WAB zal arbeidsparticipatie verlagen in 2020

De arbeidsparticipatie gaat omlaag in 2020 door de invoering van de Wet Arbeidsmarkt in Balans. De arbeidsparticipatie is de deelname van de beroepsbevolking aan het arbeidsproces. Iemand participeert als hij of zij werk heeft op de arbeidsmarkt. De meeste mensen die de afgelopen tijd willen participeren aan het arbeidsproces hebben passend werk kunnen vinden. Er is echter een groep die moeilijk aan het werk kan komen. Dat kan verschillende oorzaken hebben. Over het algemeen is een passend cv een hele belangrijke factor om aan het werk te komen. Een cv moet aansluiten bij de functie-eisen die in de vacatures zijn genoteerd. Als dat niet het geval is zullen bedrijven liever wachten op sollicitanten met meer passende cv’s.

Mensen die in 2019 moeilijk aan het werk konden komen zullen in 2020 al helemaal moeilijk een passende functie vinden. Ook instroomtrajecten zullen in veel gevallen niet beschikbaar worden gesteld aan mensen met een afstand tot de arbeidsmarkt. De reden hiervoor is de Wet Arbeidsmarkt in Balans. Deze nieuwe mislukte wet is de opvolger van de andere mislukte wet de Wet Werk en Zekerheid. De overheid heeft niet van het verleden geleerd en ziet flexwerk nog steeds als een probleem. Dat is natuurlijk onjuist maar de overheid is hardleers.

Flexwerk is namelijk het ideale middel om kennis te maken met het arbeidsproces zonder dat hier meteen vaste dienstverbanden tegenover staan. De meeste bedrijven zullen niet direct vaste contracten aanbieden en al helemaal niet aan mensen die niet goed passen in het profiel dat ze zoeken. Flexwerk bood in die situaties een uitkomst. Dan had de werkzoekende een langere periode om zichzelf of haarzelf te bewijzen in een bepaalde functie. Door de Wet Arbeidsmarkt in Balans is flexwerk nog duurder geworden voor bedrijven. Het gevolg is dat bedrijven nog langer aarzelen om mensen aan te nemen met een afstand tot de arbeidsmarkt. In veel gevallen zullen bedrijven er voor kiezen om alleen kandidaten aan te nemen waarvan de slagingskans in de functie heel groot is. Het gevolg is dat de arbeidsparticipatie voor bepaalde groepen op de arbeidsmarkt nog verder weg is dan ooit.

Arbeidsparticipatie in 2017 nog niet op het niveau van 2008

De arbeidsparticipatie of arbeidsdeelname was vorig jaar in meeste Nederlandse regio’s nog niet zo groot als het niveau van voor de economische crisis. Dat wil zeggen dat in 2008 de arbeidsparticipatie in veel Nederlandse gebieden hoger lag dan in 2017.

Arbeidsparticipatie nog niet op topniveau
De Nederlandse economie is aan het herstellen. Dat zorgt er voor dat bedrijven het drukker krijgen en er meer vacatures open komen te staan. Dat is goed nieuws voor de arbeidsmarkt en de werkgelegenheid. Toch is de werkgelegenheid in Nederland niet dusdanig aan het toenemen dat de arbeidsparticipatie op het niveau van voor de crisis is gekomen. Volgens het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) kan de netto-arbeidsdeelname in 2017 uit op 66,7 procent. Dit bericht heeft het CBS vrijdag 16 februari 2018 bekend gemaakt. deze arbeidsparticipatie is nog steeds iets lager dan in 2008 toen een arbeidsdeelname van 67,9 procent werd bereikt. Die arbeidsdeelname in 2008 was echter wel het hoogste punt van de afgelopen decennia.

Berekening arbeidsparticipatie
De berekening van dit cijfer wordt door het CBS gedaan. Hiervoor wordt het aantal werkenden vergeleken met het totaal aantal personen in de leeftijd tussen de 15 en 75 jaar. Het landelijke dieptepunt in de arbeidsparticipatie werd overigens niet in de economische crisis bereikt. Dit dieptepunt was namelijk in 2004 toen bereikte de landelijke arbeidsparticipatie een historisch laag cijfer namelijk 64,9. Vanaf dat moment neemt de arbeidsdeelname weer toe.

Wat is het arbeidsproces?

Arbeidsproces is een algemeen woord waarmee alle handelingen worden bedoelt die onder arbeid vallen. Dit is een algemene omschrijving die heel logisch klinkt toch is het arbeidsproces minder eenvoudig als je op basis van de hiervoor genoemde omschrijving zou vermoeden. Binnen de term arbeidsproces staat het woord ‘arbeid’ centraal. Met arbeid doelt men op werk of werkzaamheden die een bepaald nut hebben voor de arbeider zelf, het bedrijf, de overheid of de maatschappij als geheel. Het uitvoeren van arbeid heeft in meer en mindere mate een bepaald nut en dat is belangrijk om in gedachten te houden als men kijkt naar het arbeidsproces.

Arbeidsproces in een context
De term arbeidsproces wordt in de praktijk in verschillende verbanden gebruikt. De context waarin het woord wordt gebruikt is daarom belangrijk. Men moet zowel het woord arbeidsproces begrijpen als het verband tussen dit woord en de omgeving waarin het gebruikt wordt. Een veel gebruikte uitdrukking is ‘deelname aan het arbeidsproces’. Deze uitdrukking wordt in de praktijk vaak benoemd in de re-integratie van werknemers in het arbeidsproces. Tijdens deze re-integratie leggen jobcoaches en andere loopbaanbegeleiders samen met hun cliënten de focus op het opnieuw betreden van de arbeidsmarkt en het opnieuw deelnemen aan het arbeidsproces. Men zou zich kunnen afvragen waarom deelname aan het arbeidsproces zo belangrijk is. Daarover gaat de volgende alinea.  

Deelname aan het arbeidsproces
Men kan de beroepsbevolking van een land op verschillende manieren indelen. Zo kan men de indeling maken tussen het deel van de beroepsbevolking dat deelneemt aan het arbeidsproces en het gedeelte dat niet deelneemt aan het arbeidsproces. Het gedeelte van de beroepsbevolking dat (nog) niet deelneemt aan het arbeidsproces kan om verschillende redenen nog niet aan het werk. Dit kan wegens het volgen van een fulltime opleiding zijn of vanwege fysieke of mentale beperkingen. Daarnaast is het mogelijk dat er voor een deel van deze mensen geen werk beschikbaar is omdat de opleidingen en werkervaring niet aansluiten bij hetgeen waar de arbeidsmarkt in haar vacatures om vraagt.

De overheid vindt het belangrijk dat een zo groot mogelijke groep van de beroepsbevolking deelneemt aan het arbeidsproces. De mensen die daar aan deelnemen voeren werkzaamheden uit voor bedrijven of overheden. Ze hebben vanuit dat perspectief een bepaald ‘nut’ voor de overheid en maatschappij. Daarnaast zorgt betaald werk er ook voor dat er (meestal) loonheffingen en loonbelasting wordt betaald. Dit is voor de overheid een belangrijke inkomstenbron. Geen wonder dat de overheid wil dat zoveel mogelijk mensen deelnemen aan het arbeidsproces. Dit wordt ook wel arbeidsparticipatie genoemd.

Wat is arbeidsparticipatie?
Arbeidsparticipatie is het participeren aan het arbeidsproces. Dit kan men ook wel omschrijven als het hebben van (betaald) werk. Arbeidsparticipatie is een belangrijk begrip geworden in de politiek en samenleving. De arbeidsparticipatie is namelijk niet alleen van belang voor de overheid maar ook voor mensen zelf. In de vorige alinea werden al een aantal belangrijke aspecten benoemd die het voor de overheid noodzakelijk maken dat zoveel mogelijk mensen aan het arbeidsproces participeren. Voor de werknemer of werkzoekenden is de arbeidsparticipatie echter ook van belang. Veel mensen willen namelijk een bepaald nut hebben in de maatschappij en zogezegd: ‘een steentje bijdragen aan het geheel’. Door te participeren in het arbeidsproces kunnen mensen daadwerkelijk een bepaalde rol spelen in het geheel en meestal in hun eigen inkomen voorzien. Ze hoeven daardoor niet: ‘hun hand op te houden’. Dat laatste vinden veel mensen toch een vorm van gezichtsverlies en daar moet door de overheid en door verschillenden instanties die bij de re-integratie van werknemers betrokken zijn zorgvuldig mee worden omgesprongen. Veel mensen willen deelnemen aan het arbeidsproces maar kunnen het (nog) niet. Deelname aan het arbeidsproces is daardoor niet altijd een keuze, soms is het helemaal niet mogelijk voor een persoon om aan het arbeidsproces deel te nemen. Dat kan voor psychische problemen zorgen omdat men zich nutteloos en schuldig kan voelen als men zonder werk zit terwijl bijna iedereen in de omgeving werk heeft.

Het arbeidsproces als sociaal aspect
Het niet deelnemen aan het arbeidsproces kan er voor zorgen dat mensen in een soort sociaal isolement belanden. Het arbeidsproces is namelijk een systeem waarbij sociale contacten tijdens het uitvoeren van het werk ontstaan. Men levert een bijdrage aan het behalen van de doelen van een organisatie en krijgt daarbij naast eigenwaarde ook dikwijls ondersteuning van collega’s. Dit zal in veel gevallen voor een soort teamverband of teamspirit zorgen. Dit teamverband kan voor werknemers een belangrijke toegevoegde waarde zijn en een motivatiefactor vormen om aan het werk te gaan hoewel de werkzaamheden tegen kunnen vallen. Deelname aan het arbeidsproces is door al deze factoren van belang voor zowel de werknemer, de overheid en organisaties. Dit maakt dat het arbeidsproces een belangrijk onderdeel vormt van de maatschappij.  

Wat is het LeerWerkLoket?

Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband in geheel Nederland tussen het UWV (uitvoeringsinstituut werknemersverzekeringen), SBB (stichting beroepsonderwijs bedrijfsleven), scholen, werkgevers, kenniscentra en gemeenten. Het LeerWerkLoket is ontstaan in 2009 en beschikt tegenwoordig over 30 vestigingen die verspreid over heel Nederland ieder hun eigen regio bedienen. Het LeerWerkLoket wordt vanuit de overheid gefinancierd door het ministerie van Sociale Zaken & Werkgelegenheid (SZW) en partners uit de regio. Deze tekst is geschreven door Tjerk van der Meij tijdens zijn stage HRM die hij heeft uitgevoerd bij Unique Technicum uitzendbureau.

Doel van LeerWerkLoket
Het doel van het LeerWerkLoket is werkzoekenden aan het werk te helpen en aan het werk te houden. Het loket is dus niet alleen gericht op het aan het werk helpen van werkzoekenden maar ook op het aan het werk houden van de werkzoenenden in hun nieuwe baan. Door een visie naar de toekomst proberen de samenwerkende organisaties een strakke aansluiting tussen onderwijs en arbeid te vormen. Het LeerWerkLoket houdt zich voornamelijk bezig met 3 aspecten:

  • Werkend leren
  • Loopbaanadvies
  • Gebruik van Ervaringscertificaten (EVC)

Deze aspecten zijn allemaal gericht op de loopbaanontwikkeling van werkzoekenden. Het stopt namelijk niet bij het vinden van een baan. Het vinden van een baan is meestal een vertrekpunt. Vanaf dat punt zal een werkzoekende een werknemer of werkneemster worden en een bijdrage moeten leveren aan het bedrijf. Daarbij is een voortdurende ontwikkeling van belang voor zowel het bedrijf als de werknemer. De werknemer kan zijn werkervaring en competenties voor een deel verzilveren in Ervaringscertificaten die ook wel afgekort worden EVC. Sommige werkzoekenden hebben loopbaanadvies nodig. Zij worden ondersteund als ze hun loopbaan een andere wending moeten geven of willen geven.

Doelgroep
De doelgroep van het LeerWerkLoket is uiteraard de werkzoekende, maar ook de werkgever. Wanneer je werkzoekende bent kun je het LeerWerkLoket gaan bezoek of je online inschrijven. Vervolgens gaat het LeerWerkLoket aan de slag om een passende vacature voor je zoeken met een bijpassend opleidingstraject. Werkgevers hebben de mogelijkheid om zich in te schrijven bij het LeerWerkLoket om deel uit te maken van het netwerk van organisaties. Op die manier worden via het LeerWerkLoket de werkzoekenden en de werkgevers bij elkaar gebracht.

Werknemers
Werkzoekenden kunnen zich in laten schrijven bij het LeerWerkLoket om in aanmerking te komen voor een leer/werk traject. Werknemers worden hoofdzakelijk geholpen vanuit de gemeente door middel van:

  • Startersbeurs
  • Loonkosten subsidie
  • Begeleiding
  • Proefplaatsing
  • Participatieplaats

Deze verschillende punten zijn hieronder in verschillende alinea’s nader omschreven.

Startersbeurs
De startersbeurs biedt de werkgevers de kans om jongeren (in de leeftijd 18 t/m 26 jaar) in dienst te nemen voor geringe kosten. De startersbeurs is van kracht gedurende de eerst 6 maanden van het dienstverband. Zo kan de startende werknemer zich oriënteren op de arbeidsmarkt en aan zijn of haar kwaliteiten werken. De werknemer krijgt hiervoor een vergoeding van minimaal 500 euro per maand. Werknemers in dit traject kunnen naast de 500 euro ook 100 euro per maand opsparen voor een opleiding. De startersbeurs is niet bij alle gemeenten van toepassing.

Loonkostensubsidie
Werkgevers worden gecompenseerd vanuit de gemeente middels de loonkostensubsidie. Dit is een subsidie die wordt verstrekt om de lonen te verhogen voor werknemers die niet met een fulltime baan op het minimumloon zitten. Met andere woorden de lonen worden opgehoogd naar minimum loon door de gemeente.

Begeleiding
De gemeente verstrekt aan de werknemer begeleiding op het gebied van re-integratie. De werknemer wordt op deze wijze begeleidt door een jobcoach. 

Proefplaatsing
Een proefplaatsing kan ingezet worden als de werknemer aan de slag gaat bij een organisatie en er gegronde redenen zijn om een proefplaatsing in te zetten. De werknemer kan bijvoorbeeld een lange afstand hebben tot de arbeidsmarkt of de werkzaamheden kunnen voor hem of haar dusdanig onbekend zijn dat een bedrijf van te voren niet met zekerheid kan zeggen dat de nieuwe werknemer de werkzaamheden naar behoren kan uitvoeren. In overleg met de gemeente kan dan een proefplaatsing worden aangegaan. Tijdens een proefplaatsing kan de werknemer maximaal de eerste 2 maanden dat de hij of zij werkzaam is bij een bedrijf nog steeds aanspraak op een uitkering. Ook hoeft de werkgever in de proefplaatsing van 2 maanden geen loon te betalen. De overheid controleert echter wel of er geen misbruik van de proefplaatsing wordt gemaakt door de werkgevers.

Participatieplaats
De gemeente biedt een participatieplaats voor WW-gerechtigden, door ze meer kansen te bieden doormiddel van een 2-jarig traject van onbetaalde arbeid om kennis en ervaring op te doen. Hierdoor leren de werknemers op een participatieplaats nieuwe vaardigheden aan.

Werkgevers
Een werkgever krijgt toegang tot allerlei voordelen wanneer hij besluit zich aan te sluiten bij het LeerWerkLoket om werken & leren trajecten te stimuleren bij de organisaties. Een aantal voordelen ondervindt de werkgever in de belastingen. Als een werkgever een leer/werk-traject aan een werkzoekende verschaft kan hij aanspraak maken op het volgende:

  • Mobiliteitsbonus
  • Subsidies voor praktijkleren
  • Subsidies voor taalscholing
  • Lage-inkomstenvoordeel

Al deze verschillende aspecten worden meestal niet in elke situatie verstrekt. Er moet aan bepaalde voorwaarden worden voldaan voordat de werkgever deze subsidies en bonussen ontvangt. Hieronder zijn de verschillende subsidies en bonussen nader omschreven.

Mobiliteitsbonus
Wanneer de werkgever in aanmerking komt voor de mobiliteitsbonus krijgt de desbetreffende werkgever korting op de premies wanneer hij iemand werkzaam heeft die 56 of ouder is. Daardoor vallen de kosten voor het in dienst nemen en in dienst houden van oudere werknemers lager uit.

Subsidies voor praktijkleren
De subsidies voor praktijkleren zijn van kracht wanneer de werkgever praktijkbegeleiding verstrekt aan de werknemers binnen het leer/werk-traject. De werkgever moet namelijk inspanning verrichten om de werknemer in de praktijk een bepaald vak of bepaalde technieken te leren.

Subsidies voor taalscholing
Ook kan de werkgever aanspraak maken op subsidies voor taalscholing wanneer hij taallessen verstrekt binnen zijn organisatie. Deze taallessen kunnen er voor zorgen dat de werknemer ook in de toekomst makkelijker een baan kan vinden of langer zijn of haar baan kan behouden.

Lage-inkomstenvoordeel
Het lage-inkomensvoordeel is een tegemoetkoming voor werkgevers om arbeidsparticipatie te stimuleren binnen de lage klassen van de maatschappij.

Regelingen vanuit het UWV
Voor de werkgevers gelden nog een aantal regelingen van het UWV die het aannemen van personeel bij de werkgever stimuleren. De volgende 4 regelingen zijn getroffen vanuit het UWV:

  • Proefplaatsing (als hiervoor besproken)
  • No riskpolis
  • Protocol scholing
  • Brug-WW

De proefplaatsing is een aantal alinea’s terug al besproken. Daarom is hieronder alleen informatie weergegeven over de overige drie mogelijkheden die werkgevers vanuit het UWV kunnen aanspreken.

No riskpolis
De no riskpolis is van toepassing wanneer een zieke, of gehandicapte werknemer in dienst treedt. Als een werkgever een zieke werknemer aanneemt die in de ziektewet zit, zal het UWV het loon grotendeels betalen. 

Protocol scholing
Een deel van de Nederlandse beroepsbevolking heeft om een groot aantal redenen een afstand tot de arbeidsmarkt. Het UWV maakt het mogelijk voor deze werkzoekenden om de arbeidsmarkt dichterbij te krijgen doormiddel van het protocol scholing. Het UWV voert van uit het protocol school re-integratie werkzaamheden uit om dit deel van de beroepsbevolking op de arbeidsmarkt te helpen.

Brug-WW
Tot slot kennen we de brug-WW. Dit biedt werknemers die zich laten omscholen een mogelijkheid om hun WW-uitkering te kunnen behouden. Zij behouden gedurende twee maanden nog hun WW.

Slotwoord over LeerWerkLoket
Het LeerWerkLoket is een samenwerkingsverband tussen verschillende instanties op de arbeidsmarkt, de overheid en het bedrijfsleven. De doelstelling van dit loket is dat werkzoekenden aan het werk worden geholpen en aan het werk worden gehouden. Daarvoor zijn veel verschillende mogelijkheden bedacht. Deze mogelijkheden kunnen echter veranderen omdat de arbeidsmarkt verandert en de wet en regelgeving ook regelmatig wijzigt. De informatie in deze tekst is gepubliceerd in het eerste kwartaal van 2017. Hou er rekening dat wijzigingen na die datum niet in deze tekst zijn geïmplementeerd.

Wat is arbeidsparticipatie?

Arbeidsparticipatie is een woord dat wordt gebruikt om aan te geven welk deel van een bevolking actief deel neemt aan het arbeidsproces. Men zou ook kunnen zeggen dat de arbeidsparticipatie het werkende deel van een bepaalde bevolking is. Meestal geeft men bij het bepalen van de arbeidsparticipatie bepaalde kaders aan. Dit kunnen bijvoorbeeld leeftijdscategorieën zijn maar ook bepaalde regio’s. Als men het heeft over arbeidsparticipatie heeft men het ook vaak over de bruto arbeidsparticipatie en de netto arbeidsparticipatie. Deze termen zijn hieronder van een uitleg voorzien.

Bruto arbeidsparticipatie
Met de bruto arbeidsparticipatie doelt men op het deel van een bevolking dat tot de beroepsbevolking hoort. Deze mensen worden ook wel de beroepsgeschikte bevolking genoemd. Ook hierbij heeft men het over leeftijden. Dit zijn in Nederland mensen in de leeftijdscategorie van 15 tot 65 jaar die reeds in bezit zijn van een betaalde baan van minimaal 12 uur per week. Ook de personen binnen deze leeftijdsgroep die op zoek zijn naar een betaalde baan voor minimaal 12 uur per week worden tot de bruto arbeidsparticipatie gerekend. De werklozen die werk zoeken worden dus meegerekend bij de bruto arbeidsparticipatie.

Netto arbeidsparticipatie
De netto arbeidsparticipatie is het deel van de beroepsgeschikte bevolking dat ook daadwerkelijk betaald werk heeft en dus daadwerkelijk aan het arbeidsproces deelneemt. Bij de netto arbeidsparticipatie rekent men de werklozen niet mee. Daarom is het percentage van de bruto arbeidsparticipatie hoger dan het percentage van de netto arbeidsparticipatie dat is berekend over een bepaalde bevolkingsgroep, land of regio.

Hoge arbeidsparticipatie is gewenst
De meeste politieke partijen wensen een hoge arbeidsparticipatie omdat daardoor meer inkomstenbelasting binnenkomt. Hoe meer mensen werken hoe beter het is voor de ‘schatkist’ van de overheid. Ook kost een hoge werkloosheid veel geld. Een grote groep werklozen krijgen namelijk een WW-uitkering en dat kost de overheid geld.  Daarnaast is een hoge arbeidsparticipatie belangrijk om de kosten voor de vergrijzing te betalen.

Wat beïnvloed de arbeidsparticipatie?
Er zijn verschillende factoren die invloed hebben op de arbeidsparticipatie van een bepaalde bevolking. Een factor is bijvoorbeeld de studieduur. Mensen die lang studeren stromen later uit op de arbeidsmarkt. Ook de pensioenleeftijd en de leeftijd waarop men met de VUT kan gaan spelen een rol. Dit is de leeftijd waarop men aanspraak kan maken op pensioen of een VUT regeling  en dus kan uitstromen van de arbeidsmarkt. Verder is ook de arbeidsongeschiktheid een factor. In een populatie met veel arbeidsongeschikten zullen ook veel mensen niet geschikt zijn om arbeid te kunnen uitvoeren. Dit zijn in feite arbeidsongeschikten. Deze dient men in mindering te brengen op de beroepsbevolking en beroepsgeschikte bevolking .