Wat is EVC en heeft een EVC-traject nut?

EVC is een afkorting die staat voor Erkenning van Verworven Competenties daarnaast wordt deze afkorting ook wel vertaald met Elders Verworven Competenties en Eerder Verworven Competenties. Doormiddel van EVC of een EVC-traject kan men de kennis en vaardigheden die iemand heeft opgedaan in zijn of haar werk en vrije tijd trachten te erkennen. Door deze erkenning kan de desbetreffende persoon aan zijn of haar (potentiële) werkgever laten zien over welk functieniveau en opleidingsniveau hij of zij beschikt. Dit is belangrijk voor het eventueel doorstromen naar een andere functie en promotie.

EVC en opleidingen
Ook voor het volgen van een opleiding kan een EVC nuttig zijn. Doormiddel van een EVC wordt namelijk het kennisniveau van de persoon in kaart gebracht. Voor een eventuele vervolgopleiding is het in kaart brengen van iemand zijn of haar kennis van groot belang. Op basis van een EVC-traject kan een persoon een verzoek indienen voor een vrijstelling van bepaalde deelvakken en modules van een opleiding die hij of zij wil gaan volgen.

Hoe wordt een EVC-traject uitgevoerd?
Een EVC-traject wordt uitgevoerd doormiddel van een onderzoek. Tijdens dit onderzoek worden de competenties in kaart gebracht die de persoon heeft ontwikkeld tijdens zijn of haar werkervaring. Ook wordt in een EVC-traject  gekeken naar de competenties die zijn opgedaan in opleidingen buiten het reguliere onderwijs. Nadat de competenties in kaart zijn gebracht worden deze vergeleken met de competenties die benodigd zijn voor het ontvangen van een diploma van een beroepsopleiding. Daarnaast worden de competenties ook gebruikt voor het verlenen van vrijstellingen voor modules en andere delen van een beroepsopleiding.

Wat is het resultaat van een EVC-traject?
Een EVC-traject verschaft aan de persoon en zijn of haar werkgever duidelijkheid over de competenties waarover de persoon beschikt. De resultaten van een EVC-traject worden genoteerd in een document. Dit document is het ervaringscertificaat en wordt opgesteld door dezelfde onpartijdige organisatie die het EVC-traject heeft uitgevoerd. Dit ervaringscertificaat wordt vergeleken met de kwalificatiedossiers die aan opleidingen gekoppeld zijn. De kwalificatiedossiers geven weer aan welke eisen een deelnemer van de opleiding moet voldoen. Een ervaringscertificaat vormt net als diploma’s een belangrijk bewijsdocument van de kwaliteiten van een bepaald persoon.

Voordelen van een EVC-traject
Het uitvoeren van een EVC-traject heeft een aantal belangrijke voordelen. Allereerst is een EVC-traject vooral gunstig voor de werknemer. De werknemer kan doormiddel van EVC een goed beeld krijgen van zijn of haar vaardigheden en competenties. Dit duidelijke inzicht kan er voor zorgen dat de werknemer zichzelf of haarzelf beter kan positioneren op de arbeidsmarkt. Een EVC-traject heeft alleen nut als de werknemer zichzelf verder wil ontwikkelen op het gebied waar hij of zij werkervaring heeft opgedaan.

Voor werkgevers zijn EVC-trajecten ook nuttig omdat zij doormiddel van deze trajecten een beter inzicht krijgen in het personeel dat binnen hun bedrijf werkzaam is. Een EVC-traject kan er voor zorgen dat personeel misschien breder ingezet kan worden en dat de kwaliteiten voor personeelsleden optimaler kunnen worden benut.

Wat is middelbaar beroepsonderwijs (mbo)?

Het middelbaar beroepsonderwijs (mbo) is een onderwijsvorm in Nederland. Met de benaming ‘beroepsonderwijs’ wordt duidelijk gemaakt dat een mbo er op gericht is om leerlingen op te leiden voor de uitoefening van een bepaald beroep. Mbo-opleidingen worden in Nederland vooral gegeven op Regionale Opleidingencentra (roc). Dit is het geval met de mbo-opleidingen die gericht zijn op de techniek, bouw, sociale beroepen, zorg en economische beroepen. Deze mbo-opleidingen vallen onder het ministerie van Onderwijs, Cultuur en Wetenschap.

Agrarische Opleidingscentra
Er zijn ook zogenoemde ‘groene opleidingen’ die gericht zijn op tuinbouw, bosbouw, akkerbouw/ landbouw en dierhouderij. Deze ‘groene opleidingen’ worden gegeven op Agrarische Opleidingscentra (aoc). Deze groene opleidingen vallen onder het ministerie van Economische Zaken.

Vakinstellingen
Verder zijn er in Nederland vakinstellingen die ook mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Deze vakinstellingen bieden opleidingen in één specialistische branche. Hierbij kan gedacht worden aan bijvoorbeeld opleidingen gericht op grafische vormgeving aan het Grafisch Lyceum. Verder is er een Hout- en Meubileringscollege met specialistische opleidingen.

Particuliere opleidingsinstituten
In Nederland zijn er ook bijzonder instellingen die aan particulieren opleidingen bieden. Een aantal van deze bieden geaccrediteerde mbo-opleidingen. Leerlingen die een geaccrediteerde mbo-opleiding hebben behaald krijgen een erkend diploma. De particuliere opleidingsinstituten bieden vaak zeer specialistische opleidingen aan die gericht zijn op een bepaalde branche zoals kappersopleidingen en opleidingen die gericht zijn op uiterlijke verzorging zoals de opleidingen op particuliere schoonheidsinstituten.

Verschillende niveaus van mbo-opleidingen
Leerlingen kunnen een mbo-opleiding op verschillende niveaus volgen. De niveaus van mbo lopen van niveau 1 tot 4, waarbij niveau 1 het laagste niveau is en niveau 4 het hoogste niveau. Hieronder staat en korte uitleg over de niveaus:

  • niveau 1: dit opleidingsniveau leidt een kandidaat op tot assistent beroepsbeoefenaar. Dit niveau biedt geen startkwalificatie.
  • niveau 2: is een opleidingsniveau tot medewerker of basisberoepsbeoefenaar.
  • niveau 3: met dit opleidingsniveau is een leerling opgeleid tot zelfstandig medewerker of zelfstandig beroepsbeoefenaar. Dit wordt ook wel een vakopleiding genoemd.
  • niveau 4: is het hoogste mbo-niveau, leerlingen met dit opleidingsniveau zijn opgeleid tot middenkaderfunctionaris of gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot een hbo-opleiding.

Bol en bbl mbo-opleidingen
Mbo opleidingen worden in Nederland in twee vormen gegeven. Het verschil in deze twee vormen zit in de verdeling tussen theorie en praktijk. De twee vormen mbo zijn als volgt:

  • De beroepsbegeleidende leerweg (bbl). In deze variant van mbo doet de mbo-leerling ‘werken en leren’. De leerling dient voor een bbl-plek een dienstverband van minimaal 24 uur bij een relevant bedrijf te hebben. Een relevant bedrijf is een bedrijf waarin de bbl-er werkzaamheden kan uitvoeren die verband houden met zijn of haar opleidingsrichting. Per week gaat de bbl-er één dag naar school. In het verleden werd dit systeem ook wel vakschool of streekschool genoemd. Ook de naam leerlingstelsel was in gebruik.
  • De beroepsopleidende leerweg (bol) is de tweede variant van mbo-opleidingen. Bol-leerlingen gaan vier of vijf dagen per week naar school. De leerling heeft geen vast dienstverband bij een bedrijf en is gedurende de opleiding meer op school dan in de praktijk aan de slag. Om toch een goed beeld te krijgen van de praktijk volgt de medewerker een stage. Deze stage wordt ook wel de beroepspraktijkvorming genoemd en moet verplicht worden gevolgd en afgerond door de leerling. Een leerling die een bol-opleiding volgt krijgt gedurende de opleiding minimaal 850 klokuren les en begeleiding.

Toetsing en examens
In tegenstelling tot het voortgezet onderwijs kent het mbo geen centraal examen behalve voor de vakken Rekenen en Nederlands. De inhoud van de mbo-opleidingen is landelijk in eindtermen en competenties vastgelegd. Ieder mbo-opleidingsinstelling bepaald echter zelf hoe de examens worden afgelegd. Hierbij kan gebruik worden gemaakt van zelf ontwikkelde toetsen en examens van landelijke organisaties. Uiteraard is het belangrijk dat het afstudeerniveau van mbo-opleidingen gewaarborgd blijft. Daarom houdt de Onderwijsinspectie toezicht op de examinering en de onderwijsprogrammering.

Toelatingseisen voor mbo
De toelatingseisen voor het mbo zijn afhankelijk van de vier verschillende niveaus waarin mbo-opleidingen worden ingedeeld. De toelatingseisen zijn als volgt:

  • voor mbo niveau 1 is er geen instoomdrempel. Op dit niveau kan in principe iedereen instromen.
  • voor mbo niveau 2 is er wel een instroomdrempel. Leerlingen die op dit niveau willen instromen moeten minimaal in bezit zijn van een vmbo-diploma Basisberoepsgerichte leerweg. In een aantal gevallen is er sprake van een drempelloze instroom voor niveau 2. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn wanneer er geen verwante niveau 1 verbonden is aan de opleiding. De leerling dient dan in ieder geval minimaal 16 jaar oud te zijn. De drempelloze instroom kan echter worden afgeschaft zodra het wetsvoorstel Entree-opleidingen wordt aangenomen.
  • voor mbo niveau 3 en 4 is ten minste een vmbo-diploma Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg nodig om aan de instroomdrempel te voldoen. Of een leerling moet beschikken over een overgangsbewijs van havo/vwo 3 naar havo/vwo 4 nodig.

Als een leerling in bezit is van een havo-diploma of vwo-diploma kan hij of zij meestal aan een versneld opleidingstraject op mbo deelnemen.