Stadsverwarming en blokverwarming in 2018 duurder

Blokverwarming en stadsverwarming is een methode om meerdere woningen te verwarmen zonder dat er gebruik wordt gemaakt van aardgas. Woningen die aangesloten zijn op blokverwarming of stadsverwarming hebben dus over het algemeen geen centrale verwarmingsinstallatie en dus ook geen cv-ketel. Indien de woning volledig wordt verwarmd via stadsverwarming is een cv-installatie in ieder geval niet nodig.

Stadsverwarming duurzaam?
Stadsverwarming wordt beschouwd als een duurzame methode om een woning te verwarmen. In feite worden niet direct fossiele brandstoffen verbrand voor deze vorm van verwarming. Indirect kunnen wel fossiele brandstoffen worden verbrand om stadsverwarming tot stand te laten komen. Dat zit zo: voor stadverwarming wordt bijvoorbeeld gebruik gemaakt van de hitte uit een afvalverbrandingsoven. De afvalverbrandingsoven zorgt voor veel hitte en kan daardoor water verwarmen. Dit hete water wordt door geïsoleerde leidingen rechtstreeks naar woningen en andere gebouwen getransporteerd. Deze gebouwen worden door het warme water verwarmd. In feite is een stadsverwarming dus ook een vorm van centrale verwarming alleen zit de verbrandingshaard niet in de woning zoals bij een cv-ketel het geval is. In plaats daarvan is de stadsverwarming of blokverwarming afhankelijk van externe verwarmingshaard die in de stad of in het blok aanwezig is.

Kosten van stadsverwarming
De prijs speelt altijd een rol ook wanneer men het over duurzame verwarmingssystemen heeft. Het lastige met stadsverwarming is dat men niet zelf kan kiezen welke energieleverancier men zou willen hebben. Stadsverwarming wordt namelijk door één organisatie aangeboden waardoor er geen prijsvergelijking of onderhandeling mogelijk is door de woningeigenaren. In feite is de woningeigenaar dus in een bepaalde mate afhankelijk van de prijsstelling van de organisatie die blokverwarming aanbied. Omdat men geen cv-installatie heeft kan men vaak niet kiezen tussen verwarming doormiddel van aardgas of blokverwarming/ stadverwarming. Dit maakt de woningeigenaren die op stadverwarming/ blokverwarming zijn aangesloten afhankelijk van hun leverancier. De overheid zorgt er echter voor dat er een bepaalde maximale prijsstelling wordt vastgesteld voor de afname van blokverwarming cq stadsverwarming. De Autoriteit Consument & Markt stelt de maximumtarieven voor stadsverwarming vast.

Kosten van stadsverwarming omhoog in 2018
Op zaterdag 23 december 2017 heeft de Autoriteit Consument & Markt de maximumtarieven vastgesteld die in rekening gebracht mogen worden bij gebruikers van blok- en stadsverwarming. Deze gebruikers betalen in 2018 gemiddeld 58 euro meer dan in 2017. Gemiddeld betaald een gebruiker van stadsverwarming in 2018 een bedrag van 1.151 euro op jaarbasis. De stijging kan worden uitgesplitst in een gemiddelde toename van 10 euro per jaar aan vaste kosten en een stijging van 48 euro in de variabele kosten. De vaste kosten van stadsverwarming bestaan uit transportkosten en kosten die verbonden zijn aan de levering en aansluitingen van stadverwarming. De stijging in de tarieven heeft te maken met de koppeling met de tarieven voor gasverwarming. Dat blijkt ook uit de prijzen van de variabele tarieven. Die bestaan namelijk voor de helft uit een koppeling met de gasprijzen en voor de andere helft uit energiebelastingen.

Wat is de Warmtewet en wat is het doel van deze wet?

De Warmtewet is een wet die in Nederland is ingevoerd op 1 januari 2014. Deze wet is tot stand gekomen nadat men nieuwe technieken had ingevoerd om woningen en bedrijfspanden te verwarmen. Deze nieuwe technieken worden ook wel stadsverwarming, stadswarmte en blokverwarming genoemd. Ook zijn er woningen die aangesloten zijn op installaties die gebaseerd zijn warmte-koude-opslag.

Geen cv-ketelinstallatie
Bij de in de eerste alinea genoemde installaties maakt men geen gebruik van een cv-ketelinstallatie om warm water te creëren. In plaats daarvan wordt gebruik gemaakt van restwarmte die vrij komt uit fabrieken en afvalverwerkingsbedrijven waarbij gebruik wordt gemaakt van verbrandingsinstallaties die het water opwarmen. Dit warme water wordt vervolgens in een geïsoleerd warmwaterleidingnetwerk getransporteerd naar de consumenten.

Stadverwarming maakt consumenten afhankelijk
Omdat er geen gebruik wordt gemaakt van cv-ketels is de consument die aangesloten is op stadsverwarming niet gebonden aan de gasprijzen met betrekking tot verwarming. In plaats daarvan is de consumenten afhankelijk van de leverancier van de stadsverwarming. Deze leverancier bepaald de prijzen die de consument voor de stadsverwarming moet betalen. De consument is in die situatie niet vrij om de prijzen van energieleveranciers met elkaar te vergelijken en daardoor loopt de consument de kans om benadeeld te worden.

Voor wie is de Warmtewet bedoelt?
De Warmtewet is vooral gericht op kleinverbruikers van stadsverwarming en blokverwarming, dit zijn in feite de consumenten en huishoudens. De Warmtewet is van toepassing voor aansluitingen tot maximaal 100 kilowatt. Onder deze richtlijn vallen vrijwel alle huishoudens in Nederland. In 2014, het jaar dat de wet van kracht ging, ontving ongeveer 8 procent van alle Nederlandse huishoudens stadswarmte of blokverwarming. Dit komt neer op 600.000 huishoudens. De huishoudens die gebruik maken van cv-ketels hebben niets aan de richtlijnen van de Warmtewet. Deze huishoudens kunnen namelijk vrij onderhandelen met energieleveranciers over de prijzen van gas. Huishoudens die aangesloten zijn op stadswarmte kunnen dat niet en daarom moeten deze huishoudens volgens de overheid extra worden beschermd.

Warmtewet beschermd consumenten
De doelstelling van de Warmtewet is het beschermen van consumenten die gebruik maken van stadsverwarming, blokverwarming of stadswarmte. Deze consumenten zijn gebonden aan lokale warmtenetten. Omdat de consumenten gebonden zijn aan deze netten zijn ze afhankelijk van de prijzen die door de leveranciers van stadsverwarming, blokverwarming of stadswarmte worden opgelegd. De kans bestaat dat deze consumenten een te hoge prijs betalen voor warm water ten opzichte van consumenten die gebruik maken van een cv-ketelinstallatie.

De bescherming van kleinverbruikers is dus belangrijk om twee redenen:

  • Warmte is een basisbehoefte in een land met een relatief lage temperatuur zoals Nederland. De overheid dient er voor zorg te dragen dat haar burgers over degelijke basisbehoeften kunnen beschikken.
  • Kleinverbruikers van stadswarmte hebben geen keuzevrijheid en zijn volledig afhankelijk van de warmteleverancier. Dit maakt ze kwetsbaar.

Wat staat er in de Warmtewet?
In de Warmtewet zijn een aantal zaken vastgelegd. Zo zijn er in de wet landelijke maximumtarieven voor warmte benoemd die gebaseerd zijn op de gemiddelde tarieven van de drie grootste energieleveranciers van Nederland. Verder is vastgelegd onder welke voorwaarden een warmteleverancier een afnemer mag afsluiten. Ook de rechten van de afnemer op compensatie bij storing in het warmwaterleidingnetwerk zijn beschreven. Verder is in de wet aandacht voor de rechten en plichten van een afnemer bij het meten van de warmte die door de consument is verbruikt. Ook de inhoud van de overeenkomst tussen de afnemer en de warmteleverancier is in de Warmtewet beschreven. Verder is in de Warmtewet vastgelegd dat er gebruik kan worden gemaakt van een geschillencommissie als er meningsverschillen tussen de afnemer en de warmteleverancier ontstaat.

Wie houdt toezicht op de naleving van de Warmtewet?
De Autoriteit Consument en Markt controleert of de warmteleveranciers de richtlijnen van de Warmtewet naleven. Daarnaast wordt door de ACM ook duidelijk vastgelegd welke tarieven gehanteerd mogen worden door de warmteleverancier.

Wat is een afvalverbrandingsinstallatie (AVI)?

Een afvalverbrandingsinstallatie is, zoals de naam al doet vermoeden, een installatie die ontworpen en bestemd is voor het effectief verbanden van afval. Het verbranden van afval lijkt eenvoudiger dan het is. bij het verbanden van afval komen namelijk verschillende stoffen vrij, waaronder schadelijke stoffen. Deze stoffen kunnen schadelijk zijn voor het milieu indien deze in de atmosfeer worden uitgestoten. De schadelijke emissie door afvalverbrandingsinstallaties wordt beperkt door omvangrijke techniek die gericht is op het zuiveren van rookgas. Door de rookgaszuiveringen die plaats vinden in afvalverbrandingsinstallaties worden schadelijke zuren verwijdert uit de gassen die ontstaan gedurende het verbrandingsproces. Deze schadelijke stoffen zijn bijvoorbeeld:

  • stikstofoxides,
  • waterstofchloride,
  • waterstoffluoride,
  • zwavelzuur.

Ook zware metalen zoals bijvoorbeeld cadmium, kwik en lood kunnen in de emissie van afvalverbrandingsinstallaties voorkomen. Verder vormen ook organische stoffen zoals dioxines en onderdeel van de uitstoot van afvalverbrandingsinstallaties. Deze stoffen zijn allemaal in meer en mindere mate schadelijk voor de gezondheid van mensen en het milieu. Daarom tracht men de emissie van deze stoffen zoveel mogelijk te beperken.

Afvalverbrandingsinstallaties en milieu
Afvalverbrandingsinstallaties en het milieu vormen een interessant spanningsveld. Men tracht voor een zo goed mogelijke afstemming te zorgen tussen het verbranden van afval en het beperken van de schade voor het milieu. Afval is een verzamelnaam van bijproducten of producten die reeds zijn verbruikt en door de oorspronkelijke eigenaar zijn weggegooid. Afval bestaat uit verschillende grondstoffen. Tegenwoordig zamelt
men de veel afval gescheiden in zodat de grondstoffen kunnen worden hergebruikt of gerecycled. Door afval te hergebruiken en te recyclen wordt er minder afval verbrand waardoor er automatisch minder emissie ontstaat.

Ondanks deze milieuvriendelijker ontwikkelingen wordt er nog steeds afval verbrand. Ook bij het verbranden van afval kan men milieubesparend te werk gaan. Tijdens verbrandingsprocessen komt namelijk warmte vrij. Deze warmte kan worden gebruikt voor warmtedistributie of stadsverwarming. Daarnaast kan het worden toegepast in de industrie of voor het opwekken van elektriciteit. In de stad Amsterdam worden bijvoorbeeld de straatverlichting en de tram gevoed door elektriciteit dat opgewekt is uit restafval van de stad. Er zijn plannen om in de toekomst veel meer gebruik te gaan maken van de warmte die vrijkomt uit afvalverbrandingsinstallaties in Nederland en België.

Wat is stadsverwarming en hoe wordt dit verwarmingssysteem toegepast?

Stadsverwarming  of blokverwarming zijn verwarmingssystemen die worden gebruikt om woningen te verwarmen en/ of van warm water te voorzien. Hierbij wordt geen gebruik gemaakt van aardgas. Woningen die aangesloten zijn op stadsverwarming hebben daardoor geen eigen cv-ketel. De woningeigenaren krijgen warm water door een ondergronds netwerk van warmwaterleidingen. Dit wordt ook wel warmtedistributie genoemd. Het warme water wordt namelijk getransporteerd of gedistribueerd naar de aangesloten woningen en bedrijven. Deze woningen en bedrijven maken dus gebruik van zogenoemde stadswarmte.

Hoe ontstaat stadswarmte of stadsverwarming?
Water wordt uit zichzelf niet warm of koud. Er dient hiervoor een bewerking plaats te vinden. Deze bewerking kan bijvoorbeeld plaatsvinden bij elektriciteitscentrales. In de meeste elektriciteitscentrales worden kolen verbrand met eventueel biomassa zoals houtpallets. De warmte wordt gebruikt om water te verwarmen tot er stoom ontstaat. Deze stoom brengt turbines in beweging zodat elektriciteit kan worden opgewekt. Niet alle warmte wordt tijdens dit proces optimaal benut. Er ontstaat namelijk restwarmte.

Deze restwarmte kan op verschillende manieren worden hergebruikt. Een manier om restwarmte te hergebruiken is het verwarmen van water voor stadsverwarming. Omdat deze verwarming plaatsvindt bij een warmtebron in bijvoorbeeld de eerdere genoemde energiecentrales hoeft er geen gebruik te worden gemaakt van cv-ketels. Dit zorgt er voor dat warmtedistributie energiebesparend en kostenbesparend werkt. Voor het aanleggen van een warmtedistributienetwerk moeten echter wel grote investeringen worden gedaan. Daarnaast kost het aanleggen van een warmtedistributienetwerk ook energie en materiaal.

Huizen die aangesloten zijn op stadswarmte hebben een dubbele waterleiding. Een waterleiding voor koud water en een waterleiding voor verwarmd water. Deze huizen zijn over het algemeen niet aangesloten op het aardgasnet. Doormiddel van een warmtewisselaar wordt het leidingwater door de warmtedistributie verwarmd. Bij woningen met een aparte waterleiding voor warm water wordt het warme tapwater bij het verdeelstation geproduceerd.

Bronnen van stadswarmte
Naast de eerder genoemde elektriciteitscentrales worden ook andere bronnen aangewend voor stadswarmte. Bij afvalverbrandingsinstallaties (AVI’s) ontstaat ook restwarmte die kan worden gebruikt voor warmtedistributie. Naast restwarmte die wordt gewonnen vanuit elektriciteitscentrales en afvalverbrandingsinstallaties is het ook mogelijk om rechtstreeks warmte te winnen door bijvoorbeeld biomassa te verbranden. Hierbij komt echter (ook)  CO2 vrij. Warmtepompen en geothermie zijn over het algemeen beter voor het milieu. Daarnaast kan gebruik worden gemaakt van zonnecollectoren.