Wanneer ben je overgekwalificeerd voor een functie?

Als je solliciteert naar een functie bij een bedrijf moet je aan een aantal functie-eisen voldoen om in aanmerking te komen. De functie-eisen zijn meestal gericht op de vaardigheden en competenties waarover men moet beschikken. Ook de werkervaring, het opleidingsniveau en de opleidingsrichting zijn belangrijk. Opleidingen en werkervaring vormen vaak de ‘harde functie-eisen’ en competenties en karaktereigenschappen de ‘zachte functie-eisen’.

Iemand die voldoet aan de harde en zachte eisen van een bepaalde functie is gekwalificeerd voor het werk. Een gekwalificeerd persoon is een persoon waarvan men redelijkerwijs zou kunnen verwachten dat hij of zij het werk naar behoren uit zou kunnen voeren. Iemand die niet voldoet aan de eisen in de functie wordt ook wel ondergekwalificeerd genoemd. Men kan echter ook overgekwalificeerd zijn.

Overgekwalificeerd
Iemand is overgekwalificeerd voor een functie wanneer hij of zij over meer vaardigheden, een hoger opleidingsniveau en een langere werkervaring beschikt dan in de functie is aangegeven. Meestal is een persoon niet op alle functie-eisen overgekwalificeerd. Als iemand overgekwalificeerd is verwacht men vaak dat de persoon de uitdaging zal missen in de desbetreffende functie. Daarnaast verwacht men ook dikwijls dat overgekwalificeerde personen meer salaris willen of betere arbeidsvoorwaarden dan personen die gekwalificeerd zijn of ondergekwalificeerd.

Dit hoeft echter niet het geval te zijn. Sommige mensen kiezen bewust een functie onder hun niveau om minder stress of minder verantwoordelijkheid te dragen. Het woord demotie wordt ook wel in deze context genoemd. Een overgekwalificeerd persoon is niet per definitie een ongeschikt persoon voor een bepaalde vacature. Het is belangrijk dat een bedrijf weet waarom de desbetreffende persoon voor een lagere functie in aanmerking komt. Daar kan namelijk een gegronde reden aan te grondslag liggen.

Niet alleen oudere, ervaren werkloze werkzoekenden krijgen regelmatig te horen dat ze overgekwalificeerd zijn voor een bepaalde functie. Ook jongere werkzoekenden krijgen soms te horen dat ze een te hoog opleidingsniveau hebben. Ondanks dat nemen bedrijven toch regelmatig overgekwalificeerde jongeren aan om het kennisniveau binnen het bedrijf te verhogen. Ook oudere overgekwalificeerde krachten worden om die reden soms toch aangenomen. Het is daarom toch verstandig om op een functie te solliciteren als deze je aanspreekt ondanks het feit dat je meer ervaring of een hoger opleidingsniveau hebt dan wordt aangegeven in de functie-eisen.

Wat zijn messing knelkoppelingen en waar worden deze toegepast?

Knelkoppelingen worden ook wel knelfittingen genoemd. Deze koppelingen of fittingen worden gebruikt om gasleidingen en waterleidingbuizen aan elkaar te verbinden. Een koppeling of fitting is een uitneembare verbinding die wordt aangebracht zonder te lassen of te solderen. Knelkoppelingen worden veel in de installatietechniek gebruikt.

Waaruit bestaat een knelkoppeling?
Een knelkoppeling bestaat uit een aantal onderdelen.  Een deel van de knelkoppeling is een moer waarin binnenschroefdraad is aangebracht. Deze moer wordt om de buisvormige koppeling geschoven. Daarnaast is er een binnenring die aan twee kanten conisch loopt. Een knelkoppeling bevat één binnenring en twee moeren. De onderdelen van een knelkoppeling zijn van messing gemaakt. Eventueel kan men teflontape gebruiken tussen het schroefdraad zodat de knelkoppeling goed stevig dicht zit en er geen water meer uit de koppeling kan lekken.

Hoe wordt een knelkoppeling gemaakt?
De moer, de koppeling en de binnenring worden alledie om de buis heen geschoven. De buis wordt dus in de knelkoppelingonderdelen zelf geschoven. De buitenzijde van de koppeling bevat buitenschroefdraad en de moeren bevatten  binnenschroefdraad. Aan twee kanten van de koppeling worden de moeren aangedraait.  Als men de moeren rondom de koppeling  aandraait gaat de binnenring knellen tegen de buis. De binnenring snijd tijdens dit knellen in de wand van de koperen buis of stalen pijp. Hierdoor ontstaat een stevige knelverbinding.

Verschillende koppelingsstukken
De meest eenvoudige koppeling is een rechte koppeling die twee buizen of pijpen horizontaal in elkaars verlengde met elkaar verbind. Er zijn echter ook andere knelkoppelingen in bijvoorbeeld een hoek of in een T-stuk. Daarnaast zijn er ook verschillende diameters voor knelkoppelingen. Gangbare diameters zijn:  10, 12, 15, 22, 28 en 35 mm. De diameters 28 en 35 mm zijn dusdanig groot dat ze meestal niet bij een gangbare bouwmarkt verkrijgbaar zijn. Verder maakt men ook wel gebruik van verloopstukken om een bredere diameter te laten verlopen naar een kleinere diameter of andersom.

Van wat voor materiaal is een waterleiding gemaakt?

Waterleidingen worden aangelegd voor het transporteren van water. Over het algemeen bedoelt men met waterleidingen de waterleidingen die specifiek voor het transporteren van drinkwater zijn aangelegd. De drinkwaterleidingen bevinden zich in de grond, onder de vloer maar ook in woningen en utiliteit. Omdat waterleidingen drinkwater transporteren is het belangrijk dat het water zuiver blijft zodat mensen het zonder gezondheidsrisico’s kunnen drinken. In Nederland is voor het waarborgen van de kwaliteit en veiligheid van drinkwatervoorzieningen een speciale wet en een besluit opgesteld. Dit zijn de Waterleidingwet en het Waterleidingbesluit. Daarnaast is er de Kaderrichtlijn Water voor de drinkwaterbronnen.

Materialen voor waterleidingen
Waterleidingen kunnen gemaakt worden van verschillende materialen. Door de jaren heen zijn steeds weer nieuwe materialen ingevoerd. Voorbeelden van materialen die werden gebruikt zijn lood en asbestcement. Deze materialen mogen nu echter niet meer worden toegepast. Gegalvaniseerd staal werd ook wel toegepast maar tegenwoordig kiest men steeds vaker voor andere materialen. Verder gebruikte men vroeger ook veel koper voor de aanleg van waterleidingen. Tegenwoordig past men vooral kunststoffen toe zoals polyetheen (PE) en polyvinylchloride (PVC). In de volgende alinea’s is meer informatie weergegeven over de materialen die werden en worden gebruikt voor de vervaardiging van waterleidingen

Waterleidingen gemaakt van lood
Lood werd vroeger wel gebruikt voor waterleidingen. Tegenwoordig wordt lood echter niet meer gebruikt voor dit doel. Soms zijn in oude huizen en gebouwen nog loden leidingen aanwezig. De term loodgieter heeft zijn oorsprong uit de tijd dat men lood nog toepaste in de installatietechniek voor waterleidingen.

Lood gebruikt men niet meer voor waterleidingen omdat het materiaal gezondheidsrisico’s met zich meebrengt. Lood is een metaal dat langzaam oplost in water. Als water stilstaat in deze waterleidingen zal het loodgehalte in het water toe nemen. Ook kunnen er kleine deeltjes van de loden leiding loslaten en worden meegevoerd in het drinkwater. Dit gebeurd vooral als er in de leiding sprake is van snelle drukwisselingen. Hierdoor worden de deeltjes los gestoten van de leiding. Als men het water drinkt uit deze leidingen loopt men de kans op loodvergiftiging. Daarom liet men vroeger eerst even water uit de kraan lopen alvorens men daadwerkelijk het drinkwater ging opdrinken.

Tegenwoordig is er veel aandacht voor veiligheid en gezondheid. De gezondheidsrisico’s zijn beter bekend en daarnaast zijn er ook nieuwe materialen ontwikkelt waardoor het gebruik van lood voor waterleidingen niet meer nodig is en beter vervangen kan worden door andere materialen zoals kunststoffen. Lood is overigens niet alleen minder gezond, het is ook nog eens veel kostbaarder en duurder dan kunststof. Geen wonder dat lood niet meer mag gebruikt worden.

Waterleidingen van gegalvaniseerd staal
De loden waterleidingen werden in het verleden vervangen door leidingen die gemaakt zijn van gegalvaniseerd staal. Leidingen van gegalvaniseerd staal zijn stijver en vormvaster dan loden leidingen. Gegalvaniseerde leidingen zijn gemaakt van staal met een beschermend laagje zink er overheen. Dit zinklaagje zorgt er voor dat het staal onder de zinklaag niet gaat roesten. Gegalvaniseerde leidingen worden aan elkaar bevestigd door koppelstukken die een schroefdraadverbinding bevatten. Deze leidingen zijn minder duur in aanschaf dan leidingen die gemaakt zijn van koper en lood. Daarnaast zijn gegalvaniseerde leidingen robuust en sterk. Het plaatsen van gegalvaniseerde leidingen is echter wel kostbaar omdat een installatiemonteur veel werk moet verrichten met de schroefdraadverbindingen. Daarnaast zijn de leidingen vanwege de stijfheid en robuustheid minder nauwkeurig toe te passen en kan men het leidingnetwerk minder goed uitbreiden nadat het eenmaal is aangebracht. Ook in het gebruik van gegalvaniseerd staal in waterleidingen kunnen op den duur problemen ontstaan. Zo kan er oxide vormen vanuit het zink waardoor de leiding nauwer wordt.  Indien het zinklaagje is afgebroken of afgesleten kan er ook roest ontstaan waardoor de mechanische eigenschappen van de leidingen aanzienlijk achteruit gaan.

Waterleidingen van koper
Koper is een materiaal met gunstige eigenschappen. Dit metaal is redelijk flexibel en kan men daardoor goed in verschillende bochten buigen. Doormiddel van messing knelkoppelingen kan met koperen leidingen aan elkaar bevestigingen. Daarnaast kan men koperen leidingen ook solderen. Hierbij maakt men gebruik van zogenoemde soldeerfittingen en soldeertin. Dit soldeertin mag voor drinkwaterleidingen echter geen lood bevatten. Koper is echter wel kostbaar materiaal waardoor men over het algemeen toch voor andere materialen kiest zoals hieronder is beschreven.

Kunststof waterleidingen
Kunststof is al jaren populair in de bouw. Verschillende materialen zijn door de jaren heen door kunststoffen vervangen. Hierbij kan men denken aan houten kozijnen, boeidelen maar ook aan leidingen. Kunststof leidingen worden over het algemeen gemaakt van polyvinylchloride (PVC) en polyetheen (PE). Deze leidingen zijn niet heel kostbaar in aanschaf en daarnaast kunnen ze redelijk eenvoudig aan elkaar worden bevestigd. Kunststof waterleidingen worden onder andere doormiddel van spiegellassen aan elkaar verbonden. Hierbij worden de uiteinden van de kunststof leiding tegen een gloeiende plaat aan gedrukt. Deze gloeiende plaat wordt ook wel een spiegel genoemd vandaar de naam spiegellassen. De gloeiende plaat zorgt er voor dat de uiteinden van de kunststof leidingen gaan smelten. Als men deze gesmolten uiteinden tegen elkaar aan drukt ontstaat een verbinding na het uitharden van het gesmolten kunststof. De uiteinden van kunststof leidingen worden ook wel stuiken genoemd vandaar dat de benaming stuiklassen ook wel wordt gebruikt voor dit verbindingsproces. Deze verbinding is echter niet uitneembaar. Kunststof leidingen worden ook wel met bepaalde lijmen aan elkaar bevestigd.

Wat leer je op de opleiding servicetechnicus Electro STE?

De opleiding servicetechnicus Electro wordt ook wel afgekort met STE. Deze opleiding komt overeen met de Opleiding technicus instrumentatietechniek OTI. Op de meeste vacatures die gericht zijn op het onderhouden, reviseren, inregelen en het storing zoeken in instrumentatie kan men met beide opleidingen solliciteren. De opleiding servicetechnicus Electro STE is net als de OTI een opleiding op mbo-niveau 4. De opleiding wordt gegeven als een BBL-traject.

Dit houdt in dat de deelnemer aan de opleiding door de week werkzaam is bij een bedrijf en in de avond of op één doordeweekse dag naar een opleidingsinstituut moet voor de theoretische aspecten van de opleiding. Hiervoor dient de deelnemer aan de opleiding servicetechnicus Electro echter wel een relevante werkplek te hebben. Een BBL-traject wordt ook wel ‘werken en leren’ genoemd. Dit heeft voor de deelnemer een aantal voordelen. Zo verdient de BBL-er een salaris en wordt door de opleiding zijn of haar kennisniveau vergroot.

Vooropleiding voor opleiding servicetechnicus Electro STE
De opleiding servicetechnicus Electro is een mbo opleiding op niveau 4. Het is belangrijk dat deelnemers aan deze opleiding over voldoende niveau beschikken. De lesstof van de opleiding STE is zeer specialistisch en gericht op met name elektrotechniek. Daarom is een elektrotechnische opleiding op mbo niveau 3 minimaal vereist. Ook relevante opleidingen met vergelijkbare lesstof kunnen worden geaccepteerd als voldoende vooropleiding. Voor meer informatie over de vooropleiding kan men het beste contact opnemen met een opleidingsinstituut waar de opleiding servicetechnicus Electro wordt gehouden. Verder volgt er altijd een intakegesprek voordat men aan de opleiding mag beginnen.

Inhoud opleiding servicetechnicus Electro STE
De duur van de opleiding STE is twee jaar. De opleiding wordt in de middag of avond gegeven. Dit is meestal afhankelijk van het opleidingsinstituut. Gedurende de opleiding werkt de deelnemer ook bij een bedrijf in een relevante sector en doet de deelnemer ook relevante werkzaamheden. Hierbij kan gedacht worden aan bedrijven in de procesindustrie of andere bedrijven waar men zich richt op onderhoudstechniek en meet- en regeltechniek. Tijdens de werkzaamheden leert de deelnemer veel praktische vaardigheden aan die bij het beroep servicetechnicus Electro van toepassing zijn. Tijdens de leermomenten op school worden theoretische aspecten en achtergronden behandelt. Het practicum vindt meestal plaats in een speciaal praktijkcentrum dat gericht is op procesbesturing.

Tijdens de opleiding leert de deelnemer meet- en regelsystemen geïnstalleerd moeten worden. Naast het in bedrijfstellen van deze systemen leert de deelnemer deze systemen ook onderhouden en te kalibreren. Ook het werken met onderhoudsschema’s wordt geleerd zodat de aankomend servicetechnicus Electro in de praktijk methodisch aan de slag kan.

Een bijzonder aspect van de opleiding is gericht op het samenwerken met andere medewerkers binnen de procesindustrie. Een servicetechnicus Electro moet in de praktijk vaak nauw samenwerken met collega’s in verschillende functies. Hierbij kan gedacht worden aan mechanisch onderhoudsmonteurs maar ook aan operators en productiemedewerkers. In sommige gevallen zal de servicetechnicus Electro als een soort coördinator moeten werken bij het oplossen van storingen. Daarvoor moet hij of zij goed kunnen communiceren en samenwerken. Het overdragen van informatie is erg belangrijk bij het oplossen van storingen en het voorkomen van storingen in de instrumentatie en alle apparatuur die daarmee verbonden is. Daarom wordt aan dit aspect ook aandacht besteed tijdens de opleiding STE.

Verder is veiligheid een belangrijk aspect. Met name in de chemische sector kunnen de gevolgen van onachtzaam handelen zeer groot zijn. Daarom leren de deelnemers aan de opleiding verschillende veiligheidsaspecten die tijdens de uitvoering van het werk aan de orde kunnen komen.

De opleiding STE wordt afgesloten  met een Proeve van Bekwaamheid. Nadat de deelnemer deze succesvol heeft afgerond ontvang hij of zij het diploma servicetechnicus Electro. Dit is een mbo-diploma met waarde op de arbeidsmarkt.

Wat kun je met de opleiding servicetechnicus Electro STE?
De procesindustrie vormt een belangrijk onderdeel van het bedrijfsleven in Nederland. Verschillende bedrijven zijn actief in deze sector die ook wel de ‘maaksector’ wordt genoemd. In de procesindustrie worden namelijk verschillende producten gemaakt. Hierbij kan gedacht worden aan medicijnen, voedingsmiddelen, gebruiksvoorwerpen maar ook aan petrochemische producten. De fabrieken waarin deze producten worden geproduceerd zijn even divers als de producten zelf. Dit houdt in dat er verschillende systemen in de fabrieken aanwezig zijn die het proces aansturen, meten en controleren.

Met name op het gebied van meet- en regeltechniek is de servicetechnicus Electro inzetbaar. De meetapparatuur moet goed zijn afgesteld zodat precies de juiste hoeveelheden, de juiste snelheden of de juiste temperatuur wordt gemeten. Ook de samenstelling van producten en stoffen kan men meestal met meetapparatuur in kaart brengen. De afstelling van meetapparatuur wordt ook wel kalibratie of kalibreren genoemd. Een servicetechnicus Electro kan deze kalibratie uitvoeren en moet daarvoor zeer nauwkeurig te werk gaan.

Ook regelapparatuur is volop aanwezig in de procesindustrie. Doormiddel van deze apparatuur worden verschillende parameters van proces geregeld. De instrumentatie die hiervoor gebruikt wordt is zeer divers. Sommige instrumentatie is gericht op het verhogen van de temperatuur andere instrumentatie vergroot juist de snelheid van stoffen. Zo zijn er nog veel meer voorbeelden op te noemen. Een servicetechnicus Electro kan deze regelapparatuur instellen en controleren. Dit is een belangrijke taak die grote gevolgen kan hebben voor het proces.

De geautomatiseerde installaties en apparaten worden door de servicetechnicus Electro ook geprogrammeerd. Hierbij komt besturingstechniek aan de orde met bijbehorende software zoals PLC’s en SCADA.

Een servicetechnicus Electro zal in de praktijk veel moeten samenwerken met andere collega’s zoals onderhoudsmonteurs, procesoperators, operators en productiepersoneel.

Ploegendienst en consignatie
In de procesindustrie draaien veel bedrijven volcontinue. Dit houdt in dat deze bedrijven dag en nacht doordraaien. De meeste processen zijn niet volautomatisch en er zal daardoor altijd personeel nodig zijn om processen in beweging te houden, te controleren en reparaties te verrichten. Ook de servicetechnicus Electro zal in de praktijk regelmatig nodig zijn buiten de gebruikelijke ‘kantooruren’. Deze monteurs werken daarom regelmatig in ploegendienst. Een ploegendienst is ingepland op een ploegenrooster. Er zijn verschillende ploegendiensten zoals tweeploegendienst, drieploegendienst, vierploegendienst en vijfploegendienst. De keuze voor een bepaalde ploegendienst is afhankelijk van het bedrijf en de processen die daarbij plaatsvinden.

Naast ploegendienst kan een servicetechnicus Electro ook consignatiediensten draaien. Deze diensten worden ingepland in een rooster. Tijdens een consignatiedienst is de STE oproepbaar bij storingen of calamiteiten. De STE moet tijdens deze diensten meestal binnen een bepaalde straal van het bedrijf verblijven. Als het bedrijf de monteur nodig heeft moet deze vaak binnen een half uur aanwezig zijn bij het bedrijf.

Wat leer je op de opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI?

De opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie wordt ook wel afgekort met OTI. Deze opleiding duurt 2,5 jaar en wordt gegeven aan verschillende opleidingsinstituten in Nederland. De opleiding OTI is BBL-opleiding dit houdt in dat deelnemers aan de opleiding werken en leren. De deelnemers zijn door de week werkzaam bij een bedrijf in een relevante sector en voeren werkzaamheden uit die verband houden met de opleiding. De theoretische aspecten en inhoud van de OTI opleiding leert de leerling op het opleidingsinstituut. De theorie van de opleiding kan in de avonduren worden gevolgd of één dag per week op het opleidingsinstituut. De overige dagen werkt de deelnemer gewoon bij het bedrijf.

Vooropleiding voor OTI
De opleiding OTI is een mbo opleiding op niveau 4. Voordat men aan deze opleiding kan deelnemen dient men te beschikken over een relevante vooropleiding. De opleiding OMEI op niveau 3 en niveau 3 Elektrotechniek worden als relevante vooropleidingen beschouwd. Ook andere opleidingen van soortgelijk niveau kunnen als relevante vooropleidingen worden beschouwd. Een opleidingsinstituut kan beoordelen of een opleiding relevant (genoeg) is.

Inhoud opleiding Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI
De opleiding OTI is een opleiding waarin verschillende technische aspecten worden aangeleerd met betrekking tot het inregelen en onderhouden van instrumentatie. Daarbij wordt ook aandacht besteed aan onderhoudsmanagement. Ook PLC’s, logicaschema’s en bijbehorende besturingstechniek komen aan de orde. Instrumentatie kan op verschillende manieren worden voorzien van energie. Dit kan bijvoorbeeld elektrische energie zijn of pneumatische (lucht) druk. Tijdens de opleiding OTI wordt aan deze verschillende systemen aandacht besteed. Verder leren deelnemers tijdens de opleiding hoe ze meet- en regelapparatuur kunnen testen en gebruiken. Na afloop van de opleiding volgt een examen met een praktijkgedeelte en een theoretisch gedeelte. Als men het examen en praktijkproef heeft gehaald ontvangt men een diploma Onderhoudstechnicus Instrumentatie OTI. Dit is een mbo niveau 4 diploma.

Wat kun je met de opleiding OTI?
In de techniek draait bijna alles om kennis en meten is weten. Daarom is meet- en regeltechniek van groot belang. Met name in de (chemische) industrie en procesindustrie is veel instrumentatie aanwezig. In deze sector zijn onderhoudstechnici instrumentatie nodig voor het onderhoud aan instrumentatie en het inregelen daarvan. Ook het kalibreren en vervangen van instrumentatie wordt gedaan door een onderhoudstechnicus instrumentatie. Deze persoon is een specialist op het gebied van meet- en regeltechniek.

De onderhoudstechnicus instrumentatie kan in de praktijk zelfstandig werken of in teamverband. De bedrijven waar een OTI werkt bevinden zich over het algemeen in de procesindustrie. Deze bedrijven draaien meestal volcontinue. Dit houdt in dat de bedrijven dag en nacht doordraaien. Het personeel van deze bedrijven werkt daarom in ploegen. De onderhoudstechnicus instrumentatie zal daarom in de praktijk regelmatig in ploegen werken. Dit kunnen tweeploegen, drieploegen, vierploegen of vijfploegen zijn. Zowel dagdiensten als nachtdiensten komen hierbij aan de orde.

Daarnaast wordt de onderhoudstechnicus instrumentatie ook regelmatig ingezet in consignatiediensten. Een OTI moet in de praktijk dus een flexibele houding hebben met betrekking de uren dat hij of zij werkzaam is. Uiteraard wordt bij de inzetbaarheid altijd rekening gehouden met de Arbeidstijdenwet (ATW). Voor ploegendienst en consignatiediensten worden echter wel vergoedingen verstrekt aan de werknemers. Daardoor kan de OTI naast een goed salaris ook nog extra toelagen ontvangen.

Wat is de opleiding monteur bedrijfsinstallaties MBI en wat kun je er mee?

In fabrieken en in een industriële omgeving zijn verschillende installaties aanwezig waarmee processen worden aangestuurd en gemeten en geregeld. Deze bedrijfsinstallaties moeten worden onderhouden en aangepast door ervaren installatiemonteurs die op de hoogte zijn van de technische aspecten van bedrijfsinstallaties. Omdat bedrijfsinstallaties meestal niet te vergelijken zijn met andere installaties is aanvullende opleiding voor monteurs meestal noodzakelijk.

Hiervoor kan de monteur een opleiding monteur bedrijfsinstallaties MBI of monteur elektrische bedrijfsinstallaties volgen. ook de laatste opleiding wordt in de praktijk vaak als MBI afgekort. Beide opleidingen komen met betrekking tot inhoud met elkaar overeen. De keuze voor een bepaalde opleidingsnaam is meestal de voorkeur van een opleidingsinstituut. Er zijn verschillende opleidingsinstituten waar een MBI-opleiding gevolgd kan worden. De opleidingen voor monteur bedrijfsinstallaties zijn op MBO niveau.

Werkzaamheden monteur bedrijfsinstallaties
Als iemand de opleiding monteur bedrijfsinstallaties heeft gehaald beheerst deze persoon de basiskennis waarmee hij kan werken aan bedrijfskundige installaties. Bedrijfskundige installaties zijn  divers. Hierbij kan gedacht worden aan krachtinstallaties en signaalinstallaties. Ook verlichtingsinstallaties maken een belangrijk deel uit van bedrijfsinstallaties.

Machines worden bestuurd doormiddel van  softwaresystemen die schakelkasten aansturen. Schakelkasten schakelen stroom in en uit. Daardoor krijgen bepaalde delen van een machine wel stroom en andere delen niet. Deze installaties zijn behoorlijk complex. Een monteur bedrijfsinstallaties kan wel aan deze installaties werken maar zal daarvoor toch goed geïnstrueerd moeten worden. Soms is een aanvullende opleiding noodzakelijk om een machine echt goed te kunnen repareren of storingen te kunnen zoeken. Een monteur elektrische bedrijfsinstallaties zal met name werken aan de elektrische onderdelen van bedrijfsinstallaties. Daarnaast zullen er ook in de praktijk meestal mechanische werkzaamheden aan de orde komen. Hierbij kan gedacht worden aan het vervangen van lagers of andere machineonderdelen.

Storing zoeken is met name een complex onderdeel van de functie monteur bedrijfsinstallaties. Storingen kunnen namelijk op verschillende manieren in een installatie aanwezig zijn. Dit kunnen bijvoorbeeld fouten zijn die ontstaan door mechanische problemen. Het is ook mogelijk dat storingen ontstaan in de elektrische bekabeling van de machine en de relais in schakelkasten. Nog complexer worden storingen in de software van bijvoorbeeld PLC-systemen. Storingen in de software van machines zijn vaak moeilijk op te lossen omdat ze niet direct tastbaar en zichtbaar zijn, dit in tegenstelling tot storingen die mechanisch zijn.

Verantwoordelijkheden monteur bedrijfsinstallaties MBI
Een monteur bedrijfsinstallaties werkt meestal in de technische dienst van een bedrijf. De monteur staat hierbij onder een chef technische dienst of een andere leidinggevende. De technische dienst of onderhoudsdienst van een bedrijf bestaat meestal uit een team technici die verschillende technische specialisaties hebben. Meestal bevat een technische dienst zowel onderhoudsmonteurs op elektrisch gebied als op mechanisch gebied. Er zijn ook onderhoudsdiensten die allround monteurs hebben. Deze monteurs kunnen zowel elektrisch als mechanisch onderhoud uitvoeren en storingen zoeken. Allround onderhoudsmonteurs zijn over het algemeen schaars en moeilijk te vinden.

Meestal begint een monteur binnen een bedrijf met een opleiding op elektrotechnisch of mechanisch gebied. De werkzaamheden die de monteur uitvoert zullen meestal eerst op basis van zijn of haar opleidingskennis worden vormgegeven en uitgevoerd. Naarmate iemand langer in een bedrijf werkt zal hij of zij allrounder worden en ook onderhoud kunnen verrichten op gebieden die buiten de opleidingsrichting vallen. Sommige bedrijven houden onderhoudsmonteurs echter per discipline gescheiden. Dit verschilt per bedrijf.

Een monteur bedrijfsinstallaties is er samen met zijn of haar collega’s verantwoordelijk voor dat het machinepark en de andere bedrijfsinstallaties zo optimaal mogelijk functioneren. Storingen moeten voorkomen worden door goed onderhoud. Daarbij wordt gebruik gemaakt van onderhoudsschema’s. Als er een storing ontstaat dient een storing zo snel mogelijk opgelost te worden. Daarbij kan gebruik worden gemaakt van tekeningen en elektrische schema’s. Deze documenten zijn echter niet altijd aanwezig. Daarnaast kunnen softwaresystemen niet altijd duidelijk de oorzaak van een storing aangeven. Een monteur bedrijfsinstallaties moet daarom goed zelfstandig storing kunnen zoeken.

Uiteraard dient de storing ook opgelost te worden op een zo goed mogelijke manier. Daarbij moet gebruik worden gemaakt van de juiste gereedschappen en materialen. Een storing dient voorkomen te worden daarom zal een monteur bedrijfsinstallaties goed moeten nadenken over verbeteringen in het machineonderhoud. Deze verbetervoorstellen worden meestal in teamverband besproken en geëvalueerd. Sommige bedrijven gebruiken hiervoor Lean manufacturing en Six Sigma modellen.

Ploegendiensten en onderhoudsmonteurs
Veel productiebedrijven in de procesindustrie werken volcontinue. Dit houdt in dat de machines dag en nacht doordraaien. Procesoperators, operators en productiekrachten zijn voortdurend aanwezig om het productieproces aan te sturen en in werking te houden. Dit kan echter niet zonder een goede onderhoudsdienst. Daarom zijn ook onderhoudsmonteurs altijd aanwezig in bedrijven die volcontinue draaien. In sommige gevallen werkt men met een beperkte bezetting en zijn extra onderhoudsmonteurs oproepbaar terwijl ze thuis zitten. Dit wordt ook wel consignatiedienst genoemd.

Verder werken onderhoudsmonteurs net als operators en productiepersoneel in ploegen. Deze ploegendiensten kunnen verschillen. Er zijn bedrijven die werken in twee ploegendiensten, drie ploegendiensten en vijf ploegendiensten. Een monteur bedrijfsinstallaties moet bereid zijn om in ploegendiensten te werken. Het is ook mogelijk dat bedrijven eerst in een vroege en een late dienst werken en op den duur ook in nachtdiensten gaan werken. Het productieproces staat centraal bij bedrijven in de procesindustrie. De onderhoudsmonteurs moeten zich aanpassen aan het productieproces. Dit vereist veel flexibiliteit.

Sollicitanten voor technische functies alleen op opleidingsniveau selecteren is niet verstandig

Werkzoekenden kunnen bij het zoeken naar een baan te maken krijgen met verschillende reacties op hun sollicitatie. In veel gevallen kan een teleurstelling worden voorkomen wanneer een kandidaat eerlijk is over zijn of haar eigen vaardigheden. In de vacatures van de meeste bedrijven en uitzendbureaus is duidelijk aangegeven waar een bedrijf of uitzendbureau naar op zoek is. Als een werkzoekende deze informatie uit de vacature niet nauwkeurig leest en verwerkt in de sollicitatiebrief bestaat de kans dat de sollicitatie onsuccesvol verloopt. Bedrijven willen dat personeel doelgericht solliciteert en aan de eisen van het functieprofiel dat in de vacature is weergegeven voldoen. In tijden van een overschot aan beschikbaar personeel op de arbeidsmarkt zijn bedrijven zeer strikt in hun wervingsbeleid. CV’s waarin het gewenste opleidingsniveau niet is vermeld worden regelmatig zonder verdere bestudering terzijde geschoven. Dit bespaard weliswaar tijd maar is niet altijd verstandig. Hieronder is in een aantal alinea’s aangegeven waarom deze manier van werken getuigd van weinig betrokkenheid bij de sollicitant en van beperkte selectievaardigheden van bedrijven en uitzendbureaus.

Waarom is opleidingsniveau belangrijk bij een sollicitatie?
Bedrijven delen hun functies in op verschillende niveaus. Hierbij wordt gekeken naar de complexiteit en de verantwoordelijkheid die personen dragen die een bepaalde functie uitoefenen. Ook andere aspecten zoals veiligheid, werktijden,  fysieke en mentale belasting  zijn belangrijke punten die invloed hebben op de indeling van functies. De complexiteit van een functie zorgt er vaak voor dat een bepaald opleidingsniveau is vereist. Daarnaast kan ook werkervaring worden verlangd van een sollicitant.

Opleidingen zijn belangrijk. Bedrijven willen er zeker van zijn dat het personeel dat wordt aangenomen over het juiste kennisniveau beschikt. Daarvoor verlangen ze meestal een bepaalde opleidingsrichting en een bepaald opleidingsniveau. Een opleidingsrichting kan bijvoorbeeld Werktuigbouwkunde zijn, een opleidingsniveau kan bijvoorbeeld mbo niveau 4 zijn. Bedrijven en uitzendbureaus gaan er vanuit dat kandidaten die over deze opleiding beschikken en het juiste opleidingsniveau hebben, in de basis geschikt zijn voor een bepaalde functie. Daarom wordt veel waarde gehecht aan opleiding en opleidingsniveau.

Daarnaast wordt natuurlijk gekeken naar de loopbaan, hobby’s, woonplaats, vervoer en helaas ook vaak naar de leeftijd van een kandidaat. Al deze aspecten komen vaak in de tweede of derde plaats aan de orde hoewel de loopbaanontwikkeling van een kandidaat niet minder belangrijk is voor een bedrijf en een sollicitatie. Als kandidaten hoofdzakelijk worden geselecteerd op basis van hun opleidingsrichting of opleidingsniveau worden de andere aspecten vaak niet meer bekeken en wordt hun cv terzijde gelegd. Deze situatie is moeilijk door een sollicitant te voorkomen omdat in de moderne indeling van een cv de opleidingen direct onder de NAW-gegevens staan. Bij de opmaak van een cv en het daadwerkelijk solliciteren is het meestal te laat om wat aan het opleidingsniveau of aan de opleidingsrichting te veranderen. Men zou er hooguit voor kunnen kiezen om tijdens het zoeken naar werk een opleiding te volgen. Het maken van de juiste opleidingskeuze is echter niet eenvoudig.

Technische opleiding kiezen in Nederland
Nederland is een land met veel verschillende opleidingen. Als we alleen al naar de techniek kijken kun je enorm veel verschillende technische opleidingen kiezen. Bij het verlaten van de basisschool is het zonder hulp bijna niet mogelijk om de juiste opleiding te kiezen. Het komt in de praktijk regelmatig voor da leerlingen en studenten een opleiding afbreken omdat een opleiding niet datgene bied dat ze verwachten. Opleidingssituaties zijn opleidingsfabrieken geworden. De producten zijn de leerlingen en studenten. Het is belangrijk om zoveel mogelijk potentiële leerlingen en studenten aan te trekken. Daarnaast moeten de opleidingen die geboden worden niet te veel geld kosten voor een opleidingsinstituut. Dure praktijkruimtes met machines en apparatuur worden over het algemeen zo weinig mogelijk gebruikt. Het geven van theorielessen is daarentegen veel kostenefficiënter, tientallen leerlingen en studenten kunnen in een collegezaal naar één vakdocent luisteren. In een praktijkruimte is de begeleiding veel intensiever en zal ook materiaal moeten worden gebruikt.

Opleidingsinstituten maken gebruik van verschillende middelen om leerlingen en studenten te enthousiasmeren voor hun instituut en de opleiding die daarbinnen worden geboden. Er zijn maar weinig opleidingsinstituten die bewerken dat er met een bepaalde opleiding op zak weinig kans op werk is. Toch blijken veel jongeren die net zijn afgestudeerd moeite te hebben met het vinden van een baan. Normaal gesproken stemmen opleidingsinstituten hun opleidingen af op de behoeften van bedrijven. Tegenwoordig lijken een aantal opleidings instituten een andere werkwijze te hanteren bij het bepalen van hun opleidingsaanbod. Ze luisteren naar de wensen van de jeugd. Dit houdt in dat ze hun opleidingen vormgeven op basis van de interesses die leven onder jongeren. Een belangrijk aspect dat in de promotie van opleidingen wordt gebruikt is dat mensen van hun hobby hun werk moeten maken. Daarom moeten ze bij zichzelf nagaan wat ze leuk vinden en daarvoor een passende opleiding zoeken. Dat klinkt natuurlijk heel mooi maar is wel erg kortzichtig. Veel jongeren weten bijvoorbeeld niet welke dynamische vakgebieden er allemaal zijn in de techniek, daarnaast hebben ze ook vaak niet de ruimte of de mogelijkheden om thuis hobbymatig te oefenen met verschillende technieken.

Hierdoor kunnen ze niet goed een beeld vormen van technische opleidingen. Daarvoor zijn ze afhankelijk van een eerlijke voorlichting van opleidingsinstituten. Deze opleidingsinstituten zullen potentiële leerlingen en studenten er goed op moeten wijzen dat de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven soms een ander beeld voor ogen heeft dan het beeld dat jongeren over zichzelf hebben. De eisen die technische bedrijven stellen aan hun medewerkers worden tegenwoordig steeds zwaarder. Bedrijven willen met het in dienst nemen van jonge technici vaak ook nieuwe kennis in het bedrijf brengen. Een opleiding moet daardoor van voldoende niveau zijn en gericht zijn op specifieke vakgebieden waar het bedrijf actief in is. Dit stelt eisen aan het opleidingsinstituut en aan de leerling of  student die de vaardigheden gedurende  de opleiding goed moeten aanleren om deze later in de praktijk toe te kunnen passen. De vaardigheden en kwaliteiten van afgestudeerde technici zijn echter verschillend ondanks het feit dat ze dezelfde opleiding hebben afgerond.

Opleidingsniveau geeft niet altijd de kwaliteiten van kandidaten weer
Het opleidingsniveau of de opleidingsrichting geeft niet altijd een goed beeld van de kwaliteiten van een sollicitant. Allereerst is onduidelijk hoeveel moeite iemand heeft gehad om een opleiding te behalen. Daarnaast is er ook een verschil tussen opleidingsinstituten en de kwaliteit van opleiding. Dit verschil bestaat ondanks het feit dat veel opleidingen dezelfde of bijna dezelfde naam dragen. Daarnaast zegt een opleiding weinig over iemand zijn of haar daadwerkelijke interesse in een bepaald vakgebied.

Sommige leerlingen of studenten volgen een bepaalde opleiding omdat ze nog niet wilden werken. Daarnaast volgen sommigen een opleiding terwijl ze zich onvoldoende hebben georiënteerd op  de verschillende opleidingen die er te volgen zijn. Het is verbazingwekkend dat sommige  leerlingen en studenten een opleiding afronden omdat ze daar nu eenmaal aan begonnen zijn. Eenmaal afgestudeerd blijken ze niets met hun opleidingskeuze of opleidingsniveau te willen doen.

Een ander uiterste vormen de leerlingen en studenten die een opleiding volgen enkel en alleen omdat daar vermoedelijk veel werk in te vinden is. Een aantal van hen heeft nauwelijks aanleg voor de technieken die in de opleiding aan de orde komen. Ze studeren af en beschikken daardoor over een basiskennis maar missen de aanleg of passie voor een bepaald vakgebied waardoor ze niet over de vindingrijkheid, inzicht en creativiteit beschikken die in veel technische beroepen is vereist.

Er zijn verschillende opleidingen en verschillende opleidingsniveaus. De mensen die deze opleidingen en niveaus behalen verschillen echter ook. Een opleidingsniveau koppelen aan de waarde van een arbeidskracht is natuurlijk belangrijk tijdens een selectieprocedure. Toch moet dit niet het belangrijkste punt zijn waarop moet worden geselecteerd. Hieronder is in een alinea weergegeven wat belangrijke punten zijn waarop geselecteerd moet worden wanneer een sollicitant voor een bepaalde functie in aanmerking wil komen.

Aandachtspunten voor het selecteren van technisch personeel
Techniek draait voor een belangrijk deel om uitvoeren. In opleidingen blijkt vaak al welke leerlingen en studenten zich meer op de theorie richten dan de praktijk. Meestal blinkt iemand uit in één van deze twee onderdelen van de opleiding. Leerlingen en studenten die theoretisch goed presteren en daarnaast ook nog in de praktijk echte vakmensen zijn komen niet veel voor. Een echte theoreticus is meestal minder geschikt voor een uitvoerende technische functie dan een praktijkgericht persoon. Toch kunnen beide personen een mbo opleiding hebben afgerond.

Voor technisch uitvoerende functies zoals bijvoorbeeld lasser, slijper, polijster, relingzetter en fitter kan men wel een afgeronde mbo opleiding niveau 4 in de richting van metaal of werktuigbouwkunde vereisen maar is dit noodzakelijk? Deze werkzaamheden komen in een gemiddelde technische mbo opleiding slechts beperkt aan bod. De zogenoemde ‘kneepjes van het vak’ leert men vaak in de praktijk. Hierdoor kunnen mensen die van hobbymatig als kind thuis in de werkplaats van hun vader gelast hebben vaak beter lassen dan leerlingen die alleen gelast hebben op een algemene technische opleiding in de metaal zoals de opleiding mbo werktuigbouwkunde.

Voor technisch uitvoerende functies is het meestal niet nodig om een zware theoretische opleiding te vereisen in de vacature. Dit schrikt veel technische vakkrachten af die wel over de nodige vaardigheden beschikken maar niet het gewenste opleidingsniveau hebben. Juist in de uitvoerende techniek is vakmanschap en inzicht van groot belang. In veel opleidingen wordt hier nog te weinig aandacht aan besteed. Iemand moet ‘gevoel’ hebben voor het vak. Dit is lang niet altijd te leren. Sommige vakmensen die uitvoerend uitstekend werk leveren haken vaak af op een opleiding waar veel aandacht uit gaat naar de theoretische aspecten van het vakgebied. Zo kan iemand die uitstekend kan lassen wel helemaal niet goed zijn in wiskunde, natuurkunde of technisch tekenen. Wanneer een opleidingsinstituut veel waarde hecht aan deze theoretische opleidingen zal iemand die een passie heeft voor de uitvoerende kant van een beroep zich niet op zijn of haar plek voelen. In het ergste geval zal hij of zij de opleiding afbreken.

Het afbreken van een opleiding staat slecht op een cv. Mensen die verantwoordelijk zijn voor het werven en selecteren van technisch personeel moeten een goed onderscheid kunnen maken tussen voortijdig schoolverlaters die hun opleiding hebben afgebroken omdat ze theoretisch niet goed konden meekomen en voortijdig schoolverlaters die hun opleiding hebben afgebroken omdat ze niet gemotiveerd waren. Daarvoor moet een cv doorgelezen worden. Hobby’s, werkervaring en interessegebieden kunnen een ander licht werpen op de motivatie en vakkennis van een sollicitant.

Ook in kantoorfuncties kunnen sommige studenten een opleiding eerder hebben beëindigd omdat bepaalde vakgebieden zoals bijvoorbeeld wiskunde en natuurlijk moeilijk voor hen waren. Een technisch tekenaar zal echter altijd een bepaalde basiskennis nodig hebben van wiskunde en in mindere mate van natuurkunde. Daarom gaan technische opleidingen op HBO niveau meestal diep in op deze vakken of modules. De opleiding HBO werktuigbouwkunde blijkt voor veel technici een uitdaging met name op het gebied van wiskunde en natuurkunde. Een aantal van hen stopt deze opleiding juist omdat ze deze modules moeilijk of in het geheel niet kunnen halen. Onder deze voortijdig schoolverlaters kunnen grote technici aanwezig zijn die uitstekend nieuwe technische oplossingen kunnen bedenken voor bepaalde problemen. Ook hier is het belangrijk dat iemand verder kijkt op het cv van een sollicitant. Hobby’s, projecten, inzicht en visie over technologie kunnen van een kandidaat een duidelijker beeld schetsen waardoor iemand toch geschikt is voor een functie. In een aantal gevallen zal een voortijdig schoolverlater meer geschikt zijn voor een functie dan iemand die de opleiding plichtsgetrouw maar zonder passie heeft afgerond.

Hierbij is ook het opleidingsinstituut een belangrijke factor. In Nederland moet meer aandacht worden besteed aan het bedenken van nieuwe technologieën waarbij buiten bepaalde kaders gedacht moet worden. In veel opleidingen wordt nog teveel binnen kaders gedacht. Leerlingen en studenten leren producten, machines en constructies maken conform de richtlijnen die zijn geboden. Op die manier worden technische oplossingen gereproduceerd. Als men de techniek verder wil brengen zal men meer de aandacht moeten leggen op bedenken van nieuwe concepten en deze moeten toetsen.

Selecteren van technisch personeel tot slot
Het selecteren van geschikt technisch personeel is niet eenvoudig. Het vereist vaak technische kennis om de technische kennis van een sollicitant op de juist waarde te schatten. Medewerkers die verantwoordelijk zijn voor de werving en selectie van technisch personeel doen er verstandig aan om zich te verdiepen in de techniek waarvoor ze een geschikte sollicitant moeten selecteren. Deze technische kennis zorgt er voor dat niet alleen geselecteerd wordt op opleidingen en opleidingsniveau maar juist op vakmanschap, technisch inzicht en visie. Deze eigenschappen zijn persoonsgebonden en maken iemand geschikt voor een bedrijf en een specifieke functie.  Iemand die echt een passie heeft voor de techniek en een bepaald technisch beroep kun je tijdens een selectieprocedure prima herkennen. Hij of zij zal zeer geïnteresseerd reageren op technische vragen. Sommige technici zijn echter niet heel spraakzaam. Dit maakt ze nog niet ongeschikt. Communicatieve vaardigheden zijn niet in elke technische functie vereist. Iemand die weinig communiceert kan aan de hand van een proeflas of foto’s vaak goed aantonen of het een vakkundig goed onderlegd persoon is. Daarnaast kunnen ze ook praktijkvoorbeelden noemen en aangeven hoe ze bijvoorbeeld een lastoestel moeten instellen en waar je bijvoorbeeld op moet letten als je gaat verspanen.

Sommige technici kunnen heel goed praten over hun werk en kunnen in de praktijk juist weinig waar maken. Iemand die selecteert en daarbij zijn of haar technische kennis gebruikt weet over het algemeen goed onderscheid te maken tussen mensen die goed kunnen praten en goed kunnen werken. Voor beide personen zijn functies, iemand die goed selecteert weet de juiste persoon voor de juiste functie te selecteren. Opleidingsniveau en opleidingsrichting blijven belangrijk maar het toepassen van de juiste vragen over techniek zal uiteindelijk er toe leiden dat sollicitanten tot hun recht komen en de juiste kandidaat wordt geselecteerd.

Cursus Veilig Hijsen, voor wie is het bedoelt?

Wanneer personeelsleden gebruik maken van hijs- en hefwerktuigen is het belangrijk dat ze goed weten hoe deze machines bedient moeten worden en welke veiligheidsaspecten hierbij aan de orde komen. Het verplaatsen van (zware) lasten brengt risico’s met zich mee. Wanneer de last niet goed is aangeslagen kan deze naar beneden vallen en materiele en immateriële schade veroorzaken. Dit moet worden voorkomen. Werkgevers zijn volgens de Arbowet verplicht alles in het werk te stellen om een veilige werkplek aan hun medewerkers te garanderen. Een duidelijke instructie over het veilig gebruiken van hijs- en hefwerktuigen is daarom verplicht wanneer medewerkers gebruik maken van deze werktuigen. Een werkgever is verantwoordelijk voor het verstrekken van deze instructies. Hij kan er voor kiezen om de instructies door een opleidingsinstituut te laten uitvoeren. Een opleidingsinstituut heeft hiervoor de benodigde ervaring en theoretische kennis en is daarnaast een externe partij waardoor de waarde van de opleiding en het te behalen certificaat wordt vergroot.

Wat leer je op een cursus Veilig Hijsen?
De opleiding Veilig Hijsen kan zowel bij het bedrijf zelf als bij het opleidingsinstituut worden gehouden. Het opleidingsinstituut en het bedrijf moeten daarvoor wel een geschikte theorieruimte hebben en daarnaast ook over de mogelijkheid beschikken om in de praktijk met diverse hijs- en hefwerktuigen te oefenen. Het theoretische gedeelte van de opleiding Veilig Hijsen gaat onder andere over de Arbowet en de regels die daaruit van toepassing zijn op veiligheid op de werkplek. Daarnaast wordt informatie verstrekt over hijswerktuigen en het Behandelen van lasten. Ook de maximale werkbelasting van hijs- en hefwerktuigen komt aan de orde zodat medewerkers weten welk gewicht maximaal met deze  werktuigen kan worden verplaatst.  Daarnaast wordt aandacht besteed aan aanslagmateriaal,  kabels en hijsbanden en de manier waarop lasten daaraan of daarin kunnen worden bevestigd. In het praktijkgedeelte wordt daadwerkelijk met diverse hijs- en hefwerktuigen geoefend. Hierbij worden de veiligheidsaspecten ook weer benoemd en wordt aangegeven hoe werknemers zich daar het beste aan kunnen houden. De cursus Veilig Hijsen kan een hele dag duren of enkele dagen. Dit is afhankelijk van de faciliteiten die door het bedrijf en het opleidingsinstituut worden geboden.

Geldigheid Veilig Hijsen
Deelnemers moeten na het volgen van het theoriegedeelte en het praktijkgedeelte van de opleiding Veilig Hijsen een examen doen. Dit examen is zowel schriftelijk als in de praktijk. Na het afronden van beide examenonderdelen ontvangt de deelnemer een certificaat: Veilig Hijsen. Dit certificaat is vijf jaar geldig. Natuurlijk is het certificaat geen garantie dat de medewerker niet betrokken kan raken bij ongevallen. Daarom moet in de praktijk gewerkt worden conform de richtlijnen uit de opleiding. Daarnaast moet de medewerker altijd om zijn of haar eigen veiligheid en de veiligheid van de collega’s denken wanneer er lasten worden verplaatst doormiddel van  hijs- en hefwerktuigen. Wanneer het certificaat Veilig Hijsen verlopen is zal de medewerker, wanneer deze in de toekomst hijs- en hefwerktuigen blijft gebruiken, opnieuw het certificaat moeten behalen.

Thuisstudie volgen verstandig of niet?

Wanneer je er goed op let zal je merken dat het aantal reclames voor thuisstudies op televisie en internet omvangrijk is. Ook via de brievenbus worden mensen regelmatig overspoelt met informatie over thuisstudies. Het lijkt er op dat in tijden van economische crisis de verschillende opleidingsinstanties hun kans grijpen om het belang van thuisstudie te onderstrepen. Natuurlijk zit hier een commerciële kant aan verbonden. Opleidingen verkopen is een ‘big business’ geworden de afgelopen jaren. In reclames geven opleidingsinstanties aan dat cursisten hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren wanneer ze voor hun opleidingsaanbod kiezen. Sommige opleidingsinstanties gaan zelfs zo ver dat ze de indruk wekken dat hun opleiding er voor kan zorgen dat een medewerker niet bang hoeft te zijn voor ontslag. Een medewerker zou met de opleiding van het opleidingsinstituut zo weer een andere baan kunnen vinden. Deze reclames klinken natuurlijk fantastisch en zorgen er voor dat veel werknemers en werkzoekenden overwegen om een opleiding te volgen. Daarom is een onafhankelijk advies op zijn plaats. Hieronder zijn verschillende aspecten weergegeven die iemand kunnen helpen om een beslissing te maken om wel of niet een thuisstudie te gaan volgen.

Belang van kennis op de arbeidsmarkt
In tijden van economische tegenslag zijn mensen gevoelig voor informatie over hun positie op de arbeidsmarkt. Werknemers zijn bang om hun werk als belangrijkste inkomstenbron kwijt te raken. Daarom zijn veel werknemers bereid om te investeren in hun werk en alles wat ze daarvoor nodig kunnen hebben. Kennis is één van de belangrijkste aspecten op de arbeidsmarkt. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat onze economie om kennis draait. Het begrip kenniseconomie onderstreept het belang van kennis op de markt extra. Het probleem met kennis is dat het kan verouderen. Aan verouderde kennis heeft men op de arbeidsmarkt geen behoefte. Bedrijven hebben behoefte aan medewerkers die op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen en technologieën. Een medewerker heeft beduidend meerwaarde voor een bedrijf wanneer zijn of haar kennis al verder is dan de kennis die binnen het bedrijf aanwezig is. Bedrijven zijn bereid om kennis ‘in te kopen’ wanneer een bedrijf zich daarmee kan ontwikkelen. Hiervoor onderhouden bedrijven contacten met hogescholen en universiteiten. Vanuit deze opleidingsinstituten proberen ze nieuwe high potentials te werven.

Niet elk opleidingsinstituut staat even goed aangeschreven. Er zijn opleidingsinstituten die voorop lopen met kennis en opleidingsinstituten die relatief verouderd zijn. Bedrijven zoeken daarom voortdurend naar de opleidingsinstituten waar ze de juiste kennis doceren die geschikt is voor het bedrijf en de markt waarin zij opereren. Niet zelden bieden bedrijven hun eigen personeelsleden de mogelijkheid om bij deze instituten hun kennis ‘bij te spijkeren’. Bedrijven geven op hun manier weer gastcolleges waardoor opleidingsinstituten hun binding met de praktijk houden. Dit is een boeiend samenwerkingsverband waarmee het bedrijfsleven en opleidingsinstituten er samen voor zorgen dat de kenniseconomie wordt geoptimaliseerd. Het draait om het wederzijds uitwisselen van kennis. Naarmate je meer beschikt over actuele kennis wordt je positie op de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven sterker.

Thuisstudie als oplossing voor onzekerheid
Wanneer er uit het nieuws naar voren komt dat de werkloosheid toe neemt worden mensen onzeker. Dit geld niet voor alle bedrijfstakken omdat er altijd een aantal bedrijfstakken zijn waar het relatief goed zal gaan. De berichten dat mensen in Nederland minder geld uitgeven tonen echter aan dat mensen onzeker worden over hun koopkracht. Bezuinigingen van de regering zorgen er voor dat de koopkracht ook daadwerkelijk daalt. Het CBS geeft deze cijfers vervolgens weer evenals de Rekenkamer. Mensen zien deze financiële ontwikkelingen met argusogen aan en  proberen oplossingen te vinden om hun eigen financiële positie te verbeteren. Bezuinigingen en bezuinigingsbeleid is niet iets wat alleen op landelijk niveau plaatsvindt. Ook in gezinnen wordt er heel wat gerekend. Wanneer er minder geld te besteden is worden er keuzes gemaakt. Allereerst wordt er gesneden in de kosten. Er wordt afgevraagd wat men werkelijk nodig heeft om rond te kunnen komen. Overbodige luxe wordt afgeschaft en men richt zich meer op de primaire behoeften.

Net als de Nederlandse regering maken huishoudens in Nederland ook beslissingen om de kans op een verdere koopkrachtdaling te voorkomen. Investeringen moeten soms gedaan worden om de positie van de kostwinnaar(s) op de arbeidsmarkt te verbeteren. Opleidingen zijn in die situatie geen onverstandige keuze. Wanneer iemand aan het werk is heeft hij of zij vaak niet de mogelijkheid om volledige dagen naar een opleidingsinstituut te gaan. Een avondstudie of een thuisstudie passen dan vaak beter in de agenda. Door het volgen van een thuisstudie of avondstudie kan de kennis van een medewerker naar een hoger niveau worden gebracht en daarmee de positie binnen een bedrijf worden verstevigd. Een thuisstudie kan een medewerker een gevoel van zekerheid geven. Hoezeer dat gevoel op zijn plaats is zal pas blijken wanneer hij of zij noodgedwongen ander werk moet zoeken. De arbeidsmarkt is uiteindelijk de graadmeter voor de waarde van een opleiding.

Wanneer je werkloos bent kan een thuisstudie ook een nuttig middel zijn om je waarde op de arbeidsmarkt te vergroten. In deze positie heb je echter vaak minder geld te besteden en wordt het belang van de juiste studiekeuze nog groter. Voordat je gaat beginnen aan een thuisstudie is het daarom van extra belang om advies in te winnen bij verschillende instanties. Ga na waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt en kies niet een opleiding die te veel afwijkt van jouw cv. Een bedrijf zal tijdens een sollicitatieprocedure graag willen weten waarom je voor een bepaalde opleiding hebt gekozen. Deze keuze moet je goed kunnen motiveren.

Een thuisstudie is niet voor iedereen verstandig
Hoewel een thuisstudie een toegevoegde waarde heeft op het cv is het niet voor iedereen verstandig om een thuisstudie te gaan volgen. Een thuisstudie kost tijd en geld. Wanneer je alleen woont kun je zelf behoorlijk goed inschatten of je de tijd en het geld beschikbaar hebt om een thuisstudie te volgen. Als je echter met een partner woont en kinderen hebt wordt dat een ander verhaal. De inkomsten moeten worden verdeeld en dat zorgt er voor dat er van te voren goed geïnventariseerd moet worden of er voldoende geld beschikbaar is om een thuisstudie te volgen. Daarnaast vergt een gezin tijd en daar moet je ook rekening mee houden wanneer je overweegt om een thuisstudie te gaan volgen. Voordat je de beslissing maakt moet je goed overleggen en er zeker van zijn dat je partner en je gezin je beslissing steunt. Vervolgens moet je een tijdsplanning maken in je agenda zodat jij en je gezinsleden goed weten wanneer je met je studie bezig bent en wanneer je tijd hebt voor je gezin.

Studeren is een werkwoord. Het is niet iets dat iedereen even goed kan. Voordat je een thuisstudie gaat beginnen moet je voor jezelf goed in de gaten hebben of je wel in staat bent om een bepaalde studie te gaan volgen. Vooral wanneer het een thuisstudie betreft. Bij het volgen van een thuisstudie moet je keuzes maken en zelfdiscipline hebben om naar die keuzes te handelen. Wanneer je twijfelt of je geschikt bent voor een thuisstudie kun je altijd navraag doen bij mensen die je goed kennen. Vraag aan hen of ze jou in staat achten om een thuisstudie te volgen en af te ronden. Deze mensen kunnen je tevens ondersteunen bij het maken van een keuze voor een studie die bij je past.

Wees realistisch over een thuisstudie
Hoewel de keuze voor een thuisstudie op zich verstandig is moet men wel realistisch zijn. De reclames in de media over thuisstudies schetsen een beeld dat niet altijd naadloos op de werkelijkheid aansluit. Een thuisstudie vergroot welleswaar je kansen op de arbeidsmarkt maar is geen garantie op meer of beter werk. Het volgen van de juiste studie is een begin maar er zijn veel meer factoren die een rol spelen bij het zoeken naar een baan. Een sollicitatienetwerk is ook belangrijk en je moet er voor zorgen dat je op de juiste vacatures schrijft die aansluiten bij je cv. Voordat je een thuisstudie gaat volgen moet je daarom eerst een realistisch beeld ontwikkelen over je loopbaanwensen en de vraag op de arbeidsmarkt. Probeer in contact te komen met onpartijdige adviseurs. Bij opleidingsinstituten is een duidelijk commercieel belang aanwezig. Zij zullen in veel gevallen trachten een opleiding te verkopen en daar zal hun advies op gebaseerd zijn. Wanneer je met werkgevers in contact treed of met uitzendbureaus zullen die een eerlijker beeld geven van de behoeften op de arbeidsmarkt. Overschat jezelf en je kansen op de arbeidsmarkt niet maar werk hard om een mooie plek in de kenniseconomie te verwerven. Dan heb je een realistische kijk op jezelf en op je kansen.

Technische opleiding kiezen

De technische branche draait om innovatie en kennis. De techniek is voortdurend in ontwikkeling en dat zorgt er voor dat opleidingsinstituten en bedrijven voortdurend op zoek zijn naar nieuwe informatie en oplossingen voor technische problemen. Leerlingen en technisch personeel moeten voortdurend nieuwe kennis en vaardigheden aanleren om effectief aan de vraag op de arbeidsmarkt te kunnen voldoen. Er zijn in de praktijk verschillende technische functies die uitgevoerd kunnen worden. De kans om werk te vinden wordt vergroot wanneer je over de juiste technische kennis en opleiding beschikt. Voordat je een opleiding kiest is het belangrijk om je goed te oriënteren. Hieronder staan een aantal tips die je bij deze oriëntatie kunt gebruiken.

Waar is behoefte aan op de arbeidsmarkt?
De arbeidsmarkt is niet altijd het zelfde en is nauw verbonden met de economische ontwikkelingen van een land of regio. Wanneer de overheid besluit om meer te investeren in de technische markt heeft dat gevolgen voor het opleidingsaanbod. Hou de nieuwsberichten goed in de gaten. Ook vacaturekranten en vacaturebanken op internet geven een duidelijk overzicht van de ontwikkelingen die zich afspelen op de arbeidsmarkt. Daarnaast is het ook verstandig om via sociale netwerken contacten te leggen met bedrijven en opleidingsinstituten. Via email kan veel informatie ingewonnen worden over opleidingen en de kans op werk. Daarnaast is het benaderen van bedrijven en opleidingsinstituten een belangrijke investering in je netwerk voor de toekomst wanneer je werk gaat zoeken. Uitzendbureaus hebben ook een goed beeld van de behoefte op de arbeidsmarkt. Voordat je een opleiding kiest kun je ook bij verschillende uitzendbureaus binnen stappen om meer informatie te vragen over beroepen en opleidingen waar op de arbeidsmarkt behoefte aan is.

Welke opleiding past bij mij?
Wanneer je duidelijk hebt gekregen welke opleidingen gewild zijn op de arbeidsmarkt is het belangrijk dat je een goede keuze maakt. Een opleiding kost geld, tijd en inspanning. Deze investeringen doe je niet voor niets, je doet het voor je toekomst. Het uiteindelijke doel van een opleiding moet werk zijn of het vergroten van de kans op werk dat bij je past. Daarom moet je goed nagaan welk beroep bij je past. Informatie over bepaalde beroepen kun je hierbij gebruiken. Misschien heb je een kennis die een bepaald beroep heeft waar je interesse naar uit gaat. Vraag die kennis welke taken hij of zij uitvoert en hoe dat bevalt. Noteer voor jezelf de voor- en nadelen. Daarnaast kun je ook goed doorvragen of hij of zij een geschikte opleiding of opleidingsinstituut weet waar je een opleiding zou kunnen volgen die voor het beroep nodig is. Op internet hebben verschillende technische bedrijven de mogelijkheid om online filmpjes te bekijken van bepaalde beroepen. Ga bij jezelf goed na of een beroep echt bij je past. Vrienden en familieleden kennen je vaak goed en kunnen ook advies geven of ze een beroep wel of niet bij jezelf vinden passen. Wanneer je een beroep hebt gekozen en weet welke opleiding daarvoor nodig is kun je naar de volgende stap gaan.

Waar volg ik mijn opleiding?
Een opleidingsinstituut heeft als belangrijk doel: zoveel mogelijk mensen opleiden. Hoe meer mensen een opleiding volgen hoe meer een opleidingsinstituut verdient. Het advies van een opleidingsinstituut is daarom niet objectief maar bevat een commercieel belang. Je zult uiteindelijk zelf een opleidingsinstituut moeten kiezen die bij je past. Een aantal zaken kunnen daarbij een rol spelen:

  • De prijs van een opleiding bij een opleidingsinstituut.
  • De leermethode op een opleiding. Bijvoorbeeld BBL, BOL, thuisstudie of klassikaal.
  • De locatie van de opleiding.
  • Het lesmateriaal.
  • De naamsbekendheid van een bepaald opleidingsinstituut.
  • Samenwerkingsverbanden van een opleidingsinstituut met het bedrijfsleven
  • Startdatum van de opleiding

Bovenstaande punten zijn belangrijk voor je keuze voor een bepaald opleidingsinstituut. Je kunt aan de punten een waarde geven door ze op volgorde te zetten. Bovenaan het belangrijkste punt en onderaan het minst belangrijke punt. Kijk naar het opleidingspakket van verschillende opleidingsinstituten. Hou er daarbij rekening mee dat er soms verschillende namen zijn voor een bepaalde opleiding terwijl er in feite hetzelfde wordt bedoelt.

Tot slot
Wanneer je een opleiding en een opleidingsinstituut hebt gekozen kun je een planning maken. Deze planning begint op de startdatum van de opleiding. In de planning noteer je alle belangrijke stappen die je nodig hebt om een opleiding te halen. Tijdens je opleiding is het belangrijk om het netwerk dat je inde oriëntatieperiode hebt opgebouwd te onderhouden. Je kunt een half jaar voor de verwachte einddatum van je opleiding al beginnen met solliciteren.