Wat is een snorfiets?

Een snorfiets is een gemotoriseerde fiets die gebouwd is om maximaal 25 kilometer per uur te mogen rijden. De snorfiets werd in Nederland in 1974 geïntroduceerd en is vanaf dat jaar in meer en mindere mate in gebruik geweest door verkeersdeelnemers in heel Nederland. De snorfiets wordt ook wel ‘de snor’ of ‘snor’ genoemd en wordt steeds populairder in Nederland. Vooral in drukke grote steden blijkt de snorfiets net als de elektrische fiets een interessant alternatief voor vervoer per auto. Deze tekst gaat over de snorfiets en aan welke wettelijke verplichtingen men moet doen als men een snorfiets in gebruik wil nemen.

Hoe snel mag een snorfiets?
De vraag hoe snel een snorfiets mag wordt regelmatig gesteld. Vooral wanneer men de snorfiets als vervangend vervoersmiddel wil gebruiken voor een auto, bromfiets of het openbaar vervoer is het van belang om te weten hoe hard men eigenlijk mag rijden op dit vervoersmiddel. De snelheid bepaalt namelijk in belangrijke mate hoe lang men over een bepaalde afstand doet.

In de Regeling Voertuigen in bepaald dat: “de door de constructie bepaalde maximumsnelheid niet meer mag bedragen dan de op het kentekenbewijs of in het kentekenregister vermelde maximum-constructiesnelheid, vermeerderd met 5 km/u”. Aangezien de snorfiets een zogenaamde constructiesnelheid heeft van 25 kilometer per uur kan men met dit vervoersmiddel dus maximaal 30 kilometer per uur rijden. Op de website van het Openbaar Ministerie wordt echter aangegeven dat bij snorfietsen de constructiesnelheid met 4 kilometer per uur mag worden verhoogd in plaats van 5 kilometer per uur (de verhoging van 5 kilometer per uur is wel van toepassing op bromfietsen). De maximale snelheid die men met de snorfiets mag rijden is echter 25 kilometer per uur en is van toepassing op wegen zowel binnen de bebouwde kom als daarbuiten. Als je de maximale snelheid helemaal precies wilt weten kun je de wettelijke correctie van 3 kilometer per uur er bij optellen. Dit zorgt er voor dat je op een snorfiets maximaal 28 kilometer per uur kunt rijden zonder boete te krijgen van de politie.

Helmplicht voor snorfietsen
Naast de vraag over de maximale snelheid van een snorfiets wordt al snel de vraag gesteld of een bereider van een snorfiets een helm moet dragen. In Nederland is dat echter niet verplicht. Berijders van snorfietsen hebben dus geen helmplicht. Wel moet de snorfiets voorzien zijn van een blauwe kentekenplaat. Bromfietsen moeten voorzien zijn van een gele kentekenplaat.

Rijbewijs voor snorfietsen
Hoewel een snorfiets in de praktijk niet harder zou kunnen rijden dan 30 kilometer per uur is het toch een gemotoriseerd voertuig. Dat brengt verhoogde risico’s op ongelukken met zich mee ten opzichte van een normale fiets. Daarom dient iemand die een snorfiets bestuurd in ieder geval over een rijbewijs AM te bezitten. Dit rijbewijs kan men vanaf 16 jaar trachten te behalen. Daarnaast is een WA-verzekering verplicht. Dit is een aansprakelijkheidsverzekering die aan de orde kan komen wanneer er ongelukken plaatsvinden waarbij een snorfiets betrokken is. Voor snorfietsen gelden verder dezelfde verkeersregels die ook voor fietsers van toepassing zijn. Men mag dus niet met een snorfiets op het trottoir rijden maar zal gebruik moeten maken van het fietspad indien dit aanwezig is.

Mobiel bellen op een snorfiets
Net als bij auto’s, motors en brommers is het ook op een snorfiets verboden om mobiel te bellen. Als men dit toch doet vergroot men het risico op ongelukken en zal men een boete van de politie kunnen krijgen. Net als bij alle voertuigen begint veilige verkeersdeelname bij jezelf. Doe de mobiele telefoon of smartphone uit tijdens de verkeersdeelname.  

Vermogen van een snorfiets
Een snorfiets is een soort bromfiets en kan worden beschouwd als een fiets die uitgerust is met een hulpmotor. De snorfiets heeft een maximale cilinderinhoud van 50 cc. Er zijn verschillende soorten snorfietsen ontwikkeld door de jaren heen. Sommige snorfietsen lijken sterk op zwaardere bromfietsen maar er zijn ook varianten die meer op een gewone fiets lijken zoals de bekende Spartamet.

Deze laatste variant van de snorfiets heeft een kleine hulpmotor met een cilinderinhoud van 30 cc. Daardoor heeft de Spartamet een beperkt vermogen van 0,7 pk (0,5kW). Tegenwoordig hebben de meeste snorfietsen echter een motor met een cilinderinhoud van 50 cc en een vermogen van 2 tot 4 kW. Door de meeste fabrikanten van snorfietsen worden verschillende modellen ontwikkeld. Dat zorgt er voor dat van een bepaald model een snorfiets wordt gemaakt die 25 km per uur kan rijden en dat van hetzelfde model ook een bromfietsvariant wordt gemaakt die maximaal 45 kilometer per uur mag rijden. In dit geval wordt voor de snorfietsuitvoering het vermogen teruggebracht via technieken die de maximale snelheid begrenzen. Deze begrenzende voorzieningen zijn niet aanwezig bij de bromfietsvariant van het model of de begrenzing is juist afgestemd op 45 kilometer per uur. Naast snorfietsen met een verbrandingsmotor zijn er ook snorfietsen met een elektromotor. Dit zijn elektrische snorfietsen en maken nauwelijks geluid als ze aan het verkeer deelnemen. Elektrische snorfietsen zijn een interessant alternatief voor elektrische fietsen en zijn bovendien ook duurzaam en stoten geen stinkende uitlaatgassen uit in tegenstelling tot snorfietsen met een verbrandingsmotor.

Populariteit van de snorfiets
Snorfietsen zijn in Nederland de laatste jaren enorm populair geworden. Vooral jongeren maken steeds vaker gebruik van snorfietsen. De snorfiets heeft een aantal voordelen ten opzichte van andere voertuigen. Zo hoef je op een snorfiets geen helm te dragen. Men kan zo op een snorfiets stappen en wegrijden. Daarnaast zien veel snorfietsen er tegenwoordig net zo mooi uit als brommers en scooters. Dit zorgt er voor dat snorfietsen geen ‘suf’ imago hebben maar juist door veel jongeren als ‘hip’ worden beschouwd. Ongeveer vijfenzeventig procent van alle snorfietsen die verkocht worden zijn zogenaamde snorscooters. Dit zijn snorfietsen in een scooteruitvoering.

Wat is een tuimelaar in de verbrandingsmotortechniek?

Als men het in de verbrandingsmotortechniek heeft over een tuimelaar dan doelt men op een hefboom die geplaatst is tussen de nokkenas en de kleppen. Een tuimelaar is ontwikkeld toen men de kleppen aan de bovenkant van de verbrandingsmotor ging plaatsen en de nokkenas aan de onderkant van de motor. Onderliggende nokkenassen kunnen de kleppen aan de bovenkant niet rechtstreeks bedienen. Daarom werden tuimelaars ontwikkeld. De tuimelaars worden bediend door stoterstangen.

Hoe werkt een tuimelaar?
Een tuimelaar zet de draaiende beweging van de nok van de nokkenas om in een open en dichtgaande beweging van de klep. Hierbij maakt men gebruik van een hefboomeffect. Door dit hefboomeffect kan een grote kracht worden uitgeoefend op de klep. Zoals aangegeven bestaat de tuimelaar uit een bewegend deel dat werkt op basis van een hefboomeffect. De ene kant van de tuimelaar wordt in beweging gebracht door de stoterstang. De stoterstang komt in beweging door het draaien van de nokkenas.

Tussen de nokkenas en de stoterstang is bus geplaatst die meebeweegt als de nokkenas er tegenaan komt. De stoterstang duwt de ene kant van de tuimelaar omhoog waardoor de ander zijde van de tuimelaar naar beneden gaat. Aan die kant drukt de tuimelaar de klepsteel aan zodat de klep dicht gaat. Aan de onderzijde van de klepsteel bevindt zich de klep voor het in- en uitlaten van de brandstof van motor. Rondom de klepsteel bevind zich de klepveer die er voor zorgt dat de klep gesloten wordt wanneer de stoterstang naar beneden gaat en de tuimelaar wordt ontspannen. De klep wordt dus door de veer automatisch gesloten.

Waar treft men tuimelaars aan?
Tuimelaars worden voornamelijk geplaatst in motoren met een onderliggende nokkenas. Men plaatst echter ook wel tuimelaars in motoren met bovenliggende nokkenassen. Door de toepassing van tuimelaars kan men het aantal nokkenassen in een motor beperken. Ook kunnen de kosten worden beperkt door het gebruik van tuimelaars. Het gebruik van tuimelaars zorgt er voor dat men de kleppen zelf kan stellen. Dit is bij een directe aandrijving van de kleppen door de nokkenas minder goed mogelijk. Hierbij maakt men dan namelijk gebruik van een hydraulische klepstoter die zichzelf stelt.

Zwevende kleppen
Er kan ook sprake zijn van zogenaamde zwevende kleppen. In dit geval is het motortoerental hoger dan de trilfrequentie van de klepveer van de motor. Daardoor het mechanisme niet meer in staat is om het tempo bij te houden. Men kan dan beter sterkere klepveren gebruiken of dubbele klepveren zodat de klep met meer kracht dochtgedrukt wordt. Hierdoor kan de kans op zwevende kleppen worden verkleind.

Voordelen van de toepassing van tuimelaars
De toepassing van tuimelaars in de verbrandingsmotortechniek zorgt er voor dat men zelf de kleppen afstellen als men daarvoor de kennis in huis heeft. Men kan de klepspeling beïnvloeden door een met moeren geborgde stelbout aan te draaien.

Een lijnmotor wordt door de toepassing van een tuimelaar compacter. Daarnaast zorgt de toepassing van tuimelaars er voor dat er motorconstructies mogelijk zijn waarbij men de cilinders van de motor niet in één lijn heeft aangebracht. Hierbij kan men denken aan V-motoren zoals de V-8 en de V-12.

Wat wordt bedoelt met een vastloper in de techniek?

Vastloper is een woord dat wordt gebruikt in de techniek als een motor, werktuig of machine plotseling stopt met functioneren. Er zijn verschillende oorzaken die er voor zorgen dat machines en motoren vastlopen. Een voorbeeld hiervan is te weinig smering. Door te weinig smering kunnen bewegende machinedelen niet meer soepel draaien. De wrijving in de machine neemt toe waardoor er verhitting optreed. Deze verhitting zorgt er in combinatie met de wrijving voor dat de machine niet meer goed loopt en uiteindelijk vastloopt.

Daarom is koeling en smering belangrijk voor motoren en machines. Bij motoren kan bijvoorbeeld de zuiger van de motor zich vast zetten in de cilinderwand van de motor. De cilinder beweegt daardoor niet meer op en neer in het cilindergat. Daardoor komt de krukas van het voertuig niet meer in beweging en staat het voertuig stil. Een vastloper zorgt er dus voor dat een mechanisch proces tot stilstand komt. Vaslopers hebben daardoor vaak grotere gevolgen. Vastlopers komen in de praktijk vaak voor bij tweetakt-bromfietsen. Vooral wanneer de motoren zijn opgevoerd en hoge toeren draaien. De smering en koeling van deze motoren is op een gegeven moment onvoldoende.

De viscositeit van smeermiddelen gaat achteruit naar mate de smering onder hoge temperaturen komt te staan. Hierdoor werkt het smeermiddel niet goed meer en kan een vastloper ontstaan. Bovendien zorgen hoge temperaturen er voor dat er ook meer koeling moet worden toegepast. Als dit niet wordt gedaan is het schadelijke effect dus dubbel: de viscositeit van het smeermiddel gaat achteruit en de koeling is minder. De kans op een vastloper is dan zeer groot. Daarom is het belangrijk dat een machine of motor altijd van de juiste smeermiddelen wordt voorzien en dat men het smeerschema, als dat aanwezig is, nauwgezet volgt.

Wat is het verschil tussen een distributieriem en distributieketting?

Een distributieriem en distributieketting worden beide toegepast in de autotechniek.  Ze worden echter niet gezamenlijk toegepast in een auto. Een auto heeft een distributieriem of een distributieketting. Deze riem of ketting is geplaatst in de motor van de auto. Een distributieriem of distributieketting wordt gebruikt om de nokkenas of nokkenassen aan te drijven. Dit gebeurd via de krukas. De nokkenassen bedienen de inlaatkleppen en uitlaatkleppen van de motor van de auto. De distributieriem en de distributieketting vormen een aandrijfmechanisme dat is ingebouwd aan de binnenkant van de motor. De riem en ketting zijn aan de buitenkant van de motor niet te zien. De distributieriem en distributieketting hebben dezelfde functie maar ze verschillen toch van elkaar. Hieronder zijn een aantal verschillen benoemd.

Verschillen tussen distributieriemen en distributiekettingen

Een distributieriem of distributieketting moet zeer sterk zijn want er komt een grote trekkracht op te staan. Deze trekkracht moet worden opgevangen zonder dat de riem of ketting breekt.  Zowel de riem als ketting zijn daarom van een sterk materiaal gemaakt dat een grote trekkracht kan verdragen. Dat moet ook want als een distributieriem of distributieketting breekt veroorzaakt veel schade aan de motor. De materialen verschillen wel.

Een distributieriem is een riem die gemaakt is van een sterke soort kunststof.  Deze bevat een extra versterking van trekdraden die in het kunststof zijn verwerkt. De riem is daardoor soepel en sterk. Aan de distributieriem zijn aan een kant zogenaamde tanden aangebracht.  Deze tanden zijn in de riem aangebracht zodat de riem voldoende grip heeft op de draaiende delen van de motor. Door de tanden kan de distributieriem effectief krachten overbrengen.

Op deze twee punten verschilt de distributieriem van de distributieketting, namelijk de vorm en het materiaal.  Een distributieketting bevat namelijk geen vertanding maar bestaat uit allemaal schakels. Tussen de schakels zitten gaatjes waar de tandwielen van de draaiende motordelen in vallen. Op die manier heeft de distributieketting grip. Deze ketting is bovendien gemaakt van gehard staal met een grote treksterkte. Om deze redenen is een distributieketting sterker en duurzamer dan een distributieriem.

Men ging er vaak van uit dat een distributieketting niet stuk gaat. Een distributieriem wordt meestal na een bepaald aantal kilometers of een bepaalde tijdsduur preventief vervangen om te voorkomen dat deze breekt of scheurt. Bij distributiekettingen doet men dit eigenlijk niet waardoor er wel een kans bestaat dat de ketting breekt maar die kans is niet heel groot. Tegenwoordig gebruikt men wel steeds vaker distributieriemen toe. Motoren zijn namelijk steeds compacter en lichter uitgevoerd. De vermogens van motoren worden groter en de motoren worden efficiënter. Daarvoor is de toepassing van distributieriemen effectiever.  Deze riemen worden ook in de meeste gevallen tijdig vervangen waardoor de kans op problemen zeer klein is.

Biobrandstoffen ter discussie

Wereldwijd is er sprake van een toenemende vraag naar biobrandstoffen. Dit heeft er toe geleid dat er bijvoorbeeld in 2009 in totaal 1,5 miljoen barrels per dag aan vloeibare biobrandstof werden geproduceerd. Dit kwam neer op 1,8 procent van de totale wereldproductie aan vloeibare brandstof. In 2004 was dit nog 500.000 barrels per dat en dat betrof toen 0,6 procent van de totale vloeibare brandstof die wereldwijd werd geproduceerd. Dit lijkt hoopgevend voor het milieu maar toch is het maar de vraag of biobrandstoffen echt zo goed zijn voor het beperken van de CO2 uitstoot.

In verschillende landen gaat men meer suikerriet, soja en andere gewassen verbouwen om meer biobrandstof te produceren. Daarvoor wordt bijvoorbeeld in Azië en Brazilië veel ongerepte natuur verbrand zoals regenwouden en oerwouden. De schade die hiermee aan de natuur wordt toegebracht is vermoedelijk groter dan de voordelen die de extra productie van biobrandstoffen oplevert voor het milieu. Naast het verliezen van kostbare natuur komt er nog een nadeel bij: de regenwouden en oerwouden zorgen er juist  voor dat CO2 wordt omgezet. Verder zorgt het platbrand van regenwouden juist voor meer CO2 in de lucht. Deze effecten worden echter niet in de ERoEI opgenomen.

Biobrandstoffen zorgen er daarnaast voor dat veel voedsel wordt aangewend voor brandstof in plaats van voor voeding. Dit roept het ethische vraagstuk op of het wel verantwoord is om mais tot biobrandstof te verwerken terwijl er in sommige landen sprake is van voedseltekorten.

Biobrandstoffen kunnen wel degelijk een goede ontwikkeling zijn zolang daarbij verstandige keuzes worden gemaakt waarmee mens en natuur in acht worden genomen.

Wat wordt bedoelt met de term energiebalans in de natuurkunde en duurzame energie?

De term energiebalans wordt zowel in het kader van de duurzame energie gebruikt als in de natuurkunde. Met energiebalans wordt de verhouding bedoelt tussen de energie die ergens in wordt gestopt en de energie die er uit wordt gehaald. Er worden voor het woord energiebalans een aantal afkortingen gebruikt. Zo wordt energiebalans afgekort met ERoEI.

ERoEI Dit is een afkorting die staat voor de Engelse woorden Energy Returned on Energy Invested. Hierbij wordt gedoeld op het rendement. Bij een ERoEI groter dan 1 is er sprake van een zekere winstgevendheid. Als de ERoEI kleiner is dan 1 moet ergens meer energie in worden geïnvesteerd dan er wordt uitgehaald. Dit houdt in dat het productieproces meer energie kost dan het daadwerkelijk oplevert.

Biobrandstoffen De wereld moet duurzamer worden. Hierbij kijkt men onder andere naar middelen om de CO2 uitstoot te beperken. De keuze van de meest CO2 neutrale brandstoffen is echter lastig te maken. Dit komt omdat verschillende biologische brandstoffen of biobrandstoffen met veel moeite kunnen worden aangewend. Zogenoemde biobrandstoffen haalt men onder andere uit plantaardige oliën. Er zijn echter grote verschillen in het productieproces en verwerkingsproces van planten en vruchten tot daadwerkelijke bio-ethanol. Zo heeft bijvoorbeeld:

  • Bio-ethanol uit maïs een ERoEI van 1,3
  • Bio-ethanol uit suikerriet een ERoEI van 8,0.
  • Biodiesel die wordt geproduceerd uit koolzaad een ERoEI van 2,5

Welke grondstoffen worden gebruikt voor biodiesel?

Biodiesel is een brandstof die wordt gewonnen uit dierlijk vet of plantaardige olie. Voor biodiesel worden geen fossiele brandstoffen gebruikt. Fossiele brandstoffen zijn ontstaan uit plantaardige en dierlijke resten die duizenden jaren samengedrukt in de grond zijn omgezet tot olie en gassen. Biodiesel is een biobrandstof. Deze brandstof wordt uit planten en dierenresten gewonnen die veel korter geleden zijn gestorven. Over het algemeen wordt biodiesel toegepast in een mengvorm met diesel die uit aardolie is verkregen. Als men pure biodiesel gebruikt noemt men dir B100. De mengvorm wordt ook wel B5 of B20 genoemd. B5 is 5% biodiesel of B20 bij 20% bijmenging. Biodiesel kan tot de duurzame energiebronnen behoren dit is echter afhankelijk van de methode waarop de grondstoffen worden verkregen.

Grondstoffen voor biodiesel
Biodiesel wordt gemaakt van een  korte keten alcohol zoals (bio)methanol en (bio)ethanol  en natuurlijke oliën en natuurlijke vetten. Voor de natuurlijke oliën en vetten kunnen verschillende grondstoffen worden aangewend. De grondstoffen die worden gebruik voor biodiesel zijn afhankelijk van de grondstoffen die beschikbaar zijn. De beschikbaarheid van grondstoffen verschilt per werelddeel en is onder andere afhankelijk van het klimaat en de vruchtbaarheid van de grond.  Sommige planten leven in bepaalde klimaatgebieden hoge olieopbrengsten op. In België en Nederland is de olieopbrengst van plantaardige oliën vrij laag. In deze landen wordt voornamelijk koolzaad geplant.

Hieronder staan nog een aantal voorbeelden van plantaardige oliën die gebruikt worden in verschillende klimaatstreken.

  • sojaolie wordt bijna wereldwijd gewonnen uit plantages.
  • maïsolie wordt onder andere in de Verenigde Staten gewonnen.
  • palmolie wordt in tropische landen gebruikt.
  • Jatropha-olie wordt gehaald uit de purgeernoot (Jatropha curcas) in India en andere sub-tropische landen.
  • Karanj wordt vooral India gebruikt.
  • Eucalyptusolie in onder andere Thailand.

Verder worden ook algen gebruikt. Hiervoor worden algen gekweekt in grote waterbakken. Dit wordt ook wel algendiesel genoemd en is de derde generatie biobrandstof. Dierlijke vetten kunnen echter ook worden gebruikt als grondstof voor biodiesel.

Wat is een zuigermotor en welke zuigermotoren worden gebruikt in de techniek?

Zuigermotoren zijn motoren die één of meerdere zuigers bevatten. Deze zuigers zijn geplaatst in cilinders en zetten druk om in een draaiende beweging. Dit gebeurd door bijvoorbeeld een krukas in beweging te brengen. Er zijn verschillende zuigermotoren die in de techniek worden gebruikt. Zo bestaan er tweetaktmotoren die bijvoorbeeld worden gebruikt voor brommers, scooters en grote schepen. Daarnaast bestaan er viertaktmotoren. Deze motoren worden ook wel een ottomotor genoemd en veel toegepast in autotechniek en automotive. Ook een Stirlingmotor bevat een zuiger die doormiddel van het verwarmen en afkoelen van lucht in beweging wordt gebracht. Sommige motoren die zuigers bevatten worden ingedeeld op basis van de vorm waarin de cilinders ten opzichte van elkaar zijn geplaatst. Een aantal voorbeelden hiervan zijn de boxermotor, lijnmotor, V-motor, de U-motor, de W-motor en de stermotor. Daarover hieronder meer.

Boxermotor: flat twin, flat four en flat six
Boxermotoren zijn verbrandingsmotoren met een uniek vorm. De motor ziet er uit als een soort box. De cilinderparen van deze motoren zijn bijna recht tegenover elkaar geplaatst. Dit zorgt er voor dat de boxermotor niet hoog is. het zwaartepunt van het voertuig waarin de boxermotor is geplaatst wordt daardoor lager. Dit kan zorgen voor betere rijeigenschappen. Ook is de motor in een nagenoeg perfecte balans. De krachten van de zuigers heffen elkaar op omdat ze tegenover elkaar liggen. Er bestaan verschillende boxermotoren. Zo zijn er twee cilinder boxermotoren die in het Engels ook wel boxertwin of flat twin worden genoemd. Daarnaast zijn er ook viercilinderboxermotoren die flat four worden genoemd. Een zescilinderboxermotor draagt de naam flat six. De Engelse term ‘flat’ geeft aan dat het om een platte motor gaat dit in tegenstelling tot onderstaande motorvarianten.

Lijnmotor
Een lijnmotor is een verbrandingsmotor waarbij de cilinders naast elkaar of achter elkaar in één lijn met elkaar staan. Er ontstaat hierdoor één rij of lijn met cilinders.

V-motor
V-motoren zijn verbrandingsmotoren waarbij de cilinders geplaats zijn in een V-vorm ten opzichte van elkaar. Hierbij zijn twee rijen van cilinders aanwezig die in een V-vorm aan de onderkant bij elkaar komen bij de krukas. Deze motoren worden gebruikt in voertuigen en vliegtuigen waarbij er weinig ruimte beschikbaar is. De V-positie van de cilinders zorgt er voor dat er minder ruimte nodig is voor de motor dan bijvoorbeeld het geval is bij een boxermotor en een lijnmotor. Deze motoren worden onder andere gebruikt in auto’s en motorfietsen.

U-motor
De U-motor lijkt op een V-motor omdat er twee rijen van cilinders aanwezig zijn. Alleen wordt hierbij gebruik gemaakt van twee krukassen. In feite bestaat een U-motor uit twee lijnmotoren die zijn samengevoegd en onderling aan elkaar zijn bevestigd. De U-motor wordt in de praktijk nauwelijks gebruikt. Meestal kiest men voor de eerder genoemde V-motor.

W-motor
De W-motor is een verbrandingsmotor die zijn naam ook ontleent aan de vorm waarin de cilinders ten opzichte van elkaar zijn gepositioneerd.  Dit is een ‘W’ vorm. Er wordt hierbij gebruik gemaakt van drie rijen cilinders. Toch bestaan er ook W-motoren met twee rijen en met vier cilinderrijen. Een W-motor met twee rijen cilinders lijkt op een V-motor. Echter heeft de W-motor in dit geval één krukas per rij cilinders. De V-motor bevat slechts één krukas. Deze W-motorvariant wordt onder andere gebruikt voor speciale racemotorfietsen.

Stermotor een zuigermotor
Een bijzondere vorm van een zuigermotor is de stermotor. Deze zuigermotor wordt ook wel radiaalmotor genoemd. De stermotor bevat meerdere cilinders die in een stervorm of cirkelvorm geplaatst zijn rondom een krukas. Stermotoren of radiaalmotoren werden veel gebruikt voor propellervliegtuigen.  De gehele motor draait hierbij om de stilstaande krukas. De stermotor heeft voor vliegtuigen een belangrijk voordeel. Het is namelijk een compacte motor. In plaats van motoren waarbij de cilinders achter elkaar staan heeft de stermotor de cilinders in een stervorm om de krukas staan. De motor is hierdoor compact. De omvang van stermotoren kan echter verschillen. Er zijn stermotoren die drie cilinders bevatten maar er zijn ook stermotoren die vijf cilinders bevatten. Zelfs stermotoren van zeven cilinders komen voor. Wanneer het aantal cilinders nog verder wordt uitgebreid kiest men er voor om de cilinders in twee rijen achter elkaar te plaatsen.

Cilinders in zuigermotoren
De cilinders zijn een belangrijk onderdeel van de zuigermotoren. In cilinders bevinden zich zuigers die in beweging gebracht worden door druk. Hierdoor brengen de zuigers een krukas in beweging, behalve bij stermotoren die draaien om de krukas. Hoe groter de inhoud van de cilinder hoe meer druk geleverd zou kunnen worden. Motoren van kleine modelbouwvliegtuigen hebben een beperkte cilinderinhoud van bijvoorbeeld enkele cc. Grote scheepsdieselmotoren kunnen echter een cilinderinhoud hebben van honderden liters. Over het algemeen leveren grotere cilinders een groter rendement. Kleinere cilinders hebben echter over het algemeen een groter specifiek vermogen.

Wat is een viertaktmotor of ottomotor en hoe werkt deze motor?

Tegenwoordig zijn veel auto’s nog voorzien van een verbrandingsmotor. Een verbrandingsmotor verband brandstoffen en zet deze om in bewegingsenergie oftewel mechanische energie. Hiervoor worden meestal fossiele brandstoffen gebruikt. Deze zijn verwerkt in benzine en diesel. Deze brandstoffen wordt gebruikt om een motor in beweging te krijgen. Een veelgebruikte motor waarbij dit proces plaatsvind is de viertakt-ottomotor. Deze motor word in ongeveer tachtig procent van alle personenauto’s toegepast.

Wat is een viertaktmotor of ottomotor?
Ottomotor of viertaktmotor is een verschillende benaming voor het dezelfde motor. Deze motor werd uitgevonden in 1876 door Nikolaus Otto. Hij bedacht de viertaktmengselmotor omdat hij deze motor had bedacht werd de motor ook wel Ottomotor genoemd. De viertaktmotor werd later dat jaar door Wilhelm Maybach verbeterd. Aan het einde van het jaar 1876 werd de viertaktmotor in grote aantallen geproduceerd.

De viertaktmotor is een verbrandingsmotor en bevat zuigers. Deze zuigers worden in beweging gebracht door de verbranding van brandstof. De brandstof die voor een viertaktmotor kan worden gebruikt is divers. Een veelgebruikte brandstof is benzine, daarnaast wordt ook gebruik gemaakt van aardgas of LPG. De viertaktmotor word tegenwoordig in bijna alle auto’s toegepast.

Hoe werkt een viertaktmotor?
Hiervoor werd aangegeven dat een viertaktmotor zuigers bevat. Deze zuigers worden in beweging gebracht door de verbranding van een brandstofmengsel. De zuiger word door deze verbranding naar beneden gestuwd. Omdat de zuigers bevestigd zijn aan een krukas wordt deze ook in beweging gebracht. De zuiger in de viertaktmotor brengt tijdens de zogenoemde arbeidsslag de krukas in beweging en zorgt er voor dat deze as twee omwentelingen maakt. Er word bij een viertaktmotor gebruik gemaakt van verschillende ‘slagen’ die door de zuiger worden gemaakt. Deze zogenoemde slagen zijn in de volgende alinea behandeld.

Slagen van een viertaktverbrandingsmotor
Bij een viertaktmotor maken de cilinders elk vier slagen. Daar is de naam viertaktmotor ook van afgeleid. De slagen van deze motor zijn als volgt:

  • Inlaatslag. Dit is de eerste slag die door de zuiger word gemaakt. De uitlaatklep is afgesloten en de zuiger zakt naar beneden. Hierdoor ontstaat een aanzuigkracht. Door deze zuigkracht word een lucht-brandstofmengsel aangetrokken via de inlaatklep in de cilinder.
  • Compressieslag. Dit is de tweede slag die word gemaakt door de zuiger. Hierbij komt de zuiger doormiddel van de krukas weer naar boven. Daarbij drukt de zuiger het brandstofmengsel samen. Dit wordt ook wel compressie genoemd. Vandaar de naam compressieslag.
  • Arbeidsslag. Dit is de derde slag die door de zuiger wordt gemaakt. De zuiger bevind zich op zijn hoogste niveau in de cilinder. Het brandstofmengel, dat in de vorige slag werd gecomprimeerd, word ontstoken door een bougievonk. Door deze verbranding ontstaat een ontploffing en word druk gerealiseerd. De zuiger wordt met deze druk naar beneden gebracht en brengt de krukas in beweging. De krukas maakt twee omwentelingen.
  • Uitlaatslag. De vierde slag die door de zuiger wordt gemaakt is de uitlaatslag. Het verbrande brandstofmengsel moet ook weer de cilinder verlaten. Hiervoor zorgt de uitlaatslag. De zuiger bevind zich aan het begin van deze slag onderaan de cilinder. De zuiger komt weer omhoog door de draaibeweging van krukas en stuwt daardoor de verbrandingsgassen door een uitlaatklep uit de cilinder. De uitlaatslag is de laatste slag die wordt gemaakt in een viertaktmotor. Daarna begint het proces weer opnieuw.

De viertaktmotor zorgt er voor dat de krukas in beweging wordt gebracht. Hierdoor kan een voertuig worden aangedreven. De viertaktmotor moet hiervoor wel voortdurend worden voorzien van nieuwe brandstof. Deze brandstof zorgt er tijdens de verbranding voor dat CO2 wordt uitgestoten. Deze CO2 uitstoot is schadelijk voor het milieu. Daarom word in de autotechniek gekeken naar alternatieve brandstoffen en milieuvriendelijker motoren. Ondanks dat wordt de viertaktmotor nog veel toegepast binnen de automotive.

Wat is een aandrijving en welke soorten aandrijvingen zijn er?

Machines en machineonderdelen worden in beweging gebracht door aandrijvingssystemen. Een aandrijving is de kracht waarmee een machine of toestel wordt voortgestuwd. Er zijn in de techniek verschillende aandrijfsystemen. De volgende aandrijfsystemen worden in de techniek toegepast:

  • Mechanische aandrijvingen
  • Elektrische aandrijvingen
  • Pneumatische aandrijvingen
  • Hydraulische aandrijvingen

Hieronder worden de verschillende soorten aandrijvingen toegelicht. In de laatste alinea is ook informatie weergegeven over gecombineerde aandrijvingen.

Mechanische aandrijving
Voorbeelden van mechanische  aandrijfsystemen zijn verbrandingsmotoren. Verbrandingsmotoren voor auto’s zorgen er voor dat zuigers krukassen in beweging brengen. Om deze beweging te realiseren moeten de zuigers doormiddel van druk naar beneden worden gestuwd. Deze druk ontstaat door het verbranden van een brandstof. Verbrandingsmotoren kunnen ook worden gebruikt om schoepen in beweging te brengen. Hierdoor kan bijvoorbeeld een as gaan draaien.

Elektrische aandrijving
Een elektrische aandrijving zorgt er voor dat elektrische energie wordt omgezet in mechanische energie. Hierdoor kunnen onderdelen van werktuigen in beweging worden gebracht. Elektromotoren worden in de techniek veelvuldig toegepast. Het grote voordeel van elektromotoren is dat ze aangesloten kunnen worden op een elektriciteitsnet. Daarnaast is het mogelijk om machines die elektrisch worden aangedreven te voorzien van een accu. Hierdoor kunnen machines en werktuigen die elektrisch aangedreven worden bijna overal worden ingezet. De mogelijkheid om zonne-energie om te zetten in elektrische energie zorgt er voor dat elektrisch aangedreven machines met geringe energiekosten in beweging kunnen worden gebracht.

Hydraulische en pneumatische aandrijvingen
Voor het in beweging brengen van losse componenten wordt ook wel gebruik gemaakt van hydraulische en pneumatische systemen. Een hydraulische aandrijving brengt componenten in beweging doormiddel van vloeistofdruk. Hiervoor wordt meestal gebruik gemaakt van hydrauliekolie. Pneumatische aandrijvingen brengen componenten in beweging doormiddel van luchtdruk.

Hybride aandrijvingen
Het is ook mogelijk om verschillende aandrijfsystemen met elkaar te combineren. Zo kan een hydraulisch-hybride aandrijving worden toegepast in de auto-industrie. Bij deze variant van een hybride aandrijving wordt gebruikt gemaakt van verbrandingsmotor en word daarnaast gebruik gemaakt van een aandrijving met hydrauliekolie.

De meest voorkomende variant van een hybride aandrijving in de auto-industrie is de variant waarbij een aandrijving doormiddel van een verbrandingsmotor wordt gecombineerd met een aandrijving doormiddel van een elektromotor. Deze elektromotor ontleend haar stroom uit een accu. Om voldoende vermogen te leveren is een hybrideauto voorzien van een grote accu die een behoorlijke capaciteit kan leveren. Deze accu zorgt er echter voor dat de auto wel zwaarder is. daarom moet er meer vermogen worden geleverd om de auto in beweging te brengen.