Monteur tuin- en parkmachines

de vacature monteur tuin- en parkmachines staat regelmatig op internet. In deze tekst is een korte beschrijving gegeven van wat men van iemand in deze functie kan verwachten. Deze informatie kan interessant zijn voor een loopbaankeuze of een beroepskeuze.

Monteur tuin- en parkmachines
Een monteur tuin- en parkmachines is een techneut die zelfstandig of onder toezicht reparaties uitvoert aan werktuigen die worden ingezet om tuinen en parken te onderhouden. Iemand die als monteur werkt aan deze werktuigen en machines moet een breed technisch inzicht hebben er zijn namelijk nogal wat verschillende machines en werktuigen die worden ingezet in het onderhoud van parken en tuinen. Hierbij kun je denken aan maaimachines en snoeimachines maar ook aan machines die worden gebruikt om de bodem te bewerken of om te zaaien. Een monteur tuin- en parkmachines weet vaak voordat de dag begint niet precies welke machines hij of zij zal moeten repareren, reviseren en controleren op een dag. Dat maakt het werk afwisselend en zorgt er ook voor dat de monteur een flexibele instelling moet hebben.

Klantgerichte monteur
Daarnaast moet een monteur tuin- en parkmachines een klantgerichte houding hebben en communicatief vaardig zijn. Veelvuldig klantcontact komt in deze functie namelijk aan de orde. Samen met de klant wordt besproken wat er aan de machine mankeert en wordt aangegeven door de monteur hoe deze problemen het beste verholpen kunnen worden. Deze klantgerichte houding is belangrijk want een klant wil weten waar hij of zij aan toe is niet alleen op het gebied van prijs maar ook op het gebied van veiligheid. Een ervaren monteur tuin- en parkmachines kan het commerciële aspect van het werk met het technische aspect combineren. Als het voor de klant voordeliger is om een nieuwe machine te kopen dan zal de servicegerichte monteur dit moeten meenemen in zijn of haar advies aan de klant.

Wat is jobhoppen?

Jobhoppen is een Engels woord dat letterlijk vertaald kan worden met ‘baan-springen’ en houdt in dat een persoon regelmatig van baan verwisseld. Een persoon die een loopbaan heeft die zich kenmerkt door het jobhoppen wordt ook wel een jobhopper genoemd. Dit is een moderne term voor werknemers die niet lang bij dezelfde werkgever blijven werken. De termen jobhoppen en jobhopper zijn over het algemeen niet positief en worden door de meeste bedrijven als een nadelig aspect beschouwd van iemand zijn of haar cv en loopbaan.

Jobhoppen
De meeste bedrijven zullen aarzelen om iemand aan te nemen die regelmatig van baan verwisseld. Ze vragen zich af wat de reden is geweest waarom iemand zo vaak van baan en werkgever is veranderd. Meestal wordt de oorzaak dan bij de werknemer of werkzoekende neergelegd. Dit is misschien wat kortzichtig van werkgevers maar daarom niet minder logisch. Vooral traditionele bedrijven vereisen meestal een grote mate van loyaliteit van werknemers en zullen daarom niet snel kiezen voor een sollicitant die regelmatig van baan is gewisseld tijdens zijn of haar loopbaan.

Jobhoppen en jobhopper
Het klinkt misschien verwarrend maar niet iedereen die een cv heeft met veel wisselende banen en verschillende werkgevers is een jobhopper. Ook is een persoon die regelmatig ander werk heeft niet altijd aan het jobhoppen. Het verschil zit in de intentie van de werknemer. Als de werknemer er bewust voor kiest om regelmatig op een andere baan te solliciteren en bij een andere werkgever aan de slag te gaan vanwege meer salaris of andere betere arbeidsvoorwaarden dan verspringt hij of zij doelgericht van baan en is er sprake van jobhopping. Er is bij jobhopping dus geen noodzaak om te solliciteren maar de werknemer verwacht het bij een andere werkgever beter te kunnen krijgen. De uitdrukking:  ‘het gras is altijd groener bij de buren’, wordt ook wel eens gebruikt om de mentaliteit van jobhoppers aan te duiden.

Wanneer ben je een jobhopper?
Of je een jobhopper bent of niet heeft dus alles te maken met de mentaliteit die je als werknemer hebt. Ga je voor een beetje extra salaris naar een andere werkgever of niet? Jobhoppers wisselen regelmatig van werkgever waardoor ze vaak korte dienstverbanden hebben. Ze werken vaak maximaal 1 of 2 jaar bij een werkgever en stappen dan over op een andere werkgever. Vooral wanneer de banen ‘voor het oprapen liggen’ veranderen bepaalde werknemers in jophoppers. Dit is meestal aan de orde wanneer de economie aantrekt en de werkgelegenheid toeneemt.

Onvrijwillig van baan verwisselen
Het kan echter ook voor komen dat iemand regelmatig onvrijwillig van baan verwisseld. Dit kan bijvoorbeeld het geval zijn als iemand op flexibele basis werkt zoals een uitzendkracht. Werknemers die op basis van een tijdelijk contract werken kunnen te maken krijgen met een verlenging van het contract maar ook met het feit dat een contract niet verlengd wordt. Dit laatste kan verschillende redenen hebben waarvan de oorzaak bij de werknemer kan liggen maar ook bij het bedrijf, de markt of de economie. Als men onvrijwillig regelmatig op zoek moet naar ander werk kun je eigenlijk niet van een jobhopper spreken. Wel kunnen werkgevers twijfelen aan de ervaring en kwaliteiten van de desbetreffende sollicitant.

Voorkomen dat je als jobhopper wordt beschouwd
Omdat jobhoppen niet als iets positiefs wordt ervaren door de meeste bedrijven is het wellicht belangrijk om te voorkomen dat je als jobhopper wordt beschouwd. Dit heb je voor een groot deel zelf in de hand. Het begint bij een goede oriëntatie op de arbeidsmarkt. Kies bewust voor bepaalde bedrijven en een bepaalde functie. Probeer je zoveel mogelijk binnen een bedrijf te ontwikkelen in plaats van jezelf te ontwikkelen door voortdurend op vacatures van andere bedrijven te solliciteren. Vaak zijn binnen het bedrijf waar je werkt ook voldoende mogelijkheden om door te groeien en je te specialiseren. Veel mensen vergeten om bij hun huidige werkgever de mogelijkheden tot zelfontplooiing te onderzoeken en kijken direct om zich heen naar ander werk. Door dit te doen is de kans groot dat je een jobhopper wordt.

Wat is beroepsgeheim of geheimhoudingsplicht?

Beroepsgeheim is een verplichting om te zwijgen over informatie en kennis die een persoon bij het uitoefenen van een beroep of functie wordt toevertrouwd. Dit wordt ook wel een geheimhoudingsplicht genoemd. Men is namelijk verplicht om bepaalde informatie geheim te houden. Men heeft het in dit verband ook wel over zwijgplicht. Vaak gaat het om gevoelige informatie of informatie die niet op juistheid gecontroleerd is. Geheimhoudingsplicht en beroepsgeheim zijn vooral aan de orde bij vrije beroepen. Het schenden van beroepsgeheim is strafbaar in Nederland is dit vastgelegd in artikel 272 Wetboek van Strafrecht en in België in artikel 458 van het Strafwetboek en uitzonderingen beperkend opgesomd in Art 458bis Strafwetboek.

Waarom is een beroepsgeheim ingevoerd?
Verschillende beroepsbeoefenaars kunnen te maken krijgen met beroepsgeheim. Dit zijn over het algemeen artsen en psychologen. Zij krijgen vaak te maken met gevoelige informatie van cliënten. Door een beroepsgeheim durven veel cliënten vrijuit te spreken waardoor de behandeling of de hulpverlening succesvoller kan verlopen. Mensen houden minder belangrijke informatie achter wanneer ze weten dat er vertrouwelijk mee wordt omgegaan.

Welke beroepen hebben een beroepsgeheim?
Een beroepsgeheim is meestal van toepassing in beroepen waar men te maken krijgt met vertrouwelijke gegevens. Dit is niet alleen in de medische sector het geval. Ook in de juridische sector zijn beroepen aanwezig met beroepsgeheim. Advocaten hebben bijvoorbeeld te maken met beroepsgeheim. Zelfs in de techniek kan men te maken krijgen met geheimhoudingsplicht. Denk hierbij aan de bedrijven en ingenieurs die nieuwe wapens ontwikkelen of nieuwe technologieën die zo ingenieus zijn bedacht dat ze veel geld kunnen opleveren. Productontwikkelaars, tekenaars en constructeurs kunnen daardoor ook te maken krijgen met een geheimhoudingsplicht.

Wat is beroepsonderwijs en wat zijn de kenmerken van beroepsonderwijs?

Beroepsonderwijs is een onderwijsvorm die gericht is op de praktische en theoretische voorbereiding met betrekking tot de uitoefening van een beroep in de praktijk. Er zijn in Nederland een aantal wetten van toepassing op het beroepsonderwijs. Dit zijn de volgende wetten:

  • De Wet educatie en beroepsonderwijs
  • De Wet educatie en beroepsonderwijs BES
  • De Wet op het hoger onderwijs en wetenschappelijk onderzoek (WHW)

Voor verschillende beroepen is in Nederland beroepskwalificerende opleiding vereist of gewenst. Het beroepsonderwijs kan er voor zorgen dat leerlingen en studenten een beroep leren. Dit is echter niet de enige taak van beroepsonderwijs. Het beroepsonderwijs is er op ook gericht om haar studenten en leerlingen te ondersteunen op het gebied van persoonlijke ontplooiing en het succesvol functioneren van de leerlingen en studenten in de praktijk.

VBO en VMBO
Het beroeps onderwijs is een onderwijsvorm die al lang in Nederland wordt toegepast als educatievorm. In het verleden had men bijvoorbeeld het Voorbereidend Beroepsonderwijs (vo). Dit was na de Basisschool het voortgezet onderwijs waar leerlingen een beroep konden leren in bijvoorbeeld de verzorging, metaal, hout, schilderen en de administratie. Later werden in 1999 VMBO-scholen opgericht. Deze scholen ontstonden uit een samenvoeging van de mavo en het vbo. De afkorting VMBO staat voor Voorbereidend Middelbaar Beroeps Onderwijs. VMBO scholen bevatten opleidingen op vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen zijn de volgende:

  • Basisberoepsgerichte leerweg (BB)
  • Kaderberoepsgerichte leerweg (KB)
  • Gemengde leerweg (GL)
  • Theoretische leerweg (TL)

Aansluiting opleiding in beroepsopleidingen
De doelstelling van het opleidingsbeleid in Nederland is gericht op het zo zorgvuldig mogelijk laten aansluiten van opleidingen van een lager niveau naar een hoger opleidingsniveau. Het VMBO bevat vier verschillende niveaus of leerwegen. Deze leerwegen dienen aan te sluiten op het opleidingsaanbod van het Middelbaar Beroeps Onderwijs oftewel het mbo. Ook het mbo kent niveauverschillen. Dit zijn der volgende:

  • niveau 1: assistent beroepsbeoefenaar (geen startkwalificatie)
  • niveau 2: medewerker / basisberoepsbeoefenaar
  • niveau 3: zelfstandig medewerker / zelfstandig beroepsbeoefenaar / vakopleiding
  • niveau 4: middenkaderfunctionaris / gespecialiseerd beroepsbeoefenaar. Dit niveau geeft toegang tot hbo.

Hierboven is aangegeven op welk niveau afgestudeerde mbo leerlingen in de praktijk kunnen uitstromen naar een baan. Na het mbo kunnen leerlingen nog doorstuderen naar het HBO oftewel het Hoger Beroeps Onderwijs. HBO hoort tot het hoger onderwijs net zoals het wetenschappelijk onderwijs WO. Iemand die een opleiding heeft gedaan op hbo of WO heeft in een bepaalde beroepsgroep het hoogst haalbare opleidingsniveau behaald. Deze afgestudeerden kunnen worden ingezet in een (junior) functie in het management, op een staffunctie of in de werkvoorbereiding en enginering binnen een bepaalde beroepsgroep.

Verschillende niveaus in beroepsopleidingen
Uit bovenstaande alinea’s blijkt dat er verschillende niveaus bestaan in beroepsopleidingen in Nederland. De opbouw in niveaus begint bij de basisberoepsgerichte leerweg van het VMBO. Daarna kunnen leerlingen doorstuderen naar het middelbaar beroepsonderwijs en tot slot kan men ook een opleiding volgen op het hoger beroepsonderwijs.

Verschillende richtingen in beroepsopleidingen in de techniek
Beroepsleidingen kunnen in verschillende richtingen worden gevolgd. Het is belangrijk dat een weloverwogen keuze wordt gemaakt door de leerling of student. Het kiezen van een opleidingsrichting begint tegenwoordig al vanaf de basisschool. Op het vmbo geven leerlingen al gestalte aan hun beroepskeuze. Daarna gaan ze verder op het mbo. Als men al jong kiest voor de metaalsector is het belangrijk dat men deze opleidingsrichting aanhoudt en zich verder gaat specialiseren naarmate men een beroepsopleiding op een hoger niveau gaat volgen.

Het aantal opleidingsrichtingen in het beroepsonderwijs is enorm. Daarom hebben leerlingen vaak ondersteuning nodig bij het kiezen van de juiste opleiding. Bij veel opleidingen hebben leerlingen niet of nauwelijks een beeldvorming en daar moet aan gewerkt worden door bijvoorbeeld decanen en loopbaanbegeleiders. Vanuit de regering komen langzamerhand opmerkingen dat het beroepsonderwijs transparanter moet worden.

Het keuze aanbod moet worden beperkt en er moet eenduidigheid komen in de benaming van opleidingen. Daarnaast willen sommige instanties ook weer terug naar de oude leerling-gezel methode waarbij een leerling het vak of beroep leert van een ervaren iemand in een bepaald beroepsgroep. Beroepsonderwijs blijft in ontwikkeling in Nederland.

Wat is een ambacht en welke soorten ambachten zijn er?

In de meeste definities wordt het woord ambacht omschreven als handwerk of werkzaamheden waarbij een product wordt vervaardigd door een ambachtsman. Bij ambacht staan de vaardigheden van de ambachtsman centraal. Ambacht is het geheel aan vaardigheden dat wordt aangeleerd om een bepaald beroep uit te kunnen oefenen. In het verre verleden leerde men een ambacht bij een gildemeester. Deze gildemeester leerde de leerling hoe bepaalde werkzaamheden uitgevoerd moesten worden. Hierbij werden grondstoffen verwerkt tot eindproducten.

Ambacht verandert
Ook vandaag de dag worden grondstoffen verwerkt tot eindproducten. De industrie heeft echter veel ambachten overgenomen. Daardoor zijn veel oude beroepen verdwenen. Zo wordt houtbewerking en metaalbewerking grotendeels machinaal gedaan. In het ambacht van tegenwoordig wordt ook gebruik gemaakt van mechanisering en automatisering. Hierbij valt bijvoorbeeld te denken aan elektrische gereedschappen die worden gebruikt bij de vervaardiging van bepaalde producten. Zo kan een schoenmaker gebruik maken van een machine om een zool vast te naaien. Ambachten veranderen en de vaardigheden van de ambachtsman veranderen ook.

Ambacht en industrie
Doormiddel van ambacht en industrie worden producten vervaardigd en geproduceerd.  Ambacht verschilt echter van de industrie. In de industrie worden producten in grote series gemaakt. veel productieprocessen zijn volledig geautomatiseerd. Hierdoor komt er nauwelijks ambacht meer aan de orde. Het fabrieksmatig produceren van producten wordt geen ambacht genoemd. Een belangrijk kenmerk van ambacht is namelijk het handwerk.

Onderverdeling van ambachten
Ambachten kunnen worden onderverdeeld. Hierbij wordt vooral gekeken naar de historie van de ambachten en de toepasbaarheid van ambachten in de tegenwoordige tijd. De onderverdeling bestaat daarom uit: museale ambachten en hedendaagse ambachten. Hieronder zijn een aantal voorbeelden gegeven waarmee deze onderverdeling wordt verhelderd.

Museale ambachten
Museale ambachten zijn ambachten die nauwelijks worden gebruikt voor de productie van goederen in Nederland. Voorbeelden hiervan zijn mandenvlechter, zeepmaker, touwslager, klompenmaker of bezembinder. Door de verregaande mechanisatie en automatisering van productieprocessen zijn deze ambachten in Nederland vrijwel geheel verdwenen. Af en toe worden deze ambachten nog wel getoond in museums of bij speciale evenementen.

Hedendaagse ambachten
Hedendaagse ambachten zijn bijvoorbeeld timmerman, smid, schoenmaker, metselaar, slager en bakker. Deze ambachten worden vandaag de dag nog uitgeoefend. Een bijzonder voorbeeld hiervan is het beroep molenaar. Nederland heeft nog verschillende molens die in gebruik zijn. Een korenmolenaar leert hoe hij of zij deze molens kan onderhouden en hoe bijvoorbeeld koren tot meel kan worden gemalen. Dit malen van meel is een voorbeeld van een ambacht waarbij een molen wordt gebruikt. De wieken van de molen draaien door de wind. Deze beweging wordt overgebracht op een molensteen waardoor deze gaat draaien en het koren vermaalt tot meel. In feite is deze ambacht een oude toepassing van windenergie.

Wat is de definitie van beroep in de context van de arbeidsmarkt?

Het woord beroep wordt vaak in de maatschappij genoemd. Dit begint al op school waarin leerlingen zich oriënteren op verschillende beroepen die ze later zouden kunnen uitvoeren. De maatschappij heeft de afgelopen eeuwen een enorme diversiteit aan beroepen gekregen. Dit heeft onder andere te maken met de maatschappelijke ontwikkelingen. Ook de technische ontwikkelingen zorgen er voor dat het aantal verschillende beroepen in Nederland en andere landen is gegroeid. Zo zorgde bijvoorbeeld de invoering van computers er voor dat er softwareontwikkelaars nodig zijn om software te ontwikkelen. Ook zijn er netwerkbeheerders nodig om computernetwerken te beheren. Dit zijn slechts enkele voorbeelden van nieuwe beroepen die zijn ontstaan door de invoering van computers. Er zijn nog veel meer (technische) systemen ingevoerd waarvoor specialisten nodig zijn. De beroepskeuze voor leerlingen en studenten is er daardoor niet eenvoudiger op geworden.

Het woord beroep definiëren
Het geven van een definitie voor het woord beroep is niet eenvoudig. Een beroep is een algemeen woord. Bijna iedereen weet wel een voorbeeld van een beroep te noemen. Het woord beroep definiëren is lastiger. De volgende definitie kan voor een beroep worden gehanteerd:

Een beroep is het geheel van samenhangende taken binnen een specifiek vakgebied waarin iemand werkzaam is.

Dit is de definitie die door de website Technisch Werken wordt gebruikt. Er is, zoals eerder genoemd, een grote verscheidenheid aan beroepen op de arbeidsmarkt. Een groot aantal van de uitvoerende technische beroepen spreken tot de verbeelding: zoals lasser, timmerman, metselaar en automonteur. Andere beroepen zijn abstracter en richten zich bijvoorbeeld op management, software en administratieve processen. Een beroep is mede bepalend voor de positie die iemand inneemt in de sociale structuur. Hieronder is het woord beroep vergeleken met een aantal andere termen die gebruikt worden op de arbeidsmarkt. Het verschil tussen deze termen komt naar voren in onderstaande alinea’s.

Beroep en functie
Een beroep is niet precies hetzelfde als een functie. Functies en functieprofielen worden door organisaties bepaald. Meestal is uit een functie of een functieprofiel wel herleidbaar welk beroep iemand uitoefent. Zo kan iemand bijvoorbeeld conciërge zijn maar op zijn of haar functieprofiel staat gebouwbeheerder of schoolbeheerder. Een ander voorbeeld is de functie intercedent op een uitzendbureau. Deze functie wordt bij sommige uitzendbureaus ‘commercieel medewerker’ genoemd en weer andere uitzendbureaus prefereren de functienaam ‘consultant’. Doordat veel bedrijven werken met eigen specifieke functiebenamingen is het aantal functies in een hoog tempo toegenomen.

Beroep en arbeid
Er is ook een verschil tussen de woorden beroep en arbeid. Iemand kan een beroep hebben zonder dat hij of zij arbeid verricht. Daarnaast is het mogelijk dat iemand arbeid verricht zonder daadwerkelijk een beroep te hebben. Ditzelfde is van toepassing op het woord werk.  Iemand kan werken zonder een specifiek beroep te hebben. Ook kan iemand een beroep hebben zonder dat de persoon werk heeft.