Wat doet de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB?

De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB is sinds 1 januari 2012 actief. Deze stichting verbindt het georganiseerd bedrijfsleven en het middelbaar beroepsonderwijs (mbo). De vereniging van 17 kenniscentra is overgegaan naar het SBB. Hierdoor is het SBB een belangrijk kennisbaken tussen bedrijven en mbo opleidingen. Het bedrijfsleven en het mbo werken nauw met elkaar samen. Dit is belangrijk omdat bedrijven goed personeel willen hebben die over voldoende kennis beschikt voor de uitvoering van de taken. Mbo opleidingen moeten er voor zorgen dat de studenten de gewenste kennis en vaardigheden aanleren. Er zijn in Nederland bijna 70 onderwijs-instellingen, dit zijn aoc’s, roc’s en vakscholen. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Al deze instanties leiden mbo’ers op tot vakkrachten.

Eisen aan opleidingen veranderen
De eisen aan personeel veranderen voortdurend. In bijvoorbeeld de techniek en ICT zijn er veel technische ontwikkelingen die er voor zorgen dat studenten nieuwe vaardigheden en kennis nodig hebben om effectief in de praktijk te kunnen werken. Bedrijven stellen door deze ontwikkelingen voortdurend hun eisen bij in de vraag naar personeel. Opleidingen moeten er voor zorgen dat met de eisen uit het bedrijfsleven rekening wordt gehouden. Daarom passen opleidingen regelmatig hun lesstof aan zodat leerlingen waardevolle diploma’s krijgen voor de arbeidsmarkt. Daarnaast moeten opleidingen ook goed op elkaar aansluiten. Zo moeten leerlingen met een vmbo opleiding een goede aansluiting hebben op de lesstof van een mbo opleiding. Studenten met een mbo opleiding op zak moeten vervolgens weer goede aansluiting hebben met hbo opleidingen indien ze door willen leren. Het SBB houdt zich bezig met deze aansluiting en adviseert de minister van OCW.

Wat doet het SBB?
De SBB voert verschillende taken uit. Zo maakt deze stichting afspraken over de inhoud van opleidingen. In kwalificatiedossiers worden de wensen van de arbeidsmarkt vastgelegd. Met deze kwalificatiedossiers kunnen scholen een goed beeld vormen over de arbeidsmarkt en studenten goed adviseren over hun loopbaanmogelijkheden. Scholen kunnen eveneens met deze dossiers bekijken of de lesstof goed aansluit op de ontwikkelingen in de arbeidsmarkt. In de dossiers staan afspraken tussen het onderwijs en het bedrijfsleven over de examinering. De belangrijkste doelstelling van de samenwerking binnen het SBB is het ontwikkelen van een doelmatig  opleidingsaanbod.

Beroepspraktijkvorming
In een mbo opleiding moet een student ook vaardigheden aanleren voor de praktijk. Deze praktijkervaring kan een student opdoen in een stage of leerbaan. Een stage bij een bedrijf in de praktijk zorgt er voor dat een student werkt aan zijn of haar ‘beroepspraktijkvorming’. De beroepspraktijkvorming is zeer belangrijk. Door de SBB worden afspraken gemaakt over de beroepspraktijkvorming. Deze afspraken zijn geldig voor een hele bedrijfstak waarop de beroepspraktijkvorming is gericht. Er is bijvoorbeeld een beroepspraktijkvorming voor de bouw, metaal of zorg.

Door de school, de student en het leerbedrijf worden afspraken gemaakt over de taken en verantwoordelijkheden die de student, de school en het leerbedrijf hebben tijdens de stage. Deze individuele afspraken zijn afgestemd op de landelijk afspraken die zijn opgenomen in de beroepspraktijkvorming van de desbetreffende sector.

SBB  en de toekomst
De samenwerking binnen de SBB zorgt er voor dat bedrijven meer invloed krijgen op de kwaliteit en lesstof van opleidingen. Bedrijven krijgen meer verantwoordelijkheid bij het opleiden van mbo-ers. Door de grotere invloed van bedrijven sluit de inhoud en de omvang van het onderwijsaanbod in Nederland in de toekomst nog beter aan bij de behoeften van het bedrijfsleven. Hierdoor krijgen mbo-leerlingen een waardevoller diploma en zullen ze in een functie meer herkennen van hun lesstof.

Onderwijsinstellingen krijgen meer zeggenschap over de kwalificatiedossiers. Door deze wederzijdse invloed zijn de wensen en mogelijkheden van het onderwijs goed afgestemd op de wensen van het bedrijfsleven.

SBB en afstemming
In de alinea’s hierboven komt duidelijk naar voren dat de stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven vooral gericht is op onderlinge afstemming tussen de wensen en mogelijkheden van scholen en bedrijven. Scholen zullen intensief met elkaar moeten samenwerken. Communicatie is hierbij van groot belang. Ook hierin heeft de stichting SBB een belangrijke rol.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV en is het volgen daarvan verplicht?

In Nederland zijn verschillende opleidingsinstituten die Mbo-opleidingen aanbieden aan leerlingen. Het aantal verschillende Mbo-opleidingen in Nederland is groot. Ook in de techniek zijn veel verschillende opleidingen door leerlingen te volgen. Er zijn bijvoorbeeld opleidingen die gericht zijn op elektrotechniek, werktuigbouwkundige installaties, mechatronica en constructiebankwerken. Mbo staat voor Middelbaar Beroepsonderwijs. Op deze opleidingen leren leerlingen een beroep. Een beroep leer je echter niet alleen in de schoolbanken. Daarvoor is ook praktijkkennis nodig. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde in de Beroepspraktijkvorming BPV. De stichting Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB heeft een belangrijk invloed op de BPV.

Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB
Binnen Samenwerking Beroepsonderwijs Bedrijfsleven SBB worden afspraken gemaakt tussen onderwijs en de bedrijven. De SBB is een stichting. Hierin zijn de sociale partners, VNO-NCW, MKB-Nederland, Colo en de MBO Raad verenigd. De SBB is in januari 2012 opgericht en werkt sinds de oprichting met steeds meer bedrijven en opleidingsinstanties samen. Op dit moment zijn er ongeveer zeventig onderwijsinstellingen die Mbo-opleidingen aanbieden. Hieronder vallen de regionale opleidingscentra en Agrarische opleidingscentra. Daarnaast zijn er in Nederland meer dan 200.000 erkende leerbedrijven. Waar Mbo-leerlingen hun beroepspraktijkvorming kunnen volgen. Er worden afspraken gemaakt binnen SBB met bedrijven en onderwijs over de beroepspraktijkvorming.

Wat is Beroepspraktijkvorming BPV?
Vanuit de SBB zijn richtlijnen naar voren gekomen voor Mbo-opleidingen. Hierin wordt onder andere het belang genoemd van het afstemmen van de leerstof op de praktijk. Mbo-opleidingen moeten leerlingen datgene leren wat in de praktijk wordt toegepast. Dit is niet alleen de wens van opleidingsinstituten, ook het MKB (het Midden en Klein Bedrijf) pleit voor het opdoen van praktijkervaring door Mbo-leerlingen in het bedrijfsleven. Daarom is het belangrijk dat de kennisoverdracht op een Mbo-opleiding praktijkgericht is.

Op een Mbo-opleiding wordt niet alleen gekeken naar de theoretische aspecten van een beroep. Ook de praktische aspecten zijn van groot belang. Deze praktijkkennis komt onder andere aan de orde tijdens stages. Deze stages worden Beroepspraktijkvorming genoemd. Dit word ook wel afgekort met BPV. Elke Mbo-opleiding maakt gebruik van een BPV.

Twee soorten Beroepspraktijkvorming BPV
Er zijn  twee verschillende soorten Beroepspraktijkvorming BPV. De eerste variant is de variant die wordt gedaan bij de beroepsbegeleidende leerweg (BBL). Dit wordt ook wel werkplekleren genoemd. Bij deze BPV-vorm werkt een leerling voornamelijk binnen het leerbedrijf. Dit is de meest praktijkgerichte vorm van MBO en wordt veel toegepast in de techniek. Daarnaast is er en tweede vorm van BPV. Dit is de vorm die wordt gedaan bij de beroepsopleidende leerweg (BOL). De BPV tijdens een BOL-opleiding is korter en wordt ook gedaan in een leerbedrijf.

Is het volgen van een BPV verplicht?
Het volgen van een BPV is voor Mbo-leerlingen verplicht. Het MKB wil dat opleidingsinstituten de leerlingen zoveel mogelijk ondersteunen bij de Beroepspraktijkvorming. De werkgevers willen hiervan zo weinig mogelijk administratieve last van ondervinden. Ondanks de taken die een Mbo-opleidingsinstituut overneemt kunnen niet alle bedrijven Mbo-leerlingen inzetten om hun BPV af te ronden. Alleen bij erkende leerbedrijven mogen Mbo-leerlingen hun Beroepspraktijkvorming volgen.

Erkende leerbedrijven
Niet alle bedrijven voldoen aan de richtlijnen die aan een leerbedrijf worden gesteld. Voordat een bedrijf een erkend leerbedrijf is moet aan een aantal eisen worden voldaan. Of een bedrijf aan de eisen voldoet is ter beoordeling van een kenniscentrum voor beroepsonderwijs bedrijfsleven. Er zijn in Nederland verschillende kenniscentra aanwezig. Voor de techniek is het kenniscentrum Kenteq. Dit is het Kennis- en adviescentrum voor technisch vakmanschap. Kenteq beoordeelt of een bedrijf aan de voorwaarden voldoet om een leerling op te leiden in een bepaald beroep of vak. Hierbij wordt onder andere gekeken naar de deskundigheid van de praktijkopleider die de leerlingen het vak moet leren. Daarnaast word aandacht besteed aan de leeromgeving. De leeromgeving moet veilig zijn voor de leerling en moet daarnaast voldoende mogelijkheden bieden om het vak uit te kunnen oefenen. De werkzaamheden die worden uitgevoerd moeten passen bij de opleiding en het niveau van de leerling.