Meer aandacht voor opleidingen in de techniek in 2019

Dit jaar wordt er veel meer aandacht besteed aan opleidingen in de techniek. Tijdens de economische crisis werd er nauwelijks geïnvesteerd in opleidingen voor technische beroepen. In de periode 2009 tot en met 2014 werden veel mensen met een technisch beroep ontslagen. Daarom was er minder interesse in een loopbaan in de techniek en hebben minder mensen in die periode een technische opleiding gevolgd.

Vraag naar technisch personeel
Na 2014 veranderde de arbeidsmarkt en werd er ook meer verkocht, gebouwd en gerepareerd. Technisch personeel was gewild op de arbeidsmarkt en het vacatureaanbod voor technisch personeel nam toe. Het vacatureaanbod werd steeds groter en in 2018 ontstond voor het eerst sinds de economische crisis een groot tekort aan technisch personeel. Er is sindsdien een tekort aan installatiemonteurs, elektromonteurs, lassers, samenstellers en constructiebankwerkers. Ook aan onderhoudsmonteurs en servicemonteurs is een groot gebrek op de arbeidsmarkt van Nederland.

Nieuwe instroom
Het gevolg is dat er nieuw technisch personeel beschikbaar moet komen. Omdat technisch werk voor een groot deel draait om kennis worden steeds meer opleidingen aangeboden en gevolgd in de techniek. Bedrijven hebben meer aandacht voor technische profielen en komen er achter dat technisch personeel kritischer wordt nu er meer mogelijkheden zijn voor mensen met een technische achtergrond. Bedrijven doen meer om technisch personeel aan hun te ‘binden’. Het aanbieden van opleidingen is daar één aspect van. Door opleidingen aan te bieden kan het interne personeel worden ontwikkeld en kan het personeel ook gemotiveerd worden en blijven.

Opleidingen
Ook instromers krijgen tegenwoordig steeds vaker een opleiding. Hierbij kun je denken aan inwerktrajecten en complete BBL opleidingen. Al deze opleidingen zorgen er voor dat technische scholen het drukker krijgen. Daarnaast wordt het kennisniveau van technisch personeel vergroot. De meerwaarde van technische krachten wordt ook groter en dat is ook gunstig voor de bedrijven die de opleidingen aanbieden. Ook uitzendbureaus bieden steeds meer technische opleidingen aan en bemiddelen zelfs op dit gebied.

Meer weten? Klik op de knop ‘BBL Technicum’ in de menubalk voor meer informatie over technische BBL opleidingen.

Vier tips zodat een opleiding wél in je agenda past

Dit gastblog is afkomstig van auteur: Rudy Schijf die werkzaam is als studieadviseur bij ROVC

Het liefst volgt de gemiddelde technicus waarschijnlijk zijn cursus of opleiding onder werktijd. Helaas zit dat er niet altijd in. Om toch nieuwe vaardigheden onder de knie te krijgen, is een avondcursus een goede oplossing. Maar hoe past een opleiding in een drukke agenda? Hoe houd je tijd om bijvoorbeeld zondag bij de voetbalwedstrijd van je kinderen aanwezig te zijn? Om de balans tussen gezin, werk én studie te behouden, geef ik in deze blog vier tips.

1. Betrek het thuisfront
Om verrassingen te voorkomen is het zaak om je gezin op tijd te betrekken bij jouw plan om een opleiding of cursus te gaan volgen. Betrek je partner in het keuzeproces. Als doelen en studiebelasting thuis bekend zijn, is er meer begrip als je bijvoorbeeld een avond apart gaat zitten om te studeren.

2. Stel huiswerk niet uit
De kans is groot dat studeren voor jou al even geleden is, waardoor het een uitdaging kan zijn om het huiswerk in te passen in de dagelijkse routine. Onthoud: van uitstel komt afstel. Door bijvoorbeeld een vaste dag te kiezen om aan de slag te gaan met het huiswerk, vermijd je last-minute stress en werk tot in de late uurtjes. Ik raad aan dit vaste moment vlak na de cursusavond te plannen. Dan zit de stof nog vers in het hoofd en kost het daardoor uiteindelijk minder tijd.

3. Plan leren in blokken
Leren in korte blokken van één of twee uur is effectiever dan bijvoorbeeld vijf uur op rij. Je hersenen nemen na verloop van tijd geen nieuwe informatie meer op. Het is daarom handig om na een paar uur het lesmateriaal even weg te leggen en de stof te laten bezinken. Korte, frequente sessies zorgen ervoor dat je meer onthoudt. Verder is het goed om de opgedane kennis in de praktijk te brengen. Ga daarom op de werkvloer op zoek naar situaties waarin dit kan. Ook als een bepaalde taak nu nog niet onder jouw verantwoordelijkheid valt, is deze prima samen met iemand op te pakken. Op die manier worden de nieuwe techniek en de stof sneller eigen.

4. Gun jezelf vrije tijd
Ondanks het bijwonen van cursusavonden, het maken van huiswerk en het leren voor examens, hoeft het niet zo te zijn dat al je tijd opgaat aan studeren. Houd bijvoorbeeld de zaterdagavond standaard vrij voor vrienden en plan zondag familietijd in. Dit zorgt voor frisse energie, waardoor je doordeweeks op volle kracht weer aan de slag kunt.

Om de juiste balans te behouden tussen werk, privé en studie is het dus belangrijk om goed te plannen. Structuur is de sleutel tot succes. Bepaal wanneer je tijd maakt voor leer- en huiswerk en deel dit met de mensen om je heen. Door hen te betrekken in deze keuze en op de hoogte te stellen, worden onbegrip en irritaties uit de weg gegaan. Op die manier kun je jezelf met een gerust hart een avondje terugtrekken in de studeerkamer en op zondag zonder zorgen juichen aan de lijn van het voetbalveld.

Waarom volgen uitzendkrachten een opleiding?

Nu de economische crisis ten einde is wordt er weer geïnvesteerd in personeel. Niet alleen personeel dat rechtstreeks in dienst is bij bedrijven krijgen meer mogelijkheden om zichzelf te ontwikkelen ook voor uitzendkrachten bestaan er steeds meer mogelijkheden om opleidingen en trainingen te volgen. Deze opleidingen worden door uitzendbureaus gefaciliteerd maar ook door de inlenende bedrijven. Volgens de Stichting Opleiding & Ontwikkeling Flexbranche (STOOF) bieden uitzendondernemingen vooral opleidingen aan uitzendkrachten zodat deze flexwerkers zichzelf kunnen ontwikkelen en hun loopbaanperspectieven kunnen vergroten.

Waarom geven uitzendbureaus opleidingen aan uitzendkrachten?
Met name de grotere uitzendbureaus hebben hun opleidingsmogelijkheden duidelijk in kaart gebracht en hanteren vaak een opleidingsbeleid en hebben één of meerdere opleidingscoördinators in dienst. Kleinere uitzendbureaus bieden volgens de derde Opleidingsmonitor Flexbranche van STOOF ook steeds vaker opleidingen aan die ten doel hebben de uitzendkrachten te ontwikkelen. De meeste uitzendorganisaties laten echter ook het commerciële belang meespelen bij het bieden van opleidingen. Door opleidingen aan te bieden aan uitzendkrachten kunnen de uitzendkrachten beter worden bemiddeld door uitzendbureaus. De uitzendkrachten kunnen meer verdienen als ze beter opgeleid zijn maar uitzendbureaus kunnen hoger opgeleide uitzendkrachten ook beter plaatsen en hogere tarieven hanteren. Dit betekend dat ze meer omzet en marge kunnen draaien op de uitzenduren van beter opgeleide uitzendkrachten.

Waarom volgen uitzendkrachten opleidingen?
Niet alleen bedrijven en uitzendbureaus zijn zich bewust van het belang van opleidingen voor werknemers waaronder uitzendkrachten. Vanuit de arbeidsmarkt komt ook duidelijk de roep om opleidingen naar voren vanuit werkzoekenden. Nu economische crisis voorbij is neemt het aantal vacatures toe, kortom de vraag naar personeel wordt steeds groter. Het blijkt echter wel dat een bepaalde groep nog moeilijk aan een baan kan komen omdat deze groep niet over relevante werkervaring en/of niet over relevante opleidingen beschikt.

Werkzoekenden en werknemers worden zich daardoor steeds meer bewust van het belang van opleidingen. Flexwerkers zijn daardoor ook steeds gemotiveerder om opleidingen te volgen. Flexwerkers zouden daarnaast ook doormiddel van opleidingen in aanmerking willen komen voor ander werk. Met opleidingen zouden ze graag ander werk willen vinden. Op dit gebied verschillen flexwerkers overigens wel van werknemers met een vast contract. Werknemers met een vast contract volgen vaak een opleiding om hun kennis op niveau te houden. Flexwerkers willen juist hun loopbaanperspectieven vergroten doormiddel van opleidingen. In het laatste geval zouden uitzendbureaus er goed aan doen om met uitzendkrachten in gesprek te gaan over hun loopbaan en loopbaanmogelijkheden als ze een bepaalde opleiding hebben behaald.

MBO praktijkopleider niveau 4

De opleiding mbo praktijkopleider is een opleiding die kan worden gegeven aan werknemers die al een bepaalde functie hebben in een bedrijf of organisatie. De opleiding is bedoelt om de desbetreffende werknemer vaardigheden aan te  leren die hij of zij kan gebruiken om andere collega’s of stagiaires te begeleiden in hun leerproces. Op de opleiding mbo praktijkopleider wordt aandacht besteed aan de methodes die kunnen worden gehanteerd om leerlingen en stagiairs op de werkvloer te begeleiden.

Vaardigheden aanleren
Omdat het een opleiding praktijkopleider is wordt veel aandacht besteed aan de praktijk. Dit houdt in dit verband in dat men op de opleiding vooral praktische vaardigheden aanleert. Men krijgt informatie over hoe men het beste kennis kan overdragen op leerlingen en stagiairs. Ook leert men om deze aankomende vakkrachten te coachen en te ondersteunen bij hun leerproces. Daar komen persoonlijke didactische vaardigheden bij kijken maar men leert ook de bijbehorende administratie op orde te houden. Op de opleiding praktijkopleider leert men ook een opleidingsplan te schrijven voor werknemers die bijvoorbeeld een opleidingsvraagstuk hebben en zich breder willen ontwikkelen of zich willen specialiseren.

Praktijkbegeleiding in diverse sectoren
Praktijkopleiders zijn er in verschillende sectoren. Zo zijn er praktijkopleiders in de beveiligingssector en in de zorg. Ook in de techniek zijn veel praktijkopleiders werkzaam. Een mbo opleiding praktijkopleider richt zich op alle sectoren. Dit houdt in dat het een brede opleiding is waarbij vaardigheden worden aangeleerd die in verschillende sectoren kunnen worden toegepast. Daarom gaat men niet in op de technieken en processen die in een bedrijf worden uitgevoerd. Een voorman van een lasbedrijf die bijvoorbeeld praktijkopleider wil worden om leerlingen te ondersteunen bij het leren van lassen zal tijdens de opleiding tot praktijkopleider niet vaardigheden ontwikkelen over hoe hij het beste leerlingen kan ondersteunen bij het lasproces. Wel zal deze voorman leren hoe leerlingen het beste in het algemeen kunnen worden begeleid bij het aanleren van nieuwe vaardigheden (in de techniek).

Vooropleiding voor mbo praktijkopleider
Om een opleiding mbo praktijkopleider te volgen zal iemand minimaal een VMBO-diploma moeten hebben. Dit diploma kan zijn behaald in de Kaderberoepsgerichte leerweg, Gemengde leerweg of Theoretische leerweg. Een aantal jaren HAVO of VWO evenals een overgangsbewijs van HAVO/VWO naar HAVO /VWO 4 is ook in de meeste gevallen voldoende. Voor specifieke vragen hierover kun je contact opnemen met een Regionaal Opleidingscentrum (ROC) bij jou in de buurt.

Wat is EVC en heeft een EVC-traject nut?

EVC is een afkorting die staat voor Erkenning van Verworven Competenties daarnaast wordt deze afkorting ook wel vertaald met Elders Verworven Competenties en Eerder Verworven Competenties. Doormiddel van EVC of een EVC-traject kan men de kennis en vaardigheden die iemand heeft opgedaan in zijn of haar werk en vrije tijd trachten te erkennen. Door deze erkenning kan de desbetreffende persoon aan zijn of haar (potentiële) werkgever laten zien over welk functieniveau en opleidingsniveau hij of zij beschikt. Dit is belangrijk voor het eventueel doorstromen naar een andere functie en promotie.

EVC en opleidingen
Ook voor het volgen van een opleiding kan een EVC nuttig zijn. Doormiddel van een EVC wordt namelijk het kennisniveau van de persoon in kaart gebracht. Voor een eventuele vervolgopleiding is het in kaart brengen van iemand zijn of haar kennis van groot belang. Op basis van een EVC-traject kan een persoon een verzoek indienen voor een vrijstelling van bepaalde deelvakken en modules van een opleiding die hij of zij wil gaan volgen.

Hoe wordt een EVC-traject uitgevoerd?
Een EVC-traject wordt uitgevoerd doormiddel van een onderzoek. Tijdens dit onderzoek worden de competenties in kaart gebracht die de persoon heeft ontwikkeld tijdens zijn of haar werkervaring. Ook wordt in een EVC-traject  gekeken naar de competenties die zijn opgedaan in opleidingen buiten het reguliere onderwijs. Nadat de competenties in kaart zijn gebracht worden deze vergeleken met de competenties die benodigd zijn voor het ontvangen van een diploma van een beroepsopleiding. Daarnaast worden de competenties ook gebruikt voor het verlenen van vrijstellingen voor modules en andere delen van een beroepsopleiding.

Wat is het resultaat van een EVC-traject?
Een EVC-traject verschaft aan de persoon en zijn of haar werkgever duidelijkheid over de competenties waarover de persoon beschikt. De resultaten van een EVC-traject worden genoteerd in een document. Dit document is het ervaringscertificaat en wordt opgesteld door dezelfde onpartijdige organisatie die het EVC-traject heeft uitgevoerd. Dit ervaringscertificaat wordt vergeleken met de kwalificatiedossiers die aan opleidingen gekoppeld zijn. De kwalificatiedossiers geven weer aan welke eisen een deelnemer van de opleiding moet voldoen. Een ervaringscertificaat vormt net als diploma’s een belangrijk bewijsdocument van de kwaliteiten van een bepaald persoon.

Voordelen van een EVC-traject
Het uitvoeren van een EVC-traject heeft een aantal belangrijke voordelen. Allereerst is een EVC-traject vooral gunstig voor de werknemer. De werknemer kan doormiddel van EVC een goed beeld krijgen van zijn of haar vaardigheden en competenties. Dit duidelijke inzicht kan er voor zorgen dat de werknemer zichzelf of haarzelf beter kan positioneren op de arbeidsmarkt. Een EVC-traject heeft alleen nut als de werknemer zichzelf verder wil ontwikkelen op het gebied waar hij of zij werkervaring heeft opgedaan.

Voor werkgevers zijn EVC-trajecten ook nuttig omdat zij doormiddel van deze trajecten een beter inzicht krijgen in het personeel dat binnen hun bedrijf werkzaam is. Een EVC-traject kan er voor zorgen dat personeel misschien breder ingezet kan worden en dat de kwaliteiten voor personeelsleden optimaler kunnen worden benut.

Opleiding kiezen is lastig

Werktuigbouwkundigen worden nog steeds gezocht door veel bedrijven in de machinebouw. Met name jonge afgestudeerde HTS-ers zijn erg in trek bij bedrijven die zich richten op de ontwikkelingen van nieuwe machines. Deze bedrijven vinden het de moeite waard om te investeren in jonge medewerkers. Daarvoor dienen de arbeidskrachten wel te beschikken over een degelijke basis. De meeste bedrijven die ik spreek stellen als harde eis dat jonge engineers een afgeronde opleiding HTS werktuigbouwkunde op hun cv moeten hebben staan. Tegenwoordig zijn er ook opleidingen die HBO werktuigbouwkunde genoemd worden.

Ontwikkelingen in het onderwijs
Dit heeft waarschijnlijk te maken met de ontwikkeling die er in het onderwijs plaatsvinden. Scholen hebben een steeds breder opleidingsaanbod. Een Middelbare Technische School MTS en een Hogere Technische School zijn er bijna niet meer. Er is meer sprake van een breed Middelbare Beroeps Onderwijs  MBO en een Hoger Beroeps Onderwijs HBO. Op die scholen komen diverse opleidingen samen.

MBO en HBO opleidingen
Naast technische opleidingen zitten er op het MBO en HBO ook commerciële, administratieve en sociale opleidingen. Tegenwoordig is het aanbod in ICT opleidingen enorm gestegen. Ook deze opleidingen worden op dezelfde opleidingsinstituten aangeboden. Er is daardoor een enorme verbreding of zelfs versnippering.

Studiekeuze
Decanen en opleidingsadviseurs hebben een behoorlijke uitdaging om de studenten te ondersteunen bij de juiste studiekeuze. Met verschillende gemengde opleidingen zoals HBO Technische Bedrijfskunde worden zowel technische als managementaspecten in het opleidingsprogramma verweven. Hierdoor kunnen studenten na afloop van hun opleiding nog verschillende kanten op. Door deze gecombineerde opleidingen is het opleidingsaanbod nog veel groter geworden en is het maken van een juiste keuze voor de student er zeker niet eenvoudiger op geworden.

Eenvoud
Er wordt al een paar jaar geroepen dat het opleidingsaanbod veel te breed en te kostbaar is. Elke opleiding wordt gepromoot en heeft niet zelden haar eigen docenten nodig. Daar hangt een prijskaartje aan. De overheid is druk op zoek naar bezuinigingsonderwerpen en daarbij wordt ook gekeken naar het onderwijs. Een vereenvoudigd en transparant opleidingssysteem zou Nederland geld kunnen besparen.

Opleidingen vroeger

Door verschillende bedrijven wordt de term ‘vroeger’ vaak gebruikt wanneer ze het over de ideale opleidingssituatie hebben. Dat begon volgens deze bedrijven al na de basisschool. Jet had de keuze tussen LTS, MAVO en HAVO. Heel transparant. De LTS was een school waarop je al vroeg een ‘vak’ leerde. De MAVO was theoretischer en de HAVO was voor de leerlingen die een hoger beroep konden en wilden uitvoeren. Als je van de LTS afkwam kon je al redelijk een vak uitoefenen in de metaal, de bouw of voor de dames in de verzorging. Daarnaast hadden ze de mogelijkheid om naar de MTS te gaan. Leerlingen van de MAVO konden doorstromen naar een MBO opleiding (dit konden LTS-ers ook) en een MTS opleiding. In dat laatste geval kwamen ze samen met voormalig LTS-ers in de klas te zitten.

Leerlingen die de HAVO hadden gehaald konden naar WO of HBO-opleidingen. Afgestudeerde MBO-ers en MTS-ers konden dan ook. Hoewel dit systeem iets complexer was als hierboven wordt geschetst was het toch voor de meeste leerlingen duidelijk hoe de doorstroom tussen de opleidingen werkte. Jet had bepaalde vakkenpakketten die je al vrij jong kon kiezen. Hierdoor was je eigenlijk vanaf de basisschool al bezig met je toekomst. Je leraar, je ouders en andere voorbeeldfiguren ondersteunden je bij het maken van een studiekeuze die bij je paste. Later werd deze rol ook ingevuld door decanen en opleidingsadviseurs.

Tegenwoordig
Anno 2013 komt men er achter dat het VMBO systeem niet zo succesvol is als men had gehoopt. Het bedrijfsleven vindt het jammer dat leerlingen met name in technische opleidingen zoals de LTS niet meer een echt vak leren. Het systeem is te theoretisch. Ook de opleidingen die na deze VMBO-periode doorlopen worden vinden in veel gevallen geen aansluiting bij de daadwerkelijke praktijksituatie waarin bedrijven werken. Een veel gehoorde klacht van bedrijven is: “ze komen van school en dan moeten ze het vak nog leren”. Om die reden zijn met name grote bedrijven onderling samenwerkingsverbanden aangegaan om leerlingen op het juiste niveau te brengen. BBL opleidingen zorgen er daarnaast voor dat naast school ook voldoende praktijk wordt geleerd.

De toekomst
Opleidingen zijn modegevoelig. Dat blijkt uit de ICT opleidingen en zelfs GAME opleidingen die worden aangeboden. Opleidingsinstituten luisteren maar wat graag naar de wensen van potentiële leerlingen. Met veel leerlingen op een opleiding kunnen opleidingsinstituten veel geld verdienen. Dit is in mijn ogen niet de juiste insteek. Leerlingen die een ‘pretopleiding’ hebben gevolgd komen na afloop van hun opleiding vaak bedrogen uit. Ze vinden geen aansluiting met de arbeidsmarkt. Opleidingstatuten moeten daarom  de wens van het bedrijfsleven meer nadrukkelijk in hun opleidingen naar voren laten komen. Dat potentiële leerlingen het dan minder ‘leuk’ vinden moeten ze op de koop toenemen. Werk heeft later ook minder leuke kanten.

Technische studies populair

De techniek lijkt in 2013 meer in trek bij de studenten. De vereniging van universiteiten VSNU heeft maandag gemeld dat het aantal aanmeldingen voor universitaire studies in de landbouw, natuur en techniek 20 procent hoger ligt dan in 2012. Volgens de VSNU duidt deze stijging er op dat veel studenten luisteren naar de adviezen van het bedrijfsleven en de overheid om een technische studie te kiezen. Vanuit het bedrijfsleven is de laatste jaren vaak genoemd dat er een tekort is aan hoogwaardige technici.

Daarnaast zou volgens de woordvoerder van de VSNU ook de crisis een mogelijke rol kunnen spelen. De baangaranties zijn bij technische studies namelijk groter dan bij verschillende andere studies. Omdat er op dit moment een behoorlijke jeugdwerkeloosheid is kiezen de studenten liever voor een veilige studiekeuze aldus de VSNU.

Ook heeft de VSNU aangegeven dat in 2013 meer studenten zich hebben ingeschreven voor een universitaire studie. Dit aantal is met 7 procent gestegen ten opzichte van 2012. Hiervoor kon de VSNU geen oorzaak benoemen. Het aantal inschrijvingen kan trouwens nog oplopen en daarnaast kunnen er ook een aantal inschrijvingen worden afgemeld. In oktober 2013 zijn de definitieve aantallen bekend.

Bron:nu.nl

Reactie
In de praktijk merk ik tijdens het contact met klanten een grote behoefte aan engineers en tekenaars. Deze behoefte is zowel binnen de werktuigbouwkunde als binnen de installatie en elektrobranche aanwezig. Vooral jonge HTS-ers zijn erg in trek bij organisaties. Deze afgestudeerden hebben vaak een goede theoretische basis en kunnen voor een bedrijf een waardevolle investering vormen.