Wat is overwerk of wat zijn overuren?

Overwerk en overuren zijn twee woorden die regelmatig worden gebruikt als men het over werktijd buiten de ‘normale arbeidsuren’ heeft. Werknemers en werkneemsters hebben in Nederland meestal een schriftelijke arbeidsovereenkomst of contract met hun werkgever gesloten. In het contract is over het algemeen het aantal arbeidsuren opgenomen dat de desbetreffende persoon in een werkweek voor de werkgever zal werken. Er zijn echter ook nul-urencontracten en andere contractvormen waarin het aantal arbeidsuren minder duidelijk is afgebakend.

Overwerk en overuren
De afbakening van het aantal arbeidsuren is belangrijk wanneer men helderheid wil verschaffen over het aantal afgesproken uren dat iemand werkzaam is geweest en het aantal extra uren dat iemand eventueel heeft gewerkt. Als men uitgaat van een fulltime functie dan heeft men het in Nederland meestal over een contract van 40 uur. In een werkweek zal een werknemer of werkneemster in een fulltime functie normaal gesproken 40 uur werkzaam zijn voor zijn of haar werkgever. Het kan echter voorkomen dat de werkgever verlangd dat er meer uren door zijn personeel wordt gewerkt. In dit geval worden de extra uren gezien als overwerk of overuren. Dit zijn dus de uren die extra worden gewerkt bovenop de uren die in het contract zijn vastgelegd.

Nederlandse Arbeidstijdenwet (ATW)
Een werkgever kan van een werknemer of werkneemster verlangen dat hij of zij meer uren gaat werken dan in het contract is opgenomen. Het desbetreffende personeelslid is echter in de meeste gevallen niet verplicht om gehoor te geven aan de oproep van de werkgever. Een werkgever is ook aan regels gebonden met betrekking tot overwerk. In Nederland wordt bijvoorbeeld vaak verwezen naar de Arbeidstijdenwet (ATW). In deze wet is beschreven welke maximale arbeidsduur iemand mag werken in een bepaalde periode maar het woord overwerk wordt niet gedefinieerd. In de ATW staat echter wel duidelijk omschreven hoeveel uren een arbeidskracht mag werken. Daarbij kijkt men over het algemeen naar een werkweek.

Een belangrijke regel is bijvoorbeeld dat een arbeidskracht maximaal 12 uur per dienst mag worden ingezet en maximaal 60 uur per week mag werken. Als een fulltimer echter 60 uur wordt ingezet zal dat in de praktijk betekenen dat fulltimer 20 uren overwerkt. Dit is een behoorlijk aantal overuren. Met de ATW wil de overheid voorkomen dat werkgevers hun personeel langdurig in overuren laten werken. Daarom is vastgelegd dat een werkgever over een periode van vier weken een werknemer gemiddeld maximaal 55 uur per week mag laten werken. Als een werkgever een werknemer over een periode van 16 weken wil laten overwerken is de werkgever geboden aan een maximale arbeidsduur van 48 uur per werkweek dat een werknemer mag overwerken.

Overwerk betaald niet altijd extra
Overwerk wordt niet altijd extra betaald door een werkgever. In een contract worden over het algemeen de afspraken omtrent overwerk en de uitbetaling van overwerk vastgelegd. In verschillende contracten is vastgelegd dat voor overwerk geen extra vergoeding wordt betaald. Bij deze contracten wordt er meestal vanuit gegaan dat overwerken bij de functie hoort.

Vergoeding voor overwerken
Als er voor overwerken wel een vergoeding wordt betaald is dit eveneens in een contract vastgelegd. De hoogte van de vergoeding voor overwerk wordt meestal uitgedrukt in een percentage van het loon. Daarnaast zijn er meestal verschillende treden ingebouwd in het contract. Zo kunnen bijvoorbeeld de eerste twee overuren worden uitbetaald tegen 125 procent van het basis loon en de daarop volgende uren tegen 150 procent. Het percentage voor overwerk is meestal ontleent aan cao afspraken. Er zijn verschillende cao’s in Nederland. Daarom kunnen de percentages die bedrijven hanteren voor overwerkloon ook verschillen.

Wat is het verband tussen de arbobeleidscyclus en het Arbobeleid?

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid om te stellen en in hun organisatie door te voeren. Een Arbobeleid is gericht op het beschermen van de gezondheid van werknemers en het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer. Een Arbobeleid dat goed is opgesteld en goed wordt uitgevoerd heeft een gunstig effect of de bedrijfsvoering en het reduceren van het ziekteverzuim. De veiligheidsrisicos’en gezondheidsrisico’s worden zoveel mogelijk beperkt en de arbeidsomstandigheden geoptimaliseerd. Daarnaast kan een goed arbobeleid ook een gunstig effect hebben op het bevorderen van de re-integratie van werknemers na ziekteverzuim.

Hoe komt een Arbobeleid tot stand?
De overheid biedt doormiddel van de Arbowet verschillende doelvoorschriften aan bedrijven. Deze doelvoorschriften verwerkt het bedrijf in het Arbobeleid. Het arbobeleid van een organisatie komt tot stand door overleg tussen de werkgevers en werknemers of afgevaardigden daarvan. Tijdens dit overleg worden afspraken geformuleerd over de manier waarop de doelen en doelvoorschriften in het bedrijf kunnen worden geïmplementeerd zodat werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Het bedrijf is verplicht om werknemers veilig te laten werken en de gezondheid van de werknemers te beschermen. Een bedrijf moet onder andere aan de Arbeidsinspectie kunnen aantonen dat werknemers goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten. Een werkgever kan er voor kiezen om werknemers cursussen te laten volgen die verband houden met veilig werken zoals VCA en NEN 3140. De werknemers dienen net als de werkgever het Arbobeleid uit te voeren en zo veilig mogelijk te werken.

Arbobeleidscyclus
Het Arbobeleid van een organisatie bestaat uit een aantal elementen. Deze elementen staan in een bepaalde beleidscyclus centraal. Deze beleidscyclus wordt ook wel arbobeleidscyclus genoemd en  is opgebouwd uit de volgende vijf onderdelen:

  • Willen. Het gaat hierbij om de intentie om met het arbobeleid aan de slag te gaan en duidelijk de doelen vast te stellen die bereikt moeten worden.
  • Weten. In dit onderdeel worden de risico’s vastgesteld. Hierbij komt onder andere de risico-inventarisatie aan de orde.
  • Wegen. Er wordt beoordeeld welke risico’s het eerste worden aangepakt. Hierbij worden duidelijk prioriteiten vastgesteld en een Plan van Aanpak gemaakt.
  • Werken. Het Plan van Aanpak en de bijbehorende actiepunten worden uitgevoerd.
  • Waken. Bij het laatste onderdeel worden de resultaten van de aanpak beoordeeld en in de gaten gehouden. Indien nodig worden doestellingen aangepast en bijgewerkt zodat het arbobeleid optimaler gaat functioneren.

De bovengenoemde stappen van de Arbobeleidscyclus zijn cyclische stappen. Dit houdt in dat deze stappen met regelmaat terugkeren.  Wanneer weer nieuwe risico’s worden vastgesteld beginnen de stappen of een deel van de stappen weer opnieuw.

Arbozorgsysteem
Het Arbobeleid van een organisatie moet goed worden geborgd. Dit kan een bedrijf onder andere doen door het Arbobeleid vast te leggen in een arbozorgsysteem. Er zijn verschillende arbozorgsystemen. Een bekend model dat veel wordt gebruikt is de OHSAS 18001. Doormiddel van een audit kan men met een bepaalde regelmaat toetsen of het arbozorgsysteem nog effectief is. Een audit kan een bedrijf intern doen maar ook extern. Een combinatie van die twee wordt ook vaak gedaan. Hierbij voert het bedrijf zelf een interne audit uit in een bepaalde periode en wordt een externe partij ingehuurd om een externe audit in het bedrijf uit te voeren. Een externe audit is meestal objectiever dan een interne audit.

Wat is de Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet?

De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel afgekort met Arbowet. Deze Nederlandse wet bevat algemene bepalingen en richtlijnen voor werkgevers en werknemers met betrekking tot het beschermen en bevorderen van een gezond en veilig werkklimaat. Het doel van de Arbowet is het voorkomen van ziekten, ongevallen en fysieke of mentale schade ten gevolge van werk.

De vier delen van Arbowetgeving
De Arbeidsomstandighedenwet is een wet waarin geen concrete regels staan genoteerd. In plaats daarvan zijn in deze Arbowet algemene bepalingen opgenomen en worden richtlijnen aan bedrijven gegeven voor het  arbeidsomstandighedenbeleid. De Arbowetgeving kan worden onderverdeeld in vier delen. Deze delen zijn als volgt:

  • de Arbeidsomstandighedenwet
  • het Arbeidsomstandighedenbesluit, ook wel het Arbobesluit.
  • de Arbeidsomstandighedenregeling, ook wel de Arboregeling.
  • de Beleidsregels arbeidsomstandighedenwetgeving. Dit worden ook wel de Arbobeleidsregels genoemd.

Arbowet en arbobeleid
De Arbowet kan worden beschouwd als een kaderwet met algemene bepalingen over de inhoud en vormgeving van het arbobeleid van een onderneming. Een onderneming of werkgever is verplicht om een Arbobeleid te maken op basis van de kaders die worden geboden door de Arbowet. Een ondernemer of werkgever heeft een bepaalde mate van vrijheid om deze kaders aan te passen aan de eigen bedrijfsvoering en procedures.

De kaders van de Arbowet worden geboden door zogenoemde doelvoorschriften. Een doelvoorschrift verschaft een duidelijke richtlijn voor een werkgever met betrekking tot de bescherming van de werknemers. Deze doelvoorschriften kunnen met verschillende factoren te maken hebben zoals valbeveiliging als men op hoogte werkt of gehoorbescherming als het geluid in de omgeving van de werknemer boven de 85 decibel komt. Op basis van de doelvoorschriften maakt de werkgever een arbobeleid dat toegespitst is op de organisatie en omgeving waarin de werknemers werken.

Is een arbobeleid verplicht?
Een arbobeleid moet door werkgevers worden opgesteld. Dit is een verplichting vanuit de wet. In het arbobeleid zijn verschillende onderdelen opgenomen zoals het een risico-inventarisatie en -evaluatie (RI&E), bedrijfshulpverlening, preventie en periodiek arbeidsgezondheidskundig onderzoek (PAGO). Het arbobeleid wordt door de werkgever opgesteld en de werkgever voert dit beleid uit. Uiteraard dienen de werknemers zich wel aan de richtlijnen uit het arbobeleid van het bedrijf te houden. De werknemers doen dit uiteindelijk voor hun eigen gezondheid en welzijn. Een goed arbobeleid is niet alleen belangrijk voor de werknemers. Een bedrijf is ook gebaad bij lage ongevallencijfers en een gezond personeel dat fit genoeg is en goed in staat is om de werkzaamheden van het bedrijf uit te voeren.

Wel verband bestaat er tussen de Arbeidstijdenwet en het Arbeidstijdenbesluit?

In de Arbeidstijdenwet zijn regels vastgelegd omrent de arbeidstijden en rusttijden voor werknemers. Deze wet wordt ook wel afgekort met ATW en geeft aan hoeveel uren een werknemer per etmaal of per periode mag werken. Verder zijn in de ATW regels opgenomen met betrekking tot de minimale rusttijden die een werknemer per dag of per week moet krijgen van de werkgever. Daarbij is ook aandacht besteed aan de pauzes die werknemers dienen te krijgen. De Arbeidstijdenwet is van toepassing op alle werknemers in het bedrijfsleven. Daarnaast is de ATW ook van toepassing op alle werknemers bij de overheid. Stagiaires en uitzendkrachten vallen eveneens onder de wet- en regelgeving van de Arbeidstijdenwet.

Doel van de Arbeidstijdenwet
In Nederland zijn veel bedrijven gevestigd en zijn veel werknemers werkzaam. Zowel werkgevers als werknemers kunnen de wens hebben dat zoveel mogelijk uren door de werknemer worden gewerkt. Op den duur zal dit echter gevolgen hebben voor de fysieke en mentale gezondheid van de werknemer. Ook de veiligheid van de werknemer en zijn of haar naaste omgeving kan in het geding komen wanneer de werknemer veel uren achter elkaar werkt zonder voldoende rust in acht te nemen.

De Arbeidstijdenwet biedt regels waaraan bedrijven en werknemers zich dienen te houden in arbeidsrelaties. Deze regels moeten het welzijn en de veiligheid van de werknemers zoveel mogelijk waarborgen. Het belangrijkste doel van de arbeidstijdenwet is de werknemers beschermen tegen de schadelijke gevolgen die kunnen ontstaan wanneer werknemers onvoldoende rust krijgen.

Het hoofddoel van de Arbeidstijdenwet heeft duidelijk raakvlakken met de doelen die de Arbeidsomstandighedenwet (ook wel Arbowet) nastreeft. Naast het hoofddoel van de Arbeidstijdenwet streeft de Arbeidstijdenwet ook nog een ander doel na. Dit doel is gericht op het combineren van werk met zorgtaken en andere verantwoordelijkheden voor werknemers.

Arbeidstijdenbesluit
Het Arbeidstijdenbesluit (ATB) houdt verband met de Arbeidstijdenwet. Het Arbeidstijdenbesluit is namelijk een onderdeel van de Arbeidstijdenwet (ATW). In de ATB staan uitzonderingen en aanvullingen op de wet en regelgeving die beschreven is in de Arbeidstijdenwet. Deze uitzonderingen en aanvullingen hebben te maken met bepaalde beroepen en sectoren zoals de mijnbouw en de zorg. Verder staan er in de ATB uitzonderingen die van toepassing kunnen zijn op noodsituaties en calamiteiten.

De uitzonderingen die in de ATB staan genoteerd kunnen niet door alle werkgevers en werknemers worden aangewend. Hierover dienen schriftelijk afspraken te worden gemaakt door de werkgever en een vertegenwoordiging van de werknemers. Deze afspraken worden vastgelegd in een collectieve regeling voor arbeidsvoorwaarden (cao).

Over het algemeen is de wet- en regelgeving die beschreven is in de Arbeidstijdenwet voldoende.

Wat zijn arbeidsvoorwaarden en welke verschillende arbeidsvoorwaarden zijn er?

Iemand die solliciteert bij een bedrijf en in aanmerking komt voor een functie wil graag weten onder welke arbeidsvoorwaarden hij of zij aan de slag kan gaan bij een bedrijf. Arbeidsvoorwaarden zijn de voorwaarden waaronder een werknemer werkzaamheden verricht bij een bedrijf. Er zijn verschillende arbeidsvoorwaarden die schriftelijk kunnen worden vastgelegd in een collectieve arbeidsovereenkomst. Een collectieve arbeidsovereenkomst kan aan een bedrijf gebonden zijn of aan een gehele bedrijfstak. Een cao komt tot stand na overleg tussen één of meerdere werkgevers organisaties en één of meerdere werknemersorganisaties.  Een cao bevat alleen afspraken die voor de werknemer gunstiger zijn dan de richtlijnen die zijn omschreven in de Nederlandse wetten die verbonden zijn aan arbeid. Een cao bestaat uit arbeidsvoorwaarden die primair of secundair kunnen zijn.

Primaire arbeidsvoorwaarden en secundaire arbeidsvoorwaarden
Arbeidsvoorwaarden verschillen onderling, er zijn arbeidsvoorwaarden die primair zijn en arbeidsvoorwaarden die secundair zijn. De primaire arbeidsvoorwaarden zijn duidelijke meestal; schriftelijke afspraken tussen de werkgever en werknemer. Deze afspraken gaan over het salaris en de arbeidsuren die de medewerknemer daarvoor moet verrichten.

Er kunnen ook afspraken in de cao worden vastgelegd die minder primair zijn. Deze secundaire arbeidsvoorwaarden komen bovenop de primaire arbeidsvoorwaarden. In een cao kunnen secundaire arbeidsvoorwaarden worden vastgelegd over de volgende onderwerpen: reiskosten, opleidingsmogelijkheden, verlofdagen, auto van het bedrijf enz.

Tertiaire en Quartaire arbeidsvoorwaarden
Er kan ook sprake zijn van tertiaire arbeidsvoorwaarden. Deze gaan over bedrijfseigen zaken die door een werkgever ter beschikking worden gesteld aan de werknemers. De geldwaarde van tertiaire arbeidsvoorwaarden is moeilijk te bepalen en per medewerker moeilijk te berekenen. Deze arbeidsvoorwaarde zijn in hoofdzaak gericht op het welzijn van werknemers. Dit kunnen bijvoorbeeld studiereizen zijn, personeelsactiviteiten, kerspakketten, sportmogelijkheden of mogelijkheden om gebruik te maken van een bedrijfsrestaurant.

Quartaire arbeidsvoorwaarden zijn nog moeilijker vast te leggen deze voorwaarden gaan over een goede sfeer binnen het bedrijf en het gevoel dat medewerkers een bijdrage leveren aan maatschappij en milieu.

Flexibele secundaire arbeidsvoorwaarden
Werkgevers kunnen werknemers ook laten kiezen welke secundaire arbeidsvoorwaarden hun voorkeur hebben. Zo kunnen medewerkers zelf hun secundaire arbeidsvoorwaardenpakket samenstellen. Binnen een bedrijf waarin gewerkt wordt met flexibele arbeidsvoorwaarden kunnen de secundaire arbeidsvoorwaarden van medewerkers onderling verschillen. De waarde van de flexibele arbeidsvoorwaardenpakketten is echter min of meer gelijk.

Wat is een cao en wanneer van je onder een cao?

Cao is een afkorting die staat voor collectieve arbeidsovereenkomst. In een collectieve arbeidsovereenkomst zijn afspraken over arbeidsvoorwaarden schriftelijk vastgelegd. Er zijn verschillende cao’s die onder andere aan een bedrijfstak gekoppeld kunnen zijn. Een cao zorgt voor duidelijkheid voor werkgevers en werknemers. Er staan onder andere afspraken in over salaris, overwerktoeslagen, opzegtermijn, proeftijd, pensioen en bijzondere toeslagen of vergoedingen. Een werknemer kan bij de vakbond of bij de werkgever vragen onder welke cao hij of zij valt.

Hoe komt een cao tot stand?
Een cao komt tot stand door overleg tussen werkgevers en werknemers. Omdat werkgevers vaak gezamenlijke belangen hebben kunnen werkgevers zich verenigen in een werkgeversorganisatie. Ook werknemers hebben vaak gezamenlijke belangen en daarom verenigen zij zich in vakbonden en andere werknemersorganisaties. Aan cao-onderhandelingen moet in ieder geval één werkgever of werkgeversorganisatie deelnemen en daarnaast ook een werknemersorganisatie. Werkgevers hebben meestal andere belangen dan werknemers. Zo willen werkgevers graag de loonkosten van het personeel zo laag mogelijk houden omdat dit vaak de grootste kostenpost is voor een bedrijf. Werknemers willen juist een goed salaris dat per jaar procentueel met minimaal het inflatiepercentage verhoogd wordt.

Wanneer de werkgever(s) en de werknemers eisenpakketen hebben die sterk van elkaar verschillen kunnen cao-onderhandelingen moeizaam verlopen. Vakbonden kunnen stakingen als middel gebruiken om werkgevers meer onder druk te zetten om aan de eisen van de werknemers gehoor te geven. Wanneer uiteindelijk een akkoord is gesloten worden de afspraken schriftelijk vastgelegd. De cao komt dan tot stand.

Cao-afspraken en de wet
De Nederlandse wet bepaald waaraan bedrijven en werknemers zich moeten houden wanneer ze een overeenkomst met elkaar aangaan. Zo zijn er in de wet afspraken over het minimum loon maar ook over het minimale aantal vakantie uren dat aan medewerkers moet worden toegekend door werkgevers. De wet vormt daarmee de verplichte minimale ondergrens van de rechten voor de werknemers. De afspraken die in een cao zijn vastgelegd zijn meestal gunstiger voor de werknemers dan wat in de wet is geregeld. Het cao-loon is vaak hoger dan het minimumloon en de overige arbeidsvoorwaarden in een cao kunnen ook beter zijn.

De cao-afspraken mogen nooit strijdig zijn met bijvoorbeeld het Burgerlijk Wetboek (BW), de Arbeidstijdenwet en de Wet minimumloon en minimumvakantiebijslag.  De werknemers gaan er daardoor meestal op vooruit ten opzichte van de wet wanneer cao-onderhandelingen plaatsvinden.

Soorten cao’s
Er zijn twee verschillende cao’s: de bedrijfstak-cao en de ondernemings-cao. Deze twee verschillende cao’s worden hieronder kort toegelicht.

Bedrijfstak-cao is een cao die binnen een sector van toepassing is. bij de totstandkoming van deze cao zijn vaak meerdere werkgeversorganisaties en werknemersorganisaties, zoals vakbonden, betrokken. Wanneer de cao-afspraken na overleg schriftelijk zijn vastgelegd is de cao van toepassing voor de werkgevers en werknemers of hun vertegenwoordigers die betrokken zijn geweest bij de cao-onderhandelingen. Deze cao’s geven een minimum aan. Betrokken werkgevers mogen hun werknemers wel meer salaris betalen of betere secundaire arbeidsvoorwaarden bieden, maar minder mag niet. Wanneer bepaalde zaken volgens de wet zijn bepaald zoals zorgverlof wordt dit niet extra benoemd in de cao. De bedrijven zijn toch al verplicht om zich daaraan te houden.

Ondernemings-cao is een cao die van toepassing is op de werkgever en de werknemers van één organisatie. De afspraken in deze cao zijn daarmee verbonden aan één onderneming. Daarom wordt van een ondernemings-cao gesproken. Er neemt aan de onderhandelingen van deze cao één werkgever deel die namens de belangen van onderneming onderhandeld en daarnaast kunnen één of meerdere werknemersorganisaties deelnemen aan de onderhandelingen. De cao die hieruit voorkomt is niet van toepassing op andere (vergelijkbare) ondernemingen. Ook hierin geld dat in de cao de wettelijke richtlijnen als ondergrens worden gehanteerd en dat werknemers ten opzichte van de wet er meestal beter van worden.

Algemeen verbindend verklaring (AVV)
Werkgevers en werknemers kunnen na de totstandkoming van een bedrijfstak-cao naar het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) gaan en deze vragen of de bedrijfstak-cao voor de hele bedrijfstak mag gelden. Wanneer het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid deze aanvraag positief beoordeeld is een bedrijfstak-cao algemeen verbindend verklaard. Na het algemeen verbindend verklaren van een bedrijfstak-cao is deze cao van toepassing op de gehele bedrijfstak ongeacht of andere werkgevers bij de cao-onderhandelingen betrokken waren. Ook bedrijven die niet aan de cao-onderhandelingen van een bedrijfstak-cao hebben deelgenomen moeten zich aan de afspraken van deze cao houden. De meeste bedrijfstak-cao’s zijn door het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid (SZW) algemeen bindend verklaard. Wanneer een werkgever niet onder een bedrijfstak-cao wil vallen moet hij daarvoor een vrijstelling aanvragen. Dit wordt  dispensatie genoemd. Een werkgever kan dit doen doormiddel van het invullen en insturen van het formulier dispensatie van AVV.

Wanneer er geen cao is
Het kan voorkomen dat een medewerker werkzaam is bij een bedrijf die niet onder een cao valt. In dat geval maakt een werkgever samen met de werknemers afspraken over de arbeidsvoorwaarden zoals salaris, ploegentoeslag, vakantiedagen, adv enz. Uiteraard zijn bij deze afspraken de richtlijnen vanuit de wet van toepassing. De wet en regelgeving met betrekking tot arbeidsvoorwaarden is onder andere te vinden in de Wet minimumloon, de Arbeidsomstandighedenwet, de Wet arbeid en zorg en in het Burgerlijk Wetboek. Wanneer werkgevers en werknemers afspraken maken over arbeidsvoorwaarden is het verstandig om deze afspraken schriftelijk vast te leggen. Mondelinge afspraken kunnen laten (onbedoeld) vergeten of verdraait worden.