Maximale transitievergoeding in 2017 verhoogd naar € 77.000,-

Transitievergoeding is een bedrag dat werkgevers moeten betalen aan werknemers indien de arbeidsovereenkomst wordt beëindigd door ontslag of omdat de einddatum van de arbeidsovereenkomst is verstreken.  De transitievergoeding is van kracht gegaan op 1 juli 2015 en er zijn verschillende voorwaarden door de overheid geformuleerd die bepalen of een werknemer juist wel of juist niet voor een transitievergoeding in aanmerking komt. De voorwaarden voor een transitievergoeding staan in een ander artikel op deze website, technischwerken.nl.

Omdat de lonen stijgen heeft dat ook invloed op de hoogte van de maximale transitievergoeding. Dit zorgt er voor dat de transitievergoeding in 2017 maximaal € 77.000 is geworden. In 2016 was deze vergoeding nog maximaal € 76.000 en in 2015 was dit bedrag nog € 75.000. Vanaf 1 januari 2017 is de maximale transitievergoeding dus maximaal 77.000 euro of een jaarsalaris indien dit hoger uitvalt dan dit bedrag.

Transitievergoeding berekenen
De transitievergoeding kun je zelf berekenen door gebruik te maken van een aantal rekenregels. Allereerst moet je goed nagaan of je in aanmerking komt voor de transitievergoeding. Zo moet je minimaal 2 jaar bij dezelfde werkgever in dienst zijn geweest en mag de onderbreking tussen je tijdelijke contracten niet langer dan zes maanden zijn geweest. Als dit het geval is kun je in aanmerking komen voor deze vergoeding. De basisregel voor het berekenen van deze vergoeding is dat de werknemer  1/6 maandsalaris kan ontvangen voor elke volle periode van zes maanden die de werknemer bij de werkgever heeft gewerkt. Deze eerste rekenregel heeft betrekking op de eerste tien jaar van het dienstverband van de werknemer.

Werknemers die langer dan tien jaar in dienst zijn geweest bij hun werkgever krijgen vanaf het tiende dienstjaar een hogere vergoeding uitgekeerd. Vanaf dit tiende dienstjaar is de opbouw van de transitievergoeding namelijk 1/4 maandsalaris per periode van zes maanden. Deze opbouw kan bovenop de opbouw van de eerste tien jaar dienstverband worden opgeteld om tot een totale transitievergoeding te komen.

Wat is fulltime of voltijd werk?

Fulltime werk wordt ook wel voltijd  werk genoemd. Fulltime is een term die over het algemeen wordt gebruikt om aan te duiden om wat voor soort functie het gaat in het kader van tijdsbestek dat men werkt. Hierbij wordt gekeken naar een werkweek. Iemand die fulltime werkt heeft een dienstverband van 36 tot 40 uur per week. Fulltime wordt in verschillende vormen gebruikt. Zo spreekt men wel van een fulltime baan of fulltime job. Daarnaast wordt iemand die fulltime werkt ook wel fulltime genoemd. De tegenhanger van fulltime werk is parttime of deeltijd werk. Bij parttime werkt men minimaal 12 uur en maximaal 36 uur omdat men boven de 36 uur fulltime werkt en onder de 12 uur volgens het CBS niet tot de werkzame beroepsbevolking behoort.

Fulltime-equivalent FTE
De afkorting FTE wordt ook door bedrijven, leidinggevenden en personeelsfunctionarissen gebruikt. Deze afkorting staat voor fulltime-equivalent. FTE is een rekeneenheid waarin de omvang van personeelsbezetting of dienstverband in kaart kan worden gebracht. Zo wordt FTE gebruikt om helderheid te verschaffen over het aantal arbeidsuren dat binnen een bedrijf beschikbaar is. Hierbij rekent men meestal het aantal beschikbare arbeidsuren per week. Als men het heeft over één FTE dan heeft men het over het aantal arbeidsuren dat één personeelslid per volledige week kan werken. Dit komt in de praktijk neer op 36 tot 40 uur afhankelijk van de dienstverbanden en bedrijfsbeleid binnen de desbetreffende organisatie.

Kan een werknemer meer werken dan fulltime?
Het kan voorkomen dat werknemers meer uren maken dan 40 uur per week. De uren die extra bovenop de 40 uur worden gewerkt noemt men ook wel overuren. Meestal krijgen werknemers een toeslag over deze uren uitbetaald. Deze toeslagen zijn over het algemeen ontleend aan cao’s en worden vastgelegd in contracten en andere schriftelijke arbeidsovereenkomsten zoals uitzendovereenkomsten. Meer werken dan 40 uur mag maar men dient zich wel te houden aan de arbeidstijdenwet. Hierin is onder andere vastgelegd dat men maximaal 12 uur per dienst mag werken en 60 uur per week. De arbeidstijdenwet staat boven de cao. Dit houdt in dat er in de cao geen afspraken mogen worden gemaakt waarmee de arbeidstijdenwet wordt overtreden.

Wat is parttime of deeltijd werk?

Parttime of deeltijd zijn woorden waarmee de duur van het dienstverband van een werknemer of werkneemster wordt aangeduid. Parttime werk is de tegenhanger van fulltime werk.  Een fulltime baan of fulltime functie is een functie waarbij een werkweek bestaat uit 36-40 uur. In een deeltijdfunctie of parttime baan werkt men minder dan 36 uur maar wel meer dan 12 uur per week. De reden waarom men in ieder geval 12 uur of meer moet werken om parttimer genoemd te worden ligt in het feit dat het CBS iemand als werkende definieert wanneer hij of zij 12 uur per week of meer werkt. Dit wordt ook in hun statistieken verwerkt.

Redenen om parttime te werken voor werkgevers
Er zijn verschillende redenen waarom iemand parttime kan of moet werken. Deze redenen kunnen worden onderverdeeld in twee groepen. Deze groepen zijn gebaseerd op de persoon of instantie waar het initiatief vandaan komt. Zo kan het initiatief van de werkgever komen of de werknemer. Een werkgever kan parttimefuncties creëren omdat er weinig werk is waardoor een werknemer niet fulltime werkzaamheden kan verrichten. Ook kan een bedrijf slechts beperkt open zijn waardoor medewerkers automatisch parttime moeten werken indien ze bij het bedrijf aan de slag willen.

Redenen om parttime te werken voor werknemers
Vaak ligt echter het initiatief om parttime te gaan werken bij de werknemer of werkneemster zelf. Meestal kiest deze om privéredenen voor een parttime of deeltijd functie. In Nederland kiezen veel jonge moeders voor een deeltijd of parttime baan zodat ze naast hun werk ook tijd aan hun gezin en kinderen kunnen besteden. In de praktijk blijkt het vaak moeilijk om als een gezin twee fulltime werkende ouders te hebben. Dit komt omdat kinderen ook aandacht en opvoeding nodig hebben van hun eigen ouders. Daarnaast zijn veel scholen en kinderopvangcentra nog niet zo flexibel ingericht dat deze hun openingstijden aanpassen aan de werkroosters van de werkende ouders. Veel ouders kiezen er daarom voor om één van beide ouders parttime te laten werken.

Wat is de vergoeding als werkgever te laat een aanzegging doet?

Werkgevers in Nederland dienen zich vanaf 1 januari 2015 te houden aan de aanzegtermijn volgens de Wet Werk en Zekerheid. De aanzegtermijn is van toepassing op alle contracten met een looptijd van zes maanden of langer. Een werkgever dient uiterlijk een maand voor de afloopdatum van het contract bij de werknemer aan te geven of het contract wordt verlengd of niet. Dit dient de werkgever schriftelijk te doen en aan te kunnen tonen indien daarom wordt gevraagd. De aanzegging kan daarom het beste door een bedrijf aangetekend naar de werknemer worden verzonden.

Voortzetten dienstverband
Bij het voortzetten van het dienstverband van de werknemer dient de werkgever eveneens tijdig de aanzegging te versturen. Daarbij dient de werkgever duidelijk aan te geven onder welke voorwaarden het dienstverband van de werknemer kan worden voortgezet. Hierdoor weet de werknemer wat de werkgever met hem of haar voor ogen heeft. Dat schept een bepaalde zekerheid.

Niet voortzetten van het dienstverband
Het kan om verschillende redenen voorkomen dat een contract na de afloopdatum niet wordt verlengd. De desbetreffende medewerker zal na de afloopdatum van het contract meestal opnieuw de arbeidsmarkt op moeten om een nieuwe baan te vinden. Een werknemer dient echter minimaal een mand van te voren te weten of zijn of haar dienstverband wordt verlengd. Als dat niet het geval is kan de werknemer voorbereidingen treffen en eventueel via social media of andere kanalen bekend maken dat hij of zij weer beschikbaar komt voor werk. Ook bij het niet voortzetten van het dienstverband dient de werkgever tijdig de aanzegging te versturen aan de werknemer. De aanzegging dient uiterlijk een maand voor de daadwerkelijke einddatum van het contract in handen te zijn van de desbetreffende werknemer.

Vergoeding als de werkgever de aanzegging niet doet
Een werknemer kan aanspraak maken op een vergoeding als de werkgever de aanzegging niet doet. Ook als de aanzegging te laat in handen is van de werknemer kan de werknemer aanspraak maken op een vergoeding. De vergoeding die een medewerker kan ontvangen is één maandsalaris als de werkgever in het geheel geen aanzegging heeft verzonden. Als de werkgever de aanzegging te laat heeft verzonden wordt de vergoeding naar ratio berekend. Doormiddel van de verplichting om een vergoeding te verstrekken aan de werknemer bij een te laat of geheel niet verstrekken van een aanzegging hoopt de overheid aan werkgevers een extra prikkel te verschaffen om zich te houden aan de aanzegtermijn.

Vergoeding bij niet nakomen aanzegtermijn terwijl contract wordt verlengd
De vergoeding dient aan de werknemer te worden verstrekt als de werkgever de aanzegging te laat heeft gedaan of geheel niet heeft gedaan. Ook bij een voortzetting van het dienstverband kan een werknemer aanspraak maken op een vergoeding. Dit is wel naar rato en kan maximaal 1 maandsalaris bevatten. Stel dat de werkgever 2 weken te laat heeft aangezegd, dan heeft de medewerker recht op 2 weken salaris. Hij of zij kan hier aanspraak op maken maar de vraag is echter of een medewerker de arbeidsverhouding met zijn werkgever op scherp wil zetten omdat aan hem of haar immers een nieuw contract is aangeboden.

Wat houdt het afspiegelingsbeginsel in?

Bedrijven kunnen personeel om bedrijfseconomische redenen ontslaan. Ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen wordt door bedrijven aangevraagd omdat ze onvoldoende financiële middelen hebben om het personeel aan het werk te houden en de salarissen uit te betalen. Bedrijfseconomisch ontslag wordt meestal aangevraagd als een laatste redmiddel voor het bedrijf. Dit noodzakelijke ontslag wordt aangevraagd om te voorkomen dat het bedrijf failliet gaat. In de praktijk komt het echter ook voor dat de bedrijven ondanks ontslagrondes toch nog financieel ten onder gaan. Voor de ontslagprocedure is een bedrijf echter gebonden aan regels. Hierbij komt onder andere de term afspiegelingsbeginsel aan de orde. Hieronder is meer informatie weergegeven over de werkwijze die bij het afspiegelingsbeginsel wordt gehanteerd.

Wat is het afspiegelingsbeginsel?
Het afspiegelingsbeginsel is een selectiemethode die een bedrijf verplicht moet toepassen wanneer werknemers worden ontslagen vanwege bedrijfseconomische redenen. Het afspiegelingsbeginsel is ingevoerd op 1 maart 2006. Daarvoor werd voor ontslag vanwege bedrijfseconomische redenen nog het last in, first out-beginsel gehanteerd.

Het afspiegelingsbeginsel werd in het verleden vooral gebruikt door het UWV Werkbedrijf maar tegenwoordig passen ook kantonrechters dit beginsel toe bij het toetsen van ontslagprocedures. Het afspiegelingsbeginsel is dus zowel bij het UWV Werkbedrijf als bij de kantonrechter een belangrijke toetssteen voor het bepalen van de juridische juistheid van een ontslagronde. De werkgever mag overigens zelf bepalen bij welke erkende  ontslaginstantie de ontslagaanvraag wordt ingediend.

Vijf leeftijdsgroepen
Bij het afspiegelingsbeginsel wordt gekeken naar de leeftijd van de werknemers. De werknemers worden in vijf opeenvolgende leeftijdscategorieën of leeftijdsgroepen ingedeeld:

  • Werknemers van 15 tot 25 jaar
  • Werknemers van 25 tot 35 jaar
  • Werknemers van 35 tot 45 jaar
  • Werknemers van 45 tot 55 jaar
  • Werknemers van 55 jaar en ouder

Dienstverband
Na deze indeling van werknemers in leeftijdsgroepen wordt naar het dienstverband van de werknemers gekeken. De werkgever is verplicht dat de ontslagen gelijkmatig worden verdeeld over de leeftijdsgroepen. Hierdoor blijft de leeftijdsopbouw van het personeelsbestand van een bedrijf grotendeels gelijk. Bij elke leeftijdsgroep wordt voor de werknemer met het kortste dienstverband ontslag aangevraagd. Dit wordt ook wel het last in first out principe genoemd.

Uitwisselbare functies
Een andere term die vaak naar voren komt bij het toepassen van het afspiegelingsbeginsel is de term: ‘uitwisselbare functies’. Met uitwisselbare functies bedoelt men functies die op het gebied van kennis, competenties en vaardigheden van vergelijkbaar niveau zijn ook op het gebied van de beloning.

Bij het afspiegelingsbeginsel worden functies ingedeeld in categorieën. Dit wordt een categorie uitwisselbare functies genoemd. Binnen deze categorie kijkt men naar de leeftijdsopbouw van de werknemers op basis van de eerder genoemde vijf leeftijdsgroepen. Vervolgens kijkt men naar de duur van de dienstverbanden van de werknemers en wordt degene die het laatst is aangenomen het eerst voor ontslag voorgedragen.

Is het afspiegelingsbeginsel eerlijk?
Door bovenstaande tekst kan men zichzelf de vraag stellen of het afspiegelingsbeginsel wel eerlijk is. Er wordt namelijk niet gekeken naar het functioneren van de werknemer zelf en de kwaliteit die de werknemer biedt aan zijn of haar werkgever. In plaats daarvan kijkt men puur naar de leeftijd, de functie en de duur van het dienstverband. Uiteindelijk is het afspiegelingsbeginsel wel een redelijk eerlijk systeem al zullen er altijd werknemers zijn waarvoor dit systeem minder gunstig uitpakt.

Wat is een dienstbetrekking en wanneer spreekt men van een dienstbetrekking?

In het arbeidsrecht in Nederland worden verschillende begrippen gebruikt. Een begrip dat onder andere aan de orde komt in het arbeidsrecht is het begrip ‘dienstbetrekking’. Dit begrip komt ook aan de orde in het fiscale recht en wordt daar met name gebruikt in het kader van de loon belasting.

Wanneer is er sprake van dienstbetrekking?
Als men wil spreken van een dienstbetrekking moet aan een aantal voorwaarden worden voldaan. De volgende voorwaarden zijn hiervoor van toepassing.

  1. De werknemer moet persoonlijk de arbeid verrichten. Het moet hierbij dus niet gaan om werkzaamheden die redelijkerwijs ook door anderen kunnen worden verricht.
  2. De werkgever betaald loon aan de werknemer. Dit loon kan op verschillende manieren worden uitbetaald en kan zowel loon in geld zijn als loon in natura. Ook andere beloningssystemen kunnen worden gebruikt. Vrijwilligerswerk waarbij geen loon of salaris wordt uitgekeerd valt niet onder een dienstbetrekking.
  3. Als men van een dienstbetrekking wil spreken moet er ook sprake zijn van een gezagsverhouding tussen de werknemer en werkgever.

Bovenstaande voorwaarden zijn van toepassing op een dienstbetrekking. Een dienstbetrekking is een arbeidsverhouding die gebaseerd is op een arbeidsovereenkomst. Deze overeenkomst wordt gesloten tussen een werkgever en een werknemer. In artikel 7:610 van het Burgerlijk Wetboek is de arbeidsovereenkomst juridisch beschreven.

Wat is een draaideurconstructie en waarom is deze verboden?

Een draaideurconstructie is een term die ook wel op de arbeidsmarkt wordt gebruikt en in het arbeidsrecht. Dit is een juridische constructie en heeft daardoor niets te maken met draaideuren in de zin van een toegangsmogelijkheid tot gebouwen. De draaideurconstructie werd en wordt soms door werkgevers gebruikt als middel om werknemers in dienst te houden en de ontslagbescherming van de werknemer te beperken of te omzeilen. De term draaideurconstructie is een feite een metafoor voor de handelswijze van de werkgever. Omdat de draaideurconstructie wordt gebruikt om de rechten van een werknemer te beperken en de ontslagbescherming te omzeilen is het gebruik de draaideurconstructie in de meeste gevallen verboden.

3 x 3 Regel
Een werkgever is tot en met 2014 verplicht om de werknemer na drie tijdelijke contracten in drie jaar een vast contract te bieden. Dit is vastgelegd in art. 7:668a lid 1 BW en wordt ook wel de 3 x 3 regel genoemd. Een werkgever mag volgens deze regel een medewerker ook geen tijdelijk contract aanbieden met een contractduur van langer dan 3 jaar. Na verloop van drie tijdelijke contracten of een totale arbeidsduur van 3 jaar aaneengesloten zal een bedrijf een beslissing moeten nemen: de werknemer een vast contract aanbieden of de medewerker de organisatie te laten verlaten.

Waarom een draaideurconstructie?
Een vast contract biedt een medewerker meer zekerheid en een betere bescherming tegen ontslag. Bedrijven zullen meer moeite moeten doen om een medewerker te ontslaan die een vast contract heeft. Daarom willen bedrijven medewerkers in de praktijk vaak zo lang mogelijk met tijdelijke en flexibele arbeidscontracten aan het werk houden. Hiervoor gebruiken ze onder andere uitzendbureaus. Door een uitzendbureau te schakelen proberen bedrijven soms medewerkers langer in dienst te houden en een vast contract te vermijden. In de volgende alinea is uitgelegd hoe bedrijven dit soms proberen. De draaideurconstructie is echter vrijwel altijd verboden volgens de wet.

Hoe werkt de draaideurconstructie?
De werking van de draaideurconstructie is eenvoudig. De draaideurconstructie wordt soms door bedrijven aangewend zodra de werknemer zijn derde tijdelijke contract bij een bedrijf heeft uitgediend of in een periode van 3 jaar aaneengesloten tijdelijke contracten heeft gehad bij hetzelfde bedrijf. Het bedrijf moet de medewerker dan na het ontslag 3 maanden uit dienst houden alvorens de medewerker een nieuw contract krijgt. Deze periode wordt door sommige bedrijven wel opgevuld met een uitzendbureau. Het uitzendbureau neemt dan de medewerker die ontslagen is in dienst en plaatst deze vervolgens bij hetzelfde bedrijf waar de werknemer eerder ook werkzaam was. Zo kan de medewerker nog steeds dezelfde functie uitoefenen en vermijd het bedrijf een vast contract door gebruik te maken van een uitzendbureau.

Wet Werk en Zekerheid vanaf 2015
De Wet Werk en Zekerheid gaat in 2015 in. Bedrijven moeten vanaf januari 2015 medewerker al na 2 jaar een vast contract bieden. Indien ze dat niet doen zullen ze 6 maanden moeten wachten alvorens ze de voormalig medewerker een nieuw contract aanbieden. Er zullen bedrijven zijn die graag uitzendbureaus willen inzetten om de tussenliggende 6 maanden te overbruggen. Echter dit is juridisch in de meeste gevallen verboden. De Wet Werk en Zekerheid zal in de toekomst de positie van de werknemers meer beschermen en zal er naar streven dat zoveel mogelijk medewerkers een vast dienstverband hebben.