Wat kun je met het diploma EPBD A-airconditioningsystemen?

Vanaf 1 december 2013 is de EPBD-keuring voor airconditioningsystemen (>12kW) van kracht gegaan. Door de invoering van deze verplichting voldoet de Nederlandse regering aan het Energy Performance of Buildings Directive, dit wordt afgekort met EPBD. In het Nederlands noemt men de EPBD ook wel de Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen. In deze richtlijn staan verplichtingen voor alle EU-landen met betrekking tot het verbeteren van de energieprestatie van gebouwen.

Doel van Europese richtlijn Energieprestatie Gebouwen
De EPBD is opgesteld om de CO2-uitstoot te beperken met 20 procent. Daarnaast is de richtlijn ook opgesteld om een energiebesparing van 20 procent te realiseren. Beide doelstellingen dienen gerealiseerd te worden in 2020.

Keuring van airconditioningsystemen
Airconditioningsystemen dienen regelmatig gekeurd te worden. Het moment van de keuring is afhankelijk van het bouwjaar en de klasse van de airco installatie. Airconditioningsystemen in Nederland met een nominaal koelvermogen van meer dan 12 kW moeten ten minste eenmaal per vijf jaar gekeurd moeten worden.

Diploma EPBD A-airconditioningsystemen
Het diploma EPBD A-airconditioningsystemen is van toepassing op het beoordelen van de energieprestatie van een gebouw in klasse 1 (12kW tot 45 kW). De competenties die nodig zijn voor het beoordelen van de energieprestaties van gebouwen in deze categorie komen voor een groot deel overeen met de competenties die iemand nodig heeft voor de F-gassen regeling. Het gaat hierbij voornamelijk om de koeltechnische competenties. EPBD A-airconditioningsystemen mogen worden gekeurd door een inspecteur met een diploma EPBD A-airconditioningsystemen. Dit diploma is vijf jaar geldig vanaf het moment dat het diploma is afgegeven. De geldigheidsduur van het diploma kan worden verlengd door het halen van een scholingsexamen.

Iemand met het EPBD A-airconditioningsystemen diploma is ook bevoegd om bepaalde koeltechnische inspecties te verrichten aan installaties in gebouwen die tot klasse 2 (45  – 270 kW) en 3 (> 270 kW) behoren. Voor complexe koeltechnische rapportages en inspecties is echter een diploma EPBD-inspecteur B vereist.

Werkzaamheden aan koeltechnische installaties mogen alleen worden gedaan met het juiste F gassen certificaat 

Het diploma EPBD A-airconditioningsystemen is een diploma waarmee men alleen inspecties en keuringen mag verrichten.  Het uitvoeren van werkzaamheden aan koeltechnische installaties is niet toegestaan tenzij men geldig F gassen certificaat heeft. Er zijn 4 verschillende F gassen certificaten.

  • F gassen certificaat categorie 1 biedt iemand de bevoegd heid om werkzaamheden te verrichten aan koeltechnische systemen met 3 kilogram of meer koudemiddelinhoud
  • F gassen certificaat categorie 2 biedt iemand de bevoegdheid om werkzaamheden uit te voeren aan koeltechnische systemen die minder dan 3 kilogram koudemiddelinhoud bevatten.
  • F gassen certificaat categorie 3 is verplicht als men koelinstallaties wil leeghalen of demonteren.
  • F gassen certificaat 4 geeft iemand alleen bevoegdheid om koelsystemen te controleren op lekkage.  Iemand met dit certificaat wordt ook wel een Lekdichtheidscontroleur genoemd. Dit wordt afgekort met LDC. Als iemand alleen dit certificaat in bezit heeft en geen van de bovenstaande certificaten dan mag hij of zij geen werkzaamheden verrichten aan koeltechnische installaties.

Zonder geldige F gassencertificaten mag men geen werkzaamheden verichten aan koudemiddelsystemen. Het verrichten van werkzaamheden aan koeltechnische systemen noemt men ook wel inbreken op het koelsysteem. Als men dit doet zonder geldig certificaat riskeert men een boete.

Wat is airconditioning en waar wordt deze installatie voor gebruikt?

Airconditioning is een woord dat regelmatig wordt gebruikt. De meeste moderne auto’s en bedrijfswagens zijn voorzien van airconditioning. Daarnaast zijn veel bedrijfspanden van een airconditioning installatie voorzien evenals een toenemend aantal woningen. Met name in warme landen wordt veel gebruik gemaakt van airconditioning. Deze installaties zijn meestal aan de buitenkant van gebouwen goed te zien.

Meer dan koelen van lucht
Wanneer men het woord airconditioning gebruikt associeert men dat over het algemeen met het koelen van lucht.  Airconditioning is echter niet alleen het koelen van lucht, het is veel breder. Het doel van airconditioning is het creëren van een goed evenwicht tussen temperatuur, luchtvochtigheid en frisse lucht. Een airconditioning zuivert daarnaast ook de lucht die in door de installatie naar binnen wordt gezogen. Verder kan een airconditioning ook worden ingezet voor het verwarmen van lucht. In een ruimte waar de lucht doormiddel van airconditioning naar binnen komt kan de temperatuur verschillen met de vertrekken waar deze installatie niet aanwezig is. De buitentemperatuur kan eveneens sterk verschillen met de temperatuur die door de airconditioning wordt geregeld. Er is echter wel een nadeel, airconditioning kost veel energie. Hoe groter de temperatuurverschillen tussen de buitentemperatuur en de gewenste binnentemperatuur hoe meer energie de airconditioning verbruikt.  

Andere benamingen voor airconditioning
Airconditioning is het behandelen van lucht daarom worden deze systemen ook wel luchtbehandeling systemen genoemd. Een andere benaming is klimaatregeling, klimaatregelaar of luchtregeling.  Met de term comfortkoeling wordt met name het koeltechnische aspect van een airconditioninginstallatie benadrukt. In het dagelijks taalgebruik noemt men airconditioning over het algemeen airco. Daarnaast wordt de afkorting A/C gebruikt.

Waarom wordt koolstofdioxide CO2 als natuurlijk koudemiddel toegepast?

Koolstofdioxide wordt ook wel aangeduid met CO2 en is net als ammoniak een natuurlijk koudemiddel. In tegenstelling tot ammoniak is CO2 niet giftig. Daarnaast is het niet brandbaar en ook niet explosief. Dit zijn eigenschappen die er voor zorgen dat CO2 veiliger gebruikt kan worden dan ammoniak. In koelers van productieruimtes en in opslagruimtes kan men gebruik maken van CO2. Mochten er bepaalde ongelukken gebeuren in het bedrijf zoals brand dan zorgt de aanwezigheid van CO2 niet voor een verhoogd risico voor de werknemers, het bedrijfspand en de directe omgeving. Naast de toepassing van CO2 als koudemiddel kan CO2 ook worden gebruikt als koudedrager. Bij deze toepassing wordt het CO2 deel gekoeld door gebruik te maken van een cascade installatie. In deze installaties wordt CO2 rondgepompt en samengeperst door compressoren.

Eigenschappen van CO2 in koelinstallaties
CO2 wordt als natuurlijk koudemiddel populairder. Dit heeft te maken met de veiligheid van dit koudemiddel en daarnaast ook met de milieuvriendelijkheid. In tegenstelling tot chemische koudemiddelen is CO2 niet schadelijk voor het milieu. De Europese eisen omtrent (F-gassen) worden steeds strenger. Freon-12  is een chloorfluorkoolstofverbinding  (cfk’s) die in het verleden wel werd gebruikt in koelinstallaties omdat ammoniak te gevaarlijk zou zijn. Freon-12 is echter zeer schadelijk voor de ozonlaag daarom mag Freon niet meer worden gebruikt in koelinstallaties. De wet en regelgeving omtrent koeltechniek stelt eisen aan de milieuvriendelijkheid van koelinstallaties. Deze strengere regelgeving zorgt er voor dat veel bedrijven naar andere koelmiddelen zoeken dan de chemische koelmiddelen die nog (te) veel worden gebruikt. Toch is CO2 niet in alle gevallen een uitstekende oplossing. Zo is de toepassing van CO2 als koudedrager in een vriesinstallatie ongeveer 10 tot 15 procent duurder dan wanneer ammoniak wordt toegepast. Daarnaast kunnen andere koelmiddelen betere (koel)eigenschappen hebben die ze geschikt maken voor een bepaalde toepassing. De overheid subsidieert momenteel het gebruik van CO2 als koelmiddel om de kosten van dit koelmiddel voor bedrijven aantrekkelijker te maken. Hierdoor hoopt de overheid te stimuleren dat CO2 als koelmiddel wordt gebruikt in plaats van milieuonvriendelijke koelmiddelen.

Wat is ammoniak en waar wordt ammoniak voor gebruikt?

heeft een molecuulformule van NH3 en is een anorganische verbinding van waterstof en stikstof. De verbinding bevat geen vlakke structuur. In plaats daarvan vormt het een tetraëder waarbij stikstof in het midden aanwezig is. Ammoniak is geen ongevaarlijk gas. Bij kamertemperatuur is het gas giftig en brandbaar. Ammoniak is een kleurloos gas dat goed opgemerkt kan worden door de sterke geur. Een andere eigenschap van ammoniak is de oplosbaarheid in water. Ammoniak kan tot wel 33 procent van de totale massa worden opgelost in water. Ammoniakoplossingen die zijn verdund worden ook wel ammonia genoemd. In feite is ammonia een oplossing van het ammoniakgas in water. Het symbool dat hiervoor wordt gebruikt is NH3(aq). Ammoniak wordt onder andere gebruikt in schoonmaakmiddelen en koelinstallaties.

Ammoniak in schoonmaakmiddelen
Ammonia worden ook wel ammoniumhydroxide genoemd en worden gebruikt als schoonmaakmiddel. Het is een sterke base en daardoor geschikt voor het ontvetten van objecten die van verf moeten worden voorzien. Vet los goed op in een ammoniakoplossing maar daarbij moet wel rekening gehouden worden met de schadelijke lucht die bij ammonia vrijkomt. Een goede ventilatie is belangrijk.

Ammoniak in koelinstallaties
Ammoniak wordt als een van de meest betrouwbare koelmiddelen beschouwd. Het wordt veel gebruik als koelmiddel voor voedingsmiddelen in industriële fabrieksprocessen. Dit komt omdat ammoniak over zeer goede thermodynamische eigenschappen beschikt. Ammoniak is een natuurlijk koudemiddel dat veel in de industriële koudetechniek wordt gebruikt. Hoewel het een giftig gas is draagt het niet bij aan het broeikaseffect. Daardoor is ammoniak minder schadelijk dan chemische koudemiddelen. De overheid steunt het gebruik van ammoniak in koelinstallaties. Daarnaast stelt de overheid wel strenge eisen aan deze installaties zodat deze veilig worden aangelegd en de kans op ammoniakvergiftiging zo goed als uitgesloten wordt.

Wat is Freon en waarom mag Freon tegenwoordig niet meer worden gebruikt?

Freon is een algemene naam die werd gebruikt speciale gassen die in spuitbussen en koelsystemen werden toegepast. De firma DuPont heeft de naam Freon als merknaam op de markt gebracht. Voor de ontdekking van Freon werden gevaarlijker stoffen toegepast in koelsystemen. De stoffen die voor de toepassing van Freon werden gebruikt waren de stoffen methylchloride (CH3Cl), ammoniak (NH3) en zwaveldioxide (SO2). In tegenstelling tot deze stoffen was Freon een veiliger gas. Dit heeft te maken met het feit dat Freon niet giftig is en ook niet brandbaar is. In sommige gevallen werd Freon zelfs gebruikt voor het blussen van branden. Tegenwoordig mag Freon echter niet meer worden gebruikt. Dit heeft te maken met het feit dat Freon de ozonlaag aantast. Hieronder is beschreven waarom Freon schadelijk is voor de ozonlaag.

Waarom is Freon schadelijk?
Onder Freon vallen diverse chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s). Meestal wordt Freon 12® bedoelt wanneer men het over Freon heeft. Freon 12® is ook wel bekend onder der naam R-12 of freon-12. Dit was een populaire koelvloeistof die werd toegepast totdat het gebruik van deze koelvloeistof werd verboden. De chemische formule voor deze koelvloeistof is CCl2F2. Dichloordifluormethaan is de chemische benaming van deze stof. Deze stof is niet giftig en kleurloos. Daarnaast is dichloordifluormethaan onbrandbaar en is het gas vloeibaar gemaakt. Het is een inert gas dat zwaarder is dan lucht. Tot 1987 werd deze stof gebruikt als koelmiddel en werd het toegepast als drijfgas in aerosols. In 1987 werd het gebruik van dichloordifluormethaan door het internationale Montréal-protocol verboden.

De reden hiervoor is dat dichloordifluormethaan de ozonlaag beschadigt wanneer deze stoffen in de hogere atmosfeer komen. De ozonlaag is belangrijk voor de aarde omdat deze er voor zorgt dat schadelijke straling van de zon wordt tegengehouden. Het gaat hierbij met name om het schadelijkste deel van ultraviolette straling. Vanaf 1 oktober 2000 mogen geen chloorfluorkoolstofverbindingen (cfk’s) meer worden verkocht in de Europese Unie. Sinds 31 december 2000 mogen geen cfk’s meer worden gebruikt in bestaande installaties. Voor koeltechnische installaties gebruikt men tegenwoordig andere gassen. Het ozononvriendelijke Freon is vervangen door het ozonvriendelijke 1,1,1,2-tetrafluorethaan.

Wat is STEK en F-gassen en hoe verloopt de certificering op dit gebied?

STEK is een afkorting die staat voor Stichting Emissiepreventie Koudetechniek.  De doelstelling van deze stichting is gericht op het voorkomen en terugdringen van emissies in de koudesector. Met emissies worden alle situaties bedoelt die bijdragen aan een vervuiling van de directe en indirecte omgeving van de koelinstallaties. Hierbij wordt gekeken naar het aanleggen van de koelinstallaties en de handelingen die daarbij worden verricht. Ook wordt gekeken naar de wijze waarop een koelinstallatie ontmantelt moet worden. Doormiddel van slijtage en achterstallig onderhoud kan ook emissie optreden dit dient ook voorkomen te worden. Stichting Emissiepreventie Koudetechniek certificeert bedrijven in samenwerking met keuringsbedrijven. De stichting verstrekt aan bedrijven een STEK certificaat. Hiermee kunnen bedrijven zich onderscheiden van concurrenten op het gebied van veiligheid, kwaliteit en duurzaamheid. Het F-gassen certificaat wordt niet door STEK verstrekt maar door de minister van Infrastructuur en Milieu .

Verschil tussen STEK en F-gassen
Sinds de oprichting van de Stichting Emissiepreventie Koudetechniek in 1993 werd het STEK-diploma verstrekt aan monteurs die koeltechnische installaties op de juiste manier aansluiten, behandelen en ontmantelen. Dit was gebruikelijk tot 2010. In 2010 werd de Europese regelgeving van toepassing op het gebied van koeltechniek en bijbehorende koelvloeistoffen. Vanaf dat moment werd het F-gassen diploma verplicht gesteld voor monteurs die te maken krijgen met koeltechniek en moesten bedrijven gecertificeerd worden op het gebied van F-gassen. Monteurs die eerder al hun STEK-diploma hadden gehaald konden deze omwisselen bij de Stichting Emissiepreventie Koudetechniek voor een F-gassen diploma.

STEK en F-gassen vanaf 2010
Bedrijven zijn verplicht om gecertificeerd te zijn op het gebied van F-gassen. Daarnaast kunnen bedrijven aanvullend nog een STEK certificering behalen. De Stichting Emissiepreventie Koudetechniek is de enige instantie die namens de overheid de STEK-bedrijfscertificering mag uitvoeren. Dit certificaat is nog zwaarder dan de wettelijk verplichte F-gassen certificering.  Door deze certificering kunnen bedrijven nog beter hun zorgplicht voor het milieu nakomen. STEK richt zich naast het voorkomen van rechtstreekse emissie ook op het voorkomen van indirecte emissie. Indirecte emissie ontstaat bijvoorbeeld door het energieverbruik van een koelinstallatie. Wanneer een koelinstallatie veel elektriciteit verbruikt draagt dit indirect ook bij aan de vervuiling omdat veel elektriciteit nog doormiddel van kolencentrales wordt opgewekt.

F-gassen certificering
Stichting Emissiepreventie Koudetechniek is een exameninstelling voor monteurs die het F-gassen diploma moeten halen. Daarnaast kan de STEK bedrijven op het gebied van STEK en F-gassen certificeren. Formeel worden de diploma’s en certificaten verstrekt door de minister van Infrastructuur en Milieu. STEK kan in de praktijk ook diploma’s verstrekken nadat ze hiervoor akkoord heeft gekregen van het Agentschap NL.

Overige opleidingsinstanties
Naast STEK zijn er nog diverse opleidingsinstellingen op het gebied van F-gassen die door de minister van Infrastructuur en Milieu toestemming hebben gekregen om F-gassenbedrijfscertificering en F-gassenpersoonscertificering te verzorgen.