Gevolgen van de industriële revolutie en globalisering voor de arbeidsmarkt

Er zijn verschillende factoren die een invloed hebben op de arbeidsmarkt. Deze markt is namelijk net als andere markten onderhevig aan veranderingen. Door de economie en door technologie wordt de arbeidsmarkt sterk beïnvloed. Dit begon in feite al tijdens de industriële revolutie. Tjerk van der Meij heeft tijdens zijn opleiding Personeel en Arbeid de gevolgen van de industriële revolutie en de globalisering voor de arbeidsmarkt in kaart gebracht. In onderstaande alinea’s is beknopt te lezen wat uit dit onderzoek naar voren kwam.

Industriële revolutie
Voor de industriële revolutie was men voornamelijk bezig met landbouw en veeteelt. Dit was zeer arbeidsintensief werk. Veel werk werd nog met de hand gedaan of doormiddel van lastdieren, zoals trekpaarden en stieren. Eind 18e eeuw deed zich binnen dit vakgebied een trend voort. Door de mechanisering van processen kon men meer produceren en werd de spierkracht van mensen en dieren overgenomen door machines. Tot de eerste machines behoorden de stoommachines die doormiddel van stoomkracht in beweging werden gebracht.

Men kon steeds meer produceren met minder mankrachten. Fabrieken hadden meer mensen nodig en niet alleen het aantal producten nam toe ook de diversiteit aan producten werd groter. Door deze ontwikkeling konden mensen die niet meer binnen de agrarische sector hoefden te werken zich bezig houden met een andere productiviteit. Hierdoor groeide andere sectoren, naast de agrarische sector, immens. Er ontstonden nieuwe industriële bedrijven. Daardoor nam het aantal vacatures en functies op de arbeidsmarkt toe. Doordat ook de bevolking in Europa sterk groeide, groeide dus de vraag en het aanbod. De arbeidsmarkt werd complexer maar er was nog steeds een duidelijk verschil merkbaar tussen de arbeiders (fabrieksarbeiders, landarbeiders) en de vakkrachten zoals de (edel)smeden, schoenmakers, loodgieters enz. Er ontstond een verschil tussen specialisten die uniek vakwerk konden produceren en productiekrachten.

De toename in de productie zorgde er voor dat veel producten ook goedkoper werden. Men kon sneller produceren tegen lagere kosten. Daardoor konden ook auto’s (bijvoorbeeld de T-Ford) tegen een lage prijs worden gemaakt. Meer mensen waren in staat om producten te kopen. De koopkracht nam echter voor een bepaalde groep toe. Veel arbeiders hadden het aan het einde van de negentiende eeuw nog niet goed. Toch werden arbeiders mondiger en waren er vanuit de politiek verschillende partijen en personen die zich bekommerden om de positie van de arbeiders. Doordat arbeiders meer inkomenszekerheid kregen en goedkopere massaproducten konden kopen draaiden ook deze arbeidersklasse mee in de economie. Dit booste de economie enorm. Door deze enorme groeiende economie, de toename van industrie en het dalen van de agrarische sector, kwam gepaard met de industriële revolutie de globalisering over de jaren op gang.

Globalisering
Naarmate de geschiedenis vorderde, kon de beschaving zich op technologisch gebied verder ontwikkelen. Er kwam steeds meer geld beschikbaar om de kwaliteit van producten, machines en systemen te verbeteren. Het verbeteren van machines en het optimaliseren van technologie werd ook steeds noodzakelijker. De kenniseconomie deed haar intrede en kennis werd beschouwd als een belangrijk middel om concurrentievoordeel te behalen. Door middel van het voortdurend innoveren van nieuwe technieken werd de wereld spreekwoordelijk kleiner. Dit noemt men globalisatie.

Producten werden verhandeld over de landsgrenzen heen en bedrijven concurreren wereldwijd met elkaar. Door internet, skype en telecommunicatie kunnen bedrijven, afnemers, producenten en andere spelers op de markt wereldwijd met elkaar in contact komen zonder dat men zich fysiek hoeft te verplaatsen. Globalisering betekent ook dat de wereld steeds meer geïntegreerd wordt door nieuwe technieken. De technieken kunnen uit verschillende landen afkomstig zijn. Hierdoor werden afstanden en tijden korter. Daarnaast werd alle handel en productie opgenomen in een, voor ieder soort gelijk, kapitalistisch systeem. Door de snelle toename van de globalisering groeide de economie en daardoor ook de (massa-) industrie. Wegens deze groeiende economie en industrie werden relaties over de hele wereld opgebouwd.
Mensen werden afhankelijker van elkaar, maar ook bedrijven konden niet meer zonder elkaar. De arbeidsmarkt wordt niet nationaal maar juist internationaal. Er is in Europa in grote mate vrij verkeer van producten maar ook van arbeidskrachten mogelijk. Werknemers uit andere landen kunnen ook in Nederland werken en andersom is ook goed mogelijk. Dat zorgt voor nog meer dynamiek op de arbeidsmarkt. Doordat bedrijven de hele wereld kon voorzien van hun product, groeide de industrie sneller dan ooit. Ondanks het enorme opkomen van massa productie werd er door vakmensen nog steeds ambachtelijk werk verricht. Dit is in deze huidige tijd nog steeds in het samenlevingsbeeld terug te zien. Er is op de arbeidsmarkt nog steeds vraag naar specialisten. Dit is duidelijk merkbaar in de techniek, bouw, ICT en andere sectoren waarin technologie een grote rol speelt.

Arbeidsmarkt van de toekomst
Ook in de toekomst zal de arbeidsmarkt zeer dynamisch blijven. De rol van internet is al belangrijk en zal nog belangrijker worden. Uitzendbureaus, headhunters en andere arbeidsbemiddelingsbureaus hebben een groot deel van hun dienstverlening naar het internet verplaatst. Dat zorgt er voor dat solliciteren en het maken van een match op de arbeidsmarkt steeds vaker digitaal gebeurd. Zelfstandigen zonder personeel en opdrachtgevers vinden elkaar ook vaak via digitale wegen. De toekomst van de arbeidsmarkt is sterker afhankelijk van de techniek en automatisering dan ooit te voren. Deze ontwikkeling zal de komende jaren echter in stand blijven en verder worden uitgebouwd.

Omgaan met kennisverlies

Nederland pretendeert een kenniseconomie te zijn. Als kennis in de economie centraal staat zullen bedrijven er alles aan moeten doen om kennis te behouden en te ontwikkelen. Ervaren werknemers beschikken over het algemeen over veel kennis. Deze kennis bestaat uit competenties en vaardigheden die men tijdens het werk heeft aangeleerd door het uitvoeren van de werkzaamheden en het volgen van opleidingen en trainingen. Een ervaren werknemer is door deze kennis en vaardigheden belangrijk voor een bedrijf. Als werknemers met veel kennis uit de organisatie vertrekken is dat in veel gevallen niet prettig voor de werkgever. De werkgever zal zich moeten inzetten voor het behoud van kennis.

Kennis is macht
Als men de Nederlandse kenniseconomie vergelijkt met de concurrerende wereldeconomieën dan komt de economie van Nederland in de tot tien terecht. Hieruit kan men de conclusie trekken dat onze technologie en technische kennis een belangrijk onderdeel vormt voor onze concurrentiepositie in de wereldeconomie. De laatste jaren is men in Nederland volop de focus aan het leggen op het uitbreiden en verdiepen van deze kennis. De concurrentie in de wereld is groot. Bedrijven uit andere landen proberen Nederlandse bedrijven over te kopen om met name het kennisniveau en het marktaandeel van Nederlandse bedrijven in handen te krijgen. Hoe meer kennis bedrijven hebben hoe beter hun positie is op de markt. Daarom is kennis macht in de economie.

Kennis borgen
Bedrijven zijn zich bewust van het belang van kennis. Daarom proberen ze kennis te borgen in hun organisatie. Dit kan men digitaal doen en schriftelijk (op papier). Tegenwoordig wordt veel kennis echter digitaal opgeslagen. De cruciale factor is echter het personeel dat de kennis in de dagelijkse werkzaamheden moet hanteren. Hierbij kan men denken aan specifieke technische vaardigheden en de vaardigheden om nieuwe producten te bedenken en te ontwerpen. Deze vaardigheden zijn belangrijk voor het geven van nieuwe impulsen aan innovatieve processen in organisaties.

Naast kennis in vaardigheden zijn ook netwerken van groot belang. Ervaren werknemers hebben vaak een goed contact opgebouwd met klanten en collega’s. Deze contacten zijn vaak sterk persoonsgebonden en dat maakt de contacten kwetsbaar als werknemers vertrekken. Het nadeel van persoonlijke contacten is dat men deze contacten moeilijk kan borgen. Men kan de input en output van contactmomenten wel borgen aan de hand van verschillende systemen zoals een Customer Relationship management systeem. Deze systemen worden ook wel CRM systemen genoemd.

Investeren in kennis
Bedrijven investeren in kennis door personeel op te leiden en goed opgeleid personeel aan te nemen. Doormiddel van trainingen en nieuwe machines en werkmethodes kan het personeel geprikkeld worden om hun kennisniveau te verhogen. Een voorbeeld van nieuwe werkmethodes zijn werkprocessen volgens Lean management methodieken. Nieuwe machines zorgen ook voor een verhoging van het kennisniveau binnen een organisatie. Hierbij kan men bijvoorbeeld denken aan het vervangen van conventionele machines door CNC gestuurde machines (computergestuurde machines). De industrie werkt voortdurend aan de optimalisatie van productieprocessen. Ook binnen de administratieve sector en de financiële sector voert men automatiseringsprocessen door zodat er minder fouten worden gemaakt en men sneller kan werken.

Kennis is belangrijk voor personeel
Kennis is niet alleen voor bedrijven van belang. Ook personeel kan een grote waarde hechten aan kennis. Doormiddel van een hoger kennisniveau kunnen personeelsleden namelijk doorgroeien binnen een organisatie naar een specialistische functie of naar een hogere functie. Daarnaast staan opleidingen goed op het cv van een werknemer. Hoe meer kennis iemand heeft hoe groter de meerwaarde op de arbeidsmarkt. Een bedrijf zal er alles aan moeten doen om personeel met een hoog kennisniveau te behouden. Een mogelijkheid om dit te bewerkstelligen is om de leergierigheid van personeelsleden voortdurend te voeden met nieuwe kennis en opleidingsmogelijkheden.

Kennisverlies
Als bedrijven niet in staat zijn om ervaren personeel te binden en te boeien, dan lopen ze de kans dat personeel naar andere bedrijven gaat vertrekken. Dit levert een bedrijf indirect veel schade op. Daar komen ze meestal pas later achter. Immers de lege plek moet meestal worden opgevuld door een nieuwe kracht die over het algemeen ingewerkt moet worden. Dat kost tijd en geld en zorgt voor  inefficiënte werkprocessen omdat er een personeelslid of meerdere personeelsleden ingezet moeten worden om een nieuwe kracht in te werken. Bovendien moet een bedrijf op dat moment juist kennis overdragen aan het personeelslid. Daarnaast kan ook de dienstverlening naar de klant in het gedrang komen. Immer de aandacht die besteed wordt aan het inwerken van een kracht kan niet worden gericht op de klant. De kwaliteit van de dienstverlening kan dus op verschillende manieren worden verlaagd als personeel met kennis uit de organisatie vertrekt.

Ervaren nieuwe personeelsleden die al over de gewenste kennis beschikken vragen meestal meer salaris als ze in een weinig uitdagende functie worden neergezet. Deze personeelsleden komen door hun salariswens meestal in de bovenste tredes van hun salarisschaal en dat werkt op den duur ook niet motiveren. Kortom als men een nieuw personeelslid in dienst neemt ter vervanging van een ervaren kracht dan krijgt men meestal niet meer kennis binnen. Om die reden is het voor veel bedrijven verstandig om juist de kennis zoveel mogelijk binnen de muren van de organisatie te houden. Het moet voor personeel aantrekkelijk zijn om voor de huidige werkgever te blijven werken.

Opvangen van kennisverlies
Kennisverlies kan niet altijd worden voorkomen door organisaties. Soms is het eenvoudigweg niet mogelijk om binnen de kaders van een organisatie te voldoen aan de ambities die bepaalde personeelsleden met veel kennis hebben. In dat geval moet een organisatie zich voorbereiden op kennisverlies. Dit kan men onder andere doen door een strategische personeelsplanning.

Met een strategische personeelsplanning kan men het kennisverlies ten dele opvangen. Deze vorm van personeelsplanning bestaat in eerste instantie uit het inventariseren van de kennis en vaardigheden die aanwezige personeelsleden nu al in beheersen. Dit schept een helder inzicht in welke kennis en vaardigheden nodig zijn voor de organisatie.

Als er toch ervaren personeelsleden vertrekken uit de organisatie heeft de organisatie in ieder geval een helder beeld van de personeelsleden die geworven moeten worden. Een organisatie dient haar netwerk met potentiële kandidaten goed op orde te houden zodat ze snel kan anticiperen op het vertrekken van ervaren krachten. Ook opleidingen zijn van groot belang. Als personeel voortdurend opgeleid wordt en kennis wordt gedeeld kan men makkelijker de werkzaamheden van het vertrekkende personeel overnemen.

Wat doet de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB?

De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB is sinds 1 januari 2012 actief. Deze stichting verbindt het georganiseerd bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De vereniging van 17 kenniscentra is overgegaan naar het SBB. Hierdoor is het SBB een belangrijk kennisbaken tussen bedrijven en mbo opleidingen. Het bedrijfsleven en het mbo werken nauw met elkaar samen. Dit is belangrijk omdat bedrijven goed personeel willen hebben die over voldoende kennis beschikt voor de uitvoering van de taken. Mbo opleidingen moeten er voor zorgen dat de studenten de gewenste kennis en vaardigheden aanleren. Er zijn in Nederland bijna 70 onderwijs-instellingen, dit zijn aoc’s, roc’s en vakscholen. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Al deze instanties leiden mbo’ers op tot vakkrachten.

Eisen aan opleidingen veranderen
De eisen aan personeel veranderen voortdurend. In bijvoorbeeld de techniek en ICT zijn er veel technische ontwikkelingen die er voor zorgen dat studenten nieuwe vaardigheden en kennis nodig hebben om effectief in de praktijk te kunnen werken. Bedrijven stellen door deze ontwikkelingen voortdurend hun eisen bij in de vraag naar personeel. Opleidingen moeten er voor zorgen dat met de eisen uit het bedrijfsleven rekening wordt gehouden. Daarom passen opleidingen regelmatig hun lesstof aan zodat leerlingen waardevolle diploma’s krijgen voor de arbeidsmarkt. Daarnaast moeten opleidingen ook goed op elkaar aansluiten. Zo moeten leerlingen met een vmbo opleiding een goede aansluiting hebben op de lesstof van een mbo opleiding. Studenten met een mbo opleiding op zak moeten vervolgens weer goede aansluiting hebben met hbo opleidingen indien ze door willen leren. Het SBB houdt zich bezig met deze aansluiting en adviseert de minister van OCW.

Wat doet het SBB?
De SBB voert verschillende taken uit. Zo maakt deze stichting afspraken over de inhoud van opleidingen. In kwalificatiedossiers worden de wensen van de arbeidsmarkt vastgelegd. Met deze kwalificatiedossiers kunnen scholen een goed beeld vormen over de arbeidsmarkt en studenten goed adviseren over hun loopbaanmogelijkheden. Scholen kunnen eveneens met deze dossiers bekijken of de lesstof goed aansluit op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. In de dossiers staan afspraken tussen het onderwijs en het bedrijfsleven over de examinering. De belangrijkste doelstelling van de samenwerking binnen het SBB is het ontwikkelen van een doelmatig  opleidingsaanbod.

Beroepspraktijkvorming
In een mbo opleiding moet een student ook vaardigheden aanleren voor de praktijk. Deze praktijkervaring kan een student opdoen in een stage of leerbaan. Een stage bij een bedrijf in de praktijk zorgt er voor dat een student werkt aan zijn of haar ‘beroepspraktijkvorming’. De beroepspraktijkvorming is zeer belangrijk. Door de SBB worden afspraken gemaakt over de beroepspraktijkvorming. Deze afspraken zijn geldig voor een hele bedrijfstak waarop de beroepspraktijkvorming is gericht. Er is bijvoorbeeld een beroepspraktijkvorming voor de bouw, metaal of zorg.

Door de school, de student en het leerbedrijf worden afspraken gemaakt over de taken en verantwoordelijkheden die de student, de school en het leerbedrijf hebben tijdens de stage. Deze individuele afspraken zijn afgestemd op de landelijk afspraken die zijn opgenomen in de beroepspraktijkvorming van de desbetreffende sector.

SBB  en de toekomst
De samenwerking binnen de SBB zorgt er voor dat bedrijven meer invloed krijgen op de kwaliteit en lesstof van opleidingen. Bedrijven krijgen meer verantwoordelijkheid bij het opleiden van mbo-ers. Door de grotere invloed van bedrijven sluit de inhoud en de omvang van het onderwijsaanbod in Nederland in de toekomst nog beter aan bij de behoeften van het bedrijfsleven. Hierdoor krijgen mbo-leerlingen een waardevoller diploma en zullen ze in een functie meer herkennen van hun lesstof.

Onderwijsinstellingen krijgen meer zeggenschap over de kwalificatiedossiers. Door deze wederzijdse invloed zijn de wensen en mogelijkheden van het onderwijs goed afgestemd op de wensen van het bedrijfsleven.

SBB en afstemming
In de alinea’s hierboven komt duidelijk naar voren dat de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven vooral gericht is op onderlinge afstemming tussen de wensen en mogelijkheden van scholen en bedrijven. Scholen zullen intensief met elkaar moeten samenwerken. Communicatie is hierbij van groot belang. Ook hierin heeft de stichting SBB een belangrijke rol.

Wat is research & development en Onderzoek & Ontwikkeling waarom is dit belangrijk?

Research & development (R&D)is een Engelse term die in het Nederlands kan worden vertaald met Onderzoek & Ontwikkeling (O&O). Research & development is het gehele proces dat binnen een bedrijf plaatsvindt met betrekking tot het onderzoeken en ontwikkelen van nieuwe producten en technologische oplossingen. Soms wordt dit proces ook wel Speur- en Ontwikkelingswerk genoemd, dit wordt afgekort met S&O. Grote bedrijven in de techniek en de maakindustrie kunnen een speciale afdeling hebben voor Research & development. Deze afdelingen worden R&D afdelingen genoemd. Er zijn ook bedrijven die Research loskoppelen van Development.

Waarom is research belangrijk?
Voordat men gaat ontwikkelen zal men eerst onderzoek moeten doen. Tijdens dit onderzoek wordt aandacht besteed aan materialen en ontwerp. Ook wordt gekeken naar de technische specificaties die aan de orde moeten komen bij de vormgeving van het product. Ergonomische aspecten kunnen ook een rol spelen wanneer het een product betreft dat door mensen wordt gebruikt of bediend. Natuurlijk dienen producten die in Nederland worden ontwikkelt ook aan strenge normen te voldoen met betrekking tot veiligheid en kwaliteit. Research is belangrijk omdat een goed onderzoek kan voorkomen dat producten worden ontwikkelt die niet aan de gestelde wensen of eisen voldoen.

Wat verstaat men onder development?
Zodra men de informatie in de onderzoeksfase in kaart heeft gebracht kan men de volgende fase ingaan, dit is development oftewel de ontwikkelingsfase. De overgang tussen de onderzoeksfase naar de ontwikkelingsfase is het maken van verschillende prototypes. De prototypes worden getest en daarnaast wordt er gekeken of deze aan de gestelde normen en eisen voldoen. Als dit het geval is kan men over gaan tot de productie. Development is de daadwerkelijke ontwikkeling van producten. Het is belangrijk dat men bij development de informatie gebruikt die tijdens de researchfase is verzameld.

Research & development en de economie
Innovatie is zeer belangrijk voor de concurrentiepositie van een land. Doormiddel van Research & development wordt gestreefd naar nieuwe producten en diensten waarmee oplossingen kunnen worden geboden die in de behoeften kunnen voorzien van potentiële klanten. Veel bedrijven hechtten dan ook waarde aan R&D afdelingen. Met name bedrijven die in markten actief zijn waarin de technologische ontwikkelingen in een hoog tempo elkaar opvolgen. Hierbij kan gedacht worden aan de computerbranche en de telecomsector.

Niet alleen bedrijven investeren in Research & development, ook regeringen en andere organisaties investeren in het ontwikkelen van nieuwe producten. Overheden kiezen er soms voor om geld beschikbaar te stellen aan bedrijven die nieuwe producten ontwikkelen. Dit geld wordt meestal in de vorm van subsidies beschikbaar gesteld. Hierbij kan gedacht worden aan subsidies van lokale overheden maar ook aan subsidies vanuit Europa.

Opleidingsinstituten zoals technische universiteiten leveren ook een belangrijke bijdrage aan de ontwikkeling van nieuwe technologieën en innovaties. Veel bedrijven zoeken daarom de samenwerking met hoge scholen en universiteiten op. Hierdoor wordt niet alleen het kennisniveau voor bedrijven vergroot, de universiteiten krijgen ook praktijkkennis en praktische opdrachten die uitdaging bieden voor hun studenten. Innovatie is iets dat integraal moet worden gestimuleerd in de economie. Alleen dan kan de economische concurrentiepositie van een land structureel worden verbeterd. Innovatie is een wezenlijk onderdeel van de kenniseconomie.

Wat zijn de internationale titels van hbo-ingenieursopleidingen of technische Bachelors?

De arbeidsmarkt beperkt zich tegenwoordig niet meer tot de grenzen van Nederland. Er is sprake van arbeidsmigratie en daarnaast zijn veel internationale bedrijven op zoek naar talenten die over de grens wonen. Het is niet meer vanzelfsprekend dat iemand die een hbo-opleiding haalt zijn of haar hele leven in Nederland zal blijven werken. Met name technici zijn zeer in trek bij verschillende bedrijven die nieuwe technieken en technologieën ontwikkelen. Ook Nederlandse bedrijven zijn voortdurend op zoek naar hoogopgeleide technici die een bijdrage kunnen leveren aan het kennisniveau van het bedrijf.

Een kenniseconomie draait, zoals de naam al doet vermoeden, voornamelijk om kennis. Doormiddel van een hoger kennisniveau hoopt men economisch voordeel te behalen op de concurrentie. Landen met een hoog kennisniveau hebben een stevige concurrentiepositie. Het is belangrijk dat bedrijven een goed beeld hebben van het kennisniveau en het specialisme van sollicitanten. Daarom is transparantie in opleidingsbenaming en opleidingsniveau belangrijk.

Om gestalte te geven aan deze internationale transparantie op het gebied van opleidingen is in 2003 in Nederland de bachelor-masterstructuur (BaMa) ingevoerd. Deze structuur wordt ook wel het BaMa-stelsel genoemd en zorgt er voor dat iedereen die met succes een technische bacheloropleiding heeft gevolgd de graad Bachelor of Science (BSc) ontvangt. Deze graad is hetzelfde als hbo-niveau alleen is de Bachelor graad internationaal bekend. Studenten die met succes een ingenieursstudie aan een Nederlandse universiteit hebben afgerond krijgen de internationaal bekende graad genaamd Master of Science (MSc).

Verschillende titels voor hbo-ingenieursopleiding
Studenten die een hbo-ingenieursopleiding hebben gevolgd en deze succesvol hebben behaald krijgen de internationaal erkende graad Bachelor. Er zijn echter veel verschillende technische ingenieursopleidingen die op hbo-niveau kunnen worden gevolgd. Hbo-opleidingen hebben een bepaalde vrijheid om naast de graag Bachelor verschillende achtervoegsels te gebruiken. Toch is ook hier transparantie belangrijk. Daarom hebben de Nederlandse Ingenieursvereniging KIVI NIRIA en de HBO-raad een aantal adviezen opgesteld waarbij men rekening heeft gehouden met de herkenbaarheid van hbo-ingenieursopleidingen internationaal. De volgende vier titels zijn hieruit ontstaan:

Bachelor of Engineering (B Eng)
Deze titel wordt gebruikt voor de volgende opleidingen of opleidingsrichtingen op hbo:

  • technische bedrijfskunde
  • scheepsbouwkunde
  • autotechniek
  • luchtvaarttechnologie
  • elektrotechniek
  • mechatronica
  • bewegingstechnologie
  • technische natuurkunde
  • chemische technologie
  • werktuigbouwkunde
  • industrieel product ontwerpen
  • business engineering
  • industriële automatisering

Bachelor of Built Environment (B BE)
Deze titel komt minder vaak voor dan de titel die hiervoor werd genoemd. Er zijn ook een beperkter aantal opleidingen waar de titel Bachelor of Built Environment voor wordt gebruikt. Deze opleidingen hebben over het algemeen met de bouw te maken en met technische opleidingen die daar sterk aan gerelateerd zijn. Voorbeelden van deze opleidingen zijn:

  • bouwkunde
  • civiele techniek
  • bouwtechnische bedrijfskunde
  • ruimtelijke ordening & planologie
  • geodesie
  • verkeerskunde
  • technische milieukunde.

Bachelor of Applied Science (BASc)
Deze titel wordt gebruikt voor een aantal specifieke opleidingen. Dit zijn de volgende:

  • bio-informatica
  • materiaalkunde
  • opleidingen op natuurwetenschappelijk gebied.

Bachelor of Information and Communication Technology (B ICT)
Deze titel B ICT wordt gebruikt voor verschillende opleidingen die verbonden zijn aan communicatietechnologie en informatica. De titel wordt gebruikt voor de volgende opleidingen:

  • technische informatica
  • bedrijfskundige informatica
  • communicatie & multimedia design
  • information security management
  • information engineering
  • Informatiedienstverlening en -Management
  • informatica

Hierboven ziet men dat er veel verschillende opleidingen onder één titel zijn geplaatst. Ondanks het feit dat deze opleidingen zijn geplaatst onder één titel kan men niet zeggen dat iedereen die dezelfde titel heeft over precies dezelfde vakkennis beschikt. Er moet goed gekeken worden naar het specialisme van de afgestudeerde ingenieur. Op basis daarvan kan men de geschiktheid van een sollicitant beoordelen voor een bepaalde functie. Met een internationaal erkende titel kunnen ingenieurs ook in andere landen hun niveau en specialisme aantonen. Dit zorgt er voor dat ingenieurs met hun internationale titel in verschillende landen een bijdrage kunnen leveren aan de ontwikkeling en optimalisering van technieken en technologieën.

Wat houdt het begrip kenniseconomie in en wat is het verband tussen kennis en innovatie?

Kennis is belangrijk voor een beschaving. Nadat God de aarde en mens had gecreëerd, had de mens de mogelijkheid om de aarde en de daarop aanwezige grondstoffen te benutten. De mens begon zelf met het creëren van eenvoudige werktuigen en gebruiksvoorwerpen. De menselijke beschaving heeft door de eeuwen heen een enorme groei doorgemaakt. Er zijn verschillende beschavingen geweest op aarde die voorop liepen ten opzichte van andere beschavingen in dezelfde periode. De reden waarom bepaalde beschavingen hoger waren dan andere beschavingen had soms te maken met een gunstige ligging, bijvoorbeeld bij vruchtbare grond of een gebied met veel belangrijke grondstoffen. Toch is het belangrijkste onderscheid tussen beschavingen het verschil in techniek en technologie. Door technisch beter ontwikkelt te zijn dan omringende bevolkingsgroepen konden beschavingen invloed uitoefenen in een grote regio. Kennis en macht zijn nauw aan elkaar verbonden. Dat is tot op de dag van vandaag nog steeds het geval.

Kennis en economie zijn aan elkaar verbonden
Belangrijke levensmiddelen en grondstoffen vormden in het prille begin van de mensheid op aarde de belangrijkste ruilmiddelen. Na verloop van tijd werden grondstoffen zoals goud, zilver, brons en andere metalen verwerkt in muntstukken. Geld werd een nieuw ruilmiddel en economieën ontstonden. Edelmetalen zoals goud en zilver waren het meest waardevast omdat deze metalen nauwelijks corroderen. Goud en zilver kon echter niet overal gevonden worden. Om goud en zilver te bemachtigen moest men er voor zorgen dat er producten en werktuigen werden geproduceerd die zo gewenst waren dat men bereid was om er goud en zilver voor te betalen.

Er ontstonden verschillende ambachten. De ambachten gingen na verloop van tijd in Europa samenwerking in gilden. Toen de industrialisatie begon door de uitvinding van de stoommachine werden verschillende productieprocessen gemechaniseerd. Machines namen de taken van mensen over. Landen die gebruik maakten van gemechaniseerde productieprocessen konden veel producten leveren zonder dat er veel arbeidskrachten betaald hoefden te worden. Deze landen hadden technologisch een voorsprong omdat ze de juiste kennis hadden om productieprocessen effectiever te laten verlopen. Door dit hogere kennisniveau konden de landen meer geld verdienen en draaiden hun economieën over het algemeen beter dan landen die een lager kennisniveau hadden. Kennis en economie zijn tot op de dag van vandaag nauw aan elkaar verbonden.

Verband tussen kennis en innovatie
Doordat kennis wordt toegepast kan innovatie worden gerealiseerd. Innovatie houdt verband met het ontwikkelen en implementeren van nieuwe producten en processen. Innovatie is een proces en wordt ook wel innovatieproces genoemd. Het moet voortdurend worden verbetert om een goede concurrentiepositie te behouden. Daarom moet worden geïnvesteerd in kennis. Dit was het grote probleem bij gilden in de middeleeuwen. Mensen die tot een gilde behoorden moesten de producten precies zo maken als de andere leden van het gilde deden. Een gildemeester zorgde er voor dat leerlingen de producten precies zo maakten als in het gilde gebruikelijk was. Ruimte om compleet afwijkende producten te maken was en niet of nauwelijks. Kennis werd doorgegeven maar werd bijna niet verrijkt. Daardoor ontstond bij veel gildes niet of nauwelijks innovatie. Dat was over het algemeen ook niet erg want andere leden van het gilde maakten precies dezelfde producten waardoor concurrentie onderling nauwelijks aanwezig was. Daarnaast hadden gilden bijna of geheel een monopolypositie met betrekking het leveren van bepaalde producten en diensten. Tegenwoordig is dat anders. Binnen de grenzen van een land heerst concurrentie. Ook buiten de grenzen van landen vind concurrentie plaats. Bedrijven zijn niet verzekerd van omzet en afzet. De sterk verbeterde transportmogelijkheden zorgen er voor dat het relatief eenvoudig is om goederen van het ene land naar een ander land te transporteren. Daarom moeten landen er voor zorgen dat ze voldoende kennis hebben voor de ontwikkeling van innovaties. Wanneer dit niet gebeurd wordt de concurrentiepositie na verloop van tijd steeds zwakker.

Innovatie op opleidingsinstituten in Nederland
Nederland is een land van regels en wetten. Dat is natuurlijk goed maar men moet uitkijken voor de vergissingen die in het verleden zijn gemaakt. Het is belangrijk om kennis over te dragen maar er moet ruimte blijven voor innovaties. Door zeer strenge kwaliteitseisen te stellen aan producten en duidelijk voor te schrijven hoe producten er uit dienen te zien bestaat de kans dat innovatie geen ruimte meer krijgt.

Dit kan gebeuren op opleidingsinstituten waar leerlingen en studenten wordt gevraagd om een bepaalde oplossing te bedenken voor een technisch probleem. Docenten die in minder ruime kaders denken zullen de theorie zeer nauwgezet naast de werkstukken van leerlingen leggen. Hierdoor zullen leerlingen geneigd zijn om datgene te produceren wat al eerder beproeft is. Dit is de veilige weg naar een goede beoordeling. Deze leermethode schaad echter het creatief denken van leerlingen en studenten. In het bedrijfsleven wacht hen een enorme uitdaging om buiten de kaders nieuwe producten te ontwikkelen waarmee ze hun bedrijf op een hoger niveau kunnen brengen ten opzichte van de concurrentie.

Verschillende technische opleidingsinstituten begrijpen dat lesstof ruimte moet bieden aan innovaties. Daarom wordt meer vanuit een opdracht of casus gewerkt. Bij de beoordeling van het resultaat wordt gekeken naar technische aspecten en veiligheidsaspecten. Ook de gebruiksvriendelijkheid van nieuwe producten is belangrijk. Studenten en leerlingen krijgen meer ruimte om werkstukken te maken die aan deze algemene eisen voldoen. Dit is van groot belang voor de technologische innovaties die Nederland in de toekomst nodig heeft.

Kenniseconomie en de regering
De regering van Nederland heeft de uitdaging om opleidingsinstituten voldoende te ondersteunen bij het creëren van een uitdagende leeromgeving van studenten en leerlingen. Daarnaast moet de regering ook de wet en regelgeving goed bekijken. Welke wet en regelgeving is noodzakelijk voor een land met betrekking tot het ontwikkelen van innovaties en welke wetten en regels staan een innovatieproces in de weg? Dit zijn vragen die niet alleen van belang zijn voor opleidingsinstituten, ook het bedrijfsleven wil hierop graag antwoorden zien. Bedrijven in opkomende economieën hebben meestal te maken met minder wet en regelgeving waardoor in die landen meer ruimte is voor pionieren, innoveren en uitvinden. In Nederland zou ook een klimaat moeten worden gecreëerd waarin ruimte is voor deze processen. Dan wordt het kennisniveau in Nederland groter en krijgt het land een sterke positie als kenniseconomie.

Wat is de betekenis van het woord industrie en waarom is industrie belangrijk voor een economie?

In een economie zijn verschillende elementen aanwezig die er voor zorgen dat geld wordt verdiend. Een land heeft verschillende sectoren waarmee het zich kan onderscheiden ten opzichte van andere landen. Men spreekt van een sterke concurrentiepositie wanneer een land producten produceert waar veel vraag naar is en weinig andere landen concurrerende producten produceren. Een land met vooruitstrevende technologische ontwikkelingen zal goed in staat zijn om producten te produceren die voorzien in de behoeften van consumenten en bedrijven. Daarom is het belangrijk dat een overheid investeert in de industrie. De industrie is een belangrijk onderdeel van de economie.

Wat is industrie?
Producten kunnen op verschillende manieren worden vervaardigd. Men kan producten ambachtelijk maken in een kleine werkplaats of men kan er voor kiezen om producten seriematig te produceren in fabrieken. In het laatste geval spreekt men over het algemeen van industrie vooral wanneer het productieproces wordt gekenmerkt door robotisering en automatisering. In een industrie draait het om het leveren van producten, materialen en artikelen. Het leveren van diensten hoort tot de dienstverlenende sector. Binnen de industrie kunnen echter wel mensen werkzaam zijn die dienstverlenende werkzaamheden verrichten.

De kern van de industrie is gericht op bedrijven die doormiddel van machines producten maken uit grondstoffen. Het woord industrie is afgeleid van het Latijnse woord  Industria, wat staat voor bedrijvigheid en ijverig. Men spreek van industrialisatie wanner men onderdelen van een productieproces of een compleet productieproces gaat mechaniseren. Hierbij kan gedacht worden aan het invoeren van een fabriekssysteem in een bedrijf. De industrie bestaat uit verschillende branches en industrietakken. Elke branche levert draagt een specifiek gedeelte bij aan de economische productie van een land. Voorbeelden van industrieën zijn farmaceutische industrie, metaalindustrie, procesindustrie, petrochemische industrie en kledingindustrie.

Waarom is de industriële sector belangrijk voor een economie?
Wanneer een land niets produceert zal een land op andere manieren geld moeten verdienen. Vaak moet een land dan eerst producten van andere landen importeren en vervolgens weer transporteren naar een ander land. Een land vormt dan een doorvoerhaven voor producten. Als doorvoerhaven is de positie van een land niet erg stevig. Wanneer een land echter zelfstandig producten produceert zal het land moeten concurreren met de producten van andere landen. Lage loonlanden hebben concurrentievoordeel met betrekking tot lage loonkosten. Westerse landen proberen loonkosten te besparen door verregaande industrialisatie in te voeren in fabrieken. Veel productieprocessen worden daardoor gemechaniseerd. Het is belangrijk dat producten gewild zijn op de markt. De vraag naar producten verandert. De behoeften en wensen van consumenten veranderen ook. Daarom is het belangrijk dat landen investeren in nieuwe technieken, technologieën en oplossingen bedenken waarmee ingespeeld wordt op de behoeften van eventuele afnemers. Dit vergt echter veel kennis en marktinzicht. Een belangrijk deel van een economie draait om kennis. De woorden economie en kennis worden ook wel aan elkaar verbonden. Hierdoor ontstaat het begrip kenniseconomie. De industrie en industrialisatie zijn sterk verbonden aan de kenniseconomie van een land. Veel landen en regeringen verwerken het woord kenniseconomie in beleidsdocumenten waarmee ze duidelijk willen maken dat ze de economie willen stimuleren door de focus te leggen op kennis.

Consumentenvertrouwen stijgt

Binnen de techniek zijn veel bedrijven die actief zijn in de maakindustrie. In de maakindustrie worden producten vervaardigd voor verschillende afnemers waaronder de detailhandel die de producten verkoopt aan consumenten. Voor de maakindustrie is het daarom goed nieuws dat het consumentenvertrouwen aan het stijgen is.

Vrijdag 18 oktober 2013 melde het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS) dat het consumentenvertrouwen in oktober de hoogste stand heeft bereikt in meer dan twee jaar. Het consumenten vertrouwen verbeterde daarmee ten opzichte van september 2013.

Volgens het CBS zien de consumenten de komende twaalf maanden de economische situatie minder somber in dan voorheen het geval was. Op alle onderdelen waarop het consumentenvertrouwen is beoordeeld werd vooruitgang geboekt. Zo werd het economisch klimaat als beter beoordeeld maar ook was de het consumenten vertrouwen ten opzichte van het afgelopen jaar positiever.

Het klimaat om grote aankopen te doen wordt door consumenten ook positiever beoordeeld. Daardoor stijgt de koopbereidheid voor grotere aankopen. Dit zou goed nieuws kunnen zijn voor de woningbouw. De bouw kan wel een steuntje in de rug gebruiken in deze tijd. Toch wil minister Henk Kamp van Economische Zaken nog geen conclusies aan deze rapport over het consumentenvertrouwen verbinden.

Reactie van Technisch Werken
Het is uitstekend nieuws dat het vertrouwen van consumenten stijgt. De vraag is natuurlijk of dit vertrouwen ook wordt omgezet in daden. Uiteraard draait de markt om emoties en is consumenten vertrouwen een belangrijke basis voor het doen van aankopen. De koopkracht is echter ook een aspect waar rekening mee gehouden moet worden. Wanneer de koopkracht stijgt en het consumentenvertrouwen verbetert ontstaat de ideale mix voor een verbetering van de economie. Op dit moment is deze ideale mix nog niet aanwezig omdat de koopkracht niet stijgt. Daarnaast verlenen banken moeizaam kredieten aan bedrijven en particulieren. Hierdoor zullen investeringen niet snel worden gedaan. Jonge techneuten die innovaties hebben ontwikkeld op een technische universiteit kunnen in de praktijk al moeizaam aan geld komen om hun plannen te realiseren. Dit terwijl de kenniseconomie verlangd dat er geïnvesteerd wordt in nieuwe technologieën.

Deze investeringsmentaliteit moet in Nederland veranderen. De kenniseconomie vraagt om investeringen. Zonder investeringen zal de kenniseconomie niet naar een hoger niveau worden gebracht. Niet alleen de overheid moet meer de focus leggen op de kenniseconomie ook het bedrijfsleven moet bereid zijn om investeringen te doen.

Thuisstudie volgen verstandig of niet?

Wanneer je er goed op let zal je merken dat het aantal reclames voor thuisstudies op televisie en internet omvangrijk is. Ook via de brievenbus worden mensen regelmatig overspoelt met informatie over thuisstudies. Het lijkt er op dat in tijden van economische crisis de verschillende opleidingsinstanties hun kans grijpen om het belang van thuisstudie te onderstrepen. Natuurlijk zit hier een commerciële kant aan verbonden. Opleidingen verkopen is een ‘big business’ geworden de afgelopen jaren. In reclames geven opleidingsinstanties aan dat cursisten hun positie op de arbeidsmarkt verbeteren wanneer ze voor hun opleidingsaanbod kiezen. Sommige opleidingsinstanties gaan zelfs zo ver dat ze de indruk wekken dat hun opleiding er voor kan zorgen dat een medewerker niet bang hoeft te zijn voor ontslag. Een medewerker zou met de opleiding van het opleidingsinstituut zo weer een andere baan kunnen vinden. Deze reclames klinken natuurlijk fantastisch en zorgen er voor dat veel werknemers en werkzoekenden overwegen om een opleiding te volgen. Daarom is een onafhankelijk advies op zijn plaats. Hieronder zijn verschillende aspecten weergegeven die iemand kunnen helpen om een beslissing te maken om wel of niet een thuisstudie te gaan volgen.

Belang van kennis op de arbeidsmarkt
In tijden van economische tegenslag zijn mensen gevoelig voor informatie over hun positie op de arbeidsmarkt. Werknemers zijn bang om hun werk als belangrijkste inkomstenbron kwijt te raken. Daarom zijn veel werknemers bereid om te investeren in hun werk en alles wat ze daarvoor nodig kunnen hebben. Kennis is één van de belangrijkste aspecten op de arbeidsmarkt. Dit heeft onder andere te maken met het feit dat onze economie om kennis draait. Het begrip kenniseconomie onderstreept het belang van kennis op de markt extra. Het probleem met kennis is dat het kan verouderen. Aan verouderde kennis heeft men op de arbeidsmarkt geen behoefte. Bedrijven hebben behoefte aan medewerkers die op de hoogte zijn van de nieuwste ontwikkelingen en technologieën. Een medewerker heeft beduidend meerwaarde voor een bedrijf wanneer zijn of haar kennis al verder is dan de kennis die binnen het bedrijf aanwezig is. Bedrijven zijn bereid om kennis ‘in te kopen’ wanneer een bedrijf zich daarmee kan ontwikkelen. Hiervoor onderhouden bedrijven contacten met hogescholen en universiteiten. Vanuit deze opleidingsinstituten proberen ze nieuwe high potentials te werven.

Niet elk opleidingsinstituut staat even goed aangeschreven. Er zijn opleidingsinstituten die voorop lopen met kennis en opleidingsinstituten die relatief verouderd zijn. Bedrijven zoeken daarom voortdurend naar de opleidingsinstituten waar ze de juiste kennis doceren die geschikt is voor het bedrijf en de markt waarin zij opereren. Niet zelden bieden bedrijven hun eigen personeelsleden de mogelijkheid om bij deze instituten hun kennis ‘bij te spijkeren’. Bedrijven geven op hun manier weer gastcolleges waardoor opleidingsinstituten hun binding met de praktijk houden. Dit is een boeiend samenwerkingsverband waarmee het bedrijfsleven en opleidingsinstituten er samen voor zorgen dat de kenniseconomie wordt geoptimaliseerd. Het draait om het wederzijds uitwisselen van kennis. Naarmate je meer beschikt over actuele kennis wordt je positie op de arbeidsmarkt en het bedrijfsleven sterker.

Thuisstudie als oplossing voor onzekerheid
Wanneer er uit het nieuws naar voren komt dat de werkloosheid toe neemt worden mensen onzeker. Dit geld niet voor alle bedrijfstakken omdat er altijd een aantal bedrijfstakken zijn waar het relatief goed zal gaan. De berichten dat mensen in Nederland minder geld uitgeven tonen echter aan dat mensen onzeker worden over hun koopkracht. Bezuinigingen van de regering zorgen er voor dat de koopkracht ook daadwerkelijk daalt. Het CBS geeft deze cijfers vervolgens weer evenals de Rekenkamer. Mensen zien deze financiële ontwikkelingen met argusogen aan en  proberen oplossingen te vinden om hun eigen financiële positie te verbeteren. Bezuinigingen en bezuinigingsbeleid is niet iets wat alleen op landelijk niveau plaatsvindt. Ook in gezinnen wordt er heel wat gerekend. Wanneer er minder geld te besteden is worden er keuzes gemaakt. Allereerst wordt er gesneden in de kosten. Er wordt afgevraagd wat men werkelijk nodig heeft om rond te kunnen komen. Overbodige luxe wordt afgeschaft en men richt zich meer op de primaire behoeften.

Net als de Nederlandse regering maken huishoudens in Nederland ook beslissingen om de kans op een verdere koopkrachtdaling te voorkomen. Investeringen moeten soms gedaan worden om de positie van de kostwinnaar(s) op de arbeidsmarkt te verbeteren. Opleidingen zijn in die situatie geen onverstandige keuze. Wanneer iemand aan het werk is heeft hij of zij vaak niet de mogelijkheid om volledige dagen naar een opleidingsinstituut te gaan. Een avondstudie of een thuisstudie passen dan vaak beter in de agenda. Door het volgen van een thuisstudie of avondstudie kan de kennis van een medewerker naar een hoger niveau worden gebracht en daarmee de positie binnen een bedrijf worden verstevigd. Een thuisstudie kan een medewerker een gevoel van zekerheid geven. Hoezeer dat gevoel op zijn plaats is zal pas blijken wanneer hij of zij noodgedwongen ander werk moet zoeken. De arbeidsmarkt is uiteindelijk de graadmeter voor de waarde van een opleiding.

Wanneer je werkloos bent kan een thuisstudie ook een nuttig middel zijn om je waarde op de arbeidsmarkt te vergroten. In deze positie heb je echter vaak minder geld te besteden en wordt het belang van de juiste studiekeuze nog groter. Voordat je gaat beginnen aan een thuisstudie is het daarom van extra belang om advies in te winnen bij verschillende instanties. Ga na waar behoefte aan is op de arbeidsmarkt en kies niet een opleiding die te veel afwijkt van jouw cv. Een bedrijf zal tijdens een sollicitatieprocedure graag willen weten waarom je voor een bepaalde opleiding hebt gekozen. Deze keuze moet je goed kunnen motiveren.

Een thuisstudie is niet voor iedereen verstandig
Hoewel een thuisstudie een toegevoegde waarde heeft op het cv is het niet voor iedereen verstandig om een thuisstudie te gaan volgen. Een thuisstudie kost tijd en geld. Wanneer je alleen woont kun je zelf behoorlijk goed inschatten of je de tijd en het geld beschikbaar hebt om een thuisstudie te volgen. Als je echter met een partner woont en kinderen hebt wordt dat een ander verhaal. De inkomsten moeten worden verdeeld en dat zorgt er voor dat er van te voren goed geïnventariseerd moet worden of er voldoende geld beschikbaar is om een thuisstudie te volgen. Daarnaast vergt een gezin tijd en daar moet je ook rekening mee houden wanneer je overweegt om een thuisstudie te gaan volgen. Voordat je de beslissing maakt moet je goed overleggen en er zeker van zijn dat je partner en je gezin je beslissing steunt. Vervolgens moet je een tijdsplanning maken in je agenda zodat jij en je gezinsleden goed weten wanneer je met je studie bezig bent en wanneer je tijd hebt voor je gezin.

Studeren is een werkwoord. Het is niet iets dat iedereen even goed kan. Voordat je een thuisstudie gaat beginnen moet je voor jezelf goed in de gaten hebben of je wel in staat bent om een bepaalde studie te gaan volgen. Vooral wanneer het een thuisstudie betreft. Bij het volgen van een thuisstudie moet je keuzes maken en zelfdiscipline hebben om naar die keuzes te handelen. Wanneer je twijfelt of je geschikt bent voor een thuisstudie kun je altijd navraag doen bij mensen die je goed kennen. Vraag aan hen of ze jou in staat achten om een thuisstudie te volgen en af te ronden. Deze mensen kunnen je tevens ondersteunen bij het maken van een keuze voor een studie die bij je past.

Wees realistisch over een thuisstudie
Hoewel de keuze voor een thuisstudie op zich verstandig is moet men wel realistisch zijn. De reclames in de media over thuisstudies schetsen een beeld dat niet altijd naadloos op de werkelijkheid aansluit. Een thuisstudie vergroot welleswaar je kansen op de arbeidsmarkt maar is geen garantie op meer of beter werk. Het volgen van de juiste studie is een begin maar er zijn veel meer factoren die een rol spelen bij het zoeken naar een baan. Een sollicitatienetwerk is ook belangrijk en je moet er voor zorgen dat je op de juiste vacatures schrijft die aansluiten bij je cv. Voordat je een thuisstudie gaat volgen moet je daarom eerst een realistisch beeld ontwikkelen over je loopbaanwensen en de vraag op de arbeidsmarkt. Probeer in contact te komen met onpartijdige adviseurs. Bij opleidingsinstituten is een duidelijk commercieel belang aanwezig. Zij zullen in veel gevallen trachten een opleiding te verkopen en daar zal hun advies op gebaseerd zijn. Wanneer je met werkgevers in contact treed of met uitzendbureaus zullen die een eerlijker beeld geven van de behoeften op de arbeidsmarkt. Overschat jezelf en je kansen op de arbeidsmarkt niet maar werk hard om een mooie plek in de kenniseconomie te verwerven. Dan heb je een realistische kijk op jezelf en op je kansen.

Waarom een opleiding HBO of HTS Werktuigbouwkunde?

De vraag naar medewerkers met een afgeronde opleiding HTS Werktuigbouwkunde of HBO Werktuigbouwkunde neemt toe. Beide opleidingen bevinden zich op hetzelfde niveau en zorgen voor meerwaarde op de arbeidsmarkt wanneer deze opleiding succesvol is afgerond. Bedrijven die zich richten op het ontwerpen en construeren van machines en staalconstructies hebben behoefte aan personeel die toegevoegde waarde heeft voor de afdeling enginering.

Kenniseconomie
Nederland wil investeren in haar positie op de wereldwijde markt. Een belangrijk aspect waarmee geld kan worden verdient is kennis. Het begrip kenniseconomie verbind economie met kennis. Kennis moet namelijk wat opleveren. Er moeten nieuwe praktische oplossingen worden bedacht voor technische problemen en producten worden ontworpen die voldoen aan de wens van de consument. De kenniseconomie heeft naast uitvoerende technische vakkrachten een groeiende behoefte aan engineers die vernieuwend en innovatief deze oplossingen kunnen bedenken.

Wat leer je op HBO Werktuigbouwkunde?
Op een HBO opleiding werktuigbouwkunde leert een student machines ontwerpen en tekenen. Het bedenken van oplossingen in teamverband en zelfstandig werken vormen belangrijke onderdelen van de meeste HBO opleidingen die zich richten op de werktuigbouw. Daarnaast wordt ook aandacht besteed aan wiskunde en natuurkunde. Deze aspecten werken namelijk door in constructies. Ook sterkteleer en de eigenschappen van materialen worden behandeld op een opleiding HBO Werktuigbouwkunde. Daar komt veel rekenwerk en inzicht bij kijken. Dit rekenwerk vormt in belangrijke mate de basis voor het werk van een engineer. Wanneer machines of constructies worden ontworpen moeten deze sterk genoeg zijn voor het doel waarvoor ze worden ingezet. Daarnaast moet ook niet te veel materiaal worden gebruikt omdat materiaal geld kost en daarnaast ook gewicht met zich meebrengt.

Een werktuigbouwkundig engineer moet ook rekening houden met de constructiebankwerkers en assemblagemedewerkers die de machine of constructie moeten samenstellen. Wanneer een constructie uit veel onderdelen moet worden samengesteld gaan er veel arbeidsuren in de assemblage zitten en dat maakt een machine kostbaar. Om goed te kunnen concurreren moet een machine of constructie efficiënt gebouwd worden tegen lage kosten. Ook moet de machine goed onderhouden kunnen worden. Onderdelen die aan slijtage onderhevig zijn moeten goed vervangen kunnen worden en makkelijk bereikbaar zijn voor een monteur.

Daarnaast speelt ook het veiligheidsaspect een belangrijke rol. Wanneer medewerkers of klanten gebruik maken van de machine moeten deze goed beschermd worden tegen scherpe en draaiende  onderdelen. Machines die zagen, snijden, hakken, branden moeten voorzien worden van extra veiligheidssystemen. Als engineer ben je niet vrij om zonder kaders een machine te bedenken. Je moet je houden aan richtlijnen. Een aantal van die richtlijnen zijn in Europees verband vastgelegd. Andere richtlijnen zijn vastgelegd binnen je bedrijf of door de klant.

Wat kun je worden met HBO werktuigbouwkunde?
De beroepen die je kunt uitvoeren met een behaalde opleiding HBO Werktuigbouwkunde zijn divers. Je functioneert in veel gevallen op een hoger niveau binnen een bedrijf. Daarbij werk je samen in teams om machines, apparaten, constructies, voertuigen en werktuigbouwkundige producten te realiseren. Je kunt in een functie als engineer aan de slag of in een managementfunctie. De volgende functies worden door medewerkers met een HBO opleiding Werktuigbouwkunde uitgevoerd:

Commercieel

  • Technisch inkoper
  • Vertegenwoordiger in de machinebouw, staalconstructie
  • Verkoper machinebouw, staalconstructie
  • Calculator

Management

  • Chef werkplaats
  • Werkvoorbereider
  • Afdelingshoofd

Enginering & tekenen

  • Product designer
  • Tekenaar
  • Engineer ontwerper
  • Testengineer

Er zijn nog verschillende andere beroepen die uitgevoerd kunnen worden met een opleiding HBO Werktuigbouwkunde. Ook in de uitvoerende techniek kun je met deze opleiding aan de slag in de assemblage van complexe machines. Ook het bedenken en inregelen van software op machines wordt vaak gedaan door medewerkers met een HBO WTB achtergrond. Met een HBO Werktuigbouwkunde opleiding kun je naast een kantoorbaan ook een uitvoerende technische baan uitoefenen.