Wat is rework en reworken?

Rework is in de productie van elektronica een term die wordt gebruikt voor het herstellen en het opnieuw bewerken van onderdelen en producen die nog niet goed functioneren, waarbij gebruik wordt gemaakt van een vergelijkbaar productieproces met de toepassingen van dezelfde tekeningen, normen en specificaties.

Reworken

Rework is in feite het werk opnieuw uitvoeren. Het werkwoord reworken komt hieruit voort. Het herstellen van bepaalde componenten zoals printplaten kan doormiddel van reworken worden gedaan. Dan wordt de printplaat gecontroleerd aan de hand van de eerder gemaakte productiestappen. Deze stappen worden nagelopen.

Reworkproces

Er wordt gekeken of er bepaalde stappen in het productieproces of assemblageproces zijn overgeslagen. Als dat geconstateerd wordt zullen de stappen alsnog worden gedaan. De doelstelling is dat het product na het reworken compleet is en goed functioneert. Dan is het reworkproces voltooid. Uiteraard moeten daarbij wel de juiste stappen en normen worden gehanteerd. Het product moet aan alle eisen voldoen die aan het oorspronkelijke product werden gesteld.

Cursus Elektrisch Schakelen

De cursus Elektrisch Schakelen wordt door verschillende opleidingsinstituten op het middelbaar beroepsonderwijs gegeven en is specifiek ontwikkeld voor werknemers die meer vakkennis willen of moeten krijgen op het gebied van industriële elektrotechniek.

Wat leer je tijdens de cursus Elektrisch Schakelen?
Tijdens de cursus Elektrisch Schakelen leert de deelnemer elektrische componenten, te installeren, te vervangen en te repareren. Daarnaast leert een deelnemer storingen zoeken en verhelpen. Het lezen van elektrische schema’s behoort ook tot het opleidingsprogramma. In een tekening kunnen de elektrische bedrading, de elektrische schakelingen overige componenten schematisch worden weergegeven. Het is belangrijk dat een monteur deze tekeningen en schema’s goed kan lezen.

Verder wordt er in de cursus elektrisch schakelen ook aandacht besteed aan meetapparatuur en de manieren waarop men metingen moet verrichten aan elektrische systemen. Ook relais, schakelkasten, draaistroommotoren, draaistroommotorschakelingen, frequentieregelaars, softstarters en alle beveiligingssystemen die bij deze voorgenoemde systemen behoren komen aan de orde in de cursus Elektrisch Schakelen. Toch verschilt de cursusinhoud voor Elektrisch Schakelen per opleidingsinstituut. Daarom is het belangrijk om van te voren goed na te vragen wat de precieze cursusinhoud is als je Elektrisch Schakelen wil gaan volgen bij een bepaald opleidingsinstituut.

Voorkennis en vooropleiding
Voor de cursus Elektrisch Schakelen is een mbo-3 werk- of denkniveau gewenst. Ook is het belangrijk dat iemand die deelneemt aan deze cursus affiniteit heeft met de techniek of in de techniek werkzaam (is gewenst). Vooropleidingen in de elektrotechniek en/ of werktuigbouwkunde zorgen er voor dat de cursus elektrisch schakelen effectiever kan worden opgepakt. Iemand met deze opleidingsachtergrond zal namelijk bepaalde informatie uit de opleiding Elektrisch Schakelen herkennen.

Doelgroep voor Elektrisch Schakelen
De cursus elektrisch schakelen is ontwikkeld voor mensen die werkzaam zijn in de machinebouw of machineonderhoud. Onderhoudsmonteurs, installatiemonteurs, servicemonteurs en andere werknemers die werken in het assembleren of repareren en onderhouden van machines kunnen voordeel hebben met de opleiding Elektrisch Schakelen. De cursus vormt een goede aanvulling voor technici die alleen maar kennis hebben van de mechanische componenten van machines en installaties.

Geen volledige elektrotechnische opleiding
Elektrisch Schakelen is echter geen volledige opleiding in de elektrotechniek. Als iemand een elektrotechnisch onderhoudsmonteur wil worden dan zijn aanvullende opleidingen op het gebied van mechatronica, elektronica en elektrotechniek gewenst en noodzakelijk. Ook veiligheidstrainingen in de vorm van VCA of NEN 3140 vormen een belangrijke aanvulling voor mensen die een opleiding Elektrisch Schakelen hebben gevolgd.

Wat is een teleruptor?

Teleruptor is een benaming voor een bistabiel relais die op afstand bediend kan worden. Een teleruptor wordt ook wel impulsrelais of afstandschakelaar genoemd waarbij één of meer schakelcontacten van stand veranderen bij elke stroompuls. De stand waarin het schakelcontact is veranderd blijft in stand totdat er een volgende puls heeft plaats gevonden. Teleruptors worden veel in de telektrotechniek gebruikt en onder andere toegepast in verlichtingsinstallaties in woningen en domotica.

Werking van een teleruptor
Net als andere elektromagnetische relais werkt ook de teleruptor volgens een elektromagnetisch principe. Het mechanisme is zo gemaakt dat het schakelcontact van stand veranderd door elke korte stroompuls die door de schakelaar plaatsvind door de ingebouwde spoel. De stand van het relais blijft gehandhaafd totdat er een nieuwe puls plaatsvind. Dit vasthouden kan bijvoorbeeld op mechanische weg geregeld zijn. Men kan hierbij denken aan de schakelaar van verlichting. Men drukt de schakelaar is waardoor een lamp aan gaat. Wanneer ben de knop nogmaals indrukt kan de verlichting uit gaan.  Eén of meer drukknoppen kunnen parallel de teleruptor in de praktijk bedienen. Een teleruptor wordt in de praktijk veelvuldig toegepast en kan onder andere onderdeel vormen van een domotica installatie.

Domotica en energiebesparing

Domotica is een bekend begrip in de installatietechniek en automatisering. Doormiddel van domotica kunnen installaties en systemen in woningen geautomatiseerd worden en aangepast worden op de wensen van de gebruikers en bewoners van een woning. Daarom worden in veel nieuwbouwwoningen en utiliteitscomplexen domoticasystemen aangelegd. Naast domotica is ook internet of things een interessante innovatieve vorm van automatisering van systemen in een woning. Bij internet of things gaat het echter vaak om apparaten zoals ovens, kooktoestellen, koffiezetapparaten, drogers, wasmachines enzovoort. Domotica richt zich meer op de verwarming, beveiliging, verlichting en telecommunicatie in een woning of gebouw. In deze tekst wordt eerst wat algemene informatie gegeven over domotica en daarna komt het woord domotica in relatie tot energiebesparing aan de orde.

Domotica in ontwikkeling
De techniek wordt steeds beter en daardoor ontwikkelt domotica zich ook steeds verder waardoor de afnemers oftewel de gebruikers van deze technologie nog hoogwaardiger producten kunnen aanschaffen. Mensen kunnen daardoor nog beter hun wensen met betrekking tot veilig en prettig wonen realiseren. Het belangrijkste daarvoor is een goed werkend domoticasysteem met een duidelijk domoticapaneel waarop mensen zelf hun eigen programma kunnen invoeren aan de hand van een aantal knoppen. Gebruiksvriendelijkheid is erg belangrijk want niet iedereen is een techneut.

Tegenwoordig is de interface die er voor zorgt dat mensen met computers en computersystemen kunnen communiceren echter veel gebruiksvriendelijker geworden. Dat zorgt er voor dat veel mensen met een duidelijke instructie zelf hun domotica kunnen inregelen. Uiteraard moet de domotica wel door een erkend installateur worden aangebracht. Dit is belangrijk omdat er nogal wat meet en regeltechniek bij komt kijken. Installateurs en meet- en regeltechnici krijgen daarom regelmatig aanvullende trainingen en cursussen om hun werk als servicemonteur en storingsmonteur zo goed mogelijk uit te kunnen voeren.

Klimaatbeheersing
Veel domotica bijvoorbeeld gericht op de temperatuur in een gebouw, het beheersen van het woonklimaat oftewel klimaatbeheersing. Het dis daarbij van belang dat de juiste temperatuur wordt gemeten met temperatuurgevoelige sensoren. Doormiddel van sensoren en meters krijgt de woningautomatisering of het gebouwbeheersysteem informatie binnen. Deze informatie zijn de gemeten waarden en worden in het systeem vergeleken met de gewenste waarden die door de mensen zijn ingevoerd. Indien hier verschillen tussen zitten schakelt het systeem automatisch de verwarming aan of uit om op de gewenste temperatuur te komen. Ook ramen, deuren en ventilatiesystemen kunnen worden ingeschakeld of uitgeschakeld doormiddel van de automatisering die onderdeel is van de domotica.

Lean energiemanagement
Naast een behaaglijk en prettig woonklimaat is domotica ook efficiënt als het gaat om het besparen van energiekosten. Je zou kunnen zeggen dat domotica er voor kan zorgen dat mensen zelf hun woning lean kunnen maken. Het woord ‘lean’ of ‘lean management’ is ontleend aan het bedrijfsleven en is in feite een reïncarnatie van het scientific management van Taylor. Lean management is eenvoudigweg het besparen van kosten en onnodig verbruik van energie en materiaal. Door de verwarming van de woning zou efficiënt mogelijk in te regelen wordt er niet of nauwelijks warmte verspild. Het tegengaan van verspilling is ook een belangrijk kenmerk van lean management. Men kan gebruik maken van benaderingssensoren die er voor kunnen zorgen dat verwarming of verlichting aangaat wanneer je de ruimte binnentreed. Ook kan de verwarming of verlichting uitgaan wanneer iemand de woonruimte of het vertrek verlaat. De verwarming kan ook ingeregeld worden zodat deze op vaste tijden in werking treed of uitschakelt. Dit laatste kan echter ook met een thermostaat van een centraal verwarmingssysteem of cv-installatie. Met domotica kun je verwarming echter wel zo inregelen dat deze automatisch uitschakelt wanneer men de ramen open zet. Op die manier gaat weinig warmte verloren en wordt energie bespaard.

Energiebesparing en domotica
Een groot deel van de wereld draait om energie dat is ook het geval in woningen. De term CO2 neutraal wordt ook vaak gebruikt als men het heeft over milieubewust wonen. Het besparen van energie is niet alleen milieubewust het is ook kostenbesparend. Daarom is energiezuinig leven en energiezuinig wonen al lang niet meer alleen voor milieuliefhebbers, ook minder milieubewuste personen houden zich bezit met het besparen van energie. Voor al deze mensen biedt domotica oplossingen. Zo kunnen bepaalde apparaten worden ingesteld met een tijdsinstelling zodat ze alleen tijdens daluren draaien. Dit is natuurlijk kostenbesparend maar niet milieubewust.

Verwarming kan ook automatische uitschakelen wanneer men een ruimte niet gebruikt. In dat geval is men kostenbewust en milieubewust bezig. Daarnaast kan de verwarming ook automatisch uitschakelen als de rammen bijvoorbeeld open worden gezet. Daarvoor zijn echter sensoren nodig die registeren dat de ramen open worden gezet. Domotica biedt ook oplossingen met betrekking tot de verlichting. Doormiddel van benaderingsschakelaars en bewegingssensoren kan verlichting aan en uit worden geschakeld. Bovendien kan men met bepaalde domoticasystemen ook inzage krijgen in het energieverbruik van een woning en de daarin aanwezige energieverbruikers. Sommige systemen kunnen zelfs grafieken tonen waarmee duidelijk wordt in welke perioden of op welke tijdstippen meer energie wordt verbruikt dan normaal. Op die manier kunnen energieverslinders worden aangepakt en kan men geld besparen.

Domotica en veiligheid

Domotica is een verzamelnaam voor automatiseringssystemen die worden toegepast om een woning en de daarin aanwezige voorzieningen aan te passen op de wensen van de gebruikers of bewoners van dit gebouw. Veiligheid is een belangrijk onderwerp als men het heeft over comfortabel wonen. Wanneer men weet dat een woning is uitgerust met een goede beveiliging dan geeft dit een veilig gevoel. Veiligheid is echter een breed begrip. Men kan het bijvoorbeeld hebben over inbraakveiligheid maar ook over brandveiligheid. Voor beide veiligheidsaspecten zijn er domoticasystemen ontwikkeld. In de alinea’s hieronder wordt nader ingegaan op domotica en veiligheid. Daarbij wordt gestart met brandveiligheid en is vervolgens inbraakveiligheid behandeld.

Brandveiligheid en domotica
Domotica zorgt er voor dat bepaalde processen in een woning of utiliteitscomplex geautomatiseerd worden. Dit wil zeggen dat de mens zich niet of in mindere mate met deze processen bezig hoeft te houden. Brandveiligheid is een belangrijk voorbeeld waar de meeste mensen niet elke dag mee bezig zijn als ze gebruik maken van hun woning. Vooral ‘s nachts als de bewoners liggen te slapen zijn de zintuigen en is het waarnemingsvermogen van de mensen aanzienlijk afgenomen. Het geeft dan een veilig gevoel als er een brandmeldinstallatie aanwezig is dat er voor zorgt dat opmerkelijke temperatuurstijgingen worden gesignaleerd.

Daarbij wordt meestal een duidelijk geluidsignaal afgegeven combineert met meestal een lichtsignaal. Dat zorgt er voor dat de bewoners wakker worden en de brand kunnen blussen of de woning veilig en tijdig kunnen verlaten. In bedrijfspanden kan men ook gebruik maken van sprinklerinstallaties die meteen ook de brand bestrijden. In woningen kan men dit ook doen maar dat komt in de praktijk minder vaak voor. In ieder geval zorgt een goed domoticasysteem er voor dat de brandveiligheid van een gebouw wordt bevorderd.

Inbraakveiligheid en domotica
Over inbraakveiligheid en domotica is meer discussie. Er zijn verschillende automatiseringssystemen ontwikkeld die de inbraakveiligheid van een woning of gebouw kunnen bevorderen. Zo zijn er benaderingsschakelaars die er voor zorgen dat de verlichting aan gaat wanneer iemand in de buurt komt. Verder is het mogelijk dat iemand doormiddel van een interface of domoticapaneel aangeeft dat de deuren en ramen op een bepaald tijdstip automatisch op slot gaan. Dit kan zelfs automatisch gebeuren wanneer men het pand verlaat.

Bovendien bestaan er zelfs domoticasystemen waarmee een deur op slot kan worden gezet. Denk hierbij aan een beveiligingscode of vingerafdrukherkenning. Doormiddel van signalen kunnen bewoners worden gewaarschuwd voor inbrekers. Dit signaal kan naar de gsm van de bewoner worden gestuurd of rechtstreeks naar de politie. Hoewel al deze aspecten inderdaad de inbraakveiligheid kunnen bevorderen zijn er ook zorgen. In de volgende alinea kun je lezen waarom inbraakveiligheid en domotica voor lastige keuzes zorgt.

Zorgt domotica voor inbraakveiligheid?
De vraag van deze alinea kan niet direct met een duidelijk ‘ja’ worden beantwoord. Het antwoord is ja maar dan moet het domoticasysteem wel een optimale bescherming hebben tegen beïnvloeding van buitenaf. Als kwaadwillende personen van buitenaf kunnen ‘inbreken’ op het elektronische domoticasysteem kan het voor deze personen vaak vrij eenvoudig zijn om de beveiliging uit te schakelen of zelf om ramen en deuren open te zetten. Dit is de grote zorg voor veel mensen die overwegen een domoticasysteem te gebruiken als belangrijk onderdeel van hun inbraakbeveiliging. Domotica kan toegepast worden maar moet van goede kwaliteit zijn. Men moet hierbij goed rekening houden met het feit dat techniek veroudert. Als een bepaalde inbraakbeveiliging die gebaseerd is op domotica in bijvoorbeeld 2017 wordt aangebracht dan kan deze beveiligingsinstallatie in 2018 al verouderd zijn. Dit houdt in dat criminelen in 2018 de inbraakbeveiliging al zou kunnen omzeilen of uitschakelen om de woning binnen te treden. Dat maakt het zo lastig om voor de inbraakveiligheid van een woning of utiliteitscomplex volledig afhankelijk te zijn van domotica.

Inbraakveiligheid
We kennen allemaal de films wel waarin acteurs een ‘zwaar beveiligd’ overheidsgebouw of financiële instelling binnen treden doormiddel van het manipuleren van de automatisering. Dit lijkt vaak eenvoudig, men steelt een pasje of vraagt onder dwang de toegangscode. Ook het aansluiten van laptops met hacksoftware waarbij een pincode of veiligheidscode doormiddel van een computerprogramma wordt gezocht is een hele bekende  filmscène. Al deze aspecten zouden echter ook mogelijk kunnen zijn wanneer men niet goed beveiligde domotica heeft geïnstalleerd voor een woning of utiliteitscomplex. Inbraakveiligheid kan alleen optimaal zijn wanneer ook de daarvoor gebruikte domotica voldoende veilig is.

Domotica en klimaatbeheersing woning

Domotica is een term die wordt gebruikt voor het toepassen van ‘slimme techniek’ in woningen om er voor te zorgen dat het gebruik van de woning zo optimaal mogelijk wordt aangepast op de gebruiker of bewoner. Daarbij wordt gebruik gemaakt van automatisering, elektronica en elektra. Domotica houdt ook nauw verband met internet of things. Hierbij wordt gebruikt gemaakt van communicatienetwerken die er voor zorgen dat apparaten onderling met elkaar kunnen ‘communiceren’ oftewel gegevens kunnen uitwisselen. Bij internet of things wordt daarvoor een soort internet gebruikt.

Interface
Doormiddel van een interface kunnen mensen de apparatuur die behoort tot de domotica programmeren. Een interface is meestal een beeldscherm dat voorzien is van een aantal knoppen. Daarnaast kan men gebruik maken van een afstandsbediening of zelfs een app op de smartphone. Deze voorzieningen moeten er voor zorgen dat de gebruiker de woning en de daarin aanwezige installatie zo goed mogelijk op zijn of haar wensen kan afstemmen. Een domoticasysteem is daarnaast uitgerust met sensoren en meet- en regeltechniek.

Met behulp van deze voelers krijgt het systeem een indruk van de omgeving. Met bijvoorbeeld temperatuurmeters kan de temperatuur van een ruimte worden vastgesteld. Indien deze temperatuur lager is dat de temperatuur die is voorgeprogrammeerd via de interface dan zal het domoticasysteem er voor zorgen dat de temperatuur wordt verhoogd door de verwarmingstechniek in te schakelen. Naast klimaatbeheersing kunnen ook beveiligingssystemen, sanitair, telecomtechniek en verlichting doormiddel van domotica worden geautomatiseerd. Hieronder wordt echter ingegaan op klimaatbeheersing.

Domotica en klimaattechniek
Een prettig en behaaglijk klimaat in een woning is een belangrijk aspect van het wooncomfort. Geen wonder dat de klimaatbeheersing een belangrijk onderdeel vormt voor de meeste woningen en utiliteitscomplexen die automatisering in de vorm van een gebouwbeheerssysteem of domotica bevatten. Hieronder staan een aantal voorbeelden van toepassing van domotica voor de klimaatbeheersing van een woning.

  • Doormiddel van domotica kan de temperatuur per ruimte van een gebouw worden ingeregeld in een systeem. Daarbij kan men rekening houden met de tijden waarop de ruimte verwarmt dient te zijn en de momenten waarop dit niet nodig is. Zo bespaard men energie.
  • Het is mogelijk om naderingsschakelaars te plaatsen die er voor zorgen dat de verwarming pas ingeschakeld wordt wanneer iemand bijvoorbeeld de ruimte binnentreed.
  • Temperatuurschakelaars worden in werking gezet wanneer de ruimte bijvoorbeeld door zonlicht van nature wordt verwarmt. In dat geval zal de kunstmatige verwarming worden uitgeschakeld of minder intensief meedraaien.
  • Het is ook mogelijk dat de zonwering en de klimaatbeheersing met elkaar communiceren. Als ruimten bijvoorbeeld verkoeld moeten worden dan kan de zonwering automatisch inschakelen als bepaalde sensoren het zonlicht waarnemen.
  • Ook verkoeling is mogelijk doormiddel van airconditioning.
  • Het is verder mogelijk om ramen en deuren en luchtventilatie automatisch te regelen gebaseerd op de temperatuur.
  • Men kan de temperatuur centraal inregelen op een domoticapaneel. Daarnaast kan men ook met een afstandsbediening of gsm ter plekke de temperatuur verhogen of verlagen.

Domotica en milieu
Het interessante van de hiervoor genoemde toepassingen is dat niet alleen het woongenot wordt bevordert maar ook het milieu wordt bespaard. Ruimten die niet of nauwelijks gebruikt worden zullen niet of nauwelijks worden verwarmd of gekoeld als het domoticasysteem goed is ingeregeld. Dat zorgt er voor dat de energielasten omlaag kunnen. Het systeem zorgt er daarnaast voor dat mensen worden ondersteund. Als men het pand verlaat om naar het werk te gaan zorgt het systeem er automatisch voor dat de verwarming uitgeschakeld wordt. Dit zijn belangrijke kostenbesparende en dus milieubesparende aspecten die een domoticasysteem niet alleen erg nuttig maken maar ook nog kosten efficiënt. Geen wonder dat domotica maar ook internet of things steeds populairder wordt bij nieuwbouwwoningen en utiliteit. 

Wat is zicht installatie?

Zichtinstallatie of ‘installatie in het zicht’ is dat deel van een installatie dat visueel waarneembaar is na de afmontage en de ingebruikname van het gebouw. Deze definitie geeft Pieter Geertsma, de schrijver van Technischwerken, over zicht installatie. De term zicht installatie wordt onder andere gebuikt in de elektrotechniek en installatietechniek. Kenmerkend voor installatie die in het zicht hangt is dat deze installatie met een grotere nauwkeurigheid wordt aangebracht. Omdat de installatie zichtbaar is spreekt men ook wel van zichtwerk.

Zichtwerk is vakwerk
Niet elke elektromonteur of installatiemonteur kan zichtwerkkwaliteit leveren dat is in de meeste gevallen vakwerk vooral wanneer leidingen in bochten gebogen moeten worden en meerdere leidingen naast elkaar, boven elkaar en onder elkaar moeten worden geplaatst. In dat geval is de afstand tussen de leidingen van groot belang ook dienen de leidingen allemaal waterpas en dus recht gemonteerd te worden. Afwijkingen in de installatie vallen namelijk voor ervaren installatiemonteurs en elektromonteurs meteen op omdat ze deze kunnen zien.

Ook een leek ziet al snel of een installatie slordig en onnauwkeurig is gemonteerd of niet. Het is echter goed om te weten dat een installatie er slordig uit kan zien maar wel kan functioneren. Andersom is helaas echter ook mogelijk, sommige installaties lijken heel netjes op het gebied van maatvoering maar zijn niet goed aangesloten en werken ondeugdelijk. Als een zichtinstallatie er goed en nauwkeurig uitziet gaan de meeste mensen er echter al snel van uit dat de installatie ook wel goed en deugdelijk zal werken.

Zichtwerk in de installatietechniek en elektrotechniek kan daardoor vertrouwen scheppen in de kwaliteit van de monteur en het desbetreffende installatiebedrijf. Wanneer een installatiebedrijf aan een opdrachtgever wil aantonen hoever het bedrijf gevorderd is met het installatiewerk wordt er over het algemeen wat zichtwerk geplaatst.

Zichtwerk in elektrotechniek
Zowel in de elektrotechniek als in de installatietechniek wordt zichtwerk geplaatst. Zichtwerk in de installatietechniek ziet er echter wel heel anders uit dan zicht installatie in de elektrotechniek. Dit heeft te maken met het verschil in leidingen, appendages en in geval van elektrotechniek met contactpunten. In elektrotechniek werkt men over het algemeen met kunststof installatiebuis. Dit zijn de bekende gele buizen deze worden onder andere voor zichtinstallaties gebruikt.

De geribbelde flexibele buis wordt niet voor zichtinstallaties gebruikt omdat deze buizen gaan hangen en met veel zadels moeten worden vastgezet om een strak en netjes geheel te krijgen. Zichtinstallaties met installatiebuizen worden vaak op halfsteensmuren aangebracht in bijvoorbeeld garages en schuren. Ook plaatst men dergelijke zichtinstallaties in utiliteitscomplexen met een industriële uitstraling of een industrieel interieur. In de grotere utiliteit gebruikt men echter grote kabelbanen en kabelgoten waarop gebundelde elektriciteitskabels liggen.

De lasdozen en de centraaldozen en contactpunten zijn naast de installatiebuizen ook zichtbaar. Net als elke installatie moet ook zichtinstallatie conform de geldende normen worden geplaatst, geïsoleerd en beschermd. Zichtinstallatie is over het algemeen bereikbaar voor mensen maar deze mogen niet in contact komen met spaninning voerende delen. Als dat gebeurd kunnen mensen onder spanning komen te staan. Uiteraard dient de installatie geaard te worden indien dit is vereist.

Zichtwerk  in installatietechniek
In de installatietechniek worden vloeistoffen zoals warm water en gassen zoals aardgas en stoom getransporteerd binnen woningen, industrie en utiliteitscomplexen. Dit transport gebeurd ook door buizen en leidingen maar die zijn van een andere diameter en een ander materiaal gemaakt dan de installatiebuizen die worden gebruikt in de elektrotechniek. De buizen die voor gas worden gebruikt worden ook wel installatiepijp genoemd de buizen voor stoom worden stoompijp genoemd. Deze pijpen worden doormiddel van flensen en lasverbindingen aan elkaar bevestigd.

Een flens of fitting is een uitneembare verbinding en een lasverbinding is een niet-uitneembare verbinding. Ook deze verbindingen zijn zichtbaar in de zichtinstallatie. Deze leidingen, pijpen en buizen zijn meestal doormiddel van beugels direct onder het plafond geplaatst. Daarbij moet men ook rekening houden met isolatie van leidingen en de veiligheid daarvan. Een installatiesysteem moet in de eerste plaats functioneel zijn en in de tweede plaats aantrekkelijk en netjes om te zien. Als bepaalde leidingen geïsoleerd moeten worden kan dat een lelijk gezicht zijn maar de functionaliteit, veiligheid en energiezuinigheid staan voorop.

Wat is aanvoerstroom en retourstroom in de techniek?

Retourstroom is het geheel van het terugvloeien van elektrische-, vloeistof- en gasstromen in een bepaal systeem. Men heeft het in de techniek meestal over een aanvoerstroom en een retourstroom. Aanvoerstroom is het geheel van aangevoerde vloeistof-, elektrische- en gasstromen in een bepaald systeem. Omdat er in de techniek veel gebruik wordt gemaakt van elektriciteit, gas en vloeistoffen zijn er verschillende systemen te bedenken waarbij men de aanvoerstroom en retourstroom kan illustreren. Meestal heeft men een bron waar vandaan de aanvoerstroom op gang komt. Dat kan een accu zijn of een windturbine als het gaat om elektriciteit. Ook in de installatietechniek maakt men gebruik van een aanvoerstroom bijvoorbeeld van heet water vanaf de cv-ketel naar de radiatoren. Hieronder zijn een aantal voorbeelden nader omschreven.

Aanvoerstroom en retourstroom in elektrotechniek
In de elektrotechniek dan wordt doormiddel van de fasedraad de elektrische stroom (een stroom van elektronen) naar een bepaald apparaat, verlichtingseenheid of contactdoos getransporteerd. De elektrische stroom kan op verschillende manieren worden opgewekt bijvoorbeeld doormiddel van een kolencentrale of zoals steeds vaker gebeurd doormiddel van zonnepanelen en windturbines. Vanaf die stroomvoorzieningen kan elektrische stroom doormiddel van een elektriciteitsnetwerk worden getransporteerd. Dit is echter nog steeds de aanvoerstroom. Zodra de elektrische stroom een bepaalde bewerking heeft verricht in een apparaat, machine of werktuig gaat de resterende elektrische energie via een nuldraad retour. De retourstroom vindt dus plaats doormiddel van de nuldraad.

Aanvoerstroom en retourstroom in lastechniek
Dit werkt ook zo met elektrisch lassen waarbij de elektrische stroom door de lastoorts en laselektrode aangevoerd wordt tussen de laselektrode en het werkstuk ontstaat kortsluiting en een zogenaamde vlamboog die het werkstuk en de het lastoevoegmateriaal laat smelten. Omdat er sprake is van aanvoerstroom richting het werkstuk wordt een klem aangebracht op het geleidende werkstuk. Aan de klem zit een kabel om de elektrische retourstroom af te voeren van het werkstuk.

Aanvoerstroom en retourstroom in de installatietechniek
Ook in de installatietechniek gebruikt men de termen aanvoerstroom en retourstroom. Men heeft het dan over de aanvoerstroom en retourstroom van water. Als men bijvoorbeeld kijkt naar een radiator dan is er sprake van een aanvoerstroom van water en een retourstroom van water. De aanvoerstroom van water is door de cv-ketel verwarmd en zorgt er voor dat de radiator warm wordt. De aanvoerstroom van water komt aan de bovenzijde de radiator binnen. Nadat het water warmte heeft afgegeven in de radiator koel het af en gaat het via de retourstroom weer terug naar de ketel. Dit proces is vrijwel geheel gesloten. De aanvoerstroom en de retourstroom vormen en gesloten circuit.

Aanvoerstroom en retourstroom in spoorwegen en spoorwegtechniek
Een interessante vorm van elektrische aanvoerstroom en retourstroom treft men aan in de spoorwegen. Via elektrische hoogspanningskabels krijgen treinen elektrische voeding. Deze hoogspanningskabels zijn aangesloten op het onderstation. Dit is de aanvoerstroom van elektriciteit. De trein komt in beweging en dat kost (elektrische) energie. De trein verbruikt dus elektriciteit.

Niet alle elektriciteit wordt door een trein verbruikt. Een deel van de elektriciteit zal via de retourstroom worden weggevoerd. Deze retourstroom is het totaal van elektrische stromen die tussen het elektrische spoorwegmaterieel (treinen) en het onderstation door spoorstaven en mogelijk ook door retourstroomgeleiders terugvloeit. Ook bij treinen is dus sprake van aanvoerstroom en retourstroom.

Wat is een veldbus en waar wordt een veldbus toegepast?

Een veldbus is een term die wordt gebruikt in de elektronica en automatisering. Een veldbus is een soort bus binnen het kader van de elektronica. In de elektronica wordt namelijk onder een bus een gemeenschappelijk transportmedium verstaan dat gebruikt wordt voor het transporteren van elektronische signalen. Een veldbus wordt gebruikt voor het verzenden van taken in een software gecontroleerd systeem.

Dit gebeurd realtime in bijvoorbeeld de besturing van machines en processen in fabrieken in de procesindustrie. Een veldbus is een digitale bus oftewel een digitaal transportmedium. De veldbus werd in de jaren tachtig van vorige eeuw ontwikkeld. De communicatie tussen machinedelen vond toen voornamelijk nog analoog plaats. De veldbustechnologie moest het alternatief worden van deze analoge technologie.

Waarvoor wordt een veldbus gebruikt?
Een veldbus wordt dus gebruikt voor het verzenden van digitale gegevens. Dit zijn bijvoorbeeld gegevens van onderdelen van machines en processen. Veel machines en processen bevatten sensoren en meetinstrumenten die gegevens verzamelen en transporteren naar bijvoorbeeld Programmable Logic Controllers (PLC) of stuurcomputers. Ook kunnen er actuatoren aangesloten zijn evenals een interface waardoor de machineoperator kan communiceren met de computerbesturing van de machine waar hij of zij mee werkt. Door een veldbus toe te passen ontstaat er een storingsvrije en deterministische communicatie tussen machineonderdelen.

Vanaf 1999 heeft men binnen dit proces een standaardisatie ingevoerd. Deze standaardisatie valt onder de IEC 61158 norm: “Digital data communication for measurement and control—Fieldbus for use in industrial control systems”. Er zijn door de jaren heen veel verschillende veldbussen ontwikkelt. Deze zijn onderling niet compatibel. Vaak hebben veldbussen wel specifieke kenmerken doordat ze bijvoorbeeld de nadruk hebben op een bepaalde functionaliteit.

CODESYS
CODESYS is een ontwikkelomgeving waarin softwareprogrammeurs software kunnen testen. CODESYS staat voor Controller Development System en is ontwikkelt door het Duitse softwarebedrijf 3S-Smart Software Solutions. In CODESYS kan een softwareprogrammeur verschillende softwareproducten ontwikkelen en testen.

Binnen CODESYS kunnen bijvoorbeeld verschillende soorten veldbussen worden gebruikt in het programmeersysteem. Daarvoor bevat CODESYS geïntegreerde configuratoren die toegepast kunnen worden voor de meest gebruikte systemen. Hierbij kan men denken aan Profibus, EtherCAT, CANopen en ProfiNet.

Wat is een duspol of tweepolige spanningzoeker?

Duspol is een merk voor een tweepolige spanningzoeker. Het merk duspol is een geregistreerde handelsmerk voor een meetinstrument dat in de elektrotechniek gebruikt wordt. Een duspol bevat twee meetpennen die over het algemeen een rode kleur hebben. Deze pennen zijn aan elkaar verbonden doormiddel van een soepel, dun snoer dat een donkergrijze of zwarte kleur heeft.

Meetpennen van een duspol
Een duspol heeft twee meetpennen maar de omvang van deze pennen verschilt. De handgreep van één van de pennen is groter dan het handvat van de andere pen. De dikkere meetpen heeft een ingebouwde spanningsindicatie. Over het algemeen bestaat deze spanningsindicatie leds. Bij de leds is een duidelijke omschrijving aangegeven van hetgeen gemeten wordt. Het is echter ook mogelijk dat men in het dikkere handvat een digitaal afleesscherm heeft aangebracht waar men de waardes van kan aflezen.

Hoe werkt een duspal
Een duspal wordt gebruikt als meetinstrument voor de elektrotechniek. Het is een spanningszoeker wat in feite inhoudt dan men met een duspal kan meten of op een bepaald elektrotechnisch component spanning staat of niet. Men kan een duspal bijvoorbeeld gebruiken om de spanning te meten in een wandcontactdoos. Als een wandcontactdoor is voorzien van een aardcontact dan kan men het beste eerst de beide spanningvoerende contactpolen controleren met de duspal. Als men vervolgens de contactpolen om de beurt op de aarde gaat meten kan men bepalen welke contactpool de stroom aanvoert en welke de nul is.

Lekstroom
Een aardlekschakelaar wordt ingeschakeld wanneer er sprake is van zogenoemde lekstroom. Een spanningzoeker zoals een duspal trekt stroom. Als men de duspal gaat gebruiken om de spanning te meten tussen de fase en de aarde dan zal er een lekstroom gaan lopen. Als de elektrische installatie goed functioneert zal de aardlekschakelaar vanwege de lekstroom worden ingeschakeld. Als dat gebeurd wordt de levering van elektrische spanning stopgezet. Om dit te voorkomen hebben sommige tweepolige spanningzoekers een speciale testfunctie met een hoge impedantie. Deze testfunctie wordt gebruikt om de lekstromen te onderdrukken.

Meetbereik van duspal spanningzoeker
Het meetbereik van spanningszoekers kan verschillen. Een tweepolige spanningzoeker heeft over het algemeen een bereik van ongeveer 6 Volt tot 400 Volt. Het aantal Volt wordt in verschillende waarden aangegeven. Deze waardes lopen op en zijn vermeld op de spanningsindicatie van het dikke handvat van de duspal. Een duspal of tweepolige spanningzoeker is geschikt voor het meten van zowel gelijkspanning als wisselspanning.

Wat is een eenpolige spanningzoeker?

Een spanningzoeker is gereedschap waarmee men kan meten of ergens elektrische spanning op staat. Elektromonteurs en installateurs gebruiken vaak een spanningszoeker om te meten of er bijvoorbeeld spanning staat op contactpolen voordat ze daadwerkelijk hun werkzaamheden gaan verrichten. Men moet namelijk spanningsvrij werken om te voorkomen dat men onder elektrische spanning komt te staan tijdens werkzaamheden.

Het onder spanning komen te staan van een persoon wordt ook wel een elektrische schok genoemd en is zeer gevaarlijk voor de gezondheid. Men kan zelfs overlijden ten gevolge van een elektrische schok. Daarom moet men van te voren goed meten of ergens elektrische spanning op staat. Men kan hiervoor een eenpolige spanningszoeker of een tweepolige spanningzoeker (ook wel duspal genoemd) gebruiken. In onderstaande tekst is de werking van een eenpolige spanningzoeker beschreven.

Eenpolige spanningszoeker
Een eenpolige spanningszoeker is de meest eenvoudige en goedkope spanningzoeker die een elektromonteur kan gebruiken. Deze spanningzoeker bestaat uit één pen die in een contactpool kan worden gestoken om te meten of deze onder elektrische spanning staat of niet. Een bekend voorbeeld van de eenpolige spanningszoeker is de fittingschroevendraaier met neonlampje. Dit zijn kleine doorzichtige schroevendraaiertjes die aan het uiteinde een platte schroefkop hebben.

Vanaf deze platte schroefkop is de schroevendraaier geheel geïsoleerd. Deze isolatie voorkomt dat de gebruiker van de spanningszoeker onder elektrische spanning komt te staan tijdens het verrichten van metingen met de spanningszoeker. Het is belangrijk dat deze isolatie niet beschadigd wordt. In de spanningzoeker zit een klein neonlampje dat oplicht als de spanningszoeker een spanning voerend deel van de elektrische installatie raakt met het metalen uiteinde (platte schroevendraaierkop).

Hoe wordt een eenpolige spanningszoeker gebruikt?
Een eenpolige spanningszoeker wordt gebruikt voor het meten van de aanwezigheid van een wisselspanning tussen de 110 V en 240 V. Over het algemeen wordt de eenpolige spanningszoeker gebruikt als fasetester als men werkzaamheden gaat verrichten aan lichtnetinstallaties in bijvoorbeeld woningen of utiliteit.

De eenpolige spanningszoeker wordt met de punt in contact gebracht met een deel van een elektrische installatie. Men moet daarbij de vinger op het uiteinde van het kunststof heft houden. Als het gedeelte dat geraakt wordt met de spanningszoeker ook daadwerkelijk spanning voert dan zal het neonlampje in de spanningszoeker gaan branden. Het  neonlampje gaat branden door de elektrische spanning. Er is echter ook een hoogohmige weerstand aanwezig in de spanningszoeker die zorgt er voor dat het lampje door de elektrische spanning niet kapot brand.

Belangrijke informatie over spanningszoeker
Het branden van het lampje van de spanningzoeker geeft aan dat er spanning staat op het onderdeel van de elektrische installatie. De exacte hoogte van de spanning wordt door de eenpolige spanningsmeter niet aangegeven. Het lampje gaat over het algemeen branden als er een spanning wordt gemeten van 110 Volt tot 240 Volt.

Als het neonlampje niet brand is dat niet een garantie dat een geleider spanningsloos is. Er zijn namelijk een aantal factoren die van invloed zijn op de werking en het aflezen van de spanningszoeker. Allereerst kan de elektromonteur de spanningzoeker niet goed hanteren waardoor het lampje niet gaat branden. Hij of zij kan de spanningzoeker niet stevig genoeg tegen de geleider aanhouden waardoor de spanningzoeker de spanning niet goed kan meten.

Ook kan de geleider of de spanningszoeker bevuild zijn wat het meten en aflezen bemoeilijkt. Het lampje kan bovendien kapot zijn of er is een te grote overgangsweerstand tussen de vinger en contactplaatje waardoor het licht van het lampje te zwak is. Om er zo zeker mogelijk van te zijn dat de spanningzoeker werkt kan men de spanningszoeker het beste van te voren testen door de spanningzoeker in een contactpool te steken van een wandcontactdoos waar spanning op staat.

Professioneel gebruik eenpolige spanningzoeker is niet toegestaan
Een eenpolige spanningszoeker kan wel door elektromonteurs worden gebruikt maar ze zijn niet toegestaan voor professioneel gebruik. Om de hierboven genoemde redenen wordt een eenpolige spanningszoeker onvoldoende betrouwbaar geacht. De Nederlandse norm voor veilige bedrijfsvoering van werkzaamheden aan elektrische installaties is de NEN 3140. Hierin staan richtlijnen voor het veilig werken aan elektrische installaties. In de NEN 3140 is vastgelegd dat men voor het aantonen van spanningafwezigheid een tweepolige meting dient te doen. Hiervoor maakt men gebruik van een tweepolige spanningzoeker zoals een duspal. Een duspal is een merk van een tweepolige spanningzoeker.

Wat is een contactloze spanningszoeker?

Voor het meten van elektrische spanning gebruikt men over het algemeen een enkelpolige of tweepolige spanningszoeker zoals een duspal. Een enkelpolige spanningszoeker mag niet professioneel worden gebruikt omdat deze minder betrouwbaar is dan een tweepolige spanningzoeker. Dit is vastgelegd in de NEN 3140. Zowel een enkelpolige spanningszoeker als een tweepolige spanningszoeker worden gebruikt om metingen te verrichten aan onderdelen van elektrische installaties. Daarbij moet echter wel contact worden gemaakt met de geleiders van de installatie. Er zijn echter ook spanningszoekers waarbij geen direct contact gemaakt hoeft te worden met de installatie of onderdelen daarvan. Deze spanningszoekers worden ook wel contactloze spanningzoekers genoemd.

Hoe werkt een contactloze spanningzoeker?
Een contactloze spanningzoeker bevat een sensor waarmee een  elektrische veldsterkte om een spanningvoerende geleider wordt gedetecteerd. Contactloze spanningszoekers zijn alleen geschikt voor het opsporen van een wisselspanning. Er zijn verschillende soorten contacloze spanningzoekers en het meetbereik van deze meetinstrumenten kan verschillen. Over het algemeen kan men deze spanningzoekers gebruiken om een spanning te meten van 100 tot 1000 volt.

Een contactloze spanningzoeker hoeft geen daadwerkelijk contact te maken met een blanke geleider. In plaats daarvan kan men met de contactloze spanningzoeker elektrische spanning meten door de spanningszoeker in de buurt van een contactdoos, stroomdraad of contactstrip te houden. Het is zelfs mogelijk om met een contactloze spanningszoeker elektrische spanning te meten die stroomt door een geïsoleerde draad. Men kan hierdoor vaak eenvoudig onderbrekingen van elektrische spanning opsporen in kabels.

Hoe kan men een contactloze spanningzoeker aflezen?
Een contactloze spanningzoeker bevat een led. Deze led gaat branden als de sensor elektrische spanning meet. Daarnaast is er ook vaak een akoestische signalering met een pieptoon. In tegenstelling tot een eenpolige spanningszoeker bevat een contactloze spanningszoeker elektronica. Daarvoor is voedingsspanning nodig die wordt geleverd door twee potloodbatterijen (AAA).

Wat zij de voordelen van Internet of things?

Internet of things is een algemene benaming machines en apparaten die met elkaar kunnen communiceren via internet. Voor de communicatie van machines en apparaten wordt gebruik gemaakt van zowel hardware als (embedded) software. Apparaten maken gebruik van sensors die ook wel voelers worden genoemd. Met deze sensors krijgen ze informatie binnen. De informatie wordt vervolgens gebruikt om ‘beslissingen’ te nemen. Aan de hand van een ‘beslissing’ wordt een bepaalde bewerking juist wel of juist niet uitgevoerd. Welke beslissing wordt genomen is afhankelijk van de persoon die de software heeft geprogrammeerd en de functionaliteiten heeft geïnstalleerd.

Er zijn verschillende omschrijvingen te vinden over internet of things. Daarnaast zijn er ook een aantal definities te vinden. Op deze website, technischwerken.nl, is naast een algemene omschrijving ook een definitie te vinden van internet of things. Via de zoekfunctie op deze website zult u deze vinden. Hieronder is beschreven wat de voordelen zijn van internet of things.

Voordelen van Internet of things
Internet of things is bedoelt om apparaten met elkaar te laten communiceren zodat de mens nog meer wordt ontlast en/of ondersteund in het dagelijks leven. Fysieke oftewel tastbare objecten zoals machines en apparaten komen doormiddel  van Internet of things in een  digitale/ virtuele wereld samen. Geprogrammeerde embedded software zorgt er voor dat machines en apparaten semi intelligent zijn. Dit houdt in dat ze over een bepaalde intelligentie beschikken die extern, bijvoorbeeld via een interface, is geprogrammeerd door een mens (softwareprogrammeur). Het apparaat kan zelf binnen een bepaald kader beslissingen nemen. Daardoor zijn ze enigszins ‘intelligent’.

Een belangrijk voordeel is dat de mens een apparaat opdrachten kan geven en er voor kan zorgen dat apparaten elkaar opdrachten geven via internet. Hierdoor hoeft een mens niet elk apparaat afzonderlijk te bedienen. De mens wordt dus ondersteund. De bruikbaarheid van machines en het gebruiksgemak wordt dus vergroot.

Bij internet of things gaat het in feite om apparaten en machines die voor een deel zelf een computer zijn of een geïntegreerde computer bevatten. Deze computers kunnen via internet gegevens uitwisselen, monitoren en regelen.

Dit levert de volgende voordelen op:

  • Commercieel voordeel omdat door internet of things  efficiënter processen kunnen worden uitgevoerd. Daarnaast kunnen kosten worden bespaard voor bijvoorbeeld opslag en logistiek. Men kan verkoopprocessen namelijk ook koppelen aan internet of things, als de koffie van een koffieautomaat bijna op is kan er automatisch een sein worden gegeven naar een centrale inkooporganisatie.
  • Maatschappelijk voordeel omdat processen optimaler verlopen kan de kwaliteit voor burgers worden vergroot en kan men betere zorg en een verhoogde veiligheid leveren.

Persoonlijk voordeel omdat men in staat is om meer tijd over te houden omdat taken worden over genomen door machines en apparaten.

Wat is de definitie van Internet of things?

Internet of things is een Engelse benaming voor apparaten en machines die in staat zijn om met elkaar te communiceren via internet. In het Nederlands kan internet of things worden vertaald met het: ‘internet der dingen’. Dit is een vrij brede term want ook de ontwikkeling van de software die hiervoor benodigd is wordt onder internet of things geschaard evenals de hardware. Om verduidelijking te bieden hebben verschillende  organisaties zich er aan gewaagd om internet of things te definiëren. Ook deze website, technischwerken.nl, heeft een definitie bedacht voor Internet of things. Deze staat in de volgende alinea.

Definitie internet of things
Het is belangrijk om internet of things goed te definiëren zodat men weet wat wel onder dit begrip kan worden geplaatst en wat niet. Er zijn verschillende definities te vinden, ook op internet. Als je echt een goed beeld wil hebben van dit begrip is het verstandig om na te gaan welke definitie het beste aansluit als men internet of things zou moeten omschrijven.

De schrijver van Technisch Werken, Pieter Geertsma, heeft daarom ook een definitie bedacht voor  Internet of things. Deze definitie is als volgt:

Internet of things is het ontwikkelen, implementeren en optimaliseren van de uitwisseling van gegevens tussen machines en apparaten onderling, ten gunste van de mens, waarbij de bemoeienis van de mens tot een minimum wordt beperkt.  

Wat is Internet of things?

Internet of things is een Engelse term die in het Nederlands kan worden vertaald met het internet der dingen. Als men dit nader zou moeten omschrijven dan gaat het bij internet of things om de communicatie tussen ‘dingen’, in de meeste gevallen machines en apparaten, die met elkaar kunnen communiceren door een internet.

Doel van internet of things
Bedrijven die zich bezig houden met internet of things ontwikkelen software en hardware waarmee machines met elkaar kunnen communiceren. Men tracht het hierbij voor mensen zo makkelijk mogelijk te maken. Dit komt er in de praktijk op neer dat men streeft naar zo weinig mogelijk bemoeienis van de mens. Door mensen bediende computers worden zoveel mogelijk vervangen door zogenaamde embedded systems.

Embedded systems
Embedded systems is een verzamelnaam voor alle systemen met software die ingebouwd is en voorzien is van voorgeprogrammeerde functies. Er zijn veel apparaten en machines die voorzien zijn van embedded software. Hierbij kan men denken aan een oven, magnetron, wasmachine of een oven. Als men goed nadenkt is de lijst van machines met embedded software enorm.

Embedded systems en internet of things
Doormiddel van technologie die gebaseerd is op het principe van internet of things tracht men er voor te zorgen dat machines en apparaten met elkaar communiceren doormiddel van internet. De machines en apparaten worden ook wel  semi-intelligente apparaten en machines genoemd. Deze machines en apparaten worden door internet of things een entiteit op het internet. Men kan doormiddel van een interface met deze apparaten en machines communiceren maar machines kunnen ook autonome beslissingen nemen.

Voorbeeld: men schakelt het licht om 18:00 uit bij een bedrijf omdat het bedrijf sluit. Doordat het licht uitgaat kan men inregelen dat er een sein wordt gegeven naar de verwarmingsinstallatie die automatisch lager gaat staan omdat men het bedrijfspand heeft verlaten. Vervolgens zou het zelfs mogelijk zijn om de inbraakbeveiliging automatisch in werking te laten treden.

Dit zijn allemaal mogelijkheden waarbij machines met bepaalde informatie een logische conclusie trekken en aan of uitgeschakeld worden.

Wat is een kabelboom en waar worden kabelbomen toegepast?

Een kabelboom behoort tot de elektrotechnische onderdelen van machines en voertuigen. Een kabelboom bestaat uit een samenvoeging van verschillende elektrische draden en connectoren. Deze draden zijn aan elkaar verbonden doormiddel van verschillende bandjes. Kenmerkend voor een kabelboom is een centrale bundeling. Deze centrale bundeling bevat alle draden die naar verschillende componenten van de machine of het voertuig worden geleid.

Vorm van een kabelboom
Vanuit de centrale bundeling zijn verschillende ‘aftakkingen’. Deze ‘aftakkingen’ zijn kleine groepen of losse draden die vanaf de centrale bundeling naar specifieke delen worden getrokken. De draden hebben voor het overzicht verschillende kleuren. Hierdoor kan men zien waar de draad de kabelboom ingaat en waar deze naar toe leid. Doordat de kern van de kabelboom gevormd wordt door verhoudingsgewijs de dikste bundeling spreekt men van een kabelboom. Het dikste deel van deze kabelboom bevindt zich het dichtste bij het gedeelte van de machine of het voertuig waarvandaan de elektrische voeding komt. Dit kan bijvoorbeeld de accu of batterij zijn.

Kabelbomen worden complexer
Kabelbomen worden steeds uitgebreider. Dit komt onder andere omdat voertuigen en machines steeds complexer worden. Moderne auto’s bevatten voertuigmanagementsystemen en bevatten meerdere elektrotechnische systemen zoals, elektrische ramen, stuurbekrachtiging en elektrisch bedienbare spiegels. Daarnaast zijn er parkeersensoren en zelfs systemen waarmee voertuigen doormiddel van sensoren andere voertuigen op een bepaalde afstand kunnen volgen zodat er geen botsingen of files kunnen ontstaan. Al deze verschillende elektrotechnische systemen en componenten moeten gevoed worden met elektrische stroom.

Daarom moeten meer draden worden verwerkt in een kabelboom. Kabelbomen worden groter en bevatten meer aftakkingen. Daarom moeten monteurs die de kabelbomen samenstellen complexere werkzaamheden verrichten. De kabelbomen moeten namelijk wel overzichtelijk worden samengesteld.

Waar worden kabelbomen aangebracht?
Kabelbomen worden aangebracht in voertuigen en machines. Toch zien de eindgebruikers hiervan de elektrische bedrading meestal niet. Dit komt omdat de bedrading verstopt wordt achter bijvoorbeeld panelen en dashboarddelen.  Bij auto’s loopt de kabelboom van het dashboard naar de achterverlichting. De kabelboom wordt over de vloer van de auto aangebracht en wordt vervolgens weggewerkt onder de bekleding.

Wat is een geïntegreerde schakeling of Integrated Circuit (IC)?

Geïntegreerde schakelingen worden ook wel in het Engels Integrated Circuit genoemd, dit wordt afgekort met IC. Een geïntegreerde schakeling is een samenstel waarbij diverse elektronische componenten op een enkel stuk halfgeleidermateriaal worden geplaatst. Als het een grote IC betreft wordt deze ook wel microchip of chip genoemd. IC’s worden in heel veel verschillende elektrische machines en apparaten ingebouwd. Hierbij kan gedacht worden aan mobiele telefoons, computers, wasmachines en voertuigen waarin elektronica is ingebouwd.

Geïntegreerde schakelingen zijn elektronische schakelingen die zoals de naam aangeeft geïntegreerd zijn. Deze schakelingen zijn geïntegreerd en gefabriceerd op een plakje silicium (Si). Dit plakje silicium wordt vervolgens in een keramische behuizing geluimd of in een plastic behuizing gegoten. Deze behuizing heeft metalen pootjes waarmee de schakeling bevestigd kan worden. Een geïntegreerde schakeling is dus een compact geheel. Hiermee verschilt een geïntegreerde schakeling van losse componenten die op printplaten worden aangebracht.

Chip
Als men het heeft over geïntegreerde schakelingen gebruikt men ook vaak de term ‘chip’. Het woord chip is een afgeleide van het materiaal dat voor deze schakeling wordt gebruikt. dit materiaal is, zoals eerder genoemd, een plakje silicium. Dit plakje silicium wordt gefabriceerd uit zuiver zand; SiO2. Het plakje heeft een doorsnede van bijvoorbeeld 200 of 300 mm.

Elektronische schakelingen
In veel machines en apparaten maakte men gebruik van dezelfde elektronische schakelingen. Hierdoor werden algemene printplaten ontwikkeld die een specifieke functie hadden. Deze algemene printplaten werden samengesteld uit losse componenten die op de printplaat werden aangebracht. Daarnaast werden op deze printplaten ook weerstanden direct op de print aangebracht. Door de weerstanden direct op de print aan te brengen ontstond een hybride schakeling. De hybride schakeling is een voorloper van de geïntegreerde schakeling die later werd ontwikkeld.

Ontwikkeling geïntegreerde schakeling
De geïntegreerde schakeling werd ontwikkeld omdat er in toenemende mate gebruik werd gemaakt van transistors. Deze transistors werden dikwijls in dezelfde elektronische schakeling gebruikt waardoor een geïntegreerde schakeling een gunstige oplossing werd. De transistors werden gezamenlijk met de weerstanden gefabriceerd op één halfgeleiderplaatje. In eerste instantie werden deze schakelingen geplaatst in een metalen behuizing.

Op een gegeven moment gebruikte men kunststoffen voor de behuizing van geïntegreerde schakelingen. Tegenwoordig worden nog steeds geïntegreerde schakelingen in kunststof behuizingen gegoten. Doordat geïntegreerde schakelingen een zeer compacte vorm hebben konden er nieuwe ontwikkelingen worden doorgevoerd in elektronische apparatuur. De compacte schakelingen zorgden er voor dat elektronische apparatuur veel compacter gemaakt kan worden.

De eerste geïntegreerde schakeling
Op 12 september 1958 werd de eerste werkende geïntegreerde schakeling gepresenteerd door Jack Kilby van Texas Instruments. Ongeveer vier maanden later werd een soortgelijke uitvinding gedaan door Robert Noyce van Fairchild Semiconductor. Er ontstond een patentenstrijd tussen de twee personen. Robert Noyce was weliswaar later da n Jack Kilby maar kreeg toch het patent op zijn naam in 1969.

Wat is een transistor en waar worden transistors voor gebruikt?

Een transistor wordt in de elektronica gebruikt als halfgeleidercomponent. Transistors worden voornamelijk gebruikt voor het schakelen en versterken van elektronische signalen. De naamgeving van dit component is volgens een technisch memorandum van Bell Labs uit 1948 een samentrekking van de volgende Engelse woorden:

  • Transfer (of transconductance) dit betekend overbrengen of overdracht.
  • Varistor (variabele weerstand, variable resistor).

Door de woorden transfer en varistor te combineren ontstaat de omschrijving van een apparaat dat iets kan overbrengen met een variabele weerstand.

Waarvoor wordt een transistor gebruikt?
Doormiddel van een transistor kunnen elektronische worden versterkt of geschakeld. Om die reden worden transistors in veel elektronische schakelingen ingebouwd. Hierbij kan onder andere gedacht worden aan computers. Een transistor is een fundamentele bouwsteen voor geïntegreerde schakelingen. Deze schakelingen worden ook wel in het Engels Integrated Circuit (IC) genoemd en zijn in heel veel apparaten terug te vinden. Naast computers en laptop’s zijn er bijvoorbeeld ook geïntegreerde schakelingen aanwezig in telefoons, wasmachines, drogers en voertuigen zoals auto’s.

Twee verschillende uitvoeringen van transistors
Transistors kunnen worden onderverdeeld in twee verschillende basistypen. Dit zijn de:

  • bipolaire transistor
  • veldeffecttransistor (FET)

De bipolaire transistor wordt aangestuurd doormiddel van een elektrische stroom. De veldeffecttransistor (FET) wordt aangestuurd doormiddel van spanning.

Wat is een handheld device of elektronisch handapparaat?

Tegenwoordig hoor je steeds vaker de Engelse term ‘handheld device’ of de verkorte versie: ‘handheld’. In het Nederlands kan deze term worden vertaald met ‘handapparaat’ of ‘apparaat dat in de hand gebruikt kan worden’. In feite is een handheld device een elektronisch apparaat dat met de hand bediend kan worden. Kenmerkend voor een handheld device is de compactheid waardoor het apparaat in één hand kan worden gehouden. Voor de bediening van het apparaat kan echter ook de andere hand worden gebruikt.

Waarvoor wordt een handheld device gebruikt?
Toestellen of apparaten die onder de categorie ‘handheld device’ vallen zijn over het algemeen ontworpen voor communicatiedoeleinden. Hierbij staan de gebruiksvriendelijkheid en effectiviteit voorop. Daarnaast wordt er bij het ontwerp ook veel aandacht besteed aan de uitstraling van het product. Een handheld device kan een statussymbool zijn voor de gebruiker of eigenaar. Daarom worden deze elektronische apparaten regelmatig vervangen voor modernere apparaten met nog meer mogelijkheden of een nog mooiere vormgeving. Er zijn wereldwijd veel bedrijven die handheld elektronica ontwikkelen. Meestal in de vorm van telefoons of compacte computers.

Voorbeelden van handheld elektronica
Er zijn tegenwoordig zeer veel apparaten ontwikkelt die tot de elektronische handapparaten behoren. Deze producten worden gebruikt voor communicatie en moeten dus goed informatie kunnen uitwisselen via een zichtbaar of onzichtbaar netwerk. Bedrijven ontwikkelen specifieke merknamen voor hun producten waardoor het aanbod op de markt heel breed is. Hieronder zijn een aantal voorbeelden genoemd van producten die onder de handheld elektronica vallen:

  • Mobiele telefoon (ook wel mobieltje)
  • Smartphone
  • Iphone
  • tablet-pc
  • phablet
  • personal digital assistant (pda)
  • draagbare spelcomputer ( zoals PlayStation Portable, Nintendo DS, PlayStation Vita).

Wat wordt bedoelt met eerste en tweede generatie domotica systemen?

Domotica is een woord dat is afgeleide van het Latijnse woord ‘domus’ dat vertaald kan worden met het woord ‘woning’. Het laatst deel van het woord ‘tica’ is ontleent van de woorden telematica en informatica. Als men een woord zo moeten gebruiken waarmee men domotica zou kunnen vertalen dan zou ‘woonhuisautomatisering’ het meest voor de hand liggen zijn. Domotica is een verzamelnaam voor verschillende elektrische en elektronische toepassingen in woningen die met elkaar en doormiddel van een interface met de gebruiker kunnen communiceren zodat de in de woning aanwezige installaties zo goed mogelijk op de wensen van de gebruikers van de woning zijn afgestemd.

Domotica in woningen
Bij domotica kan men denken aan verwarmingsinstallaties, licht, ventilatie, beveiligingsinstallaties en alarminstallaties. Ook apparaten zoals televisies en apparaten die behoren tot de telematica kunnen onderdeel vormen van een netwerk in de domotica. Doormiddel van een interface kunnen gebruikers van een woning de installaties die tot de domotica behoren zo inregelen dat elke installatie op een bepaald tijdstip in werking treed of bij een bepaalde temperatuur enz. Men kan daarbij meestal zowel via een paneel als men een afstandsbediening (of telefoon) met de domotica van een woning of ander gebouw communiceren. De domotica van een woning bevat zowel meettechniek als regeltechniek. Dit houdt in dat er onderdelen van domotica zijn die bijvoorbeeld temperatuur kunnen meten en dat er onderdelen zijn waarbij men bijvoorbeeld de gewenste temperatuur kan inregelen. Als de temperatuur dan onder een bepaald aantal graden Celsius komt zal de regeltechniek er voor zorgen dat de verwarmingsinstallatie aan gaat zodat de temperatuur weer op het gewenste niveau komt. Domotica is voor een groot deel zelfregelend, een mens kan het systeem echter aanpassen en ‘overrulen’.

Wat zijn eerste en tweede generatie domoticasystemen?
Binnen domotica heeft men het ook wel over eerste en tweede generatie domoticasystemen. Meestal bedoelt men met eerste generatie domoticasystemen de E-Domotica systemen. Dit zijn domoticasystemen die functioneren volgens fabriekseigen standaarden. Daarbij wordt over het algemeen gebruik gemaakt van bedrade systemen. Tegenwoordig kunnen deze systemen echter ook vaak gecombineerd worden met draadloze technologie.

Onder de tweede generatie Domotica systemen worden concepten op ICT basis gerekend. Een paar voorbeelden hiervan zijn internet en breedbandtechnologie.

Wat is het verschil tussen eerste en tweede generatie domoticasystemen?
Het belangrijkste verschil tussen eerste en tweede generatie domoticasystemen is de manier waarop gecommuniceerd wordt tussen de monitoring unit en de huiscentrale. Bij eerste generatie domoticasystemen vindt de communicatie vooral doormiddel van een bestaande telefoonlijn plaats of via een systeemgebonden communicatievorm. Bij tweede generatie domoticasystemen vindt de communicatie via breedbandverbindingen of via het datanetwerk.