wordt dat iemand moeilijk aan betaald werk kan komen, zal daarvoor een rapportage worden opgesteld door de gemeente, het UWV of een andere instelling. Uit deze rapportage moet duidelijk naar voren komen dat de kandidaat zonder ondersteuning niet aan werk kan komen. Vaak worden voor deze (re-integratie) kandidaten speciale trajecten uitgestippeld. Die trajecten zijn meestal maatwerk en kunnen opleidingen bevatten en/of stages en werkervaringsplekken. Daarnaast wordt van mensen die geruime tijd in een uitkering positie zitten vaak ook een tegenprestatie verwacht in de vorm van vrijwilligerswerk met behoud van uitkering.

Stages werkervaringsplekken en tegenprestaties
Doordat aan stages, werkervaringsplekken en vrijwilligerswerk vrijwel geen kosten kleven voor werkgevers zijn ‘werknemers’ in deze trajecten zeer aantrekkelijk. Ze kunnen namelijk wel een bepaalde productie of prestatie leveren zonder dat het bedrijf daar financieel wat tegenover hoeft te stellen. Bedrijven die tijdelijk een piek hebben in een productie kunnen daar op verschillende manieren mee omgaan. Over het algemeen lenen ze flexkrachten in maar ze kunnen ook werknemers ‘met een afstand tot de arbeidsmarkt’ een werkervaring plek bieden. Als ze voor de laatste optie gaan kunnen ze dat doen vanuit moreel goede overwegingen maar de keuze kan ook gemaakt worden op basis van kostenbesparing en bedrijfseconomische overwegingen. Dit laatste is niet de bedoeling van de overheid die de subsidiemogelijkheden biedt en wordt misbruik van de wet en regelgeving genoemd.

Daarnaast is ook de inzet van vrijwilligers die werken met behoud van uitkering vaak discutabel. Door vrijwilligers in te zetten die op basis van een uitkering werken zorgen bedrijven er voor dat hun kosten worden gereduceerd. Voor de overheid nemen de kosten echter niet af omdat de kracht werkt met behoud van uitkering. De overheid wil daarom weten hoe lang de desbetreffende kracht in een uitkeringspositie blijft. Van bedrijven verlangd de overheid dat er een intentie is om de kracht in dienst te nemen na een bepaalde periode van proefplaatsing. Vrijwilligerswerk kan soms nog langer duren dan de 1 tot 2 maanden die gebruikelijk zijn voor een proefplaatsing.

Oneerlijke concurrentie en verdringing
Door subsidies en andere mogelijkheden om werknemers uit bepaalde doelgroepen aan het werk te helpen, kunnen vaak andere (reguliere) werkzoekenden hinder ondervinden bij het vinden van werk. Vooral laag opgeleide werkzoekenden merken hinder van werknemers die met speciale kostenbesparende trajecten aan het werk worden geholpen. De oneerlijke concurrentie zorgt er voor dat de maatregelen van de overheid juist averechts werken. Daarom probeert de overheid door controles en strenge regelgeving de oneerlijke concurrentie en verdringing tegen te gaan. Dit is in de praktijk minder eenvoudig dan het in de theorie lijkt.

Wat is een uitkering en wat wordt met een uitkeringsgerechtigde bedoelt?

Een uitkering is een bedrag dat iemand ontvangt als hij of zij aan bepaalde voorwaarden voldoet. De term uitkering wordt in Nederland meestal gebruikt als iemand een bepaald bedrag ontvangt van de overheid om ‘rond te kunnen komen’ of om een bepaalde schade te dekken. Het ontvangen van een uitkering is een recht, daarom wordt iemand die in aanmerking kan komen voor een uitkering ook wel een uitkeringsgerechtigde genoemd. De uitkeringsgerechtigde ontvangt de uitkering van een uitkeringsinstelling. De uitkering kan echter ook ontvangen worden vanuit een verzekeringsmaatschappij. Hieronder staan in het kort de verschillen.

Uitkering vanuit de overheid
Een uitkering kan een bedrag zijn dat eenmalig of meermalig wordt betaald namens de overheid in het kader van sociale zekerheid. Hierbij kan men denken aan een werkloosheidsuitkering of een bijstandsuitkering. Ook een arbeidsongeschiktheidsuitkering wordt door de overheid verstrekt al zullen werkgevers voor werknemers in eerste instantie een bepaalde periode (in 2014 was deze periode 2 jaar) de kosten moeten betalen. De uitkeringen worden in Nederland betaald door overheidsinstanties, gemeenten en het UWV. Deze afkorting staat voor Uitvoeringsinstituut Werknemersverzekeringen.

In België ontvangen werklozen een  werkloosheidsuitkering deze wordt uitbetaald door de Hulpkas voor Werkloosheidsuitkeringen (HVW). Het is echter ook mogelijk dat een uitkering voor ziekte wordt betaald uit een ziekenfonds waar de desbetreffende werknemer bij aangesloten is.

Uitkering vanuit een verzekeringsmaatschappij
Een verzekeringsmaatschappij kan ook een geldbedrag uitkeren aan personen of bedrijven. In dit geval wordt de uitkering van de verzekeraar gebruikt om een bepaalde schade te vergoeden. Ook kan er sprake zijn van een levensverzekeringskapitaal of een lijfrente-uitkering.

Periodieke uitkering
Er zijn verschillende soorten uitkeringen. Als men bijvoorbeeld een periodieke uitkering heeft dan wordt de uitkering in verschillende betalingsmomenten aan de uitkeringsgerechtigde betaald. Bij deze uitkeringen wordt één betaling ook wel een termijn genoemd. De uitkering wordt dus in termijnen betaald aan de uitkeringsgerechtigde.

Inkomensafhankelijke toeslag
Een inkomensafhankelijke toeslag is een benaming voor een uitkering die gekoppeld is aan de hoogte van iemand zijn of haar inkomen. Hierbij kan ook het gehele inkomen van een gezin of partners worden bekeken door de uitkeringsinstantie.

Welke werknemersverzekeringen zijn er in Nederland?

Werknemersverzekeringen zijn publiekrechtelijke verzekeringen voor werknemers en mensen die aan hen gelijk gesteld zijn. Deze verzekeringen zijn in Nederland opgelegd om er voor te zorgen dat werknemers een uitkering kunnen ontvangen wanneer er sprak is van arbeidsongeschiktheid of een andere vorm van onvrijwillige werkloosheid. De werknemersverzekeringen zijn in Nederland in de wet vastgelegd. Werknemersverzekeringen zijn een verplichting voor werknemers. Dit houdt in dat werknemers geen vrijwillige keuze hebben om wel of niet verzekerd te worden. Werknemers zijn in Nederland dus verplicht verzekerd via de werknemersverzekeringen. De werknemersverzekeringen horen bij de publiekrechtelijke verzekeringen deze verzekeringen worden ook wel sociale verzekeringen genoemd.

Werknemersverzekeringen in Nederland
In het Europese deel van Nederland, dus niet beslist in de overzeese gebieden, zijn een aantal werknemersverzekeringen verplicht. Dit zijn de volgende verzekeringen:

  • Werkloosheidswet deze wet wordt ook wel afgekort met WW. Deze wet zorgt er voor dat een voormalig werknemer bij onvrijwillige werkloosheid een uitkering kan ontvang. Deze uitkering zorgt voor een inkomensvoorziening.
  • Ziektewet, afgekort met ZW. De ZW is ingevoerd om een inkomensvoorziening te verschaffen wanneer een werknemer ziek raakt en daardoor ongeschikt is om arbeid te verrichten. Dit wordt ook wel arbeidsongeschiktheid genoemd. Doordat werkgevers nu (in 2015) twee jaar lang het loon dienen door te betalen bij ziekte is het bereik van de Ziektewet aanzienlijk verminderd.
  • Wet werk en inkomen naar arbeidsvermogen, afgekort met WIA.  De WIA is een wet die er voor zorgt dat langdurige arbeidsongeschikten een inkomensvoorziening hebben in geval men over geruime periode niet in staat is om te kunnen werken.
  • Wet op de arbeidsongeschiktheidsverzekering, afgekort met WAO. Deze wet is de voorloper van de bovengenoemde WIA. De WAO is van toepassing op werknemers die ten tijde van de invoering van de WIA een uitkering uit de WAO ontvingen.

Wat is deeltijd-WW precies en hoe vraag je dit aan?

De deeltijd-WW is de opvolger van de regeling werktijdverkorting. Een deeltijd-WW kan worden aangevraagd door bedrijven als ze onvoldoende opdrachten hebben om hun eigen personeel aan het werk te houden. Een werknemer met deeltijd-WW blijft officieel in dienst bij het bedrijf. Hij of zij zal echter minder uren bij het bedrijf werken dan in de arbeidsovereenkomst zijn vastgelegd. De contracturen van werknemers kunnen door een bedrijf tot maximaal vijftig procent worden verminderd door gebruik te maken van deeltijd-WW. Een werknemer krijgt de uren die hij bij het bedrijf aanwezig is gewoon in loon uitbetaald. De uren dat hij in deeltijd-WW zit krijgt hij van de WW.

Waarvoor wordt de deeltijd-WW gebruikt?
De deeltijd-WW is een regeling die bedacht is voor de economische crisis. De deeltijd-WW brengt minder verplichtingen met zich mee dan bij de reguliere WW het geval is. De regeling is een noodoplossing die door een bedrijf kan worden aangewend. Een bedrijf kan met de deeltijd-WW veel loonkosten besparen omdat de uren van de werknemer worden afgestemd op de projecten en opdrachten van het bedrijf.

Nadelen van de deeltijd-WW
Deeltijd-WW klinkt als de ideale oplossing voor bedrijven die het in de economische crisis moeilijk hebben. Toch is deeltijd-WW niet zo aanlokkelijk als deze regeling op het eerste oog lijkt. Misbruik van de deeltijd-WW wordt bestraft. Ook krijgen bedrijven een boete als medewerkers tijdens de deeltijd-WW alsnog worden ontslagen. Deze boete is ook van toepassing als een werknemer een paar weken na de deeltijd-WW wordt ontslagen. De medewerker moet na de periode van deeltijd-WW nog minimaal één derde deel van de totale periode van deeltijd-WW bij het bedrijf in dienst blijven. De minimale duur hiervan is drie maanden. Als hieraan niet wordt voldaan zal het bedrijf hiervoor een boete krijgen.

Daarnaast zal een bedrijf de kosten moeten betalen van medewerkers die geen WW-rechten hebben. Werknemers die in de deeltijd-WW zitten merken de gevolgen daarvan in de WW-rechten die ze hebben opgebouwd. Daarnaast worden over de gekorte uren geen extra WW-rechten opgebouwd. Een bedrijf hoeft echter niet voor deeltijd-WW te kiezen als het moeite heeft om het personeel aan het werk te houden. Er zijn namelijk ook andere oplossingen.

Voorwaarden voor deeltijd-WW
Er zijn verschillende voorwaarden gesteld aan het gebruik van deeltijd-WW. Onder personeel moet voldoende draagvlak zijn voor het gebruiken van deze regeling. Daarom moet de vertegenwoordiging van het personeel instemmen met het besluit over deeltijd-WW. Dit moet schriftelijk worden vastgelegd. Daarbij moet worden aangegeven hoe groot de omvang is van de deeltijd-WW. Ook andere afspraken over bijvoorbeeld scholing of detacheringsmogelijkheden dienen schriftelijk vast te worden gelegd. Met detacheringsmogelijkheden worden mogelijkheden bedoelt die het bedrijf kan benutten om haar eigen personeel bij andere bedrijven onder te brengen zodat ze aan het werk kunnen blijven.

Veel bedrijven in onder andere de techniek gaan samenwerkingsverbanden aan met andere bedrijven. Aan de periode van werktijdverkorting is een minimum duur verbonden. Deze minimale duur moet in ieder geval 26 weken zijn. Daarnaast moet de werktijd van de werknemer tenminste met 20 procent worden ingekort door de deeltijd-WW. Een werknemer moet ook daadwerkelijk de afgesproken periode hebben gewerkt. Uren die het bedrijf gebruikt voor deeltijd-WW mogen niet worden gebruikt om te werken. Als dit toch gebeurd wordt dat beschouwd als misbruik van de deeltijd-WW. Op dit misbruik staan sancties. Als er fraude wordt geconstateerd mag het bedrijf geen gebruik meer maken van de deeltijd-WW. Daarnaast moet het bedrijf de totale vergoeding van alle uitkeringen terugbetalen. Verder kan de deeltijd-WW niet worden gebruikt voor werknemers die een tijdelijk arbeidscontract hebben dat in de periode van de deeltijd-WW afloopt.

Hoe kun je deeltijd-WW aanvragen?
Bedrijven kunnen deeltijd-WW aanvragen bij het UWV. Bij de aanvraag moet een kopie worden verstrekt van de afspraken die zijn overeengekomen met de vertegenwoordigers van de medewerkers. Als bijlage dienen de scholingsafspraken per medewerker te worden aangegeven. Verder wenst het UWV een ‘werkgeversverklaring vergoeding WW’ van het bedrijf te ontvangen. Pas wanneer dit allemaal is gelukt zullen de medewerkers van het bedrijf de deeltijd-WW kunnen aanvragen. Deze wordt vervolgens door de werkgever verzonden.

Wat is een mobiliteitsbureau en wat is een mobiliteitscentrum?

De term mobiliteitscentrum wordt regelmatig gebruikt wanneer er ontslagen vallen bij grote bedrijven. Massaontslagen hebben grote gevolgen voor werknemers en de werkgelegenheid in een bepaalde regio. Het aanbod van werkzoekenden op de arbeidsmarkt wordt door faillissementen of het verdwijnen van banen aanzienlijk vergroot op de arbeidsmarkt. Er komen meer mensen beschikbaar en als daar niet binnen afzienbare tijd werk voor wordt gevonden zal het aantal mensen dat gebruik maakt van een uitkering stijgen. Dit zorgt er voor dat het UWV meer uitkeringen moet verstrekken.

Snel nieuw werk vinden
De overheid wil het aantal mensen in een uitkering zoveel mogelijk beperken. Daarom moet er alles aan gedaan worden om mensen uit de uitkering te houden. Het vinden van een passende baan voor ontslagen werknemers is daarbij de meest ideale oplossing. Hiervoor kan door een mobiliteitsbureau een mobiliteitscentrum worden opgericht. Dit gebeurd meestal in opdracht van een bedrijf waar werknemers worden ontslagen.

Sociaal plan
De afspraken en regelingen over het plaatsen van medewerkers bij andere bedrijven staan meestal in een sociaal plan. Een werkgever kan zelf proberen om de werknemers op de arbeidsmarkt een andere functie te laten vinden. Meestal is hiervoor expertise nodig die niet binnen het bedrijf aanwezig is. Daarom kan een bedrijf er voor kiezen om een mobiliteitsbureau in te zetten om de ontslagen medewerkers een andere baan te laten vinden buiten het bedrijf. Een mobiliteitsbureau kan een mobiliteitscentrum oprichten.

Mobiliteitsbureau
Een mobiliteitsbureau is een instantie die werknemers en bedrijven ondersteund bij ontslagprocedures. Verder biedt een mobiliteitsbureau ondersteuning aan bedrijven die werktijdverkortingen toepassen of gebruik willen maken van deeltijd-WW. Een mobiliteitsbureau wordt over het algemeen ingezet wanneer bedrijven problemen hebben met het aan het werk houden van hun eigen personeelsbestand.

Mobiliteitscentrum
Een mobiliteitscentrum is een ruimte die door een bedrijf of andere instantie beschikbaar wordt gesteld. Een bedrijf stelt een mobiliteitsbureau in om een mobiliteitscentrum in te richten. In deze ruimte kan de werknemer op zoek gaan naar vacatures via bijvoorbeeld internet, telefoon of andere middelen. De werknemer wordt tijdens deze zoektocht begeleid door het mobiliteitsbureau. Dit bureau heeft meestal een mobiliteitscentrum in een bedrijf ingericht op een wijze die bij het bedrijf en het personeel past.

Doelstelling van mobiliteitscentrum
De belangrijkste taak van het mobiliteitscentrum is het begeleiden van werknemers naar een andere baan. Hierbij werkt het mobiliteitscentrum samen met alle belanghebbende partijen. Uiteraard wordt rekening gehouden met de mogelijkheden van de personeelsleden die beschikbaar komen. Het opleidingsniveau, de werkervaring en de competenties van de werknemers worden goed in kaart gebracht zodat een passende functie voor de werknemers kan worden gevonden. De werknemer zal in eerste instantie zelf actief op zoek moeten gaan naar een andere baan. Het mobiliteitscentrum is daarbij een faciliteit die hij of zij kan gebruiken. Daarnaast zijn er meestal verschillende personen die ondersteuning kunnen bieden aan de werkzoekende. In veel gevallen zal de werkzoekende zelf contact moeten opnemen met deze dienstverleners.

Dienstverlening van een mobiliteitsbureau
Het inrichten van een mobiliteitscentrum is niet de enige taak van een mobiliteitsbureau. Een mobiliteitsbureau kan een zeer divers takenpakket hebben dat is afgestemd op de behoeften van het bedrijf en de personeelsleden die worden ontslagen. Een mobiliteitsbureau kan aan ontslagen werknemers verschillende testen aanbieden die de werknemers kunnen helpen bij hun oriëntatie op de arbeidsmarkt. Daarnaast kunnen trainingen worden geboden op het gebied van solliciteren. Dit kunnen bijvoorbeeld trainingen zijn op het gebied van het opstellen van een cv, het schrijven van een sollicitatiebrief en het voeren van sollicitatiegesprekken.

Daarnaast is het mogelijk voor de werkzoekenden om advies te krijgen over hun eigen loopbaanontwikkeling. Soms is bijscholing of omscholing noodzakelijk om de kans op werk te vergroten. Ook hierbij speelt een mobiliteitsbureau een belangrijke rol. Een mobiliteitsbureau weet door de samenwerkingsverbanden die dit bureau heeft met verschillende instanties goed waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt. Dit is informatie die belangrijk is bij een loopbaankeuze of opleidingsrichting.

Samenwerkingsverbanden
De in de eerste alinea hierboven maakt duidelijk dat er veel verschillende instanties belang hebben bij het zo snel mogelijk vinden van werk voor werknemers die door massaontslagen en faillissementen zonder werk zijn geraakt. Mobiliteitscentrums werken samen met verschillende partijen. Hierbij kan gedacht worden aan het UWV WERKbedrijf, gemeenten, bedrijven en verschillende andere publieke en private partijen.

Heb ik een sollicitatieplicht als ik een WW-uitkering of een bijstandsuitkering heb?

Iedereen die een WW-uitkering heeft in Nederland zal er alles aan moeten doen om uit de uitkeringspositie te komen. Uitkeringen vormen een grote kostenpost voor de overheid daarom wil de overheid zo weinig mogelijk mensen in een uitkeringspositie. De mensen die gebruik maken van een uitkering moeten daar van de overheid zo snel mogelijk uit.

WW-uitkering en de sollicitatieplicht
Mensen met een WW-uitkering hebben een sollicitatieplicht. Ze moeten verschillende sollicitatieactiviteiten ondernemen om zo snel mogelijk weer aan het werk te komen. Ze kunnen hierbij worden ondersteund door het UWV en een jobcoach. Desondanks is de persoon in de uitkering zelf verantwoordelijk voor het vinden van een baan. Hoe langer men in de WW zit hoe minder rekening wordt gehouden met de eisen van de werkzoekende. Uiteindelijk moet de persoon in de WW elk werk aannemen waarvoor hij of zij in aanmerking kan komen.

Bijstandsuitkering en de sollicitatieplicht
Ook mensen die een bijstandsuitkering hebben dienen te solliciteren. Men moet niet alleen zoeken naar werk dat naadloos aansluit op het cv en de loopbaanwensen. Ook werk dat minder goed aansluit bij je opleiding en je werkervaring dient te worden aangenomen als je in een uitkering zit. Mensen in de bijstand hebben sollicitatieplicht.

Vijftig plus en sollicitatieplicht
Werklozen die ouder zijn dan vijftig jaar hebben in Nederland net zo goed als jongere werkzoekenden een sollicitatieplicht. Voor deze groep werkzoekenden blijkt het soms lastig om weer werk te vinden. Daarom zijn er vanuit de gemeente meestal aanvullende trainingen en trajecten die door deze groep werklozen kunnen worden gevolgd.

Sollicitatieplicht en sollicitatieactiviteiten
Gedurende de periode dat iemand een uitkering ontvangt zal hij of zij zich op verschillende manieren moeten inzetten om werk te vinden. Allereerst dient de werkloze zich in te schrijven bij het UWV Werkbedrijf. Verder dient de werkloze verschillende sollicitatieactiviteiten te ondernemen. Een voorbeeld van een sollicitatieactiviteit is het inschrijven bij uitzendbureaus en detacheringsbureaus. Verder dienen mensen in een uitkering voortdurend nieuwe vacatures te zoeken op vacaturebanken, in kranten en andere media. Op deze vacatures dienen ze gericht te solliciteren.

Het is ook mogelijk dat het werk zoeken lastig verloopt. Er zijn verschillende trajecten die door het UWV en andere instanties in opdracht van de gemeente worden aangeboden aan werklozen die in een uitkering zitten. Deelnemen aan deze trajecten is meestal verplicht.

Wat is de beste sollicitatieactiviteit die je kunt uitvoeren voor je sollicitatieplicht?

Mensen die in Nederland een WW-uitkering hebben zijn verplicht om te voldoen aan de sollicitatieplicht. De overheid wil met de sollicitatieplicht er voor zorgen dat mensen er alles aan doen om uit de uitkeringspositie te komen. Dit houdt in dat mensen in de WW-uitkering activiteiten moeten ondernemen die de kans op het vinden van werk vergroten. Deze activiteiten worden ook wel sollicitatieactiviteiten genoemd. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten die men kan ondernemen om aan de sollicitatieplicht te voldoen.

Sollicitatieplicht
Doormiddel van de sollicitatieplicht is een werkloze die gebruik maakt van een WW-uitkering verplicht om te solliciteren. De overheid betaald jaarlijks zeer veel geld aan uitkeringsgerechtigden. Dit zorgt voor een grote kostenpost. Daarom wil de overheid zo weinig mogelijk mensen in een uitkering hebben. De overheid levert hiervoor inspanningen onder andere door het UWV en de inzet van verschillende reïntegratiebedrijven.

De overheid wil echter niet alle verantwoordelijkheid dragen voor het vinden van passend werk voor een werkloze in de uitkering. Mensen in een uitkering moeten niet een afwachtende houding aannemen maar moeten actief op zoek gaan naar passend werk. Helaas is niet iedereen die gebruik maakt van een uitkering even  gedreven om een baan te vinden. De onderlinge verschillen zijn groot. Daarom is de overheid genoodzaakt om een verplichting op te leggen. Deze verplichting is de sollicitatieplicht.

De sollicitatieplicht bestaat uit een aantal verschillende onderdelen. Zo moet een werkzoekende die gebruik maakt van een uitkering ten minste één keer per twee weken een vacaturebank bezoeken. Daar dient de werkzoekende passende vacatures te verzamelen. Deze vacatures moeten worden aangetoond bij het UWV. Vervolgens moet de werkzoekende hierop gericht solliciteren. Ook dit dient aangetoond te worden bij het UWV.

Het UWV kan echter zelf ook vacatures vinden voor de werkzoekende. De werkzoekende is verplicht om wat met deze tips van het UWV te doen. Dit houdt in dat de werkzoekende dient te solliciteren en deze sollicitatie moet aantonen bij het UWV.

Tot slot dient de werkzoekende per week een sollicitatieactiviteit uit te voeren. Er zijn verschillende sollicitatieactiviteiten. Belangrijk bij de beoordeling van sollicitatieactiviteiten is het doel van de activiteit. Het doel van de sollicitatieactiviteit dient op het vergroten van de kans op werk gericht te zijn.

Voorbeelden van sollicitatieactiviteiten voor het UWV
Er worden door het UWV verschillende sollicitatieactiviteiten geaccepteerd. Zo kan iemand zich inschrijven bij een detacheringsbureau of uitzendbureau. Daarnaast kan men deelnemen aan trainingen ten behoeve van sollicitatievaardigheden. Verder is het ook mogelijk om beroepskeuzetesten te doen of psychologische testen waardoor zelfinzicht kan worden verkregen en een duidelijk beeld ontstaat over de loopbaanmogelijkheden. Ook het schrijven van sollicitatiebrieven en het sturen van een sollicitatiemail kan worden beschouwd als een sollicitatieactiviteit. Het voeren van sollicitatiegesprekken en intakegesprekken zijn ook sollicitatieactiviteiten.

Wat is de beste sollicitatieactiviteit?
Er zijn veel verschillende sollicitatieactiviteiten. De vraag die dan aan de orde kan komen is: wat is de beste sollicitatieactiviteit? Het antwoord op deze vraag verschilt per werkzoekende toch is er een duidelijk stappenplan wat men kan hanteren om de kans op werk te vergroten. Immers de sollicitatieplicht moet niet als plicht worden beschouwd, men dient zelf voldoende gemotiveerd te zijn om werk te zoeken. Daarvoor zou een sollicitatieplicht als overbodig moeten worden geacht. Men dient alles in het werk te zetten om een geschikte baan te vinden. Daar komen uiteraard verschillende sollicitatieactiviteiten aan de orde.

Deze activiteiten kunnen het beste in een logische volgorde worden opgebouwd. De beste sollicitatieactiviteit is de sollicitatieactiviteit die op het juiste moment wordt uitgevoerd. Iemand die nog geen beeld van zijn of haar loopbaanmogelijkheden en loopbaanperspectieven heeft kan wel gaan solliciteren maar weet niet op welke functie of bij welk bedrijf. Dat is verspilde moeite. Het volgende globale stappenplan bevat verschillende sollicitatieactiviteiten die op logische wijze op elkaar aansluiten. Sommige activiteiten zijn voor ervaren werkzoekenden overbodig, toch zijn deze voor de volledigheid wel benoemd.

  1. Weet wie je bent en wat voor mogelijkheden je hebt op de arbeidsmarkt. Doormiddel van verschillende psychologische testen en beroepskeuzetesten kun je in kaart krijgen welke beroepen bij je passen.
  2. Stel een duidelijk cv op met daarin je werkervaring en opleidingsniveau. Laat dit cv door verschillende bedrijven en instanties voorzien van feedback en tips zodat een professioneel cv ontstaat. Indien nodig kun je bij de meeste UWV’s een training volgen voor het opstellen van een goed cv.
  3. Maak profielen aan op social media waarin je een duidelijk professioneel beeld van je zelf laat zien. Stel deze profielen zo op dat bedrijven geïnteresseerd raken en contact met je op kunnen nemen.
  4. Kijk op vacaturebanken, in kranten, in vakbladen en andere media naar vacatures die passen bij jouw profiel. Vraag indien nodig een adviseur die kan beoordelen of bepaalde vacatures en functiegroepen bij je passen.
  5. Solliciteer vervolgens gericht op de vacatures. Dit kan op verschillende manieren. Sommige bedrijven prefereren een sollicitatiebrief terwijl andere bedrijven liever reacties per mail ontvangen. Volg deze wensen van de bedrijven op. Laat indien nodig een sollicitatiebrief of sollicitatiemail lezen door een ervaren persoon. Als het schrijven van sollicitatiebrieven toch moeilijker is dan gedacht kan men in veel gevallen een aanvullende training volgen. Vraag bij het UWV om meer informatie.
  6. Als je wordt uitgenodigd voor een sollicitatiegesprek heb je een belangrijke stap gezet in de richting van een baan. Deze stap is voor sommige mensen best spannend. Een goede voorbereiding is daarom belangrijk. Dit kan door meer informatie in te winnen over het bedrijf. Deze informatie kan worden gevonden op internet maar ook in vakbladen. Vergeet niet om in je kenniskring te vragen of mensen ervaringen hebben met een bepaald bedrijf. Al deze informatie draagt bij aan je beeldvorming over een bedrijf. Deze beeldvorming is een belangrijke voorbereiding op een sollicitatiegesprek.  Als sollicitatiegesprekken toch lastig zijn omdat men niet goed weet hoe deze gesprekken in zijn werk gaan is het mogelijk om ook hiervoor aanvullende trainingen te volgen. Ook hierover heeft het UWV meer informatie.
  7. Wat de uitkomst van een sollicitatiegesprek ook is, jouw beeld vorming is belangrijk. Ook van een afwijzing kun je een hoop leren. Ga naar waarom je bent afgewezen en gebruik deze informatie voor de sollicitatiegesprekken die je in de toekomst hebt. Daarnaast is de informatie uit een sollicitatiegesprek belangrijk voor iemand zijn of haar beroepskeuze of keuze voor bepaalde bedrijven. Bij deze oriëntatie kunnen verschillende professionals ondersteuning bieden aan de sollicitant. Hierbij kan gedacht worden aan loopbaancoaches, jobcoaches, werkcoaches en loopbaanbegeleiders.

Sollicitatieactiviteiten hebben een bepaalde volgorde
De volgorde van sollicitatieactiviteiten is het belangrijkste voor een succesvolle zoektocht naar een baan. De verschillende stappen dienen zorgvuldig uitgevoerd te worden. Voorbereiding is van groot belang. Gelukkig sta je er niet alleen voor. De overheid en verschillende andere instanties zijn bereid om je te ondersteunen. De sollicitatieplicht is geen last maar is alleen bedoelt voor mensen die niet uit zichzelf bereid zijn om inspanningen te leveren voor hun sollicitatie. Bij deze groep moet jij niet willen horen. Je moet zelf de regie nemen over je loopbaan en de bedrijven benaderen waar je echt aan het werk wilt. Een gerichte sollicitatie met een passend cv en een sollicitatiebrief waar de motivatie vanaf straalt is voor veel bedrijven van doorslaggevend belang voor een verdere sollicitatieprocedure. Solliciteren is een uitdaging.

Wat is re-integratie en wat komt bij re-integratie aan de orde?

Re-integratie kan letterlijk worden vertaald met ‘weer laten functioneren’. Het woord re-integratie wordt vaak gebruikt op de arbeidsmarkt. Wanneer men in dit kader het woord re-integratie toepast bedoelt men dat een werknemer weer gaat functioneren op de arbeidsmarkt. Het woorddeel ‘re’ kan worden vertaald met ‘opnieuw’. Dit houdt in dat de werknemer of werkzoekende een periode heeft gehad waarin deze niet functioneerde op de arbeidsmarkt of in een bepaalde functie. De werknemer moet opnieuw functioneren op de arbeidsmarkt. Integratie houdt in het kader van de arbeidsmarkt in dat iemand integreert en opnieuw een onderdeel vormt van de arbeidsmarkt. Hieronder is in een aantal korte alinea’s informatie weergegeven over verschillende onderwerpen en aspecten die aan de orde kunnen komen tijdens re-integreren en het re-integratieproces.

Re-integreren bij werkgever
Het is ook mogelijk dat iemand na een periode van ziekte of arbeidsongeschiktheid re-integreert bij hetzelfde bedrijf waar hij of zij werkzaam was voor de ziekteperiode of arbeidsongeschiktheid. De terugkeer van een medewerker naar de werkplek wordt in dit geval ook re-integratie genoemd. Zowel het bedrijf als de werknemer hebben verplichtingen waaraan ze moeten voldoen om een re-integratietraject goed te laten verlopen. Beide partijen zijn verplicht om bepaalde inspanningen te verrichtten die het mogelijk maken dat de werknemer succesvol re-integreert in het arbeidsproces.

Jobcoach
De overheid wil dat zowel de werkgever als de werknemer zich aan deze verplichtingen houden. De werkgever kan in overleg met de werknemer die moet re-integreren besluiten om een jobcoach in te zetten. Deze jobcoach kan de werknemer begeleiden in het uitvoeren van de werkzaamheden op de werkplek. Daarnaast heeft een jobcoach ook ervaring met het inrichten van de werkplek zodat deze voldoet aan de eigenschappen van de werknemer die moet re-integreren. Een jobcoach kan daarbij in overleg treden met de werkgever en met verschillende medische instanties.

Re-integratie uit uitkeringspositie
Als een bedrijf niet in staat is om het re-integratietraject met de medewerker tot een succesvol einde te brengen bestaat de kans dat de medewerker uitstroomt en in een uitkeringspositie terecht komt. Dit wil de overheid zoveel mogelijk proberen te voorkomen. Wanneer iemand alsnog in een uitkeringspositie terecht komt houdt dat meestal niet in dat de periode van re-integratie voorbij is. De overheid maakt namelijk ook gebruik van re-integratiebedrijven om mensen uit een uitkeringspositie weer naar de arbeidsmarkt te begeleiden.

Re-integratiebedrijven
Hiervoor worden re-integratietrajecten aangeboden door verschillende re-integratiebedrijven. Bij deze bedrijven werken re-integratieconsulenten. Deze re-integratieconsulenten hebben veel kennis en ervaring om mensen te begeleiden naar de arbeidsmarkt. Hiervoor kunnen ze adviezen verstrekken aan hun cliënten, oftewel de uitkeringsgerechtigden die moeten re-integreren. Daarnaast kunnen ze verschillende trainingen aanbieden zoals een sollicitatietraining. Ook opleidingen kunnen worden aangeboden door re-integratiebedrijven aan hun cliënten. De doelstelling blijft hetzelfde de cliënt moet zo snel mogelijk re-integreren.

Werkloosheidswet veranderd?

Lodewijk Asscher (Sociale Zaken) wil de duur van de WW veranderen. In de periode tussen 2016 en 2019 wil hij de maximale periode waarop iemand aanspraak kan maken op deze uitkering verlagen van 38 maanden naar 24 maanden. Werkgevers en werknemers hebben onderling echter de mogelijkheid om de periode van de WW-uitkering langer te laten lopen. Dat kunnen ze dan vastleggen in de cao onderhandelingen en de daaruit voortkomende vastgestelde cao’s.