Koolstofdioxide-equivalent

Koolstofdioxide-equivalent is een aanduiding waarmee men doormiddel van een equivalente concentratie CO2 inzichtelijk maakt in welke mate een bepaalde hoeveelheid broeikasgas een bijdrage levert aan de opwarming van de aarde. Koolstofdioxide-equivalent is een rekeneenheid waarmee men de bijdrage van broeikasgassen aan de opwarming van de aarde onderling kan vergelijken.

Aanduidingen voor koolstofdioxide-equivalent
Koolstofdioxide-equivalent wordt in het Engels Carbon Dioxide Equivalent (CDE) genoemd. In Nederland wordt koolstofdioxide-equivalent ook wel aangeduid met CO2-eq, CO2eq of CO2e. Koolstofdioxide wordt ook wel kooldioxide of koolzuurgas genoemd en heeft als brutoformule CO2. Om die reden wordt CO2 in de afkortingen van koolstofdioxide-equivalent genoemd. Het woord ‘equivalent’ kan men in dit verband vertalen met ‘gelijkwaardig aan’ of ‘gelijk aan’. Met het koolstofdioxide-equivalent wordt dus beoordeeld in welke mate een bepaald broeikasgas een vergelijkbaar negatief effect heeft op de opwarming van de aarde als koolstofdioxide dat heeft.

CO2- equivalent of GWP

Over het algemeen wordt de emissie van broeikasgassen uitgedrukt in CO2-equivalenten. Door de aanduiding in CO2-eq kan men de schadelijke effecten van bepaalde stoffen voor de opwarming van de aarde goed met elkaar vergelijken. Het rekenprincipe dat gehanteerd wordt om tot het Koolstofdioxide-equivalent is gebaseerd op het ‘Global Warming Potential’ (GWP). Het GWP is een aanduiding waarmee men inzichtelijk maakt in welke mate een gas bijdraagt aan het broeikaseffect. De werkwijze die men hanteert bij het Global Warming Potential is ontwikkeld door het Intergovernmental Panel on Climate Change (IPCC).

Nieuwe dieselauto’s vervuilender dan dieseltrucks en dieselbussen

Nieuwe dieselauto’s zijn zeer vervuilend. Ze stoten tweemaal zoveel schadelijke stoffen uit als nieuwe trucks en bussen die ook op diesel lopen. Ook als de nieuwe dieselauto’s voldoen aan de strengste Europese richtlijnen zijn ze vervuilender dan dieselbussen en dieseltrucks. Men heeft het dan over de uitstoot van stikstofoxiden (NOx). Het bericht over de vervuiling van nieuwe diesels werd bekend gemaakt door het blad Trouw. De gegevens van Trouw zijn gebaseerd op een onderzoek van het International Council on Clean Transportation (ICCT).

Het ICCT is ook de organisatie die het dieselschandaal van Volkswagen in kaart heeft gebracht en bekend heeft gemaakt. De ICCT heeft verschillende dieselvoertuigen onderzocht. De ororganisatie onderzocht vrachtwagens, bussen en auto’s. Deze werden onderworpen aan tests onderworpen waarbij rekening werd gehoudenmet reële rijomstandigheden.

De strengste Europese limiet schrijft voor dat dieselauto’s 80 miligram NOx mogen uitstoten per gereden kilometer. De auto’s die in theorie aan deze eis voldoen stoten in de praktijk echter meer NOx uit. Als ze volgens het testsysteem binnen de limiet blijven kunnen ze in een echte wegsituatie gemiddeld 500 miligram NOx per kilometer uit uitstoten. Dit blijkt uit het onderzoek van ICCT. De vrachtwagens en bussen die getest werden door de ICCT kwamen uit op uitstoot van 210 miligram NOx per kilometer. De ICCT geeft aan dat de huidige tests die in Europa worden gebruikt niet werken.  Europa gaat nieuwe testen ontwikkelen waarmee de emissies van voertuigen in kaart kunnen worden gebracht. Deze testen zijn er al wel voor vrachtwagens.

 

 

Europees systeem voor emissiehandel (EU ETS)

Europese systeem voor emissiehandel is de benaming voor een groot systeem dat wordt gebruikt voor het verhandelen van emissierechten door bedrijven. het systeem wordt ook wel afgekort met EU ETS. Deze afkorting staat voor European Union Emissions Trading System. Het systeem is niet alleen het eerste systeem dat wordt gebruik voor het verhandelen van uitstootrechten van broeikasgassen ter wereld, het is ook nog het grootste systeem op dit gebied.

Waarom werd de EU ETS ingevoerd?
Het European Union Emissions Trading System werd ingevoerd in 2005 in de Europese Unie. Het doel van de wet is het beperken van de emissie van schadelijke stoffen door bedrijven zodat het aantal broeikasgassen kan worden beperkt. Het beperken van de broekkasgassen zou het broeikaseffect tegen moeten gaan en daarmee de opwarming van de aarde moeten beperken. Er is een groot aantal bedrijven dat onder dit systeem vallen. In 2013 waren dit meer dan 11.000 bedrijven waaronder fabrieken en elektriciteitscentrales die een netto warmteoverschot van 20 MW of meer hadden.

Al deze bedrijven waren verspreid over de 28 lidstaten van de Europese Unie en in Noorwegen , IJsland en Liechtenstein. De genoemde 11.000 bedrijven verbruikten met hun installaties voor ongeveer 50 procent van de CO2-emissies en ongeveer 40% van de totale broeikasgasemissie van de Europese Unie. Het European Union Emissions Trading System moest er voor zorgen dat met name deze vervuilende bedrijven minder schadelijke stoffen uitstoten.

Cap and trade systeem
Het European Union Emissions Trading System is een zogenoemd ‘cap and trade’ systeem. Dit houdt in dat voor bedrijven een maximale uitstoot van broeikasgassen wordt bepaald en vastgelegd. Een bedrijf kan rechten inkopen om CO2 uit te storen. Deze rechten kunnen worden verhandeld en geveild. De installaties van bedrijven moeten verplicht zijn uitgerust met apparatuur waarmee de CO2-emissies gemeten kunnen worden.

Het resultaat van deze metingen moet inzichtelijk worden gemaakt in rapportages. Op basis van deze rapportages kan men concluderen of een bedrijf voldoende emissierechten heeft ingekocht. Als een bedrijf te veel emissierechten heeft ingekocht ten opzichte van de daadwerkelijk geconstateerde CO2-emissie dan kan het overschot aan emissierechten worden verkocht aan andere bedrijven. Als een bedrijf meer CO2 uitstoot dan het rechten heeft, zal het bedrijf er rechten bij moeten kopen.

Marktwerking en beperking van CO2 emissie
Doordat bedrijven het teveel aan emissierechten kunnen verkopen in European Union Emissions Trading System worden bedrijven er toe aangezet om voorzieningen te treffen waarmee de CO2 uitstoot kan worden beperkt. Hoe minder CO2 wordt uitgestoten hoe meer emissierechten het bedrijf overhoudt. Deze rechten leveren geld op. Dat zorgt er voor dat de investeringen in het beperken van de CO2 uitstoot kunnen worden terugverdient en er bovendien nog winst gemaakt kan worden.

Er ontstaat een bepaalde marktwerking in emissierechten. Bedrijven zoeken naar goedkope en effectieve methoden om de CO2 uitstoot te reduceren. Voor de overheid is deze EU ETS methode een effectief middel om zonder veel overheidsinterventie bedrijven na te laten denken over processen die milieuvriendelijker en CO2 neutraler kunnen produceren.

Fases voor het Europees systeem voor emissiehandel
Het Europees systeem voor emissiehandel is in een aantal fases opgedeeld. In totaal zijn er vier verschillende fases. Deze fases zijn gebonden aan een aantal periodes.

  • De eerste fase van het systeem ging van kracht in 2005 toen het systeem werd ingevoerd. De eerste fase liep door tot en met 2007. Deze eerste fase was bedoelt als testfase voor het Europees systeem voor emissiehandel.
  • De tweede ging van kracht in 2008 en liep door tot en met het jaar 2012. Tijdens deze periode werd het Joint Implementation systeem ingevoerd en werd ook het Clean Development Mechanism toegevoegd.
  • De derde fase trad in werking na 2012 en loopt tot 2020. Het jaar 2020 is een belangrijk jaar omdat er dan sprake moet zijn 21% reductie van de uitstoot van broeikasgassen. In deze derde fase wordt de maximaal toegestane uitstoot onder het EU ETS per jaar met 1,74% worden afgebouwd.
  • De vierde fase treed in werking na 2020. Vanaf dat jaar moet de CO2 uitstoot nog sneller naar beneden gebracht worden. De maximale uitstoot van broeikasgassen onder het EU ETS wordt verlaagd met 2,2% per jaar.

Veranderingen in het EU ETS
Niet alleen in de eerste fase, oftewel de testfase van het EU ETS, is er veel veranderd aan dit systeem. De derde fase van het systeem liet bijvoorbeeld een grootschalige handel in emissierechten zien. Bijna alle emissierechten werden geveild en er werden bijna geen rechten weggegeven. Er is een ware handel ontstaan in emissierechten waardoor sommige bedrijven er zelfs op verdienen.

Op dinsdag 15 maart 2016 werd bekend gemaakt dat er grote vervuilende bedrijven zijn die verdienen aan de verkoop van een overschot aan emissierechten. Dit staat in een rapport van CE Delft. Dit rapport is in opdracht van de Britse lobbygroep Carbon Market Watch is gemaakt. De uitkomst van dit rapport zal waarschijnlijk een effect hebben op de verdere uitvoering van de wet en regelgeving omtrent het Europees systeem voor emissiehandel.

In de derde fase worden de regels beter geharmoniseerd. Daarnaast zijn in deze fase ook een aantal andere broeikasgassen toegevoegd die worden gemeten. Lachgas en fluorkoolstoffen zijn hiervan een paar voorbeelden.

In 2012 werd het Europees systeem voor emissiehandel ook toegepast in de luchtvaart. In de luchtvaart wordt namelijk ook veel CO2 uitgestoten door vliegtuigen. Het is goed mogelijk dat het Europees systeem voor emissiehandel in toekomst ook voor andere sectoren gaat gelden.

Wat is duurzaamheid?

Duurzaamheid is een term die men tegenwoordig veelvuldig voorbij ziet komen in het nieuws. Het is een breed begrip geworden waarbij men verschillende associaties heeft. Vaak denkt men bij het woord duurzaamheid aan milieu, maatschappij, ecologie en leefbaarheid. Het begrip duurzaamheid omvat echter veel meer dan de termen die hiervoor zijn benoemd. Zo kan het woord duurzaamheid ook worden gebruikt als men het heeft over producten en materialen die zeer slijtvast zijn.

Drie P’s
Het begrip duurzaamheid kan ook worden verklaard aan de hand van de theorie van de drie P’s.  Deze drie P’s staan voor: People (mensen), Profit (winst) en Planet (aarde). Deze drie P’s dienen met elkaar in evenwicht te zijn. In een duurzame wereld leven mensen en milieu met elkaar in harmonie en is er tevens winst te behalen voor ondernemingen zonder dat mens en milieu daarbij geschaad worden.

Evenwicht is belangrijk
De aarde biedt grondstoffen voor de mens en de mens kan deze grondstoffen omzetten in producten en daar winst uit behalen. Als de mensheid echter teveel grondstoffen van de aarde verlangd dan kan er een te kort aan grondstoffen ontstaan waardoor de mens in de problemen komt. Het milieu moet daarbij ook niet uit het oog worden verloren. De mens vormt onderdeel van het milieu en heeft daar invloed op. Het milieu oftewel de leefomgeving bestaat uit flora en fauna. Door een overschot aan afval wordt het milieu geschaad. Afval is meer dan alleen stoffelijk uitschot dat wordt gedumpt in het milieu. Emissie, dit is de uitstoot van schadelijke gassen, is ook afval. Het milieu en de atmosfeer kan een bepaalde hoeveelheid afvalstoffen verwerken.

CO2 reductie
Afvalstoffen zoals het broeikasgas CO2 zorgen bovendien voor een broeikaseffect. Daardoor heeft CO2 een dubbele schadelijke werking. Het zorgt voor de opwarming van de aarde en kan voor een onaangename atmosfeer zorgen waarbij ademhalen wordt bemoeilijkt. Bij duurzaamheid denkt men daarom in de praktijk ook vaak aan het reduceren van de emissie van CO2.

De kern van duurzaamheid
Als men duurzaamheid in de kern zou moeten samenvatten dan is alles wat met duurzaamheid te maken heeft gericht op het zo lang mogelijk gebruiken van de grondstoffen die op aarde aanwezig zijn en het veraangenamen van de leefomgeving van alles wat op aarde leeft. De mens kan dus niet meer consumeren dan de aarde kan bieden. De mens kan de aarde ook niet meer vervuilen dan de maximale vervuiling die de aarde kan afbreken.  Als de mensheid zich niet houdt aan deze ‘regels’ dan komt ze vroeg of laat in de problemen.

Definitie van duurzaamheid volgens Technisch Werken
Pieter Geertsma de schrijver van deze website (Technisch Werken) definieert duurzaamheid als volgt:

Het streven naar duurzaamheid is het geheel van inspanningen die worden verricht om de aarde en atmosfeer te beschermen tegen uitputting en vervuiling zonder dat men daarbij de hedendaagse behoeften en het economisch gewin uit het oog verliest. 

Wat zijn uitlaatgassen en hoe ontstaan deze?

Uitlaatgassen zijn gassen die tijdens verbrandingsprocessen in verbrandingsmotoren ontstaan en via een uitlaat worden uitgestoten. Door het verbranden van de brandstof in de motor komen de uitlaatgassen vrij. Deze gassen kunnen niet meer worden gebruikt in de motor en worden daarom via de uitlaat van het voertuig verwijdert.

Uitlaatgassen behoren tot de emissie van een voertuig dat gebruik maakt van een verbrandingsmotor. In uitlaatgassen zitten verschillende stoffen zoals stikstofoxiden (NOx) , koolstofdioxide (CO2),  koolmonoxide (CO) en zwaveldioxide (SO2). Deze stoffen dragen bij aan de verzuring en daarnaast zorgen ze ook voor het broeikaseffect. Dit is vooral het geval bij koolstofdioxide (CO2) dat ook wel broeikasgas wordt genoemd. Verder bevinden zich in uitlaatgassen ook ander schadelijke stoffen zoals kleine roetdeeltjes en fijnstofdeeltjes.

Gevaar van uitlaatgassen
Uitlaatgassen behoren tot de grootste veroorzakers van luchtvervuiling daarom worden internationaal afspraken gemaakt over het reduceren van uitlaatgassen in de atmosfeer. Het probleem van de uitlaatgassen en het daaraan verbonden broeikaseffect is regelmatig het belangrijkste onderwerp op wereldwijde bijeenkomsten over milieu en duurzaamheid.

Verschillende steden in de wereld hebben te maken met smog die ontstaat door de uitlaatgassen van motorvoertuigen die in de steden rondrijden. Deze uitlaatgassen zorgen er voor dat mensen het benauwd krijgen en moeilijk kunnen ademhalen. Daarnaast zorgt de fijnstof en roet voor dichte ‘mist’ in gebieden waar de emissie van uitlaten onvoldoende weg kan komen.

Filteren van uitlaatgassen
Er worden verschillende maatregelen genomen om de schadelijke stoffen in uitlaatgassen te beperken. Sinds 1 januari 1993 dienen alle auto’s die rijden op benzine een katalysator te bevatten die koolwaterstoffen, koolmonoxide en stikstofoxiden omzetten in waterdamp, koolstofdioxide en stikstof. Omdat de werking van de katalysator via drie reacties gebeurd wordt ook wel gesproken over een driewegkatalysator. Ondanks deze verplichte technische voorziening in auto’s komt er nog steeds veel schadelijke emissie ten gevolge van uitlaatgassen in de atmosfeer.

Wat is een katalysator of driewegkatalysator?

De katalysator bevindt zich onder  de auto. Hier is de katalysator als element vlak na de motor ingebouwd in het uitlaatsysteem. Een katalysator is een systeem dat bestaat uit kostbare materialen en is in het uitlaatsysteem ingebouwd om giftige en schadelijke gassen uit de uitlaatgassen te verwijderen.

In feite zet de katalysator de schadelijke stoffen in de uitlaatgassen om in onschadelijke stoffen. Dit gebeurd doormiddel van een chemisch proces. Een katalysator kan alleen worden toegepast indien gebruik wordt gemaakt van loodvrije benzine als brandstof.

Katalysator verplicht
Autofabrikant Volvo bouwde als eerste deze katalysator in haar voertuigen in vanaf 1978. In de periode tussen 1980 en 2000 werden steeds meer auto’s uitgerust met een katalysator en werd de platina-rhodium katalysator steeds meer verplicht gesteld in Europa. Auto’s die rijden op benzine met een cilinderinhoud van twee liter of meer moeten sinds oktober 1989 verplicht worden uitgerust met een katalysator. Alle overige auto’s die een benzinemotor hebben moeten sinds 1 januari 1993 eveneens met een katalysator zijn uitgerust.

Waaruit bestaat een katalysator?
De katalysator bestaat uit een monolithische drager van cordieriet, dit is een magnesium-aluminium-silicaat. De monolithische drager is van hoogsmeltend keramisch materiaal vervaardigd en bevat een honingraatachtige celstructuur. De verschillende wanden van de cellen zijn bedekt met aluminiumoxide. De metalen die waarmee de katalysator is geïmpregneerd zijn onder andere palladium, rhodium en platina. De katalysator is geplaatst in een thermische isolatie. Daar omheen zit een roestvaststalen omhulsel.

Welke stoffen zet de katalysator om?
De uitstoot van een auto wordt ook wel emissie genoemd. De katalysator zet een aantal schadelijke stoffen in deze emissie om. De stoffen die omgezet worden zijn de volgende:

  • HC = koolwaterstoffen
  • CO = koolmonoxide
  • NOx = stikstofoxiden

Deze schadelijke stoffen worden door de katalysator omgezet in minder schadelijke stoffen. De stoffen die tijdens het proces in de katalysator ontstaan zijn:

  • H2O = dit is waterdamp en niet schadelijk voor de gezondheid.
  • CO2 = koolstofdioxide. Deze stof is niet direct schadelijk maar zorgt wel voor het broeikaseffect.
  • N2 = stikstof is niet schadelijk voor de gezondheid. Ongeveer 78 procent van de lucht die wij inademen bestaat uit dit gas.

Driewegkatalysator
De naam driewegkatalysator is afgeleid van de drie reacties die tijdens het katalytisch reinigen van uitlaatgassen door de katalysator worden uitgevoerd. Deze drie reacties zijn als volgt:

1. De eerste reactie is: 2 CO(g) + 2 NO(g) → N2(g) + 2 CO2(g)
2. De tweede reactie is: CO(g) + O2(g) → 2 CO2(g)
3. De derde reactie is: 4 CxHy(g) + (4x+y) O2(g) → 2y H2O(g) + 4x CO2(g)

De bovenstaande reacties zijn de drie hoofdreacties van een katalysator. Naast deze hoofdreacties treden er in de katalysator nog een aantal nevenreacties op.  In het kort reduceert het rhodium NO en oxideert het platina CO en de koolwaterstoffen. De rhodium en platina kunnen worden vervangen  door palladium. De werking van de driewegkatalysator blijft hetzelfde.

Wat is emissie en imissie?

Het woord emissie wordt regelmatig gebruikt in de context van milieu en duurzaamheid. Emissie is in dat verband een verzamelnaam voor uitstoot of lozing van verontreinigende stoffen. Er zijn verschillende emissiebronnen. Deze bronnen die uitstoot van schadelijke stoffen veroorzaken kunnen zowel van particulieren als van bedrijven zijn. Emissie in de vorm van luchtvervuiling kan bijvoorbeeld plaatsvinden door de schoorsteen van een woning of door de uitstoot van de schoorsteen van een fabriek.

CO2 uitstoot
De hoeveelheid luchtvervuiling in kubieke meters verschilt per uitstootbron. Auto’s zorgen bijvoorbeeld voor CO2 uitstoot. CO2 is een schadelijke stof die in belangrijke mate verantwoordelijk is voor het opwarmen van de aarde.  De hoeveelheid CO2 die in de lucht wordt uitgestoten is afhankelijk van het soort  brandstof die de auto gebruikt. Daarnaast hebben auto’s een verschillend gewicht waardoor meer vermogen nodig is om de auto in beweging te brengen. Dit zorgt er voor dat de hoeveelheid brandstof ook per auto verschilt.

Verspreiding van luchtvervuiling
Ook de manier waarop de luchtverontreiniging wordt verspreid is afhankelijk van verschillende factoren. Hierbij kan bijvoorbeeld gekeken worden naar de windsnelheid en de windrichting. Daarnaast is de temperatuur van invloed en de turbulenties. Dit zijn echter natuurlijke factoren. De mens heeft ook invloed op de verspreiding van luchtvervuiling bijvoorbeeld door de hoogte van schoorstenen aan te passen en de snelheid van de uitstootgassen te reguleren.

Imissie en emissie
Na verloop van tijd komen de schadelijke stoffen op de leefhoogte terecht. De leefhoogte is anderhalve meter hoog vanaf de grond gemeten. Het is belangrijk dat de lucht op die hoogte zo schoon mogelijk is omdat veel mensen en dieren deze lucht inademen. De stoffen uit de lucht die op de leefhoogte gemeten worden vormen de imissie.

Emissiepatroon
De verhouding tussen de imissie en de emissie wordt ook wel emissiepatroon genoemd. De emissiepatronen kunnen verschillend zijn in een jaar. De tijd van het jaar kan bijvoorbeeld van invloed zijn, wordt er bijvoorbeeld in de zomer of in de winter een emissiemeting verricht. Ook de afkomst van de verontreiniging is van invloed op de meetresultaten. In het verkeer zorgen bewegelijke uitstootbronnen voor veel emissie. Deze emissie vindt dicht bij de grond plaats. De verhouding tot emissie en imissie is daardoor in verkeer is zeer groot.

Bij huizenverwarming is de verhouding tussen emissie en imissie redelijk groot omdat de schoorstenen van woningen verhoudingsgewijs laag zijn. Hierdoor komt de schadelijke emissie relatief snel op imissie hoogte.

Bij grote industriële bedrijven wordt de uitstoot vaak via lange schoorstenen in de lucht gebracht. Hierdoor komt de luchtverontreiniging minder snel op imissie niveau. De verhouding tussen emissie en imissie is hierdoor kleiner dan bij huisverwarmingen het geval is. Dit houdt echter niet in dat de luchtverontreiniging door industriële bedrijven lager is dan de verontreiniging van huizen. De CO2 uitstoot van industriële bedrijven is in de praktijk meestal juist vele malen groter dan de uitstoot van woningen. Dit komt omdat bedrijven veel meer kubieke meters uitstoten dan woningen.

Wat is STEK en F-gassen en hoe verloopt de certificering op dit gebied?

STEK is een afkorting die staat voor Stichting Emissiepreventie Koudetechniek.  De doelstelling van deze stichting is gericht op het voorkomen en terugdringen van emissies in de koudesector. Met emissies worden alle situaties bedoelt die bijdragen aan een vervuiling van de directe en indirecte omgeving van de koelinstallaties. Hierbij wordt gekeken naar het aanleggen van de koelinstallaties en de handelingen die daarbij worden verricht. Ook wordt gekeken naar de wijze waarop een koelinstallatie ontmantelt moet worden. Doormiddel van slijtage en achterstallig onderhoud kan ook emissie optreden dit dient ook voorkomen te worden. Stichting Emissiepreventie Koudetechniek certificeert bedrijven in samenwerking met keuringsbedrijven. De stichting verstrekt aan bedrijven een STEK certificaat. Hiermee kunnen bedrijven zich onderscheiden van concurrenten op het gebied van veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid. Het F-gassen certificaat wordt niet door STEK verstrekt maar door de minister van Infrastructuur en Milieu .

Verschil tussen STEK en F-gassen
Sinds de oprichting van de Stichting Emissiepreventie Koudetechniek in 1993 werd het STEK-diploma verstrekt aan monteurs die koeltechnische installaties op de juiste manier aansluiten, behandelen en ontmantelen. Dit was gebruikelijk tot 2010. In 2010 werd de Europese regelgeving van toepassing op het gebied van koeltechniek en bijbehorende koelvloeistoffen. Vanaf dat moment werd het F-gassen diploma verplicht gesteld voor monteurs die te maken krijgen met koeltechniek en moesten bedrijven gecertificeerd worden op het gebied van F-gassen. Monteurs die eerder al hun STEK-diploma hadden gehaald konden deze omwisselen bij de Stichting Emissiepreventie Koudetechniek voor een F-gassen diploma.

STEK en F-gassen vanaf 2010
Bedrijven zijn verplicht om gecertificeerd te zijn op het gebied van F-gassen. Daarnaast kunnen bedrijven aanvullend nog een STEK certificering behalen. De Stichting Emissiepreventie Koudetechniek is de enige instantie die namens de overheid de STEK-bedrijfscertificering mag uitvoeren. Dit certificaat is nog zwaarder dan de wettelijk verplichte F-gassen certificering.  Door deze certificering kunnen bedrijven nog beter hun zorgplicht voor het milieu nakomen. STEK richt zich naast het voorkomen van rechtstreekse emissie ook op het voorkomen van indirecte emissie. Indirecte emissie ontstaat bijvoorbeeld door het energieverbruik van een koelinstallatie. Wanneer een koelinstallatie veel elektriciteit verbruikt draagt dit indirect ook bij aan de vervuiling omdat veel elektriciteit nog doormiddel van kolencentrales wordt opgewekt.

F-gassen certificering
Stichting Emissiepreventie Koudetechniek is een exameninstelling voor monteurs die het F-gassen diploma moeten halen. Daarnaast kan de STEK bedrijven op het gebied van STEK en F-gassen certificeren. Formeel worden de diploma’s en certificaten verstrekt door de minister van Infrastructuur en Milieu. STEK kan in de praktijk ook diploma’s verstrekken nadat ze hiervoor akkoord heeft gekregen van het Agentschap NL.

Overige opleidingsinstanties
Naast STEK zijn er nog diverse opleidingsinstellingen op het gebied van F-gassen die door de minister van Infrastructuur en Milieu toestemming hebben gekregen om F-gassenbedrijfscertificering en F-gassenpersoonscertificering te verzorgen.