Wat is recyclen en recycling?

Recycling is in Nederland een term die wordt gebruikt voor het opnieuw gebruiken van materialen en grondstoffen van producten. In  Vlaanderen wordt dit proces ook wel recyclage genoemd. In tegenstelling tot hergebruiken worden bij het recyclen geen producten of onderdelen van producten opnieuw gebruikt. in plaats daarvan wordt een afvalstof omgezet in een nieuw producten. Voor recycling heeft men dus afval nodig. Uit het afval worden grondstoffen gehaald die gebruikt kunnen worden voor de fabricage van nieuwe producten. Recyclen kan worden vertaald met het opnieuw in de omloop brengen van grondstoffen. Dit proces kan op verschillende manieren gebeuren. Grofweg kan men recycling verdelen in twee verschillende groepen:

  • Recycling van de grondstoffen voor een vergelijkbaar doel. Bij deze vorm van recycling verwerkt men grondstoffen zoals glas, papier en plastic  tot nieuwe producten die van deze materialen gemaakt zijn. Bij sommige producten die door deze vorm van recyclen ontstaan worden van lagere kwaliteit. Dit is bijvoorbeeld het geval bij producten die van gerecycled papier of plastic worden gemaakt. Als de kwaliteit van  gerecyclede producten lager is dan de kwaliteit van de oorspronkelijke grondstof dan spreekt men ook wel van downcycling.
  • Recycling van de grondstoffen voor andere doeleinden komt ook voor. Zo kan men bijvoorbeeld plastic maken van aardolie en vervolgens het plastic verbanden om energie te krijgen. Dit zou men bijvoorbeeld ook kunnen doen met hout. Houtpallets kunnen worden gebruikt in energiecentrales als bijstookhout of biomassa.

Inzamelen en sorteren van afval
Het is belangrijk dat de grondstoffen goed gescheiden zijn zodat men deze stoffen effectief kan gebruiken in productieprocessen voor nieuwe producten. Daarom is een goede recycling afhankelijk van het scheiden van afval. Dit scheiden van afval gebeurd op basis van de grondstoffen. Glas wordt in een glasbak gedaan, groente fruit en tuinafval in een GFT container en plastic wordt in speciale containers voor plastic gedaan. Ook papier wordt gescheiden ingezameld.

Afval wordt niet overal in Nederland op dezelfde manier gescheiden ingezameld. Bepaalde gemeenten zijn hierin verder ontwikkelt dan andere gemeenten. Hierdoor zijn er in Nederland een grote diversiteit aan containers. Deze containers kunnen zowel van particulieren zelf zijn als van bedrijven die het afval produceren. Daarnaast zijn er verschillenden afvalcontainers en afvalbakken die van de gemeente zijn en in straten of parken zijn geplaatst.

Afval kan het beste gescheiden worden in containers maar het is soms ook mogelijk om afval na inzameling te scheiden. Door bijvoorbeeld gebruik te maken van magneten kan men metalen uit het afval scheiden. Voor glas, papier en plastic is het scheiden na inzameling aanzienlijk moeilijker en arbeidsintensiever.

Wat is aardgas en hoe wordt aardgas uit de aardbodem gehaald?

Op aarde wordt door bedrijven en particulieren veelvuldig gebruik gemaakt van fossiele brandstoffen. Vroeger werd veel gebruik gemaakt van steenkool. Tegenwoordig wordt steenkool minder gebruikt behalve bij grote kolencentrales voor de opwekking van elektriciteit. Aardolie en aardgas worden in toenemende mate gebruikt voor verschillende doeleinden. Meer dan zestig procent van de elektriciteit in Nederland wordt uit aardgas gehaald. Aardgas is voor Nederland van groot belang. Hieronder wordt meer informatie gegeven over aardgas.

Hoe ontstaat aardgas?
Aardgas is net als bijvoorbeeld aardolie een fossiele brandstof. Met de term ‘fossiel’ wordt aangegeven dat aardgas zeer oud is. Aardgas ontstaat uit resten van planten en dieren die vele jaren onder de grond aanwezig zijn geweest. Door de druk die in de aardlagen ontstaat en de aanwezige bestandsdelen van dieren en planten ontstaan verschillende stoffen. Eerst veranderen de planten en dierenresten door de druk in steenkool. Wanneer de druk op steenkool toeneemt wordt de steenkool warmer en ontstaat er gas: aardgas. Vaak wordt aardgas in de buurt van aardolie gevonden. Dit hoeft niet het geval te zijn want aardgas heeft een ander gewicht dan olie. Olie is veel zwaarder dan aardgas en daardoor kan aardgas in andere aardlagen doordringen dan olie. Tussen de zandlagen door kan aardgas opstijgen naar hogere lagen. Het opstijgen van aardgas gaat door tot er een ondoordringbare laag wordt bereikt. Dit kan bijvoorbeeld een dikke laag zout zijn. Aardgas verzamelt zich onder deze ondoordringbare laag en vormt een gasbel.

Samenstelling van aardgas
Aardgas is naast fossiel ook een brandstof. Aardgas is namelijk zeer brandbaar. Het hoofdbestandsdeel van aardgas is methaan. Methaan wordt geproduceerd door bacteriën. Wanneer methaan op een bepaalde temperatuur wordt gebracht kan deze stof een verbinding aangaan met zuurstof. Hierdoor ontstaat een vlam. Methaan zorgt er voor dat aardgas kan worden gebruikt om vuur te creëren. Aardgas is voornamelijk methaangas. Naast methaan bestaat aardgas ook voor een deel uit propaan en ethaan. Daarnaast zijn er ook andere verbindingen aanwezig die uit de koolstoflagen ontstaan. De aardgaslagen zitten in Nederland op een diepte van drie tot vier kilometer. De omvang en samenstelling van de moleculen van de gasvelden kan verschillen. Aardgas is geurloos en dat maakt het gas extra gevaarlijk. Wanneer gas niet voorzien zou worden van een geurstof zouden gaslekken niet opgemerkt kunnen worden waardoor de kans op brand of explosiegevaar wordt vergroot. Daarom wordt aardgas voorzien van een vieze lucht.

Hoe wordt aardgas uit de aardbodem gehaald?
Aardgas zit in de aardbodem. Wanneer gasvelden zijn ontdekt wordt er gekeken of het aardgas uit de bodem kan worden gehaald zonder dat daarbij het milieu of de lokale bevolking schade ondervinden. Wanneer eenmaal toestemming is verleend wordt een boortoren geplaatst boven de gasbel of als het niet anders kan in de buurt van de gasbel. Aardgas kan op verschillende dieptes in de aarde zitten. In Nederland is dit gemiddeld ongeveer 3 tot 4 kilometer. Vanuit de boortoren wordt een lange buis naar de gasbel gebracht. Wanneer de buis de gasbel heeft bereikt wordt er een afsluitsysteem aangebracht in de vorm van een kraan. Deze moet voorkomen dat het gas ongecontroleerd kan verdwijnen.

Gas probeert altijd een weg naar boven te vinden. Wanneer er een buis naar de gasbel wordt gebracht zal het gas deze opening gebruiken om zo snel mogelijk naar de aardoppervlakte te gaan. Gas hoeft daardoor niet gepompt te worden. Er kunnen meerdere buizen worden geplaatst in een gasbel om gas naar boven te halen. Toch moet gas niet te snel uit de bodem worden gehaald. Wanneer gas namelijk te snel uit de bodem verdwijnt treed er verzakking op in de aardlagen daarboven. Ook het aardoppervlak zelf kan verzakken waardoor de natuur schade kan ondervinden maar vooral ook woningen en utiliteitspanden. Deze kunnen door de bodemverzakking schade ondervinden. De meest extreme vorm van bodemverzakking is een aardbeving.

Aardgas dat uit de bodem naar boven komt is nog verontreinigd en kan niet meteen worden gebruikt voor huishoudens en de industrie. Schadelijke stoffen, zandkorrels en water moeten uit het gas worden gehaald om het gas goed bruikbaar te maken. Daarnaast wordt er, zoals eerder genoemd, een vieze geur toegevoegd om gas een bepaalde reuk te geven. Wanneer het gas eenmaal gefilterd is en voorzien van een geur kan het gas naar de woningen en bedrijven worden getransporteerd.

Groene stroom vormt bedreiging voor energiebedrijf

Groene stroom is sterk in opmars. Niet alleen in Nederland maar vooral ook in buurland Duitsland. In Duitsland wordt door de aanleg van nieuwe windmolenparken zoveel groene stroom opgewekt dat er een overschot aan opgewekte energie dreigt te ontstaan. Elektrische stroom kan niet worden opgeslagen en daarom moet naar een oplossing worden gezocht om deze energie te distribueren. Dit transport van elektrische stroom zal vermoedelijk niet alleen binnen Duitsland plaatsvinden.

Prijs van groene stroom
Ook Nederland zal in de toekomst meer groene stroom van Duitsland ontvangen. De prijs van Duitse groene stroom is daarnaast veel lager dan stroom die door Nederlandse energieleveranciers wordt aangeboden. Elektriciteit is in Duitsland goedkoper dan in Nederland. Hierdoor kunnen Duitse bedrijven goedkoper produceren wat de concurrentiepositie van Duitse bedrijven versterkt ten opzichte van bijvoorbeeld Nederland.

Nederlandse bedrijfsleven afhankelijk van stroom
Het Nederlandse bedrijfsleven heeft belang bij goedkope energie of deze nu ‘groen’ is of niet. Bedrijven hebben elektrische energie nodig om machines in beweging te houden en computers te laten werken. Zonder elektriciteit kunnen de meeste bedrijven de deuren sluiten. Hoe goedkoper de energie is hoe lager deze productiekosten zijn voor een bedrijf. Het bericht over goedkope groene stroom wordt door veel bedrijven met gejuich ontvangen. Dat deze stroom ook nog ‘groen’ is zorgt voor veel bedrijven voor een leuke bijkomstigheid. Hierdoor kunnen ze ook nog stappen maken op het gebied van milieuverantwoord of maatschappelijk verantwoord ondernemen. Toch is niet elke bedrijvensector in Nederland tevreden over de ontwikkelingen met betrekking tot groene stroom. De energiebedrijven raken door de goedkope groene stroom in financiële moeilijkheden. De bedrijven kunnen niet tegen de stuntprijzen van groene stroom op concurreren.

Groene stroom is niet continue
Daarnaast is groene stroom niet continue aanwezig. Er zijn periodes dat er weinig windkracht en zonlicht is waardoor het opwekken van groene stroom niet een hoog rendement heeft. Energiebedrijven vangen deze tekorten op door in energiecentrales fossiele brandstoffen om te zetten in stroom. Door het gebruik van fossiele brandstoffen is men minder afhankelijk van de weersomstandigheden en kan men, mist er een voortdurende aanvoer is van fossiele brandstoffen, continue elektrische stroom produceren. Wanneer energiecentrales vanwege groene stroom minder fossiele brandstoffen om gaan zetten zorgt dit er voor dat de productie van deze centrales afneemt. Energiecentrales kunnen zelfs overwegen om te sluiten omdat de productie te gering is om rendabel te zijn.

Energiebedrijven in problemen
Het probleem met betrekking tot de daling van de productie van energiecentrales vindt niet alleen in Nederland plaats. maandag 21 oktober 2013 melde PwC dat energiebedrijven in Europa zich zorgen maken over de ontwikkelingen op het gebied van groene stroom. PwC is een accountantsbedrijf en deed onderzoek naar energiebedrijven uit 35 landen. Hiervoor werden 53 bestuurders van verschillende energiebedrijven benadert.

Uitkomst onderzoek PwC over energiebedrijven
Van de 53 ondervraagde bestuurders van energiebedrijven gaf negentig procent aan dat de traditionele verdienmodellen van energiebedrijven in de toekomst niet meer haalbaar zijn. Bedrijven zullen in de toekomst meer zelfstandig energie produceren en verkopen. Dit komt doordat bedrijven steeds vaker investeren in zonnepanelen om daarmee stroom voor eigen gebruik op te wekken. Daarnaast investeren bedrijven ook in windenergie door het plaatsen van windmolens. Hierdoor besparen bedrijven energiekosten maar lopen energiebedrijven ook inkomsten mis. Door dit gemis aan inkomsten kan niet meer geïnvesteerd worden in energiecentrales. Hoewel deze centrales vervuilender zijn dan groene stroom zorgen deze centrales wel voor een continuïteit. Schommelingen die ontstaan in zonne-energie en windenergie kunnen niet langer worden opgevangen. Het gevolg zou kunnen zijn dat bepaalde delen van Nederland of andere landen tijdelijk zonder stroom komen te zitten. Dit worden ook wel black-outs genoemd. Volgens PwC moet de sector van energiebedrijven zichzelf aanpassen. De vraag is of ze daar nog voldoende tijd voor hebben.

Reactie van Technisch Werken
De ontwikkelingen van groene stroom zijn goed nieuws voor de natuur en zorgen er voor dat het leefklimaat door een dalende luchtvervuiling verbetert. Op dit moment is men in Nederland en vele Westerse landen nog afhankelijk van vervuilende kolencentrales of andere systemen waarin fossiele brandstoffen worden omgezet in elektrische energie. Dit is natuurlijk goed voor energiebedrijven die daardoor verzekerd zijn van een bepaalde afname. Wanneer deze afname daalt door het toenemende gebruik van groene stroom is dit voor deze bedrijven een kwalijke ontwikkeling.

Het grote probleem is echter niet het voortbestaan van de energiecentrales. Deze zullen langzamerhand toch plaats moeten maken voor groene stroom. De kern van het probleem is: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan?’ Wanneer antwoord gegeven kan worden op deze vraag kan een overschot aan groene stroom worden opgeslagen voor periodes dat de natuur het even laat afweten om voldoende wind en zonlicht ter beschikking te stellen.

Wanneer technici zich gaan inzetten om antwoord te geven op de vraag: ‘hoe kunnen we elektrische energie opslaan’ kan daarmee gestreefd worden naar één van de grootste doorbraken op het gebied van energietechnologie. Een uitdaging die veel technici moet aanspreken.