Wat is de Burkhardttheorie?

De Burhardttheorie is een theorie die ontwikkeld is door professor Burkhardt en wordt gebruikt om veilig gedrag op de werkvloer te stimuleren en de risico’s op de werkvloer te beperken. Ongeveer tachtig procent van de ongevallen wordt veroorzaakt door menselijke handelingen. Daarom is het bevorderen van veilig gedrag op de werkvloer één van de belangrijkste aspecten waar een bedrijf aandacht aan kan besteden in het Arbobeleid en de Risico Inventarisatie & Evaluatie. Een theorie waarmee men onveilig gedrag kan beperken en de veiligheid kan bevorderen is de Burkhardttheorie. Deze theorie is in de basis gericht op het stimuleren van veilig gedrag en onveilig gedrag afremmen. Hieronder is de Burkhardttheorie nader omschreven.

Vier methoden uit de Burkhardttheorie
Zoals eerder benoemd is de kern van de Burkhardttheorie: veilig gedrag stimuleren en onveilig gedrag afremmen. Er zijn vier verschillende methoden of strategieën ontwikkeld waarmee men de Burkhardttheorie in de praktijk kan toepassen, dit zijn de volgende:

  1. Benadrukken van het succes van veilig werken en het benoemen daarvan.
  2. Het verminderen van de nadelen van veilig werken.
  3. Gevolgen van onveilig werken benoemen, informatie verstrekken over de gevaren van onveilig werken.
  4. Onveilig gedrag moeilijk maken en het niet accepteren dat onveilig gedrag wordt goedgepraat.

Doormiddel van deze 4 methoden kunnen bedrijven het veiligheidsbesef binnen de organisatie vergroten. Het vergroten van het veiligheidsbesef is een belangrijk onderdeel van het Arbobeleid. Als werknemers veiliger gaan werken neemt het aantal onveilige situaties op de werkvloer af. Daardoor neemt ook het risico dat er (bijna) ongevallen plaatsvinden af. Het vergroten van de motivatie om veilig te werken op de werkvloer zorgt er bovendien voor dat werknemers eerder geneigd zijn om onveilige situaties te melden bij de daarvoor verantwoordelijke personen.

Op die manier kunnen ongevallen worden voorkomen. Tenslotte dragen zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijkheden als het gaat om veilig werken en een veilige werkplek. De Arbowetgeving is daar heel duidelijk over: de werkgever moet er alles aan doen om de werkplek veilig te maken maar de werknemer dient actief mee te werken aan zijn eigen veiligheid en de veiligheid van andere personeelsleden en bezoekers van de werkplek.

Verplichtingen werknemer volgens Arbowet

De Arbeidsomstandighedenwet die ook wel Arbowet wordt genoemd heeft tot doel de veiligheid en gezondheid van werknemers te beschermen. Werkgevers hebben volgens de Arbowet een belangrijke verantwoordelijkheid met betrekking tot de arbeidsomstandigheden van de werknemers. Zo moeten werkgevers zich volgens de Arbowet voortdurend inzetten voor de verbetering van de arbeidsomstandigheden op de werkvloer. Ook dient de werkgever de werknemer voldoende onderricht te geven op het gebied van veiligheid en dient er regelmatig overleg plaats te vinden tussen de werknemers en direct leidinggevenden waarbij veiligheid aan de orde komt. Een belangrijk uitgangspunt van de Arbowet is echter ook dat zowel de werkgever als de werknemer verantwoordelijkheid dragen als het gaat om veiligheid binnen een bedrijf. Hieronder staan de verplichtingen die de werknemer heeft volgens de Arbowet.

Verplichtingen werknemer op basis van Arbowet
Werknemers zullen zich ook moeten inzetten voor hun eigen veiligheid en de veiligheid van hun collega’s. De Arbowet heeft ook voor werknemers bepalingen opgenomen zodat ook zij zich bewust zijn van hun rol binnen het bedrijf op het gebied van veiligheid en gezondheid. Hieronder staan een aantal belangrijke verplichtingen waar een werknemer zich binnen het bedrijf volgens de Arbowet aan moet houden:

  • Werknemers moeten veilig werken. Dit houdt in dat werknemers geen gevaar mogen veroorzaken op de werkvloer of de directe omgeving. Werknemers mogen geen veiligheidsvoorschriften overtreden ook niet wanneer ze daardoor sneller kunnen werken.
  • Persoonlijke beschermingsmiddelen moeten verplicht worden gebruikt door de werknemer wanneer deze zijn voorgeschreven. De werkgever is verplicht om deze zogenaamde pbm’s te verstrekken maar de werknemer moet ze wel gebruiken. Als gehoorbescherming op de werkvloer verplicht is zal de werknemer deze van de werkgever ontvangen en moet hij of zij deze gebruiken. Dit is slechts een voorbeeld er zijn zeer veel verschillende arbeidsomstandigheden en daardoor zijn er ook verschillende persoonlijke beschermingsmiddelen. Elk bedrijf heeft daardoor zijn eigen pbm’s voorgeschreven die afgestemd zijn op de specifieke arbeidsomstandigheden en werkzaamheden. Werknemers zullen naast het gebruiken van de persoonlijke beschermingsmiddelen er ook voor moeten zorgdragen dat de persoonlijke beschermingsmiddelen juist gebruikt worden conform de voorschriften. Ook zullen werknemers de persoonlijke beschermingsmiddelen goed moeten onderhouden.
  • Werknemers zullen er voor moeten zorgen dat ze de juiste voorlichting en instructie van de werkgever kunnen ontvangen. Daaruit vloeit voort dat werknemers (actief) moeten deelnemen aan voorlichtingsbijeenkomsten en instructiebijeenkomsten die door de werkgever worden gegeven. Deze voorlichtingsbijeenkomsten kunnen een verschillende naam hebben. Bedrijven geven de kennis op het gebied van Veiligheid Gezondheid en Milieu aan de hand van toolboxmeetings aan werknemers. Deze toolboxmeetings gaan over de specifieke veiligheidsaspecten van een bouwplaats of project. Werknemers moeten deze toolboxmeetings verplicht bijwonen.
  • Werknemers moeten de aan hen toevertrouwde gereedschappen, werktuigen en machines gebruiken conform de (veiligheids) voorschriften. De meeste machines die een pneumatische, hydraulische, mechanische of elektrotechnische aandrijving hebben zijn voorzien van beveiligingen. Deze beveiligingen zorgen er voor dat de persoon die de middelen hanteert wordt beschermd tegen verwondingen of andere ernstige problemen. De werknemer mag deze beveiligingen niet uitschakelen of verwijderen. Dit mag ook niet wanneer het werk daardoor makkelijker wordt of sneller kan worden uitgevoerd. De beveiligingen van machines, gereedschappen en werktuigen zijn er voor om de werknemer en de omgeving daarvan te beschermen en dienen dus niet verwijdert te worden. Wanneer een werknemer constateert de beveiliging wel verwijdert is of defect is zal hij of zij daarvan melding moeten maken bij zijn leidinggevende. Een machine of werktuig met een defecte beveiliging of verwijderde beveiliging mag niet worden gebruikt.
  • Werknemers moeten onveilige situaties direct melden aan de leidinggevende zodra ze de onveilige situatie hebben opgemerkt. Dit is verplicht omdat een leidinggevende over werkgever niet alle onveilige situaties op de werkvloer zelf kan zijn. Daardoor zijn de werknemers voor een deel de ogen en de oren van de werkgever op de werkvloer. De werknemers zijn daarbij niet alleen verantwoordelijk voor hun eigen veiligheid maar ook voor de veiligheid van andere werknemers en bezoekers van de werkplek. Als ze een onveilige situatie zien zullen ze ook de betrokken werknemers moeten attenderen op de onveiligheid en indien mogelijk de oorzaak van de onveiligheid wegnemen indien dit veilig kan gebeuren. De meldingsplicht bij de leidinggevende blijft echter bestaan.
  • Werknemers zijn verplicht om mee te werken aan een onderzoek van de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid. Deze inspectiedienst voert onderzoek uit binnen een bedrijf en op een werkplaats als er een ernstig ongeval heeft plaatsgevonden. De overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid doet onder andere onderzoek naar de oorzaken van het ongeval en de gevolgen daarvan. Tijdens dit onderzoek kunnen ook getuigen worden gehoord. Als een werknemer als getuige moet optreden dan is hij of zij verplicht om daar aan mee te werken. Daarbij dient de werknemer uiteraard eerlijk te antwoorden op de vragen van de overheidsinspectiedienst Veiligheid en Gezondheid

Conclusie werknemersverantwoordelijkheid Arbowet
De overheid wil dat werknemers en werkgevers zich gezamenlijk inzetten voor de veiligheid en gezondheid op de werkvloer. Alleen wanneer iedereen zich binnen een bedrijf zich hiervoor inzet kan een arbobeleid goed en effectief worden geïmplementeerd en geoptimaliseerd. Werkgevers en werknemers leveren beide input voor het beleid tijdens overleggen. Uiteraard dienen werknemers zich te houden aan de veiligheidsvoorschriften. Als we de verplichtingen voor de werknemer in het kader van de Arbowet nog even kort op een rijtje zetten dan komen daar de volgende punten uit voort:

  • Veroorzaak geen gevaar
  • Gebruik de voorgeschreven persoonlijke beschermingsmiddelen op de juiste manier
  • Neem actief deel aan de voorlichtingsbijeenkomsten en instructiebijeenkomsten
  • Gebruik machines, werktuigen en gereedschappen op de juiste manier
  • Meldt onveilige situaties aan de leidinggevende
  • Werk mee aan ongevallenonderzoeken

Ontstaan Arbowet

De Arbowet is een wet die duidelijke richtlijnen en regels biedt die er voor moeten zorgen dat de werkplek zo veilig mogelijk wordt voor werknemers. In feite is de Arbowet gericht op het bevorderen en beschermen van de gezondheid en veiligheid van de werknemers. Werknemers en uitzendkrachten moeten op een verantwoorde wijze veilig hun arbeid kunnen verrichten. De Arbowet biedt verschillende verplichtingen aan werkgevers zo moeten werkgevers een arbeidsomstandighedenbeleid invoeren. Het arbeidsomstandighedenbeleid is een beleidsmatige aanpak waarmee men ziekteverzuim kan terugdringen. De Arbowet is tegenwoordig niet meer weg te denken als men het heeft over veiligheid op de werkvloer. De wet bestaat al decennia lang. Hieronder is een korte beschrijving genoteerd over de situatie voor de Arbowet.

Veiligheidswet van 1895
Eeuwen geleden werden veel productieprocessen nog door spierkracht en eenvoudige werktuigen uitgevoerd. Door de ontwikkeling van de stoommachine en het gebruik van elektriciteit kon men echter steeds meer werkzaamheden door machines uitvoeren. Ook de verbrandingsmotoren zorgden er voor dat steeds meer processen gemechaniseerd konden worden. Dat bracht natuurlijk extra veiligheidsrisico’s met zich mee. Op bouwplaatsen werd gebruik gemaakt van mechanische hefmachines en in fabrieken werden grote machines geplaatst met transportbanden. De veiligheid van werknemers moest echter wel beschermd worden tegen de vernietigende werking van mechanische krachten. Daarom moesten werkplekken veilig worden gemaakt. Daarvoor was wetgeving nodig.

De eerste Veiligheidswet ter bescherming van volwassen mannen werd van kracht in 1895. Deze Veiligheidswet was alleen van toepassing voor werkplaatsen en fabrieken. De Veiligheidswet was dus niet van toepassing in de landbouwsector en ook niet in de huisnijverheid. De Veiligheidswet was een raamwet en dat zorgde er voor dat de bepalingen voor de uitvoering hoofdzakelijk doormiddel van de Algemene Maatregelen van Bestuur gegeven konden worden. Het parlement hoefde de bepalingen voor de uitvoering van de Veiligheidswet dus niet bij iedere technologische ontwikkeling te herzien.

Veiligheidswet 1934
De hiervoor genoemde Veiligheidswet van 1895 was gericht op de veiligheid van fabrieken en werkplaatsen. Dat zorgde er voor dat de wet niet een heel breed bereik had binnen het bedrijfsleven. Er werd in 1934 een nieuwe Veiligheidswet ingevoerd. Deze Veiligheidswet van 1934 had een veel breder bereik omdat deze wet gold voor zowel de werkplaatsen, fabrieken als voor agrarische bedrijven. Ook was de Veiligheidswet van 1934 van toepassing op het werken met gevaarlijke stoffen en elektriciteit.

Arbeidsomstandighedenwet of Arbowet
Vanaf 1974 kregen kreeg Nederland te maken met de eerste Europese richtlijnen die er voor moesten zorgen dat het aantal ongelukken op de werkvloer zou afnemen. Er werd in Nederland een nieuwe wet ontwikkeld om de Europese richtlijnen te implementeren maar ook de huidige Nederlandse wetgeving te optimaliseren. Dit was de Arbeidsomstandighedenwet die in 1980 tot stand is gekomen. Deze wet werd vanaf 1983 in verschillende stappen ingevoerd in Nederland. De Arbeidsomstandighedenwet verving de Veiligheidswet 1934. De Arbeidsomstandighedenwet wordt ook wel Arbowet genoemd.

Bedrijven kregen door de invoering van de Arbowet meer verantwoordelijkheid en kregen bovendien meer verplichtingen om de veiligheid van hun werknemers te waarborgen. Bedrijven moeten de risico’s op de werkvloer inventariseren en moeten doormiddel van een plan van aanpak aangeven hoe ze ongelukken op de werkvloer willen voorkomen door de risico’s effectief aan te pakken. Dit zorgde er voor dat bedrijven dikwijls een complete andere benadering moesten toepassen op het gebied van veiligheid. Bedrijven moesten namelijk veiligheid niet alleen fysiek waarborgen maar ook administratief, beleidsmatig en planmatig. Dat zorgde voor veel problemen met name bij kleine bedrijven. Gelukkig werden kleine ondernemingen aan het begin van de invoering van de Arbowet ondersteund door de inspecteurs. Deze inspecteurs hielpen de kleine ondernemingen hun bedrijfsrisico’s te inventariseren en een plan van aanpak opstellen.

Herziening Arbowet in 1994
De samenleving verandert evenals de technologie. Daarnaast is Nederland ook steeds meer een onderdeel geworden van een wereldeconomie. Al deze ontwikkelingen zorgen er voor dat wetten veranderen en regelmatig geoptimaliseerd moeten worden om in de praktijk hanteerbaar te blijven. Vanaf 1 januari 1994 is de Arbowet bijvoorbeeld weer ingrijpend gewijzigd. Zo moesten bedrijven verlicht aangesloten zijn bij een arbodienst. Ook zijn bedrijven vanaf 1994 verplicht om een risico-inventarisatie te hanteren. Verder werd de Arbowet in 1994 aangepast op het gebied van de Europese wetgeving zodat de nieuwe Arbowet vanaf 1994 voldeed aan de Europese richtlijn 89/391EEG.

Wijzigingen Arbowet na 1994
De aanpassingen en wijzigingen van de Arbowet zijn niet gestopt na 1994. Zo is werd er in maart 1996 nog een nota opgesteld met de veelzeggende benaming: “Heroriëntatie arbobeleid en Arbowet”. Doormiddel van deze nota heeft de regering van Nederland meer verantwoordelijkheid neergelegd bij werkgevers en werknemers op het gebied van arbobeleid en verzuimbeleid. De administratieve verplichtingen werden beperkt en te gedetailleerde wet- en regelgeving wet geschrapt. Verder werd het handhavingsbeleid van de Arbeidsinspectie aangepast deze inspectie ging zich meer richten op ernstige risico’s en het aanpakken van bedrijven die de regels niet willen naleven. Verder werd een bestuurlijke boete ingevoerd voor bedrijven die zich niet aan de wetgeving houden.

In 1998 werd de Arbowet op basis van deze aanpassingen grond gewijzigd. Op 1 november 1999 trad de nieuwe Arbowet in werking. Vanaf dat moment werden nog regelmatig nieuwe wijzigingen doorgevoerd. Deze wijzingen hebben allemaal tot doen de toepassing en de handhaving van de Arbowet te bevorderen. Daarnaast blijkt ook dat de overheid steeds meer verantwoordelijkheid wil neerleggen bij bedrijven en werknemers als het gaat om het bevorderen en waarborgen van de veiligheid en gezondheid van werknemers op de werkplek.

Wat is het verschil tussen een bedrijfsarts en Arboarts?

Als een werknemer ziek is kan hij of zij te maken krijgen met een bedrijfsarts of een Arboarts. De deskundigheid van een bedrijfsarts of Arboarts wordt meestal geraadpleegd wanneer men verwacht dat een werknemer langer dan een paar weken ziek zal zijn. Voor een verkoudheid of griep worden deze artsen meestal niet ingezet. Deze twee benamingen kunnen verwarrend zijn. Een bedrijfsarts en een Arboarts zijn namelijk niet precies hetzelfde.

Wat is een bedrijfsarts?
Een bedrijfsarts is een arts die is afgestudeerd in Geneeskunde. Daarnaast heeft deze persoon een aanvullende geneeskundige studie van vier jaar gevolgd. Hierdoor is de bedrijfsarts meer gespecialiseerd dan de Arboarts. Niet iedereen mag zich bedrijfsarts noemen. Deze titel is beschermd. In Nederland zijn erkende bedrijfsartsen geregistreerd in het zogenoemde BIG-register. Het BIG-register maakt inzichtelijk wat de bevoegdheid is van een bepaalde zorgverlener, in dit geval de bedrijfsarts.

Bedrijfsartsen moeten zich iedere vijf jaar opnieuw registeren in dit BIG-register. Daarnaast hebben ze de verplichting om zich regelmatig te scholen. Naast nascholing is ook visitatie en kwaliteitsborging verplicht om in aanmerking te komen voor de titel bedrijfsarts.  Wettelijk is vastgelegd dat bedrijfsartsen de bevoegdheid hebben om zieke werknemers door te verwijzen naar medisch specialisten. Verder mag  alleen de bedrijfsarts een oordeel geven over de inzetbaarheid van de werknemer en het percentage waarvoor hij of zij is afgekeurd om bepaalde werkzaamheden uit te voeren.

Wat is een Arboarts?
Arboartsen worden ook wel basisartsen genoemd. Deze artsen werken onder toezicht van een bedrijfsarts. Een Arboarts kan de verzuimbegeleiding van een zieke werknemer uitvoeren. Daarnaast kan een Arboarts keuringen uitvoeren en de resultaten daarvan bijhouden. Ook kan de Arboarts meerdere voortgangsgesprekken voeren met de zieke werknemer. Een Arboarts is in dienst van een arbodienst. In tegenstelling tot een bedrijfsarts mag een Arboarts niet zelfstandig zieke werknemers doorverwijzen naar medisch specialisten. Dit zal een Arboarts altijd in overleg moeten doen met een bedrijfsarts. De bedrijfsarts is uiteindelijk de beslisser.

Welke vragen mogen wel en niet gesteld worden bij verzuimregistratie?

Zieke werknemers hebben recht op privacy en dat dienen werkgevers te respecteren. Om er zeker van te zijn dat dit ook gebeurd is wettelijk vastgelegd welke gegevens van personen zijn beschermd. Dit staat namelijk in de Wet bescherming persoonsgegevens. Het College Bescherming Persoonsgegevens (CBP) functioneert op basis van deze wet en vertaald deze wet indien nodig zodat men begrijpt hoe men in de praktijk moet handelen bijvoorbeeld in geval van verzuim en verzuim registratie. Het CBP heeft een aantal richtlijnen benoemd waar een werkgever zich aan dient te houden als een werknemer zich ziek meld. Hieronder staat vermeld welke vragen wel en niet mogen worden gesteld door de werkgever als er sprake is van ziekteverzuim.

Wat mag een werkgever vragen bij ziekteverzuim?
Bij een ziekteverzuimregistratie mag de werkgever volgens het College Bescherming Persoonsgegevens vragen stellen over de volgende onderwerpen:

  • De contactgegevens van de werknemer. Dit zijn de gegevens waarop de werknemer te bereiken is zoals het adres waar de zieke werknemer verblijft en de telefoonnummers waarop deze te bereiken is.
  • De verwachte duur van het verzuim.
  • De werkzaamheden die nog uitgevoerd dienen te worden door de werknemer zodat er een goede overdracht kan plaatsvinden.
  • Of er sprake is geweest van een arbeidsongeval.
  • Of er eventueel sprake is geweest van een verkeersongeval i.v.m. regresmogelijkheid. Werkgevers kunnen dan misschien de kosten van het verzuim verhalen op de veroorzaker van het ongeval.

Wat mag de werkgever niet vragen bij ziekteverzuim?
Een werkgever mag niet alles vragen in geval van ziekteverzuim. De volgende aspecten mogen tijdens de verzuimregistratie niet aan bod komen:

  • Wat de klachten zijn van de werknemer.
  • Of het te maken heeft met de sfeer op het werk.
  • Hoe is de thuissituatie.
  • Wat de oorzaak is van de ziekte.
  • Of de werknemer vaker last van klachten heeft.

De werkgever mag deze vragen niet stellen. Wel kan hij vragen of de werknemer al contact heeft opgenomen met de huisarts. De huisarts zal deze vragen wel kunnen stellen. Het verschil met de huisarts en de werkgever is dat de huisarts onpartijdig is en geen onnodige druk zal uitoefenen op de werknemer om het werk zo snel mogelijk te gaan hervatten indien dat wegens zijn of haar gezondheid niet mogelijk is. Een bedrijfsarts kan door het bedrijf worden ingeschakeld om de werknemer zijn of haar inzetbaarheid te onderzoeken. Deze bedrijfsarts bepaald vaak voor welk percentage de werknemer is afgekeurd voor het uitvoeren van bepaalde werkzaamheden.

Wat is het verband tussen de arbobeleidscyclus en het Arbobeleid?

Bedrijven zijn volgens de Arbowet verplicht om een Arbobeleid om te stellen en in hun organisatie door te voeren. Een Arbobeleid is gericht op het beschermen van de gezondheid van werknemers en het bevorderen van de veiligheid op de werkvloer. Een Arbobeleid dat goed is opgesteld en goed wordt uitgevoerd heeft een gunstig effect of de bedrijfsvoering en het reduceren van het ziekteverzuim. De veiligheidsrisicos’en gezondheidsrisico’s worden zoveel mogelijk beperkt en de arbeidsomstandigheden geoptimaliseerd. Daarnaast kan een goed arbobeleid ook een gunstig effect hebben op het bevorderen van de re-integratie van werknemers na ziekteverzuim.

Hoe komt een Arbobeleid tot stand?
De overheid biedt doormiddel van de Arbowet verschillende doelvoorschriften aan bedrijven. Deze doelvoorschriften verwerkt het bedrijf in het Arbobeleid. Het arbobeleid van een organisatie komt tot stand door overleg tussen de werkgevers en werknemers of afgevaardigden daarvan. Tijdens dit overleg worden afspraken geformuleerd over de manier waarop de doelen en doelvoorschriften in het bedrijf kunnen worden geïmplementeerd zodat werknemers veilig en gezond kunnen werken.

Het bedrijf is verplicht om werknemers veilig te laten werken en de gezondheid van de werknemers te beschermen. Een bedrijf moet onder andere aan de Arbeidsinspectie kunnen aantonen dat werknemers goed op de hoogte zijn van de veiligheidsaspecten. Een werkgever kan er voor kiezen om werknemers cursussen te laten volgen die verband houden met veilig werken zoals VCA en NEN 3140. De werknemers dienen net als de werkgever het Arbobeleid uit te voeren en zo veilig mogelijk te werken.

Arbobeleidscyclus
Het Arbobeleid van een organisatie bestaat uit een aantal elementen. Deze elementen staan in een bepaalde beleidscyclus centraal. Deze beleidscyclus wordt ook wel arbobeleidscyclus genoemd en  is opgebouwd uit de volgende vijf onderdelen:

  • Willen. Het gaat hierbij om de intentie om met het arbobeleid aan de slag te gaan en duidelijk de doelen vast te stellen die bereikt moeten worden.
  • Weten. In dit onderdeel worden de risico’s vastgesteld. Hierbij komt onder andere de risico-inventarisatie aan de orde.
  • Wegen. Er wordt beoordeeld welke risico’s het eerste worden aangepakt. Hierbij worden duidelijk prioriteiten vastgesteld en een Plan van Aanpak gemaakt.
  • Werken. Het Plan van Aanpak en de bijbehorende actiepunten worden uitgevoerd.
  • Waken. Bij het laatste onderdeel worden de resultaten van de aanpak beoordeeld en in de gaten gehouden. Indien nodig worden doestellingen aangepast en bijgewerkt zodat het arbobeleid optimaler gaat functioneren.

De bovengenoemde stappen van de Arbobeleidscyclus zijn cyclische stappen. Dit houdt in dat deze stappen met regelmaat terugkeren.  Wanneer weer nieuwe risico’s worden vastgesteld beginnen de stappen of een deel van de stappen weer opnieuw.

Arbozorgsysteem
Het Arbobeleid van een organisatie moet goed worden geborgd. Dit kan een bedrijf onder andere doen door het Arbobeleid vast te leggen in een arbozorgsysteem. Er zijn verschillende arbozorgsystemen. Een bekend model dat veel wordt gebruikt is de OHSAS 18001. Doormiddel van een audit kan men met een bepaalde regelmaat toetsen of het arbozorgsysteem nog effectief is. Een audit kan een bedrijf intern doen maar ook extern. Een combinatie van die twee wordt ook vaak gedaan. Hierbij voert het bedrijf zelf een interne audit uit in een bepaalde periode en wordt een externe partij ingehuurd om een externe audit in het bedrijf uit te voeren. Een externe audit is meestal objectiever dan een interne audit.